nov 202017
 

De TIOBE index is een indicatie van de populariteit van programmeertalen. Het is een Nederlandse index (uit Eindhoven) en TIOBE staat voor “The Importance of Being Earnest” (klik maar even op de link voor verdere toelichting daarover).

De index wordt berekend aan de hand van het aantal resultaten dat je krijgt als je naar de programmeertaal zoekt in een aantal populaire zoekmachines: Google, Google Blogs, MSN, Yahoo!, Wikipedia en YouTube. Het is dus niet persé een index op basis van het daadwerkelijk gebruik van de programmeertalen, maar dat zou ook best moeilijk zijn, want wat tel je dan (aantal programma’s, aantal regels code, …. ?).  Het idee is dus dat hoe meer informatie over een programmeertaal online te vinden is, des te populairder je mag veronderstellen dat de programmeertaal is.

(als de resultaten voor jouw favoriete taal je dus niet bevallen, kun je altijd nog de validiteit van de index in twijfel trekken!)

Hoe dan ook, op basis van de TIOBE index komen een aantal oude bekenden nog steeds bovenaan in de lijst voor. Java voert de lijst aan, C / C++ / C# staan alledrie in de top 5. Python staat op 4, JavaScript op 6, PHP op 8 en Visual Basic .Net op plek 7.

Ik kwam bij de index vanwege een bericht op mspoweruser.com waar ze maar wat blij waren dat ze konden verwijzen naar Infoworld.com waar ze geconstateerd hadden dat Swift, de programmeertaal van Apple, na een initiële opkomst in de index, nu flink gekelderd was in de index. Van plek 12 naar plek 20.

Nogmaals, dat betekent niet persé dat Swift minder gebruikt wordt, wel dat er minder over gepubliceerd wordt.

De (mogelijke) verklaring die Infoworld gaf is dat Swift nou eenmaal maar voor één platform is: iOS, terwijl andere talen, zoals JavaScript en C# gebruikt worden in cross-platform ontwikkeltools Xamarin van Microsoft, Cordova van Apache en Ionic. Ook Java zou daaronder te lijden hebben, maar niet voldoende om van de nummer 1 plek gedrukt te worden.

Als je het hebt over het op school gebruiken van programmeertalen die ook in het wild populair zijn, dan is Python in ieder geval niet eens zo’n vreemde keuze.

 

Deel dit bericht:
mrt 262017
 

De Puck.js is een nogal eigenaardig apparaat. Het is een soort knop (je kunt hem ook echt indrukken) met ingebouwd een programmeerbare chip met ondersteuning voor Bluetooth Low Energy (BLE), GPIO poorten, een infraroodzender, een thermometer, ingebouwde lichtsensor, een sensor voor magnetisme, een rode/groene/blauwe LED.

Je programmeert hem met behulp van Javascript via BLE. En in dat laatste zit hem eigenlijk wel de uitdaging. De maker gaat er namelijk vanuit dat je daarvoor Web Bluetooth gebruikt. Handig, gewoon ingebakken in de browser. Alleen….op iOS / de iPad is dat nog niet standaard aanwezig en op Windows 7 of 10 ook nog niet. Op een Chromebook overigens wel weer. Idem voor Android, maar het 5,5 inch scherm van mijn telefoon is daar toch net wat klein voor.

Er is nu een soort van alternatieve manier beschikbaar op iOS en dat is via de applicatie WebBLE. Die is niet gratis, je betaald er €1,99 voor, maar dan kun je vanaf je iPad ook programmeren. Gaat net wat beter vanwege de optie om daar een toetsenbord bij te gebruiken.
De schermindeling is echter nog niet helemaal optimaal voor gebruik op een iPad Mini in liggende weergave.

Er zou een optie moeten zijn via https://www.espruino.com/ide/relay om de verbinding van de iPad te delen met mijn Windows laptop zónder Web Bluetooth ondersteuning. Maar ondanks de stap voor stap instructie in deze video is me dat nog niet gelukt.

Zoals gezegd, het is een intrigerend apparaatje. Ik heb 2 van de pucks aangeschaft maar voorlopig leveren ze vooral nog veel frustratie ehm leermomenten op en heb ik ze nog niet echt voor iets nuttigs in kunnen zetten.
De vraag over de relay functie heb ik op het forum uitgezet, dus wie weet wordt dat nog opgelost.

p.s. Gordon heeft in het verleden heel snel op andere vragen gereageerd en heeft dus wel wat credit opgebouwd, sowieso omdat ik de puck.js niet écht voor productiedoeleinden nodig heb. Ik kan wachten terwijl het product zich verder ontwikkeld.

 

Deel dit bericht:
mrt 082017
 

Ik realiseerde me bij het typen van dit bericht dat ik geen aparte tags of categorieën heb voor de verschillende sectoren van het onderwijs, terwijl ik voorheen vooral over zaken die in het hoger onderwijs speelden schreef en nu ik bij het iXperium werk ook over mbo, voortgezet onderwijs en primair onderwijs. Toch ga ik die tags niet introduceren omdat ik nog steeds blijf vinden dat de sectoren veel meer van elkaar kunnen leren dan ze nu doen.

Praxisbulletin 7  met de titel “Maak het nou!” is een uitgave van Malmberg en gericht op het basisonderwijs. Redactie/samenstelling was in handen van Tessa van Zadelhoff. Het bulletin is gratis als PDF te downloaden of op papier via de uitgever te bestellen. Mijn betrokkenheid erbij was nul, ik heb het ongevraagd zojuist gelezen en wil jullie er via deze blogpost naar verwijzen.

Het bulletin is een combinatie van een aantal bijdragen die wat meer uitleg/achtergrond geven bij het hoe en waarom van wetenschap en techniek,  programmeren, computational thinking, maakonderwijs en een aantal lesvoorbeelden. Dat maakt het tamelijk laagdrempelig, maar ook wel handig als je als leerkracht zelf enthousiast bent over het onderwerp en niet meteen weet hoe je dat enthousiasme over moet brengen op directie en/of collega’s. Zo gaat het stukje “Wat hebben we nodig?” in op de vraag waarom we nou op de basisschool aandacht moeten besteden aan dit soort vaardigheden.  De stukjes “Programmeren kun je leren” en “Denken als een computer” proberen dat te doen voor programmeren en computational thinking. Het gaat ook niet altijd helemaal goed, “Makerspace op school” is nog best wel een bestellijst van spullen, maar “Ondernemerschap is kinderspel” is dan wel weer verrassend omdat ondernemerschap binnen mbo’s wel al een hot topic is (en binnen hbo / wo al heel lang), maar binnen het basisonderwijs nog lang niet altijd.
Nu ik de bijdragen voor deze blogpost op een rijtje probeer te zetten merk ik dat ik sowieso de lijn af en toe kwijt raak, waarom staat de bijdrage over computational thinking bij “make” ? En het stukje “Anders (leren) denken” had meer naar voren gemogen bij de lesvoorbeelden in het eerste deel over wetenschap en techniek.

Ik kan me daarnaast voorstellen dat leerkrachten ook wel met vragen blijven zitten. Zoals “waarom wil ik kinderen een hologramprojector laten bouwen?” en ook wel “wat leren ze dan?”. Het bulletin zegt daarover: ” Ze leggen een praktische link tussen de werking van het prisma en de nieuwe mediafunctionaliteiten van de mobiele telefoon“. Ik heb zelf zo’n projector gemaakt van plexiglas, ik denk dat je wel meer leert, bijvoorbeeld ook de praktische vaardigheid van het werken met de noodzakelijke materialen en gereedschappen. Als je bijvoorbeeld de onderzoekscyclus combineert met deze opdracht, dan laat je ze ook nadenken over alternatieve manieren om hetzelfde te bereiken. En waarom deze vorm nou zo werkt, dus hoe een prisma werkt, wat het effect is van het net niet helemaal goed plaatsen van een zijkantje, of het ook met een bolvorm zou kunnen werken in plaats van een prisma, zijn ook vragen die je zou kunnen laten stellen. Idem bij bv de “Papieren circuits”, het maken van zo’n kaart (= “leuk!”) is stap 1,  al spelenderwijs leren werken met elektronica is stap 2, koppelen aan de Makey Makey stap 3 etc. Nou staat er voor papieren circuits een uitgebreidere versie op de website met een PDF die meer voorbeelden geeft dan in dit bulletin pasten, maar het wordt nog een beetje aan de leerkrachten over gelaten om de verbindingen te leggen.

Maar goed, nou ben ik ook wel heel erg ver in de bek van dat spreekwoordelijk gegeven paard aan het kijken. Ik kan het ook omdraaien en zeggen: het bulletin biedt leerkrachten heel wat ruimte om zelf uitbreidingen te ontwikkelen en legt hen niet vast in de manier waarop ze het in hun onderwijs willen integreren. Dat maakt het extra flexibel in gebruik. 🙂
Serieus: ik zou het natuurlijk heel mooi vinden als leerkrachten dat daadwerkelijk doen. En dan natuurlijk ook die uitwerkingen, aanpassingen, implementaties weer online delen. Dan kunnen ze ook weer door anderen gebruikt worden!
Stap 1 is dan om het bulletin te downloaden of te bestellen (als je liever vanaf papier leest).

Deel dit bericht:
nov 162016
 

hour_of_code_2016Ten behoeve van de Hour of Code 2016 hebben Microsoft en Code.org een uitbreiding uitgebracht op de op Minecraft gebaseerde opdrachten van vorig jaar. Ik schreef daar toen al uitgebreid over, in dit bericht wil ik me even richten op de verschillen van de uitbreiding.

Heel simpel: het is een hoger level van coderen. Er wordt nu gebruik gemaakt van events die aan objecten gekoppeld zijn, het eerste uur van vorig jaar gaat uit van een lineaire programmalijn op basis van de “als gestart” actie (ok, dat zou je ook een event kunnen noemen). Nu gebruik je combinaties zoals “chicken” (object) met “when spawned” (event). Ik heb de opdrachten gemaakt. Ze zijn leuk en uitdagend, maar ik heb ook wel wat vragen erbij. Allereerst is het geheel een beetje vreemde mening van Nederlands en Engels.

hour_of_code_2016_1

Nederlands en Engels door elkaar heen.

Dat zou voor de wat oudere kinderen geen probleem moeten zijn, maar het maakt het geheel een beetje half af. Ik weet het, het is een gratis resource, dus niet te streng zijn.

Waar ik ook wat moeite mee heb is de vermenging van redelijk basale acties zoals “attack” (al zou je kunnen stellen dat ook dat een

hour_of_code_2016_2

Samengestelde opdrachten als één blokje.

samengestelde actie is) en veel complexere acties zoals “move a step toward ‘zombie'”. Die laatste bevat hoe dan ook veel meer dan één actie. Zo moet de “Iron Golem” in dit geval een keuze maken tussen een aantal zombies. Kiest hij er willekeurig eentje? De zombie die het dichtste bij is? En als dat zo is, hoe bepaal je dat?

Hier (die ene opdracht) ligt een heel individueel probleem achter. En als je het over computational thinkingvaardigheden als “probleem decompositie” hebt, dan is ook dat besef relevant.

En ten slotte vraag ik me af waar de grens ligt voor wat betreft dit soort omgevingen. Het is immers niet echt Minecraft, je bent in een gesimuleerde omgeving aan het programmeren. Voor de beginner-oefeningen vond ik deze omgeving heel logisch, maar is het voor kinderen die dit niveau aankunnen niet veel leuker om in het “echte” mindcraft te programmeren? Of met fysieke robots of “gewoon” met een micro:bit, arduino, Raspberry Pi aan de slag te gaan? Die zijn weliswaar niet gratis, maar toch.

Je ziet het, voldoende om over na te denken, zelfs als je geen doelgroep van de toepassing bent. 🙂

 

Deel dit bericht:
sep 282016
 

Karl Dittrich vindt dat er [..] een taak is weggelegd voor de lerarenopleidingen. “Vooral op het gebied van onderwijs ligt er een belangrijke taak weggelegd voor universiteiten en hogescholen, daarbij denk ik aan de lerarenopleidingen. Wij moeten zorgen dat wij leraren voor de klas krijgen die om kunnen gaan met die digitalisering. Ierland heeft ingezet op verplicht programmeren op de basisschool, dat lijkt mij voor Nederland een prima plan.”

(bron)

Of het verplicht stellen van programmeren op de basisschool nou de beste oplossing is, daar is het laatste woord in Nederland zeker nog niet over gezegd (mijn persoonlijke mening: als je afhankelijk bent van de politiek om het te verplichten, dan weet je zeker dat er geen draagvlak is en zonder draagvlak ben je nergens). Maar het belang van leraren voor de klas die om kunnen gaan met de toenemende digitalisering van de samenleving, dat lijkt me veel minder een discussiepunt!

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Discussie: Hoe kunnen we de digitalisering van de samenleving versterken?  Tags: , ,
jul 222016
 

microbitIk heb al een paar keer eerder geschreven over de BBC micro:bit (ik zal proberen het voortaan juist te schrijven: met dubbele punt ertussen en zonder hoofdletters).

Toen bleek dat hij nu ook te pre-orderen was voor “gewone” mensen kon ik de verleiding toch niet weerstaan. Ik bestelde de “essentials kit” voor GBP 16,- (op dat moment € 20,23) incl. verzendkosten.

In plaats van hem zelf onder handen te nemen, heb ik hem eerst aan mijn jongste zoon gegeven. Hij is 13 jaar op het moment en had nog geen ervaring met de micro:bit, maar heeft vorig jaar wel al succesvol een Engelstalige MOOC over Scratch afgerond. En dat bleek vandaag wel te helpen.

Hij heeft hem gebruikt in combinatie met een laptop met Windows er op, dus aangesloten via de micro-USB aansluiting. De micro:bit verschijnt dan als een soort USB-stick. Ik begrijp dat ik ook een serial-driver kan installeren zodat ik via bv Putty kan zien wat de micro:bit naar de seriële poort stuurt, maar dat is dus niet zo standaard geregeld bij bv Arduino.

20160722_201042_HDREr zit een klein velletje (in het Engels) bij dat uitlegt dat je de micro:bit eerst kunt testen met alleen de batterij er aan vast. Handig, dan zie je meteen dat het ding wat kan. 🙂
Op de achterkant van dat velletje staat hoe je hem moet aansluiten met de micro-USB aansluiting op de computer. Koppelen aan een iPad of Android toestel via Bluetooth staat daar niet in uitgelegd. Dat is op zich niet heel moeilijk, je wordt stap voor stap door het proces heen geleidt als je die optie kiest in de app. Apart is dat de micro:bit dan zowel een blokjescode laat zien die je moet overnemen als een 5-cijferige code. Ik denk trouwens dat het er vijf waren, ik moest snel mee typen en heb niet exact geteld.

Nadat ik even gecheckt had dat hij e.e.a. aan de praat had, heb ik hem verder aan het werk gelaten. Tussendoor kreeg ik stap voor stap demo’s van wat hij gemaakt had: eerst een puntje dat met de A en B knop naar links en rechts bewogen kon worden. Maar dat was onhandig want hij had maar 2 knoppen op de micro:bit en hij wilde hem ook naar boven en onder kunnen laten bewegen. Dus besloot hij om de 3-assige accelerometer te gebruiken. Door de micro:bit naar rechts, links, boven, onder te kantelen kon je het puntje bewegen. Het puntje werd daarna een kanon dat andere puntjes kon afschieten naar boven zodra je op de knop drukte. Er kwam een lijn bij je je stuk moest schieten voordat hij (langzaam) naar beneden gekomen was. Tegen de tijd dat het etenstijd was (3 uur later) had hij zijn eerste spel bijna klaar. Alleen de “hoera, je hebt gewonnen” optie moest nog.

Lees verder….

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Aan de slag met de BBC micro:bit  Tags: ,
jul 152016
 

Ik had de tweet van @ItsAll_GeekToMe niet gezien totdat ik vandaag bij @Pimoroni kwam en de link er naar toe zag op hun pagina. Ik ben benieuwd, ik heb namelijk al een tijdje een pre-order voor een micro:bit bij hen uitstaan. Toen ik de PiZero via hen bestelde leverden ze snel, maar kreeg ik verder geen bericht van verzenden of zo. Gewoon even afwachten dus nog. Ik zag dat je hem inmiddels ook in Nederland kunt pre-orderen, hoe lang je dan nog wacht weet ik niet, maar de prijs lijkt concurrerend (best duur als je het vergelijkt met veel van de andere “kleine” hardware op het moment, die prijs moet nog zakken!). Even wachten dus nog, wordt vervolgd…

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Uitlevering micro:bit van start  Tags: , ,
jul 132016
 

Toen ik het filmpje van de Cozmo bekeek (zie hierboven) was ik vooral erg niet onder de indruk. Een plastic robotje dat je zou kunnen programmeren, waarvan de makers té vaak Wall-E gekeken hadden en waar té veel hype over gemaakt werd die niet waargemaakt zou kunnen worden. En dat voor $159,99. Nee dank je.

Ik vond het daarom wel grappig dat ze bij ieee.org dezelfde reactie gehad hadden. Daar hebben ze nog wat langer naar de SDK gekeken waarmee je Cozmo zelf zult kunnen gaan programmeren. En dat stemde ze uiteindelijk milder over de kansen van deze kleine robot.

Lees verder….

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Cozmo: Gizmo of SLAM dunk Robot?  Tags: ,
jun 282016
 

Het eerste bericht dat ik over Project Bloks tegen kwam gisterenavond laat was op Androidplanet.nl en dat had als titel “Project Bloks van Google leert kinderen programmeren“. En dat is eigenlijk precies niet wat het project doet.
Nou is de verwarring niet zo heel vreemd, want bij dat bericht was dit filmpje opgenomen, en dat filmpje is ook van Google, heeft vergelijkbare inhoud maar richt zich met name op een van de mogelijke eindproducten die te realiseren zijn met Project Bloks.

Project Bloks is namelijk gericht op ontwerpers, ontwikkelaars en onderzoekers. En ja, uiteindelijk ook op kinderen, maar het is voornamelijk een platform waar anderen producten op kunnen ontwikkelen.

Mooi. Al ben ik altijd een beetje sceptisch bij dit soort projecten van Google. Enerzijds hebben ze het geld om grote stappen te zetten, maar anderzijds is geen enkel project of product dat geen geld opbrengt zijn leven echt zeker bij Google. Met hetzelfde gemak draaien ze zoiets dan de nek om. Voor nu dus interessant, maar niet direct iets voor een leraar of docent. Ja, er is een eerste prototype dat samen met LEGO WeDo 2.0 of de Mirobot-tekenrobot en geschikt is voor kinderen tussen de vijf en acht jaar. Maar dat heeft als doel om te onderzoeken wat het beste werkt, niet om grootschalig in te zetten.

Nerddetail: Het Brain Board is gebaseerd op de Raspberry Pi Zero

Lees verder….

Deel dit bericht:
jun 192016
 

Code_orgIn de nieuwsbrief van code.org van afgelopen weekend wijzen ze (nogmaals?) nadrukkelijk op hun “App Lab” omgeving. Ik schijf nogmaals met een vraagteken tussen haakjes omdat ik de omgeving zelf nog niet kende, ze het eigenlijk brengen als iets nieuws, maar de filmpjes en andere materialen maken duidelijk dat het er al even is.

Doet er natuurlijk eigenlijk helemaal niet toe, als je het niet kent, kijk dan zeker even op: https://code.org/educate/applab

Uit de filmpjes en uitleg, maar ook al door de leeftijdsaanduiding 13+ wordt duidelijk dat deze omgeving zeker iets anders is dan de “hour of code” (Uur code) omgevingen die je ook op code.org kunt vinden. Niet dat ze daar niet ook materialen voor hebben, er wordt onderscheid gemaakt in een code_org_opbouwaantal leeftijdscategorieën, zoals van 4-6, 6+, 8+, 10+ en nu dus 13+

Als je docent in het voortgezet onderwijs bent, of ouder met kinderen in die leeftijdscategorie dan moet je eigenlijk de site en de app gewoon een keer bekijken. Als ouder zou je je kind waarschijnlijk er gewoon eens mee aan de slag willen laten gaan, las docent wil je waarschijnlijk eerst de achterliggende materialen bestuderen. Want er is het nodige beschikbaar. Niet alleen filmpjes, maar ook lesplannen en opdrachten die je natuurlijk niet een-op-een over hoeft te nemen, maar die je wel de nodige inspiratie kunnen geven. Uitdaging lijkt me binnen het onderwijs dan weer de vraag: in hoeverre laat je leerlingen gewoon los op het geheel van hulpmiddelen en waar moet je ze helpen? Hoe bereik je de juiste balans tussen “motiverende frustratie/uitdaging” en té grote stappen/onbekendheid/onzekerheid waardoor ze het gevoel hebben dat ze het niet aankunnen?

Neem bijvoorbeeld onderstaande uitleg:

Ik snap wat ze aan het uitleggen is, maar dat was voor het filmpje ook al zo. En voor de duidelijkheid, het filmpje staat niet op zichzelf, het is onderdeel van een lessenplan én je kunt meteen oefenen met wat ze hier uitlegt. Maar er komen heel wat vaktermen vooruit. En dan is het van hieruit naar App lab toch nog best een stevige stap.  Ik ben benieuwd naar ervaringen. Een ding is in ieder geval wel zeker: er wordt flink aan de weg getimmerd en docenten krijgen (ook in Nederland) eerder te maken met keuzestress als het gaat om “wat gebruik ik allemaal?” dan dat ze als probleem hebben dat er geen (gratis) lesmateriaal beschikbaar is.

 

 

Deel dit bericht: