aug 212019
 

Dit is er eentje in de categorie “probleem dat al jaren bestaat en blijkbaar niet opgelost wordt”. Reddit.com is een van de grote sites die wél nog gewoon RSS-feeds aanbiedt van de verschillende communities.

En dat is handig, want als je niet zo’n dagelijkse Reddit gebruiker bent, dan kun je via bijvoorbeeld Feedly gemakkelijk op de hoogte blijven van nieuwe berichten. Maar laat nou juist dat Feedly grote problemen hebben met het bijwerken van de Reddit RSS-feeds. Dit bericht bij Reddit is van 2 jaar geleden en ook vandaag werkt het nog niet. Je kunt een feed wel toevoegen, maar in het beste geval zie je oude berichten van een paar maanden geleden.

De reactie van Feedly was dat ze steeds geblokkeerd werden door Reddit omdat ze populaire feeds te vaak wilden bijwerken. Tja.
Als je een eigen webserver hebt waar je PHP-pagina’s kunt plaatsen dan heeft deze site daar een oplossing voor. Het idee is dat je een eenvoudige PHP pagina aanmaakt met de volgende code:

<?php
header('Content-Type: application/xml; charset=utf-8');
header("Cache-Control: no-store, no-cache, must-revalidate, max-age=0");
header("Cache-Control: post-check=0, pre-check=0", false);
header("Pragma: no-cache");
echo file_get_contents("https://www.reddit.com/r/RTLSDR/new/.xml");
?>

Deze code haalt de RSS feed van de gewenste community op, in mijn geval van https://www.reddit.com/r/RTLSDR
Wil je de feed van een andere community volgen, dan moet je een tweede, derde, vierde etc bestand maken met steeds een wat andere naam.
De URL van het bestand geef je dan uiteindelijk aan Feedly door. Dan kun je wél de RSS-feed volgen:

Het is een beetje omslachtig, maar het werkt.

Deel dit bericht:
jul 272019
 


Dit weblog is even met zomerreces. Daarom dit bericht als “sticky” bericht bovenaan.
Woensdag 4 september vertellen scholen van iXperium Arnhem en Nijmegen hoe ze W&T implementeren via Maakonderwijs met ict.
Met een bijdrage van Astrid Poot, natuurlijk de leraren zelf en onderzoekers van het iXperium/Centre of Expertise Leren met ict die iets vertellen over het door het NRO mogelijk gemaakte onderzoek.

Schijf je alvast in voor na de vakantie! Aanmelden kan via deze pagina.

Tot over een paar weken!

Deel dit bericht:
jul 252019
 

Terwijl iedereen het warm heeft in Nederland en ook vandaag weer een nieuw warmterecord bereikt is, dacht ik “laat ik eens een blogpost over hitte maken”, schijnt actueel te zijn.

Was het ook voor mij, zo bleek. Sinds maandag ligt er namelijk een Raspberry Pi 1B in een (open) kistje in de tuin, verbonden aan de antenne voor de NOAA satellieten (zie dit bericht).
En die plek in de tuin wordt (zo weet ik inmiddels) overdag tamelijk warm. Elders had ik gelezen dat ook telefoons, laptops etc. problemen konden krijgen als ze het te warm krijgen (de Raspberry Pi 4 wordt uit zichzelf al snel te warm en schakelt dan terug in snelheid), dus wilde ik weten hoe warm die Raspberry Pi het had.

Uiteraard bleek al iemand anders het antwoord op die vraag uitgewerkt te hebben, in deze blogpost van Lars kun je het script vinden dat hij gebruikt. Ik zou meteen even het tweede, uitgebreidere script gebruiken dan krijg je ook de processorbelasting, het percentage gebruik van de micro-SD kaart en het geheugengebruik. Lars legt uit hoe je die informatie via MQTT kunt doorsturen. Hij stuurt het door naar een externe MQTT-server van Adafruit, ik gebruik (uiteraard) mijn eigen MQTT-server die onderdeel is van de Home Assistant installatie die de rest van de apparaten aanstuurt.

Daar bleek al snel dat de Raspberry Pi in de tuin het vandaag wel heel erg warm kreeg.

Na deze screenshot steeg de temperatuur nog door naar 101,4 °C. Dat is veel meer dan de 85 °C die als maximum voorgeschreven wordt. Het zit nog ruim onder de 125 °C die in het bericht genoemd wordt, maar voor mij was het voldoende reden om de Raspberry Pi af te sluiten en voor de rest van de dag maar even binnen neer te zetten. Er kwam een geur van de case af een beetje leek op een hete soldeerbout, lijkt me niet goed.
Ik heb de cronjob voor het script op 1 keer updaten elke 10 minuten staan. Bij gebruik van Home Assistant kan ik dan eenvoudig een waarschuwing instellen voor als de temperatuur boven de 90 °C uit komt. Niet direct noodzakelijk voor deze testopstelling die na morgen toch weer afgebroken wordt, maar handig om te weten ook voor de andere systemen die in huis in gebruik zijn. Omdat het hier om de temperatuur in de processor zelf gaat, is een graad of 40 °C hier helemaal geen probleem.

Het script werkte niet “zomaar” op mijn Raspberry Pi. Python was uiteraard al geïnstalleerd, maar voor het verkrijgen van de info en het versturen van berichten via MQTT waren twee andere libraries nodig:

sudo pip install paho-mqtt
sudo pip install psutil

Nou, en dan voor de geschiedenisboeken toch nog even een aantal andere temperaturen om het huis: De airco staat UIT op de studeerkamer op zolder, AAN op de eerste verdieping (waar de slaapkamers liggen). De serre heeft een dak van dubbellaags kunststof dus dat is een broeikast, maar zoals je ziet doet de volle zon op het balkon aan de voorkant van het huis (op het zuiden) ook haar werk.

Tja, gewoon rustig aan doen dus.

Deel dit bericht:
mei 302019
 

In Finland deed al (ruim) 1% van de bevolking mee aan een gratis online cursus over Kunstmatige Intelligentie (de makers gebruiken vooral de afkorting AI afkomstig van het Engelse “Artificial Intelligence”). Er is sinds kort ook een Nederlandse online cursus en ongeveer 10.000 mensen gingen je al voor en leerden wat AI is en hoe zij er nu al mee te maken hebben in hun dagelijkse leven. Doel van de makers is om ook in Nederland minimaal 1% van de bevolking (170.000 mensen) te bereiken.

De cursus bestaat uit 8 tracks en 4 cases. Het kost je ongeveer 8 uur om ze allemaal te doorlopen. Natuurlijk, je kunt proberen zo snel mogelijk door te klikken, de app voorkomt dat soms door het doorbladeren alleen mogelijk te maken als je een vraag beantwoordt hebt. Maar waarom zou je? Je doet de cursus immers omdat je wat bij wilt leren.

Daarbij is de cursus gewoon in je browser te bekijken (ik zie de noodzaak van de app niet echt), hij werkt prettig(er) op je mobiel door de wijze van bladeren en wisselt korte teksten af met filmpjes. Daarbij kan het gaan om uitleg door Jim Stolze zelf, gesprekken met experts (wetenschappers, vertegenwoordigers van bedrijven), mensen op straat (soms naïef, anderen zijn beter op de hoogte en geven afgewogen antwoorden) en animaties die toelichting geven bij deelonderwerpen.

De tracks hebben de volgende onderwerpen:
#1 Een kijkje in de wereld van AI (15 min)
#2 Wat is AI?  (35 min)
CASE AI en WIJ (13 min)
#3 Is een zoekmachine ook AI? (25 min)
#4 Machine Learning (40 min)
#5 Deep Learning (35 min)
CASE AI en de RECHTSPRAAK (10 min)
#6  AI in het dagelijks leven (35 min)
#7 AI en de regels (40 min)
#8 Het werk van de toekomst (35 min)
CASE AI en GEMAK (10 min)
CASE AI en mobiliteit (11 min)

De tracks die als CASE worden aangeduid bevatten uitstapjes naar bedrijven als BOL.com, Post.nl, Wolters Kluwer, PON, Rabobank etc. Als je een account aanmaakt dan wordt je voortgang bijgehouden, je hoeft dus ook zeker niet alle onderdelen achter elkaar of op dezelfde dag te doen. Heb je alle 12 tracks doorlopen, dan kun je een certificaat downloaden (zie hierboven).

Maar ook dan is er nog voldoende te verkennen, te lezen en te bekijken. Er zitten op dit moment 39 bronnen in de bijlagenlijst bij de cursus. Vandaag (30-5-2019) heb ik problemen met het afspelen van de videos die daar staan, die worden ofwel niet getoond ofwel bijna volledig buiten beeld (getest op verschillende browsers en in de app).
De PDF documenten die er opgenomen zijn, kan ik wél bekijken. Elke track heeft in ieder geval een “inspiratielijst”. Dat is een PDF document met verwijzingen naar andere bronnen: boeken (die moet je dan zelf natuurlijk wel aanschaffen of opsporen), artikelen, video’s etc.
Daar kun je je dus ook nog wel even mee zoet houden. Verrassend hier vind ik dat er geen links opgenomen zijn naar de talloze online tutorials voor machine learning met bv Python. Ik neem aan dat de makers dat té complex vonden voor de doelgroep.

Die doelgroep kan tamelijk breed zijn. Ik wist al het nodige van AI, maar heb vooral genoten van de straatgesprekken, maar ook de Nederlandse voorbeelden waren voor mij interessant om te zien. Terwijl het laagdrempelig genoeg lijkt voor mensen die er nog helemaal niets van weten.

Dus wat gaat het worden? Hoor jij straks ook bij de 1% van de Nederlanders die weet wat AI is?
Eigenlijk zou het geen vraag meer moeten zijn. De cursus geeft het zelf ook aan: Continu blijven leren is de sleutel.

p.s. ik werd getipt door de site ibestuur.nl

p.p.s. er zijn op het moment meer dan voldoende actuele berichten rond AI in onze eigen praktijk. Bijvoorbeeld: Toezichthouder: overheden moeten transparant zijn over gebruik algoritmes (als je de cursus doorlopen hebt dan weet je wat FACTA betekent), de EU test ethische richtlijnen voor AI die in wat meer woorden overeenkomen met FACTA.

Kijk dus snel hier: https://app.ai-cursus.nl/ en treedt toe tot de 1%

Deel dit bericht:
feb 012019
 

Er kwam vanmiddag een ietwat verontrustende tweet voorbij van Jan de Waal (zie hierboven). En ik wilde daar op reageren, maar had wat meer tekst nodig. Want hij heeft deels gelijk, maar er is geen reden tot paniek.

Allereerst: Google stopt inderdaad op 2 april 2019 met de consumentenversie van Google+ en zal dan alle berichten, communities etc verwijderen.
Maar het kunnen inloggen op andere sites met behulp van je Google+ account staat daar eigenlijk los van. Of om het een beetje erger te maken: als een site nu nog een knop heeft waarmee je via Google+ inlogt, dan stopt die knop al met werken op 7 maart 2019 en werkt al sinds 28 januari 2019 niet meer betrouwbaar (aldus Google).

In tegenstelling tot wat Jan zegt hoef jij als het goed is echter helemaal niets te doen. De sitebeheer moet een heel kleine verandering toepassen in het inlogscript. Als je, zoals ik dat doe, gebruik maakt van een plug-in, dan is dat waarschijnlijk in de tussentijd al (zonder dat jij er erg in had) geregeld. Mogelijk heeft de site nog gewoon de oude Google+ inlogknop laten staan en wordt toch al gebruik gemaakt van de Google-login (dus zonder de “+”). In de plugin die ik gebruik op WordPress hier zie ik aan de voorkant (dus waar jij een reactie kunt toevoegen) het Google icoontje, de plugin gebruikt ook gewoon de Google login API (interface), maar in de beheeromgeving staat nog het oude Google+ icoontje.

Beide opties (de Google+ en de Google login) maken gebruik van hetzelfde account. Ik heb nog nergens gemerkt dat ik de migratie niet probleemloos ging (dus dat ik een nieuw account moest aanmaken en mijn bestaande data kwijt was), maar als je een site gebruikt die nog het oude icoontje gebruikt dan is een mailtje naar de beheerder wellicht handig.

Je kunt ook eventueel eerst even controleren of de site/dienst al gebruik maakt van de Google login. Die sites moet je namelijk terug kunnen vinden in je Google account.

Ga daarvoor naar https://myaccount.google.com/

Kies links in het menu “beveiliging”

Scroll iets naar beneden naar “Inloggen op andere sites”

Klik dan op “Inloggen met Google” en je krijgt een overzicht van Apps en sites die gebruik maken van Google om je in te loggen. Als je daar op klikt zie je ook welke data de site of app over jou krijgt én kun je toegang intrekken.

Kortom. Het blijft best jammer dat Google+ stopt. Het was balen dat de RSS-ondersteuning weg viel, want er waren best een aantal interessante communities te vinden. Maar och, er komt wel weer wat anders voor in de plaats.

p.s. qua inloggen vond/vind ik Google+ / Google zelf altijd wel een fijne. In verhouding tot bv inloggen via Facebook werd er veel minder data doorgegeven.

 

 

Deel dit bericht:
okt 182018
 

Na de redelijk eenvoudig verlopen tests van gisterenavond met het snijden van vinyl stickers op de Silhoute Cameo, lag het eigenlijk wel voor de hand dat ik vandaag té enthousiast aan de slag zou gaan met de volgende uitdaging: het snijden van Metallic Gekleurd Karton. Dit is karton van 250 g/m², stevig genoeg dus om doosjes of andere verpakkingen van te maken.

De Silhouette Studio software kent dat papier uiteraard niet en als jij het koopt, dan haal je het wellicht gewoon bij de Action of koop je het online op een andere plek en heeft het mogelijk een andere dikte.  Onthou dan alvast de bekende stelregel:

Bij een snijplotter kun je daarvan maken: 2 keer testen, dan 1 keer goed laten snijden.
Zoals je uit de inleiding al kon verwachten deed ik dat niet. Ik maakte op templatemaker.nl een ontwerp voor een doosje, importeerde de SVG, plaatste hem bijna A4 vullend op het werkblad, koos cut en score in combinatie met : cardstock, plain” en stuurde de opdracht naar de snijplotter.

Het resultaat was dat ik weliswaar de lijnen kon zien in het karton, maar hij was niet uitgesneden. Balen.

Dus ben ik aan de slag gegaan met kleine testfiguurtjes. De software heeft een testoptie, maar die snijdt alleen en ik wilde ook de rillijn testen omdat ik bij het 80 grams papier al problemen gehad had dat de snijplotter de rillijnen daar als snijlijnen uitvoerde. Dus tekende ik een vierkantje met een rillijn door het midden.

Ook maakte ik een nieuwe materiaalsoort aan “Metalic karton” zodat ik als ik eenmaal de juiste instellingen had, die eenvoudig kon selecteren voor vervolgopdrachten.

De eerste test met Speed 1, Force 15 en Pass 1, gaf weliswaar een vouw, maar die was te diep naar mijn smaak, een test met Force 10 gaf een beter resultaat.
Ook voor de buitenkant had ik een paar tests nodig. Uiteindelijke bleek daar Speed 1, Force 33, Pass 2 een goed resultaat te geven.

Na de tests op het vierkantje wilde ik wel een wat groter exemplaar van het doosje proberen. Niet té groot, het was nog een test. Toen bleek een ander probleem: het ontwerp was nog niet optimaal. Op templatemaker.nl kun je aangeven hoe groot de lijmflappen moeten zijn, die staat standaard op 0.75 en dat leverde bij zo’n klein doosje een te kleine lijmflap op. Aanpassen naar 1.25 hielp om voldoende flap te krijgen om het kleine doosje ook te kunnen lijmen. Testen van je ontwerp heeft dus niet alleen met de snijplotter te maken!

Andere les: gebruik je resten!
Bij een gewone printer gebruik je meestal steeds een nieuw, leeg vel. Maar bij een snijplotter kun je kleinere stukken ook hergebruiken. Zeker als je een snijmat gebruikt, dan kun je resten van een A4 gebruiken om kleinere vormen uit te snijden. Scheelt je heel wat geld.

Deel dit bericht:
apr 022018
 

De SonicPi software bestaat al lang. Maar ik heb er nog niet eerder over geschreven. Bij deze dus. Want eigenlijk kan dat natuurlijk niet.

Even vooraf: de SonicPi software verwijst in zijn naam naar de Raspberry Pi, maar je hebt geen Raspberry Pi nodig, de software draait ook gewoon op Windows, een Mac of Linux. Je kunt hem gratis downloaden en voor Windows is er ook een “portable” versie, die hoef je dus niet te installeren, kun je gewoon op een USB-stick zetten.

Wat is SonicPi en waarom zou je er iets mee moeten?
Dat kan ik je waarschijnlijk het beste door de bedenker (Sam Aaron) ervan laten uitleggen. Het filmpje hieronder is al uit 2015 (er zijn oudere filmpjes):

De introductie lijkt erg op het verhaal van Felienne bij haar Python/programmeren en kunst workshop.  En daarmee bedoel ik richting beiden niets negatief. Integendeel. Beiden maken duidelijk dat maar een bepaalde (kleine) groep speciale mensen enthousiast wordt van programmeren. En ook Sam Aaron maakt duidelijk dat het een stuk eenvoudiger is om kinderen enthousiast te maken over programmeren als je ze ook echt iets geeft waar ze enthousiast over worden.

Nou moet ik bekennen dat dit, net als verhalen bedenken in Python, natuurlijk ook weer niet voor elke leerling zal gelden. Ik heb vanmiddag een uurtje zitten spelen met SonicPi en zo goed als Sam zal ik waarschijnlijk nooit worden. Sowieso, kijk maar eens hoe veel werk het is om onderstaande track te maken.

Lees verder….

Deel dit bericht:
mrt 222018
 

Tijdens mijn promotieonderzoek heb ik veel gebruik gemaakt van SQL-server (daar zat de logdata van de opnames van de colleges waar ik onderzoek naar deed in) en SPSS (als toen meest voor de hand liggend statistiekpakket).

Ik heb sindsdien al vaker geconstateerd dat als ik nú nogmaals dat onderzoek zou doen ik waarschijnlijk in ieder geval SPSS zou hebben vervangen door R. Dat komt voor een belangrijk deel door de ervaringen die ik opgedaan heb tijdens de Data Science specialisatie bij Coursera een paar jaar geleden waar gebruik gemaakt wordt van R en de verschillende uitbreidingen.

Nou zorgt R er voor dat je eenvoudig je analyses, script, omgevingen, rapportages etc. kunt opslaan op een manier die reproductie ervan achteraf mogelijk maakt. Maar wat nou als die afhankelijk zijn van een specifieke versie van R of van de plugins? Dan biedt Docker een oplossing. Daarmee kun je namelijk “containers” downloaden die bestaan uit een specifiek setup van een R-versie en plugins. Eventueel kun je eigen specifieke plugins en uitbreidingen installeren en dan als eigen image bewaren. Dat is dan een bestand dat je bewijze van spreken bij de data en scripts kunt archiveren. Zolang Docker beschikbaar is kun je dan ten alle tijden die versie van de setup, exact zoals jij hem gebruikt hebt, opstarten en de analyses reproduceren. Mocht je dat willen dan kun je dus ook niet alleen de data maar ook de omgeving open access beschikbaar stellen en delen met andere onderzoekers. Die hoeven dan niet helemaal een omgeving in te richten met die tools, maar kunnen hem draaien naast eventueel andere omgevingen die ze zelf hebben. En ook: nieuwe laptop van de baas? Geen probleem. Als je docker installeert kun je in no time je omgeving weer opstarten en beschikbaar hebben met de setup die je had.

Super toch? En dat allemaal zonder jaarlijkse licentiekosten!
Overigens, het Rocker Project dat zorgt voor R-images binnen Docker bestaat al lang (sinds 2014)

Deel dit bericht:
mrt 122018
 

Ik moet er soms nog wel aan wennen dat samenwerken met “externen” binnen bedrijven, en dus ook onderwijsinstellingen, vaak nog zo’n dingetje is dat logisch lijkt, maar als het om systemen gaat, heel gevoelig ligt. Immers, het delen van digitale data kan, als het onbedoeld gebeurt, heel vervelende krantenkoppen opleveren.

En ik heb zelf ook al gemerkt dat bv het samenwerken in Dropbox en Google Drive heel eenvoudig kan, het samenwerken in Onedrive voor bedrijven vergt de juiste instelling van rechten aan beide kanten (zowel bij ons als bij de onderwijsinstelling waar je mee samen wilt werken). Het samenwerking in Microsoft Teams ging eerst alleen met mensen binnen je eigen onderwijsinstelling, toen ook met mensen die ook een Office365-account hadden (dus bv een hotmail/live.com account) en nu eindelijk dan ook met de rest van de wereld.

Dat betekent dat iemand niet persé een Microsoft gerelateerd mailaccount hoeft te hebben om aan een team deel te nemen. Je kunt ook bv iemand met een @gmail.com mailadres uitnodigen. Voordat die persoon dan toegang heeft, moet hij/zij wel nog even een paar dingen doen: een wachtwoord toevoegen is logisch. Je geboortedatum invullen zal wel zijn om te controleren of je wel oud genoeg bent om deel te nemen. Het verplichte telefoonnummer voor het geval je je inloginfo kwijt raakt vond ik al wat irritanter.  Maar goed, het werkt.

Deel dit bericht:
mrt 042018
 

Twitter komt weer met wat nieuws “Bladwijzers”. Ze maken het mogelijk om tweets te bewaren die je later terug wilt kunnen vinden. Eigenlijk dus wat de meeste mensen doen met de “Leuk” knop. Belangrijk verschil is dan dat een “Leuk” voor iedereen zichtbaar is en “Bladwijzers” niet.

Vreemd genoeg is de functionaliteit wel al beschikbaar in de iOS en Android app, maar nog niet op de website zelf. Je zou denken dat ze dat gelijktijdig implementeren, want bladwijzers die je op je telefoon toevoegt zijn nu niet te vinden vanaf je laptop.

Ik vind het zelf weer zo’n moeizame poging om Twitter eenvoudiger te maken. Eigenlijk een beetje zoals ze “Momenten” hebben ingevoerd:

‘Momenten’ zijn beheerde verhalen over wat er gebeurt – en die mogelijk worden gemaakt door Tweets. Het is eenvoudig om je eigen verhaal te maken met Twitter Momenten. Zodra je klaar bent, is je verhaal hier te zien.

Bij mij is dat overzicht nog leeg. Heb er nooit behoefte aan gehad (binnen Twitter). De extra privacy van een bladwijzer zal voor sommige mensen interessant zijn, anderen kunnen net zo goed de “Leuk” knop gebruiken en de auteur van de tweet (en anderen) openbaar laten weten dat de tweet de moeite van het bewaren in ieder geval waard was.

Deel dit bericht: