jun 052016
 

coverVan Kennisnet / Mijn kind Online komt “125 leerzame apps & websites” met als ondertitel: voor kinderen van 4 tot 12 jaar.

Laat ik beginnen met de opmerking: als je leraar bent in het basisonderwijs, dan is het gewoon een PDF om te downloaden en eens door te lezen.

En daarna twijfel ik een beetje. Want het document riep bij mij een heleboel vragen op. En zelf vind ik dat super. Het zet mijn hoofd aan het werk, zeker als ik daar niet meteen zomaar de antwoorden bij heb. Maar als ik die vragen hier beschrijf, dan kun je dat ook lezen als het schieten van gaten in het document. En zo is dat wat mij betreft niet direct bedoelt.

Goed, daar gaat hij:
Bestuurders in gesprek met leraren?
Het eerste intrigerende kwam ik al tegen in het persbericht van Kennisnet zelf over het document. Daar staat namelijk:

Met ‘125 leerzame apps & websites’ wil Kennisnet leraren inspireren om met apps in de klas aan de slag te gaan. Maar de inspiratiebrochure is ook bedoeld om bestuurders in het primair onderwijs te helpen om met hun medewerkers te praten over de kwaliteit van digitale inhoud voor leerlingen.

Dit lijkt een toevoeging te zijn van de PR-afdeling, want nergens in het document kom ik echt handvatten tegen voor leidinggevenden. Ik zou het super vinden als leidinggevenden op basisscholen inderdaad in met hun leraren in gesprek zouden gaan over de kwaliteit van het leermateriaal dat gebruikt wordt. Maar minstens net zo handig is het als de leraren zelf met elkaar in gesprek gaan hierover. Maar ook zij zullen daar in het begin wat hulp bij nodig hebben.
Lees verder….

Deel dit bericht:
feb 182016
 

We zijn per direct op zoek naar een Specialist Leren met ict die ons team bij het iXperium kan komen ondersteunen. Ik ga de hele vacaturetekst niet hier knippen en plakken, daar kun je beter even voor hier kijken. Ik zal wel een stukje van de werkzaamheden opnemen:

Als specialist Leren met ict bent u lid van het kernteam van het iXperium/CoE. U brengt expertise in over ict voor leren en opleiden voor het programma van het iXperium/ CoE. U werkt nauw samen met de senior onderzoeker die verantwoordelijk is voor het onderzoek met betrekking tot de rol van technologie binnen leren met ict. U bent verantwoordelijk voor innovatie en coördinatie. Uw verantwoordelijkheid voor innovatie betreft met name de ict-toepassingen binnen de iXperium-labs. Dit doet u in nauw overleg met de programmamanager van het iXperium/CoE, de ict-consultant en de specialisten van de iXperiums. In dit onderdeel gaat u ook in overleg met de onderzoeker om de mogelijke experimenten en onderzoeken vorm te geven. Uw coördinatiewerkzaamheden betreffen het coördineren van de initiatieven van programmamanagers en mediamentoren in nauwe afstemming met de senior onderzoeker. U draagt vanuit uw expertise bij aan de leerlijn Leren met ict van de lerarenopleidingen (Instituut Leraar en School en Pabo).
U draagt bij aan de ontwikkeling het professionaliseringsaanbod rondom leren en lesgeven met ict voor leraren in het werkveld en voor opleiders van de lerarenopleidingen in nauwe samenwerking met de iXperium Academie.
Uw standplaats is Nijmegen maar werkzaamheden in Arnhem en Oss zijn onderdeel van de functie.

De procedure sluit 7 maart a.s. dus wacht niet te lang! 🙂
Solliciteren kan via de link onder aan de vacaturepagina.

 

 

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Word jij mijn nieuwe collega bij het iXperium?  Tags: , ,
feb 022016
 

model_oud_en_nieuwZe hadden het in december al aangekondigd en gisteren was hij er, het bijgewerkte model van “21e eeuwse vaardigheden” opgesteld door SLO in opdracht van Kennisnet. Ze omschrijven het zelf als “11 vaardigheden die leerlingen in hun latere leven nodig hebben. En die ze zich nu in het onderwijs eigen moeten gaan maken”.

Belangrijke wijziging: “digitale geletterdheid” komt niet meer voor. Niet omdat het niet meer relevant zou zijn, maar omdat het vervangen is door vier losse vaardigheden: ict-basisvaardigheden, mediawijsheid, informatievaardigheden en computational thinking. Daarnaast zijn de stippellijnen toegevoegd om aan te geven dat er (uiteraard) overlap tussen de deelgebieden is.

Storend vind ik dat Kennisnet op hun site blijkbaar de afbeelding van het oude model overschreven heeft met die van het nieuwe model, dus daarom heb ik ze maar even bij elkaar gezet. Als je ze dan naast elkaar ziet blijkt in het nieuwe model de vermelding van de kernvakken verdwenen, taal en rekenen kwamen in het oude model nog expliciet voor, het was (zo leek het) een veel meer alles omvattend plaatje. De vaardigheden die eerst in de buitenring zaten zijn nu, zo te zien opgenomen in de binnenring.

De eerste concrete lesmaterialen bij dit model komen dit voorjaar beschikbaar, aldus Kennisnet. Hebben we nog wat om naar uit te kijken. Ik zou me kunnen voorstellen dat ook de “voorbeeldmatige leerplankaders” nog een slag verder uitgewerkt en operationeel gemaakt worden. Ik snap dat het voorbeelden van kaders zijn, dat er ruimte kan zijn voor invulling door scholen (of zelfs door leerkrachten), maar als je als Kennisnet/SLO voorbeeld lesmaterialen gaat ontwikkelen, dan zul je voor die voorbeelden deze kaders in meer detail moeten uitwerken.

Één ding is wel te garanderen: dit model zal in detail afgebroken worden. Logisch. Als je niet valt over de naam, niet bent gaan stuiteren over het ontbreken van de “kernvakken”, dan zijn er in de voorbeeldmatige leerplankaders genoeg zaken te vinden die te algemeen, te specifiek, niet breed genoeg of te breed geformuleerd zijn. Ik zou zeggen: prima, gebruik het model om naar je eigen visie en curriculum te kijken. En vooral ook: deel met anderen waarom je dingen anders doet, licht de keuzes toe die je als school en als leerkracht daarbij maakt. Dat zou ik pas echt krachtig vinden.

Deel dit bericht:
nov 222015
 

Computing_our_future European Schoolnet heeft onderzoek gedaan naar de wijze waarop bij de verschillende Europese landen in het onderwijs aandacht besteed wordt aan het leren programmeren. Het rapport daarover “Computing our future” is al een paar weken beschikbaar, maar ik had niet eerder de mogelijkheid om het te lezen, daarom alsnog. In het rapport hanteren de auteurs de volgende omschrijving:

Computer programming is the process of developing and implementing various sets of instructions to enable a computer to perform a certain task, solve problems, and provide human interactivity. These instructions (source codes which are written in a programming language) are considered computer programs and help the computer to operate smoothly.

De auteurs maken nadrukkelijk het onderscheid met computational thinking waarbij het weliswaar ook vaak om coderen en programmeren gaat maar waarbij het oplossen van problemen, ontwerpen van systemen en begrijpen van menselijk gedrag een belangrijke(re) rol vervullen.

Computing_our_future_2Het onderzoek bevat data van 21 Europese landen waarvan 16 landen programmeren inmiddels al geïntegreerd hebben in hun onderwijs. Nederland behoort niet bij die zestien landen en is, samen met het Franstalige deel van België en Noorwegen, een van de drie landen die zelfs geen plannen hebben om dit te doen. Er zijn zes landen (Estland, Frankrijk, Israël, Spanje, Slowakije, Engeland) die al op de basisschool aandacht aan programmeren besteden, nog vier andere landen (Vlaanderen, Finland, Polen) gaan dat doen. Programmeren wordt zowel als apart vak als geïntegreerd in andere vakken aangeboden. Dat heeft ook gevolgen voor de wijze waarop de vaardigheden getoetst worden.

Computing_our_future_3

Er zijn verschillende redenen om aandacht te besteden aan programmeren, de afbeelding hiernaast geeft een overzicht. De eerste twee (logisch denken en probleemoplossend vermogen) liggen in het verlengde van computational thinking, het er voor zorgen dat we meer mensen krijgen die de juiste opleiding hebben om ook binnen de ICT werkzaam te zijn, of die kunnen programmeren lijkt meer economisch gericht.

Het rapport bevat een kopje “Digital Comptentence plans” maar helaas is de kwaliteit van die links niet optimaal. Voor Nederland verwijst het naar de pagina over “Toekomstgericht curriculum” die alleen voor Nederlanders te lezen is (geen Engelstalige versie) maar waar je verder ook niet direct competenties kunt vinden. Sommige van de andere links verwijzen naar startpagina’s van websites of andere tamelijk generieke URLs. De literatuurlijst op pagina 74 heeft dan wél weer een aantal interessante bronnen, bijvoorbeeld als je met Scratch aan de slag gaat in je onderwijs. Het is alleen niet helemaal duidelijk waarom die nou juist in dit rapport staan.

Al met al is het rapport aardig om te lezen als je globaal een beeld wilt krijgen hoe in de ons omringende landen aandacht besteed wordt aan programmeren in primair en voortgezet onderwijs. Maar het rapport geeft helaas onvoldoende doorverwijzingen om daar dan in detail zelf verder naar te kijken

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor “Computing our future” – integratie van programmeren in het onderwijs in Europa  Tags: , ,
okt 162015
 

innovation_challenge_2015SURFnet heeft een wedstrijd uitgeschreven waarbij studenten en docenten een innovatief idee om met ICT het onderwijs te verbeteren konden indienen. Daar zijn 38 inzendingen voor binnen gekomen. De inzenders hebben allemaal een video gemaakt en die staan hier nu online voor ons om te beoordelen. Dat kan tot en met 3 november 2015.
Het idee is om een oordeel van 1 tot 5 sterren te geven op de volgende gebieden (5 sterren = super goed, 1 ster = slecht):

  1. Creatief & innovatief: Is het idee origineel en vernieuwend? Wordt ICT op een innovatieve manier ingezet
  2. Verbetering onderwijs: Heeft het idee de potentie het onderwijs te verbeteren en onderwijs op maat mogelijk te maken?
  3. Uitvoerbaarheid: Is het idee praktisch uitvoerbaar?

Daarnaast kun je in 1 zin (die zo te zien best lang kan zijn) beschrijven waarom de betreffende inzending volgens jou moet winnen.
Op 10 november tijdens Dé Onderwijsdagen krijgen de 20 beste en meest gereviewde filmpjes de kans hun idee te verdedigen voor de jury. Daar worden de 10 winnaars van de Innovation Challenge 2015 gekozen die een geldprijs ontvangen van 10.000 euro zodat ze het idee kunnen uitvoeren.

Lees verder….

Deel dit bericht:
jul 212015
 

perspectieven Christien Bok (SURF) en Marc van Leeuwen (Twynstra Gudde) spraken met 9 universiteiten en hogescholen over hun innovatiestrategie. Ze publiceerden daarover in Thema, tijdschrift voor hoger onderwijs van mei 2015. Het artikel is in zijn geheel te downloaden van de SURF website.

Op de website staat een uitgebreide samenvatting van de adviezen uit het artikel. En dit wil ik even (bijna integraal) hier opnemen omdat ik ze stuk voor stuk zinvol vind:
Lees verder….

Deel dit bericht:
jun 192015
 

docentprofessionaliseringSURF heeft door de Universiteit Utrecht een inventarisatie laten uitvoeren naar de ICT-docentprofessionalisering. Het rapport is te downloaden via de kennisbank van SURF.
Naast de beschrijving van de resultaten van de inventarisatie worden er good practices uit het hbo en wo gepresenteerd. Aan bod komen: Fontys Hogescholen, Hogeschool Utrecht, Hogeschool van Amsterdam, NHTV, Open Universiteit, Saxion, SUMMA Master Geneeskunde (Universiteit Utrecht), TU Delft, Wageningen Universiteit and Research centre.

De auteurs beschrijven ook de volgens hun belangrijkste en meest inspirerende lessen die in de good practices naar voren komen. Ik heb ze hieronder integraal overgenomen. De accentueringen heb ik toegevoeg:

  • De ICT-infrastructuur binnen de instelling is op orde, zodat een goede integratie van ICT in het onderwijs mogelijk is.
  • Er is een fijnmazige en gevarieerde ondersteuningsstructuur beschikbaar waarin ICT-ondersteuners, technische en onderwijskundige ondersteuners nauw met elkaar samenwerken. In ieder geval op decentraal niveau en meestal ook op centraal niveau. Het ontwikkelen van ICT geïntegreerd onderwijs vindt eigenlijk altijd in multidisciplinaire teams plaats waarin docenten, samen met ICT- en onderwijskundige ondersteuners onderwijs ontwikkelen (TPACK-model).
  • De instellingen hebben een visie op ICT in het onderwijs. Het instellingsbeleid op het gebied van onderwijs en ICT wordt actief ondersteund vanuit het college van bestuur en gevoed vanuit decentraal niveau, bijvoorbeeld met een programmaregiegroep, klankbordgroepen, kennistafels of ICT-tafels. Ervaringen en resultaten van ICT- ontwikkelprojecten worden over facultaire grenzen heen gedeeld. Voor het draagvlak en ter inspiratie is het organiseren van project- en productpresentaties en onderlinge uitwisseling op instellingsniveau belangrijk.
  • Studenten worden ingezet in de professionalisering en ondersteuning van docenten die ICT in hun onderwijs willen integreren en bij het maken van kennisclips.
  • Een aantal good practices hanteert een professionaliseringconcept waarin het vooral docenten zijn die elkaar helpen bij de ontwikkeling van ICT-geïntegreerd onderwijs, daarbij ondersteund door het tandem ICT/onderwijskundige ondersteuners. Het professionaliseringsconcept bestaat dus uit samen ontwikkelen of co- in plaats van ‘scholing’. Hierin kan een ontwikkeling naar professionele leergemeenschappen gezien worden. Voordelen van deze aanpak zijn onder andere de nabijheid, laagdrempeligheid, olievlekwerking en erkenning van door docenten zelf ontwikkelde deskundigheid (voorlopers, affiniteit). De overdraagbaarheid van deskundigheid van de ICT- en onderwijskundige professionals en de expertiseontwikkeling van de seniordocenten zelf blijkt echter in de praktijk toch minder snel te gaan dan verwacht. Dit weerspiegelt ook hoe complex de ontwikkeling van ICT-geïntegreerd onderwijs in de praktijk is.
  • De TPACK-benadering voldoet goed bij het ontwerpen van ICT geïntegreerd onderwijs/blended learning. Het zorgt ervoor dat de visie op leren leidend blijft in
    duurzame onderwijsontwikkeling en de ICT-tools niet de overhand krijgen: ICT als middel en niet als doel.
  • In de BDB/BKO-scholing is ICT geïntegreerd in de onderdelen onderwijsuitvoering en onderwijsontwikkeling. Vanwege de BDB/BKO-criteria moet de docent voorbeelden opnemen in het portfolio ter afronding van de BDB/BKO van eigen onderwijs waarin ICT is toegepast. De ontwikkeling van ICT-geïntegreerd onderwijs krijgt zo een stimulans door de invulling en toetsing van de BDB/BKO.
  • De ruimte om te experimenteren met ICT en nieuwe dingen in het onderwijs te ontwikkelen wordt geboden in de professionaliseringstrajecten terwijl er ook behoefte is om in de reguliere onderwijspraktijk met ICT te kunnen experimenteren. De tijd (ontwikkeluren en ruimte in het rooster) is daarvoor meestal afwezig.
  • Vooral in het hbo, maar ook bij de TU Delft, is de ontwikkeling van ICT- bekwaamheden van docenten zowel deel van het strategisch onderwijs beleid, als van het personeelsbeleid. HR is actief betrokken als aanbieder van aanvullende scholingstrajecten als bij het monitoren van de voortgang in docentontwikkeling in de reguliere cyclus van beoordelings- en ontwikkelingsgesprekken.
  • Met het gebruik van ICT- geïntegreerd onderwijs is aandacht nodig voor mediawijsheid, ethiek en de waarborging van een veilige leeromgeving, bijvoorbeeld als
    sociale media ingezet worden in het onderwijs.
Deel dit bericht:
jun 182015
 

ORD2015De keynote van Bas Haring was weer leuk, interessant en prikkelend. De sessie over Learning Analytics was weer een voorbeeld van waar de VOR en ICT niet altijd even aligned zijn. De sessie over weblectures op basis van onderzoek dat gedaan is/wordt bij de MLI van Inholland was interessant (maar bekend omdat ik twee van de drie thesissen die gepresenteerd waren al intensief gelezen had). Maar dé sessie van de dag was voor mij toch wel “Technologie in actie. Over de rol van materialiteit in onderwijs en leren“. Al was het maar omdat ik het woord “Materialiteit” niet kende. Wikipedia kent het wel, maar daar is het een term uit de accounting en auditing, en dat was het hier zeker niet. Het gaat hier om de materiële elementen van onze wereld en meer specifiek in dit geval de technologie die we inzetten in ons onderwijs.

Daarbij moet je technologie dan wel ruim zien, een boek, een krijtbord, tafeltjes en stoelen, het zijn allemaal materiële elementen.

Centrale boodschap: technologie is niet neutraal. Het leidt altijd tot een transformatie van de werkelijkheid. Bepaalde aspecten van die werkelijkheid worden versterkt of verzwakt. Je moet in het onderwijs bewust gebruik maken van de mogelijkheden van de technologie en niet zomaar uitsluitend substitutie toepassen.

Joke Voogt, Jo Tondeur (bijgestaan door Ellen De Bruyne), Virginie März en Mathias Decuypere gingen elk in op een deelaspect hiervan. Joke keek naar het theoretisch model erachter, ze ging bijvoorbeeld in op Ihde (1993) die een viertal relaties van technologie onderscheidt:

  1. Inlijvingsrelatie – bv bril, auto. Techniek is een verlengstuk voor de mens.
  2. Hermeneutische relatie – bv thermometer, simulatie op computer.  Technologie geeft een representatie van de werkelijkheid en de mens moet deze interpreteren.
  3. Alteriteitsrelatie – bv  thermostaat, de “rekentuin“. Mens interacteert met de werkelijkheid via technologie / de technologie als “quasi ander”.
  4. Achtergrondsrelatie – bv licht, elektriciteit. De onopgemerkte technologie, was maar meer technologie zo.

Zij pleit voor het openbreken van de black box die ICT in het onderwijs vaak nog is, zodat we bewuster nadenken over waarom we welke ICT op welke manier voor welk doel inzetten.

Jo Tondeur vertelde over een inventarisatie van het ontwerp van klaslokalen die ze in België hebben uitgevoerde en Ellen de Bruyne lichtte een aantal casussen toe. Het uitgebreide artikel dat ze hierover schreven is hier online te vinden.
Virginie März ging in op de Vlaamse variant op het Digitaal OverdrachtsDossier, daar de BaSO-fiche genaamd en het effect die dat dossier had op de verhoudingen en relaties tussen ouders en docenten, de wijze waarop docenten oordelen over leerlingen vastleggen etc.

Mathias Decuypere ging ook in op de inrichting van leslokalen, maar dan specifiek in relatie tot de positie van het (projectie-)scherm. Afhankelijk van de inrichting zijn bepaalde werkvormen wel of juist niet mogelijk (compatibel of niet).

Nu kun je zeggen “als je uit gaat van didactische vragen, dan kom je van daaruit vanzelf wel bij de functionele wensen van de technologie. In een ideale wereld kan ik me daar wat bij voorstellen. Maar ik vrees dat onze wereld niet zo ideaal is dat je daar vanuit kunt gaan. Wel denk ik dat je niet van elke docent kunt/mag verwachten dat hij/zij al de eigenschappen van technologie kent. Daar zal hij/zij ondersteuning bij nodig hebben.

Grappig was overigens wel dat Jo Tondeur aangaf dat ze de invloed van mobiele apparaten op het onderwijs nog niet hadden kunnen onderzoeken omdat daar ik Vlaanderen nauwelijks al gebruik van gemaakt werd. Zijn verwachting was dat het leidt tot flexibeler gebruik. Mijn vraag is dan waarom we soms zo ingewikkeld doen over Steve Jobs-scholen die ook mobiel gebruik van ICT toepassen.

Belangrijkste kritiekpunt bij de verhalen van vandaag is wat mij betreft dat ze nog heel ver weg zijn van de vraag “en wat doen we dan met die kennis? hoe maken we dan het onderwijs beter?”.  We doen onderzoek immers niet alleen om het onderzoek. Dat is hopelijk iets voor de ORD 2016 in Rotterdam.

p.s. Ruben Vanderlinde vervulde de referententrol op uitstekende wijze. Mooi als er ook positief kritische noten bij presentaties / onderzoek geplaatst worden.

p.p.s. de verschillende presentaties staan nog niet online, maar de sprekers waren beschikbaar voor vragen via de mail.

p.p.p.s. en zeg nou zelf: Materialiteit klinkt toch veel beter dan Technologie? 😉

Deel dit bericht:
jun 112015
 

Via Emerge kwam ik een drietal berichten/verslagen tegen over Effectief digitaal feedback geven. Aan bod komen o.a. de ervaringen met met Peermark, Grademark, Turnitin, Winvision, o.a. op basis van de ervaringen opgedaan in het SCALA project (SCaffolding Assessment for LeArning). Klik op de afbeelding hieronder om naar het bericht te springen:

effectief_digitaal_feedback_geven_1

effectief_digitaal_feedback_geven_2

effectief_digitaal_feedback_geven_3

p.s. helemaal iets anders: zou het voor SURF en andere subsidie verstrekkende instanties, maar ook voor bijvoorbeeld congresorganisaties niet een idee zijn om bij het laten beoordelen van voorstellen ook zoiets als Turnitin te gebruiken? Scheelt tijd en het maakt het voor reviewers veel gemakkelijker om feedback per onderdeel te geven.

Deel dit bericht: