feb 172018
 

Goed, eigenlijk zou ik blij moeten zijn van de aanpassing die Google afgelopen week doorgevoerd heeft in haar zoekpagina voor afbeeldingen. Als onderdeel van de afhandeling van de schikking met Getty Images heeft Google namelijk toegezegd om duidelijker te maken dat er auteursrecht rust/kan rusten op afbeeldingen die je via Google kunt vinden én ze hebben de knop verwijderd waarmee je de afbeelding buiten de context van de pagina waar hij op staat kon bekijken.
En daar zou ik blij mee moeten zijn omdat dit een té handige manier voor veel docenten, studenten en mensen die in het onderwijs leermateriaal maken. PowerPoint maken met afbeeldingen? Even zoeken in Google en dan knippen en plakken in de presentatie. Plaatjes voor een verslag of een stukje (online) lesmateriaal? Idem.

Wil je die PowerPoint, dat verslag of lesmateriaal daarna breder delen dan gaat het mis. Je moet dan namelijk minimaal voor al die afbeeldingen gaan controleren of er auteursrecht op zit, of er bijvoorbeeld een Creative Commons licentie op zit etc.

Het is dus veel handiger als dat meteen al vooraf gedaan is, de nodige bronvermelding beschikbaar is etc.

Natuurlijk, wie een beetje weet hoe een browser werkt, weet dat een rechtermuisklik op de afbeelding en kiezen voor “Afbeelding openen in nieuw tabblad” genoeg is om alsnog de afbeelding te bekijken. En natuurlijk is er ook al een oplossing in de vorm van een plugin voor Google Chrome en Firefox. Handig, dat wel, maar eigenlijk zou het mooier zijn als ze duidelijker zouden aangeven wat het auteursrecht op een afbeelding daadwerkelijk is (voor zover bekend).

Dat zal niet zo gemakkelijk zijn als dat het bij Wikipedia is, maar daar heb je wel een situatie waarbij je daadwerkelijk van mensen mag verwachten dat ze op een juiste manier melding maken van het bijbehorende auteursrecht. De screenshot hieronder is van een foto van Sasha Krotov.

Ik snap het dus als mensen niet blij zijn met de aanpassing. Het zal de rechthebbenden wellicht (een beetje) tevreden stellen, maar “gewone” gebruikers zullen het zien als “lastig”.

feb 152018
 

We versturen allemaal heel wat afbeeldingen via WhatsApp. Is immers heel gemakkelijk: even op het paperclipje klikken, via Galerij een afbeelding selecteren en klaar.

Klein nadeel: afbeeldingen worden gecomprimeerd als je ze via WhatsApp verstuurd. In de regel niet zo’n probleem voor kiekjes die je gewoon even op je telefoon wilt bekijken, maar als je bv de afbeeldingen in volledige kwaliteit wilt bewaren of als je bijvoorbeeld foto’s van een 360-graden camera wilt doorsturen dan kun je beter niet kiezen voor de optie Galerij maar moet je kiezen voor Document.
WhatsApp verstuurd de afbeelding dan namelijk met volledige kwaliteit en met alle interne metadata. Dat betekent bij een 360-graden foto bijvoorbeeld ook dat de ontvanger die weer gewoon kan uploaden naar Facebook en dat hij daar dan ook weer als 360-graden foto gezien wordt.

feb 022018
 

Met dank aan Bert Frissen wordt ik via Facebook op de hoogte gehouden van Maastrichtse dialectwoorden. Die deelt hij als ze beschikbaar komen via dit Facebook-account. Dit keer was het woord “govie” (klik even op de link om ook de uitspraak te horen).

Ik moest meteen denken aan Flikken Maastricht (al moet ik bekennen dat ik de serie nooit gezien heb). Maar ja, dan was de naam van die serie dus eigenlijk verkeerd. Dat moest aangepast worden. Nou had ik AVROTROS kunnen benaderen en ze kunnen voorstellen om de naam van de serie te wijzigen in “Govies Maastricht”, maar ik schatte de kans op succes van die actie niet zo heel hoog in.

Veel eenvoudiger is het om de pagina bij uitzending gemist (of “NPO Start” zo je wilt) tijdelijk aan te passen zodat ik er een screenshot van kon maken. In Google Chrome gaat dat heel gemakkelijk:

Selecteer het woord in de pagina dat je wilt wijzigen en klik met de rechter muisknop. je ziet dan de optie “inspecteren”.

Je krijgt dan aan de rechterkant een venster waarmee je onder andere de HTML van de pagina kunt zien en als het goed is, dan is het stukje HTML waar het woord dat je geselecteerd had, al meteen geselecteerd. Dubbelklik er nog een keer op en je kunt de tekst wijzigen (dus in het venster aan de rechterkant).

De wijziging wordt meteen doorgevoerd in de webpagina. Ook als je daarna het inspectievenster weer sluit. De wijzigingen worden echter alleen lokaal doorgevoerd. Als iemand anders naar die URL gaat, dan ziet hij/zij gewoon de ongewijzigde pagina. Maar jij kunt er een screenshot van maken, als je wilt ook mét de oorspronkelijke URL erbij (zie de afbeelding boven bij het bericht).

Dit is zó eenvoudig te doen, dat een screenshot (bijvoorbeeld van een tweet) nooit als bewijs zou mogen dienen zonder dat ook op andere manieren geverifieerd kan worden dat deze ook daadwerkelijk de betreffende inhoud had.

 

jan 282018
 

De mogelijkheid bestaat al een tijd, maar ik gebruik Book Creator niet echt meer (al heb ik ooit met Frank Thuss een workshop erover gegeven tijdens De Onderwijsdagen in Rotterdam), dus had ik het nog niet gezien: met ingang van versie 5.1 kun je boeken ook online publiceren.

Die boeken zijn dan ook in de browser te lezen. Handig, want standaard zijn ze niet zomaar te vinden en de leverancier heeft allerlei zaken met betrekking tot privacy, niet tracken van het leesgedrag van de leerlingen etc. allemaal geregeld.

Maar het staat een leraar ook vrij de link met anderen te delen. Zoals Antje deed met het heel mooie Tier-Alliterationen ABC. Als je Duitse woordjes nooit leuk vond, dan moet je dit boekje toch even doorbladeren. Klik op het audio-icoontje om de uitspraak te horen. Super toch?

dec 302017
 

Een blogpost over een oplossing waarvan ik zelf inmiddels al geconstateerd heb dat hij tóch niet zo handig is? Moet kunnen. Want ik wil in ieder geval even documenteren hoe ik e.e.a. voor elkaar gekregen heb. Wie weet heeft iemand anders er toch nog wat aan.

Naast de fijnstofsensor voor het RIVM experiment heb ik er ook eentje gemaakt die ik in de woonkamer opgesteld heb. Gewoon om te zien hoe in huis eventueel het niveau fijnstof zou stijgen als we in de keuken aan het koken waren, of een paar uur wafels stonden te bakken.

Ik wilde de data snel kunnen verwerken zonder teveel gedoe met databases of zo, zou het niet handig en mogelijk zijn om de data op te slaan in een Google Sheet?

Ik weet inmiddels dat als ik het kan verzinnen, iemand anders dat ongetwijfeld ook al gedaan heeft. Zo ook nu. En lang geleden al.In 2011 schreef Martin Hawksey een script waarmee  je via een URL data door kunt geven aan  een Google Sheet. Je moet een Sheet aanmaken en dan in de Script editor het script inplakken. Eenmalig moet je dan de Setup() procedure uitvoeren en via Publish > Deploy as web app het script publiceren. Daarbij moet je er dan voor kiezen om het script ook voor “Anonymous” beschikbaar maken. Google zal dan moord en brand schreeuwen omdat het script niet door hen getest is etc.

De werking is dan eenvoudig. Op de eerste rij van de sheet zet je de namen van de waarden die je wilt doorgeven. Tip: noem de eerste kolom “Timestamp”, dan voegt het script automatisch datum en tijd in waarop de nieuwer data is ingevoerd.

Daarna kun je via GET of POST de data doorsturen naar de Google Sheet waarbij elke waarde gelijk moet zijn aan de titel van een kolom (hoofdlettergevoelig).

Ik gebruikte een NodeMCU ESP8266. Omdat Google een beveiligde verbinding gebruikt moet je gebruik maken van een andere bibliotheek dan normaal:

#include <WiFiClientSecure.h>
en
WiFiClientSecure client2;

Lees verder….

Het programmeren van een ATTiny85

 Gepubliceerd door om 06:52  Arduino, Hardware
dec 042017
 

Hoewel ik al ervaring had met het programmeren van een ATTiny85 als die onderdeel was van een Digispark board (links op de foto),  heb ik dit weekend geleerd dat het programmeren van een losse chip (rechts op de foto, de andere 9 exemplaren zitten in het buisje erboven) iets ingewikkelder is/was. Was eigenlijk omdat het nu ik het een keer gedaan heb weet en het niet echt moeilijker is.

Het Digispark board had zelf nog een USB-aansluiting, die had ik nu niet. Nou dacht ik dat ik daar een oplossing voor had in de vorm van een “Pluggable Development Board Voor ATtiny13A/ATtiny25/ATtiny45/ATtiny85 Programmering Editor Micro Usb Power Connector” (link). Inmiddels heb ik begrepen dat het  mogelijk moet zijn om, door eerst een bootloader op de ATTiny85 te zetten, ik iets kan met dat board. Maar vooraf nog niet.

Dus moest ik aan de slag met de “bekend” alternatieve optie waarbij een Arduino Uno gebruikt wordt om de code op de ATTiny85 te zetten. Daarvoor is de volgende constructie nodig:

De detailbeschrijving van het aansluiten kun je hier vinden.

De Arduino Uno moet dan een script krijgen dat standaard te vinden is in de IDE via Bestand > Voorbeelden > ArduinoISP > ArduinoISP

Daarna was het even zoeken naar de dingen die ik moest doen om het ATTiny85 script *via* de Arduino Uno naar de ATTiny85 te krijgen.

Uiteindelijk heb ik hier de url voor de Board managers voor “attiny” (https://raw.githubusercontent.com/damellis/attiny/ide-1.6.x-boards-manager/package_damellis_attiny_index.json) en “ATTinyCore” (http://drazzy.com/package_drazzy.com_index.json) gevonden, die toegevoegd via Bestand > Voorkeuren en daarna de beide boards geïnstalleerd.

Daarna was het een kwestie van het instellen van board, de programmer moest omgezet naar “Arduino as ISP” en wonder boven wonder werkte het allemaal daarna.

Dát het werkte wist ik was toen ik de chip aangesloten had op het circuit dat ik eerst getest had met het Digispark board. Dat is een werkwijze die ik iedereen kan aanraden. Het programmeren van de Digispark via USB gaat veel sneller, je hoeft niet en chip om te prikken etc.
Maar dat kan dus wellicht straks ook met het ontwikkelboard, nadat ik een bootloader op een ATTiny85 chip gezet heb.

Ik kan het me helemaal voorstellen als je denkt “Wat een gedoe!”. Dat klopt. Maar daar staat tegenover dat de ATTiny85 ook een pareltje is. Qua afmetingen, qua prijs (minder dan 1 euro per stuk), het gegeven dat je hem gewoon op een 3V knoopcelbatterij kunt aansluiten. Kortom, voor “kleine” projecten, papercircuits etc. is het een fantastische chip.

p.s. het script waarmee ik aan de gang ging dit weekend kwam hier vandaan. Blijkt ook prima op de ATTiny85 te draaien.

nov 262017
 

Ik hou van de instructiefilmpjes op YouTube van Andreas Spiess. Zijn openingszinnetje “Greetings YouTubers, here is the guy with the Swiss accent” is ook bij mijn kinderen al bekend omdat ik de filmpjes ook vaak vanaf mijn laptop of iPad naar de tv cast als ik ze zit te bekijken.

Het helpt natuurlijk dat hij het vaak over onderwerpen heeft waar ik zelf wél geïnteresseerd in ben, maar meestal te weinig tijd voor heb om uit te zoeken. Of anders wel al (deels) uitgezocht heb maar dan weer niet de tijd voor gehad heb om helemaal uit te schrijven. Bovenstaand filmpje is daar ook een voorbeeld van. Het gaat over het gebruik van infrarood signalen om data te versturen, zoals bij je afstandsbediening gebeurt. Maar je kunt het ook gebruiken om obstakels te herkennen.
Mevrouw Spiess speelt een hoofdrol in dit filmpje en dat maakt het extra grappig. Vooral omdat Andreas normaal gesproken een nogal droge stem heeft. Ik weet niet of Zwitserse humor voor iedereen is, daar moet je het filmpje zelf maar voor bekijken.

okt 042017
 

Google heeft een leuk experiment beschikbaar gemaakt waarmee je eenvoudig kunt spelen met het principe van beeldherkenning en neurale netwerken. Je hebt alleen een geschikte browser en een webcam nodig.

Het idee is simpel: ga naar teachablemachine.withgoogle.com en ga van start. Je wordt stap voor stap door het setup proces geleid: kies 3 bewegingen en een bijbehorend gifje, een geluid of een stukje audio. Simpel. Grappig is dan als je daarna de camera een beetje verschuift of als je gaat testen wanneer de herkenning niet meer werkt.

Wil je daarna nóg verder, kan kun je met de code zelf aan de slag.  De code staat op github. Ik heb nog niet getest of het bijvoorbeeld te installeren is op een Raspberry Pi. Als dat werkt is het ook in een lessituatie goed bruikbaar. Sowieso geeft Google aan dat er geen data/afbeeldingen richting hun server gaan, het is allemaal JavaScript code die lokaal draait, maar dan weet je het helemaal zeker.

Cool. 🙂

apr 042017
 

At the moment, the console page of The Things Network has some problems getting the Gateway page. It has been reported on the forums, it appears to be a front-end thing, the gateways themselves appear to be working just fine.

So unless you want to get info about your gateway, add a new one, remove or change one, there should be no problem. If you have to do one of these things, you can also use the commandline interface (CLI) using the tool provided here.

It allows you to login using your account, get information about your gateways, add new ones, remove them etc.
The Rx / Tx info shows you the amount of trafic on the gateway (uplink and downlink).
It also offers a MQTT interface if you want to have a look at the data coming in from your devices without having to go to the website.

Besides giving answers, in my case it also raised some new questions:

If you click on the screenshot to enlarge it, you’ll see 2 gateways listed. One (“eui-b827ebffff2e837b”)  is the LoPy Nano Gateway which has been heaving nicely since it actually got connected with an increasing count for Rx because it still is forwarding messages from my nodes here at my desk.

The other one (“eui-b827ebffff2e837b”)  is the single channel Raspberry Pi + Dragino Lora Shield that I at first managed to get online last week, but then at the end of the day stopped working (see here). Now at first, looking at it via the CLI did indeed show that it hadn’t been seen for a while. After removing the gateway and adding it again via the CLI, it did show up as recently seen. And apparently it still sees it.

I noticed that the gateway is working again because my nodes now sometimes list both of the gateways as receiving and transporting their messages:

  

Great. So, it works? Yes, but what I don’t understand yet is why the LoPy Nano Gateway is connected to a “bridge” that is called the “PacketForwarder Backend” while the Raspberry Pi is connected to “staging”. Why the difference? Also, how come that the Rx for the Raspberry Pi seems to be resetting all the time?

There is one thing that could explain the difference: because I am using NAT, I have setup port forwarding for UDP on port 1700 to the LoPy Nano Gateway. I cannot do that for both (I got only 1 externally visible IP address), so I am guessing that the TTN backend can reach the LoPy Nano Gateway, but cannot reach the Raspbery Pi. But does that explain the difference in bridge assignment?

 Reacties uitgeschakeld voor TTN: If the GUI fails, just go commandline  Tags: , ,
jan 302017
 

Op 20 februari 2017 starten op het FutureLearn platform twee MOOCs die samengesteld zijn door de Raspberry Pi Foundation. De ene heet “Teaching Physical Computing with Raspberry Pi and Python”  en de andere “Teaching Programming in Primary Schools“. Ik heb nog geen zicht op de inhoud, ik heb me aangemeld om een kijkje te kunnen nemen, maar ook dan moet je wachten totdat de MOOC start op 20 februari.

De MOOCs hebben zo te zien al eens eerder gelopen, ik ben benieuwd of er iemand is die ze al gevolgd heeft? Met een geplande tijdsbelasting van 2 uur per week en een looptijd van 4 weken moeten ze te doen zijn. Uit ervaring weet ik dat het helpt als je de MOOC samen met iemand anders (bv een of enkele collega’s) volgt. Dat geeft net dat beetje extra stimulans om de opdrachten te maken etc.

Mooi bij deze MOOCs is overigens dat ze zich, tenminste gezien de titel, lijken te richten op leerkrachten en de vraag “hoe neem je dit op in het onderwijs?”. Daarom ook ben ik er nieuwsgierig naar, omdat ik wil zien of ze ook voldoende stil staan bij de achterliggende didactiek. We gaan het zien.

(gevonden in editie 54 van The MagPi, gratis te downloaden als PDF)