mrt 292017
 

De MOOC is inmiddels al bij week 4, maar ik wil je er toch (nog een keer) op wijzen. Het gaat over de Intro to Immersive Journalism: Virtual Reality & 360 video.

Waarom doe ik dat pas bij week 4? Omdat ik eerder zelf ook nog geen tijd gehad heb om deel te nemen aan de MOOC (waar ik me wel voor ingeschreven had). Tja, komt voor. Dus ik heb nog niet alle discussievragen, forumberichten en opdrachten bekeken. Ga ik waarschijnlijk ook niet doen.

Wat ik wél gedaan heb en ook als week 5 beschikbaar komt nog ga doen, is het bekijken van de bronnen die aangeboden worden.

Soms zijn het zelf gemaakte video’s en materialen, zoals de video bij Module 3 over apparatuur om 360 graden video te maken. Helder, voor mij niet persé nieuws, maar een duidelijk overzicht van waar je nu aan moet/kunt denken als je, als journalist, met 360-graden video aan de slag wilt. En als je in het onderwijs actief bent, dan gelden die afwegingen net zo.

Nou staat die video als verborgen/gelinkte video op YouTube, maar ik link er nu toch maar even niet rechtstreeks naar. Het is veel leuker als je je even zelf registreert voor de MOOC, dan kun je hem daarna hier vinden. Absoluut de moeite waard als je je met Virtual Reality, Augmented Reality of 360 graden video bezig houdt (in het onderwijs, in de journalistiek, in ….).

Een grappig en leerzaam kort filmpje dat ik nog niet kende en wel gewoon online beschikbaar is, is deze van YouTube. How NOT to shoot in 360 (degrees video).

 

Deel dit bericht:
jan 252017
 

Ik zal eerlijk bekennen dat ik hem nog niet helemaal uitgelezen heb, editie 1 van Hello World. Maar dat is niet zo heel erg gek, want dat eerste nummer is maar liefst 100 pagina’s dik. Het blad richt zich op onderwijzers en het onderwerp “computing and digital making”. Dat betekent de nodige aandacht voor maakonderwijs, robots, programmeren met scratch, python, tips, vragen, achtergrond (bijvoorbeeld over Seymour Papert), lesideeën, iets voor iedereen dus lijkt me. Voor leerkrachten in het Verenigd Koninkrijk is zelfs de versie op papier gratis, voor ons hier in Nederland kost die versie bij een jaarabonnement 5 Britse ponden per stuk, maar de PDF is helemaal gratis te downloaden. Ik zou zeggen: doen!

Er verschijnen 3 edities per jaar, dus ongeveer elke 4 maanden.

Deel dit bericht:
dec 182016
 

Afgelopen week heeft SURFnet het whitepaper “Open Badges” gepubliceerd. Het is geen heel dik document geworden. Dat hoeft natuurlijk niet, zie het als een eerste introductie. Al kan het natuurlijk zijn dat je er al over gelezen had, bijvoorbeeld bij Wilfred Rubens (blogpost uit 2011 over de potentie van het Open Badges programma voor onderwijs en leren) of bij Marcel de Leeuwe (blogpost uit 2013 n.a.v. de eerste open badges uitgedeeld bij de Fontys post-hbo opleiding e-learning).

Als iets nog maar eens bevestigd werd tijdens de EAPRIL in Porto afgelopen maand, dan is het wel dat de techniek achter badges niet het grote probleem is. Maar de vraag “hoe bepaal ik wat een badge waard is?” zeker als je “soft skills” wilt belonen met badges, blijkt dan nog een heel complexe. Net als wanneer je ouderwets cijfers wilt geven overigens. En wellicht maakt dat ook wel dat we vier-vijf jaar na het oprichten van het open badges programma in Nederland er nog niet zo heel erg veel ervaring mee hebben.

SURFnet wil daar verandering in brengen en roept onderwijsinstellingen op zich bij hen te melden (contactinfo onder aan de pagina) als ze daar aan mee willen werken. Lijkt me een prima plan. Maar laten we dan ook meteen Kennisnet aanhaken en experimenten door de onderwijssectoren heen bevorderen. Immers, als ik op een VO-school een badge haal, dan wil ik ook dat mijn aanstaande Universiteit daar ook iets mee kan. Badges zouden die muurtjes moeten helpen verlagen.

Op vrijdag 3 februari 2017 vindt een verdiepende SURFacademy-bijeenkomst plaats over kansen en uitdagingen voor open badges en microcredentialing in het hoger onderwijs.

 

Deel dit bericht:
nov 152016
 

micro_bit_nlHet was al even aangekondigd: de micro:bit, de kleine programmeerbare microprocessor die door de BBC in samenwerking met een groot aantal partners ontwikkeld is, is ook in Nederland te koop. Maar nu is ook de officiële micro:bit website (voor een deel) in het Nederlands beschikbaar via http://microbit.org/nl

Voor een deel, want je klikt nog regelmatig door naar nog niet vertaalde onderdelen en de vertalingen zijn ook niet altijd volledig, de auteursomgevingen zijn nog allemaal in het Engels. Maar het is een start. En er zal ongetwijfeld hard gewerkt worden aan het verder beschikbaar krijgen van Nederlandstalig materiaal.

Deel dit bericht:
sep 302016
 

leervlaknlDe reden waarom ik vanochtend toch weer eens bij Scoop.it kwam? Omdat ik het verslag van Jeroen Bottema wilde vastleggen. Hij was namelijk naar het Minisymposium ‘Onderzoek met studenten: wat leert de casus e-didactiek?’ geweest.

En daar was Scoop.it ideaal voor: het snel even vastleggen van berichten die je wilt delen met anderen en waar je niet heel veel aan toe te voegen hebt anders dan: de moeite van het lezen en delen waard.

Voor WordPress zelf is er nog niet één plugin die al die functionaliteit vervangt, maar het is in ieder geval een uitdaging om te kijken hoe e.e.a. wel te realiseren valt. Hoe dan ook, bij deze. 🙂

p.s. de titel was oorspronkelijke “Scoop: ….” maar dat vond ik toch weer teveel eer voor scoop.it

Deel dit bericht:
sep 192016
 

onderzoek_naar_schrijfonderwijsEen kleine maand geleden verschenen er in de media verschillende berichten over het promotieonderzoek van Monica Koster en Renske Bouwer  van het Utrecht Institute of Linguistics OTS over schrijfvaardigheid op het basisonderwijs. Ik verbaasde me toen over de beperkte en negatieve scope van een aantal van die berichten. De blogpost is hier te vinden.

Vandaag verscheen er op komenskypost.nl een bericht namens een van de deelnemers aan de pilot. Dat was, niet echt onverwacht, positief. Al kan ook Liesbeth Mol, de leerkracht van groep 8 die aan het onderzoek deelgenomen heeft zich de kritiek van anderen voorstellen.

Belangrijke uitspraak wat mij betreft echter is waar ze mee afsluit:

…door onze deelname aan het onderzoek hebben we aan den lijve kunnen ondervinden hoe fijn het is om schrijflessen te geven die ten eerste door de kinderen gewaardeerd worden en ten tweede de kwaliteit van de geschreven teksten enorm verbeteren.

Natuurlijk kun je dan nog steeds vraagtekens stellen bij een methode van een uitgever, maar het zijn wel twee heel duidelijke indicatoren van succes.

Deel dit bericht:
sep 132016
 


Een van de nadelen van Virtual Rearlity (ook ten opzichte van Mixed Reality of Augmented Reality) is dat je helemaal afgesloten bent van de buitenwereld. Zeker met een headset op voor het ruimtelijk geluid.
Dat kan natuurlijk veranderen. Bijvoorbeeld als je een multiplayer game hebt waarbij je met meerdere spelers/personen tegelijkertijd aanwezig bent in een VR omgeving.
Bovenstaande video laat een demo zien van IEEE waarbij 3 deelnemers, met behulp van een Oculus Rift, onder leiding van een “vluchtleider” opdrachten moeten uitvoeren op Mars.
Naast het bericht op armdevices.net, kun je ook indrukken lezen op digitaltrends en tomshardware.
De indrukken waren over het algemeen positief:

I felt properly enclosed in a spaceship, floating above Mars, but unlike so many other of my VR adventures, I wasn’t alone. I sensed that I had copilots to share my adventure with — and that felt phenomenal

Ook al was deze demo meer een proof of concept.

Ook hier neem ik aan dat het vervolmaken van de techniek een factor is (nu zitten ze naast elkaar, je wilt het ook over het netwerk kunnen spelen op afstand), de uitdaging zal zijn/blijven om zinvolle spelsituaties te bedenken waarbij VR meerwaarde heeft én het sociale groepsproces. En nee, ik verwacht geen klaslokaal met 30 leerlingen met zo’n Oculus Rift op hun neus, maar voor kleinere groepjes die (op afstand) samenwerken of die gezamenlijk problemen oplossen, simulaties doorlopen, rollenspellen uitvoeren? Waarom niet?

Deel dit bericht:
jun 282016
 

Het eerste bericht dat ik over Project Bloks tegen kwam gisterenavond laat was op Androidplanet.nl en dat had als titel “Project Bloks van Google leert kinderen programmeren“. En dat is eigenlijk precies niet wat het project doet.
Nou is de verwarring niet zo heel vreemd, want bij dat bericht was dit filmpje opgenomen, en dat filmpje is ook van Google, heeft vergelijkbare inhoud maar richt zich met name op een van de mogelijke eindproducten die te realiseren zijn met Project Bloks.

Project Bloks is namelijk gericht op ontwerpers, ontwikkelaars en onderzoekers. En ja, uiteindelijk ook op kinderen, maar het is voornamelijk een platform waar anderen producten op kunnen ontwikkelen.

Mooi. Al ben ik altijd een beetje sceptisch bij dit soort projecten van Google. Enerzijds hebben ze het geld om grote stappen te zetten, maar anderzijds is geen enkel project of product dat geen geld opbrengt zijn leven echt zeker bij Google. Met hetzelfde gemak draaien ze zoiets dan de nek om. Voor nu dus interessant, maar niet direct iets voor een leraar of docent. Ja, er is een eerste prototype dat samen met LEGO WeDo 2.0 of de Mirobot-tekenrobot en geschikt is voor kinderen tussen de vijf en acht jaar. Maar dat heeft als doel om te onderzoeken wat het beste werkt, niet om grootschalig in te zetten.

Nerddetail: Het Brain Board is gebaseerd op de Raspberry Pi Zero

Lees verder….

Deel dit bericht:
jun 262016
 

ifitweremyhomeAls je in een land woont, dan is dat vaak je referentiekader. Je voorstellen hoe veel groter of kleiner andere landen zijn, of waar andere verschillen zitten, is niet altijd even eenvoudig.

Richard Byrne verwijst naar drie verschillende sites die elk op hun eigen manier je in staat stellen (of je leerlingen in staat stellen) om hun eigen land te vergelijken met de rest van de wereld.

Zo krijg je bij If It Were My Home niet alleen de verschillen in afmetingen tussen twee landen te zien, maar ook een aantal andere vergelijking zoals over werkloosheid, energieverbruik, inkomen etc.

Overlapmaps is de meest eenvoudige van het drietal en laat “slechts” een kaart zien van de twee gekozen landen over elkaar.

TexasBij The True Size Of beginnen ze standaard met een lesje in “wist je wel hoe groot Afrika eigenlijk is?” door de VS, China en India er overheen te leggen. Een van mijn favorieten is de vergelijking van Nederland versus Texas. Het geeft wel een goed beeld van hoe klein ons kikkerlandje wel niet is.

Hoe dan ook, mooie sites om bij de hand te hebben.

Deel dit bericht:
jun 242016
 

Het lijkt alsof elk zichzelf respecterend bedrijf tegenwoordig een robot voor het onderwijs op de markt brengt. Het is bijna niet meer bij te houden wat er aan aanbod is. Van de COJI van WowWee had ik in ieder geval nog niet eerder gehoord. Hierboven zie je een filmpje met een uitgebreide demo en toelichting tijdens de  Toy Fair 2016 afgelopen februari. Hij is nog niet op de markt, dus geen filmpjes nog van gebruik in de praktijk door kinderen en de versie die gedemonstreerd werd deed nog niet alles.

De robot wordt op de markt gezet voor kinderen tussen 4 en 7 jaar. Via de iPad kunnen ze met Emoji’s (vandaar COJI = “Coding with Emojis”)  de robot programmeren. In de vorm van vrij programmeren en opdrachten/uitdagingen.

De prijs is redelijk aantrekkelijk, hij zou $60,- moeten gaan kosten als hij dit najaar op de markt komt.

Tja, als ik docent was op een basisschool zou ik nog niet zomaar weten of deze het geld waard was, net zo goed als dat van veel van die andere varianten nog nauwelijks écht te zeggen is. Daar is nog heel wat over uit te zoeken, waarbij het dan sowieso even de vraag is wat het doel is van het beschikbaar stellen van zo’n robot aan kinderen van 4 jaar. Alleen omdat het leuk is, wil je dat ze er iets van leren (zo ja, wat dan? welke vaardigheden?) en leren ze dat dan ook met de opdrachten die er bij zitten of die een leraar erbij kan maken?

Het wordt hoog tijd dat we dat voor leraren op een overzichtelijke manier in kaart gaan brengen!

Deel dit bericht: