nov 242017
 

Vandaag, om 16:15 uur wordt tijdens de conferentie over digitale geletterdheid in het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum het Handboek Digitale Geletterdheid gelanceerd. Ik ben daar niet bij, maar heb gisteren toen het persbericht voorbij kwam wel al even een exemplaar van het handboek opgevraagd. Het zijn 171 pagina’s met deels informatie die je zou kunnen/moeten weten als je al met digitale geletterdheid bezig bent, deels ook zaken die je nog niet weet (omdat het beschrijvingen zijn van voorbeelden die je nog niet kende), maar handig en nieuw is sowieso dat het allemaal bij elkaar in één handboek staat.

Het handboek bestaat uit drie delen:
1) Visievorming (waarom is digitale geletterdheid nodig; begrippenkader; visie ontwikkelen en keuze maken; integrale aanpak)
2) Van visie naar praktijk (invulling van “kennis en vaardigheden” – integratie in het curriculum; invulling van “samenleven” – het sociale perspectief; de invulling van “zijn” – in de digitale wereld; pionier in digitale geletterdheid; schoolvoorbeelden)
3) Bijlagen (checklists en adviezen; lestips, lesmateriaal en projectideeën; leerlijnen en leerdoelen; praten met leerlingen over internet; praten met ouders; verder lezen)

Nu ik de inhoudsopgave zo intyp, heb ik wat meer moeite met het zien van de logische structuur dan dat ik bij het lezen had. Toen voelde het eigenlijk heel logisch. Het handboek start met de vraag waarom we aandacht aan digitale geletterdheid moeten besteden. Logisch om daar mee te starten. Daarna kun je lezen hoe media-educatie, mediawijsheid en digitale geletterdheid met elkaar samenhangen en hoe SLO samen met kennisnet daar een competentieprofiel bij gemaakt heeft. Ook nog logisch.
Bij hoofdstuk 3 start dan voor mij de visievorming pas echt en gaat het over de uitgangspunten die je als school kunt hebben. Het gaat over mensvisie, maatschappijvisie en onderwijsvisie. Hoofdstuk 4 geeft eigenlijk al een invulling van visie naar praktijk als het gaat over de integrale aanpak. Maar het hoofdstuk maakt het ook allemaal een stuk ingewikkelder, want het introduceert “kennis en vaardigheden”, “samenleven” en “zijn” als de kapstok voor de verdere uitwerking in deel 2 zónder dat de link terug naar het SLO-model helder wordt.

Deel 2 heeft dan eerst een heel duidelijk hoofdstuk 5 met een viertal fasen voor het aan de slag gaan met digitale geletterdheid. Dat wordt nu door de titel gelinkt aan “kennis en vaardigheden”, maar heeft wat mij betreft net zo goed betrekking op de hoofdstukken erna die over samenleven en zijn gaan. Het maakt uiteindelijk niet zo heel veel uit als je de hoofdstukken achter elkaar leest.
Het hoofdstuk “Pioniers in digitale geletterdheid” heeft geen handige titel. Zo wek je namelijk de indruk dat je uitputtend bent en dat is de lijst, met alle respect voor de schoolleider, de docent Nederlands en docent mbo die er nu aan het woord komen bij lange na niet.

Deel 3 heet een beetje bescheiden “bijlagen”, het zijn checklists, adviezen, ideeën en tips, voorbeelden van leerlijnen, leerdoelen en leestips. Iets waar je zeker even in wilt grasduinen.

Het handboek richt zich op scholen zonder echt aandacht te besteden aan de vaardigheden die leraren nodig hebben. Te begrijpen, je kunt niet alles in één handboek stoppen. Maar het lijkt me goed dat scholen zich realiseren dat die trajecten met elkaar verweven zijn. Je hoeft niet eerst volledig digitaal geletterde leraren te hebben om hier mee aan de slag te gaan. Het werken aan digitale geletterdheid van leerlingen en leraren moet hand in gaan. Het starten van zo’n traject voor leerlingen kan een prima aanleiding zijn voor leraren om na te denken over de vraag “wat weet ik eigenlijk allemaal nog niet?” en “wat wil/moet ik nog leren?”.
Iets voor versie 2 van het handboek.

Het handboek is vanaf 16:15 uur te downloaden vanaf http://kn.nu/handboekDG

Deel dit bericht:
jun 052016
 

coverVan Kennisnet / Mijn kind Online komt “125 leerzame apps & websites” met als ondertitel: voor kinderen van 4 tot 12 jaar.

Laat ik beginnen met de opmerking: als je leraar bent in het basisonderwijs, dan is het gewoon een PDF om te downloaden en eens door te lezen.

En daarna twijfel ik een beetje. Want het document riep bij mij een heleboel vragen op. En zelf vind ik dat super. Het zet mijn hoofd aan het werk, zeker als ik daar niet meteen zomaar de antwoorden bij heb. Maar als ik die vragen hier beschrijf, dan kun je dat ook lezen als het schieten van gaten in het document. En zo is dat wat mij betreft niet direct bedoelt.

Goed, daar gaat hij:
Bestuurders in gesprek met leraren?
Het eerste intrigerende kwam ik al tegen in het persbericht van Kennisnet zelf over het document. Daar staat namelijk:

Met ‘125 leerzame apps & websites’ wil Kennisnet leraren inspireren om met apps in de klas aan de slag te gaan. Maar de inspiratiebrochure is ook bedoeld om bestuurders in het primair onderwijs te helpen om met hun medewerkers te praten over de kwaliteit van digitale inhoud voor leerlingen.

Dit lijkt een toevoeging te zijn van de PR-afdeling, want nergens in het document kom ik echt handvatten tegen voor leidinggevenden. Ik zou het super vinden als leidinggevenden op basisscholen inderdaad in met hun leraren in gesprek zouden gaan over de kwaliteit van het leermateriaal dat gebruikt wordt. Maar minstens net zo handig is het als de leraren zelf met elkaar in gesprek gaan hierover. Maar ook zij zullen daar in het begin wat hulp bij nodig hebben.
Lees verder….

Deel dit bericht:
feb 022016
 

model_oud_en_nieuwZe hadden het in december al aangekondigd en gisteren was hij er, het bijgewerkte model van “21e eeuwse vaardigheden” opgesteld door SLO in opdracht van Kennisnet. Ze omschrijven het zelf als “11 vaardigheden die leerlingen in hun latere leven nodig hebben. En die ze zich nu in het onderwijs eigen moeten gaan maken”.

Belangrijke wijziging: “digitale geletterdheid” komt niet meer voor. Niet omdat het niet meer relevant zou zijn, maar omdat het vervangen is door vier losse vaardigheden: ict-basisvaardigheden, mediawijsheid, informatievaardigheden en computational thinking. Daarnaast zijn de stippellijnen toegevoegd om aan te geven dat er (uiteraard) overlap tussen de deelgebieden is.

Storend vind ik dat Kennisnet op hun site blijkbaar de afbeelding van het oude model overschreven heeft met die van het nieuwe model, dus daarom heb ik ze maar even bij elkaar gezet. Als je ze dan naast elkaar ziet blijkt in het nieuwe model de vermelding van de kernvakken verdwenen, taal en rekenen kwamen in het oude model nog expliciet voor, het was (zo leek het) een veel meer alles omvattend plaatje. De vaardigheden die eerst in de buitenring zaten zijn nu, zo te zien opgenomen in de binnenring.

De eerste concrete lesmaterialen bij dit model komen dit voorjaar beschikbaar, aldus Kennisnet. Hebben we nog wat om naar uit te kijken. Ik zou me kunnen voorstellen dat ook de “voorbeeldmatige leerplankaders” nog een slag verder uitgewerkt en operationeel gemaakt worden. Ik snap dat het voorbeelden van kaders zijn, dat er ruimte kan zijn voor invulling door scholen (of zelfs door leerkrachten), maar als je als Kennisnet/SLO voorbeeld lesmaterialen gaat ontwikkelen, dan zul je voor die voorbeelden deze kaders in meer detail moeten uitwerken.

Één ding is wel te garanderen: dit model zal in detail afgebroken worden. Logisch. Als je niet valt over de naam, niet bent gaan stuiteren over het ontbreken van de “kernvakken”, dan zijn er in de voorbeeldmatige leerplankaders genoeg zaken te vinden die te algemeen, te specifiek, niet breed genoeg of te breed geformuleerd zijn. Ik zou zeggen: prima, gebruik het model om naar je eigen visie en curriculum te kijken. En vooral ook: deel met anderen waarom je dingen anders doet, licht de keuzes toe die je als school en als leerkracht daarbij maakt. Dat zou ik pas echt krachtig vinden.

Deel dit bericht:
jan 252016
 

Kennisnet kwam op bezoek tijdens een gewone doordeweekse dag in het iXperium in Nijmegen

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Ict-onderwijs op de pabo: ‘Durf vragen te stellen om verder te komen’  Tags: ,
dec 162015
 

Kennisnet_Podcast

Er gaan een paar mensen spontaan van hun stoel af vallen als ik beken dat ik nog niet eerder toegekomen ben aan het luisteren naar een van de afleveringen van de Kennisnet Podcast. Immers, zeker nu ik weer bijna dagelijks wat langer dan voorheen met het OV reis, zou ik toch ook tijd moeten hebben om te luisteren naar wat  Frans Schouwenburg en Michael van Wetering te bespreken hebben.

Goed, hij is inmiddels toegevoegd aan Feedly (want de ‘gewone’ RSS-feed is via libsyn ook te vinden: http://kennisnet.libsyn.com/rss) en ook maar even op mijn iPad bij de Podcasts, dus het zal vast niet alleen bij die ene aflevering over Chromebooks blijven waar ik net naar heb zitten luisteren (niet in de trein overigens). Dit keer gingen Frans en Michael in gesprek met Arco de Bonte, leraar in groep 8 en ict-coördinator en -innovator op de Koningin Juliana School in Schravenpolder. Het verhaal van Arco wijkt niet echt af van wat ik van Koen hoorde toen ik bij hem in Cuijk op bezoek ging, maar het is sowieso natuurlijk altijd goed om  meerdere bronnen en invalshoeken te hebben.

Ook interessant is de link naar de Google+ community over Google waar Nederlandse leraren en docenten elkaar treffen: de Nederlandse Google Educator Group (GEG). Je moet toestemming vragen om lid te worden, maar dat gaat redelijk snel heb ik vanavond gemerkt. De groep gaat niet alleen over Chromebook, al kun je daar o.a. ook de ervaringen van Arco met de Chromebit vinden.

Je kunt de podcast hieronder beluisteren:

De andere Kennisnet podcasts zijn hier te vinden: http://kennisnet.libsyn.com/podcast 

(met dank aan Ad voor de tip via WhatsApp)

Deel dit bericht:
nov 122015
 

Screenshot_2015-11-12-22-56-36 Donderdagavond. De eerste “normale” werkdag zit er al weer op na 3 dagen Dé Onderwijsdagen 2015. Nog even tijd om wat gedachten en conclusies op een rij te zetten. Wat leveren 3 dagen Dé Onderwijsdagen (OWD) nou eigenlijk op? Een aantal punten, in tamelijk willekeurige volgorde, op een rij:

Netwerkevenement
Op de maandag en dinsdag waren de OWD zeker ook dagen om bij te praten. Als je lang genoeg binnen dit vakgebied actief bent dan krijgen de OWD het gevoel van een jaarlijks familiefeest. Inclusief die neef of nicht die je wellicht niet eens zo heel erg mag, maar ook met die broer of zus die je eigenlijk veel vaker zou willen spreken. En netwerken klinkt nep en zakelijk, maar de onderlinge informele contacten die we hebben op dit gebied maken vaak veel meer mogelijk dan de formele relaties tussen onze organisaties.
Tijd is er op dit soort dagen altijd te weinig, maar voor mijn gevoel was het goed in verhouding.

Inhoud en vorm
Inhoud van de sessies blijft steeds een gok. De beschrijvingen zijn summier, soms langer, maar iedereen die vaak naar conferenties gaat herkent het gevoel dat je na 5 minuten denkt “dit wordt niet mijn sessie”. In de VS lopen mensen dan de zaal uit, hier in Nederland wordt dat als niet netjes gezien. De zalen zijn er ook niet echt geschikt voor in het WTC.
Blijft wel dat maar weinig sprekers (tenminste van de sessies waar ik bij zat) moeite deden om te achterhalen wie voor hen zat en wat zij verwachtten te halen uit de sessie. Ik ga niet zaken als “unconference” roepen, ik had me immers ingeschreven voor een *conferentie*, maar de vraag: “wat haalt de deelnemer uit deze sessie” zou nóg centraler mogen staan.

Kennisnet versus SURFnet
De scheiding tussen Kennisnet en SURF/SURFnet is al oud en zo lang als dat hij er is vertel ik mensen dat het een zot onderscheid is. Ja, het primair onderwijs, voorgezet onderwijs, mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs kennen hun verschillen. Maar Dé Onderwijsdagen zouden die verschillen moeten omarmen om ons er van te laten leren. Om te laten zien welke uitdagingen door de hele keten voor komen, of hoe wij van andere collega’s kunnen leren.
Daarvoor is er wel begrip nodig over en weer. Dat begrip ontstaat alleen doordat mensen die de verschillen kennen en zien, ons daar bij helpen. Neem een gemiddeld ROC, in vergelijking met hen is de diversiteit van de instroom van een HBO instelling relatief eenvoudig. Hoe lossen zij dat op? Waar gebruiken zij daarvoor al ict?
Maar ook: hoe verhouden de inkoop-uitdagingen van leermaterialen bij het po zich tot de andere sectoren? Kunnen we in het hbo iets leren van de contracten die het po heeft betrekking tot het omgaan met data van studenten/leerlingen door commerciële partijen, privacy etc.

Privacy, learning analytics, big data, klaslokaal van de toekomst, mediawijsheid, ict competenties van docenten…onderwerpen die zich niets van grenzen tussen sectoren aantrekken.

Lees verder….

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor OWD2015: 3 dagen Dé Onderwijsdagen wat levert dat nou op?  Tags: , ,

OWD2015: Dag 3

 Gepubliceerd door om 23:31  Kennisnet, SURF
nov 112015
 

20151111_115734En toen was ook dag 3 van Dé Onderwijsdagen alweer voorbij. En ja, ik heb het over dag 3. Want zoveel dagen duurt de conferentie. Maar door de scheiding in doelgroepen (ho en mbo gisteren, po en vo vandaag) waren er bij de 600 deelnemers van vandaag maar weinig die ook gisteren als een van de 800 deelnemers toen aanwezig waren.

Voor mij was het ook voor het eerst dat ik bij de dag voor po/vo was, beide sectoren zijn partners/doelgroepen van het iXperium/Centre of Expertise leren met ict.

Ik ga niet de hele blogpost besteden aan hoe zot en vooral ook zonde (we kunnen zo veel van elkaar leren) ik de opdeling vindt, ik wil vooral ook even stil staan bij verschillen en overeenkomsten.

Lees verder….

Deel dit bericht:
okt 122015
 

Computing - onderwijs in de praktijk Kennisnet heeft, mooi getimed met de Codeweek 2015, een rapport opgesteld waarin ze stil staan bij de vraag op welke manier we in Nederland in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs aandacht zouden moeten besteden aan “programmeren” of “digitale geletterdheid”. Om een richting voor een antwoord op die vraag te kunnen geven zijn ze gaan kijken bij onze buren in het Verenigd Koninkrijk. Daar is in september 2014 een nieuw onderwijscurriculum ingevoerd voor alle scholen van primair en voortgezet onderwijs (voor zover ze door de overheid betaald worden) met een grotere nadruk op “computing”. Daarbij is het nadrukkelijk niet het doel om van elke Britse scholier een programmeur te maken, al is het tekort aan geschoolde vakmensen in de IT wel een van de achterliggende economische overwegingen. Andere overwegingen zijn dat kinderen zo beter in staat zijn om digitale systemen en computers niet alleen te gebruiken maar ook te begrijpen en beheersen en dat ze door betere beheersing van computational thinking vaardigheden om problemen op een systematische manier op te lossen, iets wat ook bij andere vakken en disciplines van pas komt.
Het rapport benadrukt dat er nog geen overtuigend bewijs is dat het leren programmeren kinderen daadwerkelijk helpt bij het ontwikkelen van meer algemene probleemoplossende vaardigheden. Hier ligt dus nog een taak voor onderzoekers.

Het tweede deel van het rapport bevat een gestructureerde beschrijving van het Britse curriculum, aangevuld met een aantal casusbeschrijvingen van scholen die op verschillende manieren met het nieuwe curriculum aan de slag zijn gegaan.
Een aantal lessen die er uit te trekken zijn, zouden als heel logisch moeten klinken, maar het is niet overbodig dat ze er toch staan. Ik heb de conclusies vanuit het Verenigd Koninkrijk en de aanwijzingen voor Nederland even bij elkaar gezet:

  • Voorwaardelijk: visie + meerjarenplan
  • Regel ondersteuning binnen de school door middel van “Computing-coördinatoren”
  • Overweeg ondersteuning van leerlingen door middel van “Digitale leiders” (gevorderde leerlingen)
  • Regel scholing waar nodig voor zittende docenten
  • Nationaal en internationaal netwerk/community waarbij kennis gedeeld wordt, samen gewerkt wordt etc.
  • Voorwaardelijk: keuze voor didactisch model; Advies:
    • didactiek op basis van maken en doen
    • projectmatig / groepsgewijs werken
    • koppelen aan belevingswereld
    • presenteren en delen / stimuleer discussie
    • maak lessen flexibel met extra materiaal voor snelle en langzamere leerlingen
    • interactie met andere vakken
  • Toetsing en examinering is nog een uitdaging; Advies:
    • Gebruik assessment for learning technieken zoals self-assessment, peer-assessment, machine-assessment.
    • Ondersteun dit met technieken als target setting en open vragen
    • Andere hulpmiddelen: blogs, interviews, portfolio’s.
  • Technische infrastructuur moet op orde zijn; no brainer.

In de bijlagen bij het rapport worden een aantal van de gebruikte begrippen (nogmaals) gedefinieerd, wordt een voorbeeld van een Britse leerlijn gegeven en komt een aantal Nederlandse initiatieven kort aan bod, inclusief een voorbeeld van een Nederlandse lessenreeks, boeken om te lezen, veel gebruikte software en hardware.

Al met al is het een rapport dat scholen de nodige handvatten biedt bij de vraag “wat moeten we met programmeren / computational thinking in ons onderwijs?” op basis van de ervaringen van de Britten. Het rapport biedt de nodige verwijzingen naar andere bronnen, materialen en initiatieven waarmee je verder kunt. De echte critici, dus de docenten die zeggen “het is niet bewezen dat we het moeten…” zul je er niet mee over de streep trekken. Maar dat kan waarschijnlijk geen enkel rapport.

Deel dit bericht:
jun 042015
 

innovatiewijzerIn het kader van ook bij de “buren” kijken: Kennisnet stelt een handige “Innovatieversneller” beschikbaar (voorheen “innovatiewijzer” genoemd).

De Innovatieversneller is een toolkit (set van documenten/werkbladen) met technieken die je kunnen helpen tijdens innovatietrajecten (binnen het onderwijs). Dat binnen het onderwijs heb ik even tussen haakjes gezet, want eigenlijk is de toolkit niet beperkt tot het onderwijs, en al helemaal niet beperkt tot alleen po, vo en mbo, de primaire doelgroep van Kennisnet.

De toolkit richt zich op drie deelgebieden:

  1. Behoefte bepalen
  2. Oplossingen verkennen en uitproberen
  3. Een vernieuwing uitbreiden

De toolkit pretendeert niet “compleet” te zijn. Je wordt dan ook uitgenodigd om, waar handig, eigen technieken toe te voegen. Zo was ik gisteren bij een “Open Space” sessie die door SURF georganiseerd werd rond de gewenste dienstverlening op het gebied van Open en Online Onderwijs. Dat is een techniek die niet in het schema voor komt. Een andere is “Customer Journey“, een techniek waar we intern nu ook naar kijken als het gaat om bijvoorbeeld inrichting van gebouwen.

Eigenlijk zou dat nog een wens voor versie 2.0 van de toolkit kunnen zijn: een mogelijkheid om eenvoudig aanvullende “ruitjes” toe te voegen in zo’n zelfde format als de toolkit zelf zodat je als organisatie één mooie overzichtelijke toolkit houdt.

Deel dit bericht:
jan 202014
 

Trendrapport_2014_2015 Ik heb het hier al eerder gehad over het Kennisnet Trendrapport 2014/2015 en ook bij Wilfred Rubens kon je erover lezen. Op beide plekken vind je reacties van Michael van Wetering van Kennisnet.

Ik heb wel een beetje gezegd wat ik over het rapport wil zeggen, maar als jij nog met de auteurs in ‘gesprek’ wil, dan kan dat tijdens het webinar dat Kennisnet a.s. vrijdag 24 januari van 15:30 – 16:15 uur organiseert. Ik zet ‘gesprek’ tussen haakjes omdat ik er even vanuit ga dat Michael video en audio zal gebruiken en de deelnemers gebruik maken van de tekstchat in Adobe Connect voor het stellen van vragen. Je hebt dus geen webcam of microfoon nodig.

Aanmelden kan via deze pagina.

Deel dit bericht: