mei 132019
 

Afgelopen weekend zag ik op dronewatch.nl bovenstaand filmpje. Het leukste is eigenlijk als je niet doorleest in de bericht maar eerst even een paar minuten van het filmpje bekijkt.

Je ziet Lotfi Lamaali (wie kent hem niet) bezig op een Longboard. De omgeving is lekker surrealistisch en het camerawerk lijkt haast onmogelijk. Ik liet het aan iemand zien (zonder ook de tekst op de eerste afbeelding van de video) en die dacht dat het in een of andere virtual reality omgeving was opgenomen (niet gek want ik heb hier ook wel eens videos waarbij de omgeving echt lijkt maar helemaal gerenderd is).
Maar nee, dit is helemaal echt. “Gewoon” opgenomen met (ik denk) een GoPro. Het speciale aan het geheel is dat het opgenomen is met een heel kleine drone. Op dronewatch.nl introduceerde Wietse de Jager het voor mij nieuwe begrip ” CineWhoop”. Ik dacht eerst even dat het een werk drone was, maar het is een verzamelnaam voor kleine drones met een camera er op.

Fincky, de maker van de video, heeft onder de video op YouTube een lijstje staan met zijn favoriete onderdelen voor een CineWhoop, maar ook op zijn Facebook-pagina kon ik zo snel geen foto vinden van de exacte setup die hij gebruikt heeft.

Foto’s vond ik wél bij Paul Nurkula, die een uitgebreide blogpost online gezet heeft over zijn eerste ervaringen met het stabiel en werkbaar krijgen van een CineWhoop op basis van een “ShenDrones NutMeg CineWhoop Drone .
Het verhaal maakt duidelijk dat het geen avontuur voor een beginner is. Paul legt uit dat het ook geen racedrone of een freestyle drone is. Het is ook niet de absoluut lichtste optie, maar wel een

  • die krachtig genoeg is om een GoPro 7 te vervoeren (zonder bv de behuizing te verwijderen)
  • die klein/licht genoeg is om veilig te gebruiken dicht in de buurt van mensen
  • flexibel/klein genoeg is om probleemloos langs/door/onder plekken te vliegen waar grotere drones niet kunnen komen.

Ik hou het even bij het met respect kijken naar de filmpjes die op de verschillende pagina’s voorbij komen. Het is voor mij weer een mooi voorbeeld van de combinatie van creativiteit en technische kennis die dingen mogelijk maakt waarvan we 1-2-5 jaar geleden gedacht zouden hebben dat ze onmogelijk of onbetaalbaar om te realiseren waren.

 

Deel dit bericht:
mei 052019
 

Gezien de titel “Duiken met de GoPro HERO 7 Black” had dit bericht natuurlijk ook op Activegeek.nl een plek kunnen hebben. Daar heb ik de resultaten geplaatst, hier wil ik het vooral hebben over de achterliggende techniek.

GoPro HERO 7 Black versus de Insta 360 One X

Voor de vakantie was het plan eigenlijk om een Insta 360 One X camera met onderwaterbehuizing te kopen en daarmee te gaan duiken in Egypte. Helaas waren de recenties van de behuizing lang niet zo goed als van de camera zelf. Dus die werd het toch niet.

Wél had ik heel goede dingen gelezen over de stabilisatie-opties van de GoPro HERO 7 Black. En dus werd mijn GoPro HERO 4 Black voor deze vakantie vervangen door een GoPro HERO 7 Black.

Duikbehuizing: origineel of namaak?

GoPro heeft het niet gemakkelijk de laatste jaren als het gaat om het generen van omzet. Dat zal dan niet gelegen hebben  aan de tactiek die ze ook al jaren hanteren: nieuwe camera betekent ook nieuwe accessoires. Dus uiteraard moest ik een nieuwe behuizing kopen voor mij GoPro HERO 7 Black. GoPro verkoopt er zelf eentje voor, die de mooie naam “Super Suit” heeft en bijna 54 euro moet kosten.
Na wat rond zoeken kwam ik echter ook een “namaak” Super Suit tegen waar de meeste mensen heel erg tevreden mee zijn, de behuizing van Kupton te koop via o.a. Amazon in Duitsland. Die kost geen 54 euro maar 12,50 euro. En voor 6,99 euro je er een rood filter bij. GoPro verkoopt ook een filter voor haar Super Suit, maar die kost weer zo’n 35 euro. Dus ik betaalde net geen 20 euro voor iets waar ik anders bijna 90 euro voor zou moeten betalen.

Natuurlijk. Met een namaak behuizing loop je in theorie meer kans op een lekkage dan bij een originele behuizing. Of niet natuurlijk. En een GoPro HERO 7 Black is van zichzelf al waterdicht. Helemaal al omdat het voor de Kupton behuizing niet nodig is om de lens van de camera af te schroeven. Dat moet bij de originele behuizing wél en dat vind ik echt super onhandig.

Het is een aanbeveling die je mag aannemen of niet. Ik verdien er niks aan. De rood filter is voor het water van de Rode Zee ideaal. Tussen een meter of 5 tot een meter of 15 haalt het de rode kleuren heel mooi weer op. Achteraf gezien had ik beter deze set kunnen kopen. Dan had ik voor 16 euro niet alleen een behuizing maar ook een rood, licht rood én magenta filter (+ een paar anti-condens inlays) gehad, ook goed voor zoet / groen water.

Lees verder….

Deel dit bericht:
apr 212019
 

Smartphones zijn leuk, maar als je er een dag gebruik van wilt maken om bv een hele dag muziek te luisteren, te gamen of films te bekijken, dan wordt het al snel een uitdaging om dat op één acculading voor elkaar te krijgen. Het kopen van een Powerbank is dan een optie.

Een Powerbank kiezen is wat minder gemakkelijk. Uiteindelijk kom je waarschijnlijk bij Tweakers terecht voor een overzicht van opties. Helaas daar ook vooral Powerbanks zónder reviews. We hadden er deze week twee uit het goedkopere segment, eentje van de Action voor € 15,- en eentje van AliExpress die in totaal € 13,76 gekost heeft. Die bestaat uit een lose case en 5 Liitokala NCR18650B 3,7V 3.400 mAh 18650 oplaadbare lithium batterijen. Dit zijn de 18650 batterijen zonder “knobbel”,  de andere passen niet in de behuizing. Ik link naar beide plekken waar ik mijn spullen gekocht heb. Voor de case was dat voor het eerst, voor de Liitokala batterijen had ik er al eens eerder batterijen gekocht en die voldeden aan de 3.400 mAh claim.

De Powerbank van Action is een SP (Silicon Power) type S105. De behuizing claimt een vermogen van 10.000 mAh, een claim die je ook vaak op de Chinese Powerbanks tegenkomt. Op de behuizing van AliExpress staat zelfs 20.000 mAh. In theorie zou je dat kunnen halen als je 5 x een batterij gebruikt die 4.000 mAh kan leveren, maar die aanduiding heeft betrekking op een situatie waarbij je 3,7V gebruikt. En zo’n Powerbank levert (uiteraard) 5V. Dus die 20.000 mAh haal je nooit en ook geen 5 x 3.400 mAh. Maar hoeveel wel dan?

Daarvoor heb ik sinds kort een simpele werkwijze bestaande uit een kleine mAh meter en een vaste weerstand die naar keuze er voor zorgt dat er 2A of 1A “getrokken” wordt uit de Powerbank.

Je ziet hem hier aangesloten op de Powerbank. Het groene deel is de weerstand. Er zit een schakelaartje op, de LED is rood bij 2A en groen bij 1A. Het zwarte tussenstukje geeft het voltage aan, het aantal ampere en dus het totaal aantal mAh dat geleverd is. Is de accu helemaal leeg, dan schakelt het geheel zich uit. Als je daarna, met een micro-USB kabeltje of een andere stroombron weer voeding levert dan is de laatste stand nog beschikbaar.

Naast de twee ‘grote’ Powerbanks nog een ‘kleine’ Powerbank in de vorm van een compacte ronde cylinder waar ik bij AliExpress €1,12 voor betaalde (ook deze is nu iets duurder geworden).

In deze cylinder past precies één 18650 batterij zonder “knobbel”. Uiteraard niet met dezelfde capaciteit als de andere twee, maar wel een stuk lichter.

De twee grote Powerbanks heb ik zowel met 1A als 2A getest. Verrassend genoeg ging de Powerbank van AliExpress langer mee op 1A dan op 2A. Bij de SP van de Action scheelde het nauwelijks iets. De resultaten bij elkaar:

 1A  2A
AliExpress Powerbank (5x 18650)
303 gram
9.626 mAh 7.909 mAh
SP S105 Powerbank Action
237 gram
6.457 mAh 6.408 mAh
AliExpress Cylinder (1x 18650)
72 gram
1.740 mAh  niet getest

Zoals je ziet komt de Powerbank van de Action tot ongeveer 6.4400 mAh bij zowel 1A als 2A. De AliExpress Powerbank zat bij 2A daar zo’n 1.500 mAh boven maar tikte bij 1A bijna de 10.000 mAh aan. Ik heb dat niet opnieuw getest, het laden en ontladen van de Powerbank kost de nodige tijd.

Bij  Hardware.info hebben ze juist begin afgelopen week een uitgebreide review geplaatst van Powerbanks. Daar meten ze niet alleen mAh, maar juist Wh omdat je dan ook het voltage meeneemt. In die review vinden ze dat het aanduiden van mAh uitgaande van het interne voltage van 3,7V in plaats van het extern afgegeven voltage van 5V best logisch is. Zelf zou ik zeggen: zorg als industrie voor een maat die objectief te meten is en onderling goed te vergelijken.
Bij de test van Hardware.info krijgt de Silicon Power Powerbank S100 10000 Black de “Great Value Award”. Inclusief verzendkosten kost die zo’n € 17,-
Als ik de testresultaten daarvan vergelijk met de twee Powerbanks, dan doen ze het zeker niet slecht. De S100 heeft een specificatie van 6.609 mAh bij 1A.

Conclusie: de Powerbanks mogen blijven. Ze leveren het vermogen dat je er van mag verwachten. Ik ga ze niet voor dagelijks gebruik in mijn tas stoppen. Meestal heb ik er geen nodig, de kleine cylinder met zijn 72 gram krijgt waarschijnlijk wél een vast plekje in mijn tas. Met 1.740 mAh bij 5V is het een lichtgewicht backup voor de momenten dat het écht nodig is.

Deel dit bericht:
mrt 032019
 

Ik moet bekennen dat ik het hele fenomeen “RetroPie” tot nu toe volledig aan me voorbij heb laten gaan. Maar ja, als je Creative Media and Game Technologies studeert dan is het niet zo vreemd als je ook belangstelling hebt voor “oude” games (lees: games van voor je geboorte!).

En dus waren we afgelopen weekend bezig met het inrichten van een Pi Zero als RetroPie systeem. De eerste poging was “handmatig” op een bestaande image, maar uiteindelijk bleek een verse installatie veel handiger. Gewoon een kwestie van de juiste image downloaden en op een micro-SD kaartje zetten zoals standaard bij een Raspberry Pi. De installatie-instructies zijn duidelijk.

Kan dat op een Pi Zero?
Ja, maar verwacht geen wonderen van een Pi Zero. Een belangrijk deel van de charme zit hem toch wel in de lage kosten van het apparaatje. Al ontkom je nu niet aan een aantal extra dingen zoals een micro-HDMI  naar HDMI dongle, een micro-USB naar USB on the go kabel, een powered USB-hub, dat maakt de Pi Zero haast even duur als een Raspberry Pi 3B+
Maar goed, als je iemand kent die die componenten allemaal in huis heeft en wel wil uitlenen dan valt dat natuurlijk altijd wel mee. 🙂

Emulators
Een RetroPie is een schil over een standaard Raspbian lite systeem. Het biedt toegang tot een verzameling emulators voor een groot aantal apparaten uit een grijs verleden. Van Sinclair ZX Spectrum, oude Atari systemen, de hele verzameling Game Boys, de Nintendo DS, MSX, de Comodore 64, kortom alle oude systemen van toen ik jong was.
Een emulator is een stuk software dat doet alsof het de oude hardware is. Dat kan als de nieuwe hardware waar die emulator op draait krachtig genoeg is, dat geldt dus niet altijd voor de Pi Zero. Er zijn een aantal berichten waar gesproken wordt over de emulatoren die goed werken.

ROMs
Een discussiepunt online is uiteraard: waar haal je de benodigde ROMS (de spellen) vandaan? Want, die spellen van vroeger, die hebben meestal nog wel een eigenaar. En een aantal van die eigenaren vindt het niet leuk dat fans van toen die spellen nu gratis en voor niks spelen. Tja.
Ik zou zeggen, kijk zelf even waar je zoekt. Er zijn sets beschikbaar van letterlijk duizenden spellen in één download.
Plekken met tips over hoe je legaal ROMs kunt vinden: hier en hier.

Controller
Oh ja, je hebt een gamecontroller nodig. Hadden wij niet in huis, met een toetsenbord kan het, maar het retro-gevoel krijg je waarschijnlijk toch echt pas als je een bijpassende controller hebt. Die kun je in Nederland kopen, maar ook hier kan een blik op de site bij AliExpress niet onverstandig zijn.

Deel dit bericht:
feb 102019
 

In de categorie “ik zou er zelf niet aan gedacht hebben om het te bouwen” vandaag een LCD paneel gemaakt van LED strips. Je weet wel, die strips zoals je die “overal” kunt kopen.

Op hackster.io kun  je lezen hoe dat kan. Nou beschrijven de auteurs van dat bericht het proces niet zomaar, want het werkt ook niet zomaar. Het is meteen ook een beetje een demo / advertentie voor een (op dit moment) aankomende Crowd Supply actie voor het benodigde controllerboard.

In de video hieronder (de audio is wat irritant, die kun je beter zacht zetten) zie je het assemblageproces en na 1:05 zie je een demo.

Het effect is (zeker op enige afstand) best goed.

Deel dit bericht:
feb 052019
 

In een tijd van 4K TV’s en grote beeldschermen op laptops zijn RGB LCD matrixschermen eigenlijk iets waar je waarschijnlijk zomaar elke dag mee in aanraking zult komen.

En hoewel ik wel al eens met een dot matrix module geëxperimenteerd had, kende ik het grotere (16×32 pixels) paneel met RGB LEDs dat min jongste zoon dit jaar voor zijn verjaardag vroeg nog niet. Hij had er zelf al een pagina met informatie bij Adafruit voor gevonden, dus hebben we de gok genomen (wat daar stond zag er niet onmogelijk uit) en kreeg hij een exemplaar.

Ik zal niet linken naar de site waar we zijn exemplaar gekocht hebben (hij leest dit bericht waarschijnlijk ook), het was een Nederlandse site, je moet even goed rondkijken want sommige webshop gooien er een flinke marge bovenop. Vind je het niet erg om lang te wachten, dan kun je uiteraard ook op AliExpress terecht. Let er dan goed op dat je een P3 paneel hebt (zoals deze), met LEDs van 3mm. Er worden er ook verkocht met LEDs van 4mm of 5mm grootte. Die zijn goedkoper, maar als je zo’n klein schermpje hebt (en niet van plan bent een display te bouwen van een paar meter bij een paar meter) dan wil je de kleinere hebben (of in ieder geval appels met appels vergelijken).

Hij had wat hulp nodig bij de eerste setup. Het paneel heeft een eigen 5V voeding nodig en de panelen zijn niet van bv zoiets als een micro-USB aansluiting voorzien. Daarnaast hadden we (tja, ik zei al dat ik er geen ervaring mee had) niet de bijbehorende Arduino shield erbij besteld. En dat betekende dat we de connector met 16 kabels met Dupont connector moesten verbinden met de Arduino.

Maar goed, ook dat ging eigenlijk probleemloos. Het installeren van de Arduino client op zijn laptop was eigenlijk nog het meeste werk omdat de Arduino downloadsite wat problemen leek te hebben. Maar na een uurtje hadden we het geheel aan de praat.

Lees verder….

Deel dit bericht:
jan 292019
 

Staat je plant droog?
Het is een van de standaard voorbeelden die je tegenkomt als je met Arduino of ESP8266 aan de slag gaat: gebruik het apparaat om te meten of je plant water nodig heeft. Ik bouwde er een paar jaar geleden ook eentje.

Goedkoop is duurkoop?
De goedkope sensor die ik toen gebruikte werkte niet heel lang. Pas een tijd later kwam ik (alweer) een leerzame video van Andres Spiess tegen over dit onderwerp inclusief een sensor die wél zou moeten kunnen werken zonder zichzelf om zeep te helpen. Ik weet dat ik die sensor toen gezocht heb maar dat hij redelijk aan de prijzige kant was. Sowieso was het exemplaar dat Andreas getest had eentje waarbij je ook nog een ESP8266 moest aansluiten, voor een stroombron moest zorgen, aan het netwerk moest koppelen etc.
Ik heb het toen even gelaten voor wat het was. En eerlijk gezegd was ik de video ook weer vergeten.

Chirp!
Afgelopen week echter kwam ik  op AliExpress echter de sensor tegen die je hierboven ziet. Qua model vergelijkbaar met die van Andreas. Maar deze had een houder voor een knoopcelbatterij, een piezobuzzer én iets wat ik met een beetje (flink) inzoomen herkende als een ATtiny44A. Hmmm, interessant….

Voor het thuisfront was deze sensor al voldoende. Daar was niet echt behoefte aan een sensor die aan het netwerk aangesloten was. Als de sensor zou “chirpen” als de plant te droog was, dan was dat meer dan voldoende. En voor €1,55 inclusief verzendkosten was dat ook geen geld. Of ik er 3 wilde bestellen.

Ik had toen nog niet gezien dat op de afdruk ook de tekst “chirp!” staat. Waarom dat er toe doet, bleek pas toen ik ging kijken of ik meer informatie kon vinden over de sensor. Deze moest vast te hacken zijn, toch?

Hacken?!
Hoezeer de sensor te hacken was, ontdekte ik al snel. Ik kwam namelijk bij deze pagina van wemakethings. Zij blijken de oorspronkelijke ontwikkelaars van de “chirp!”. Het was hun bewuste keuze om het ontwerp van de sensor als open hardware beschikbaar te stellen en de firmware van de chip als open source software. Open, deelbaar, hackbaar, reproduceerbaar. Eerst even naar dat hackbare. De sensor heeft in de originele versie 6 open “gaten” op de sensor zitten. De AliExpress versie heeft de gaten dicht, maar zo te zien met soldeer, dus ook bruikbaar. De officiële site legt uit dat je een header op die gaten kunt aansluiten en ze dan als volgt dienst doen:

  • pin 1 – MISO
  • pin 2 – VCC
  • pin 3 – SCK / SCL – I2C clock
  • pin 4 – MOSI / SDA – I2C data
  • pin 5 – RESET
  • pin 6 – GND

Met deze 6 pinnen ben je niet alleen in staat om de ATtiny44A van gewijzigde firmware te voorzien (de huidige firmware is net als de schema’s voor de PCB op github.com te vinden) maar de sensor gedraagt zich ook als een I2C slave. Als je niet weet wat I2C is, lees dan even dit bericht. Dan heb je maar 2 van de 6 pinnen nodig (pin 3 en pin 4). Wil je deze sensor, bijvoorbeeld via een ESP8266, wél aan de Wifi hangen (waarbij de stand-alone functionaliteit behouden blijft), dan kan dat via die I2C verbinding. Cool toch?

Open source = funest voor kleine ontwerper/verkoper?
Maar….de AliExpress kloon is 100% legaal, feitelijk niets op af te dingen, het bedrijf doet wat de makers mogelijk maken: een heel goedkope versie van de chirp! produceren en verkopen.
Ja maar, het principe van “bedank de bedenkers van mooie dingen voor hun inspanning”?
Nou, die zou ik hier ook graag toepassen, maar dat wordt niet heel gemakkelijk gemaakt. De “officiële” chirp! kost via Tindie namelijk het mooie bedrag van $15,- excl. $5,- verzendkosten. Dat is €18,34 incl. verzendkosten als je via Paypal betaald. Dat is bijna 10x meer dan bij AliExpress, daar is het bedrag €1,88 per stuk incl. verzendkosten.

Ik vrees dat de makers er dus niet heel veel meer zullen verkopen. En dat is eigenlijk wel een vervelend neveneffect van open source hardware en het bestaan van zo veel Aziatische bedrijven die dit soort producten goedkoop in massa kunnen produceren.

Experiment
Goed. Ik heb het voor mezelf als experiment verkocht met twee vragen:

  • Wie is sneller qua leveren, de oorspronkelijke leverancier vanuit de VS via Tindy of de leverancier via AliExpress?
  • Zit er verschil in kwaliteit tussen beide producten? Zijn ze qua ontwerp identiek en functioneel gelijk?

Ik heb dus 1 exemplaar via Tindie besteld en 4 exemplaren via AliExpress (3 om in gebruik te nemen en 1 zodat ik van beide een exemplaar had om mee te experimenteren). Het kan van beide bestellingen even duren voordat ze binnen zijn (en voordat ik tijd heb om ermee te experimenteren) maar wordt vervolgd.

Deel dit bericht:
jan 272019
 

Note to my regular readers: I am not switching over to English for all posts, just  for some of the more technical / aimed at specific audience ones.

Last week I noticed a project on hackster.io that used an ATtiny. But it wasn’t an ATtiny85 like I had used, but an ATtiny10. Still, it had the same amount of pins, the project describes how you build an ATtiny10 Binary Thermometer, so similar to what you would expect with an ATtiny85. While the difference in the numberpart of the name 10 versus 85 would suggest big differences.

My curiosity had been triggered and I started searching around.

Why ATtiny?
For those that also wonder about the ATtiny part of the name: it is part of the AVR family, an 8 bit-RISC-microcontroller (µC) originally developed by a company called Atmel (AT) in 1996. Atmel got acquired by Microchip Technology in 2016 but the name of the chip stayed of course. One branch of the AVR family are the megaAVR or ATmega microcontrollers. The Arduino UNO uses an ATmega328 as its engine and many other members of the family are used on the other Arduino boards.

The ATtiny is part of the tinyAVR branch of the family, they have less on-chip memory, less pins, a less extensive peripheral set than their Mega siblings, but are really cheap, and easy to use in small project.

Note: actually, you can buy an ATmega328 at AliExpress at the moment of writing even slightly cheaper than an ATtiny85 (€1,06 for the ATmega328 versus €1,53 for the ATtiny 85 incl. shipping). Both microcontrollers need more than the bare controller to program them, but both can work on their own, without needing any additional parts. Both are happy with both a coin cell battery or 5V. The socket for the ATmega328 might be a bit more expensive (but you’re talking cents differences) and of course you might simply don’t want to waste the space on your board if you don’t need 28 I/O pins.

What about the numbers?
The first digit of the number that comes after the designation ATtiny makes sense, it is the amount of flash memory in kibibyte (KiB), so an ATtiny85 has 8KiB of flash memory. The second digit is the mdoel type. There you would expect newer models or more powerful models to have higher numbers. But so far I have not found a page that can explain the logic behind the numbering. If you look at the timeline of release (see below, source) you can see that they are not chronological.

And the other stuff?
Often, the designation of the chip stops there. A project would describe that it used an ATtiny85 or (like metnioned) an ATtiny10. But if you want to buy them online the package type also is important. For example, the ATtiny85 is available as:

  • DIP-8N, => this is the one you need if you want to use a breadboard or a socket!!
  • SO208-8, => good for surface mounting, could be used for permanent papercircuits
  • TSSOP-8, => also used for surface mounting, “thin body size”
  • QFN-20 => this one has no “legs” on the outside

If you search for the ATtiny85 on AliExpress for example you will find both ones that have pins and ones that are meant for surface mounting.
In the image on the left, the top was has ATTINY85-20PU DIP-8 in the description. The 20 means it can run on 20Mhz, the DIP-8 indicates the DIP package. There also exist (more expensive) 10PU chips, often indicated as ATtiny85V-10PU that run on lower frequency and are even more power efficient. Lowest price I could find on AliExpress was about 4 euro a piece.
The second one mentions TINY85 SOP8 and, combined with the image, tells you that it is the package meant for surface mounting.

In general there are two things to do if you want the figure out what a specific ATtiny can do. The Wikipedia page for the ATtiny is really helpful. It was filled by someone who had a similar question as I had, but more time. (Thank you!). And the Microchip site has all the datasheets for their microcontrollers. Reading the documentation can be very useful (as always 🙂 )

A lot of people complain that the info is not consistent, and I agree. Take for example the image at the top of this post for the  AT tiny 402 – SSFR. It was taken from this official PDF for the ATtiny202/402 .
It says that the first digit is the amount of flash (consistant), the second the feature set (?) and the third the number of pins (6=20 pins, 4=14 pins, 2=8 pins), but why then not add that digit for all chips?
Carrier Type, Temperature Range, Package Type are also not always provided in that way.
If you download the PDF for the ATtiny85 (and 25, 45), you won’t find that info (there are more files here, I haven’t gone through them all).

I have to admit, I’m not really satisfied with this post yet. I’ve got the idea that there still are more variations of ATtiny chips than I have been able to explain here. And also, I still am not convinced myself that ATtiny85 is the most optimal choice for the projects that I’ve been building. But at least I hope I’ve given you some idea of what to look out for if you want to buy them yourself.

Additions? Corrections? Please leave them in the comments below!

 

Deel dit bericht:
jan 262019
 

It was one of those things that had been on my “Things I really want to do myself someday” list for a long time. I had seen it being explained by Per-Ivar in detail (in English and in Dutch) and the crazy Christmas card in 2017 that Per-Ivar and Arjan made in 2017 is legendary as far as I’m concerned (crazy in a good way as in “who comes up with the idea to create 50 of these and actually does it?!).

Per-Ivar had been so kind to send me a sticker to try myself. I still have it because I didn’t want to use it up and instead used it to show people the concept. Testing copper tape for paper circuits was something that I had already tried, together with the kids. But I decided that it was finally time to try to create electronic copper circuit stickers myself.

This post is nog going to be a step-by-step tutorial to follow along, but I will explain the process and link to the resources that I used during the process. Adding on to the information already out there.

Two tips before you try it yourself: #1 get to know your vinyl cutter and the software that goes with it before you try copper tape. You will need to figure out the pressure, knife settings, speed etc. for the copper. You need to be comfortable weeding delicate materials. It helps to know the ins and outs of the software so you can make the needed adjustments, test the settings etc.
Tip #2: go for slow, not too much pressure, make it cut twice.

Figure out the correct cut settings
If all you wanted to get from this post are the settings in Silhouette Studio, see the image on the right:

Blade: 2; Speed: 1; Force: 6; Passes: 2; Overcut: No; Track Enhancing: No

You can find setting like this by making a small design, like a box with the intended line width and then cut it out and try to weed it. Was the cut too deep (and did you go through the backing?), not deep enough (then it won’t weed), depending on the result, change the cut force of blade depth, move the box to an uncut part of the tape and try again. This can be a long process. Make sure you save the settings as a new material type for later use.
I noticed that with difficult material, getting the speed down and instead make multiple passes improves the chance of succes. Unlike what I saw Arjan do, it did use the cut mat *and* some tape to keep the copper in place.

Lees verder….

Deel dit bericht:
jan 212019
 

Ik zag dat ik er een tijdje geleden wel al een tweet over gestuurd had, maar dat ik er nog geen blogpost over gemaakt had. Ik heb het over Thonny, een open source, gratis ontwikkelomgeving (IDE) voor Python en (micro-)Python.

De tweet stuurde ik toen ik zag dat de omgeving standaardonderdeel zou worden van de Linuxversie die voor de Raspberry Pi gemaakt wordt, maar dit weekend ontdekte ik dat je hem ook voor microPython kunt gebruiken. En dat is handig in combinatie met bijvoorbeeld een ESP8266 of een ESP32. Vooral ook omdat Thonny dan ook het uploaden en downloaden van de bestanden voor zijn rekening neemt en een REPL-console ingebouwd heeft.

Het flashen / updaten van de firmware op de ESP8266/ESP32 vanuit de tool heb ik niet gedaan/geprobeerd, daarvoor vertrouw ik liever op esptool.py. Voor de ESP8266 die ik bij de hand had gebruikte ik de kale microPython versie  op de EPS32 heb ik de Loboris-firmware gezet. Die heeft als voordeel dat er al heel wat modulen bijgevoegd zijn.

Voorlopig vind ik de combinatie best fijn. MicroPython op de ESP32 chips blijft toch hier en daar nog wat behelpen. Vooral omdat een van de extra features ten opzichte van de ESP8266, de ondersteuning voor BLE, nog niet beschikbaar is binnen microPython. En dan is de keuze voor terugkeer naar bv de Arduino IDE in de meeste gevallen het meest voor de hand liggend.

Wil je kennismaken met Python, dan hoef je niet eens zaken te installeren. Dan zou ik eerst eens bij Repl.it kijken. Zie ook de berichten op dit blog daarover.

 

 

Deel dit bericht: