nov 122015
 

Screenshot_2015-11-12-22-56-36 Donderdagavond. De eerste “normale” werkdag zit er al weer op na 3 dagen Dé Onderwijsdagen 2015. Nog even tijd om wat gedachten en conclusies op een rij te zetten. Wat leveren 3 dagen Dé Onderwijsdagen (OWD) nou eigenlijk op? Een aantal punten, in tamelijk willekeurige volgorde, op een rij:

Netwerkevenement
Op de maandag en dinsdag waren de OWD zeker ook dagen om bij te praten. Als je lang genoeg binnen dit vakgebied actief bent dan krijgen de OWD het gevoel van een jaarlijks familiefeest. Inclusief die neef of nicht die je wellicht niet eens zo heel erg mag, maar ook met die broer of zus die je eigenlijk veel vaker zou willen spreken. En netwerken klinkt nep en zakelijk, maar de onderlinge informele contacten die we hebben op dit gebied maken vaak veel meer mogelijk dan de formele relaties tussen onze organisaties.
Tijd is er op dit soort dagen altijd te weinig, maar voor mijn gevoel was het goed in verhouding.

Inhoud en vorm
Inhoud van de sessies blijft steeds een gok. De beschrijvingen zijn summier, soms langer, maar iedereen die vaak naar conferenties gaat herkent het gevoel dat je na 5 minuten denkt “dit wordt niet mijn sessie”. In de VS lopen mensen dan de zaal uit, hier in Nederland wordt dat als niet netjes gezien. De zalen zijn er ook niet echt geschikt voor in het WTC.
Blijft wel dat maar weinig sprekers (tenminste van de sessies waar ik bij zat) moeite deden om te achterhalen wie voor hen zat en wat zij verwachtten te halen uit de sessie. Ik ga niet zaken als “unconference” roepen, ik had me immers ingeschreven voor een *conferentie*, maar de vraag: “wat haalt de deelnemer uit deze sessie” zou nóg centraler mogen staan.

Kennisnet versus SURFnet
De scheiding tussen Kennisnet en SURF/SURFnet is al oud en zo lang als dat hij er is vertel ik mensen dat het een zot onderscheid is. Ja, het primair onderwijs, voorgezet onderwijs, mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs kennen hun verschillen. Maar Dé Onderwijsdagen zouden die verschillen moeten omarmen om ons er van te laten leren. Om te laten zien welke uitdagingen door de hele keten voor komen, of hoe wij van andere collega’s kunnen leren.
Daarvoor is er wel begrip nodig over en weer. Dat begrip ontstaat alleen doordat mensen die de verschillen kennen en zien, ons daar bij helpen. Neem een gemiddeld ROC, in vergelijking met hen is de diversiteit van de instroom van een HBO instelling relatief eenvoudig. Hoe lossen zij dat op? Waar gebruiken zij daarvoor al ict?
Maar ook: hoe verhouden de inkoop-uitdagingen van leermaterialen bij het po zich tot de andere sectoren? Kunnen we in het hbo iets leren van de contracten die het po heeft betrekking tot het omgaan met data van studenten/leerlingen door commerciële partijen, privacy etc.

Privacy, learning analytics, big data, klaslokaal van de toekomst, mediawijsheid, ict competenties van docenten…onderwerpen die zich niets van grenzen tussen sectoren aantrekken.

Learning analytics
Er wordt veel onderzoek gedaan (is al veel onderzoek gedaan), maar de voorbeelden van tastbare resultaten waren nog niet echt overtuigend.
De uitdagingen rond de wet registratie persoonsgegevens en de waarschuwende woorden rond statistiek / onjuiste conclusies etc. lijken eerder te pleiten voor learning analytics dicht bij de docent – student dan voor grote learning record stores waar alle data van een onderwijsinstelling opgeslagen is.

Stimuleren van innovatie
Er wordt volop geïnnoveerd in het onderwijs. Of het studenten zijn die in het kader van een wedstrijd samen met docenten een applicatie of toepassing bedenken of onderzoek naar augmented reality met een Google Glass. Vaak zijn dat eigen innovaties met minimale financiële ondersteuning door (bv) SURF/SURFnet. De ondersteuning zit hem dan in het bij elkaar brengen van de partijen.
Dat lijkt vooralsnog goed te werken, maar is afhankelijk van de eigen investeringen van de instellingen.

Rapporten
Er kwamen maar liefst 3 rapporten uit via SURF deze week:

SURF begint het documenteren van zaken goed onder de knie te krijgen, het zou mooi zijn als elk project, dus ook die bij individuele instellingen dat zo deed.

Sociale media
Er wordt inmiddels aardig gebruik gemaakt van Twitter om tijdens een sessie, zeker een plenaire sessie, al meteen online te reageren op wat er verteld wordt. Of om genoemde voorbeelden op te zoeken online en dan in tweets de link er naar toe te delen. De edubloggers die uitgenodigd waren, schreven tijdens de dagen blogposts en ook zij zorgden zo voor verspreiding van de info en het evenement.
Of de app Twoppy veel gebruikt is weet ik niet. Qua gebruiksgemak scoort hij niet echt ten opzichte van het programma op papier (en dat zegt wat als ik dat zeg).

Conclusie
Het kost 3 dagen werktijd. Het is geen conferentie waarmee je in 3 dagen (of voor de meesten 1 dag) helemaal bij kunt zijn over álles wat te maken heeft het thema van dit jaar “onderwijs op maat”. Het is een congres waar je goed kunt netwerken en waarbij je voor de inhoudelijke sessies op zoek gaat naar de pareltjes. Zo’n dingen die net voldoende aansluiten bij waar je zelf mee bezig bent, maar net genoeg anders zijn zodat je er toch ideeën uit kunt halen.

20151110_104852Meer lezen?

Meer zien?

 

Deel dit bericht:

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.