Ik gaf afgelopen week al aan dat mijn pogingen om zelf een birdcam in de tuin te realiseren nog niet zo vlot verliepen. Die opmerking maakte ik naar aanleiding van de binnenkomst van de door mij bestelde birdspy. Het is een product van een minionderneming aan het Koning Willem I college en ik was voor de versie gegaan met nestkast met ingebouwde camera en aangesloten buitenkabel. Kost 89,95 euro exclusief 8,70 euro verzendkosten.
De doos werd afgelopen maandag aangeboden, maar omdat ik niet thuis was en het met handtekening voor ontvangst werd verzonden kon ik het pas op dinsdag ophalen op het postkantoor. De nestkast zag er goed uit, stevige materiaal, zoals je ook op de website kunt zien. De camera zat al gemonteerd, ik hoefde alleen maar de stekker in het stopcontact te steken, de antenne op de ontvanger te schroeven en aansluiten op mijn laptop. Helaas bleek het niet zo eenvoudig te zijn.
Van Atlus komt binnen kort het spel Traumateam uit. Het is een spel met graphics die op stripverhalen lijken, maar met een verhaal er omheen dat doet denken aan beschrijvingen van House of andere op medische verhalen gebaseerde TV-series. Op YouTube staan al de nodige filmpjes voor de zes onderdelen die in het spel aan bod komen:
- Endoscopy (endoscopie)
- Surgery (chirurgie)
- Orthopedics (orthopedie)
- Forensics (forensisch onderzoek)
- First Response (eerste hulp)
- Diagnosis (het diagnostisch proces)
Bij elk onderdeel speel je een ander karakter in het spel. Het hele spel wordt door de leverancier steeds aangekondigd als “medical drama”. Wat ik me nou afvraag is of dit een ideaal PR-tool is voor het medisch beroep, zoals de CSI series dat ook zijn/waren voor de opleidingen die met forensisch specialisten te maken hebben, is het een spel waar studenten nog iets van zouden kunnen leren, of is het gewoon een spelletje met veel poeha er omheen?
De filmpjes zien er in ieder geval indrukwekkend uit.
Op het Visuallounge blog kwam ik een mooie video-instructie tegen over het gebruik van je stem bij het opnemen van video-instructies zoals bijvoorbeeld een schermfilmpje/screencast. Geen lang technische verhaal over plopfilters maar een interessant verhaal over stem- en praattechnieken. Grappig genoeg voor het overgrote deel ‘gewoon’ opgenomen blijkbaar met een Flip-camera.
Ik had voordat ik naar de video keek eigenlijk nooit zo heel nadrukkelijk stil gestaan bij de vraag waarom mijn stem op schermfilmpjes soms anders klinkt dan andere keren. En dat terwijl ik er al heel wat opgenomen heb. Ik vond het filmpje daarom de moeite waard. Nu alleen nog een behind the scenes voor het filmpje zodat we ook weten hoe we met een Flip zulke goede kwaliteit audio voor elkaar krijgen.
Je weet meteen in welke leeftijdsgroep je valt als je a) weet wat die dingen zijn in de clip en b) dit zelf wél al vaker gedaan hebt.
Het is op zichzelf al een leuk en prettig klinkend liedje, maar het wordt helemaal wauw als je ziet hoe ze hem gemaakt hebben. En het is heel verstandig dat ze dat filmpje ook online gezet hebben want het zal ongetwijfeld heel erg bijdragen aan de exposure die de clip krijgt.
De Amerikanen zeggen altijd “behind the screens after the break”, dus als je dit op de voorpagina bekijkt moet je even doorklikken.
Het mag dan wel zo zijn dat er in Deurne nauwelijks animo was voor het glasvezelaanbod van OnsBrabantNet, de Taskforce Next Generation Networks is van mening dat het wel zou moeten. De Task Force heeft “tot taak advies uit te brengen hoe de verdere snelle uitrol van breedbandige netwerken door decentrale overheden in samenwerking met (commerciële) ondernemingen en andere partijen kan worden gestimuleerd” (bron).
De taskforce heeft gisteren een rapport opgeleverd waarin ze adviseren dat gemeenten actiever werken aan het beschikbaar krijgen van breedband. Ze stellen namelijk dat er wél een behoefte is: “Op dit moment (2010) is een gemiddelde downloadsnelheid van 5 Mbps (voor kleingebruikers) tot 14 Mbps (voor grootgebruikers) standaard. In 2015 zal de vraag naar bandbreedte zijn doorgegroeid richting gemiddeld 20 tot 75 Mbps. Voor 2020 is de
verwachting dat deze groei verder gaat naar gemiddeld 75 tot 400 Mbps . Supersnel breedband moet in ieder geval die bandbreedte ondersteunen.” Over het uploaden stellen ze dat die snelheid nóg harder moet groeien omdat de verhouding nu 10:1 ligt (uploadsnelheid is gemiddeld 1/10 van de downloadsnelheid) en de behoeft zou groeien naar 5:1 (2015) en 4:1 (2020).
OnsBrabantNet bood 150 Mbps upload én download (1:1 dus) aan. Daarmee had Deurne dan de doelstelling voor 2020 al mooi kunnen halen. De vraag is nu wat zo’n gemeente als Deurne gaat doen. Ze kunnen immers niet uitgaan van zomaar voldoende vraag, van de andere kant liggen de verschillende pijnpunten (prijs / overstappen) redelijk duidelijk op tafel na het afrondend onderzoek van OnsBrabantNet.
Ik ben benieuwd.
Nee, zeker niet iedereen, want het apparaat wordt op het moment nog alleen rechtstreeks in de VS en Canada verkocht. Maar het is een leuk apparaat dat er wel eens voor zou kunnen zorgen dat het snel gedaan is met het meeslepen van DVD’s voor de portable DVD-spelers in de auto en op vakantie.
Wat doet de AirStash?
Het apparaat is eigenlijk een SD kaartlezer (maximaal 32GB per kaartje) met USB-aansluiting, ingebouwde accu (oplaadbaar via USB), een wifi routertje én een klein media-servertje. Allemaal in één klein apparaatje voor $99,99
Het filmpje hierboven legt de werking heel duidelijk uit: je vult het SD-kaartje (of zoveel SD-kaartjes als je wilt) vanaf je computer. Daarna heb je (door de accu) geen computer meer nodig, maar je drukt gewoon op de knop op het apparaat en het wifi-netwerk wordt actief. Dan kun je met (bijvoorbeeld) je iPod Touch verbinding maken met dat netwerk (dat je naar wens beveiligt met een wachtwoord) en de bestanden die er dan op staan kun je bekijken en streamen naar je apparaat. Dat kunnen foto’s zijn (die je ook lokaal op de iPod kunt opslaan), video’s of muziek.
Met 2 iPod Touch-en in de auto en zo’n AirStash ergens voor in het dashboard (eventueel via USB aan de sigarettenaansteker om op te laden) zijn de kinderen wel een tijdje zoet achterin. Zover ik het begrijp kunnen ze allebei verbinding met het apparaat maken en dus ook verschillende video’s bekijken of muziek luisteren.
Er zijn nog een paar dingen niet helemaal duidelijk. Zo heb ik nergens gelezen dat het apparaat aan transcoding van de video’s doet. Dus de AVI-video’s die mijn fototoestel maakt zullen niet zomaar afspelen. Datzelfde geldt voor andere video’s, die zul je toch nog steeds thuis even moeten transcoden naar het juiste formaat. In dat laatste geval wellicht ook weer niet zo erg omdat ze er ongetwijfeld wat compacter van worden.
Een apparaat om in de gaten te houden (of desnoods via een omweg zelf te importeren).
(getipt door jkOnTheRun)
Webcam chat at Ustream
Hoewel mijn eigen plannen om een “beleef de lente” webcam in de tuin te krijgen vandaag weer een tegenslag te verwerken kregen (daarover in een andere post meer) heeft het wel tot gevolg dat ik meer interessante voorbeelden van eigen webcams in achtertuinen ontdek zo links en rechts. Deze hierboven is van een kolibrie bij iemand in de achtertuin in Orange County, Californië. Op de site staan foto’s van de tamelijk eenvoudige setup. Het laat maar weer eens zien waar het om gaat: de vogel en het in beeld brengen van het geheel.
Deze oplossing via Ustream is daarnaast ook een mooie voor als je geen toegang hebt tot zoiets als SURFmedia. Ik weet inmiddels dat dat ook met mijn IP-camera mogelijk is, maar niet met een gratis oplossing en ook niet met Blue Iris waar ik eerst mee getest had. Ik ga daar nog even mee stoeien en ook dat komt dan in een aparte post.
Ik ben gevraagd om een bijdrage te leveren aan de maart 2010 editie van het SURF Magazine. Het ging om een artikel in de nieuwe categorie “Trendwatching”. Maximale omvang was 400 woorden en daarom ook maar ruimte voor één topic per keer. Het zal je waarschijnlijk niet zo heel erg verbazen dat dat in mijn geval daarom “eReaders” was. Je kunt de hele bijdrage hier lezen (PDF!). Wil je SURF Magazine voortaan liever op papier ontvangen, dan kun je je hier aanmelden.
Toen ik begon met lezen in “The Amazing Web 2.0 Projects Book” dacht ik eerst “waarom hebben ze dit nou in een PDF gegoten?”. Het document bevat nu namelijk een enorme lijst (78) met korte beschrijvingen van het gebruik van verschillende Web 2.0 toepassingen in het onderwijs. Geen grootschalige projecten, gewoon individuele docenten of kleine groepen die ermee aan de slag zijn gegaan. Elk voorbeeld is kort beschreven, meestal mét link naar een site en tips/ervaringen van gebruik.
Mijn eerste gedachte was dat het toch veel handiger was om dit in een online database te stoppen waar je ze dan eenvoudig kon zoeken en vinden op onderwerp. Maar nu ik er doorheen gebladerd heb vind ik het toch een goede vorm. Want het is nu juist een ‘boek’ geworden waarmee je ook ideeën op kunt doen door er gewoon doorheen te bladeren zónder dat je vooraf weet waar je naar op zoek bent.


Recente reacties