Nieuwe publicaties van SURFnet

 Gepubliceerd door om 23:50  SURF
nov 082016
 

illustratie_13trends2016_defIn Rotterdam vinden nog t/m morgen Dé Onderwijsdagen plaats. En traditioneel is dat hét  moment van SURF/SURFnet om nieuwe onderwijspublicaties te lanceren.

Ik zal even beginnen met het linken naar de drie rapporten:

Met name het trendrapport is al op meer plekken beschreven (o.a. bij Wilfred Rubens, Robert Schuwer, Jeroen Bottema, en dan vergeet ik er vast nog). De trends zouden je eigenlijk niet eens zo mogen verbazen:  virtual reality; serious gaming; het virtuele klaslokaal; gamification; internet of things; de student als eigenaar van zijn online identiteit; digitale badges en microcredentialing; van open content via open pedagogy naar open onderwijs; de persoonlijke leeromgeving voor instellingsoverstijgend studeren; adaptieve leeromgeving voor wendbaar onderwijs; learning analytics; digitaal toetsen en learning analytics; kunstmatige intelligentie.

De “Notitie Flexibele en persoonlijke leeromgeving: een modulair functioneel model” is een stuk technischer dan het trendrapport en gaat over componenten, functionaliteiten en standaarden bij leeromgevingen. Meer gericht op mensen die zich bezig houden met de (technische) implementatie.

Het “Whitepaper Onderwijs op maat anno 2016” tenslotte gaat in op vijf dimensies, van hoe studenten leren en wat ze leren. Daarbij gaat het om: inhoudelijke keuzevrijheid, passend bij de achtergrond van de student; eigen tijd, plaats en tempo; op het eigen niveau; op de eigen manier. Op het einde van het whitepaper wordt ook weer de link gelegd naar de trends uit het trendrapport.

De drie documenten zijn beschikbaar via bovenstaande links. Doe er je voordeel mee!

 

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe publicaties van SURFnet  Tags: ,
nov 092015
 

SURF_la

Als ik kan kiezen tussen het lezen van een boek of het bekijken van de film naar aanleiding ervan, dan kies ik altijd voor de film. Vandaag was het potentieel nog erger: ik had het rapport over Learning Analytics en de Wet Bescherming Persoonsgegevens al gelezen in de trein op weg naar de preconference van Dé Onderwijsdagen 2015 in Rotterdam. Maar gelukkig was de film, lees: de presentatie van Arnoud Engelfriet over het onderwerp van het rapport ondanks dat ik de afloop van het verhaal al kende, qua uitvoering veel leuker.

Aan de toch wat complexe en beperkende situatie waar we ons rond learning analytics voor gesteld zien, als je werkt volgens de vereisten van de Wet Bescherming Persoonsgegevens, kan ook Arnoud niets veranderen. Hij kan het gelukkig wel op een manier uitleggen zodat het voor ons allemaal duidelijk was én we er niet helemaal chagrijnig van werden. Waarom chagrijnig? Nou, omdat ik best snap waarom dit soort wetten er zijn. Om ons tegen (commerciële) bedrijven te beschermen die dingen met onze informatie willen doen die vaker niet in ons belang zijn dan dat ze dat wel zijn.

Huiskamervraag: is een postcode een persoonsgegeven?

Huiskamervraag: is een postcode een persoonsgegeven?

Maar bij Learning Analytics en onderwijsinstellingen zou je er vanuit moeten kunnen gaan dat het wél in belang van die student is. En de wet en met name de strikte regels lijken initiatieven op dat gebied nu vroegtijdig de nek om te draaien of onmogelijk te maken.

Een belangrijke opmerking tijdens de sessie was wat mij betreft dat het wellicht zinvol (en mogelijk ook heel goed haalbaar) is als we als onderwijsinstellingen gezamenlijk formuleren welke informatie we van studenten moeten vastleggen als noodzakelijk onderdeel van onze bedrijfsuitvoering. Dan zouden we ons leven een stuk eenvoudiger moeten kunnen maken.

Het rapport is in ieder geval hier te downloaden.

Deel dit bericht:

Rapport: ict & me

 Gepubliceerd door om 09:15  Onderwijs, Onderzoek
okt 192015
 

ict_and_me_cover

De divisie Noord Ierland van het National Children’s Bureau (NCB) uit het Verenigd Koninkrijk heeft een rapport gepubliceerd getiteld “ict & me, a research study examining how young people’s use of ICT and the amount of screentime impacts on GCSE attainment” (PDF). Dit onderzoek richtte zich met name op het cohort jongeren dat in de meest achtergestelde gebieden van Noord Ierland woont. Met name vragen als “hoe is het gesteld met de toegang tot ict?” zijn voor die groepen extra relevant. Het onderzoek maakte gebruik van een combinatie van literatuurstudie, een vragenlijst die twee jaar achter elkaar afgenomen werd. De conclusies rond studieresultaten zijn gebaseerd op de resultaten van 611 jongeren die de vragenlijst zowel in het eerste als het tweede jaar van de studie ingevuld hebben. Er zijn focusgroep bijeenkomsten geweest met jongeren en met ouders. De docenten zijn geïnterviewd.

ict_me_werkwijze

De belangrijkste conclusies uit het rapport:

  • Toegang tot een computer/laptop thuis is ook voor deze groep jongeren geen probleem. Toch betekent dit dat zo’n 1.000 jongeren (5% van het totaal) thuis geen toegang heeft en zo een nadeel hebben ten opzichte van de rest.
    Opvallend: uit de focusgroep bijeenkomsten met jongeren kwam de beschikbaarheid van een printer thuis (het gebrek er aan) als knelpunt naar voren, de docenten herkenden dat echter niet.
    Als jongeren toegang tot een computer hebben, hebben ze ook thuis toegang tot internet.
  • Ouders en docenten zien sociale netwerken en gaming als de belangrijkste negatieve invloed op de studieresultaten van jongeren. Het onderzoek liet een negatief verband zien tussen gaming en studieresultaten maar niet tussen sociale netwerken en de studieresultaten.
  • Docenten gaven aan gaming te zien als een bron van problemen met betrekking tot het (op tijd) op school zijn en motivatie. Het onderzoek kon echter geen verband vinden tussen gaming en afwezigheid op school.
    Opvallend: bij jongeren zelf komt gaming niet voor in de top 5 van activiteiten die ze aangeven dagelijks te doen (pag. 9), het gegeven dat ouders en docenten daar anders over denken lijkt doorslaggevender te zijn voor de onderzoekers.
  • Ouders en docenten maken zich zorgen over de veiligheid van jongeren online. De jongeren zelf zien dat minder als een probleem. De onderzoekers geven aan dat dat deels te verklaren is doordat de jongeren, in tegenstelling tot wat de ouders verwachten én in tegenstelling tot die ouders zelf, goed op de hoogte leken van hoe ze voor hun online veiligheid moesten zorgen. Het hoge aantal ouders dat zich hier zorgen over maakte, wijkt af van andere studies op dit gebied waar dat percentage veel lager lag.
  • Voor wat betreft ict vaardigheden scoort het kunnen bewerken van digitale video en audio lager bij jongeren dan het gebruik van spreadsheets, zoekmachines en e-mail. In het algemeen hebben jongeren een positieve houding ten opzichte van het gebruik van ict zowel thuis als op school.

Lees verder….

Deel dit bericht:
okt 122015
 

Computing - onderwijs in de praktijk Kennisnet heeft, mooi getimed met de Codeweek 2015, een rapport opgesteld waarin ze stil staan bij de vraag op welke manier we in Nederland in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs aandacht zouden moeten besteden aan “programmeren” of “digitale geletterdheid”. Om een richting voor een antwoord op die vraag te kunnen geven zijn ze gaan kijken bij onze buren in het Verenigd Koninkrijk. Daar is in september 2014 een nieuw onderwijscurriculum ingevoerd voor alle scholen van primair en voortgezet onderwijs (voor zover ze door de overheid betaald worden) met een grotere nadruk op “computing”. Daarbij is het nadrukkelijk niet het doel om van elke Britse scholier een programmeur te maken, al is het tekort aan geschoolde vakmensen in de IT wel een van de achterliggende economische overwegingen. Andere overwegingen zijn dat kinderen zo beter in staat zijn om digitale systemen en computers niet alleen te gebruiken maar ook te begrijpen en beheersen en dat ze door betere beheersing van computational thinking vaardigheden om problemen op een systematische manier op te lossen, iets wat ook bij andere vakken en disciplines van pas komt.
Het rapport benadrukt dat er nog geen overtuigend bewijs is dat het leren programmeren kinderen daadwerkelijk helpt bij het ontwikkelen van meer algemene probleemoplossende vaardigheden. Hier ligt dus nog een taak voor onderzoekers.

Het tweede deel van het rapport bevat een gestructureerde beschrijving van het Britse curriculum, aangevuld met een aantal casusbeschrijvingen van scholen die op verschillende manieren met het nieuwe curriculum aan de slag zijn gegaan.
Een aantal lessen die er uit te trekken zijn, zouden als heel logisch moeten klinken, maar het is niet overbodig dat ze er toch staan. Ik heb de conclusies vanuit het Verenigd Koninkrijk en de aanwijzingen voor Nederland even bij elkaar gezet:

  • Voorwaardelijk: visie + meerjarenplan
  • Regel ondersteuning binnen de school door middel van “Computing-coördinatoren”
  • Overweeg ondersteuning van leerlingen door middel van “Digitale leiders” (gevorderde leerlingen)
  • Regel scholing waar nodig voor zittende docenten
  • Nationaal en internationaal netwerk/community waarbij kennis gedeeld wordt, samen gewerkt wordt etc.
  • Voorwaardelijk: keuze voor didactisch model; Advies:
    • didactiek op basis van maken en doen
    • projectmatig / groepsgewijs werken
    • koppelen aan belevingswereld
    • presenteren en delen / stimuleer discussie
    • maak lessen flexibel met extra materiaal voor snelle en langzamere leerlingen
    • interactie met andere vakken
  • Toetsing en examinering is nog een uitdaging; Advies:
    • Gebruik assessment for learning technieken zoals self-assessment, peer-assessment, machine-assessment.
    • Ondersteun dit met technieken als target setting en open vragen
    • Andere hulpmiddelen: blogs, interviews, portfolio’s.
  • Technische infrastructuur moet op orde zijn; no brainer.

In de bijlagen bij het rapport worden een aantal van de gebruikte begrippen (nogmaals) gedefinieerd, wordt een voorbeeld van een Britse leerlijn gegeven en komt een aantal Nederlandse initiatieven kort aan bod, inclusief een voorbeeld van een Nederlandse lessenreeks, boeken om te lezen, veel gebruikte software en hardware.

Al met al is het een rapport dat scholen de nodige handvatten biedt bij de vraag “wat moeten we met programmeren / computational thinking in ons onderwijs?” op basis van de ervaringen van de Britten. Het rapport biedt de nodige verwijzingen naar andere bronnen, materialen en initiatieven waarmee je verder kunt. De echte critici, dus de docenten die zeggen “het is niet bewezen dat we het moeten…” zul je er niet mee over de streep trekken. Maar dat kan waarschijnlijk geen enkel rapport.

Deel dit bericht:
mei 302015
 

iXperium_trendrapport De Trendgroep iXperium heeft gisteren het Trendrapport 2015 gepubliceerd. Je kunt het rapport hier downloaden. Het rapport is eigenlijk als het ware een uitgebreid inhoudelijk investeringsvoorstel voor het iXperium, maar vanwege die uitgebreide onderbouwing ook voor anderen interessant.

Net als in  het rapport van 2014 (PDF) is er een driedeling in het rapport gemaakt: “hier en nu”, “zone van naaste ontwikkeling”, “stip aan de horizon”.
Een gemis bij de meeste trendrapporten vind ik wel dat er niet of nauwelijks terug gekeken wordt naar de eigen verwachtingen van het jaar ervoor. En dat gebeurt ook hier bijna niet. Daarom heb ik die vergelijking zelf maar gemaakt. Het gecombineerde overzicht van de ontwikkelingen in de edities 2014/2015 ziet er dan als volgt uit.
Lees verder….

Deel dit bericht:
mrt 132014
 

Flexibel_hoger_onderwijs_voor_volwassenenGisteren verscheen het adviesrapport “Flexibel hoger onderwijs voor volwassenen“. Het is een rapport van een commissie onder leiding van Alexander Rinnooy Kan aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de te nemen maatregelen die zouden moeten leiden tot een grotere deelname van de volwassen beroepsbevolking, zoals dat dan zo mooi heet, aan het hoger onderwijs.

Het gaat namelijk niet goed met de deeltijdopleidingen binnen het hoger onderwijs. Het aantal ingeschreven deeltijders neemt al een paar jaar af. En deelname blijft al helemaal achter als je het vergelijkt met internationale getallen over deelname aan deeltijd hoger onderwijs.
Ik was bij voorbaat heel benieuwd naar de rol die online onderwijs in het rapport gekregen had, want als ik vanuit het HBO onderwijs kijk dan lijkt me dát nou juist een plek waar we winst zouden moeten kunnen halen.

Het advies bevat een korte beschrijving van de stand van zaken en ontwikkelingen en daarna een tiental aanbevelingen, die ik hierna kort zal bespreken.
Lees verder….

Deel dit bericht:
nov 212011
 

Het filmpje is van afgelopen september en het rapport zelfs van net voor de zomer, maar het is nog meer dan actueel. Het onderzoek ging in op het gebruik van Open Educational Resources (OER) door docenten binnen het onderwijs in het Verenigd Koninkrijk.

Je kunt de beknopte versie van het onderzoek hier downloaden (PDF!), de volledige versie is hier te vinden (PDF!)
Hoewel het onderzoek uitgevoerd is in het Verenigd Koninkrijk vond ik het toch de moeite ook voor Nederland waard, veel van de opmerkingen zijn namelijk waarschijnlijk ook op de Nederlandse situatie van toepassing. Prettig dat ze ook deze samenvatting in videovorm geven, ik vond het prettig om te luisteren en te kijken, in plaats van het helemaal afhankelijk zijn van het lezen van de PDF’s.

Belangrijke opmerking in het filmpje: als je een repository opzet, dan *moet* je doorzoekbaar zijn via Google, want dat is een van de meest gebruikte manieren waarop gebruikers zoeken naar OER. En als je daar niet te vinden bent, dan loop je veel bezoekers/gebruikers mis!

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Hoe maken docenten in het Verenigd Koninkrijk gebruik van OER?  Tags: , , ,