nov 212018
 

Het CINOP heeft in opdracht van het steunpunt basisvaardigheden een Handreiking digitale vaardigheden opgesteld. Hij is te downloaden via deze pagina. Hij is gericht op volwasseneneducatie en sluit aan bij deze eindtermen.

Nou heb ik helemaal niets te maken met volwasseneneducatie, maar wel met ict-geletterdheid / digitale vaardigheden. En vanuit dat oogpunt vind ik het een hele mooie handreiking voor leraren/docenten. Eentje die ook voor andere sectoren zeker de moeite waard zou zijn om te hebben (aangepast naar de betreffende context dan uiteraard)>

 

Deel dit bericht:
nov 072018
 

Vandaag verzorgde ik samen met Frank Rem van het Graafschapcollege een sessie over de ict-geletterdheid van studenten (in het mbo) tijdens de Onderwijsdagen 2018.

In het eerste deel van de sessie hebben we toelichting gegeven bij de werkzaamheden van de werkgroep ict-geletterdheid binnen de samenwerking Gelderse professionaliseringsagenda en de resultaten van de monitor afgenomen onder docenten.

Daarna gingen we met de ruim 30 deelnemers aan de slag met de vraag “welke competenties op het gebied van ict-geletterdheid vind je belangrijk voor jullie studenten?”.  Daarvoor hadden we kaartjes gemaakt met daarop de gedragsindicatoren afgeleidt van die voor docenten in het mbo (pdf).
We hadden met opzet gekozen voor een beperkte set competenties zodat de deelnemers met elkaar in gesprek/discussie moesten over de vraag welke competenties zij het belangrijkste vinden. Ook vanuit het idee dat je mogelijk niet altijd alles in dezelfde mate aandacht kunt geven.

In de tweede ronde hebben ze daarna de gekozen competenties op het spelbord gelegd op de driehoek “leven en burgerschap”, “leren en ontwikkelen”, “werken en beroep”.

De laatste ronde stelde de vraag: “als je nu naar deze competenties kijkt, van welke schat je in dat jullie docenten die kunnen bijbrengen en welke niet?”

De sessie leverde veel gesprek op tussen de deelnemers. Over de competenties, hun belang, maar gelukkig ook hier en daar al over de vraag hoe je hier zelf het gesprek mee aan zou kunnen gaan binnen de eigen instelling. En met wie. Of wat de gevolgen van keuzes zijn. Waarbij de competenties/gedragsindicatoren met opzet op een niveau beschreven zijn die ook een gezamenlijk gesprek mogelijk maken. Waarbij natuurlijk ruimte is voor lokale verschillen, waar het niet gaat over eindeloze vinklijstjes.

Wil je zelf met de werkvorm aan de slag, laat het me dan even weten, dan sturen we je de digitale versie toe!
De presentatie kun je hier downloaden (PDF)

Deel dit bericht:
mei 222018
 

Ik moet heel eerlijk bekennen dat die hele AVG me echt helemaal ***** (ik zal het netjes houden). Al was het maar omdat ik met name de laatste vier weken of zo enorm gespamd wordt door allemaal bedrijven die ofwel willen vertellen dat ze met ingang van 25 mei hun algemene voorwaarden nóg beter/mooier/duidelijker gemaakt hebben als gevolg ervan of (erger) sites en diensten die me nú om expliciete toestemming gaan vragen om op hun mailinglijst te blijven staan (die hebben het vast tot nu toe níet goed geregeld qua toestemming). En natuurlijk de wetenschap dat ik ook mijn eigen sites (nog) op orde moet brengen.

Ja, het is allemaal eigenlijk heel goed als er bewuster met privacy, persoonsgegevens en toestemming omgegaan wordt. Het kost alleen heel wat werk als je privé als blogger een aantal sites in de lucht hebt en je eigenlijk niet meer gebruik maakt van de verzamelde data dan gewoon wat grafiekjes over het aantal bezoekers en waar ze vandaan komen.

Hoe dan ook. We moeten er allemaal aan geloven. En als je in het onderwijs werkt, dan we hebben ook nog de verantwoordelijkheid om er mede voor te zorgen dat onze leerlingen of studenten ook weten wat er allemaal bij komt kijken. Nou gaat het onderwijsmateriaal van de Autoriteit Persoonsgegevens (helaas) niet over hoe je er voor zorgt dat je een weblog helemaal AVG-proof maakt.

Maar het bevat wel een aantal lessen voor leerlingen (groep 7 en 8) om zich te realiseren wat er met hun gegevens online allemaal kan gebeuren. De training is gratis en hier te vinden. Er is een docentenhandleiding beschikbaar, jammer is dat die meteen als “handleiding” gelinkt is. Dat is dan dus geen handleiding voor leerlingen (terwijl de knop “Les 1” dat wel is. De handleiding bevat bv ook alle correcte antwoorden voor het toetsje en de tips voor de docenten. Had ik wel handig gevonden als dat wat minder prominent aangeboden werd.

Hoe dan ook, de drie lessen bevatten een aantal activiteiten die je als leerkracht in kunt passen in je onderwijs.  En daarmee is het een zinvolle toevoeging.

Deel dit bericht:
mrt 292018
 

Aflevering 5 alweer van de Crash Course Media Literacy (zie hier voor een overzicht van de andere afleveringen). Na aandacht voor ons brein in aflevering 4, gaat het nu over media en geld. Nee, nog niet over adverteerders, maar over de constatering dat alle media gemaakt zijn door iemand, of een groep van iemanden (ja ja, dat is geen correct Nederlands, in het Engels klinkt het veel leuker: “group of someones”) .

Omdat media gemaakt worden met een doel (om je te informeren, te overtuigen, te vermaken), wordt gekozen voor een bepaalde manier om de boodschap over te brengen. Daarbij wordt gewezen op het feit dat er iemand moet betalen het maken van die media. En die mensen zijn mensen met geld. En vaak zijn dat witte hetero mannen. Dus dat kan invloed hebben op manier waarop de boodschap overgebracht wordt.

De aflevering krijgt op YouTube een aantal duimpjes naar beneden (veel minder dan duimpjes naar boven hoor). En dat is logisch. Want dit stuk van het verhaal komt stilaan al in het gebied waarbij het wat minder ongevaarlijk wordt. Sowieso, ook CrashCourse wordt betaald door mensen met een boodschap en een doel. Dus ook de filmpjes van CrashCourse zijn niet zonder kleur en doel. Hoe afgewogen en neutraal of “juist” jij als kijker die boodschap vindt hangt nu ook deels af van je eigen positie.

Als je als docent/leraar met de filmpjes aan de slag gaat maakt dat ze zeker ook nog waardevoller als je dat gesprek met de studenten/leerlingen aangaat: je hebt nu een filmpje gezien over media, maar dat filmpje is ook onderdeel van die media. Denk daar eens over na en bedenk hoe het filmpje jou probeert te beïnvloeden. Wat zou je kunnen/willen/moeten doen, naast het alleen naar dit filmpje kijken?

Deel dit bericht:
mrt 232018
 

De afleveringen van de Crash Course Media Literacy volgen elkaar zo te zien toch met enige regelmaat op. Aflevering 4 gaat over de werking van onze hersenen. Nee, geen breinwetenschapper die langs komt, maar uitleg over hoe onze hersenen efficient omgaan met hun verwerkingscapaciteit maar ook hoe dit er voor kan zorgen dat je dingen “onjuist” kunt onthouden.

Het is een leuke serie aan het worden, ik ben benieuwd hoe ze verder gaan.

Deel dit bericht:
mrt 162018
 

Aflevering 2 en 3 van de Crash Course Mediawijsheid staan online (voor aflevering 1 zie dit bericht). Er zat een week tussen het verschijnen van beide afleveringen, maar ze zijn prima gewoon direct achter elkaar te bekijken.

Jay Smooth neemt ons nu terug in de geschiedenis, en dan gaat hij helemaal terug in de geschiedenis, dus tot aan Plato zodat hij duidelijk kan maken dat de discussie over media, de waarde en geschiktheid ervan al zou oud is als het Oude Griekenland.

In deel 3 wordt het interessant als het gaat over protectionisme en de verschillende soorten redenen (cultureel, politiek, moreel) die mensen hebben om bezwaar te hebben tegen bepaalde media.

Op naar aflevering 4!

Deel dit bericht:
mrt 022018
 

Een “crash course” laat ze het beste vertalen naar “versnelde cursus”, een niet al te lange cursus/training waarmee je snel op niveau gebracht wordt rond een bepaald onderwijs. Op het YouTube kanaal van Crash Course kun je crash courses vinden over heel uiteenlopende onderwerpen: Wereldoorlog I, mythologie, psychologie etc.
Als je de hele lijst bekijkt dan zie je dat er rond sommige onderwerpen al ruim 40 verschillende video’s gemaakt zijn.

Voor mediawijsheid (media literacy) is dat nog niet zo, daar is de eerste, introducerende video deze week pas van gepubliceerd. Het is een video in een lekker snel tempo, 10 minuten lang en het is uiteraard een introductie. Helaas weet je bij de Crash Course videos nooit hoe lang er precies tussen afleveringen zit. Dus als lesmateriaal voor je leerlingen of studenten zou ik het nog niet gaan inplannen. Maar als nieuwe serie van filmpjes om in de gaten te houden lijkt me ook deze serie best de moeite waard.

 

Deel dit bericht:
nov 242017
 

Vandaag, om 16:15 uur wordt tijdens de conferentie over digitale geletterdheid in het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum het Handboek Digitale Geletterdheid gelanceerd. Ik ben daar niet bij, maar heb gisteren toen het persbericht voorbij kwam wel al even een exemplaar van het handboek opgevraagd. Het zijn 171 pagina’s met deels informatie die je zou kunnen/moeten weten als je al met digitale geletterdheid bezig bent, deels ook zaken die je nog niet weet (omdat het beschrijvingen zijn van voorbeelden die je nog niet kende), maar handig en nieuw is sowieso dat het allemaal bij elkaar in één handboek staat.

Het handboek bestaat uit drie delen:
1) Visievorming (waarom is digitale geletterdheid nodig; begrippenkader; visie ontwikkelen en keuze maken; integrale aanpak)
2) Van visie naar praktijk (invulling van “kennis en vaardigheden” – integratie in het curriculum; invulling van “samenleven” – het sociale perspectief; de invulling van “zijn” – in de digitale wereld; pionier in digitale geletterdheid; schoolvoorbeelden)
3) Bijlagen (checklists en adviezen; lestips, lesmateriaal en projectideeën; leerlijnen en leerdoelen; praten met leerlingen over internet; praten met ouders; verder lezen)

Nu ik de inhoudsopgave zo intyp, heb ik wat meer moeite met het zien van de logische structuur dan dat ik bij het lezen had. Toen voelde het eigenlijk heel logisch. Het handboek start met de vraag waarom we aandacht aan digitale geletterdheid moeten besteden. Logisch om daar mee te starten. Daarna kun je lezen hoe media-educatie, mediawijsheid en digitale geletterdheid met elkaar samenhangen en hoe SLO samen met kennisnet daar een competentieprofiel bij gemaakt heeft. Ook nog logisch.
Bij hoofdstuk 3 start dan voor mij de visievorming pas echt en gaat het over de uitgangspunten die je als school kunt hebben. Het gaat over mensvisie, maatschappijvisie en onderwijsvisie. Hoofdstuk 4 geeft eigenlijk al een invulling van visie naar praktijk als het gaat over de integrale aanpak. Maar het hoofdstuk maakt het ook allemaal een stuk ingewikkelder, want het introduceert “kennis en vaardigheden”, “samenleven” en “zijn” als de kapstok voor de verdere uitwerking in deel 2 zónder dat de link terug naar het SLO-model helder wordt.

Deel 2 heeft dan eerst een heel duidelijk hoofdstuk 5 met een viertal fasen voor het aan de slag gaan met digitale geletterdheid. Dat wordt nu door de titel gelinkt aan “kennis en vaardigheden”, maar heeft wat mij betreft net zo goed betrekking op de hoofdstukken erna die over samenleven en zijn gaan. Het maakt uiteindelijk niet zo heel veel uit als je de hoofdstukken achter elkaar leest.
Het hoofdstuk “Pioniers in digitale geletterdheid” heeft geen handige titel. Zo wek je namelijk de indruk dat je uitputtend bent en dat is de lijst, met alle respect voor de schoolleider, de docent Nederlands en docent mbo die er nu aan het woord komen bij lange na niet.

Deel 3 heet een beetje bescheiden “bijlagen”, het zijn checklists, adviezen, ideeën en tips, voorbeelden van leerlijnen, leerdoelen en leestips. Iets waar je zeker even in wilt grasduinen.

Het handboek richt zich op scholen zonder echt aandacht te besteden aan de vaardigheden die leraren nodig hebben. Te begrijpen, je kunt niet alles in één handboek stoppen. Maar het lijkt me goed dat scholen zich realiseren dat die trajecten met elkaar verweven zijn. Je hoeft niet eerst volledig digitaal geletterde leraren te hebben om hier mee aan de slag te gaan. Het werken aan digitale geletterdheid van leerlingen en leraren moet hand in gaan. Het starten van zo’n traject voor leerlingen kan een prima aanleiding zijn voor leraren om na te denken over de vraag “wat weet ik eigenlijk allemaal nog niet?” en “wat wil/moet ik nog leren?”.
Iets voor versie 2 van het handboek.

Het handboek is vanaf 16:15 uur te downloaden vanaf http://kn.nu/handboekDG

Deel dit bericht:
mei 182017
 

Als je ook maar enigszins iets te maken hebt met kunstmatige intelligentie, ontwikkelingen op het gebied van ict, ethiek en technologie, dan kan je Peter-Paul Verbeek, hoogleraar Wijsbegeerte aan de Universiteit Twente. Het eerste boek dat ik van hem las was De grens van de mens.

Op 29 mei start een gratis MOOC getiteld “Philosophy of Technology and Design: Shaping the Relations Between Humans and Technologies” bij FutureLearn onder leiding van Peter-Paul Verbeek en Roos de Jong.

De MOOC is maar 3 weken lang (kort), dus ik verwacht geen enorme diepgang ten opzichte van bv zijn boeken, de beschrijving geeft aan dat er aandacht zijn voor de volgende onderwerpen:

  • Evaluate some classical thinkers in philosophy of technology.
  • Reflect on the power of technology: are humans still in control?
  • Explore the contemporary philosophical approach of technological mediation.
  • Engage in case studies to get insights in the impact of technology on society and human life.
  • Debate the ethical dimension of technology and apply this to design.
  • Discuss the ethical limits of designing technologies that influence our behaviour.

Doelgroep: “This course has been created for anyone interested in the relations between technology and society, and in particular for people working or studying in philosophy, engineering, design, social science and policy. The course might be specifically relevant to those interested in what philosophical analysis can contribute to the practice of design, engineering, and policy-making.”

p.s. de MOOC is gratis te volgen, maar dan raak je 14 dagen na afloop de toegang kwijt, voor €64,- kun je er voor zorgen dat je onbeperkt toegang blijft houden. Dat betekent dus dat als je de gratis variant wilt volgen, je de activiteiten het beste ook tijdens de daadwerkelijke looptijd kunt plannen.

Deel dit bericht:
dec 152016
 

Let op! Dit is geen bericht waarmee ik wil klagen over Arriva, de NS of welke vervoerder dan ook. Dit is een bericht waarmee ik mijn verbazing onder woorden probeer te brengen als het gaat over de rol die ict geletterdheid in het dagelijkse leven (b)lijkt te spelen op basis van ervaringen van de afgelopen dagen.

Vanochtend zat ik voor de 4e keer deze week in een gloednieuwe VDL bus van Arriva op weg van mijn woonplaats naar het station in Venray/Oostrum. Gisteren had ik al geconstateerd dat het met name voor de buschauffeurs op in ieder geval mijn lijn 80, een zware week was tot nu toe. Wat context: ik rij op en neer naar het station in buslijn 80. Die rijdt tegenwoordig van Deurne, via het station in Venray/Oostrum, door naar Horst en dan Venlo. En weer terug. Voorheen was het lijn 27, die tussen Deurne en Venray/Oostrum reed. Daarbij ging die dan ook nog door Heide en Ysselsteyn, dat is nu niet meer. Voor Horst had je dan lijn 28 nodig. In Venray zelf is de route van de bus gewijzigd zodat daar de lijn 80 op andere plekken stopt dan voorheen lijn 27. Ik heb nog even geen idee van welke andere lijnen er in Venray nog meer gewijzigd zijn, maar het zijn er blijkbaar nogal veel.
Want waar mijn busreis zo ’s ochtends vroeg (ik stapte normaal om 7:25 in Deurne in, nu om 7:15 uur) eigenlijk heel soepel en rustig verliep, de bus kwam bij een halte, stopte, mensen stapten in en uit, de bus ging weer verder, is dat deze week heel anders. Het aantal mensen dat instapt om te vragen of deze bus naar “die en die” plek ging, mensen die een halte gemist hadden, op de verkeerde (lees: de tot deze week gebruikelijke) plek stonden te wachten is enorm.
Waar ik vorige week al online uitgezocht had hoe mijn reis dan zou moeten verlopen, hoe laat hij zou vertrekken, geconstateerd had dat de online routeplanners “mijn” halte op de heenweg nog niet kenden (nog steeds niet, ondanks een melding bij Arriva afgelopen zondag), blijken veel mensen op pad te gaan zónder zo’n voorbereiding.
Eigenlijk niet heel gek, want dat bleek blijkbaar anders ook gewoon te werken. Maar is de informatievoorziening online al niet helemaal foutloos, offline is hij nog minder compleet. De foto bij dit bericht is van “mijn” bushalte vanochtend. Afgelopen maandag zat er nog geen dienstregeling van lijn 80 in het display, die is er pas maandag in de loop van de dag (na het ingaan van de dienstregeling) ingevoegd. Het is echter de verkeerde dienstregeling, het is die de andere kant op (“Deurne station”). Het bovenste bordje geeft lijn 80 nog niet aan, maar noemt nog lijn 27. De buschauffeurs hebben geen eenvoudige mogelijkheid in de bus om voor reizigers met vragen snel op te zoeken hoe ze moeten reizen, welke bus ze moeten hebben, waar en wanneer die vertrekt. Ze zijn nu weer, net als vroeger, in hun hoofd informatie aan het opbouwen over hoe de verschillende routes lopen en dat duurt nog wel even. Mijn bus vanochtend stopte overigens bij het verkeerde perron (de “oude” plek) waardoor de groep reizigers die met hem mee wilden (en wel goed stonden) hem bijna mis liepen.

De nieuwe bussen blijken enorm geavanceerd, maar de lampjes en meldingen op het dashboard zorgen nog voor grote verwarring. Temeer omdat de bussen nog wat kinderziektes blijken te hebben, vooral met deuren die niet goed sluiten (weet ik dan inmiddels alweer). Hoe dat op te lossen is zo te zien nog vaak een raadsel voor de chauffeurs. De handleiding komt er af en toe letterlijk aan te pas.

Zoals gezegd, deze blogpost is geen “mopperen op”, het was voor mij een eye-opener (voor zover dat nodig was) dat ict-geletterdheid geen “leuk als je met ict om kunt gaan” meer is. Informatievaardigheden, het kunnen bedienen van complexe (geautomatiseerde) systemen, het is nodig als je buschauffeur ben of als je simpelweg met de bus wilt. 

Kunnen we natuurlijk nog een mooie discussie voeren of dat wel wenselijk is. Gegeven is echter dat het werkelijkheid is. Ik ben het er ook helemaal mee eens als iemand stelt dat het ook betekent dat we systemen te complex ontwikkelen. En ook dat is dan mede het gevolg van het gegeven dat waarschijnlijk ook de besluitvormers, opdrachtgevers en bestuurders op dit gebied ook niet weten wat we zouden mogen/moeten eisen van systemen op dit gebied. Nog een reden erbij om in het onderwijs op zijn minst bij de vragen en uitdagingen op dit gebied stil te staan, ook als we de antwoorden er op nog niet paraat hebben.

Deel dit bericht: