okt 122015
 

Computing - onderwijs in de praktijk Kennisnet heeft, mooi getimed met de Codeweek 2015, een rapport opgesteld waarin ze stil staan bij de vraag op welke manier we in Nederland in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs aandacht zouden moeten besteden aan “programmeren” of “digitale geletterdheid”. Om een richting voor een antwoord op die vraag te kunnen geven zijn ze gaan kijken bij onze buren in het Verenigd Koninkrijk. Daar is in september 2014 een nieuw onderwijscurriculum ingevoerd voor alle scholen van primair en voortgezet onderwijs (voor zover ze door de overheid betaald worden) met een grotere nadruk op “computing”. Daarbij is het nadrukkelijk niet het doel om van elke Britse scholier een programmeur te maken, al is het tekort aan geschoolde vakmensen in de IT wel een van de achterliggende economische overwegingen. Andere overwegingen zijn dat kinderen zo beter in staat zijn om digitale systemen en computers niet alleen te gebruiken maar ook te begrijpen en beheersen en dat ze door betere beheersing van computational thinking vaardigheden om problemen op een systematische manier op te lossen, iets wat ook bij andere vakken en disciplines van pas komt.
Het rapport benadrukt dat er nog geen overtuigend bewijs is dat het leren programmeren kinderen daadwerkelijk helpt bij het ontwikkelen van meer algemene probleemoplossende vaardigheden. Hier ligt dus nog een taak voor onderzoekers.

Het tweede deel van het rapport bevat een gestructureerde beschrijving van het Britse curriculum, aangevuld met een aantal casusbeschrijvingen van scholen die op verschillende manieren met het nieuwe curriculum aan de slag zijn gegaan.
Een aantal lessen die er uit te trekken zijn, zouden als heel logisch moeten klinken, maar het is niet overbodig dat ze er toch staan. Ik heb de conclusies vanuit het Verenigd Koninkrijk en de aanwijzingen voor Nederland even bij elkaar gezet:

  • Voorwaardelijk: visie + meerjarenplan
  • Regel ondersteuning binnen de school door middel van “Computing-coördinatoren”
  • Overweeg ondersteuning van leerlingen door middel van “Digitale leiders” (gevorderde leerlingen)
  • Regel scholing waar nodig voor zittende docenten
  • Nationaal en internationaal netwerk/community waarbij kennis gedeeld wordt, samen gewerkt wordt etc.
  • Voorwaardelijk: keuze voor didactisch model; Advies:
    • didactiek op basis van maken en doen
    • projectmatig / groepsgewijs werken
    • koppelen aan belevingswereld
    • presenteren en delen / stimuleer discussie
    • maak lessen flexibel met extra materiaal voor snelle en langzamere leerlingen
    • interactie met andere vakken
  • Toetsing en examinering is nog een uitdaging; Advies:
    • Gebruik assessment for learning technieken zoals self-assessment, peer-assessment, machine-assessment.
    • Ondersteun dit met technieken als target setting en open vragen
    • Andere hulpmiddelen: blogs, interviews, portfolio’s.
  • Technische infrastructuur moet op orde zijn; no brainer.

In de bijlagen bij het rapport worden een aantal van de gebruikte begrippen (nogmaals) gedefinieerd, wordt een voorbeeld van een Britse leerlijn gegeven en komt een aantal Nederlandse initiatieven kort aan bod, inclusief een voorbeeld van een Nederlandse lessenreeks, boeken om te lezen, veel gebruikte software en hardware.

Al met al is het een rapport dat scholen de nodige handvatten biedt bij de vraag “wat moeten we met programmeren / computational thinking in ons onderwijs?” op basis van de ervaringen van de Britten. Het rapport biedt de nodige verwijzingen naar andere bronnen, materialen en initiatieven waarmee je verder kunt. De echte critici, dus de docenten die zeggen “het is niet bewezen dat we het moeten…” zul je er niet mee over de streep trekken. Maar dat kan waarschijnlijk geen enkel rapport.

Deel dit bericht: