Tip: The Coding Train

 Gepubliceerd door om 19:44  Programmeren
feb 092020
 

The Coding Train is eigenlijk een site die niet heel veel toelichting nodig heeft. Je kunt beter gewoon een paar filmpjes van Daniel Shiffman bekijken. Dan weet je snel genoeg of het iets voor je is of niet.

Ik kwam er zelf pas heel recent langs, deze maffe aflevering van Coding in the Cabana was mijn kennismaking. Daarna bekeek ik ook de andere twee afleveringen die er in die serie al waren en ging ik verder met de andere tutorials op het kanaal. Het zal er wel mee te maken hebben dat ik een nerd ben en er dus van kan genieten als een andere nerd helemaal uit zijn dak gaat als hij een programmeeruitdaging opgelost heeft.

Dat Daniel met Processing of P5JS werkt helpt daarbij absoluut omdat al zijn oplossingen wel een grafische component hebben. Dat maakt de resultaten ook interessant, zoals bij deze bijvoorbeeld:

Genoeg gepraat erover: gewoon even kijken! (en laat even weten wat je er van vind).

Deel dit bericht:
feb 072020
 

Dat arme GIF. Ooit was het geliefd, toen controversieel vanwege de patenten die er op zaten. Toen die eenmaal verlopen waren ontdekten mensen dat je ook animaties kon maken met een GIF en wat ooit een “animated GIF” was, werd gewoon een “GIF” (uitgesproken als “JIF” blijkbaar).
En ik moet bekennen dat ik er ook een fan van aan het worden was. Op mijn telefoon is het heel eenvoudig om van een filmpje een GIF te maken en dat kun je dan ook weer heel eenvoudig in een blogpost of een tweet opnemen. Speelt automatisch af, is (na invoegen) te resizen, loopt, geen geluid eronder, ideaal dus.

Dat was zo totdat ik Google liet checken of een aantal wijzigingen in de configuratie van de server tot gevolg hadden gehad dat de pagina’s hier sneller geladen werden.

Lees verder….

Deel dit bericht:
feb 042020
 

Dit bericht valt in de categorie “hoezo, daar had je nog niet van gehoord?”. Mijn  internet-router thuis heeft een firewall, mijn laptop en mijn desktop hebben een firewall. Voor Linux had ik wel eens van iptables gehoord, maar dat was zo’n mysterieus ding waar ik nooit verder ingedoken was. Als je “gewoon” een website hebt op een shared server, dan doe je er niets mee. Dus tja, hoe moest ik weten (bijna 8 jaar geleden!)  dat op mijn VPS (Virtual Private Server) waar ik Webmin en Virtualweb op geïnstalleerd had, niet over deze extra beveiliging beschikte.

Of in ieder geval, niet op een manier die ook iets leek te kunnen doen aan de toch wel irritante, met enige regelmaat terugkomende pogingen om mijn server te hacken. Die hadden dan alleen tot gevolg dat de arme machine volledig overspoeld werd met verzoeken om in te loggen of om pagina’s op te vragen.

Toen ik afgelopen zondag, toen het dashboard van Webmin weer eens aangaf dat de server het heel erg druk had (en niet vanwege het enorme aantal echte bezoekers) en ik hem hardhandig moest rebooten om weer in de lucht te krijgen, kwam ik tijdens een zoektocht naar mogelijke oplossingen pas voor het eerst ConfigServer Security & Firewall (csf) tegen. Zoals altijd, toen ik die afkorting “csf” eenmaal kende kwam ik een enorme hoeveelheid berichten erover tegen, maar dat was toen voor het eerst.

Lees verder….

Deel dit bericht:

Node-RED + InfluxDB in Docker

 Gepubliceerd door om 23:43  Internet, Tools
mei 192019
 

Ik kreeg via de mail een vraag over Node-RED en InfluxDB, maar had net even geen server beschikbaar met beide geïnstalleerd. Hoe kon ik nu testen of ik het probleem kon reproduceren?

Docker to the rescue!

Ik heb op mijn laptop Docker geïnstalleerd staan. Ik kan nu niet helemaal uitleggen wat Docker is en hoe je het installeert, zie daarvoor ook de eerdere berichten op dit weblog. Maar het installeren van een server met Node-RED was heel simpel.

Lees verder….

Deel dit bericht:
jan 132019
 

Op Where The Smiles Have Been kwam ik een handige tip tegen voor als je op zoek bent naar een leuk / geschikt lettertype. Bijvoorbeeld om te snijden op een snijplotter of gewoon in een presentatie of afbeelding.

Op https://wordmark.it/ kun je een snel overzicht krijgen van hoe een woord of een aantal woorden er uitzien in de lettertypes die beschikbaar zijn op jouw computer. Je kunt ze in het wit op zwart of zwart op wit bekijken.

Ik moest wel even overschakelen naar Internet Explorer omdat ik op Chrome geen gebruik meer maak van Flash en de site heeft Flash nodig om alle lokale fonts te kunnen lezen.

Deel dit bericht:
apr 092018
 

Nee, ik ben niet boos. Maar veel andere mensen blijkbaar wel. En ik snap het ook wel een beetje. Padlet heeft namelijk onlangs haar gratis aanbod drastisch naar beneden bijgesteld.

Als nieuwe gebruiker mag je nu nog maar 3 padlets aanmaken in het gratis plan. Voor bestaande gebruikers ligt het er aan hoe veel bestaande padlets je al had. Ik heb geluk, mijn quotum ligt op 41 padlets. Wil ik er meer dan moet ik overstappen op het betaalde plan.

Weer een bedrijf dat gaat voor het grote geld? Nou, niet echt. ik werd via Richard Byrne gewezen op de uitgebreide uitleg van de baas van Padlet (en toen pas zag ik dat voor nieuwe gebruikers het aantal zo laag lag). Een van de dingen die in het bericht staat is dit:

We are a 6 person company of 5 super talented people: 3 engineers — SY, Linh, and Colin; 1 designer — Gerard, 1 support person — Carla. And then there’s me. Close to 10 million people come to Padlet every month. That’s 3 million people for every engineer to support every month. Carla answers over a 100 emails every day.

Oef. Dat zijn heel weinig mensen om een dienst betrouwbaar in de lucht te houden, gebruikers te ondersteunen en functionaliteit toe te voegen.

[…]

Je ziet het niet aan de blogpost, maar terwijl ik hem zat te typen realiseerde me dat ik meer wilde doen dan alleen de makers een hart onder de riem steken middels dit bericht. Dus heb ik mijn account omgezet naar een betaald account. Hoeveel jaar ik die $99 per jaar wil betalen? Geen idee. Maar minimaal voor het eerste jaar.
En eigenlijk is het simpelweg te hopen dat voldoende andere mensen dat ook doen. Lees de uitgebreide uitleg, beslis voor jezelf.
Ik gebruik Padlet soms een maand of twee niet, maar als ik snel een overzicht van bronnen wil maken dat er ook aantrekkelijk uitziet als je deelt, dan wel. Bijvoorbeeld deze: https://padlet.com/PiAir/lasersnijden

Daarom dus.

Deel dit bericht:
apr 022018
 

De SonicPi software bestaat al lang. Maar ik heb er nog niet eerder over geschreven. Bij deze dus. Want eigenlijk kan dat natuurlijk niet.

Even vooraf: de SonicPi software verwijst in zijn naam naar de Raspberry Pi, maar je hebt geen Raspberry Pi nodig, de software draait ook gewoon op Windows, een Mac of Linux. Je kunt hem gratis downloaden en voor Windows is er ook een “portable” versie, die hoef je dus niet te installeren, kun je gewoon op een USB-stick zetten.

Wat is SonicPi en waarom zou je er iets mee moeten?
Dat kan ik je waarschijnlijk het beste door de bedenker (Sam Aaron) ervan laten uitleggen. Het filmpje hieronder is al uit 2015 (er zijn oudere filmpjes):

De introductie lijkt erg op het verhaal van Felienne bij haar Python/programmeren en kunst workshop.  En daarmee bedoel ik richting beiden niets negatief. Integendeel. Beiden maken duidelijk dat maar een bepaalde (kleine) groep speciale mensen enthousiast wordt van programmeren. En ook Sam Aaron maakt duidelijk dat het een stuk eenvoudiger is om kinderen enthousiast te maken over programmeren als je ze ook echt iets geeft waar ze enthousiast over worden.

Nou moet ik bekennen dat dit, net als verhalen bedenken in Python, natuurlijk ook weer niet voor elke leerling zal gelden. Ik heb vanmiddag een uurtje zitten spelen met SonicPi en zo goed als Sam zal ik waarschijnlijk nooit worden. Sowieso, kijk maar eens hoe veel werk het is om onderstaande track te maken.

Lees verder….

Deel dit bericht:
mrt 252018
 

Toen ik met Resin.io en Docker aan de slag ging voor de TTN Gateway verliep het installatieproces probleemloos en snel. Inmiddels ben ik er ook achter dat het een andere verhaal wordt als je zelf een image wilt aanmaken.

Installatie op mijn laptop ging op zich wel, al heb ik uiteindelijk gekozen voor de Docker Toolbox omdat de “officiële” huidige versie op het eerste Windows 10 systeem waar ik het uitprobeerde voor de nodige problemen zorgde. Sommige containers werken daar heel mooi. Zo wist ik oude tijden te laten herleven door Etherpad te installeren op basis van deze container. Voor de jongeren onder ons: voordat Google documenten en Microsoft Word online het mogelijk maakten om samen, online, aan hetzelfde document te werken, was er al een gratis online dienst (Etherpad) die dat ook mogelijk maakte. Niet zo fancy als de anderen, maar gratis in een tijd dat nog niemand anders dat kon. Toen de dienst offline ging hebben ze de code en installatie open source beschikbaar gemaakt. Ook R en RStudio kreeg ik aan de praat met dank aan deze uitgebreide handleiding.

Installeren van Docker op een Raspberry Pi ging ook niet zonder slag of stoot. De installatie via Hypriot vergt dat ik ofwel de image via hun eigen flash-tool (geen Windows versie) uitvoer ofwel een vast netwerkverbinding heb. Omdat ik 2 Raspberry Pi zero’s ter beschikking had, was dat niet direct een handige optie. Rechtstreeks installeren op een bestaande image met deze instructies leek te werken, maar als ik docker probeerde op te starten kreeg ik niet meer dan een foutmelding.

Uiteindelijk ben ik dus met Resin.io aan de slag gegaan. Het coole daarbij was en is het heel eenvoudig is om meerdere apparaten toe te voegen. Wijzigingen worden dan automatisch naar alle apparaten doorgestuurd zodat ze steeds allemaal de laatste versie van de container(s) hebben. Ik zet de (s) even tussen haakjes. Ook via Resin.io kun je meerder containers tegelijkertijd op een machine laten draaien. De setup daarvan is echter ook weer even net wat ingewikkelder dan met één container.

En voor je het weet ben je dus wel meer dan even bezig met het onder de knie krijgen van een systeem dat eigenlijk tijd zou moeten besparen.  Tja, in ieder geval wat geleerd. 🙂

Deel dit bericht:
mrt 222018
 

Tijdens mijn promotieonderzoek heb ik veel gebruik gemaakt van SQL-server (daar zat de logdata van de opnames van de colleges waar ik onderzoek naar deed in) en SPSS (als toen meest voor de hand liggend statistiekpakket).

Ik heb sindsdien al vaker geconstateerd dat als ik nú nogmaals dat onderzoek zou doen ik waarschijnlijk in ieder geval SPSS zou hebben vervangen door R. Dat komt voor een belangrijk deel door de ervaringen die ik opgedaan heb tijdens de Data Science specialisatie bij Coursera een paar jaar geleden waar gebruik gemaakt wordt van R en de verschillende uitbreidingen.

Nou zorgt R er voor dat je eenvoudig je analyses, script, omgevingen, rapportages etc. kunt opslaan op een manier die reproductie ervan achteraf mogelijk maakt. Maar wat nou als die afhankelijk zijn van een specifieke versie van R of van de plugins? Dan biedt Docker een oplossing. Daarmee kun je namelijk “containers” downloaden die bestaan uit een specifiek setup van een R-versie en plugins. Eventueel kun je eigen specifieke plugins en uitbreidingen installeren en dan als eigen image bewaren. Dat is dan een bestand dat je bewijze van spreken bij de data en scripts kunt archiveren. Zolang Docker beschikbaar is kun je dan ten alle tijden die versie van de setup, exact zoals jij hem gebruikt hebt, opstarten en de analyses reproduceren. Mocht je dat willen dan kun je dus ook niet alleen de data maar ook de omgeving open access beschikbaar stellen en delen met andere onderzoekers. Die hoeven dan niet helemaal een omgeving in te richten met die tools, maar kunnen hem draaien naast eventueel andere omgevingen die ze zelf hebben. En ook: nieuwe laptop van de baas? Geen probleem. Als je docker installeert kun je in no time je omgeving weer opstarten en beschikbaar hebben met de setup die je had.

Super toch? En dat allemaal zonder jaarlijkse licentiekosten!
Overigens, het Rocker Project dat zorgt voor R-images binnen Docker bestaat al lang (sinds 2014)

Deel dit bericht:
mrt 122018
 

Ik moet er soms nog wel aan wennen dat samenwerken met “externen” binnen bedrijven, en dus ook onderwijsinstellingen, vaak nog zo’n dingetje is dat logisch lijkt, maar als het om systemen gaat, heel gevoelig ligt. Immers, het delen van digitale data kan, als het onbedoeld gebeurt, heel vervelende krantenkoppen opleveren.

En ik heb zelf ook al gemerkt dat bv het samenwerken in Dropbox en Google Drive heel eenvoudig kan, het samenwerken in Onedrive voor bedrijven vergt de juiste instelling van rechten aan beide kanten (zowel bij ons als bij de onderwijsinstelling waar je mee samen wilt werken). Het samenwerking in Microsoft Teams ging eerst alleen met mensen binnen je eigen onderwijsinstelling, toen ook met mensen die ook een Office365-account hadden (dus bv een hotmail/live.com account) en nu eindelijk dan ook met de rest van de wereld.

Dat betekent dat iemand niet persé een Microsoft gerelateerd mailaccount hoeft te hebben om aan een team deel te nemen. Je kunt ook bv iemand met een @gmail.com mailadres uitnodigen. Voordat die persoon dan toegang heeft, moet hij/zij wel nog even een paar dingen doen: een wachtwoord toevoegen is logisch. Je geboortedatum invullen zal wel zijn om te controleren of je wel oud genoeg bent om deel te nemen. Het verplichte telefoonnummer voor het geval je je inloginfo kwijt raakt vond ik al wat irritanter.  Maar goed, het werkt.

Deel dit bericht: