mrt 122018
 

Ik moet er soms nog wel aan wennen dat samenwerken met “externen” binnen bedrijven, en dus ook onderwijsinstellingen, vaak nog zo’n dingetje is dat logisch lijkt, maar als het om systemen gaat, heel gevoelig ligt. Immers, het delen van digitale data kan, als het onbedoeld gebeurt, heel vervelende krantenkoppen opleveren.

En ik heb zelf ook al gemerkt dat bv het samenwerken in Dropbox en Google Drive heel eenvoudig kan, het samenwerken in Onedrive voor bedrijven vergt de juiste instelling van rechten aan beide kanten (zowel bij ons als bij de onderwijsinstelling waar je mee samen wilt werken). Het samenwerking in Microsoft Teams ging eerst alleen met mensen binnen je eigen onderwijsinstelling, toen ook met mensen die ook een Office365-account hadden (dus bv een hotmail/live.com account) en nu eindelijk dan ook met de rest van de wereld.

Dat betekent dat iemand niet persé een Microsoft gerelateerd mailaccount hoeft te hebben om aan een team deel te nemen. Je kunt ook bv iemand met een @gmail.com mailadres uitnodigen. Voordat die persoon dan toegang heeft, moet hij/zij wel nog even een paar dingen doen: een wachtwoord toevoegen is logisch. Je geboortedatum invullen zal wel zijn om te controleren of je wel oud genoeg bent om deel te nemen. Het verplichte telefoonnummer voor het geval je je inloginfo kwijt raakt vond ik al wat irritanter.  Maar goed, het werkt.

Deel dit bericht:
mrt 052018
 

Ok, ok, zo erg als in het spreekwoord uit de titel van dit bericht is het wellicht met mij ook nog niet. Maar alle geëxperimenteer met LoRaWAN, The Things Network, de vraag of ik een antenne tot helemaal boven op het dak zou krijgen, heeft me toch een beetje “antenne-minded” gemaakt. Of zo lijkt het.

Want toen ik vanavond op weg naar Leeuwarden in Zutphen op het station dit ding zag staan:

Dacht ik “dat is een antenne met kap”. En wilde ik weten waar die antenne dan wel niet voor was.

Lees verder….

Deel dit bericht:
mrt 022018
 

Een “crash course” laat ze het beste vertalen naar “versnelde cursus”, een niet al te lange cursus/training waarmee je snel op niveau gebracht wordt rond een bepaald onderwijs. Op het YouTube kanaal van Crash Course kun je crash courses vinden over heel uiteenlopende onderwerpen: Wereldoorlog I, mythologie, psychologie etc.
Als je de hele lijst bekijkt dan zie je dat er rond sommige onderwerpen al ruim 40 verschillende video’s gemaakt zijn.

Voor mediawijsheid (media literacy) is dat nog niet zo, daar is de eerste, introducerende video deze week pas van gepubliceerd. Het is een video in een lekker snel tempo, 10 minuten lang en het is uiteraard een introductie. Helaas weet je bij de Crash Course videos nooit hoe lang er precies tussen afleveringen zit. Dus als lesmateriaal voor je leerlingen of studenten zou ik het nog niet gaan inplannen. Maar als nieuwe serie van filmpjes om in de gaten te houden lijkt me ook deze serie best de moeite waard.

 

Deel dit bericht:

Helemaal gemist: “Vero”

 Gepubliceerd door om 07:23  Internet, Microblogging
feb 282018
 

Jeetje. Ook bij Twitter was ik er laat bij, mijn account is van mei 2007, toen bestond het bedrijf al een jaar en waren al heel wat Nederlanders lid vanwege de aandacht voor het bedrijf tijdens SXSW een maand of twee eerder.

Wat dat betreft deed ik het bij YouTub beter, mijn eerste filmpje daar is van juni 2005 terwijl het bedrijf in april van dat jaar zelf pas het eerste officiële filmpje online plaatste.

Maar voor Vero, “a social network for anyone who loves anything enough to share it – and wants control over who they share it with. Just like we do in real life.” lijkt het alweer te laat. Die werd in korte tijd (de app blijkt al wat langer te bestaan) heel populair (blijkbaar) maar nu gebruikers wat langer nadenken over het bedrijf, de oprichter, de ontwikkelaars, het blijkbaar haast volledig afwezig zijn van info over wat er met je data gebeurt, willen ze er blijkbaar alweer vanaf. En dat schijnt dan weer moeilijk(er) te zijn.

Natuurlijk, de belofte dat de eerste miljoen gebruikers voor altijd gratis gebruik zullen kunnen maken van de dienst is ongetwijfeld een reden voor veel mensen om te zeggen “baat het niet, dan schaadt het niet”. Nou heb ik 1x eerder ooit bij het aanmelden voor LinkedIn, per ongeluk, niet uitgevinkt dat de omgeving toegang mocht hebben tot mijn contactpersonen. En dat heb ik geweten. Want die kregen allemaal een uitnodiging om ook een LinkedIn-account aan te maken. Het gegeven dat Vero dat ook vraagt en daar een tamelijk vaag “we doen er niet meer mee dan er voor zorgen dat je veilig bent en een goede beleving hebt”, stelt me niet gerust.

In order to sign up, you’re asked to provide a name, email address, and phone number. The app then requests access to your contacts. “Vero only collects the data we believe is necessary to provide users with a great experience and to ensure the security of their accounts,” the company explains, which doesn’t say much. (bron)

Mij zul je er dus niet vinden. Natuurlijk ga ik de omgeving wel nog een beetje volgen om te zien of hij echt nou al weer zo snel implodeert als dat hij blijkbaar groeide de afgelopen dagen.

Deel dit bericht:
feb 172018
 

Goed, eigenlijk zou ik blij moeten zijn van de aanpassing die Google afgelopen week doorgevoerd heeft in haar zoekpagina voor afbeeldingen. Als onderdeel van de afhandeling van de schikking met Getty Images heeft Google namelijk toegezegd om duidelijker te maken dat er auteursrecht rust/kan rusten op afbeeldingen die je via Google kunt vinden én ze hebben de knop verwijderd waarmee je de afbeelding buiten de context van de pagina waar hij op staat kon bekijken.
En daar zou ik blij mee moeten zijn omdat dit een té handige manier voor veel docenten, studenten en mensen die in het onderwijs leermateriaal maken. PowerPoint maken met afbeeldingen? Even zoeken in Google en dan knippen en plakken in de presentatie. Plaatjes voor een verslag of een stukje (online) lesmateriaal? Idem.

Wil je die PowerPoint, dat verslag of lesmateriaal daarna breder delen dan gaat het mis. Je moet dan namelijk minimaal voor al die afbeeldingen gaan controleren of er auteursrecht op zit, of er bijvoorbeeld een Creative Commons licentie op zit etc.

Het is dus veel handiger als dat meteen al vooraf gedaan is, de nodige bronvermelding beschikbaar is etc.

Natuurlijk, wie een beetje weet hoe een browser werkt, weet dat een rechtermuisklik op de afbeelding en kiezen voor “Afbeelding openen in nieuw tabblad” genoeg is om alsnog de afbeelding te bekijken. En natuurlijk is er ook al een oplossing in de vorm van een plugin voor Google Chrome en Firefox. Handig, dat wel, maar eigenlijk zou het mooier zijn als ze duidelijker zouden aangeven wat het auteursrecht op een afbeelding daadwerkelijk is (voor zover bekend).

Dat zal niet zo gemakkelijk zijn als dat het bij Wikipedia is, maar daar heb je wel een situatie waarbij je daadwerkelijk van mensen mag verwachten dat ze op een juiste manier melding maken van het bijbehorende auteursrecht. De screenshot hieronder is van een foto van Sasha Krotov.

Ik snap het dus als mensen niet blij zijn met de aanpassing. Het zal de rechthebbenden wellicht (een beetje) tevreden stellen, maar “gewone” gebruikers zullen het zien als “lastig”.

Deel dit bericht:

Wikispaces gaat sluiten

 Gepubliceerd door om 22:42  Internet, Tools
feb 142018
 

Niets is voor altijd op het internet, zeker niet als het gratis aangeboden is. En het was al weer even geleden dat ik gebruik gemaakt heb van WikiSpaces. Deels komt dat omdat mijn account gekoppeld is aan MyOpenID en die zijn al een paar jaar uit de lucht. Ik ben toen blijkbaar vergeten mijn inlog terug om te zetten naar een “gewoon” account met als gevolg dat ik nu niet meer in kan loggen.

En nu gaat Wikispaces er ook mee stoppen, zo schrijven ze op hun weblog. De gratis wikis en klaslokalen stoppen per 31 juli 2018, betaalde (plus en super) wikis per 30 september en “private label” wikis per 31 januari 2019.

Nou is dat op zich geen vreselijk probleem, ik keek vandaag vooral op mijn accountpagina op http://ictenonderwijs.wikispaces.com/ uit nostalgie. De meeste pagina’s met links verwijzen naar plekken die op hun beurt al niet meer bestaan. Helaas gaan doordat een aantal van de wikis al offline zijn, ook een aantal van de berichten hier op het weblog die daarover gaan “kapot”. Zoals die over de DU Masterclass Social Software waar niet veel van over blijft. Gelukkig is het verslag erover op Frankwatching nog te volgen, ook al is ook die zo te zien door de jaren heen door de nodige conversies gegaan. De pagina over ebooks werkt wel nog al is ook hier veel van de info verouderd. Ik denk dan ook niet dat ik echt moeite ga doen om delen te bewaren.

Maar dat geldt vast niet voor alle Wikispaces pagina’s. Zo hoop ik dat Alan Levine toch wel een paar van zijn wikipagina’s ergens anders weet onder te brengen. Gewoon vanuit archiveringsoogpunt. Sommige dingen zijn de moeite van het bewaren waard.

Deel dit bericht:
feb 022018
 

Met dank aan Bert Frissen wordt ik via Facebook op de hoogte gehouden van Maastrichtse dialectwoorden. Die deelt hij als ze beschikbaar komen via dit Facebook-account. Dit keer was het woord “govie” (klik even op de link om ook de uitspraak te horen).

Ik moest meteen denken aan Flikken Maastricht (al moet ik bekennen dat ik de serie nooit gezien heb). Maar ja, dan was de naam van die serie dus eigenlijk verkeerd. Dat moest aangepast worden. Nou had ik AVROTROS kunnen benaderen en ze kunnen voorstellen om de naam van de serie te wijzigen in “Govies Maastricht”, maar ik schatte de kans op succes van die actie niet zo heel hoog in.

Veel eenvoudiger is het om de pagina bij uitzending gemist (of “NPO Start” zo je wilt) tijdelijk aan te passen zodat ik er een screenshot van kon maken. In Google Chrome gaat dat heel gemakkelijk:

Selecteer het woord in de pagina dat je wilt wijzigen en klik met de rechter muisknop. je ziet dan de optie “inspecteren”.

Je krijgt dan aan de rechterkant een venster waarmee je onder andere de HTML van de pagina kunt zien en als het goed is, dan is het stukje HTML waar het woord dat je geselecteerd had, al meteen geselecteerd. Dubbelklik er nog een keer op en je kunt de tekst wijzigen (dus in het venster aan de rechterkant).

De wijziging wordt meteen doorgevoerd in de webpagina. Ook als je daarna het inspectievenster weer sluit. De wijzigingen worden echter alleen lokaal doorgevoerd. Als iemand anders naar die URL gaat, dan ziet hij/zij gewoon de ongewijzigde pagina. Maar jij kunt er een screenshot van maken, als je wilt ook mét de oorspronkelijke URL erbij (zie de afbeelding boven bij het bericht).

Dit is zó eenvoudig te doen, dat een screenshot (bijvoorbeeld van een tweet) nooit als bewijs zou mogen dienen zonder dat ook op andere manieren geverifieerd kan worden dat deze ook daadwerkelijk de betreffende inhoud had.

 

Deel dit bericht:
jan 212018
 

Ik heb vandaag de Sonoff Pow voor het eerst echt getest. En de resultaten zijn heel interessant wat mij betreft. Onze wasmachine draait heel wat was per week en het blijken dan ook ideale momenten om de vermogensmeter uit te proberen. Hierboven zie je de resultaten van vandaag (tot nu toe). De grafiek komt uit Grafana, die de data ophaalt uit InfluxDB waar de data terecht komt via OpenHab en MQTT. De gele lijnen heb ik later toegevoegd.

Van links naar rechts zie je achtereenvolgens een bonte was programma op 30 graden, gekenmerkt door een snelle stijging van het gebruikte vermogen naar zo’n 2kW en daarna geleidelijke daling met 3 kleine verhogingen bij het centrifugeren.
De tweede trommel was beddengoed op 60 graden. Daar zie je dat het vermogen veel langer op die 2kW blijft en ook hier kleine verhogingen voor het centrifugeren.
Het beddengoed ging de droger in, het verbruik daarvan kent niet zo’n grote piek (zie blokje 3) maar blijft heel lang op zo’n 400W.
Het vierde blok moet je nu al kunnen herkennen: een tweede trommel op 60 graden (beddengoed van de kinderen), daarna heb ik de droger weer van de meter afgehaald en de T-shirts van het hockeyteam van de jongste gewassen. Een kort programma (30 minuten) op 40 graden, te zien in het vijfde blokje.
En op het moment loopt een laatste bonte was voor vandaag bijna ten einde.

Inmiddels heb ik tellers toegevoegd die respectievelijk de gebruikte energie tijdens een geselecteerde tijdsduur, daarvan afgeleid het aantal kWh (delen door 36.000) en de kosten (vermenigvuldigen met 18 eurocent per kWh) laat zien. Daaraan kan ik zien dat een trommel witte was met 18 eurocent zo’n 2,5x zo duur is als een trommel bonte was (7 eurocent) en de T-shirts van het hockeyteam verbruiken, ondanks het kortere programma, door de hogere temperatuur bijna net zoveel stroom als een gewoon bonte was programma. Geen manier om geld te besparen dus. Ook de droger is niet heel goedkoop in gebruik, net zo duur als een trommel witte was. De waslijn waar het kan blijft dus het devies.

p.s. ik vind zulke metingen, de data, de info die het oplevert super interessant. Betekent niet dat ik voortaan geen apparaat meer aan durf te zetten uit angst voor het bijbehorend verbruik. Verspilling tegen gaan is prima, maar het moet wel leefbaar blijven.

Deel dit bericht:
dec 302017
 

Een blogpost over een oplossing waarvan ik zelf inmiddels al geconstateerd heb dat hij tóch niet zo handig is? Moet kunnen. Want ik wil in ieder geval even documenteren hoe ik e.e.a. voor elkaar gekregen heb. Wie weet heeft iemand anders er toch nog wat aan.

Naast de fijnstofsensor voor het RIVM experiment heb ik er ook eentje gemaakt die ik in de woonkamer opgesteld heb. Gewoon om te zien hoe in huis eventueel het niveau fijnstof zou stijgen als we in de keuken aan het koken waren, of een paar uur wafels stonden te bakken.

Ik wilde de data snel kunnen verwerken zonder teveel gedoe met databases of zo, zou het niet handig en mogelijk zijn om de data op te slaan in een Google Sheet?

Ik weet inmiddels dat als ik het kan verzinnen, iemand anders dat ongetwijfeld ook al gedaan heeft. Zo ook nu. En lang geleden al.In 2011 schreef Martin Hawksey een script waarmee  je via een URL data door kunt geven aan  een Google Sheet. Je moet een Sheet aanmaken en dan in de Script editor het script inplakken. Eenmalig moet je dan de Setup() procedure uitvoeren en via Publish > Deploy as web app het script publiceren. Daarbij moet je er dan voor kiezen om het script ook voor “Anonymous” beschikbaar maken. Google zal dan moord en brand schreeuwen omdat het script niet door hen getest is etc.

De werking is dan eenvoudig. Op de eerste rij van de sheet zet je de namen van de waarden die je wilt doorgeven. Tip: noem de eerste kolom “Timestamp”, dan voegt het script automatisch datum en tijd in waarop de nieuwer data is ingevoerd.

Daarna kun je via GET of POST de data doorsturen naar de Google Sheet waarbij elke waarde gelijk moet zijn aan de titel van een kolom (hoofdlettergevoelig).

Ik gebruikte een NodeMCU ESP8266. Omdat Google een beveiligde verbinding gebruikt moet je gebruik maken van een andere bibliotheek dan normaal:

#include <WiFiClientSecure.h>
en
WiFiClientSecure client2;

Lees verder….

Deel dit bericht:
dec 022017
 

Google heeft weer een geinig nieuw experiment de wereld in gestuurd: Paper Signals. Het principe is heel simpel: je print een vouwmodel op papier, knipt het uit volgens de instructies. Je neemt een ESP8266, een servomoter en 3 kabels. Vouw het geheel samen. Maak een account aan bij Google zodat je via je smartphone en Google Assistent commando’s aan het “signal” door kunt geven. Zet de benodigde code op de ESP8266 (kwestie van wat variabelen in een bestandje aanpassen voor jouw wifi-netwerk, jouw code bij Google etc en dan uploaden). En klaar.

Het resultaat is dan bv een signal met een paraplu er op die open gaat wanneer het gaat regenen. Je geeft dan via de Google Assistent, met stemcommando’s, door dat die bepaalde signal het weer in jouw woonplaats bij moet houden.  Zo hebben ze al een voorbeeld voor een signal voor raketlanceringen, een countdown klok (leuk voor in de klas om af te tellen naar de Kerstvakantie), eentje voor het weer die aangeeft of het korte broeken weer is of niet (voor de meeste leraren is het nooit korte broeken weer in de klas!!). Maar je kunt ook zelf nieuwe sjablonen verzinnen.

Google gebruikt voor hun kit de Adafruit Feather HUZZAH en die is niet heel goedkoop. Maar als ik naar de bijgevoegde code kijk, dan zit daar op het eerste oog niets in dat niet op een willekeurig ESP8266 zou kunnen draaien. Ik heb het nog niet kunnen testen, maar dit zou ook op een Wemos D1 mini van 2 euro uit China moeten kunnen werken. Logisch ook omdat de ESP8266 niet veel hoeft te doen. Hij hoeft alleen via WiFi contact te maken met de Google dienst, te luisteren naar opdrachten die hem vertellen hoe de servo moet draaien en de servo op basis daarvan aansturen.

Let op! Ik ga er vanuit dat dit een experiment is van Google dat met name op de Google Assistant gericht is. Garantie dat de API en de dienst jaren in de lucht blijft heb je bij Google sowieso niet vaak. Maar ja, dan haal je de onderdelen toch weer uit elkaar en gebruik je ze voor wat anders?

 

 

Deel dit bericht: