De hokjesman over Rotterdam

 Gepubliceerd door om 08:34  VOR
Mei 282016
 


Het kan niet op, niet 1 maar 2 afleveringen van De Hokjesman die relevant zijn voor de afgelopen week. Naast zijn uitzending over de professoren past natuurlijk ook de laatste aflevering van gisterenavond bij de laatste paar dagen.

De vorige keer dat ik een paar dagen in Rotterdam was, was afgelopen november bij Dé Onderwijsdagen. Ik zat in hetzelfde hotel en hoewel de universiteit net de andere kant op lopen is, was het diner op donderdag in het WTC, daar waar Dé Onderwijsdagen waren. Omdat, met uitzondering van woensdagochtend, het eigenlijk best goed weer was, was er nu veel meer buiten, op straat te doen dan in november. Dat betekende dat de stad leefde en bruiste. Dat bruisen zie je ook terug in deze aflevering waarvan zelf ik al weet dat hij ook wat de Rotterdammers betreft slechts een heel klein stukje van het hokje beschrijft en laat zien. Daar zijn 45 minuten veel en veel te kort voor.

Deel dit bericht:
Mei 262016
 


Ik weet het, de combinatie “hokjesman, onderzoekers en vijftig tinten grijs” kom je waarschijnlijk niet dagelijks tegen als titel van een blogpost. Dat vraagt om een toelichting.
Allereerst is het zo dat bovenstaande aflevering van De Hokjesman hoe dan ook de moeite waard is om te bekijken. Het geeft namelijk op de geheel eigen wijze van Michael Schaap een beeld van “de onderzoeker”. Waarbij het duidelijk is dat het indelen van mensen, beroepen, groepen individuen in hokjes er onherroepelijk toe lijdt dat sommige nuances verdwijnen.

Ik moest daar vandaag ook wel aan denken tijdens de keynote van Jelte Wicherts over “De zwakke plekken van de hedendaagse wetenschap (en hoe die te versterken)” waarin hij inging op fouten die bewust of onbewust door onderzoekers in onderzoeksresultaten (artikelen) worden opgenomen. Het voorbeeld van Diederik Stapel kwam uiteraard voorbij, maar Jelte maakte juist ook duidelijk dat er (inderdaad) geen zwart-wit onderscheid te maken was tussen goede onderzoekers en slechte onderzoekers, maar dat er sprake was van vijftig tinten grijs.

Het is jammer dat de presentatie van Jelte (nog) niet online staat, want ik denk dat het wijze lessen zijn voor élke onderzoeker. Over hoe je zo lang kunt zoeken naar een verklaring in je data dat je er haast automatisch eentje zult vinden. Of slecht gedocumenteerde data die niet door anderen te gebruiken is om jouw onderzoek te verifiëren. Of creatief naar beneden afronden van een p-waarde die 0.054 blijkt te zijn, extra proefpersonen erbij zoeken etc.
Jelte illustreerde zijn verhaal met behulp van anekdotes en voorbeelden en ging ook in op de “prikkels” die een onderzoeker vaak krijgt om te komen met grootse resultaten en hoe ook dat “fouten” in de hand kan werken.

Een van zijn oplossingen was het delen van de data zodat anderen gemakkelijk de resultaten kunnen verifiëren. Maar het is ook van belang onderzoek te publiceren als er géén significante verschillen gevonden worden. Ook dat is een conclusie! Kortom, voorkomen zullen we het wellicht (zelf) niet helemaal, maar we kunnen de kans op fraude wel verkleinen.

Deel dit bericht:
Mei 252016
 


De OECD heeft vandaag een rapport gepubliceerd waarin ze een review publiceren van het onderwijsbeleid in Nederland. Mevrouw Montserrat Gomendio, adjunct directeur van het directoraat Education and Skills van de OECD was in Nederland en verzorgde een presentatie tijdens de Onderwijs Researchdagen in Rotterdam waarin ze een toelichting gaf bij het rapport. De presentatie is hierboven opgenomen.

Van_goed_naar_beterHet complete rapport kun je hier downloaden.
Ik heb het rapport nog niet gelezen, ik ga af op de presentatie. Daarbij werd benadrukt dat het Nederlands onderwijssysteem goed presteert maar dat er een aantal belangrijke aandachtspunten waren:

  • Zo werd opgeroepen om het kwaliteit van het onderwijs en de zorg voor de allerjongsten (0-2 jaar) te verbeteren (met o.a. de ontwikkeling van een “curriculum framework”). Nederlandse ouders maakten in tijd (omvang/aantal uren per week) beduidend minder gebruik hiervan dan andere landen.
  • Verbeter de initiële selectie van leerlingen; daarbij ziet de OECD veel in de citotoets als “onafhankelijke” toets.
  • Geef meer aandacht aan goede leerlingen en geef ze de mogelijkheid om te excelleren.
  • Verbeter de docentprofessionalisering
  • Verbeter de kwaliteit van de schoolleiders / leidinggevenden
  • Zorg er voor dat schoolbesturen heldere taken krijgen en daar ook op afgerekend kunnen worden.

Ik ben het niet met alle aanbevelingen evenzeer eens, maar ik moet het met mevrouw Gomendio eens zijn dat het op zich al goed is dat Nederland zo’n review heeft laten uitvoeren terwijl het onderwijs het over de breedte zeker niet slecht doet.

Deel dit bericht:
Mei 242016
 

gogle-maps-ads-100662711-mediumBijna 11 jaar geleden ging ik voor het eerst aan de slag met GPS. Ik weet het, dat klinkt niet eens als lang geleden, maar dat was nog in de tijd dat je daar speciaal een GPS-ontvanger voor moest gebruiken.

Het op een kaart tonen van zo’n GPS-track was al helemaal niet vanzelfsprekend. En juist Google was in die tijd de pionier als het gaat om het op kaarten weergeven van GPX-bestanden of foto’s. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar dit bericht uit 2006 met daarbij een verwijzing naar deze geanimeerde track van een rit van werk naar huis. Zoiets als wat Relive nu doet voor Strava, maar dan 10 jaar geleden. 😉

Maar Google Maps is al lang niet meer de plek waar ik naar toe ga als ik iets met kaarten wil. Sowieso is het al een tijdje niet meer mogelijk om (eenvoudig) een GPX-track weer te geven op een Google Map, daar gebruik ik nu OpenStreetmap voor (zoals hier). Maar ook op de laptop, in de browser is Google Maps al heel lang traag. Zelfs (zeker?) in hun eigen Chrome browser. Ja ja, ik weet het: het is gratis, niemand dwingt me om er gebruik van de maken.

Maar is het niet gek dat iemand die al 10 jaar gebruiker van een product is, zich nu hardop afvraagt waar het tipping point ligt voor wat betreft Google Maps? Wanneer wordt het product zó onbruikbaar dat zelfs de kaarten van Apple of van Microsoft of van wie dan ook een beter alternatief zijn?

Zou dat nu zijn, nu ze (nog meer) reclame gaan tonen op hun kaarten? Of hebben ze echt al zó veel marktaandeel en marktkracht dat het onmogelijk is voor anderen om hen naar de kroon te stoten?
We hebben in het verleden wel vaker bedrijven gehad die in bepaalde segmenten een monopolie hadden dat onbreekbaar leek (bv Microsoft), wordt dit ook gewoon een kwestie van afwachten?
Wel jammer, ook Microsoft was niet altijd “evil” en het nieuw Microsoft is een stuk aardiger. Het was zo prettig geweest als Google ook gewoon dat vriendelijke bedrijf van een paar jaar geleden was gebleven.

Deel dit bericht:
Mei 232016
 


VR_and_Cinema De presentatie van Jessica Brillhart, in het dagelijks leven Google’s Principal Filmmaker for VR, verliep verre van (technisch) vlekkeloos. Een groot aantal van de voorbeelden die ze wilden laten zien speelden niet af. Desondanks kan ik je de presentatie aanraden (vandaar ook deze blogpost).

Jessica gaat namelijk in op de vier punten die je in de afbeelding hiernaast ziet en die voor “filmmakers” relevant worden op het moment dat ze met Virtual Reality aan de slag gaan. Het gaat dan om vragen als “he, wat doe ik als ik geen absolute controle meer heb over het frame dat een kijker te zien krijgt?” of “hoe edit ik zo’n video?”. Maar zeker zo vreemd voor een filmmaker: “de camera bij VR is eigenlijk een persoon!” -> dus het camerastandpunt moet opeens logisch zijn, vanuit het oogpunt van de kijker, overgangen tussen camerastandpunten kunnen niet meer opeens enorm zij, etc.
En als je niet zeker weet waar de kijker kijkt, hoe bouw je dan een logische verhaal op in je film?

Zoals ik naar de video gekeken heb, is het niet alleen een verhaal van de problemen die een filmmaker te overwinnen heeft, maar zeker ook als belangrijke les die wij in ons achterhoofd moeten houden als we bijvoorbeeld Virtual Reality in het onderwijs willen gaan gebruiken. Want ook dan komen die vragen naar voren en als we er níet in slagen ze goed te verwerken in het materiaal dan wordt het qua materiaal niks.

Deel dit bericht:
Mei 222016
 

Bij TNW vinden ze dat we als mensheid nu té ver gegaan zijn, zelf vind ik het vooral grappig, en eerlijk is eerlijk, de foto’s die ze zeggen er mee te maken worden er niet slechter van. Het is overigens geen selfie-stick die je zo al kunt kopen, het is een promotiefilmpje voor seizoen 2 van Unreal.

Niet dat hij niet als een gek verkocht zou worden als hij wél te koop zou zijn. Want waar het vroeger alleen de Japanners waren die zichzelf zichtbaar in de foto wilden hebben als ze ergens waren, geldt dat nu voor de halve mensheid. Kijk maar eens naar wat er gebeurde toen er een enorme brandstoftank van een Space Shuttle door Los Angeles getransporteerd werd.

p.s. De enige “selfie-stick” die ik in huis heb is om de GoPro onder water op te bevestigen (en dan niet voor selfies), ik zal dus wél hard lachen om deze stick, maar zelf kopen doe ik zéker niet. 🙂

 

Deel dit bericht:
Mei 212016
 

Ik kende Free Dad Videos nog niet voor vandaag. Het is een YouTube-kanaal van Matt Silverman (en natuurlijk een Facebook pagina, Instagram en Twitter-account). Matt speelt niet alleen in zijn video’s zijn 2-jarige (inmiddels 3-jarige) dochter Amelia speelt er ook een grote rol in. Kijk maar een hierboven naar een van hun oudere video’s met 10 social media tips.

Super leuk toch? Op hun YouTube-kanaal kun je er veel meer vinden.
Maar toch moet ik een beetje zeuren. Want is dit nou wel zo verstandig? Nee, ik ga niet eens de kant op van de “foto’s die misbruikt zouden kunnen worden door online viezeriken”. Het gaat mij meer om het “It’s one part time capsule — a way to capture her young personality for our family to enjoy for years to come. It’s also an entertainment channel that you can share with anyone who loves funny videos and cute kids.”

Is het eerlijk dat een vader voor zijn dochter beslist dat die hele tijdcapsule online voor iedereen zichtbaar bijgehouden wordt? Ja, ze vindt het nu duidelijk leuk, en ja, het is gemakkelijk om die zure vraag te stellen, ik wil er eigenlijk ook nadrukkelijk ook geen negatief oordeel over vellen. Maar ik zou het wel een mooi onderwerp en voorbeeld vinden om tijdens een les mediawijsheid met een klas te bespreken.

Deel dit bericht:
Mei 202016
 

Google heeft tijdens Google I/O 2016 de Cloud Vision API beschikbaar gesteld. Met behulp van deze online API kun je eenvoudig beeldherkenning toevoegen aan je eigen applicaties / devices zónder dat je zelf de benodigde rekencapaciteit beschikbaar hoeft te hebben.

Cloud_Vision_BotBovenstaand filmpje laat zien hoe je de API gebruikt vanuit een Raspberry Pi (vermomd in een GoPiGo robot). De API is niet gratis, maar voor kleinschalig gebruik (tot 1.000 units per maand) kun je er zonder te betalen gebruik van maken. Functionaliteiten die beschikbaar zijn:

  • Label Detection
    Detect broad sets of categories within an image, ranging from modes of transportation to animals.
  • Explicit Content Detection
    Detect explicit content like adult content or violent content within an image.
  • Logo Detection
    Detect popular product logos within an image.
  • Landmark Detection
    Detect popular natural and man-made structures within an image.
  • Optical Character Recognition
    Detect and extract text within an image, with support for a broad range of languages, along with support for automatic language identification.
  • Face Detection
    Detect multiple faces within an image, along with the associated key facial attributes like emotional state or wearing headwear.  Facial Recognition is not supported.
  • Image Attributes
    Detect general attributes of the image, such as dominant color.
  • Integrated REST API
    Access via REST API to request one or more annotation types per image. Images can be uploaded in the request or integrated with Google Cloud Storage.

Lees verder….

Deel dit bericht:
Mei 192016
 

Google heeft aangekondigd dat Chromebooks de beschikking gaan krijgen over de Google Play Store. Groot nieuws, want daarmee krijgen de Chromebooks de mogelijkheid om bijvoorbeeld Office lokaal te installeren of bijvoorbeeld video’s en audiobestanden ook lokaal op te slaan en te bewerken.

Super?

Ja en nee.
Natuurlijk, het is handig als je bijlagen uit mailtjes lokaal kunt bewerken en opslaan of als je in een vliegtuig ook offline met je Chromebook kunt werken (of zo je wilt: beter offline kunt werken dan dat je nu kunt).
Maar ik vraag me af of Google hiermee niet ook de sterke kant van het platform, de eenvoud, het gebruiksgemak, niet overboord zet.
Ik bedoel, ik snapte altijd al dat ik mijn laptop niet zou willen inruilen voor een Chromebook. Niet als volledige vervanger in ieder geval. Ik snap het gebruik ervan in onderwijscontext en er zijn best andere scenarios te verzinnen waarbij je eigenlijk alleen een eenvoudige (lees: begrensd in functionaliteit) systeem wilt.

Met de Play Store en de lokale apps gaat een Chromebook meer op Android lijken. En hoewel ik prima overweg kan met Android op mijn smartphone en ook op een tablet, vraag ik me af of een Chromebook dan nog wel een Chromebook is. De tijd zal het leren.

Deel dit bericht:
Mei 182016
 

HP_Jet_Fusion_4200Het zat er al een tijdje aan te komen, al in 2014 kondigde HP aan dat ze, naast de bekende 2D printers ook 3D printers zouden gaan produceren en verkopen.

Nu is het dan eindelijk zover en kun je een bestelling plaatsen voor een HP Jet Fusion 4200. Nou ja, “kun je”, als je zo’n 200.000 Amerikaanse dollars te spenderen hebt. Heb je die niet, maar wel zo’n $130.000 dan zou je nog aan de 3200 serie kunnen denken. De 3D printers zijn duidelijk niet voor thuisgebruik bedoelt, maar voor bedrijven die prototypes ontwikkelen en die hiermee de kosten van het produceren daarvan wél flink zien dalen. In het artikel op PC World waar veel meer specs van de printers zijn te vinden wordt als voorbeeld genoemd de auto-industrie.

Voorlopig geen HP 3D printer op de studeerkamer dus, maar wat ik uit het artikel begrijp is dat HP niet zomaar “volgt” in deze markt. En dan is het hoe dan ook een goede ontwikkeling als een “traditionele” (lees: ervaren) printerfabrikant zich ook met 3D technologie gaat bemoeien. Hoe minder specialistisch zulke apparaten namelijk worden, hoe goedkoper het proces uiteindelijk zal gaan worden. Een laserprinter was vroeger ook niet voor iedereen betaalbaar, zeker niet voor thuisgebruik. We zullen zien.

 

Deel dit bericht: