mei 232018
 

Onderdeel van de FabLearn conferentie op vrijdag 28 september in Eindhoven is een ‘onderzoekstrack’.  We nodigen onderzoekers uit om papers in te sturen, waarvan een selectie van 8 papers tijdens de conferentie gepresenteerd zullen worden. Voertaal van dit onderdeel van de conferentie is Engels. Vandaar dat de informatie op de website ook in het Engels is. Er wordt gezocht naar papers die zich richten op onderwijs en technologie met betrekking tot maken en digitale productie. De hoofdgroepen onderwerpen waar je een paper voor kunt indienen zijn:

  • Maker mindset
    What does a “maker mindset” encompass for teachers and students, and how do they develop that maker mindset?
    Guiding concepts: critical thinking and making; translating effort to learning progress; design thinking; self-efficacy; self-directed learning; open and share.
  • Maker skills
    What are the skills conveyed by maker education, and how are those skills acquired?
    Guiding concepts: comunication and collaboration, digital literacy, creative skills; STEAM; arts and crafts; craftsmanship; tinkering.
  • Maker tools and technologies
    What are the essential tools and technologies of maker education and how do they facilitate and extend learning by making?
    Guiding concepts: FabLabs and digital fabrication; robotics; electronics; material research; materiality.
  • Facilitating learning by making
    What are the pedagogical and didactical underpinnings of maker education and how are they put into practice?
    Guiding concepts: project-based education; problem-based education; constructionism; contextual learning environments; living labs.

Deadline voor het indienen van een paper is 30 juni 2018. Indienen kan/moet via dit systeem. In deze PDF staat alle informatie ook nog eens bij elkaar.
Ik ben benieuwd. Het zou heel mooi zijn als er ook vanuit Nederland zelf papers worden ingediend op dit gebied.

Disclosure: ik zit in het programmacomité

 

Deel dit bericht:
apr 042018
 

Deel dit bericht:
mrt 222018
 

Tijdens mijn promotieonderzoek heb ik veel gebruik gemaakt van SQL-server (daar zat de logdata van de opnames van de colleges waar ik onderzoek naar deed in) en SPSS (als toen meest voor de hand liggend statistiekpakket).

Ik heb sindsdien al vaker geconstateerd dat als ik nú nogmaals dat onderzoek zou doen ik waarschijnlijk in ieder geval SPSS zou hebben vervangen door R. Dat komt voor een belangrijk deel door de ervaringen die ik opgedaan heb tijdens de Data Science specialisatie bij Coursera een paar jaar geleden waar gebruik gemaakt wordt van R en de verschillende uitbreidingen.

Nou zorgt R er voor dat je eenvoudig je analyses, script, omgevingen, rapportages etc. kunt opslaan op een manier die reproductie ervan achteraf mogelijk maakt. Maar wat nou als die afhankelijk zijn van een specifieke versie van R of van de plugins? Dan biedt Docker een oplossing. Daarmee kun je namelijk “containers” downloaden die bestaan uit een specifiek setup van een R-versie en plugins. Eventueel kun je eigen specifieke plugins en uitbreidingen installeren en dan als eigen image bewaren. Dat is dan een bestand dat je bewijze van spreken bij de data en scripts kunt archiveren. Zolang Docker beschikbaar is kun je dan ten alle tijden die versie van de setup, exact zoals jij hem gebruikt hebt, opstarten en de analyses reproduceren. Mocht je dat willen dan kun je dus ook niet alleen de data maar ook de omgeving open access beschikbaar stellen en delen met andere onderzoekers. Die hoeven dan niet helemaal een omgeving in te richten met die tools, maar kunnen hem draaien naast eventueel andere omgevingen die ze zelf hebben. En ook: nieuwe laptop van de baas? Geen probleem. Als je docker installeert kun je in no time je omgeving weer opstarten en beschikbaar hebben met de setup die je had.

Super toch? En dat allemaal zonder jaarlijkse licentiekosten!
Overigens, het Rocker Project dat zorgt voor R-images binnen Docker bestaat al lang (sinds 2014)

Deel dit bericht:
nov 162017
 

Presentatiebestand gebruikt tijdens de workshop die ik op 16 november samen met John Schobben verzorgd heb tijdens de 2e MBO Onderzoeksdag in Rotterdam.
In de sessie gaan we in op de activiteiten van het designteam Virtual Reality zoals dat in 2016-2017 van start gegaan is en waarvan nu in 2017-2018 een tweede groep gestart is.

Met het voorstel waren we genomineerd voor een aanmoedigingsprijs in de categorie ‘doorwerking’. We hebben hem helaas niet gewonnen, maar het was een mooie opsteker.

Deel dit bericht:
sep 212017
 

EVALUATION FRAMEWORK FOR LABij learning analytics gaat het om het meten, verzamelen, analyseren en rapporteren van en over data van leerlingen en hun context, met als doel het begrijpen en optimaliseren van het leren en de omgeving waarin dit plaatsvindt. De terugkoppeling van deze analyses kan leiden tot effectiever handelen door de leraar, leerling of bijvoorbeeld de ontwikkelaar van lesmateriaal (Woning, 2012).

Het is nog een vakgebied dat sterk in ontwikkeling is. De discussie over wat je moet meten, hoe je moet meten, welke conclusies je wel of niet mag trekken op basis van data (“een student is geen getal”), je kunt er eindeloze discussies over voeren.

De vraag naar een evaluatieraamwerk voor learning analytics tools was er niet meteen eentje die ik daarbij als veelgestelde vraag voorbij heb zien komen. Toch is Maren Scheffel er al een tijdje mee bezig want morgen promoveert ze bij de Open Universiteit op dit onderwerp.

Het raamwerk, gericht op studenten en docenten staat online bij LACE. De resulterende “vragenlijst/scorekaart” ziet er eenvoudig en bruikbaar uit. Het is een compacte lijst vragen en geeft je alleen een score op deelgebieden. Het verteld je (uiteraard) nog niet hoe je dan een tool zou moeten aanpassen om een betere score te krijgen.

Ik heb het proefschrift zelf ook nog niet gelezen, ik kan dus ook nog geen inschatting maken over hoe betrouwbaar de score is die de scorekaart oplevert, hoe direct de relatie tussen ingevulde scores en daadwerkelijk gedrag is etc. Wordt nog vervolgd.

Deel dit bericht:
jul 012017
 

Als ik op Google zoek op “van gelijk hebben naar gelijk krijgen” kom ik ook berichten tegen met titels als “Wil je gelukkig zijn of gelijk krijgen?” die niet helemaal hetzelfde bedoelen als wat ik wilde zeggen. De aanleiding is dit bericht getiteld “Why mythbusting fails: A guide to influencing education with science“. Het bericht trekt een analogie tussen de discussie over klimaatverandering en de discussie over leerstijlen. Je weet wel, dat ding waar “alle” docenten van volhouden dat ze wel bestaan en “alle” onderzoekers roepen dat ze niet bestaan. En het lukt onderzoekers maar niet om die koppige docenten te overtuigen. Er zijn boeken over geschreven en open brieven ondertekend door heel veel knappe koppen over in de krant gezet.

Begrijp me niet verkeerd: ik heb de onderzoeken gelezen, ken de boeken die precies het tegendeel beweren (dat je wél rekening moet houden met “leerstijlen”) en net als bij de discussie over klimaatverandering zit ik aan de kant van de wetenschap. En ondanks dat, en ondanks het feit dat ik geen docent (meer) ben, heb ik moeite met de manier waarop de boodschap over leerstijlen vaak gebracht wordt.  Het artikel op Deans for Impact betoogt dat de huidige manier van “uitleggen” van de boodschap door onderzoekers juist meer leidt tot polarisering en hakken in het zand gedrag dan dat het helpt.

Er worden in het artikel een aantal zaken gesteld:
1) wat is het nou precies waar leraren in geloven en waarom?
Als een leraar gelooft dat er verschillen zitten in de manier waarop kinderen leren is de kans aanwezig dat ze dat een leerstijl noemen. Of ze dan automatisch bedoelen dat een leerling 1 leerstijl heeft die altijd constant is én dat ze daar altijd op in moeten spelen, is dan een heel andere vraag. Zinvol om helder te krijgen.

2) welke wetenschappelijke uitgangspunten moet een leraar dan wél begrijpen?
Dit gaat uit van het principe: roep niet alleen hard wat niet juist is, laat ze ervaren wat wél werkt. Want je laat het ene idee niet los als je er geen beter idee/aanpak voor in de plaats hebt.

3) Zorg voor mogelijkheden om te oefenen!
Denk na over manieren waarop leraren de mogelijkheid en ruimte krijgen om zelf oefenen met manieren waarop ze in de klas / op school effectief om kunnen gaan met de verschillen tussen leerlingen.

Drie verstandige uitgangspunten wat mij betreft.

(getipt door Willem van Valkenburg)

Deel dit bericht:
jun 102017
 

Via de site van het NRO kwam ik bij het peilingsonderzoek Natuur en Techniek. Ik citeer even wat het NRO er zelf over schrijft:

De Inspectie van het Onderwijs publiceerde op 31 mei 2017 als onderdeel van Peil.Onderwijs het peilingsonderzoek Natuur en Techniek. Peil.Natuur en Techniek geeft inzicht in het aanbod van basisscholen, de prestaties van leerlingen in groep 8 en de trends ten opzichte van de vorige peilingen in 2008 en 2010. Het biedt tal van aanknopingspunten voor een brede dialoog over de inhoud, kwaliteit en het niveau van het onderwijs in Natuur en techniek.

Het gaat dus over Natuur en Techniek in het basisonderwijs, niet in het voortgezet onderwijs.

Ik heb nog niet alles doorgelezen, je kunt wellicht het beste beginnen met het filmpje:

Dan is er de samenvatting met een aantal toch wel opvallende conclusies, die wellicht ook voor onderwerpen als ict-geletterdheid, programmeren of computational thinking gelden.
Zoals bijvoorbeeld:

  • De kennis van leerlingen op het gebied van biologie en natuurkunde en techniek is ten opzichte van 2010 gelijk gebleven.
  • Er zijn grote verschillen in kennis, onderzoeks- en ontwerpvaardigheden tussen hoogvaardige en laagvaardig leerlingen. De verschillen in prestaties lijken vooral samen te hangen met (algemene) leerlingkenmerken en niet of nauwelijks van de aanpak van de school zoals in dit onderzoek gemeten.
  • Niet heel verrassend: Over het algemeen is de attitude van jongens ten aanzien van Natuur en Techniek positiever dan die van meisjes. Jongens hebben hier meer plezier in, willen er in de toekomst vaker iets mee gaan doen en vinden Natuur en Techniek gemakkelijker dan meisjes. Het algemeen belang van Natuur en Techniek vinden jongens en meisjes even groot.
  • Jongens presteren significant beter dan meisjes op de kennistoets; meer in het bijzonder op de opgaven voor Natuurkunde en techniek en (Natuurkundige) Aardrijkskunde.
  • Leerlingen op voorhoedescholen scoren vrijwel hetzelfde op de kennistoets als leerlingen op representatieve scholen en iets lager op de praktische opdrachten. Ook hun houding tegenover Natuur en Techniek is nagenoeg gelijk.

Je kunt ook de samenvatting van het gesprek met de focusgroep online lezen. Ook daar wel wat kritische noten die breder relevant zijn, zoals:

  • ‘De kerndoelen zijn te ingewikkeld geformuleerd en zijn lastig te operationaliseren. De vragen in de toets zijn heel specifiek. Zo staat de term ‘luchtdruk’ niet in de kerndoelen maar daar wordt wel naar gevraagd. Ook is de formulering van sommige vragen niet zo duidelijk. Mede daardoor kan het zijn dat er geen effecten van het aanbod worden gevonden op de resultaten.’

Herkenbaar als het bv gaat om het ontwikkelen van meetinstrumenten voor computational thinking!
Datzelfde geldt voor:

  • Ook voor scholen is het een uitdaging om invulling te geven aan de kerndoelen, wordt in de focusgroep gesteld. ‘Het is vaak niet duidelijk met welk doel de scholen ‘iets’ doen aan Natuur en Techniek. En dan moet je de vraag stellen:  ‘Kun je wel resultaten bij leerlingen verwachten als je met het domein bezig bent maar niet heel doelgericht?’

En een verstandig advies:

  • ‘Neem als vervolg op het peilingsonderzoek een aantal goed presterende scholen onder de loep. Observeer daar het onderwijsleerproces en interview de schoolleiding en leerkrachten. Breng in beeld wat de leerkracht daadwerkelijk doet in de klas, zodat van daaruit handvatten kunnen worden geformuleerd voor andere scholen.’

Ik ben nog aan het lezen in de rapportage en het technisch rapport, die zijn voor mij sowieso de moeite van het lezen waard omdat ook hier geldt dat de wijze van vergelijken, groeperen (bijvoorbeeld in hoogvaardige en laagvaardige leeringen) relevant is voor het onderzoek dat we zelf doen.

Interessant materiaal dus, ook als je niet direct in het basisonderwijs bij N&T betrokken bent!

Deel dit bericht:
apr 192017
 

Op woensdag 10 mei 2017 organiseert de VOR divisie ICT een bijeenkomst in Eindhoven. Tijdens deze bijeenkomst komen promovendi aan het woord bij wie ICT een rol speelt in hun onderzoek. De onderwerpen zullen heel divers zijn, soms wat meer technisch, in andere gevallen meer op onderwijs gericht. Het zal ook altijd nog “onderzoek in uitvoering” zijn. Daarom zijn de presentaties kort, 10-15 minuten maximaal. Aansluitend zijn alle promovendi op de promovendi markt beschikbaar zodat ze daar hun onderzoek, hun deelproducten etc. meer in detail kunnen toelichten. We sluiten plenair af met een terugblik op het onderzoek dat die middag gepresenteerd is.

We hebben een mooi programma samengesteld met promovendi die onderzoek doen naar diverse, interessante onderwerpen.

Lees verder….

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Bijeenkomst VOR ICT op 10 mei 2017, in gesprek met promovendi onderwijs en ict  Tags: , , ,
mrt 242017
 

Op woensdag 10 mei 2017 organiseert de VOR divisie ICT een bijeenkomst in Eindhoven. Tijdens deze bijeenkomst komen promovendi aan het woord bij wie ICT een rol speelt in hun onderzoek. De onderwerpen zullen heel divers zijn, soms wat meer technisch, in andere gevallen meer op onderwijs gericht. Het zal ook altijd nog “onderzoek in uitvoering” zijn. Daarom zijn de presentaties kort, 10-15 minuten maximaal. Aansluitend zijn alle promovendi op de promovendi markt beschikbaar zodat ze daar hun onderzoek, hun deelproducten etc. meer in detail kunnen toelichten. We sluiten plenair af met een terugblik op het onderzoek dat die middag gepresenteerd is.
Locatie: Studiecentrum Open Universiteit in Eindhoven (routebeschrijving: https://goo.gl/maps/1oX56E71Rk32)

Agenda
13.00 Binnenkomst met koffie en thee
13.15 Welkom
13.30 Korte presentaties door de promovendi
14.45 Promovendi markt
16.00 Plenaire nabespreking
16.30 Borrel

Voor wie? Onderzoekers, studenten, mede-promovendi, docenten die geïnteresseerd zijn in onderzoek.

Wil je deze bijeenkomst bijwonen, meld je dan aan via dit formulier.
Deelname aan de bijeenkomst is gratis en staat ook open voor niet-leden.
Wil je lid worden van de Vereniging voor Onderwijs Research, kijk dan op deze pagina.

 

Deel dit bericht: