okt 282018
 

De site/toepassing is niet nieuw, maar ik had simpelweg nog geen reden gehad om er eerder naar te kijken: MIT App Inventor.

Vandaag heb ik er voor het eerst mee geëxperimenteerd. De aanleiding is een wat groter project waarbij ik sensorwaarden die via een ESP32 worden verzameld direct op een mobiel apparaat wil kunnen ontvangen (dus niet via WiFi / MQTT etc). Het idee is om daar BLE (Bluetooth Low Energie) voor te gebruiken, de ESP32 heeft standaard WiFi en BLE ingebouwd. Maar de standaard apps die je voor BLE kunt downloaden hadden wat moeite met het verwerken en zeker met het netjes weergeven van de data die op deze manier binnen kwam. Zelf een app bouwen voor iOS of Android had ik in het verleden wel al eens geprobeerd, maar in beide gevallen was het installeren van de benodigde tools/software en het krijgen van een basisbegrip van hoe e.e.a. werkt al voldoende reden om daar niet teveel extra tijd in te steken.

Ik was dan ook een beetje sceptisch toen ik de verwijzing naar MIT APP Inventor tegenkwam. Maar, de eerste indruk na een paar uurtjes testen is heel positief. Goed, de eerste beperking voor nu is nog dat er nog geen ondersteuning is voor iOS. Dat was voor mij geen echt probleem, ik heb beide ter beschikking.
Heel prettig is wat mij betreft dat ik meteen in de online omgeving aan de slag kon. Ik kon met een Google account inloggen, naar keuze voor mij dan dus via @gmail.com of via @ixperium.nl omdat we Google Apps for Education gebruiken. Maar helemaal mooi werd het na het koppelen van mijn Android toestel via de MIT AI2 Companion App die ik via Google Play kon installeren. Na het scannen van een QR-code of het invoeren van een korte code werd mijn toestel gekoppeld aan het project waar ik mee bezig was. Dat betekende dat wijzigingen meteen werden doorgevoerd en te testen waren.

Het bouwen van een applicatie voelde heel vertrouwd, enerzijds heb je de ontwerpomgeving waar je knoppen, lijsten etc. op je scherm plaatst. Om er voor te zorgen dat die knoppen daadwerkelijk iets doen gebruik je de “Blocks” omgeving. Als je met Scratch kunt werken of met de Blocky achtige omgevingen zoals ook bij de Micro:bit gebruikt worden, dan kun je hiermee eenvoudig overweg.
En ook wijzigingen die je hier doorvoert worden meteen in de app op je smartphone doorgevoerd.

Heb je app helemaal klaar, dan kun je een .apk bestand downloaden op je smartphone. Dat is dus een “echte” app die gewoon zelfstandig werkt, los van de online omgeving. Nou staan de meeste smartphone tegenwoordig zo ingesteld dat ze niet zomaar apps installeren die niet in Google Play staan. Maar als het goed is, dan is dat één vinkje dat je moet aanzetten. Ik heb nog niet uitgezocht hoeveel werk de optie is om je app via Google Play te delen via App Inventor, want dat is voor mijn doel niet nodig.

Conclusie
Voorlopige conclusie is dat deze omgeving voldoende flexibiliteit biedt voor wat ik nodig heb.  De app is nog niet klaar dus nog geen filmpje etc. van het eindresultaat. Dat wordt nog vervolgd.

Deel dit bericht:
okt 062018
 

Sinds de Micro:bit beschikbaar kwam is er een groot aantal accessoires op de markt gekomen die het kleine, oorspronkelijk op het onderwijs gerichte, apparaatje eenvoudiger koppelen met andere hardware. Zie bijvoorbeeld deze pagina bij Kitronik. Soms kan ik me er heel wat bij voorstellen. Neem bijvoorbeeld dit boardje om als batterij een knoopcel te kunnen gebruiken (en een buzzer toe te voegen). Dan voeg je 5 GBP toe aan de kosten, maar heb je wel een heel compacte setup.

De GAME ZIP 64 is dan weer zo’n accessoire waar ik wat meer vraagtekens bij heb. Die kost bijna 40 GBP en dan krijg je “the ultimate retro handheld gaming platform for the micro:bit”. Niet alleen is die prijs enorm (ruim 2x meer dan je voor de Micro:bit betaald) maar het wordt natuurlijk nooit een echt ultiem retro handheld gaming platform.

Datzelfde heb ik bij de Kickstarter van PiSupply. Daar kun je onder andere een boardje ‘kopen’ (afhankelijk van of ze hun doelbedrag halen) waarmee je van je Micro:bit een node in het LoRaWAN netwerk van The Things Netwerk kunt maken. De Early Bird kosten van dat geheel, inclusief verzendkosten naar Nederland bedragen omgerekend 36 euro. Ook dat is een stevig bedrag, maar ook hier heb ik de vraag of LoRaWAN op een Micro:bit zinvol is. De reden dat je LoRaWAN gebruikt is als je weinig data hoeft te versturen, mogelijk niet binnen bereik van WiFi bent, 4G een (te) dure optie is én als je weinig vermogen wilt gebruiken. Dus als je apparaten wilt maken die zo lang mogelijk op een batterij meekunnen. En als ik iets geleerd heb van de talrijke video’s die Andreas Spiess gemaakt heeft over het onderwerp (zeer de moeite waard overigens) dan is het dat ook gewone ontwikkelborden, dus borden waar de LoRa chip en processor al geïntegreerd meestal niet zo geoptimaliseerd zijn als kan. Logisch, je ruilt eenvoud van gebruik in voor meer stroomverbruik.

Dan zie ik liever de constructies zoals Pauline Maas ze in Eindhoven bij de Maker Faire gebouwd had. Soms wat gelikter met onderdelen uit de 3D printer, andere keren gewoon met karton of met een 5 cent muntje als koppeling tussen meerdere kabels met krokodilbek. Niet iets wat je gebruikt voor een constructie die meerdere maanden/jaren zonder problemen moet werken. Maar voldoende voor een tijdelijk project of een prototype.

Laat ik positief afronden. Ik heb de Kickstarter gebackt voor 1 node. Nog even wachten tot maart 2019, áls ze hun deadline halen natuurlijk. Ik bestel hem, zal hem testen en laten horen hoe goed hij werkt. Als test, niet als ding dat ik permanent ergens ga installeren.

 

 

Deel dit bericht:

Seamless Learning

 Gepubliceerd door om 10:19  Internet, Leertechnologie, Onderwijs
jul 182018
 

Seamless Learning betekent letterlijk vertaald “naadloos leren”. Of in ieder geval dan het streven naar zo naadloos mogelijk leren. Want helemaal bereiken doen we die situatie nog lang niet. Die naden kunnen heel verschillend van aard zijn. Een veelgebruikt lijstje met voorbeelden van zulke naden is afkomstig van Wong & Looi (2011) die de volgende 10 “naden” benoemen: Formal and informal learning; Personalized and social learning; Across time; Across locations; Ubiquitous access; Physical and digital worlds; Multiple devices; Multiple learning tasks; Knowledge synthesis; Multiple pedagogical and learning activity models.

Nou zou je wat mij betreft kunnen stellen dat er veel overeenkomsten te vinden zijn tussen Seamless Learning en Blended Learning (voorstanders van de ene of de andere term zullen het daar mee oneens zijn), maar dat doet er eigenlijk minder toe. Het is een benadering die breder kijkt dan één context, dus niet alleen formeel leren of informeel leren, niet alleen online of offline, niet alleen uitgaande van één pedagogisch model maar van een veelvoud. En dan de uitdaging om die verschillende “naden” voor de lerende (leerling, student, cursist) zo probleemloos of onzichtbaar mogelijk te maken.

Bij de Open Universiteit hebben ze een MOOC (open online cursus) gemaakt ter introductie van het onderwerp. De MOOC is gratis toegankelijk en staat nog open tot september 2018 (daarna wordt hij gearchiveerd). Je kunt jezelf hier aanmelden voor toegang tot de MOOC. In juni 2018 heeft een conferentie plaats gevonden in Maastricht, de presentaties daarvan zijn hier online te vinden. In augustus 2018 start een nieuwe MOOC over het ontwerpen van seamless learning.
Lees verder….

Deel dit bericht:
mei 282018
 

Via Adafruit kwam ik bij deze leuke (verder tamelijk nutteloze) Record Player. het is een combinatie van de Google Vision API en de Spotify API.

De werking is tamelijk eenvoudig: maak een foto van een hoes van een LP of CD of als je die niet meer hebt (of nooit gehad hebt), zoek je gewoon even op Google naar plaatjes. Die afbeelding sleep je dan op de interface en dan stuurt de site die eerst door naar Google Vision om te beoordelen wat er op de afbeelding staat. Het resultaat wordt dan naar Spotify gestuurd en jij krijgt het resultaat daarvan te zien.

Mijn eerste test was met Eliminator van ZZ Top:

Het resultaat was niet 100% correct, maar wél ZZ Top:

Een dubbelcheck (dank je Marit) liet zien dat dat logisch is: Eliminator als album staat namelijk niet op Spotify. Zoek ik op basis van de cover van Afterburner, dan komt Spotify met het juiste album. Cool! 🙂

Hieronder staan er nog een paar:

De twee antieke “Now This is Music” hoezen kan Spotify niets mee. Maar dat ligt niet eens alleen aan Spotify (die die oude LP’s niet in de collectie heeft), van #4 maakt Google “lassen” (geen idee waarom) en op #6 herkent Google alleen Tina Turner. Op zich ook niet verkeerd.
Van de verzamel CD van Level 42 weet Google alleen “level 42” te achterhalen. Grappig is dan weer dat Spotify dan ook “The Very Best Of” als response geeft, als de cover in dat geval niet helemaal hetzelfde.

Je ziet het, je kunt je hier heeeeel lang mee amuseren. Vooral als je een oude sok bent (zegt Marit).

Deel dit bericht:
mei 102018
 

Mijn kinderen herkennen de stem van “the guy with the Swiss accent” meteen zodra ik weer eens een filmpje van Andreas Spiess zit te kijken. De afgelopen drie jaar staat hij garant voor een doorlopende stroom van video’s over uiteenlopende electronica gerelateerde onderwerpen. Andreas verschijnt daarbij zelf meestal niet in beeld, je ziet alleen zijn handen, altijd netjes in witte handschoenen gestoken. En natuurlijk zijn kenmerkende stem die op een rustig, duidelijk verstaanbare manier dingen uitlegt. Daarom is het extra leuk dat hij nu ook wat duidelijker zelf in beeld komt én dat hij een overzicht geeft van zijn lab. Als je zijn kanaal nog niet volgt en ook maar iets met maken / klooien / maakonderwijs / Arduino / LoRaWAN / ESP8266 / ESP32 doet, dan moet je je heel even diep schamen en dan snel aanmelden.

Deel dit bericht:
apr 092018
 

Nee, ik ben niet boos. Maar veel andere mensen blijkbaar wel. En ik snap het ook wel een beetje. Padlet heeft namelijk onlangs haar gratis aanbod drastisch naar beneden bijgesteld.

Als nieuwe gebruiker mag je nu nog maar 3 padlets aanmaken in het gratis plan. Voor bestaande gebruikers ligt het er aan hoe veel bestaande padlets je al had. Ik heb geluk, mijn quotum ligt op 41 padlets. Wil ik er meer dan moet ik overstappen op het betaalde plan.

Weer een bedrijf dat gaat voor het grote geld? Nou, niet echt. ik werd via Richard Byrne gewezen op de uitgebreide uitleg van de baas van Padlet (en toen pas zag ik dat voor nieuwe gebruikers het aantal zo laag lag). Een van de dingen die in het bericht staat is dit:

We are a 6 person company of 5 super talented people: 3 engineers — SY, Linh, and Colin; 1 designer — Gerard, 1 support person — Carla. And then there’s me. Close to 10 million people come to Padlet every month. That’s 3 million people for every engineer to support every month. Carla answers over a 100 emails every day.

Oef. Dat zijn heel weinig mensen om een dienst betrouwbaar in de lucht te houden, gebruikers te ondersteunen en functionaliteit toe te voegen.

[…]

Je ziet het niet aan de blogpost, maar terwijl ik hem zat te typen realiseerde me dat ik meer wilde doen dan alleen de makers een hart onder de riem steken middels dit bericht. Dus heb ik mijn account omgezet naar een betaald account. Hoeveel jaar ik die $99 per jaar wil betalen? Geen idee. Maar minimaal voor het eerste jaar.
En eigenlijk is het simpelweg te hopen dat voldoende andere mensen dat ook doen. Lees de uitgebreide uitleg, beslis voor jezelf.
Ik gebruik Padlet soms een maand of twee niet, maar als ik snel een overzicht van bronnen wil maken dat er ook aantrekkelijk uitziet als je deelt, dan wel. Bijvoorbeeld deze: https://padlet.com/PiAir/lasersnijden

Daarom dus.

Deel dit bericht:
mrt 312018
 

Wauw! Dit was een site die ik graag een paar weken geleden had willen ontdekken: Katacoda

Dat had me namelijk waarschijnlijk heel wat gestoei met Docker gescheeld. Op Katacoda staan namelijk meer dan 100 interactieve scenario’s voor als je met Docker aan de slag wilt gaan. En ze worden verder uitgebreid met scenario’s voor andere technologieën zoals Git, .NET, Java, CoreDNS, Tenserflow, R-project etc.

Er zijn natuurlijk wel meer (gratis) online resources beschikbaar voor Docker. Maar de YouTube-filmpjes en online instructies zijn niet interactief en soms was het nogal even stoeien om in docker op Windows 10/VirtualMachine alles aan de praat te krijgen.

Katacoda werkt met scenario’s. Dat op zichzelf is nog niet zo spannend, een scenario is een klein brokje lesmateriaal, een thema/onderwerp zo je wilt. Maar wat in dit geval handig is, is dat naast de instructie / uitleg, er meteen een terminalvenster getoond wordt waarin je de commando’s kunt uitproberen. De terminal reageert namelijk precies zoals je van een terminal zou mogen verwachten in een live omgeving. Dat betekent ook dat je ook andere commando’s kunt uitvoeren dan exact in de instructie staan. Je kunt niks stuk maken, je krijgt hoogstens een foutmelding.  Er zitten een paar grenzen aan, ik heb geprobeerd een complete WordPress installatie en een Minecraftserver te installeren, dan krijg je bij Katacoda een foutmelding vanwege te weinig toegewezen geheugen. Voor zulke dingen kun je beter gebruik maken van Play with Docker, maar daarover later meer.

Los van die (logische) begrenzingen is het heel prettig werken in de omgeving. Afhankelijk van wat je nodig hebt, heb je 1 terminal, soms een editor om bv een Dockerfile te wijzigen, maar als je met een Swarm aan de slag gaat heb je (uiteraard) 2 Terminalvensters zodat je zonder problemen kunt simuleren dat de ene machine zichzelf toevoegt aan de swarm.

Prettig is dat je net persé de commando’s die getoond worden over hoeft te typen. Als je er op klikt dan worden ze geknipt en geplakt in het terminalvenster. Natuurlijk, intypen is wel zo verstandig, dat voorkomt dat je parameters in een commandoregel over het hoofd ziet.

Katacoda is echter niet alleen een plek waar je kunt leren. Als jij op jouw beurt scenario’s hebt die je aan anderen over wilt dragen, dan kun je ook de rol van instructeur aannemen en in de omgeving zelf nieuwe scenario’s aanmaken in de ingebouwde editor (of via Github). Zelf heb ik voorlopig even genoeg aan de rol van student, nog meer dan genoeg te leren! 🙂

 

Deel dit bericht:
mrt 282018
 

Vond ik afgelopen weekend nog dat Docker toch best wel een leercurve had, vandaag  kwam ik er gelukkig al achter dat die geïnvesteerde tijd toch niet voor niets was geweest. Want op het Revolutions weblog stond een interessant bericht. Daarbij werd gebruik gemaakt van de Microsoft Azure Computer Vision API om automatisch een bijschrijft te laten genereren van willekeurige afbeeldingen die opgehaald werden van Wikimedia Commons. De stap-voor-stap beschrijving staat hier.

Om dat te doen had je alleen een (gratis) Azure-account nodig (ik heb de studenten versie aangemaakt met mijn Office365-account) én een installatie van RStudio. Die laatste gebruik ik niet dagelijks. Maar met behulp van Docker was het een kwestie van een Docker commandline openen en het commando docker run --rm -p 8787:8787 rocker/verse, even wachten totdat Docker gezien had dat container nog niet lokaal beschikbaar was, de container automatisch gedownload was en opgestart.

Daarna had ik in mijn browser de beschikking over een volledige R setup met RStudio en de meest voorkomende libraries.

Ik heb daarop een R-bestand aangemaakt en daar de code die David Smith in zijn blogpost plaatst geknipt en geplakt. Daarbij bleek er 1 klein foutje te zitten in de code waardoor het niet werkte. In regel 3 van image_caption.R stond "?visualFeatures=Description",
en dat moet zijn "/analyze?visualFeatures=Description", anders krijg je alleen 404 meldingen terug van Azure. Daarna krijg je confidence info en een beschrijving retour. Bij een niveau boven de 50% komt hij zo te zien heel aardig overeen:

Lees verder….

Deel dit bericht:
mrt 252018
 

Toen ik met Resin.io en Docker aan de slag ging voor de TTN Gateway verliep het installatieproces probleemloos en snel. Inmiddels ben ik er ook achter dat het een andere verhaal wordt als je zelf een image wilt aanmaken.

Installatie op mijn laptop ging op zich wel, al heb ik uiteindelijk gekozen voor de Docker Toolbox omdat de “officiële” huidige versie op het eerste Windows 10 systeem waar ik het uitprobeerde voor de nodige problemen zorgde. Sommige containers werken daar heel mooi. Zo wist ik oude tijden te laten herleven door Etherpad te installeren op basis van deze container. Voor de jongeren onder ons: voordat Google documenten en Microsoft Word online het mogelijk maakten om samen, online, aan hetzelfde document te werken, was er al een gratis online dienst (Etherpad) die dat ook mogelijk maakte. Niet zo fancy als de anderen, maar gratis in een tijd dat nog niemand anders dat kon. Toen de dienst offline ging hebben ze de code en installatie open source beschikbaar gemaakt. Ook R en RStudio kreeg ik aan de praat met dank aan deze uitgebreide handleiding.

Installeren van Docker op een Raspberry Pi ging ook niet zonder slag of stoot. De installatie via Hypriot vergt dat ik ofwel de image via hun eigen flash-tool (geen Windows versie) uitvoer ofwel een vast netwerkverbinding heb. Omdat ik 2 Raspberry Pi zero’s ter beschikking had, was dat niet direct een handige optie. Rechtstreeks installeren op een bestaande image met deze instructies leek te werken, maar als ik docker probeerde op te starten kreeg ik niet meer dan een foutmelding.

Uiteindelijk ben ik dus met Resin.io aan de slag gegaan. Het coole daarbij was en is het heel eenvoudig is om meerdere apparaten toe te voegen. Wijzigingen worden dan automatisch naar alle apparaten doorgestuurd zodat ze steeds allemaal de laatste versie van de container(s) hebben. Ik zet de (s) even tussen haakjes. Ook via Resin.io kun je meerder containers tegelijkertijd op een machine laten draaien. De setup daarvan is echter ook weer even net wat ingewikkelder dan met één container.

En voor je het weet ben je dus wel meer dan even bezig met het onder de knie krijgen van een systeem dat eigenlijk tijd zou moeten besparen.  Tja, in ieder geval wat geleerd. 🙂

Deel dit bericht: