okt 182018
 

Na de redelijk eenvoudig verlopen tests van gisterenavond met het snijden van vinyl stickers op de Silhoute Cameo, lag het eigenlijk wel voor de hand dat ik vandaag té enthousiast aan de slag zou gaan met de volgende uitdaging: het snijden van Metallic Gekleurd Karton. Dit is karton van 250 g/m², stevig genoeg dus om doosjes of andere verpakkingen van te maken.

De Silhouette Studio software kent dat papier uiteraard niet en als jij het koopt, dan haal je het wellicht gewoon bij de Action of koop je het online op een andere plek en heeft het mogelijk een andere dikte.  Onthou dan alvast de bekende stelregel:

Bij een snijplotter kun je daarvan maken: 2 keer testen, dan 1 keer goed laten snijden.
Zoals je uit de inleiding al kon verwachten deed ik dat niet. Ik maakte op templatemaker.nl een ontwerp voor een doosje, importeerde de SVG, plaatste hem bijna A4 vullend op het werkblad, koos cut en score in combinatie met : cardstock, plain” en stuurde de opdracht naar de snijplotter.

Het resultaat was dat ik weliswaar de lijnen kon zien in het karton, maar hij was niet uitgesneden. Balen.

Dus ben ik aan de slag gegaan met kleine testfiguurtjes. De software heeft een testoptie, maar die snijdt alleen en ik wilde ook de rillijn testen omdat ik bij het 80 grams papier al problemen gehad had dat de snijplotter de rillijnen daar als snijlijnen uitvoerde. Dus tekende ik een vierkantje met een rillijn door het midden.

Ook maakte ik een nieuwe materiaalsoort aan “Metalic karton” zodat ik als ik eenmaal de juiste instellingen had, die eenvoudig kon selecteren voor vervolgopdrachten.

De eerste test met Speed 1, Force 15 en Pass 1, gaf weliswaar een vouw, maar die was te diep naar mijn smaak, een test met Force 10 gaf een beter resultaat.
Ook voor de buitenkant had ik een paar tests nodig. Uiteindelijke bleek daar Speed 1, Force 33, Pass 2 een goed resultaat te geven.

Na de tests op het vierkantje wilde ik wel een wat groter exemplaar van het doosje proberen. Niet té groot, het was nog een test. Toen bleek een ander probleem: het ontwerp was nog niet optimaal. Op templatemaker.nl kun je aangeven hoe groot de lijmflappen moeten zijn, die staat standaard op 0.75 en dat leverde bij zo’n klein doosje een te kleine lijmflap op. Aanpassen naar 1.25 hielp om voldoende flap te krijgen om het kleine doosje ook te kunnen lijmen. Testen van je ontwerp heeft dus niet alleen met de snijplotter te maken!

Andere les: gebruik je resten!
Bij een gewone printer gebruik je meestal steeds een nieuw, leeg vel. Maar bij een snijplotter kun je kleinere stukken ook hergebruiken. Zeker als je een snijmat gebruikt, dan kun je resten van een A4 gebruiken om kleinere vormen uit te snijden. Scheelt je heel wat geld.

Deel dit bericht:
apr 022018
 

De SonicPi software bestaat al lang. Maar ik heb er nog niet eerder over geschreven. Bij deze dus. Want eigenlijk kan dat natuurlijk niet.

Even vooraf: de SonicPi software verwijst in zijn naam naar de Raspberry Pi, maar je hebt geen Raspberry Pi nodig, de software draait ook gewoon op Windows, een Mac of Linux. Je kunt hem gratis downloaden en voor Windows is er ook een “portable” versie, die hoef je dus niet te installeren, kun je gewoon op een USB-stick zetten.

Wat is SonicPi en waarom zou je er iets mee moeten?
Dat kan ik je waarschijnlijk het beste door de bedenker (Sam Aaron) ervan laten uitleggen. Het filmpje hieronder is al uit 2015 (er zijn oudere filmpjes):

De introductie lijkt erg op het verhaal van Felienne bij haar Python/programmeren en kunst workshop.  En daarmee bedoel ik richting beiden niets negatief. Integendeel. Beiden maken duidelijk dat maar een bepaalde (kleine) groep speciale mensen enthousiast wordt van programmeren. En ook Sam Aaron maakt duidelijk dat het een stuk eenvoudiger is om kinderen enthousiast te maken over programmeren als je ze ook echt iets geeft waar ze enthousiast over worden.

Nou moet ik bekennen dat dit, net als verhalen bedenken in Python, natuurlijk ook weer niet voor elke leerling zal gelden. Ik heb vanmiddag een uurtje zitten spelen met SonicPi en zo goed als Sam zal ik waarschijnlijk nooit worden. Sowieso, kijk maar eens hoe veel werk het is om onderstaande track te maken.

Lees verder….

Deel dit bericht:
mrt 222018
 

Tijdens mijn promotieonderzoek heb ik veel gebruik gemaakt van SQL-server (daar zat de logdata van de opnames van de colleges waar ik onderzoek naar deed in) en SPSS (als toen meest voor de hand liggend statistiekpakket).

Ik heb sindsdien al vaker geconstateerd dat als ik nú nogmaals dat onderzoek zou doen ik waarschijnlijk in ieder geval SPSS zou hebben vervangen door R. Dat komt voor een belangrijk deel door de ervaringen die ik opgedaan heb tijdens de Data Science specialisatie bij Coursera een paar jaar geleden waar gebruik gemaakt wordt van R en de verschillende uitbreidingen.

Nou zorgt R er voor dat je eenvoudig je analyses, script, omgevingen, rapportages etc. kunt opslaan op een manier die reproductie ervan achteraf mogelijk maakt. Maar wat nou als die afhankelijk zijn van een specifieke versie van R of van de plugins? Dan biedt Docker een oplossing. Daarmee kun je namelijk “containers” downloaden die bestaan uit een specifiek setup van een R-versie en plugins. Eventueel kun je eigen specifieke plugins en uitbreidingen installeren en dan als eigen image bewaren. Dat is dan een bestand dat je bewijze van spreken bij de data en scripts kunt archiveren. Zolang Docker beschikbaar is kun je dan ten alle tijden die versie van de setup, exact zoals jij hem gebruikt hebt, opstarten en de analyses reproduceren. Mocht je dat willen dan kun je dus ook niet alleen de data maar ook de omgeving open access beschikbaar stellen en delen met andere onderzoekers. Die hoeven dan niet helemaal een omgeving in te richten met die tools, maar kunnen hem draaien naast eventueel andere omgevingen die ze zelf hebben. En ook: nieuwe laptop van de baas? Geen probleem. Als je docker installeert kun je in no time je omgeving weer opstarten en beschikbaar hebben met de setup die je had.

Super toch? En dat allemaal zonder jaarlijkse licentiekosten!
Overigens, het Rocker Project dat zorgt voor R-images binnen Docker bestaat al lang (sinds 2014)

Deel dit bericht:
mrt 122018
 

Ik moet er soms nog wel aan wennen dat samenwerken met “externen” binnen bedrijven, en dus ook onderwijsinstellingen, vaak nog zo’n dingetje is dat logisch lijkt, maar als het om systemen gaat, heel gevoelig ligt. Immers, het delen van digitale data kan, als het onbedoeld gebeurt, heel vervelende krantenkoppen opleveren.

En ik heb zelf ook al gemerkt dat bv het samenwerken in Dropbox en Google Drive heel eenvoudig kan, het samenwerken in Onedrive voor bedrijven vergt de juiste instelling van rechten aan beide kanten (zowel bij ons als bij de onderwijsinstelling waar je mee samen wilt werken). Het samenwerking in Microsoft Teams ging eerst alleen met mensen binnen je eigen onderwijsinstelling, toen ook met mensen die ook een Office365-account hadden (dus bv een hotmail/live.com account) en nu eindelijk dan ook met de rest van de wereld.

Dat betekent dat iemand niet persé een Microsoft gerelateerd mailaccount hoeft te hebben om aan een team deel te nemen. Je kunt ook bv iemand met een @gmail.com mailadres uitnodigen. Voordat die persoon dan toegang heeft, moet hij/zij wel nog even een paar dingen doen: een wachtwoord toevoegen is logisch. Je geboortedatum invullen zal wel zijn om te controleren of je wel oud genoeg bent om deel te nemen. Het verplichte telefoonnummer voor het geval je je inloginfo kwijt raakt vond ik al wat irritanter.  Maar goed, het werkt.

Deel dit bericht:
mrt 042018
 

Twitter komt weer met wat nieuws “Bladwijzers”. Ze maken het mogelijk om tweets te bewaren die je later terug wilt kunnen vinden. Eigenlijk dus wat de meeste mensen doen met de “Leuk” knop. Belangrijk verschil is dan dat een “Leuk” voor iedereen zichtbaar is en “Bladwijzers” niet.

Vreemd genoeg is de functionaliteit wel al beschikbaar in de iOS en Android app, maar nog niet op de website zelf. Je zou denken dat ze dat gelijktijdig implementeren, want bladwijzers die je op je telefoon toevoegt zijn nu niet te vinden vanaf je laptop.

Ik vind het zelf weer zo’n moeizame poging om Twitter eenvoudiger te maken. Eigenlijk een beetje zoals ze “Momenten” hebben ingevoerd:

‘Momenten’ zijn beheerde verhalen over wat er gebeurt – en die mogelijk worden gemaakt door Tweets. Het is eenvoudig om je eigen verhaal te maken met Twitter Momenten. Zodra je klaar bent, is je verhaal hier te zien.

Bij mij is dat overzicht nog leeg. Heb er nooit behoefte aan gehad (binnen Twitter). De extra privacy van een bladwijzer zal voor sommige mensen interessant zijn, anderen kunnen net zo goed de “Leuk” knop gebruiken en de auteur van de tweet (en anderen) openbaar laten weten dat de tweet de moeite van het bewaren in ieder geval waard was.

Deel dit bericht:
feb 172018
 

Goed, eigenlijk zou ik blij moeten zijn van de aanpassing die Google afgelopen week doorgevoerd heeft in haar zoekpagina voor afbeeldingen. Als onderdeel van de afhandeling van de schikking met Getty Images heeft Google namelijk toegezegd om duidelijker te maken dat er auteursrecht rust/kan rusten op afbeeldingen die je via Google kunt vinden én ze hebben de knop verwijderd waarmee je de afbeelding buiten de context van de pagina waar hij op staat kon bekijken.
En daar zou ik blij mee moeten zijn omdat dit een té handige manier voor veel docenten, studenten en mensen die in het onderwijs leermateriaal maken. PowerPoint maken met afbeeldingen? Even zoeken in Google en dan knippen en plakken in de presentatie. Plaatjes voor een verslag of een stukje (online) lesmateriaal? Idem.

Wil je die PowerPoint, dat verslag of lesmateriaal daarna breder delen dan gaat het mis. Je moet dan namelijk minimaal voor al die afbeeldingen gaan controleren of er auteursrecht op zit, of er bijvoorbeeld een Creative Commons licentie op zit etc.

Het is dus veel handiger als dat meteen al vooraf gedaan is, de nodige bronvermelding beschikbaar is etc.

Natuurlijk, wie een beetje weet hoe een browser werkt, weet dat een rechtermuisklik op de afbeelding en kiezen voor “Afbeelding openen in nieuw tabblad” genoeg is om alsnog de afbeelding te bekijken. En natuurlijk is er ook al een oplossing in de vorm van een plugin voor Google Chrome en Firefox. Handig, dat wel, maar eigenlijk zou het mooier zijn als ze duidelijker zouden aangeven wat het auteursrecht op een afbeelding daadwerkelijk is (voor zover bekend).

Dat zal niet zo gemakkelijk zijn als dat het bij Wikipedia is, maar daar heb je wel een situatie waarbij je daadwerkelijk van mensen mag verwachten dat ze op een juiste manier melding maken van het bijbehorende auteursrecht. De screenshot hieronder is van een foto van Sasha Krotov.

Ik snap het dus als mensen niet blij zijn met de aanpassing. Het zal de rechthebbenden wellicht (een beetje) tevreden stellen, maar “gewone” gebruikers zullen het zien als “lastig”.

Deel dit bericht:
feb 152018
 

We versturen allemaal heel wat afbeeldingen via WhatsApp. Is immers heel gemakkelijk: even op het paperclipje klikken, via Galerij een afbeelding selecteren en klaar.

Klein nadeel: afbeeldingen worden gecomprimeerd als je ze via WhatsApp verstuurd. In de regel niet zo’n probleem voor kiekjes die je gewoon even op je telefoon wilt bekijken, maar als je bv de afbeeldingen in volledige kwaliteit wilt bewaren of als je bijvoorbeeld foto’s van een 360-graden camera wilt doorsturen dan kun je beter niet kiezen voor de optie Galerij maar moet je kiezen voor Document.
WhatsApp verstuurd de afbeelding dan namelijk met volledige kwaliteit en met alle interne metadata. Dat betekent bij een 360-graden foto bijvoorbeeld ook dat de ontvanger die weer gewoon kan uploaden naar Facebook en dat hij daar dan ook weer als 360-graden foto gezien wordt.

Deel dit bericht:
feb 022018
 

Met dank aan Bert Frissen wordt ik via Facebook op de hoogte gehouden van Maastrichtse dialectwoorden. Die deelt hij als ze beschikbaar komen via dit Facebook-account. Dit keer was het woord “govie” (klik even op de link om ook de uitspraak te horen).

Ik moest meteen denken aan Flikken Maastricht (al moet ik bekennen dat ik de serie nooit gezien heb). Maar ja, dan was de naam van die serie dus eigenlijk verkeerd. Dat moest aangepast worden. Nou had ik AVROTROS kunnen benaderen en ze kunnen voorstellen om de naam van de serie te wijzigen in “Govies Maastricht”, maar ik schatte de kans op succes van die actie niet zo heel hoog in.

Veel eenvoudiger is het om de pagina bij uitzending gemist (of “NPO Start” zo je wilt) tijdelijk aan te passen zodat ik er een screenshot van kon maken. In Google Chrome gaat dat heel gemakkelijk:

Selecteer het woord in de pagina dat je wilt wijzigen en klik met de rechter muisknop. je ziet dan de optie “inspecteren”.

Je krijgt dan aan de rechterkant een venster waarmee je onder andere de HTML van de pagina kunt zien en als het goed is, dan is het stukje HTML waar het woord dat je geselecteerd had, al meteen geselecteerd. Dubbelklik er nog een keer op en je kunt de tekst wijzigen (dus in het venster aan de rechterkant).

De wijziging wordt meteen doorgevoerd in de webpagina. Ook als je daarna het inspectievenster weer sluit. De wijzigingen worden echter alleen lokaal doorgevoerd. Als iemand anders naar die URL gaat, dan ziet hij/zij gewoon de ongewijzigde pagina. Maar jij kunt er een screenshot van maken, als je wilt ook mét de oorspronkelijke URL erbij (zie de afbeelding boven bij het bericht).

Dit is zó eenvoudig te doen, dat een screenshot (bijvoorbeeld van een tweet) nooit als bewijs zou mogen dienen zonder dat ook op andere manieren geverifieerd kan worden dat deze ook daadwerkelijk de betreffende inhoud had.

 

Deel dit bericht:
jan 282018
 

De mogelijkheid bestaat al een tijd, maar ik gebruik Book Creator niet echt meer (al heb ik ooit met Frank Thuss een workshop erover gegeven tijdens De Onderwijsdagen in Rotterdam), dus had ik het nog niet gezien: met ingang van versie 5.1 kun je boeken ook online publiceren.

Die boeken zijn dan ook in de browser te lezen. Handig, want standaard zijn ze niet zomaar te vinden en de leverancier heeft allerlei zaken met betrekking tot privacy, niet tracken van het leesgedrag van de leerlingen etc. allemaal geregeld.

Maar het staat een leraar ook vrij de link met anderen te delen. Zoals Antje deed met het heel mooie Tier-Alliterationen ABC. Als je Duitse woordjes nooit leuk vond, dan moet je dit boekje toch even doorbladeren. Klik op het audio-icoontje om de uitspraak te horen. Super toch?

Deel dit bericht:
dec 302017
 

Een blogpost over een oplossing waarvan ik zelf inmiddels al geconstateerd heb dat hij tóch niet zo handig is? Moet kunnen. Want ik wil in ieder geval even documenteren hoe ik e.e.a. voor elkaar gekregen heb. Wie weet heeft iemand anders er toch nog wat aan.

Naast de fijnstofsensor voor het RIVM experiment heb ik er ook eentje gemaakt die ik in de woonkamer opgesteld heb. Gewoon om te zien hoe in huis eventueel het niveau fijnstof zou stijgen als we in de keuken aan het koken waren, of een paar uur wafels stonden te bakken.

Ik wilde de data snel kunnen verwerken zonder teveel gedoe met databases of zo, zou het niet handig en mogelijk zijn om de data op te slaan in een Google Sheet?

Ik weet inmiddels dat als ik het kan verzinnen, iemand anders dat ongetwijfeld ook al gedaan heeft. Zo ook nu. En lang geleden al.In 2011 schreef Martin Hawksey een script waarmee  je via een URL data door kunt geven aan  een Google Sheet. Je moet een Sheet aanmaken en dan in de Script editor het script inplakken. Eenmalig moet je dan de Setup() procedure uitvoeren en via Publish > Deploy as web app het script publiceren. Daarbij moet je er dan voor kiezen om het script ook voor “Anonymous” beschikbaar maken. Google zal dan moord en brand schreeuwen omdat het script niet door hen getest is etc.

De werking is dan eenvoudig. Op de eerste rij van de sheet zet je de namen van de waarden die je wilt doorgeven. Tip: noem de eerste kolom “Timestamp”, dan voegt het script automatisch datum en tijd in waarop de nieuwer data is ingevoerd.

Daarna kun je via GET of POST de data doorsturen naar de Google Sheet waarbij elke waarde gelijk moet zijn aan de titel van een kolom (hoofdlettergevoelig).

Ik gebruikte een NodeMCU ESP8266. Omdat Google een beveiligde verbinding gebruikt moet je gebruik maken van een andere bibliotheek dan normaal:

#include <WiFiClientSecure.h>
en
WiFiClientSecure client2;

Lees verder….

Deel dit bericht: