mei 302020
 

Usually I write my blogposts in Dutch. Because there are still a lot of people in the Netherlands that have more difficulty reading English than Dutch. Sometimes I make an exception if the topic is more technical than otherwise. Because then, the chances of anyone other than myself reading the post increases a lot. This is one of those posts.

Last week, I wrote (in Dutch) about the computational thinking challenge of figuring out where we had not yet walked during this COVID-19 era. I also explained that that solutions, based on the tutorials by Fran Polignano had some room for improvement. The Strava client_id, client_secret and refresh_token were visible in the source code and the script did not use caching of the data it retrieves from Strava while Strava limits the number of calls you can make in a specific period of time (and it also is not good practice to not cache such data that changes no more than once a day).

After doing some searching around about possible solutions, I concluded that there is no real feasible “Javascript/client-side script only” option that hides that info. And caching of the data locally is possible, but would still be only half of a solution because every visitor would have to cache it locally and that could still result in more API call than allowed.

Lees verder….

mei 152020
 

De sportschool is dicht, buiten fietsen is nog geen optie zolang mijn pols nog niet 100% hersteld is, binnen fietsen doe ik regelmatig maar dat leidt tot dagen dat ik helemaal niet buiten geweest ben. En dat is ook niet prettig. Dus gaan we ’s avonds regelmatig wandelen, met z’n tweeën soms ook met de kinderen erbij. Ik neem dan altijd mijn Garmin Forerunner 35 mee. Die heeft ingebouwde GPS en een “wandelen” modus. Die zet ik aan en dan hoef ik er het hele uur of iets meer dat we lopen niet meer aan te denken. Als we thuis komen zet ik hem op stop en binnen een minuut is de wandeling, via mijn telefoon, beschikbaar via Strava. Nou gaat het me niet echt om mijn hartslag of hoe hard we lopen (al vinden ook daar soms discussies over plaats), het gaat me ook niet om het kunnen opscheppen over het aantal wandelingen (op Strava volg ik allemaal mensen die verder, vaker fietsen, zwemmen, lopen, wandelen). We vinden het gewoon leuk om wat variatie aan te brengen in de routes die we wandelen, dus kwam ook wel de vraag op: “welke delen van het dorp hebben we nog niet gehad?”

Iemand vroeg me onlangs naar voorbeelden van computational thinking. Nou dit is er eentje, hoewel het inderdaad eentje is waarbij een stukje programmeren gedaan is (deel twee van de vraag was namelijk of dat betekende dat er altijd programmeren bij kwam kijken). Het is een probleem/vraag die ik met ict opgelost heb.

De vraag herformuleren
De vraag “welke delen van het dorp hebben we nog niet gehad?” is niet zomaar te beantwoorden. Omdat ik “alle” wandelingen die ik gemaakt heb (ik denk dat ik er een of twee gemist heb) opgenomen heb, zijn die beschikbaar op Strava. Dus ik kan wel de vraag beantwoorden “welke routes in het dorp hebben we wél gehad?”.
Strava kan die kaarten laten zien. Maar alleen pér wandeling. Niet als totaaloverzicht.

Onderzoeken van mogelijke oplossingen
Gelukkig heeft Strava wel een API, een interface waarmee je data uit je eigen account kunt opvragen. En dan kun je zelf de routes op een kaart tekenen (zoals ik hierboven gedaan heb). Zoals bij bijna alles: als ik het kan verzinnen, heeft iemand anders het vast ook al eens verzonnen. Op Youtube staat een serie video’s van Fran Polignano die eerst een introductie geeft op het gebruik van de API (heel handig om eerst te bekijken!), daarna uitlegt hoe je de API in Python gebruikt en daarna met JavaScript. Bij die laatste gaat hij dan nog even door en legt uit hoe je je activiteiten automatisch op kunt laten halen én allemaal tegelijkertijd op een kaart kunt laten zien. Daarbij is hij dan ook nog eens zo vriendelijk om zijn code te delen via Github.

Lees verder….

feb 242020
 

Ik weet het: echte ontwikkelaars maken voor hun versiebeheer geen gebruik van Onedrive. Dan moet het op zijn minst via Github. Prima, gebruik ik ook, af en toe. Als iets af is, om te delen.

Maar als ik gewoon wat aan het klooien ben,  als ik bv een TCRT5000 sensor op de watermeter in de meterkast geplakt heb om het ronddraaien van het tellerschijfje te registreren en dat dan weer via MQTT over Wifi vanaf een ESP8266 door te sturen naar een Mosquitto-server zodat ik die waarden in Home Assistant weer kan geven en in influxDB kan archiveren, dan ben ik meestal eerst even gewoon met code aan het stoeien.
Met een beetje mazzel (zoals deze keer) met Over The Air (OTA) updates zodat ik niet op een krukje op USB-kabel lengte afstand van de meterkast hoef te blijven zitten.

Tijdens zo’n traject kan het wel eens voorkomen dat ik denk “oei, nu heb ik een stuk code weggegooid of aangepast en dat had ik niet moeten doen”.

In dat geval kan het helpen om het .ino bestand op te slaan binnen een map die gesynchroniseerd wordt met Onedrive. Privé of zakelijk maakt niet uit. Ik gebruik in dit geval mijn privé Onedrive. Het mooie van Onedrive (en waarschijnlijk een aantal van de andere beschikbare diensten ook) is dat hij aan versiebeheer doet. Dus in dit geval, waarbij ik een stuk code had verwijderd dat ik toch nog wilde gebruiken, ging ik naar onedrive.com, zocht daar de map en het programma-code bestand op en selecteerde een oudere versie. Onedrive kan ze niet online weergeven zodat je even snel kunt knippen en plakken, het bestand wordt gedownload naar je computer. Ook goed. Als backup voor foutjes tijdens het klooien in de Arduino IDE in ieder geval iets wat mij al wat tijd bespaard heeft vandaag. 🙂

Tip: The Coding Train

 Gepubliceerd door om 19:44  Programmeren
feb 092020
 

The Coding Train is eigenlijk een site die niet heel veel toelichting nodig heeft. Je kunt beter gewoon een paar filmpjes van Daniel Shiffman bekijken. Dan weet je snel genoeg of het iets voor je is of niet.

Ik kwam er zelf pas heel recent langs, deze maffe aflevering van Coding in the Cabana was mijn kennismaking. Daarna bekeek ik ook de andere twee afleveringen die er in die serie al waren en ging ik verder met de andere tutorials op het kanaal. Het zal er wel mee te maken hebben dat ik een nerd ben en er dus van kan genieten als een andere nerd helemaal uit zijn dak gaat als hij een programmeeruitdaging opgelost heeft.

Dat Daniel met Processing of P5JS werkt helpt daarbij absoluut omdat al zijn oplossingen wel een grafische component hebben. Dat maakt de resultaten ook interessant, zoals bij deze bijvoorbeeld:

Genoeg gepraat erover: gewoon even kijken! (en laat even weten wat je er van vind).

jul 082019
 

Het leek heel gemakkelijk, was het ook voor wat betreft de eerste demo, maar stap 2 was een stuk complexer.

Ik had een aantal voorbeelden gezien van, wat mij betreft, enorm indrukwekkende demonstraties van de kracht van de ESP32 microprocessor. Je blijkt er een heel kleine camera op aan te kunnen sluiten (daar zijn de meeste mensen niet meer zo vreselijk van onder de indruk). Maar Espressif (de bedenkers van de chip) heeft nu ook een demo/test board gemaakt, genaamd de ESP-EYE, met niet alleen de camera voorgeïnstalleerd, maar ook spraak- en gezichtsherkenning alvast voorgeprogrammeerd. Je kunt dus meteen aan de slag!

Als je de video hierboven bekeken hebt voordat je verder las, dan weet je waarom dat indrukwekkend is: het is namelijk niet zo dat de ESP-EYE stiekumpjes gebruik maakt van een online webservice, dus bv Google of Amazon die al het werk uit handen neemt. Nee, de ESP-EYE werkt volledig zelfstandig. Dus geen data die over het internet naar de een of andere, meer of minder betrouwbare aanbieder gaat. Alles gebeurt 100% op het boardje zelf. Dat wilde ik zelf uitproberen, dus heb ik er eentje besteld bij AliExpress. Ik heb er overigens zelf €22,65 voor betaald, ik zie dat hij nu iets boven de 26 euro kost. Ik verdien niets aan de link of het verwijzen naar AliExpress, shop gerust dus even rond voor de beste deal. Hieronder zie je wat foto’s van de verpakking, de ESP-EYE met als referentie voor het formaat een 5 eurocent muntje ernaast. Het ding is klein!

De video hierboven van Luca Dentella was heel handig en behulpzaam, hij laat zien hoe de ESP-EYE zo uit het doosje werkt, dat lukte mij ook. Maar de instructies zorgden ook voor de nodige problemen toen ik hem letterlijk probeerde te volgen bij het aanpassen van de standaardcode.

Lees verder….

jan 212019
 

Ik zag dat ik er een tijdje geleden wel al een tweet over gestuurd had, maar dat ik er nog geen blogpost over gemaakt had. Ik heb het over Thonny, een open source, gratis ontwikkelomgeving (IDE) voor Python en (micro-)Python.

De tweet stuurde ik toen ik zag dat de omgeving standaardonderdeel zou worden van de Linuxversie die voor de Raspberry Pi gemaakt wordt, maar dit weekend ontdekte ik dat je hem ook voor microPython kunt gebruiken. En dat is handig in combinatie met bijvoorbeeld een ESP8266 of een ESP32. Vooral ook omdat Thonny dan ook het uploaden en downloaden van de bestanden voor zijn rekening neemt en een REPL-console ingebouwd heeft.

Het flashen / updaten van de firmware op de ESP8266/ESP32 vanuit de tool heb ik niet gedaan/geprobeerd, daarvoor vertrouw ik liever op esptool.py. Voor de ESP8266 die ik bij de hand had gebruikte ik de kale microPython versie  op de EPS32 heb ik de Loboris-firmware gezet. Die heeft als voordeel dat er al heel wat modulen bijgevoegd zijn.

Voorlopig vind ik de combinatie best fijn. MicroPython op de ESP32 chips blijft toch hier en daar nog wat behelpen. Vooral omdat een van de extra features ten opzichte van de ESP8266, de ondersteuning voor BLE, nog niet beschikbaar is binnen microPython. En dan is de keuze voor terugkeer naar bv de Arduino IDE in de meeste gevallen het meest voor de hand liggend.

Wil je kennismaken met Python, dan hoef je niet eens zaken te installeren. Dan zou ik eerst eens bij Repl.it kijken. Zie ook de berichten op dit blog daarover.

 

 

okt 282018
 

De site/toepassing is niet nieuw, maar ik had simpelweg nog geen reden gehad om er eerder naar te kijken: MIT App Inventor.

Vandaag heb ik er voor het eerst mee geëxperimenteerd. De aanleiding is een wat groter project waarbij ik sensorwaarden die via een ESP32 worden verzameld direct op een mobiel apparaat wil kunnen ontvangen (dus niet via WiFi / MQTT etc). Het idee is om daar BLE (Bluetooth Low Energie) voor te gebruiken, de ESP32 heeft standaard WiFi en BLE ingebouwd. Maar de standaard apps die je voor BLE kunt downloaden hadden wat moeite met het verwerken en zeker met het netjes weergeven van de data die op deze manier binnen kwam. Zelf een app bouwen voor iOS of Android had ik in het verleden wel al eens geprobeerd, maar in beide gevallen was het installeren van de benodigde tools/software en het krijgen van een basisbegrip van hoe e.e.a. werkt al voldoende reden om daar niet teveel extra tijd in te steken.

Ik was dan ook een beetje sceptisch toen ik de verwijzing naar MIT APP Inventor tegenkwam. Maar, de eerste indruk na een paar uurtjes testen is heel positief. Goed, de eerste beperking voor nu is nog dat er nog geen ondersteuning is voor iOS. Dat was voor mij geen echt probleem, ik heb beide ter beschikking.
Heel prettig is wat mij betreft dat ik meteen in de online omgeving aan de slag kon. Ik kon met een Google account inloggen, naar keuze voor mij dan dus via @gmail.com of via @ixperium.nl omdat we Google Apps for Education gebruiken. Maar helemaal mooi werd het na het koppelen van mijn Android toestel via de MIT AI2 Companion App die ik via Google Play kon installeren. Na het scannen van een QR-code of het invoeren van een korte code werd mijn toestel gekoppeld aan het project waar ik mee bezig was. Dat betekende dat wijzigingen meteen werden doorgevoerd en te testen waren.

Het bouwen van een applicatie voelde heel vertrouwd, enerzijds heb je de ontwerpomgeving waar je knoppen, lijsten etc. op je scherm plaatst. Om er voor te zorgen dat die knoppen daadwerkelijk iets doen gebruik je de “Blocks” omgeving. Als je met Scratch kunt werken of met de Blocky achtige omgevingen zoals ook bij de Micro:bit gebruikt worden, dan kun je hiermee eenvoudig overweg.
En ook wijzigingen die je hier doorvoert worden meteen in de app op je smartphone doorgevoerd.

Heb je app helemaal klaar, dan kun je een .apk bestand downloaden op je smartphone. Dat is dus een “echte” app die gewoon zelfstandig werkt, los van de online omgeving. Nou staan de meeste smartphone tegenwoordig zo ingesteld dat ze niet zomaar apps installeren die niet in Google Play staan. Maar als het goed is, dan is dat één vinkje dat je moet aanzetten. Ik heb nog niet uitgezocht hoeveel werk de optie is om je app via Google Play te delen via App Inventor, want dat is voor mijn doel niet nodig.

Conclusie
Voorlopige conclusie is dat deze omgeving voldoende flexibiliteit biedt voor wat ik nodig heb.  De app is nog niet klaar dus nog geen filmpje etc. van het eindresultaat. Dat wordt nog vervolgd.

jul 212018
 

Mooi filmpje van Chuck Hellebuyck over het gebruik van Blockly in Tinkercad om 3D ontwerpen te “programmeren”. Tinkercad noemt het zelf “Codeblocks”, maar iedereen zal er snel de Blockly structuren in ontdekken.

Waarom zou je er gebruik van maken?  Bijvoorbeeld als je een ontwerp wilt maken waarbij je bepaalde eigenschappen in variabelen vast wilt kunnen leggen. Bijvoorbeeld een tafel waarvan je de dikte van de poten eenvoudig wilt kunnen aanpassen. Chuck verwijst naar OpenSCAD, een optie waarbij je eveneens je ontwerp in programmeertaal beschrijft (en zo eenvoudig parameters kunt gebruiken). Maar waar OpenSCAD voor programmeurs bedoelt is, zijn Codeblocks juist meer iets voor “beginners” (liever: nog niet-programmeurs).

Mooi is dat Tinkercad een aantal voorbeelden bijvoegt waarmee je een beeld krijgt van wat mogelijk is. De tafel die Chuck laat zien is er één van. De raket ziet er ook mooi uit:

jun 042018
 

Op de BBC website staat een mooi filmpje (embedden is helaas nogal een ding, gaat via lelijke iframe) van een workshop die door Artronix uit Glasgow ontwikkeld is. In de workshop bouwen deelnemers/leerlingen robots met een of meerdere micro:bits, servo’s, LED’s etc.
Op zich niet nieuw. Maar de opdracht daarbij is om een scene uit een bekende film na te bouwen. Op de website zie je voorbeelden van Jeepers BleepersWar of the Worlds – Rise of the micro:bitsMicro:Wars – A New Code, Bride of Frankenbit, A Fistful of micro:bits.

De scenes bevatten een combinatie van hergebruikte speelgoed poppen, decors, filmeffecten en vooral veel creepy stemmetjes. De clips zijn kort en ook dat is niet altijd gemakkelijk want het betekent dat ze heel erg to the point moeten blijven. Bekijk ze zeker ook even op de pagina van de BBC daar staat ook de PDF met instructies. Op Twitter zijn er ook een aantal te vinden.

(p.s. aan de tweets kon ik zien dat het project van 2017 is, ik kwam er vandaag pas via de Adafruit website)

apr 022018
 

De SonicPi software bestaat al lang. Maar ik heb er nog niet eerder over geschreven. Bij deze dus. Want eigenlijk kan dat natuurlijk niet.

Even vooraf: de SonicPi software verwijst in zijn naam naar de Raspberry Pi, maar je hebt geen Raspberry Pi nodig, de software draait ook gewoon op Windows, een Mac of Linux. Je kunt hem gratis downloaden en voor Windows is er ook een “portable” versie, die hoef je dus niet te installeren, kun je gewoon op een USB-stick zetten.

Wat is SonicPi en waarom zou je er iets mee moeten?
Dat kan ik je waarschijnlijk het beste door de bedenker (Sam Aaron) ervan laten uitleggen. Het filmpje hieronder is al uit 2015 (er zijn oudere filmpjes):

De introductie lijkt erg op het verhaal van Felienne bij haar Python/programmeren en kunst workshop.  En daarmee bedoel ik richting beiden niets negatief. Integendeel. Beiden maken duidelijk dat maar een bepaalde (kleine) groep speciale mensen enthousiast wordt van programmeren. En ook Sam Aaron maakt duidelijk dat het een stuk eenvoudiger is om kinderen enthousiast te maken over programmeren als je ze ook echt iets geeft waar ze enthousiast over worden.

Nou moet ik bekennen dat dit, net als verhalen bedenken in Python, natuurlijk ook weer niet voor elke leerling zal gelden. Ik heb vanmiddag een uurtje zitten spelen met SonicPi en zo goed als Sam zal ik waarschijnlijk nooit worden. Sowieso, kijk maar eens hoe veel werk het is om onderstaande track te maken.

Lees verder….