feb 182018
 

Via de enthousiaste video’s van Nick van Educ8s kwam ik afgelopen week erachter dat ePaper displays voor Arduino en Raspberry Pi inmiddels goedkoop genoeg zijn geworden om ook voor eigen hobbyprojecten zinvol te zijn.

Het voordeel van een ePaper display is uiteraard het lage energieverbruik, nadeel is de lage beeldverversingsfrequentie en het gegeven dat ze meestal alleen zwart/wit zijn. En inderdaad, als je een groot scherm wilt, dan gaat het alsnog in de papieren lopen, maar een scherm van 1,54 inch in zwart/wit kost via eBay zo’n 18 Amerikaanse dollar. Bij AliExpress kwam ik andere versies tegen, zoals deze met zwart en rood voor zo’n 15 euro.

Belangrijk is om even goed op te letten. Op eBay staan ook goedkopere exemplaren, maar die beschikken niet over de benodigde connector/kabel:

Een van de goedkopere aanbieders had wél plaatjes met de kabel, maar in de beschrijving van wat geleverd zou worden stond de “XH2.54 20cm 8Pin” kabel niet erbij. Navraag leerde ook dat die niet geleverd werd. Even opletten dus.

Voor de Raspberry Pi wil je waarschijnlijk een “Hat” hebben, zoals deze. Dan kun je het display namelijk direct op je Raspberry Pi prikken. Als je dan een Raspberry Pi Mini gebruikt in plaats van zo’n grote lompe Pi 3, dan ziet het er meteen ook goed uit.

Deel dit bericht:
jan 212018
 

Ik heb vandaag de Sonoff Pow voor het eerst echt getest. En de resultaten zijn heel interessant wat mij betreft. Onze wasmachine draait heel wat was per week en het blijken dan ook ideale momenten om de vermogensmeter uit te proberen. Hierboven zie je de resultaten van vandaag (tot nu toe). De grafiek komt uit Grafana, die de data ophaalt uit InfluxDB waar de data terecht komt via OpenHab en MQTT. De gele lijnen heb ik later toegevoegd.

Van links naar rechts zie je achtereenvolgens een bonte was programma op 30 graden, gekenmerkt door een snelle stijging van het gebruikte vermogen naar zo’n 2kW en daarna geleidelijke daling met 3 kleine verhogingen bij het centrifugeren.
De tweede trommel was beddengoed op 60 graden. Daar zie je dat het vermogen veel langer op die 2kW blijft en ook hier kleine verhogingen voor het centrifugeren.
Het beddengoed ging de droger in, het verbruik daarvan kent niet zo’n grote piek (zie blokje 3) maar blijft heel lang op zo’n 400W.
Het vierde blok moet je nu al kunnen herkennen: een tweede trommel op 60 graden (beddengoed van de kinderen), daarna heb ik de droger weer van de meter afgehaald en de T-shirts van het hockeyteam van de jongste gewassen. Een kort programma (30 minuten) op 40 graden, te zien in het vijfde blokje.
En op het moment loopt een laatste bonte was voor vandaag bijna ten einde.

Inmiddels heb ik tellers toegevoegd die respectievelijk de gebruikte energie tijdens een geselecteerde tijdsduur, daarvan afgeleid het aantal kWh (delen door 36.000) en de kosten (vermenigvuldigen met 18 eurocent per kWh) laat zien. Daaraan kan ik zien dat een trommel witte was met 18 eurocent zo’n 2,5x zo duur is als een trommel bonte was (7 eurocent) en de T-shirts van het hockeyteam verbruiken, ondanks het kortere programma, door de hogere temperatuur bijna net zoveel stroom als een gewoon bonte was programma. Geen manier om geld te besparen dus. Ook de droger is niet heel goedkoop in gebruik, net zo duur als een trommel witte was. De waslijn waar het kan blijft dus het devies.

p.s. ik vind zulke metingen, de data, de info die het oplevert super interessant. Betekent niet dat ik voortaan geen apparaat meer aan durf te zetten uit angst voor het bijbehorend verbruik. Verspilling tegen gaan is prima, maar het moet wel leefbaar blijven.

Deel dit bericht:
jan 012018
 

Als je dit weblog regelmatig bezoekt, dan weet je dat we afgelopen week druk bezig zijn geweest met het last-minute deelnemen aan een experiment dat het RIVM, samen met anderen nu voor het tweede achtereenvolgende jaar uitgevoerd hebben: het meten van de hoeveelheden fijnstof tijdens de jaarwisseling.

Daarbij wordt gebruik gemaakt van relatief goedkope sensoren die door particulieren ook zelf opgehangen kunnen worden. Dat brengt uiteraard veel uitdagingen met zich mee, zo hebben wij zelf ook gemerkt toen we wilden deelnemen. Naar aanleiding van de aankondiging heb ik al een tweetal blogposts geschreven naar aanleiding van informatie die ik sindsdien gevonden had: blogpost #1 en blogpost #2. Zoals zo veel dingen lijkt het eenvoudig, maar komt er toch heel wat meer bij kijken als je het goed wilt doen.

Omdat het voor ons onmogelijk was om een Nova SDS011 sensor tijdig in huis te krijgen, zijn we aan de slag gegaan met een Shinyei PPD 42NJ samen met een BME280, een super kleine geïntegreerde sensor voor zowel luchtvochtigheid, temperatuur, luchtdruk en hoogte. Dat geheel werd in een PVC T-stuk bevestigd en achter het Frans balkon van ons huis opgehangen. De gebruikte code was een combinatie van de code van het RIVM van vorig jaar (voor de Shinyei) met de code van dit jaar (voor de SDS011 + BME280). Ik heb de code nog iets verder aangepast op basis van het script waar ik eerder over schreef zodat we ook zelf de ruwe waarden van de sensoren konden volgen. Dat was maar goed ook, want op de officiële site bleef de lijn van de meting bijna vlak:

 Sowieso worden voor de Shinyei sensoren alleen de ruwe PM2.5 metingen doorgegeven die dan op de server omgerekend zouden moeten worden naar µg/m3. Of dat hier helemaal goed gaat weet ik niet, maar omdat onze sensor pas 2 dagen voor de jaarwisseling online kwam ontbrak het aan de mogelijkheid hier nog echt contact over te hebben met het RIVM. Voor de duidelijkheid: vanuit het RIVM werd de afgelopen heel snel, vriendelijk en uitvoerig via de mail gecommuniceerd. Niets dan complimenten daarover!

De stevige piek die je in de afbeelding ziet was toen ik na registratie toch even het script met de omrekening gebruikt had (foei). Maakt niet uit, de grafiek die ik in Google Sheets liet maken (met dat stukje eruit geknipt) laat wél voldoende verschil tussen (ruwe) waarden zien om interessant te zijn.

Lees verder….

Deel dit bericht:
dec 282017
 

OK, één bericht nog dan voordat ik ga schrijven over onze eerste fijnstofmeter die (als alles volgens plan gaat) ook tijdens de jaarwisseling online te volgen is.

Naast de bestelde Shinyei PPD42 die vorig jaar door het RIVM gebruikt is, hebben we een tweetal DSM501 modules van Samyong in huis en blijkt er nog een Plantower PMS5003 onderweg te zijn die (vanwege een wat vaag leveringsprobleem) waarschijnlijk ingehaald wordt door de Novafitness SDS011 die het RIVM dit jaar gebruikt (en die ook door o.a. OK Lab Stuttgart gebruikt wordt).

Dus was ik verder op zoek gegaan naar info specifiek voor die sensoren.

In dit bericht over de DSM501 module wordt ook gesproken over de Air Quality Index (IAQ, IQA) en de bijbehorende verschillen tussen de  Europese Common Air Quality Index (CAQI) die in 5 stappen van 0 tot 100 loopt en de 6 niveaus van de AQI index die in de VS en China gebruikt worden en die van 0 tot 500 (of meer) loopt. En er blijken meer smaken te zijn. Het bericht legt uit hoe de verschillende indexen te berekenen.

Op het forum van The Things Network kun je een hele thread vinden over sensoren met de nodige verwijzingen. Hier is een beschrijving te vinden van (nog) een oplossing gebaseerd op LoraWAN

Het aansluiten van de PMS5003 gaat net weer wat anders dan van de andere sensoren, maar ook daar is informatie over te vinden online. Hij maakt gebruik van een seriële verbinding, net zoals (zo begrijp ik van het RIVM) de SDS011.

Dit bericht ten slotte is niet erg positief over de betrouwbaarheid van de PPDN402 en op dit blog deden ze een test in de keuken waarbij de conclusie was dat het aantal deeltjes dat daar de lucht in geslingerd wordt minstens zo erg is als buiten.

Lees verder….

Deel dit bericht:
dec 212017
 

In de categorie “zodra je je ergens in begint te verdiepen ontdek je hoe weinig je er over weet/wist” even een follow-up op mijn bericht van gisteren over het zelf meten van fijnstof. Joost Wesseling van het RIVM reageerde dezelfde avond (laat) nog op mijn vraag voor wat meer informatie over het initiatief om tijdens de jaarwisseling zelf mee fijnstof te meten. Uit zijn mail bleek dat ze bij het RIVM (uiteraard) ook weten van het Venlose initiatief en Teus Hagen. Ze zijn afgelopen jaar bij hem op bezoek geweest (filmpje).

Op de YouTube pagina van Samen milieu meten vond ik ook nog een paar andere filmpjes die antwoord geven op vragen die ik nog had. Bijvoorbeeld over de te kiezen behuizing voor het geheel. Er staan 3 low-tech voorbeelden online: PVC T-stuk (video door Joost), yoghurt-emmer, plastic fles. Ik wist dat ik zelf een 4e optie gezien had op een van oorsprong Duitse site, maar die ook info in het Nederlands aanbieden: PVC bochten. Die site van OK Lab Stuttgart is sowieso een plek waar je wel een uurtje zoet kunt zijn. Je kunt daar je sensor ook aanmelden zodat jouw metingen permanent, dus niet alleen tijdens oud en nieuw op een online kaart weergegeven worden. Ook hier met ondersteuning voor Nederland en er zijn nog genoeg plekken waar nog niet gemeten wordt.

Op instructables.com staat een beschrijving van het opzetten van een configuratie met de Shinyei PPD42 sensor waarbij ze een belangrijke hack toepassen: ze plakken de opening bij het detectiegebied af zodat er geen licht op valt, dat schijnt de hoeveelheid “ruis” bij de metingen te verminderen.

Ook heb ik inmiddels de beschrijving gevonden van het gebruik van de Shinyei sensor in combinatie met The Things Network (TTN). Het voordeel daarvan is dat je sensoren ook kunt ophangen in gebieden waar je geen toegang tot een draadloos netwerk hebt, al is dit wel een sensor waarvoor je een stopcontact in de buurt moet hebben want op een batterij gaat het vanwege de continue metingen niet werken.

Bij de beschrijving van de TTN-oplossing werd verwezen naar de behuizing die je hierboven bij het bericht afgebeeld ziet. Kost zo’n €20,- in aanschaf. Iets duurder, maar als je niet zo van het knutselen bent wat mij betreft ook wel een optie.
Lees verder….

Deel dit bericht:
dec 202017
 

Vandaag vindt in Amsterdam bij De Waag Society de workshop plaats ter voorbereiding van de meting van de luchtkwaliteit tijdens de jaarwisseling 2017-2018. Dit doen ze weer samen met het RIVM die een hele site heeft over het samen meten aan luchtkwaliteit. Ze zochten deelnemers in Amsterdam en daar woon ik niet, dus helaas. Op de site van het RIVM (b)lijkt het echter niet alleen om metingen in Amsterdam te gaan, logisch eigenlijk ook natuurlijk. Op die site staat ook dat ze dit jaar met The Things Network (TTN) en LoraWAN aan de slag gaan. Extra interessant natuurlijk.

Dichter bij huis, in Venlo, werken studenten van Fontys bij het Greentechlab aan een experiment voor (o.a.) tijdens de jaarwisseling. Omroep Venlo had er een reportage over (klik even door voor de video). Hier geen uitgebreide pagina, maar ik herken in het filmpje de Marvin van RDM Makerspace, dat betekent in ieder geval dat ze ook met LoraWAN aan de slag gaan. Niet duidelijk is of ze dan KPN gebruiken (en bv een demo-account) of “gewoon” TTN. De standaard bijgeleverd temperatuur en vochtigheidssensor zit er ook aan. Ik kan in het filmpje niet zien welke sensor ze gebruiken. Want daar zit nogal wat variatie in.

Het RIVM heeft er een hele pagina over online staan (en de website bevat nog veel en veel meer info). Het wordt dan al heel snel “technisch” met term en als PM 2.5 en PM 10. De getallen 10 en 2.5 verwijzen naar de afmetingen van deeltjes die gemeten kunnen worden in microns (micrometers). Dan heb je het over klein en nog kleiner. Het RIVM blijkt te meten met PM10, dus deeltjes van 10 micrometer en kleiner. Dat is een beetje balen want de sensoren die ik heb liggen (nog niet getest overigens) meten 2,5 micrometer en kleiner. Dat lijkt dan nauwkeuriger, maar als we het hebben over “fijnstof” dan telt alles van 10 micrometer en kleiner mee.  En dus is het handiger om in diezelfde maat te meten. Overigens, voor fijnstof geldt hoe kleiner de deeltjes hoe slechter en hoe minder van alles hoe beter. Er is geen veilige ondergrens.

Ik heb het RIVM om meer info gemaild. De sensor die zij gebruikten, de Shinyei PPD 42NJ  zou ik deze week nog in huis moeten kunnen hebben. De aansluiten op de Marvin moet relatief gemakkelijk zijn, dan zou het vooral gaan om de vraag hoe ik verbinding maak met de centrale backend van het RIVM om er voor te zorgen dat mijn data uit Deurne ook in hun overzicht/meting opgenomen wordt.  Wordt (hoop ik) vervolgd.

p.s. de kaarten met overzichten van de niveaus fijnstof zijn best verontrustend.

Deel dit bericht:
nov 292016
 

Nee, ik ben niet bang dat ik komende kerstperiode teveel Glühwein drink en dan van zottigheid tegen mijn kerstboom ga staan lopen kletsen. Het was echter een vraag die toch wel in me op kwam toen ik bovenstaand filmpje van Adafruit bekeek. Daarin koppelen ze een Alexa en een Echo aan een ESP8266. Het resultaat is dat ze met spraakcommando’s in staat zijn om bv een relais te schakelen of om LED’s aan te laten schakelen.

Vorig jaar heb ik voor het eerst de verlichting van onze kerstboom op afstand bestuurbaar gemaakt (de verlichting dan) met mijn smartphone. Sindsdien zijn er meer apparaten in huis op onze OpenHab server aangesloten, en komende kerstperiode zal dat dus in ieder geval geen uitdaging meer zijn. En je weet, dan is er dus ruimte voor nieuwe uitdagingen.

Om meteen maar even de conclusie te verklappen: nee, het zal dit jaar naar verwachting niet gebeuren.

Heel belangrijke praktische reden: de Alexa en Echo Dot zijn nog niet in Nederland te koop. Los daarvan is een apparaat van bijna 200 dollar ook wel heel erg veel geld om tegen mijn kerstboom te kunnen praten.

Maar als ik Amazon Alexa zeg, dan denk ik natuurlijk ook aan de Google Home. Is dat dan wellicht een alternatief?

Lees verder….

Deel dit bericht:
sep 142016
 


Het woord “Mesh-netwerken” in titel is eigenlijk helemaal fout, het zijn eigenlijk “Mesh networks” in het Engels over “Vermaasde netwerken” in goed Nederlands. Maar bij vermaasde netwerken zijn er nóg minder mensen die een idee hebben waar ik het over heb. Dus ook nu eerst even wat achtergrond: normaal gesproken als wij met onze laptop, iPad, smartphone of ander draadloos of zelfs bekabeld apparaat verbinding maken met het / een netwerk, dan is er een duidelijke rolverdeling. De laptop, iPad etc. is een node die verbinding maakt met een ander apparaat dat als belangrijkste taak heeft om toegang te verlenen tot het netwerk, tot internet, tot een server etc.
Dat kan een Wifi router zijn die het signaal van jouw apparaat ontvangt en dan doorgeeft via het bekabelde netwerk naar een ADSL router of een andere aansluiting met het internet etc.
Kenmerkend daarbij is dat er een infrastructuur beschikbaar is die daar specifiek voor aangelegd is. Maar wat nou als je sensoren hebt die op plekken moeten kunnen functioneren waar je geen vaste netwerkaansluiting hebt of waar nog geen WiFi-netwerk ligt of geen netwerk waar jij toegang toe hebt? In het bos of gewoon in een stad zelfs?

Dan kun je kiezen voor een netwerktechnologie die een heel groot bereik heeft, zoals bij een LoraWAN of je kunt betalen om toegang te krijgen tot een WiFi-netwerk van een ander of een mobiel netwerk (via GPRS of 3G/4G).
Maar wat nou als het helemaal niet zo noodzakelijk is dat je verbinding maakt met de buitenwereld. Wat als je eigenlijk vooral wilt kunnen communiceren met andere nodes die bij jou in de buurt zijn? Bijvoorbeeld met andere robots (zoals in dit voorbeeld), of wellicht straks zelfs andere zelfsturende auto’s.

Dan is een mesh-netwerk een oplossing. Daarbij is elke node gelijkwaardig aan elkaar en is er geen specifieke infrastructuur voor de onderlinge communicatie nodig. Vroeger, toen al die netwerken via kabels moesten worden aangelegd, was dat moeilijk schaalbaar (alles met alles verbinden via kabels wordt al snel een warboel), maar tegenwoordig met draadloze netwerken (via WiFi, Bluetooth of wellicht straks via Lora) is dat veel eenvoudiger.

De demo hierboven is leuk, het laat goed een sterke eigenschap zien: valt een node uit, dan werken de anderen gewoon verder, komt er eentje bij, dan wordt hij automatisch in het Mesh-netwerk opgenomen. Maar het gaat hier wel om een heel naïef netwerk waarbij elke node automatisch ook de informatie van de andere nodes vertrouwd. En dat zal niet altijd het geval zijn. Ook moeten de pakketten data die rondgestuurd worden niet té groot worden anders is elke node voornamelijk bezig met het afhandelen van de data van de andere nodes.

De code voor bovenstaand voorbeeld is hier op Github te vinden.

Deel dit bericht:
sep 112016
 

micropythonHet was hier weer even een paar dagen stil. En ook nu nog geen kant en klare “zo moet je nadoen wat ik gedaan heb” blogpost, meer een “dit heb ik zover voor elkaar”.
Het logo hiernaast is van MicroPython, zie het maar als het kleinere broertje of zusje van Python. Waarom kleiner (“micro”)? Kleiner, omdat het daarom mogelijk geworden is om Python zo goed als volledig/volwaardig te draaien op devices waarvan dat voorheen niet mogelijk was. Een voorbeeld daarvan is de micro:bit, maar die zal voorlopig nog erg zeldzaam zijn in Nederland. Met dank aan een succesvolle Kickstarter die onlangs plaats gevonden heeft, is er nu ook een versie voor de ESP8266. En daar heb ik er wel een paar van in huis. Daarnaast zal ook de LoPy, die als het goed is eind deze maand verstuurd wordt, direct ondersteuning hebben voor MicroPython. Tijd dus om er alvast eens in te duiken.

Je kunt best veel lezen over MicroPython, maar ik kan je zeker de videoserie aanraden die Tony DiCola op het moment maakt voor Adafruit. Ze zijn wat langer, soms 45 minuten of iets langer, Maar Tony gaat heel uitgebreid en geduldig op de verschillende aspecten van MicroPython in. De video’s worden als livestream gemaakt, maar daarna toegevoegd aan hun eigen pagina met veel tekstuele toelichting, code-snippets en verwijzingen. Je kunt die op de Adafruit Learn website vinden.

Voor wat betreft “lezen” is deze eerste pagina sowieso een heel goede om te beginnen. Daar kun je o.a. verwijzingen vinden naar:

Lees verder….

Deel dit bericht:

Getest: Dot Matrix Module

 Gepubliceerd door om 06:00  Arduino, ESP8266, Hardware, noads
jun 202016
 

dot-matrix-moduleAfgelopen weekend heb ik de tijd genomen om uitgebreid aan de slag te gaan met een product waarvan ik vooraf alleen wist dat het een “Dot Matrix Module” heet. Je ziet hiernaast een afbeelding van de module. Op basis van die naam en de afbeelding ben ik daarom op zoek gegaan. Zo kwam ik er al snel achter dat de module gebruik maakt van een MAX7219 van Maxim. En dan niet één, maar vier die aan elkaar gekoppeld zijn. De module heeft echter maar één aansluiting bestaande uit vijf pinnen waarmee je dus alle vier de modules tegelijkertijd aan kunt sturen.

Arduino en ESP8266Je kunt de module in principe rechtstreeks aansluiten op een Arduino of vergelijkbare kloon. Omdat ik ook met een ESP8266 en een WeMos d1 mini (ook op basis van een ESP8266) aan de slag wilde (zie de foto’s hiernaast), was een aparte 5V voeding noodzakelijk. Dat doe ik op basis van een oude USB-kabel waar de stekker aan een kant afgeknipt is met in plaats daarvan aan de zwarte en rode kabel een dupont stekker die ik in een breadboard kan prikken. Wel belangrijk is om dan de ground van die externe voeding ook aan de Arduino of ESP8266 aan te sluiten!

Om meteen even bij het eindresultaat te beginnen, het filmpje hieronder laat een aantal opties zien:

Mocht je vinden dat de matrix niet erg fel is, dat is een combinatie van de hoeveelheid daglicht, de gebruikte camera én het feit dat ik de instellingen meestal redelijk laag heb staan omdat ik anders gek werd van het felle licht. In de demo zit een stukje waarbij verschillende lichtsterktes getoond worden, daar kun je zien dat hij tamelijk fel gezet kan worden.

Je ziet een stand-alone Arduino Uno, dus zonder netwerkverbinding die een van de standaard bij een library bijgeleverde demo van mogelijkheden doorloopt. Daarna zie je de ESP8266 eerst stand-alone, zonder gebruik van het netwerk en daarna de WeMos d1 mét gebruik van het netwerk. In dat geval gebruik de WeMos een wifi-verbinding om via een NTP-server de actuele datum en tijd op  te vragen en laat die dan op het scherm zien. Zoals je op het einde kunt zien, kan de WeMos ook gewoon via de pinnen voorzien worden van 5V, dus je zou dit geheel in een behuizing kunnen stoppen en dan heb je met één kabel naar een USB-stekker het geheel aan het draaien (is een project voor een ander weekend).

Toch ging het niet allemaal zo eenvoudig als het hierboven nou lijkt. Wil je het zelf ook gaan doen, lees dan even verder.

Lees verder….

Deel dit bericht: