mrt 042020
 

Ik ben een paar jaar geleden gestopt met het lezen van en schrijven over de Horizon reports, de laatste keer was in 2016. Ik zal dat hier niet herhalen, lees daarvoor het bericht uit 2016 maar even.

Je kunt het rapport en de overzichtelijke infographic hier downloaden.

Ik denk dat het ook goed was dat we gisteren alsnog (via videoverbinding) een sessie hadden met Christopher Brooks (Director of research Educause) en Malcolm Brown (Director ELI) omdat me toen ook duidelijk werd dat niet voor iedereen die mee was met de SURF-reis de genoemde technologieën en ontwikkelingen bekend waren. En dan is het een heel handig en overzichtelijk overzicht, zeker als je de infographic (zie ook hiernaast) bekijkt. Ik denk dat alle punten (zelfs het issue van stijgende studentenschulden) van toepassing zijn, ook al zijn de onderwijssystemen in de VS en Nederland niet hetzelfde.

Lees verder….

Deel dit bericht:
feb 162020
 

Ze krijgen bonuspunten voor de afkorting: VROOM, dat staat voor Virtual Robot Overlay for Online Meetings. Maar voor het overige is het er zo eentje van “wie weet wordt het ooit iets, maar nu nog niet”. Het concept is ingenieus bedacht: de ene partij (0p afstand) gebruikt een VR set om te zien en te bewegen, de andere gebruik AR via een Hololens om de avatar van de persoon op afstand te zien.

Los van de vraag hoeveel tijd en werk het kost om de avatar te produceren vooraf, ziet het er nu op het filmpje allemaal nog heel erg “clumsy” uit. Zo erg dat het de vraag is of het niet een té complex geheel aan het worden is.

Via Walkingcat en MSPoweruser.com

 

Deel dit bericht:
feb 052020
 

Ik was er gisterenavond via Twitter (uiteraard) al heel trots over, maar het verdiend hier natuurlijk ook een (net wat uitgebreider) plekje dan daar. Gisterenavond waren op de middelbare school van onze jongste de presentaties van de Profielwerkstukken. Hele school vol met trotse ouders die naar de duo’s kwamen luisteren (havo en vwo) die in hele korte tijd (10 minuten) hun onderzoek mochten presenteren.

Lees verder….

Deel dit bericht:
jan 092020
 

Het is het onderdeel van de competenties rond ict-geletterdheid waar docenten, leraren, eigenlijk bijna iedereen het meest moeite mee hebben: computational thinking.
Al was het maar omdat het in tegenstelling tot de andere onderdelen (ict-basisvaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid) een Engelstalig begrip is. Hele discussies vinden plaats om na te denken over een goede Nederlandse vertaling. Maar wat is het nou eigenlijk, waar komt het vandaan, waarom moeten we er aandacht aan besteden?

Het boek “Computational Thinking” van Peter Denning en Matti Tedre probeert antwoord te geven op deze vragen. Daar hebben ze bijna 200 pagina’s voor nodig (150 zonder de bijlagen). In het Engels. Dus daarom een “korte” samenvatting van de inhoud. Niet met de bedoeling om die 150 pagina’s te vervangen, maar om je een beeld te geven van de inhoud.

Omdat het een redelijk lang verhaal is, kun je het ook in zijn geheel als PDF downloaden.

Lees verder….

Deel dit bericht:
aug 282019
 

Gezichtsherkenning is hot. En iedereen kan het: met een kleine ESP32 kom je al een heel eind. In China doen ze het gewoon, in Zweden dachten ze dat een klein experiment met een klas van zo’n 20 studenten geen kwaad zou kunnen. Ze wilden uitproberen of een camera met gezichtsherkenning goed kon werken als vervanging voor de dagelijkse “roll call”, het handmatig bijhouden van de aanwezigheid van studenten bij de hogeschool. Natuurlijk vroegen ze wel netjes de studenten om toestemming voor deelname aan het experiment dat zo’n 3 weken zou duren.

De Zweedse Datainspektionen dienst leerde via de media van het experiment en ging op onderzoek uit.
Conclusie: het vragen van toestemming aan studenten was hier onvoldoende grondslag omdat er sprake is van een afhankelijke relatie tussen de student en de school (bron).

De boete die de school kreeg “viel nog mee”, het was een bedrag van  €19.000 (200.000 SEK). Het maximale boetebedrag had 5x zo hoog kunnen zijn. Maar het geeft wel aan dat ook bij onderzoek naar dit soort technologieën, waarbij gevoelige biometrische data van studenten opgeslagen wordt, je heel goed vooraf moet nadenken over hoe de data opgeslagen wordt, hoe lang hij bewaard wordt én de wijze waarop je toestemming voor deelname kunt/moet verkrijgen.

Het scheelt je waarschijnlijk ook heel wat onderzoek, want in dit geval is wel duidelijk dat in Zweden (ik neem aan in heel Europa) het gebruik van gezichtsherkenning voor het bijhouden van aanwezigheid van studenten dus uit den boze is. Want als je dit structureel in wilt voeren dan loop je tegen het probleem aan dat je niet kunt volstaan met het vragen van toestemming omdat studenten dan niet/nauwelijks kunnen weigeren.

Het is ook wel grappig want enerzijds kan ik me de publieke verontwaardiging hierover helemaal voorstellen (“dat doe je toch ook niet!”) en als je het artikel over de voorbeelden in China leest dan wíl je waarschijnlijk gewoon ook niet met dit soort technologie in de klas aan de slag.
Maar van de andere kant kan ik me ook indenken hoe de redenatie in Zweden was: “we houden nu toch ook de presentie van studenten bij, waarom dat niet eenvoudiger maken door het automatisch te doen, is toch voor iedereen prettiger?”.  😉

(getipt door The Next Web)

Deel dit bericht:
jun 032019
 

Zoals we in Nederland Kennisnet en SURF/SURFnet hebben, zo heeft het Verenigd Koninkrijk Jisc (Ooit was het JISC maar net als bij SURF dekt de oorspronkelijke betekenis van de afkorting de lading van de diensten niet echt meer). En ook Jisc heeft een model opgesteld voor de digitale geletterdheid van studenten en docenten: het Jisc digital capabilities framework (PDF). Als je in Nederland met digitale geletterdheid bezig bent, dan is het hoe dan ook handig om ook het Jisc model eens te bekijken, maar deze blogpost gaat niet zozeer of dat raamwerk, maar over een ander onderdeel van het dienstenaanbod, de Jisc Student Digital Experience Survey

De dienst bestaat uit een online vragenlijst waar ik helaas niet aan kan omdat toegang beperkt is tot alle FE/HE (Further Education / Higher Education) instellingen in het Verenigd Koninkrijk.
Maar naar aanleiding van de ervaringen van de afgelopen tijd heeft Jisc, samen met de NUS (National Union of Students) inmiddels ook een roadmap opgesteld, en die is wel als PDF te downloaden door iedereen (PDF).

Hierboven zie je een voorbeeld van de informatie in de roadmap. Het idee is dat je als onderwijsinstelling met de verschillende betrokkenen (dus ook studenten!) rond de tafel gaat zitten om te kijken hoe het staat met de ondersteuning van de studenten op de verschillende gebieden. Sta je als onderwijsinstelling nog aan het begin, zijn er al stappen gemaakt, doe je het al heel goed?
Ik kan me voorstellen dat het voor een onderwijsinstelling heel spannend is om dit te doen. Wat als je overal slechts de basale ondersteuning biedt? Wat gaat het je kosten (aan inspanning) om de andere doelen te halen? Wat moet je doen om je docenten zover te krijgen dat zij hun rol hierbinnen kunnen vervullen?
Maar juist daarom vind ik het ook wel een interessante aanpak. Voorzieningen en ondersteuning niet langer als iets extra’s waarbij een student blij mag zijn als dat er is, maar als een basisvoorziening waarover je met je studenten in gesprek gaat.

Deel dit bericht:

OECD/OESO Learning Compass 2030

 Gepubliceerd door om 13:32  Onderwijs
jun 012019
 

Visiedocumenten die een periode van ruim 10 jaar bestrijken zijn rare dingen. Als ze “goed” zijn opgesteld zit er namelijk vaak voor iedereen wat in. Of als je wilt, dan kun je er altijd wel iets in vinden waar je over kunt vallen.

Met de OESO Learning Compass 2030 is het eigenlijk niet anders. Als ik het filmpje hierboven bekijk denk ik “ja, logisch, past bij de verwachtingen over de toekomst en de manier waarop het onderwijs daarop in moet spelen”.

Pedro De Bruyckere valt over het voornemen om sociale en emotionele vaardigheden te gaan observeren en meetbaar maken.  Zijn zorg over de vraag in hoeverre je zulke vaardigheden aan kunt leren begrijp ik. Los nog van de vraag hoe je je gaat bepalen wélke waarden je dan gaat aanleren. Een van de toelichtende documenten (PDF-link) geeft aan die vaak gebaseerd zijn op sociale en culturele tradities. Nou, dan zie ik in Nederland de bui al hangen.

En als er staat dat leerlingen/studenten “agency” hebben over hun leerproces (PDF-link) dan lijkt met mij logisch dat dat bij een kleuter een andere invulling krijgt dan bij een universitaire student. Maar als ik dan lees “Agency implies having the ability and the will to positively influence one’s own life and the world around them.” dan denk ik : Ja, laten we alsjeblieft er voor zorgen dat leerlingen/studenten tegen de tijd dat ze het reguliere onderwijs verlaten die vaardigheid bezitten.
Dat betekent niet dat ik denk dat dat alleen een taak van de school is, dat er een vak “zelfregulatievaardigheden” of een vak “een leven lang leren” moet komen, dat is een invulling (en geen goede wat mij betreft).

Lees verder….

Deel dit bericht:
mei 302019
 

In Finland deed al (ruim) 1% van de bevolking mee aan een gratis online cursus over Kunstmatige Intelligentie (de makers gebruiken vooral de afkorting AI afkomstig van het Engelse “Artificial Intelligence”). Er is sinds kort ook een Nederlandse online cursus en ongeveer 10.000 mensen gingen je al voor en leerden wat AI is en hoe zij er nu al mee te maken hebben in hun dagelijkse leven. Doel van de makers is om ook in Nederland minimaal 1% van de bevolking (170.000 mensen) te bereiken.

De cursus bestaat uit 8 tracks en 4 cases. Het kost je ongeveer 8 uur om ze allemaal te doorlopen. Natuurlijk, je kunt proberen zo snel mogelijk door te klikken, de app voorkomt dat soms door het doorbladeren alleen mogelijk te maken als je een vraag beantwoordt hebt. Maar waarom zou je? Je doet de cursus immers omdat je wat bij wilt leren.

Daarbij is de cursus gewoon in je browser te bekijken (ik zie de noodzaak van de app niet echt), hij werkt prettig(er) op je mobiel door de wijze van bladeren en wisselt korte teksten af met filmpjes. Daarbij kan het gaan om uitleg door Jim Stolze zelf, gesprekken met experts (wetenschappers, vertegenwoordigers van bedrijven), mensen op straat (soms naïef, anderen zijn beter op de hoogte en geven afgewogen antwoorden) en animaties die toelichting geven bij deelonderwerpen.

De tracks hebben de volgende onderwerpen:
#1 Een kijkje in de wereld van AI (15 min)
#2 Wat is AI?  (35 min)
CASE AI en WIJ (13 min)
#3 Is een zoekmachine ook AI? (25 min)
#4 Machine Learning (40 min)
#5 Deep Learning (35 min)
CASE AI en de RECHTSPRAAK (10 min)
#6  AI in het dagelijks leven (35 min)
#7 AI en de regels (40 min)
#8 Het werk van de toekomst (35 min)
CASE AI en GEMAK (10 min)
CASE AI en mobiliteit (11 min)

De tracks die als CASE worden aangeduid bevatten uitstapjes naar bedrijven als BOL.com, Post.nl, Wolters Kluwer, PON, Rabobank etc. Als je een account aanmaakt dan wordt je voortgang bijgehouden, je hoeft dus ook zeker niet alle onderdelen achter elkaar of op dezelfde dag te doen. Heb je alle 12 tracks doorlopen, dan kun je een certificaat downloaden (zie hierboven).

Maar ook dan is er nog voldoende te verkennen, te lezen en te bekijken. Er zitten op dit moment 39 bronnen in de bijlagenlijst bij de cursus. Vandaag (30-5-2019) heb ik problemen met het afspelen van de videos die daar staan, die worden ofwel niet getoond ofwel bijna volledig buiten beeld (getest op verschillende browsers en in de app).
De PDF documenten die er opgenomen zijn, kan ik wél bekijken. Elke track heeft in ieder geval een “inspiratielijst”. Dat is een PDF document met verwijzingen naar andere bronnen: boeken (die moet je dan zelf natuurlijk wel aanschaffen of opsporen), artikelen, video’s etc.
Daar kun je je dus ook nog wel even mee zoet houden. Verrassend hier vind ik dat er geen links opgenomen zijn naar de talloze online tutorials voor machine learning met bv Python. Ik neem aan dat de makers dat té complex vonden voor de doelgroep.

Die doelgroep kan tamelijk breed zijn. Ik wist al het nodige van AI, maar heb vooral genoten van de straatgesprekken, maar ook de Nederlandse voorbeelden waren voor mij interessant om te zien. Terwijl het laagdrempelig genoeg lijkt voor mensen die er nog helemaal niets van weten.

Dus wat gaat het worden? Hoor jij straks ook bij de 1% van de Nederlanders die weet wat AI is?
Eigenlijk zou het geen vraag meer moeten zijn. De cursus geeft het zelf ook aan: Continu blijven leren is de sleutel.

p.s. ik werd getipt door de site ibestuur.nl

p.p.s. er zijn op het moment meer dan voldoende actuele berichten rond AI in onze eigen praktijk. Bijvoorbeeld: Toezichthouder: overheden moeten transparant zijn over gebruik algoritmes (als je de cursus doorlopen hebt dan weet je wat FACTA betekent), de EU test ethische richtlijnen voor AI die in wat meer woorden overeenkomen met FACTA.

Kijk dus snel hier: https://app.ai-cursus.nl/ en treedt toe tot de 1%

Deel dit bericht:
jan 312019
 

Er verscheen vandaag een mooi onderzoek van het Universitair Medisch Centrum Groningen, Rijksuniversiteit Groningen en Vrije Universiteit Amsterdam. Zij onderzochten namelijk de veel gestelde vraag: gaan leerlingen beter presteren als ze regelmatiger (tijdens de schooldag) bewegen?

Voor de duidelijkheid: gymles op school is hoe dan ook goed voor de gezondheid van leerlingen. Maar het onderzoek wilde antwoord geven op de vraag welke effecten fysieke activiteit heeft op de cognitie van kinderen in het primair onderwijs.

Dat pakten ze op twee manieren aan: met een literatuurstudie én met een tweetal experimenten waarbij ze keken of ze de vanuit de literatuurstudie verwachte effecten konden reproduceren.

Het complete rapport (120 pagina’s) is hier te downloaden (PDF) maar ik wil je ook alvast de belangrijkste conclusies geven:

Uit de meta-analyse blijkt dat zowel acute fysieke activiteit (één beweegsessie) als langdurige fysieke
activiteit (een aantal weken of maanden durend) effectief is in het verbeteren van aspecten van cognitie
van basisschoolleerlingen. De fysieke activiteiten verschillen in de effecten die ze op de cognitie hebben.
Het gaat hier om een verzameling van executieve functies, (inhibitie, werkgeheugen, cognitieve
flexibiliteit en planning), aandacht en schoolprestaties (rekenen, lezen en spelling). Activiteiten van een
matig tot intensieve intensiteit, zoals hardlopen, kwamen het meeste voor. (pag. 74)

De activiteiten hebben ook invloed op de hersenen van de kinderen, al zijn de onderzoekers over die conclusies minder zeker, ze zien ze als sterke aanwijzingen:

De systematische review en meta-analyse naar hersenstructuur en neurofysiologische effecten toont aan
dat fysieke activiteit van invloed is op hersenstructuur en het neurofysiologische functioneren van gezonde kinderen. En dat deze veranderingen in enkele studies ook samengaan met verbeteringen in cognitieve
functies. Op dit vlak is echter meer onderzoek nodig, vanwege het zeer geringe aantal studies onder
gezonde kinderen. Ook de resultaten van de studies verschillen sterk. Voorlopig beschouwen we deze
resultaten als sterke aanwijzingen.

Voor het experiment werden de ongeveer 900 leerlingen (groep 5/6) van de 22 deelnemende scholen in 3 groepen ingedeeld:

  1. De eerste groep moest tijdens de gymlessen intensief bewegen (hardlopen, springen etc)
  2. De tweede groep volgde gymlessen met een cognitieve uitdaging, zoals veranderende spelregels.
  3. De derde groep leerlingen vormde de controlegroep en volgde twee keer per week de reguliere gymles.

De uit de literatuur verwachte resultaten op cognitieve vaardigheden, schoolprestaties, fitheid, motorische vaardigheden, BMI werden niet gevonden bij de 2 testgroepen versus de controlegroep.
Wel waren er verschillen te vinden toen er gekeken werd naar subgroepen binnen de testgroepen. Zo had de intensieve interventie meer effect op de fitheid van kinderen die al relatief fit waren vooraf in vergelijking tot minder fitte kinderen. Maar de cognitieve interventie werkte juist beter bij de relatief minder fitte kinderen. Ook hier dus: de interventie werkte niet voor alle kinderen op dezelfde manier of in dezelfde mate. De onderzoekers noemen dit ook bij de aanbevelingen: elk kind heeft zijn eigen benadering nodig.

Over één ding zijn literatuur en experiment het in ieder geval eens:

Het veelvuldig bewegen tijdens de schooldag moet worden gestimuleerd. Dit kan tijdens het
bewegingsonderwijs, maar ook tijdens andere lessen en in de pauzes.

p.s. Ik zeg het voor de zekerheid toch maar even: ik zeg dat hier niet als een “het onderwijs moet dit er ook nog even bij doen”. Ik vind het rapport vooral een mooie onderbouwing voor het antwoord op een vraag die wij ook van tijd tot tijd van scholen krijgen.

(getipt door het NRO)

 

Deel dit bericht: