jun 192016
 

Code_orgIn de nieuwsbrief van code.org van afgelopen weekend wijzen ze (nogmaals?) nadrukkelijk op hun “App Lab” omgeving. Ik schijf nogmaals met een vraagteken tussen haakjes omdat ik de omgeving zelf nog niet kende, ze het eigenlijk brengen als iets nieuws, maar de filmpjes en andere materialen maken duidelijk dat het er al even is.

Doet er natuurlijk eigenlijk helemaal niet toe, als je het niet kent, kijk dan zeker even op: https://code.org/educate/applab

Uit de filmpjes en uitleg, maar ook al door de leeftijdsaanduiding 13+ wordt duidelijk dat deze omgeving zeker iets anders is dan de “hour of code” (Uur code) omgevingen die je ook op code.org kunt vinden. Niet dat ze daar niet ook materialen voor hebben, er wordt onderscheid gemaakt in een code_org_opbouwaantal leeftijdscategorieën, zoals van 4-6, 6+, 8+, 10+ en nu dus 13+

Als je docent in het voortgezet onderwijs bent, of ouder met kinderen in die leeftijdscategorie dan moet je eigenlijk de site en de app gewoon een keer bekijken. Als ouder zou je je kind waarschijnlijk er gewoon eens mee aan de slag willen laten gaan, las docent wil je waarschijnlijk eerst de achterliggende materialen bestuderen. Want er is het nodige beschikbaar. Niet alleen filmpjes, maar ook lesplannen en opdrachten die je natuurlijk niet een-op-een over hoeft te nemen, maar die je wel de nodige inspiratie kunnen geven. Uitdaging lijkt me binnen het onderwijs dan weer de vraag: in hoeverre laat je leerlingen gewoon los op het geheel van hulpmiddelen en waar moet je ze helpen? Hoe bereik je de juiste balans tussen “motiverende frustratie/uitdaging” en té grote stappen/onbekendheid/onzekerheid waardoor ze het gevoel hebben dat ze het niet aankunnen?

Neem bijvoorbeeld onderstaande uitleg:

Ik snap wat ze aan het uitleggen is, maar dat was voor het filmpje ook al zo. En voor de duidelijkheid, het filmpje staat niet op zichzelf, het is onderdeel van een lessenplan én je kunt meteen oefenen met wat ze hier uitlegt. Maar er komen heel wat vaktermen vooruit. En dan is het van hieruit naar App lab toch nog best een stevige stap.  Ik ben benieuwd naar ervaringen. Een ding is in ieder geval wel zeker: er wordt flink aan de weg getimmerd en docenten krijgen (ook in Nederland) eerder te maken met keuzestress als het gaat om “wat gebruik ik allemaal?” dan dat ze als probleem hebben dat er geen (gratis) lesmateriaal beschikbaar is.

 

 

Deel dit bericht:
jun 142016
 

Swift_Playgrounds Wel of niet leren programmeren? Voor iedereen of optioneel? De discussie binnen het onderwijs in Nederland is nog gaande, maar hoe Apple er tegenover staat zou na de uitspraken van haar directeur eigenlijk geen verrassing meer moeten zijn.

En daarom is het eigenlijk ook logisch dat Apple gisteren een leeromgeving heeft aangekondigd (nog maar eentje) die tot doel heeft jonge ontwikkelaars te leren programmeren in de eigen programmeertaal Swift. De omgeving heet Swift Playgrounds en is voor de zomer voor ontwikkelaars en als bèta beschikbaar. Vanaf september is hij er dan voor iedereen.

Is het wat? Kunnen we er wat mee op school? Dat moeten we uiteraard gaan uitzoeken. Zoals wel vaker bij Apple zijn er een aantal beperkingen. Zo kun je er niets mee als je geen iPad hebt. Of iOS 10 verplicht gaat worden voor de toepassing weet ik niet, de release valt samen en het zou niet voor het eerst zijn dat Apple dit koppelt (lees: optimaal gebruik maakt van de mogelijkheden van de nieuwe versie van iOS en daarom niet in staat is om oudere versies van het OS te ondersteunen).
Daarnaast richt het geheel zich op Swift als programmeertaal. Ik weet niet of het écht uitmaakt welke programmeertaal je als eerste leert, zou een mooi experiment zijn (is de ene taal eenvoudiger te leren en hoe inzetbaar zijn de concepten en de opgedane kennis op andere plekken dan). Ook blijkt uit de voorbeelden al dat het best op code (tekst) gericht is. Dat is ongetwijfeld noodzakelijke kennis als je met Swift iets wil, maar het is de vraag of dat bv voor de jongste leerlingen zo geschikt is.
Ik ben daarnaast ook nieuwsgierig in hoeverre Apple zich beperkt tot puur het aanleren van de vaardigheid van programmeren of dat ze ook inhoudelijk uitstapjes maken naar/links leggen met zaken als computational thinking.

Sterk punt lijkt de flexibiliteit te zijn waarbij leraren ook zelf kunnen aangeven welke delen leerlingen zouden moeten gebruiken of waarbij leerlingen zelf keuzes kunnen maken voor de te volgen content

Meer dan genoeg vragen om te onderzoeken dus.

Deel dit bericht:
jun 052016
 

coverVan Kennisnet / Mijn kind Online komt “125 leerzame apps & websites” met als ondertitel: voor kinderen van 4 tot 12 jaar.

Laat ik beginnen met de opmerking: als je leraar bent in het basisonderwijs, dan is het gewoon een PDF om te downloaden en eens door te lezen.

En daarna twijfel ik een beetje. Want het document riep bij mij een heleboel vragen op. En zelf vind ik dat super. Het zet mijn hoofd aan het werk, zeker als ik daar niet meteen zomaar de antwoorden bij heb. Maar als ik die vragen hier beschrijf, dan kun je dat ook lezen als het schieten van gaten in het document. En zo is dat wat mij betreft niet direct bedoelt.

Goed, daar gaat hij:
Bestuurders in gesprek met leraren?
Het eerste intrigerende kwam ik al tegen in het persbericht van Kennisnet zelf over het document. Daar staat namelijk:

Met ‘125 leerzame apps & websites’ wil Kennisnet leraren inspireren om met apps in de klas aan de slag te gaan. Maar de inspiratiebrochure is ook bedoeld om bestuurders in het primair onderwijs te helpen om met hun medewerkers te praten over de kwaliteit van digitale inhoud voor leerlingen.

Dit lijkt een toevoeging te zijn van de PR-afdeling, want nergens in het document kom ik echt handvatten tegen voor leidinggevenden. Ik zou het super vinden als leidinggevenden op basisscholen inderdaad in met hun leraren in gesprek zouden gaan over de kwaliteit van het leermateriaal dat gebruikt wordt. Maar minstens net zo handig is het als de leraren zelf met elkaar in gesprek gaan hierover. Maar ook zij zullen daar in het begin wat hulp bij nodig hebben.
Lees verder….

Deel dit bericht:
jun 012016
 
Via Makered.nl kwam ik bij bovenstaande video van Techinsider.io over Makerspaces in het onderwijs in de VS. Op Makered.nl geeft Arjan een uitgebreide tekstuele toelichting bij de video, dus als je liever leest dan video kijkt, moet je even daar kijken. Wat ik zelf vooral ook mooi vond aan het voorbeeld van het Marymount College is dat ze daar Maker Education als een doorlopende lijn door alle leerjaren heen hebben geïntroduceerd. Daarbij zijn de verwachtingen van wat leerlingen doen en kunnen in het begin (uiteraard) anders dan wanneer ze ouder zijn.
Ook die laatste opmerking is goed om te onthouden: je moet van een Makerspace niet een opgeleukte wrapper maken voor de reguliere content. Dan raakt de omgeving zijn kracht kwijt.
Deel dit bericht:
mei 312016
 

microbi De Micro Bit en ik hebben tot nu toe een wat moeilijke relatie. Ik was sceptisch vooraf, maar het bezoek aan de BETT deed me besluiten dat het kleine apparaatje toch kansen bood die uniek waren.
Maar vandaag, nu de Micro Bit eindelijk ook voor “iedereen” te koop is, ben ik toch weer een stuk sceptischer. Waarom? Omdat de kit £12.99 moet gaan kosten, dus bijna €17,-. En dan gaat hij niet per stuk, maar Element 14, de enige plek waar ik hem nu kan vinden, verkoopt hem alleen in eenheden van minimaal 90 stuks. Ehm, niet echt geschikt voor 1 klasje of een test thuis of in het iXperium.

Maar zelfs zonder die 90 exemplaren die ik zou moeten aanschaffen, is 17 euro best duur. Voor dat bedrag koop ik ook een Pi Zero + Adapters + case. Voor £9 koop je een Pi Zero + Adapters en voor £4 koop je de Pi Zero kaal (als hij op dat moment op voorraad is). Scheelt toch wel even €12 per stuk, oftewel: 3x Pi Zero zonder alles versus 1x Micro Bit (+ USB kabel + batterijhouder + 2 AAA batterijen).

Het is natuurlijk ook wel een beetje appels met peren vergelijken. De Pi Zero en de Micro Bit zijn heel verschillende apparaten. De ene is closed source, de andere niet (en dat betekent waarschijnlijk dat de Micro Bit ook echt nog wel in prijs gaat zakken). De ene draait op Linux, de andere op een embedded systeem. Beiden hebben nu al heel wat onderwijsmateriaal. Kortom, je zult je echt moeten gaan afvragen of je die 3x Pi Zero kaal koopt of toch die €17 wilt uitgeven voor een Micro Bit.

Wie heeft er een scenario dat beter geschikt is voor de ene of de andere optie?

Deel dit bericht:
mrt 292016
 

3D_printing_serviceKijk, zo laat je zien dat je 3D printen serieus neemt als onderwijsinstelling. Penn State universiteit heeft een 3D printservice ingericht voor studenten en medewerkers. Nadat ze online een account aangemaakt hebben, kunnen ze via die weg ook bestanden uploaden om te printen. Dat printen gebeurt dan op een van de maar liefst 32 MakerBot desktop 3D printers. Zodra de print klaar is krijgen ze een mailtje en kunnen ze hem komen ophalen.

Ik heb nergens op de site iets kunnen vinden over kosten, waarschijnlijk zijn de prints dus helemaal gratis, dat zou ook kunnen gezien de opmerkingen bij het printformulier:

Due to high demand and limitations of the MakerBot Innovation Center interface, we are not able to honor quantity requests. Each submission will be printed one time.

Additionally due to high demand, users may only have one submission printing at a time in the interest of providing equal access for all Penn State students and faculty. Please prioritize your print submissions.

Daaronder staat dat het op dit moment naar verwachting 8 dagen duurt voordat je print klaar is. Dat is dus iets vervelender. Zeker omdat ze zich ook nadrukkelijk richten op docenten met voorbeeldopdrachten die ze aan studenten zouden kunnen geven. Dan moet je voldoende tijd inplannen voor het daadwerkelijk laten printen van het “huiswerk” van studenten. Laten we het kinderziektes noemen.

Ik ben benieuwd waar Penn State e.e.a. uit betaald. Als die printers continue staan te printen, dan zal ook het in de lucht houden ervan de nodige personele inspanning vergen. Wat dat betreft is het haast verrassend dat ze niet een slag professioneler zijn gegaan.

(getipt door Campustechnology.com)

Deel dit bericht:
mrt 172016
 

Nee, die titel is niet van mij afkomstig, dat is een uitspraak van “Dramwief” op een item op RTV Oost over het gebruik van iPads bij middelbare scholen in Overijssel. Je kunt de hele reactie ook hieronder lezen:

Dramwief

Ik wiet niet of Dramwief de moeite genomen heeft om ook het filmpje van iets meer dan vijf minuten dat bij het bericht te vinden is te bekijken. En natuurlijk ook niet naar welke school haar dochter gaat, maar ik neem niet aan dat dat de Waerdenborch in Holten is waar het item over gaat.

Het filmpje zelf geeft eigenlijk juist een heel mooi voorbeeld van de integratie van tablets in zo op het oog toch nog heel traditioneel georganiseerd onderwijs. Inderdaad, heel anders dan O4NT-scholen (die ook nu weer “iPad-scholen” genoemd worden omdat de reporters er blijkbaar vanuit gaan dat het gebruik van boeken/schriften in aanvulling op de iPads het belangrijkste verschil is) maar ook anders dan bijvoorbeeld Agora in Roermond. Het zijn een beetje appels en peren die vergeleken worden.

In plaats van te roepen “dat werkt toch niet” zou ik als ouder en als onderzoeker eerder juist meer willen weten om de achterliggende visie en aanpak. Dat ze voor werkboeken papier gebruiken uit praktisch oogpunt, dat is helder. Maar het filmpje van vijf minuten gaat niet in op bv de keuze van de lesmaterialen (wat koop je in, gebruik je gratis, ontwikkel je zelf), mate waarin het gebruik van de iPad echt al in alle vakken in jaar 1 en 2 geïntegreerd is, hoe de scholing van die docenten die het aan-knopje in het begin nog niet zouden weten te vinden verder gaat naar bijvoorbeeld het leren na te denken over didactisch gebruik van ict, of het ook daadwerkelijk aanpassen van hun lesstructuur/werkvormen etc.
Andere opmerkingen in het filmpje klinken daarnaast wat vreemd, bv over dat als de wifi uitvalt dat geen probleem zou zijn omdat ze de boeken op papier nog hebben. Als het goed is, dan is dat ook maar beperkt waar, omdat die twee in gebruik nauw met elkaar verweven zouden zijn (zegt de rest van het filmpje).

En waar ze in het filmpje heel stoer zeggen dat het niet persé een iPad hoeft te zijn, geeft de website wel nog aan dat de ouders alleen een iPad kunnen/moeten aanschaffen. Ik kon daarbij niet zo snel zien welke programma’s of apps ze dan gebruiken die alleen voor iOS beschikbaar zijn. En als ouder zou ik over zo’n disclaimer als “De ontwikkelingen gaan snel. Door verbeteringen in de software, die vaak ook een negatief effect hebben op een ouder type iPad, adviseren wij u goed na te denken over het aan te schaffen type. Zeker met het oog op de duur van de schoolloopbaan van uw zoon of dochter.” die voor mij leest als “koop je een te licht model, dan heb je pech en moet je er straks een nieuwe aanschaffen” ook niet zo heel blij worden.

Kortom, hoe langer ik over het filmpje en het voorbeeld nadenk, hoe meer vragen ik heb. Voor kort door de bocht conclusies is het echt nog te vroeg. Dát zou ik pas hopeloos en dom vinden.

Deel dit bericht:
mrt 142016
 

Over_onderwijs_en_ictIk doe eigenlijk niet echt aan “volgtips” of “bloglijstjes”. Een goede manier om te weten welke blogs of RSS-feeds ik volg is gewoon veel berichten lezen, dan zie je vanzelf waar mijn inspiratie vandaan komt.

Dat ik dan een blogpost gebruik om te verwijzen naar een Facebook Community zónder RSS-feed mag je dan ook wel als hoge uitzondering beschouwen. Maar bij deze: “Over onderwijs en ict“.

En als jij het nu ook een zinvolle, interessante, nuttige bron van berichten vindt, laat het ze dan even weten én geef dan meteen aan dat als ze nou naar een echte weblog overstappen, dus iets met een RSS-feed zodat andere mensen hen ook via bijvoorbeeld Feedly kunnen volgen, dat nóg veel beter zou zijn! 😉

Deel dit bericht:
mrt 082016
 

Op Kickstarter loopt op dit moment een interessante actie. Het gaat om de Cubetto van PrimoToys.
Het ziet er uit als een houten doosje op wielen met een bord waar kinderen (vanaf 3 jaar) blokjes op kunnen leggen. Die blokjes vormen het programma voor de Cubetto.
Het concept lijkt erg op wat je met de Bee-Bot al programmeer je hier niet direct op de robot zelf, maar op een apart bord.

De reden waarom ik de Cubetto zo interessant vind, is dat dit niet zomaar een Kickstarter is die op een namiddag in een schuurtje verzonnen is. Als je de Kickstarter pagina bekijkt, dan zie je dat er heel wat werk al gedaan is.

Sowieso al in het ontwerp. Dat is neutraal zodat het zowel jongens als meisjes zou moeten aanspreken. Maar omdat het met vormen, geluiden en beweging werkt zou het ook voor slechtziende of blinde kinderen bruikbaar moeten zijn.
Daarnaast wordt uitgelegd waarom het zou passen bij Montessori onderwijs, welke programmeercomponenten afgedekt worden (Algorithms, The Queue, Debugging, Recursions, Infinite Loops), ze verwijzen naar een (concept) docentenhandleiding (PDF) en naar een document met case studies/voorbeelden van een groot aantal scholen/onderwijssoorten/werkvormen (PDF) al kon ik nog niet het hele lijstje terug vinden in het document. Op hun website hebben ze het over 800 scholen wereldwijd die al met de bèta versie expeTurtlerimenteren/werken.

Kortom, er is al heel wat uitgezocht en bekend. En ze zijn daarbij niet vergeten dat zij dat niet allemaal zelf bedacht hebben:

We’re also here because of the pioneering work of educators and technologists like Seymour Papert and Jean Piaget (fathers of the Logo programming language) and Maria Montessori, who gave us an amazing framework for development, and some very broad shoulders to stand on indeed.

Tot slot heeft de manier waarop het geheel opgebouwd is ook wel iets aantrekkelijks. Geen plastic robotjes, ook geen schermpjes en zichtbare elektronica. Tastbare blokken die de basisbeginselen van programmeren bijbrengen.

De Kickstarter actie loopt nog tot 7 april 2016. Gezien het bedrag dat ze nu al binnen hebben, verwacht ik wel dat ze het gaan halen. De prijs is inmiddels gestegen naar $165 bij de volgende staffel wordt het $175.

Deel dit bericht:
mrt 072016
 

iPADHet was eigenlijk zo’n “zucht” bericht, toen ik het bij Bright tegen kwam afgelopen zaterdag: Steeds meer kinderen hebben ‘tabletnek’ met als ondertitel: “Overmatig tabletgebruik zorgt voor nekklachten bij jonge kinderen”.

Ik sloeg hem op om toch nog maar even te kijken op basis waarvan dat bericht tot stand gekomen was. In het artikel wordt verwezen naar berichten uit Denemarken (de vereniging van fysiotherapeuten daar) en België. Het bericht uit België wordt naar gelinkt en daar kun je het item ook nog beluisteren. Aan het woord komt Professor kinesitherapie Barbara Cagnie van de Universiteit van Gent. Deze mevrouw heeft gelukkig een heel rationele kijk op de zaken. De “vergelijkbare geluiden” in België vallen dus wel mee. Maar gegeven blijft inderdaad dat we tegenwoordig meer kans hebben op RSI, Repitive Strain Injury,  de overkoepelende naam voor overbelastingsklachten aan de bovenste ledematen (nek, schouders, arm, elleboog, pols,…). En laat de internationale RSI-dag dit jaar nou toevallig op 29 februari vallen. Dan is het tijdstip van het bericht al iets beter te begrijpen.

De waarschuwingen omtrent RSI en computer, tablet, smartphone gebruik zijn dan ook niet nieuw:

Voorzichtige conclusie: RSI blijft een gevaar, we hangen er steeds andere labels aan, maar we doen tegenwoordig veel dingen die kunnen bijdragen aan een overbelasting aan bepaalde (kleine) spierbundels in ons lichaam. Een tablet is daarbij niet anders dan een smartphone of een laptop. En laten we eerlijk zijn, die beeldscboek_rsihermen waarvan nu gezegd wordt dat je die zo mooi op de juiste hoogte kunt stellen, stonden dat ook nooit.

De vraag waar ik wel nog mee bleef zitten is ook niet nieuw, ik kwam een ingezonden vraag in het NRC van 2012 tegen die precies ditzelfde stelde (zie hiernaast): waarom hadden we het nooit over het ontstaan van RSI bij het lezen van boeken op papier? De houdingen die getoond werden als “slecht” bij het gebruik van tablets lijken me namelijk bij uitstek ook de houdingen waarmee we “vroeger” gewone boeken lazen.

Blijft natuurlijk overeind dat lange periodes van in dezelfde houding, op dezelfde manier uitvoeren van dezelfde soort handelingen het risico van RSI met zich meebrengen. Voor kinderen, maar ook voor volwassenen en senioren is het afwisselen van houding en activiteiten dus van belang, naast het sowieso aandacht hebben voor een goede houding. Laten we stoppen met het koppelen van zulke klachten aan populaire toepassingen of technologie. Dat is leuk voor de krantenkoppen of headlines op websites, maar zorgt er niet voor dat het serieuzer genomen wordt.

 

Deel dit bericht: