jul 132018
 

De Vlaamse Minister van Onderwijs is er blij mee, de nieuwe eindtermen “voor de eerste graad van het secundair onderwijs” zijn gereed, aldus haar tweet en persbericht. Klinkt goed. Zeker omdat o.a. burgerschap, computational thinking (“Computationeel denken en handelen”),  STEM (waarom hier niet ook de A van Arts of een nette Vlaamse vertaling?) en zoiets als EHBO (ik hoop eigenlijk dat ze ook aan digitaal EHBO doen!!) hier al een expliciete plek gekregen hebben. Of het wat is, dat weet ik nog niet. Ik heb voor nu alleen het persbericht en de voorbeelden die daar in staan, zijn nog niet allemaal zo revolutionair.

Neem bijvoorbeeld het stukje over computational thinking:

of die van STEM:

Daar word ik nog niet zo enthousiast van. Die komen nog heel erg overeen met het niveau waarop bv het SLO eindtermen beschrijft. Vast zinvol, maar niet bruikbaar voor bv een docent die onderwijs wil ontwikkelen. We gaan het zien.

Deel dit bericht:
mrt 062018
 

If I write only one blogpost about day 1 of the NIOC conference, then it has to be one about the keynote and session by Paul Curzon. And to spare him the trouble of having to use Google Translate if he stumbles upon this post, I’ll do it in English.

Why about his performance during this first day? Because he showed me (and the other participants) really nice examples of ways that we can, could, maybe even should, explain computational thinking and other programming concepts to pupils / students. He used “Magic” as a way to make abstract concepts like problem decomposition, algorithms etc. very clear. Even though he used our confusion (about how a trick could possibly work) as a way to get us interested and motivated to learn the solution.

Take a look for example at the Australian Magician’s Dream in the video below.

Note: the video is from 2016, when he does the trick live, he now looks much more relaxed than in the video. So, at first, this might look like just another magic trick. But when he does the trick live, either with grown-ups or with smaller students, he lets the guess the solution. How does the trick work? It is no real magic, no quick hand movements, it is in fact an algorithm.

If you want to know how it works, and/or do it yourself with your students, have a look at this page, you’ll find two more video’s and PDF’s that can help you prepare the trick.

Of course, it is not the first “teaching unplugged CS” course, but I really liked the concept chosen here.

You can find a lot more resources on the website, I have ordered the book The Power of Computational Thinking: Games, Magic and Puzzles to Help You Become a Computational Thinker, by Paul Curzon and Peter W. McOwan so I can read more about it.

So, to be continued….

Deel dit bericht:
apr 102017
 

Als het in het onderwijs in Nederland over “programmeren” gaat worden eenvoudige vragen al heel snel ingewikkeld. Dus een vraag als “Welke programmeertalen zouden onze leerlingen/studenten moeten kennen?” (bron) is niet helemaal zonder risico. Immers, je moet dan gaan nadenken over het doel dat je daarmee hebt. Wil je ze leren programmeren? Of juist coderen? Of software ontwikkelen? Ik ga niet eens proberen naar bronnen te linken die ze op één hoop of op juist heel verschillende hopen (en dan per bron ook verschillend) gooien.

Dus laat ik het maar even veilig houden in deze blogpost. Zo’n 9 jaar geleden vroeg ik me af welke programmeertalen ik allemaal zou moeten leren. Zoals ik toen beschreef:   Basic was mijn eerste kennismaking met programmeren, maar daar kon je (toen) zo weinig mee dat ik er niet veel interesse voor had. Op de universiteit leerde ik Turbo Pascal om daar vervolgens nooit meer wat mee te doen. Daarna kwam ik in de Windows omgeving en Visual Basic (binnen Office!) en Active Server Pages (ASP) terecht. Mijn eerste kennismaking met JavaScript was in de browser, ASP werd vervangen door PHP toen ik weblogtools ging gebruiken op basis van die taal. En daarna werd het een opeenvolging van “wat heb ik nodig”. Zo kwam er een beetje Python bij, een heel klein beetje .NET en eveneens een klein beetje Java. Dat was toen. Sindsdien zijn er dingen gewijzigd en gelijk gebleven.

Lees verder….

Deel dit bericht:
mrt 082017
 

Ik realiseerde me bij het typen van dit bericht dat ik geen aparte tags of categorieën heb voor de verschillende sectoren van het onderwijs, terwijl ik voorheen vooral over zaken die in het hoger onderwijs speelden schreef en nu ik bij het iXperium werk ook over mbo, voortgezet onderwijs en primair onderwijs. Toch ga ik die tags niet introduceren omdat ik nog steeds blijf vinden dat de sectoren veel meer van elkaar kunnen leren dan ze nu doen.

Praxisbulletin 7  met de titel “Maak het nou!” is een uitgave van Malmberg en gericht op het basisonderwijs. Redactie/samenstelling was in handen van Tessa van Zadelhoff. Het bulletin is gratis als PDF te downloaden of op papier via de uitgever te bestellen. Mijn betrokkenheid erbij was nul, ik heb het ongevraagd zojuist gelezen en wil jullie er via deze blogpost naar verwijzen.

Het bulletin is een combinatie van een aantal bijdragen die wat meer uitleg/achtergrond geven bij het hoe en waarom van wetenschap en techniek,  programmeren, computational thinking, maakonderwijs en een aantal lesvoorbeelden. Dat maakt het tamelijk laagdrempelig, maar ook wel handig als je als leerkracht zelf enthousiast bent over het onderwerp en niet meteen weet hoe je dat enthousiasme over moet brengen op directie en/of collega’s. Zo gaat het stukje “Wat hebben we nodig?” in op de vraag waarom we nou op de basisschool aandacht moeten besteden aan dit soort vaardigheden.  De stukjes “Programmeren kun je leren” en “Denken als een computer” proberen dat te doen voor programmeren en computational thinking. Het gaat ook niet altijd helemaal goed, “Makerspace op school” is nog best wel een bestellijst van spullen, maar “Ondernemerschap is kinderspel” is dan wel weer verrassend omdat ondernemerschap binnen mbo’s wel al een hot topic is (en binnen hbo / wo al heel lang), maar binnen het basisonderwijs nog lang niet altijd.
Nu ik de bijdragen voor deze blogpost op een rijtje probeer te zetten merk ik dat ik sowieso de lijn af en toe kwijt raak, waarom staat de bijdrage over computational thinking bij “make” ? En het stukje “Anders (leren) denken” had meer naar voren gemogen bij de lesvoorbeelden in het eerste deel over wetenschap en techniek.

Ik kan me daarnaast voorstellen dat leerkrachten ook wel met vragen blijven zitten. Zoals “waarom wil ik kinderen een hologramprojector laten bouwen?” en ook wel “wat leren ze dan?”. Het bulletin zegt daarover: ” Ze leggen een praktische link tussen de werking van het prisma en de nieuwe mediafunctionaliteiten van de mobiele telefoon“. Ik heb zelf zo’n projector gemaakt van plexiglas, ik denk dat je wel meer leert, bijvoorbeeld ook de praktische vaardigheid van het werken met de noodzakelijke materialen en gereedschappen. Als je bijvoorbeeld de onderzoekscyclus combineert met deze opdracht, dan laat je ze ook nadenken over alternatieve manieren om hetzelfde te bereiken. En waarom deze vorm nou zo werkt, dus hoe een prisma werkt, wat het effect is van het net niet helemaal goed plaatsen van een zijkantje, of het ook met een bolvorm zou kunnen werken in plaats van een prisma, zijn ook vragen die je zou kunnen laten stellen. Idem bij bv de “Papieren circuits”, het maken van zo’n kaart (= “leuk!”) is stap 1,  al spelenderwijs leren werken met elektronica is stap 2, koppelen aan de Makey Makey stap 3 etc. Nou staat er voor papieren circuits een uitgebreidere versie op de website met een PDF die meer voorbeelden geeft dan in dit bulletin pasten, maar het wordt nog een beetje aan de leerkrachten over gelaten om de verbindingen te leggen.

Maar goed, nou ben ik ook wel heel erg ver in de bek van dat spreekwoordelijk gegeven paard aan het kijken. Ik kan het ook omdraaien en zeggen: het bulletin biedt leerkrachten heel wat ruimte om zelf uitbreidingen te ontwikkelen en legt hen niet vast in de manier waarop ze het in hun onderwijs willen integreren. Dat maakt het extra flexibel in gebruik. 🙂
Serieus: ik zou het natuurlijk heel mooi vinden als leerkrachten dat daadwerkelijk doen. En dan natuurlijk ook die uitwerkingen, aanpassingen, implementaties weer online delen. Dan kunnen ze ook weer door anderen gebruikt worden!
Stap 1 is dan om het bulletin te downloaden of te bestellen (als je liever vanaf papier leest).

Deel dit bericht:
nov 162016
 

hour_of_code_2016Ten behoeve van de Hour of Code 2016 hebben Microsoft en Code.org een uitbreiding uitgebracht op de op Minecraft gebaseerde opdrachten van vorig jaar. Ik schreef daar toen al uitgebreid over, in dit bericht wil ik me even richten op de verschillen van de uitbreiding.

Heel simpel: het is een hoger level van coderen. Er wordt nu gebruik gemaakt van events die aan objecten gekoppeld zijn, het eerste uur van vorig jaar gaat uit van een lineaire programmalijn op basis van de “als gestart” actie (ok, dat zou je ook een event kunnen noemen). Nu gebruik je combinaties zoals “chicken” (object) met “when spawned” (event). Ik heb de opdrachten gemaakt. Ze zijn leuk en uitdagend, maar ik heb ook wel wat vragen erbij. Allereerst is het geheel een beetje vreemde mening van Nederlands en Engels.

hour_of_code_2016_1

Nederlands en Engels door elkaar heen.

Dat zou voor de wat oudere kinderen geen probleem moeten zijn, maar het maakt het geheel een beetje half af. Ik weet het, het is een gratis resource, dus niet te streng zijn.

Waar ik ook wat moeite mee heb is de vermenging van redelijk basale acties zoals “attack” (al zou je kunnen stellen dat ook dat een

hour_of_code_2016_2

Samengestelde opdrachten als één blokje.

samengestelde actie is) en veel complexere acties zoals “move a step toward ‘zombie'”. Die laatste bevat hoe dan ook veel meer dan één actie. Zo moet de “Iron Golem” in dit geval een keuze maken tussen een aantal zombies. Kiest hij er willekeurig eentje? De zombie die het dichtste bij is? En als dat zo is, hoe bepaal je dat?

Hier (die ene opdracht) ligt een heel individueel probleem achter. En als je het over computational thinkingvaardigheden als “probleem decompositie” hebt, dan is ook dat besef relevant.

En ten slotte vraag ik me af waar de grens ligt voor wat betreft dit soort omgevingen. Het is immers niet echt Minecraft, je bent in een gesimuleerde omgeving aan het programmeren. Voor de beginner-oefeningen vond ik deze omgeving heel logisch, maar is het voor kinderen die dit niveau aankunnen niet veel leuker om in het “echte” mindcraft te programmeren? Of met fysieke robots of “gewoon” met een micro:bit, arduino, Raspberry Pi aan de slag te gaan? Die zijn weliswaar niet gratis, maar toch.

Je ziet het, voldoende om over na te denken, zelfs als je geen doelgroep van de toepassing bent. 🙂

 

Deel dit bericht:
okt 122015
 

Computing - onderwijs in de praktijk Kennisnet heeft, mooi getimed met de Codeweek 2015, een rapport opgesteld waarin ze stil staan bij de vraag op welke manier we in Nederland in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs aandacht zouden moeten besteden aan “programmeren” of “digitale geletterdheid”. Om een richting voor een antwoord op die vraag te kunnen geven zijn ze gaan kijken bij onze buren in het Verenigd Koninkrijk. Daar is in september 2014 een nieuw onderwijscurriculum ingevoerd voor alle scholen van primair en voortgezet onderwijs (voor zover ze door de overheid betaald worden) met een grotere nadruk op “computing”. Daarbij is het nadrukkelijk niet het doel om van elke Britse scholier een programmeur te maken, al is het tekort aan geschoolde vakmensen in de IT wel een van de achterliggende economische overwegingen. Andere overwegingen zijn dat kinderen zo beter in staat zijn om digitale systemen en computers niet alleen te gebruiken maar ook te begrijpen en beheersen en dat ze door betere beheersing van computational thinking vaardigheden om problemen op een systematische manier op te lossen, iets wat ook bij andere vakken en disciplines van pas komt.
Het rapport benadrukt dat er nog geen overtuigend bewijs is dat het leren programmeren kinderen daadwerkelijk helpt bij het ontwikkelen van meer algemene probleemoplossende vaardigheden. Hier ligt dus nog een taak voor onderzoekers.

Het tweede deel van het rapport bevat een gestructureerde beschrijving van het Britse curriculum, aangevuld met een aantal casusbeschrijvingen van scholen die op verschillende manieren met het nieuwe curriculum aan de slag zijn gegaan.
Een aantal lessen die er uit te trekken zijn, zouden als heel logisch moeten klinken, maar het is niet overbodig dat ze er toch staan. Ik heb de conclusies vanuit het Verenigd Koninkrijk en de aanwijzingen voor Nederland even bij elkaar gezet:

  • Voorwaardelijk: visie + meerjarenplan
  • Regel ondersteuning binnen de school door middel van “Computing-coördinatoren”
  • Overweeg ondersteuning van leerlingen door middel van “Digitale leiders” (gevorderde leerlingen)
  • Regel scholing waar nodig voor zittende docenten
  • Nationaal en internationaal netwerk/community waarbij kennis gedeeld wordt, samen gewerkt wordt etc.
  • Voorwaardelijk: keuze voor didactisch model; Advies:
    • didactiek op basis van maken en doen
    • projectmatig / groepsgewijs werken
    • koppelen aan belevingswereld
    • presenteren en delen / stimuleer discussie
    • maak lessen flexibel met extra materiaal voor snelle en langzamere leerlingen
    • interactie met andere vakken
  • Toetsing en examinering is nog een uitdaging; Advies:
    • Gebruik assessment for learning technieken zoals self-assessment, peer-assessment, machine-assessment.
    • Ondersteun dit met technieken als target setting en open vragen
    • Andere hulpmiddelen: blogs, interviews, portfolio’s.
  • Technische infrastructuur moet op orde zijn; no brainer.

In de bijlagen bij het rapport worden een aantal van de gebruikte begrippen (nogmaals) gedefinieerd, wordt een voorbeeld van een Britse leerlijn gegeven en komt een aantal Nederlandse initiatieven kort aan bod, inclusief een voorbeeld van een Nederlandse lessenreeks, boeken om te lezen, veel gebruikte software en hardware.

Al met al is het een rapport dat scholen de nodige handvatten biedt bij de vraag “wat moeten we met programmeren / computational thinking in ons onderwijs?” op basis van de ervaringen van de Britten. Het rapport biedt de nodige verwijzingen naar andere bronnen, materialen en initiatieven waarmee je verder kunt. De echte critici, dus de docenten die zeggen “het is niet bewezen dat we het moeten…” zul je er niet mee over de streep trekken. Maar dat kan waarschijnlijk geen enkel rapport.

Deel dit bericht: