Het is een principe dat al heel oud is, maar dat ik tot nu toe nog niet eerder zelf uitgeprobeerd had: het verstoppen van berichten in afbeeldingen. Ik kwam bij MakeUseOf.com een beschrijving van 4 verschillende manieren tegen waarmee je dat eenvoudig kunt doen. Ik heb het zelf getest met de afbeelding hier bij het bericht en een online dienst genaamd mozaiq. Als je de afbeelding opslaat en daar upload, dan krijg je de boodschap te zien.
Als extra ‘beveiliging’ had ik er nog een wachtwoord aan toe kunnen voegen zodat je niet alleen de afbeelding te pakken moet krijgen, én moet weten welk mechanisme gebruikt is (of welke dienst) maar ook nog het wachtwoord. Maar goed, dit was ook niet bedoelt om echt geheim te zijn, dit was gewoon een zaterdagprojectje.
Toen ik voor het eerst van OpenSCAD hoorde wist ik eigenlijk niet goed wat ik er van moest vinden. Een CAD-ontwerp maken door code in te typen in plaats van via een GUI waar je lijnen kon trekken en kon tekenen? Wie zou dat nou willen? Nou, ik heb ontdekt dat ikzelf dat wel wil.
Waarom? Nou, omdat je met een paar regels code exact dezelfde dingen kunt laten tekenen als dat met bijvoorbeeld Sketchup mogelijk is. Op de afbeelding hiernaast zie je de webcamhouder die ik eerder al in Sketchup nagemaakt had. Daar moest ik toen aan de slag met de juiste aangezichten, het opmeten van het origineel en trekken van hulplijnen zodat ik de juiste maten en afmetingen kon aanhouden.
Het tekenen in Sketchup is als het bewerken van klei: je kunt direct zien wat je doet, hebt direct tastbaar resultaat in ruimtelijk opzicht, maar o wee als je eigenlijk een paar stappen terug had willen gaan. Dan heb je een probleem.
OpenSCAD werkt met programmacode. Een regel als cube([10,20,30],center=true); tekent een kubus van 10x20x30 die gecentreerd wordt om het nulpunt van de X,Y,Z-as. Voer je in: cylinder(h=10,r1=3,r2=3,center=true); dan krijg je een cylinder etc.
Wil je 10 handelingen later de cilinder net wat groter/kleiner maken of de kubus? Geen probleem. Gewoon even de maten in de code aanpassen!
Andere voordelen zijn dat je de ‘tekeningen’ eenvoudig aan versiebeheer kunt onderwerpen. Je kunt dus bijvoorbeeld Github gebruiken en dan eenvoudig zien wat verschillen tussen versies zijn. De code is namelijk “gewoon” de lezen. Het bronbestand van bovenstaande tekening kun je hier downloaden/bekijken.
Je kunt bijvoorbeeld ook een webinterface bouwen waarmee gebruikers eenvoudig op basis van een webformulier variaties kunnen laten genereren. Thingiverse maakt hier gebruik van en deze pagina legt uit hoe je zelf een OpenSCAD bestand kunt maken met instelbare opties dat je dan zelf kunt toevoegen aan de Thingiverse website. Hier zie je voorbeelden van zulke projecten.
OpenSCAD is helemaal open source, je kunt de omgeving downloaden vanaf de website en er staat uitgebreide documentatie online. Export kan naar o.a. STL zodat je daarna direct aan het 3D-printen kunt. Ik begrijp dat er inmiddels varianten op zijn die bepaalde specifieke problemen oplossen. Voor mij was het een eye-opener dat je ook op deze manier 3D tekeningen kunt maken.
p.s. de video is (uiteraard, anders verwees ik er niet naar) de moeite van het kijken zeker waard, maar een spreker die zegt “laten we naar deze video kijken in plaats van dat jullie naar mijn saaie presentatie die ik had voorbereid moeten luisteren” heeft toch niet helemaal begrepen waarom hij daar stond.
Er zijn mensen die alle heisa rond de vernieuwingen bij Flickr een goed iets vinden. Er wordt immers weer over Flickr gesproken, terwijl de fotodienst “op sterven na dood” was en er is immers altijd bezwaar tegen wijzigingen. Nou, ik zal het even niet over de wijzigingen van het uiterlijk van de site hebben. Die hadden van mij niet gehoeven, maar daar kan ik nog wel aan wennen. Waar ik wel, ondanks alles wat er al over geschreven is, toch iets over kwijt wil is hoe Flickr haar trouwste klanten, de klanten die altijd betaald hebben voor het gebruik van de dienst nu zomaar in de kou zet.
Het is ook een waarschuwing dat zelf betalen voor een online dienst geen garantie is voor een nette behandeling. En waar veel mensen bij het bericht over Google Reader nog riepen “als je niet betaald voor een product dan ben jij het product”, nou ik betaalde sinds 2005 elk jaar gewoon voor mijn Flickr Pro account. Nog voordat Yahoo! er met zijn vingers aan kwam. Lees verder »
Van 31 mei tot en met 7 juni 2013 vindt in de regio Eindhoven voor de tweede keer de Dutch Technology Week (DTW) plaats.
Professionals, scholieren, studenten, technologieliefhebbers – kortom iedereen – kan tijdens deze week ervaren hoe innovatief de regio is en hoe leuk en spannend het is mee te werken aan innovaties die de wereld veranderen. Dat kan ook bij Fontys. Fontysstudenten zijn al tijdens hun hbo-studie op velerlei manieren bezig met technologie en innovatie. Onder de titel: Fontys Technology & Innovation in Education: the future is now! presenteren een aantal studenten van ICT, Engineering, Applied Science, Technische Natuurkunde, Bedrijfskunde, Educatie en Zorg hun innovatieve projecten. De studenten laten zien en beleven hoe zij tijdens hun hbo-studie inhoud geven aan technologie en innovatie. Je kunt komen kijken naar de resultaten van deze projecten.
Doelgroep: iedereen die van dichtbij wil zien hoe studenten tijdens hun studie bezig zijn met technologie en innovatie, zoals directeuren en docenten basisonderwijs, voortgezet onderwijs en van andere kennis- en onderwijsinstellingen, bedrijven die geïnteresseerd zijn in participatie (in wat voor vorm dan ook) in projecten, potentiële studenten en hun ouders (avondprogramma).
Je kunt terecht op woensdag 5 juni 2013 van 14.30 tot 17.00 uur en tijdens de open avond van 18.00 tot 21.00 uur in de kantine van gebouw R1 aan de Rachelsmolen in Eindhoven. Inschrijven is niet nodig.
Nou kan het natuurlijk zomaar zijn dat je na mijn stroom berichten over 3D Printen enthousiast geworden bent over de mogelijkheden. Of wellicht vraag je je af of 3D printen nu echt klaar is voor gebruik in het onderwijs.
Ik heb bewust een aantal dagen gewacht met dit bericht, omdat ik bij mezelf het eerste enthousiasme ook even wilde laten zakken voordat ik hier een bericht over zou schrijven. Anders is het heel gemakkelijk om jezelf te verliezen in jubelverhalen.
3D printen heeft zeker toepassingen binnen het onderwijs. Het Educators Technology blog schrijft bijvoorbeeld:
“3D printing provides several features that can revolutionize education here are some of them :
It provides teachers with 3 dimensional visual aids that they can use in their classroom particulalry in illustrating a hard to grasp concept
3D printers make it easy for teachers to seize the interest of their students compared to just showing the pictorial representations of objects.
It enhances hands-on learning and learning by doing. Using this prototyping technology, students will be able to produce realistic 3 dimensional mini-models (great for engineering, architecture, and multi-media arts students).
It provides more room for interactive class activities. In biology, for instance, teachers can create a 3D model of the human heart, head. skeleten…etc to teach students about the human body.
Given all these attributes, 3D printing seems to hold some promising and ground-breaking innovation that will definitely assist in the fulfillment of a productive educational experience.”
Samengevat: docenten kunnen zo eenvoudiger de beschikking krijgen over driedimensionale hulpmiddelen om complexe concepten te illustreren. Die objecten maken het voor leerkrachten gemakkelijker om de aandacht van studenten vast te houden in vergelijking tot 2D afbeeldingen. Als studenten zelf 3D objecten produceren dan is dat een uitbreiding op het hands-on leren en learning by doing (leren door het te doen). 3D printen biedt ruimte voor meer interactieve activiteiten in de klas. Op Online Degrees staat een infographic met mogelijkheden van gebruik van 3D printen in het onderwijs, met daarin o.a.
Techniek studenten kunnen hun ontwerpen als protypes printen;
Bouwkunde studenten kunnen 3D modellen van hun ontwerpen printen;
Tijdens de geschiedenisles kunnen historische objecten geprint worden zodat ze meer in detail bekeken kunnen worden;
Grafische ontwerpstudenten kunnen 3D versies van hun kunstwerken printen;
Tijdens de Aardrijkskundeles kunnen topografieën, demografische modellen of populatiekaarten geprint worden voor een 3D weergave;
Tijdens kooklessen kunnen vormen voor voedsel geprint worden;
Automobielstudenten kunnen reserveonderdelen of aangepaste onderdelen printen om te testen;
Chemiestudenten kunnen modellen van chemische verbindingen printen;
Biologiestudenten kunnen cellen, virussen, organen en andere biologische objecten printen;
Wiskundestudenten kunnen modellen visualiseren via 3D prints.
Een valide vraag in zo’n geval lijkt me altijd of 3D printen dan ook de beste oplossing is voor een probleem. Want waarschijnlijk is in veel gevallen het 3D model zelf ook al voldoende en is de extra tijd die het printen van een model vergt dan beter besteedt aan het analyseren ervan. En zijn de studenten in de les vooral bezig met het ‘cool zijn’ van 3D printen, of leren ze echt meer/beter/dieper doordat ze iets ook in 3D (laten) printen? Ook als het gaat om het gebruik van 3D modellen door de docent geldt zo’n zelfde afweging: moet je het model zelf printen (meestal in één kleur)? Is het model op de een of andere manier al te koop? Is het zinvol om het model professioneel te laten printen in meer kleuren? Is het nodig om een fysiek 3D model te hebben versus alleen de afbeelding of een weergave van het 3D model via beamer of digitaal schoolbord?
Stuk voor stuk vragen die een docent zich zou moeten stellen voordat hij/zij met 3D printen aan de slag gaat.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog niet de mogelijkheid gehad heb om met Tinkercad te spelen. Het eerste wat ik namelijk van de dienst zag, was een melding dat ze zouden gaan sluiten en dat het daarom niet meer mogelijk was om een nieuw account aan te maken.
Aan de andere kant zag ik wel op heel veel plekken voorbeelden van het gebruik van Tinkercad als heel laagdrempelige 3D ontwerpomgeving. Hier en daar waren dan ook de nodige docenten die aangaven het erg jammer te vinden dat de dienst ging sluiten.
Vandaag zag ik het bericht voorbij komen dat het zover (gelukkig) niet gaat komen. Autodesk, bekend van een aantal gratis 3D ontwerp tools (zoals 123D Catch waar ik minder goede ervaringen mee heb) heeft namelijk bekend gemaakt dat ze Tinkercad overnemen. Ze zijn van plan de dienst in de lucht te houden. Het is dan ook per direct weer mogelijk om gratis een account aan te maken.
Daarbij is het blijkbaar zelfs zo dat op dit moment de gratis accounts meer mogelijkheden krijgen dan voorheen: je kunt nu een onbeperkt aantal ontwerpen maken, alle import- en export-opties zijn beschikbaar en “ShapeScripts” zijn beschikbaar voor de gratis accounts. Deze actie geldt slechts tijdelijke en je wordt door Kai Backman, oprichter van Tinkercad dan ook aangeraden om snel een account aan te maken. Dat heb ik dus ook maar meteen gedaan.
Ik heb vandaag ook nog geen tijd gehad om te testen (ben even paar dagen buitenshuis), maar dat komt dus nog.
Laat ik het bericht even beginnen met de opmerking dat de titel niet op mijn mening slaat, maar op die van Nick Allen, oprichter van 3D printbedrijf 3D Print UK uit het Verenigd Koninkrijk. En hij kan het weten (zegt hij zelf) omdat hij dagelijks bezig is met het (laten) printen van 3D objecten.
Als je het rechtstreeks van hem wilt horen in het Engels, moet je even op Gizmodo kijken, voor alle anderen zal ik zijn belangrijkste punten even samenvatten.
Onjuist beeld van de werkelijkheid op basis van foto’s
Nick geeft aan dat mensen heel erg veel verwachten van 3D printen op basis van voorbeelden die niet helemaal de werkelijkheid weergeven. Foto’s van modellen die in full-colour geprint zijn, zien er schitterend uit, maar het zijn (meestal) geen werkende modellen. Een 3D print van een onderstel van een auto is nog geen onderstel van een auto. Daar komt bij dat mensen verwachten dat ze dat ook kunnen doen met een apparaat van een paar honderd dollar.
De naam klopt niet
De naam “3D printing” bekt goed, terwijl het eigenlijk “rapid prototyping” (klinkt een stuk minder sexy) zou moeten zijn. Onderdelen die met 3D printers gemaakt worden zijn niet zo sterk als onderdelen die op de traditionele manier gefabriceerd zijn, zegt Nick. Dat heeft te maken met de manier waarop de laagjes op elkaar gelegd worden. Hij vergelijkt het met een muur gebouwd van Lego. Die duw je gemakkelijk om. Ik ben het daar niet helemaal mee eens omdat het ontwerp en het printproces ook voor sterkere verbindingen kan zorgen, maar het is natuurlijk wel zo dat sommige materialen die gebruikt worden in ‘traditionale’ productieprocessen nu eenmaal sterker zijn dan het ABS waarmee je thuis vaak print. Lees verder »
Carlo Fonda, een van de editors van het boek “Low-cost 3D Printing for Science, Education and Sustainable Development” wees me op het overzicht met video’s die gemaakt zijn tijdens de workshop die hierover begin deze maand in Italië plaats vond.
Voor mij, ondanks dat ik het boek gelezen heb, een lijstje must-see video’s, maar ook een lange lijst (lange) video’s, dus niet iets om ineens achter elkaar te bekijken.
Ik heb zojuist de eerste van de serie bekeken, getiteld “The RepRap project: an open source/open hardware movement for 3D-printing”. In deze video van bijna een uur verteld Alessandro Ranellucci (van RepRap en Slic3r) uit Italië over het RepRap project. Het is er zeker eentje die ik je kan aanraden als je beginnende belangstelling hebt voor het zelf bouwen van een 3D printer. In de presentatie komt namelijk een stuk geschiedenis van deze FFF printers en de verschillende varianten die voortgekomen zijn uit de oorspronkelijke Darwin-printer zoals de Mendel, de Prusa Mendel en Delta printers.
Allesandro staat ook uitgebreid stil bij de verschillende deelonderdelen van een 3D-printer:
Frame/het raamwerk
De mechanica
De printbare onderdelen
De elektronica
De software
De firmware
De CAM software
Hij staat niet expliciet stil bij de verschillende soorten materialen, maar wel bij de verschillende soorten hotends (het hete uiteinde van de printkop) en extruders (die zorgen voor het doorduwen van het filament) en de werking/noodzaak van een verwarmd printbed. Kortom, allemaal zaken die je zeker moet weten als je zelf wilt gaan bouwen. Zijn advies overigens is om te starten met een complete kit die je dan in elkaar zet (ook hier komen plug and play printers niet in het verhaal voor).
OK, kom maar op met alle bezwaren op privacy gebied! Ik vind het gewoon cool.
In bovenstaand filmpje wordt uitgelegd hoe het bedrijf AKQA dit voor Google gerealiseerd heeft. Ze gebruiken een standaard zeppelin (al kan ik zo snel niet ontdekken waar je die zou moeten kunnen kopen), rusten die uit met een zwaardere accu, een Raspberry Pi met Debian, VLC en Python en een 5Ghz USB Wifi-dongle. Dan streamen ze de 720p video via VLC naar YouTube of het Wifi-signaal. Met behulp van Python code sturen ze de motor van de camera aan vanuit de Raspberry Pi.
Je kunt het resultaat zien op http://www.ioairshow.com/. Je moet de livestream even naar het begin terug zetten omdat op dit moment dag 2 voorbij is. Daarnaast maakt het ding nog foto’s ook die online geplaatst worden. Schitterend toch?
Wanneer krijgen we de eerste conferentie in Nederland met zo’n zeppelin?