mei 132019
 

Afgelopen weekend zag ik op dronewatch.nl bovenstaand filmpje. Het leukste is eigenlijk als je niet doorleest in de bericht maar eerst even een paar minuten van het filmpje bekijkt.

Je ziet Lotfi Lamaali (wie kent hem niet) bezig op een Longboard. De omgeving is lekker surrealistisch en het camerawerk lijkt haast onmogelijk. Ik liet het aan iemand zien (zonder ook de tekst op de eerste afbeelding van de video) en die dacht dat het in een of andere virtual reality omgeving was opgenomen (niet gek want ik heb hier ook wel eens videos waarbij de omgeving echt lijkt maar helemaal gerenderd is).
Maar nee, dit is helemaal echt. “Gewoon” opgenomen met (ik denk) een GoPro. Het speciale aan het geheel is dat het opgenomen is met een heel kleine drone. Op dronewatch.nl introduceerde Wietse de Jager het voor mij nieuwe begrip ” CineWhoop”. Ik dacht eerst even dat het een werk drone was, maar het is een verzamelnaam voor kleine drones met een camera er op.

Fincky, de maker van de video, heeft onder de video op YouTube een lijstje staan met zijn favoriete onderdelen voor een CineWhoop, maar ook op zijn Facebook-pagina kon ik zo snel geen foto vinden van de exacte setup die hij gebruikt heeft.

Foto’s vond ik wél bij Paul Nurkula, die een uitgebreide blogpost online gezet heeft over zijn eerste ervaringen met het stabiel en werkbaar krijgen van een CineWhoop op basis van een “ShenDrones NutMeg CineWhoop Drone .
Het verhaal maakt duidelijk dat het geen avontuur voor een beginner is. Paul legt uit dat het ook geen racedrone of een freestyle drone is. Het is ook niet de absoluut lichtste optie, maar wel een

  • die krachtig genoeg is om een GoPro 7 te vervoeren (zonder bv de behuizing te verwijderen)
  • die klein/licht genoeg is om veilig te gebruiken dicht in de buurt van mensen
  • flexibel/klein genoeg is om probleemloos langs/door/onder plekken te vliegen waar grotere drones niet kunnen komen.

Ik hou het even bij het met respect kijken naar de filmpjes die op de verschillende pagina’s voorbij komen. Het is voor mij weer een mooi voorbeeld van de combinatie van creativiteit en technische kennis die dingen mogelijk maakt waarvan we 1-2-5 jaar geleden gedacht zouden hebben dat ze onmogelijk of onbetaalbaar om te realiseren waren.

 

Deel dit bericht:
mei 052019
 

Gezien de titel “Duiken met de GoPro HERO 7 Black” had dit bericht natuurlijk ook op Activegeek.nl een plek kunnen hebben. Daar heb ik de resultaten geplaatst, hier wil ik het vooral hebben over de achterliggende techniek.

GoPro HERO 7 Black versus de Insta 360 One X

Voor de vakantie was het plan eigenlijk om een Insta 360 One X camera met onderwaterbehuizing te kopen en daarmee te gaan duiken in Egypte. Helaas waren de recenties van de behuizing lang niet zo goed als van de camera zelf. Dus die werd het toch niet.

Wél had ik heel goede dingen gelezen over de stabilisatie-opties van de GoPro HERO 7 Black. En dus werd mijn GoPro HERO 4 Black voor deze vakantie vervangen door een GoPro HERO 7 Black.

Duikbehuizing: origineel of namaak?

GoPro heeft het niet gemakkelijk de laatste jaren als het gaat om het generen van omzet. Dat zal dan niet gelegen hebben  aan de tactiek die ze ook al jaren hanteren: nieuwe camera betekent ook nieuwe accessoires. Dus uiteraard moest ik een nieuwe behuizing kopen voor mij GoPro HERO 7 Black. GoPro verkoopt er zelf eentje voor, die de mooie naam “Super Suit” heeft en bijna 54 euro moet kosten.
Na wat rond zoeken kwam ik echter ook een “namaak” Super Suit tegen waar de meeste mensen heel erg tevreden mee zijn, de behuizing van Kupton te koop via o.a. Amazon in Duitsland. Die kost geen 54 euro maar 12,50 euro. En voor 6,99 euro je er een rood filter bij. GoPro verkoopt ook een filter voor haar Super Suit, maar die kost weer zo’n 35 euro. Dus ik betaalde net geen 20 euro voor iets waar ik anders bijna 90 euro voor zou moeten betalen.

Natuurlijk. Met een namaak behuizing loop je in theorie meer kans op een lekkage dan bij een originele behuizing. Of niet natuurlijk. En een GoPro HERO 7 Black is van zichzelf al waterdicht. Helemaal al omdat het voor de Kupton behuizing niet nodig is om de lens van de camera af te schroeven. Dat moet bij de originele behuizing wél en dat vind ik echt super onhandig.

Het is een aanbeveling die je mag aannemen of niet. Ik verdien er niks aan. De rood filter is voor het water van de Rode Zee ideaal. Tussen een meter of 5 tot een meter of 15 haalt het de rode kleuren heel mooi weer op. Achteraf gezien had ik beter deze set kunnen kopen. Dan had ik voor 16 euro niet alleen een behuizing maar ook een rood, licht rood én magenta filter (+ een paar anti-condens inlays) gehad, ook goed voor zoet / groen water.

Lees verder….

Deel dit bericht:
apr 212019
 

Smartphones zijn leuk, maar als je er een dag gebruik van wilt maken om bv een hele dag muziek te luisteren, te gamen of films te bekijken, dan wordt het al snel een uitdaging om dat op één acculading voor elkaar te krijgen. Het kopen van een Powerbank is dan een optie.

Een Powerbank kiezen is wat minder gemakkelijk. Uiteindelijk kom je waarschijnlijk bij Tweakers terecht voor een overzicht van opties. Helaas daar ook vooral Powerbanks zónder reviews. We hadden er deze week twee uit het goedkopere segment, eentje van de Action voor € 15,- en eentje van AliExpress die in totaal € 13,76 gekost heeft. Die bestaat uit een lose case en 5 Liitokala NCR18650B 3,7V 3.400 mAh 18650 oplaadbare lithium batterijen. Dit zijn de 18650 batterijen zonder “knobbel”,  de andere passen niet in de behuizing. Ik link naar beide plekken waar ik mijn spullen gekocht heb. Voor de case was dat voor het eerst, voor de Liitokala batterijen had ik er al eens eerder batterijen gekocht en die voldeden aan de 3.400 mAh claim.

De Powerbank van Action is een SP (Silicon Power) type S105. De behuizing claimt een vermogen van 10.000 mAh, een claim die je ook vaak op de Chinese Powerbanks tegenkomt. Op de behuizing van AliExpress staat zelfs 20.000 mAh. In theorie zou je dat kunnen halen als je 5 x een batterij gebruikt die 4.000 mAh kan leveren, maar die aanduiding heeft betrekking op een situatie waarbij je 3,7V gebruikt. En zo’n Powerbank levert (uiteraard) 5V. Dus die 20.000 mAh haal je nooit en ook geen 5 x 3.400 mAh. Maar hoeveel wel dan?

Daarvoor heb ik sinds kort een simpele werkwijze bestaande uit een kleine mAh meter en een vaste weerstand die naar keuze er voor zorgt dat er 2A of 1A “getrokken” wordt uit de Powerbank.

Je ziet hem hier aangesloten op de Powerbank. Het groene deel is de weerstand. Er zit een schakelaartje op, de LED is rood bij 2A en groen bij 1A. Het zwarte tussenstukje geeft het voltage aan, het aantal ampere en dus het totaal aantal mAh dat geleverd is. Is de accu helemaal leeg, dan schakelt het geheel zich uit. Als je daarna, met een micro-USB kabeltje of een andere stroombron weer voeding levert dan is de laatste stand nog beschikbaar.

Naast de twee ‘grote’ Powerbanks nog een ‘kleine’ Powerbank in de vorm van een compacte ronde cylinder waar ik bij AliExpress €1,12 voor betaalde (ook deze is nu iets duurder geworden).

In deze cylinder past precies één 18650 batterij zonder “knobbel”. Uiteraard niet met dezelfde capaciteit als de andere twee, maar wel een stuk lichter.

De twee grote Powerbanks heb ik zowel met 1A als 2A getest. Verrassend genoeg ging de Powerbank van AliExpress langer mee op 1A dan op 2A. Bij de SP van de Action scheelde het nauwelijks iets. De resultaten bij elkaar:

 1A  2A
AliExpress Powerbank (5x 18650)
303 gram
9.626 mAh 7.909 mAh
SP S105 Powerbank Action
237 gram
6.457 mAh 6.408 mAh
AliExpress Cylinder (1x 18650)
72 gram
1.740 mAh  niet getest

Zoals je ziet komt de Powerbank van de Action tot ongeveer 6.4400 mAh bij zowel 1A als 2A. De AliExpress Powerbank zat bij 2A daar zo’n 1.500 mAh boven maar tikte bij 1A bijna de 10.000 mAh aan. Ik heb dat niet opnieuw getest, het laden en ontladen van de Powerbank kost de nodige tijd.

Bij  Hardware.info hebben ze juist begin afgelopen week een uitgebreide review geplaatst van Powerbanks. Daar meten ze niet alleen mAh, maar juist Wh omdat je dan ook het voltage meeneemt. In die review vinden ze dat het aanduiden van mAh uitgaande van het interne voltage van 3,7V in plaats van het extern afgegeven voltage van 5V best logisch is. Zelf zou ik zeggen: zorg als industrie voor een maat die objectief te meten is en onderling goed te vergelijken.
Bij de test van Hardware.info krijgt de Silicon Power Powerbank S100 10000 Black de “Great Value Award”. Inclusief verzendkosten kost die zo’n € 17,-
Als ik de testresultaten daarvan vergelijk met de twee Powerbanks, dan doen ze het zeker niet slecht. De S100 heeft een specificatie van 6.609 mAh bij 1A.

Conclusie: de Powerbanks mogen blijven. Ze leveren het vermogen dat je er van mag verwachten. Ik ga ze niet voor dagelijks gebruik in mijn tas stoppen. Meestal heb ik er geen nodig, de kleine cylinder met zijn 72 gram krijgt waarschijnlijk wél een vast plekje in mijn tas. Met 1.740 mAh bij 5V is het een lichtgewicht backup voor de momenten dat het écht nodig is.

Deel dit bericht:
feb 102019
 

In de categorie “ik zou er zelf niet aan gedacht hebben om het te bouwen” vandaag een LCD paneel gemaakt van LED strips. Je weet wel, die strips zoals je die “overal” kunt kopen.

Op hackster.io kun  je lezen hoe dat kan. Nou beschrijven de auteurs van dat bericht het proces niet zomaar, want het werkt ook niet zomaar. Het is meteen ook een beetje een demo / advertentie voor een (op dit moment) aankomende Crowd Supply actie voor het benodigde controllerboard.

In de video hieronder (de audio is wat irritant, die kun je beter zacht zetten) zie je het assemblageproces en na 1:05 zie je een demo.

Het effect is (zeker op enige afstand) best goed.

Deel dit bericht:
feb 052019
 

In een tijd van 4K TV’s en grote beeldschermen op laptops zijn RGB LCD matrixschermen eigenlijk iets waar je waarschijnlijk zomaar elke dag mee in aanraking zult komen.

En hoewel ik wel al eens met een dot matrix module geëxperimenteerd had, kende ik het grotere (16×32 pixels) paneel met RGB LEDs dat min jongste zoon dit jaar voor zijn verjaardag vroeg nog niet. Hij had er zelf al een pagina met informatie bij Adafruit voor gevonden, dus hebben we de gok genomen (wat daar stond zag er niet onmogelijk uit) en kreeg hij een exemplaar.

Ik zal niet linken naar de site waar we zijn exemplaar gekocht hebben (hij leest dit bericht waarschijnlijk ook), het was een Nederlandse site, je moet even goed rondkijken want sommige webshop gooien er een flinke marge bovenop. Vind je het niet erg om lang te wachten, dan kun je uiteraard ook op AliExpress terecht. Let er dan goed op dat je een P3 paneel hebt (zoals deze), met LEDs van 3mm. Er worden er ook verkocht met LEDs van 4mm of 5mm grootte. Die zijn goedkoper, maar als je zo’n klein schermpje hebt (en niet van plan bent een display te bouwen van een paar meter bij een paar meter) dan wil je de kleinere hebben (of in ieder geval appels met appels vergelijken).

Hij had wat hulp nodig bij de eerste setup. Het paneel heeft een eigen 5V voeding nodig en de panelen zijn niet van bv zoiets als een micro-USB aansluiting voorzien. Daarnaast hadden we (tja, ik zei al dat ik er geen ervaring mee had) niet de bijbehorende Arduino shield erbij besteld. En dat betekende dat we de connector met 16 kabels met Dupont connector moesten verbinden met de Arduino.

Maar goed, ook dat ging eigenlijk probleemloos. Het installeren van de Arduino client op zijn laptop was eigenlijk nog het meeste werk omdat de Arduino downloadsite wat problemen leek te hebben. Maar na een uurtje hadden we het geheel aan de praat.

Lees verder….

Deel dit bericht:
jan 292019
 

Staat je plant droog?
Het is een van de standaard voorbeelden die je tegenkomt als je met Arduino of ESP8266 aan de slag gaat: gebruik het apparaat om te meten of je plant water nodig heeft. Ik bouwde er een paar jaar geleden ook eentje.

Goedkoop is duurkoop?
De goedkope sensor die ik toen gebruikte werkte niet heel lang. Pas een tijd later kwam ik (alweer) een leerzame video van Andres Spiess tegen over dit onderwerp inclusief een sensor die wél zou moeten kunnen werken zonder zichzelf om zeep te helpen. Ik weet dat ik die sensor toen gezocht heb maar dat hij redelijk aan de prijzige kant was. Sowieso was het exemplaar dat Andreas getest had eentje waarbij je ook nog een ESP8266 moest aansluiten, voor een stroombron moest zorgen, aan het netwerk moest koppelen etc.
Ik heb het toen even gelaten voor wat het was. En eerlijk gezegd was ik de video ook weer vergeten.

Chirp!
Afgelopen week echter kwam ik  op AliExpress echter de sensor tegen die je hierboven ziet. Qua model vergelijkbaar met die van Andreas. Maar deze had een houder voor een knoopcelbatterij, een piezobuzzer én iets wat ik met een beetje (flink) inzoomen herkende als een ATtiny44A. Hmmm, interessant….

Voor het thuisfront was deze sensor al voldoende. Daar was niet echt behoefte aan een sensor die aan het netwerk aangesloten was. Als de sensor zou “chirpen” als de plant te droog was, dan was dat meer dan voldoende. En voor €1,55 inclusief verzendkosten was dat ook geen geld. Of ik er 3 wilde bestellen.

Ik had toen nog niet gezien dat op de afdruk ook de tekst “chirp!” staat. Waarom dat er toe doet, bleek pas toen ik ging kijken of ik meer informatie kon vinden over de sensor. Deze moest vast te hacken zijn, toch?

Hacken?!
Hoezeer de sensor te hacken was, ontdekte ik al snel. Ik kwam namelijk bij deze pagina van wemakethings. Zij blijken de oorspronkelijke ontwikkelaars van de “chirp!”. Het was hun bewuste keuze om het ontwerp van de sensor als open hardware beschikbaar te stellen en de firmware van de chip als open source software. Open, deelbaar, hackbaar, reproduceerbaar. Eerst even naar dat hackbare. De sensor heeft in de originele versie 6 open “gaten” op de sensor zitten. De AliExpress versie heeft de gaten dicht, maar zo te zien met soldeer, dus ook bruikbaar. De officiële site legt uit dat je een header op die gaten kunt aansluiten en ze dan als volgt dienst doen:

  • pin 1 – MISO
  • pin 2 – VCC
  • pin 3 – SCK / SCL – I2C clock
  • pin 4 – MOSI / SDA – I2C data
  • pin 5 – RESET
  • pin 6 – GND

Met deze 6 pinnen ben je niet alleen in staat om de ATtiny44A van gewijzigde firmware te voorzien (de huidige firmware is net als de schema’s voor de PCB op github.com te vinden) maar de sensor gedraagt zich ook als een I2C slave. Als je niet weet wat I2C is, lees dan even dit bericht. Dan heb je maar 2 van de 6 pinnen nodig (pin 3 en pin 4). Wil je deze sensor, bijvoorbeeld via een ESP8266, wél aan de Wifi hangen (waarbij de stand-alone functionaliteit behouden blijft), dan kan dat via die I2C verbinding. Cool toch?

Open source = funest voor kleine ontwerper/verkoper?
Maar….de AliExpress kloon is 100% legaal, feitelijk niets op af te dingen, het bedrijf doet wat de makers mogelijk maken: een heel goedkope versie van de chirp! produceren en verkopen.
Ja maar, het principe van “bedank de bedenkers van mooie dingen voor hun inspanning”?
Nou, die zou ik hier ook graag toepassen, maar dat wordt niet heel gemakkelijk gemaakt. De “officiële” chirp! kost via Tindie namelijk het mooie bedrag van $15,- excl. $5,- verzendkosten. Dat is €18,34 incl. verzendkosten als je via Paypal betaald. Dat is bijna 10x meer dan bij AliExpress, daar is het bedrag €1,88 per stuk incl. verzendkosten.

Ik vrees dat de makers er dus niet heel veel meer zullen verkopen. En dat is eigenlijk wel een vervelend neveneffect van open source hardware en het bestaan van zo veel Aziatische bedrijven die dit soort producten goedkoop in massa kunnen produceren.

Experiment
Goed. Ik heb het voor mezelf als experiment verkocht met twee vragen:

  • Wie is sneller qua leveren, de oorspronkelijke leverancier vanuit de VS via Tindy of de leverancier via AliExpress?
  • Zit er verschil in kwaliteit tussen beide producten? Zijn ze qua ontwerp identiek en functioneel gelijk?

Ik heb dus 1 exemplaar via Tindie besteld en 4 exemplaren via AliExpress (3 om in gebruik te nemen en 1 zodat ik van beide een exemplaar had om mee te experimenteren). Het kan van beide bestellingen even duren voordat ze binnen zijn (en voordat ik tijd heb om ermee te experimenteren) maar wordt vervolgd.

Deel dit bericht:
jan 272019
 

Note to my regular readers: I am not switching over to English for all posts, just  for some of the more technical / aimed at specific audience ones.

Last week I noticed a project on hackster.io that used an ATtiny. But it wasn’t an ATtiny85 like I had used, but an ATtiny10. Still, it had the same amount of pins, the project describes how you build an ATtiny10 Binary Thermometer, so similar to what you would expect with an ATtiny85. While the difference in the numberpart of the name 10 versus 85 would suggest big differences.

My curiosity had been triggered and I started searching around.

Why ATtiny?
For those that also wonder about the ATtiny part of the name: it is part of the AVR family, an 8 bit-RISC-microcontroller (µC) originally developed by a company called Atmel (AT) in 1996. Atmel got acquired by Microchip Technology in 2016 but the name of the chip stayed of course. One branch of the AVR family are the megaAVR or ATmega microcontrollers. The Arduino UNO uses an ATmega328 as its engine and many other members of the family are used on the other Arduino boards.

The ATtiny is part of the tinyAVR branch of the family, they have less on-chip memory, less pins, a less extensive peripheral set than their Mega siblings, but are really cheap, and easy to use in small project.

Note: actually, you can buy an ATmega328 at AliExpress at the moment of writing even slightly cheaper than an ATtiny85 (€1,06 for the ATmega328 versus €1,53 for the ATtiny 85 incl. shipping). Both microcontrollers need more than the bare controller to program them, but both can work on their own, without needing any additional parts. Both are happy with both a coin cell battery or 5V. The socket for the ATmega328 might be a bit more expensive (but you’re talking cents differences) and of course you might simply don’t want to waste the space on your board if you don’t need 28 I/O pins.

What about the numbers?
The first digit of the number that comes after the designation ATtiny makes sense, it is the amount of flash memory in kibibyte (KiB), so an ATtiny85 has 8KiB of flash memory. The second digit is the mdoel type. There you would expect newer models or more powerful models to have higher numbers. But so far I have not found a page that can explain the logic behind the numbering. If you look at the timeline of release (see below, source) you can see that they are not chronological.

And the other stuff?
Often, the designation of the chip stops there. A project would describe that it used an ATtiny85 or (like metnioned) an ATtiny10. But if you want to buy them online the package type also is important. For example, the ATtiny85 is available as:

  • DIP-8N, => this is the one you need if you want to use a breadboard or a socket!!
  • SO208-8, => good for surface mounting, could be used for permanent papercircuits
  • TSSOP-8, => also used for surface mounting, “thin body size”
  • QFN-20 => this one has no “legs” on the outside

If you search for the ATtiny85 on AliExpress for example you will find both ones that have pins and ones that are meant for surface mounting.
In the image on the left, the top was has ATTINY85-20PU DIP-8 in the description. The 20 means it can run on 20Mhz, the DIP-8 indicates the DIP package. There also exist (more expensive) 10PU chips, often indicated as ATtiny85V-10PU that run on lower frequency and are even more power efficient. Lowest price I could find on AliExpress was about 4 euro a piece.
The second one mentions TINY85 SOP8 and, combined with the image, tells you that it is the package meant for surface mounting.

In general there are two things to do if you want the figure out what a specific ATtiny can do. The Wikipedia page for the ATtiny is really helpful. It was filled by someone who had a similar question as I had, but more time. (Thank you!). And the Microchip site has all the datasheets for their microcontrollers. Reading the documentation can be very useful (as always 🙂 )

A lot of people complain that the info is not consistent, and I agree. Take for example the image at the top of this post for the  AT tiny 402 – SSFR. It was taken from this official PDF for the ATtiny202/402 .
It says that the first digit is the amount of flash (consistant), the second the feature set (?) and the third the number of pins (6=20 pins, 4=14 pins, 2=8 pins), but why then not add that digit for all chips?
Carrier Type, Temperature Range, Package Type are also not always provided in that way.
If you download the PDF for the ATtiny85 (and 25, 45), you won’t find that info (there are more files here, I haven’t gone through them all).

I have to admit, I’m not really satisfied with this post yet. I’ve got the idea that there still are more variations of ATtiny chips than I have been able to explain here. And also, I still am not convinced myself that ATtiny85 is the most optimal choice for the projects that I’ve been building. But at least I hope I’ve given you some idea of what to look out for if you want to buy them yourself.

Additions? Corrections? Please leave them in the comments below!

 

Deel dit bericht:

Deurne krijgt glasvezel!

 Gepubliceerd door om 07:27  glasvezel, Internet
jan 092019
 

Ik moet bekennen dat ik de kans niet heel hoog ingeschat had dat ze/we het zouden halen. In 2010 was het animo bij lange na niet hoog genoeg maar nu blijkt het toch gelukt te zijn. Het benodigde aantal vooraanmeldingen is behaald en Deurne krijgt in de loop van 2019 glasvezel voor al haar 15.000 woningen.

Ik hoorde voor het eerst afgelopen zomer van de plannen en heb me in oktober 2018 aangemeld voor het internetpakket via Tweak. Na de bevestiging van mijn aanmelding werd het heel erg stil. Ook nu kan ik bij mijn account bij Tweak niets zien over het behalen van het doel etc.
Dat komt waarschijnlijk omdat ik de Facebook-pagina niet geliked heb. Maar goed, dat zal allemaal nog wel komen. En er zal ongetwijfeld nog heel wat mis gaan. Worst case zit ik er voor een jaar aan vast. De Ziggo internetverbinding is, sinds de werkzaamheden aan de verdeelkastjes afgelopen jaar weer acceptabel stabiel. Ik vind het echter belangrijk dat er voldoende concurrentie beschikbaar blijft. En met glasvezel is er een extra drager bij met een aantal mogelijke aanbieders.

Ik heb gekozen voor een pakket met alleen internet. Daarvoor betaal ik straks €32,92 per maand, maar dat bedrag wordt dan in één keer afgeschreven (dus geen maandelijkse termijnen). Op zich was de optie “alles-in-een” mét Ziggo Sport (dat verkoopt Ziggo ook via anderen) ook nog een mogelijkheid geweest. Die kost €72,90 bij Tweak, terwijl ik op dit moment €71,90 betaal voor een 200 Mbit/s download en 20 Mbit/s upload pakket bij Ziggo. Bij de huidige optie hou ik beide aanbieders naast elkaar. We gaan zien wat het uiteindelijk voor de langere termijn wordt.

Tot slot nog even het grappige promotiefilmpje dat gemaakt is in het kader van “Iedereen Glasvezel Deurne” dat ik tot vandaag niet eens gezien had.

En natuurlijk een verwijzing naar het bericht op Tweakers over de aangekondigde aanleg. Toch heerlijk om weer te zien hoeveel mensen daar iets te melden hebben op zo’n bericht. Wordt vervolgd!

 

Deel dit bericht:
nov 042018
 

Met ingang van versie 70 van Google Chrome op Windows 10 heeft de browser ook de beschikking over ondersteuning voor Web Bluetooth. Dat is cool want dat betekent dat je vanuit een webpagina op bv een Windows 10 laptop met Bluetooth ondersteuning verbinding kunt maken met andere apparaten die Bluetooth ondersteunen. Zoals bijvoorbeeld de BBC micro:bit.

Gelukkig ging dat eigenlijk best probleemloos, met dank aan het uitzoekwerk van Ferry Djaja voor micro:bit Singapore. Hij deelde twee voorbeelden die nu ook in Chrome op Windows 10 werken. Het enige dat je hoeft te doen is de HEX te downloaden naar je micro:bit. Die HEX kun je hier vinden als raw bestand. Kies voor opslaan als… en dan als node-bbc-microbit-v0.1.0.hex (let op niet als TXT-bestand) en zet hem op je Micro:bit. Daarna kun je ‘gewoon’ naar de betreffende URL gaan in Google Chrome (versie 70 of beter) en je selecteert “Connect”. Als je je Micro:bit aan hebt staan (via batterij kan, hij hoeft niet via een kabel aan je laptop te hangen) dan moet je een device zien in het popupscherm dat dan verschijnt.

Ferry heeft twee voorbeelden online staan: eentje waarbij je een afbeelding van de micro:bit ziet die meedraait met de werkelijke beweging. En eentje waarbij je een grafiek ziet voor de x,y,z waarden van de versnellingsmeter van de micro:bit.

De grafiek ziet er interessant uit, maar de waarden zijn een beetje vreemd. Zelfs als de micro:bit stil ligt zijn er waarden die soms wijzigen. Nou staan er in de code voor de webpagina ook wel wat opmerkingen die doen vermoeden dat met name die code niet zomaar een-op-een in een productiesituatie gebruikt zou moeten worden:

Toch nog maar even wat andere bronnen opzoeken (zoals deze, deze, of dit filmpje)

 

 

Deel dit bericht:

Geheimen delen met een robot

 Gepubliceerd door om 09:20  iXperium, Media, robots
okt 242018
 

Gisterenavond werd bij Brandpunt+ aandacht besteed aan sociale robots in de zorg.
Dit gebeurde aan de hand van een project bij zorginstelling Philadelphia. Ze testen daar nu het gebruik van een Pepper robot (Phi), er komt een Sanbot voorbij in de reportage en heel even de iPalrobot die ook in het iXperium op bezoek komen. De aflevering is online terug te kijken:

Centrale vraag in de uitzending is of we wel willen dat met name kwetsbare mensen alles delen met robots. De makers van de reportage gaan langs in Roermond bij het bedrijf Robot Ctrl waar ze o.a. werken aan het platform dat er voor moet zorgen dat de robots niet eenvoudig te hacken zijn en maken daarbij keuzes over wat wel en niet geregistreerd wordt, welke informatie met de begeleiders gedeeld wordt etc.
Naast Lydia, bewoonster van zorginstelling Philadelphia komen ook haar ouders en de inspectie voor de Gezondheidszorg aan het woord.

De reportage komt hier en daar wat geforceerd over. Het gesprek tussen de inspectie en de raad van bestuur van Philadelphia bijvoorbeeld en zeker als die met Phi in gesprek gaat zijn alleen voor de reportage. Op de andere momenten lijkt Phi al een volledig autonome robot, een indruk die vaak ten onrechte gewekt wordt in zulke reportages. Als Phi op het einde Lydia bedankt voor de gastvrijheid dan is dat een script dat draait met tekst die al zo ingevoerd is en afgespeeld wordt op basis van vaak nog tamelijk simpele selectiebomen in de software. Daar zit nog niets autonooms aan.

Los daarvan laat ook deze reportage zien dat sociale robots zelfs in hun huidige beperkte staat al veel kunnen betekenen voor mensen. De enige manier waarop we daadwerkelijk een situatie zullen kunnen bereiken waarbij robots ook daadwerkelijk zover ontwikkeld zijn dat ze autonoom ingezet kunnen worden is door projecten uit te voeren waarbij bedrijven en betrokkenen met elkaar samenwerken aan die ontwikkeling. Het inrichten van zo’n ethische commissie zoals Philadelphia wil gaan doen is dan zeker niet overbodig.

De projectleidster Xenia Kuiper is ook op Twitter te vinden.

Deel dit bericht: