Aug 262016
 

I/O gebouw in NijmegenEen hogeschool is geen universiteit. Helder. Of we dat moeten willen zijn, daar kun je heel lang over discussiëren. In andere landen is het verschil in naam verdwenen, in praktijk niet helemaal. Nederlandse hogescholen noemen zichzelf in het Engels “University of Applied Sciences”. Duidelijk ook wat mij betreft: het gaat om toegepast onderzoek.

Onderzoek aan een hogeschool is geen hobby van een bestuurder of een docent die in de boeken wil duiken. Het levert, mits goed opgezet en ingebed, wel degelijk een fundamentele bijdrage (grapje: nee, we doen geen fundamenteel onderzoek) aan de beschikbare kennis en het beschikbare onderzoek binnen de verschillende gebieden. Dat is geen belofte, dat is de afgelopen jaren gebleken.

Je bent er echter niet met het simpelweg aanstellen van een paar lectoren binnen een hogeschool. Ook niet als het ervaren mensen zijn die in het bedrijfsleven hun sporen verdiend hebben en een netwerk met zich meebrengen. Een lector zal moeten beschikken over voldoende onderzoekers waarmee onderzoek uitgevoerd kan worden. En die onderzoekers zullen in staat moeten zijn niet alleen onderzoek uit te voeren maar ook het netwerk van het lectoraat op te bouwen, te onderhouden en uit te bouwen. Daarbij zullen ook zij op hun beurt weer ondersteund moeten worden. En of dat in een Centre of Expertise, Centrum voor Innovatief Vakmanschap (mbo) of een Kenniscentrum gebeurt maakt wat mij betreft niet eens zo veel uit. Er moet een goede en duurzame basis en organisatie zijn.

Zo’n netwerk bestaat als het goed is uit partijen in de driehoek: onderzoek – beroepenveld – onderwijs.  Het beroepenveld (het bedrijfsleven of in het geval van een educatieve faculteit: het afnemend onderwijsveld) zal daarbij in veel gevallen de vragen aanleveren op basis waarvan het onderzoek ingericht wordt. Onderzoek aan een hogeschool zal daarnaast nooit los staan van het onderwijs binnen die hogeschool. Resultaten van onderzoek zullen ook inpasbaar moeten zijn in het onderzoek, studenten en docenten zullen bij het onderzoek betrokken moeten worden. En dan nog is het voor individuele lectoraten vaak moeilijk om de eindjes financieel aan elkaar te knopen. Want voor wat betreft de financiering van onderzoek zit er nog een groot verschil tussen universiteiten en hogescholen. En ja, onderzoek kost geld, zowel in uitvoering als in ondersteuning.
Daarbij vind ik het zeker geen probleem dat het beroepenveld (en het onderwijs) mee moeten betalen met onderzoek dat hogescholen uitvoeren. Integendeel. De bereidheid om mee te betalen is immers een goede manier om er voor te zorgen dat het onderzoek ook daadwerkelijk praktijkgericht blijft, met die praktijk verbonden. Maar van de andere kant kun je ook niet van partijen in het beroepenveld verwachten dat zij alle kosten dragen van onderzoek dat in de regel ook voor anderen heel bruikbaar is. En zeker als er uitgegaan wordt van de open access gedachte waarbij de resultaten van het onderzoek vrij met anderen gedeeld worden, zou je verwachten dat de initiatiefnemers van het onderzoek ook financieel gesteund worden uit gemeenschappelijke gelden.

Het is daarom dan ook niet vreemd dat de roep bestaat en blijft bestaan voor het structureel financieel ondersteunen van onderzoek binnen hogescholen. Dat is geen linkse hobby, dat is het gebruik van gezond verstand. Dat is verstandig investeren in de toekomst.

p.s. voor de duidelijkheid: zoals alles op dit weblog, is ook bovenstaand bericht geschreven op persoonlijke titel.

Directe aanleiding voor dit bericht:

Deel dit bericht:

Some are more equal than others

 Gepubliceerd door om 09:44  Internet
Aug 242016
 

dave_blogThe internet owes a lot to Dave Winer. After all, he is one of the people that stood at the base of RSS, something I personally learned about when he later pioneered podcasting (together with Adam Curry) by allowing for files to be referenced in the XML of an RSS feed. Through the years he has been criticized by many for his opinions, while he has always been fighting for an open internet.

That doesn’t mean he is without his flaws himself though. And this blogpost kind of hit a wrong nerve. After reading about his thoughts on Gawker and the Open Web, then about Blogs and Wikis and them being about people. I found the post he wrote about the .blog TLD owned by his “friend Matt Mullenweg and Automattic” and how good it was that they allow people to run other tools on that domain. He already has a .blog domain, the post is being hosted at dave.blog.

Cool, I thought. I want one of those of my own, pierre.blog would be cool, I though. So I tried to find where to register a .blog domain. I ended up at this page with info. It turns out I have to wait. On August 18, the period where trademark owners could apply started. Then on 2 November the landrush period will start. That is a period where anyone can grab a domain name, first come first serve, if there is no trademark on the name. Then on 21 November it would be available to all. Now, I don’t believe “dave” is a trademark, so Dave Winer could not have applied for a .blog domain through the regular channels yet. So, he has his friend to thank for that.

If I, as a regular blogger want to join the queue, it is going to cost me a bit more: €100,220 Early Application (€100,000 registration + €220 application fee) to be precise. And for all the Dutch readers: that is 100 thousand euros registration fee. But it is risk-free: They can’t guarantee I’ll get the domain, but if I don’t get it, They’ll refund my payment in full.

So to me, the .blog TLD is not really an example of how the internet is still open. It still is a place where the corporations rule, they did so back in the day when only corporations could register .nl domains, they still do so now.

Deel dit bericht:

BBC micro:bit Morse code network

 Gepubliceerd door om 20:55  Algemeen, microbit
Jul 292016
 

Dit is er eentje die ik nog niet zo gemakkelijk zelf kan testen: een BBC micro:bit morse code netwerk. De reden ervoor is heel eenvoudig: ik heb op het moment maar 1 micro:bit en voorlopig vind ik dat ook even genoeg. Betekent natuurlijk niet dat dit niet ook met andere hardware uit te testen is. Bijvoorbeeld een BBC micro:bit in combinatie met een ESP8266 want ook die heeft (uiteraard) GPIO poorten en ook daar kun je micropython op draaien. Die heeft dan weliswaar geen ingebouwde knoppen, maar ook daar is een mouw aan te passen.

Dat zal wat mij betreft even moeten wachten want de komende weken wordt het ook hier even wat rustiger. Ik ga weer beginnen aan mijn gebruikelijke “wat meer offline dan anders” tijd tijdens de zomervakantie. Tot over een paar weken!

Deel dit bericht:
Jul 282016
 

About a week ago my BBC micro:bit arrived from Pimoroni and since then I have been figuring out what I can do with it. I usually blog in Dutch about that but since my write-up is much more useful if people that actually own a BBC micro:bit can read it. Which probably mostly means people from the UK at the moment. And also, this hadn’t been done in English yet (unlike the one for iBeacon).

The video shows the full process and demonstrates the process, I will limit myself here to some background info and the links + code that are mentioned in the video:

One time steps:

  • Install the mBed seriel driver if you are on Windows;
  • Install the most recent Espruino .hex (unless you reprogrammed the micro:bit for other languages);
  • Install the web IDE extension for Chrome.

After that you us the web IDE if you want to set/change the URL that is being broadcasted.

Note that you can much more with Espruino and the micro:bit than set it as a Eddystone URL beacon! You can read and write the GPIO pins etc just like you can with the other languages. Have a look at the documentation on the site.
One Idea suggested by Gordon Williams was that you can read these values and then transmit these as part of the URL. There is a problem with that though. You can only use 17 bytes for the URL which means it has to remain short. Also, you would have to build a URL shortener into the code since I cannot add parameters after a URL that has been shortened with goo.gl.

Lees verder….

Deel dit bericht:

Twitterarchief 26-07-2016

 Gepubliceerd door om 07:24  Twitterarchief
Jul 272016
 

In het kader van  je verwonderen over kleine dingen die je telefoon doet: ik had gisteren een afspraak voor de kapper in mijn agenda staan. Niet zo spannend natuurlijk. Maar meer dan “kapper” zet ik dan niet in mijn agenda. Geen verwijzing naar een contactpersoon of wat dan ook. Maar als bovenstaande “alert” dan verschijnt om me duidelijk te maken dat het tijd is om te vertrekken, dan vind ik dat toch niet zo vanzelfsprekend.Want die afbeelding heb ik uiteraard er niet zelf aan gehangen, die werd er automatisch aan gekoppeld.

Vraag is nu: heeft er ergens iemand bij sleutelwoorden in een agenda-item zitten bedenken welke standaardplaatjes daar bij moeten worden gebruikt?

Deel dit bericht:
Jul 252016
 
overzicht_bron_tessel_io

bron: https://tessel.io/docs/communicationProtocols

Drieletterwoorden hebben normaal gesproken niet veel toelichting nodig. Afkortingen van 3 (of 4) letters vaak wel. Daarom in dit bericht aandacht voor 4 afkortingen die te maken hebben met de communicatie tussen apparaten zoals een Raspberry Pi, een Arduino, de ESP8266, de BBC micro:bit met randapparatuur of sensoren.

Ik moet bekennen dat ik ze vaak gebruikt heb zonder te weten welk van de vier om welke redenen zou moeten kiezen. Meestal was het een kwestie van “wat wordt ondersteund?” en dan koos ik de eerste waarvoor ik code kon vinden.

Op tessel.io staat duidelijke uitleg voor hun eigen hardware. Ik ga de begrippen, verschillen en overeenkomsten generieker en in het Nederlands beschrijven.

Lees verder….

Deel dit bericht:
Jul 242016
 

In de categorie “ik kan niet alles zelf uitproberen” zal ik de komende tijd ook een aantal voorbeelden die anderen gemaakt hebben met de micro:bit laten zien. Hierboven zie je er eentje die qua code (de code is beschikbaar op github) heel eenvoudig is, geen écht doel heeft (nou ja, een spelletje) en daarmee wellicht wel juist een idee van iets wat je met je kinderen, leerlingen of studenten zou willen uitproberen.

Je moet er wel een strip Neopixels voor hebben. Dat zijn “leds” die verschillende kleuren kunnen hebben en allemaal individueel aan of uit te zetten zijn. De “originele” van Adafruit zijn hier te vinden, in Nederland kwam ik ze hier tegen.

Ik kon geen uitgebreide uitleg vinden bij de werking, maar over de wijze van aansturen zal ik nog wel een andere blogpost maken.

Deel dit bericht:

BBC micro:bit als iBeacon

 Gepubliceerd door om 16:35  microbit
Jul 232016
 

Omdat de micro:bit over Bluetooth 4.0 / BTLE (Bluetooth Low Energy) is het ook mogelijk om de micro:bit zit te laten gedragen als een iBeacon. Er zullen ongetwijfeld meerdere manieren zijn waarop dat kan, ik heb er één gebruikt via locly.com. Credits voor mijn uitleg gaan eigenlijk volledig naar dit bericht en filmpje, eigenlijk heb ik alleen de stappen herhaald en er een schermfilmpje van gemaakt.

Voor onderwijsdoelen (leerlingen/studenten laten spelen met iBeacon) werkt de site goed, wat echte bedrijfstoepassingen moeten gaan kosten is me niet duidelijk. Meestal als sites aangeven dat je je belangstelling kunt aangeven en zijn dan contact met je opnemen, is het geen goedkoop verhaal.

Ik heb nog niet kunnen ontdekken hoe ik ditzelfde voor Eddystone voor elkaar krijg. Het kan wel:

Maar het zoeken is nog even naar de juiste applicatie / site / code. Wordt vervolgd.

Deel dit bericht:
Jul 222016
 

microbitIk heb al een paar keer eerder geschreven over de BBC micro:bit (ik zal proberen het voortaan juist te schrijven: met dubbele punt ertussen en zonder hoofdletters).

Toen bleek dat hij nu ook te pre-orderen was voor “gewone” mensen kon ik de verleiding toch niet weerstaan. Ik bestelde de “essentials kit” voor GBP 16,- (op dat moment € 20,23) incl. verzendkosten.

In plaats van hem zelf onder handen te nemen, heb ik hem eerst aan mijn jongste zoon gegeven. Hij is 13 jaar op het moment en had nog geen ervaring met de micro:bit, maar heeft vorig jaar wel al succesvol een Engelstalige MOOC over Scratch afgerond. En dat bleek vandaag wel te helpen.

Hij heeft hem gebruikt in combinatie met een laptop met Windows er op, dus aangesloten via de micro-USB aansluiting. De micro:bit verschijnt dan als een soort USB-stick. Ik begrijp dat ik ook een serial-driver kan installeren zodat ik via bv Putty kan zien wat de micro:bit naar de seriële poort stuurt, maar dat is dus niet zo standaard geregeld bij bv Arduino.

20160722_201042_HDREr zit een klein velletje (in het Engels) bij dat uitlegt dat je de micro:bit eerst kunt testen met alleen de batterij er aan vast. Handig, dan zie je meteen dat het ding wat kan. 🙂
Op de achterkant van dat velletje staat hoe je hem moet aansluiten met de micro-USB aansluiting op de computer. Koppelen aan een iPad of Android toestel via Bluetooth staat daar niet in uitgelegd. Dat is op zich niet heel moeilijk, je wordt stap voor stap door het proces heen geleidt als je die optie kiest in de app. Apart is dat de micro:bit dan zowel een blokjescode laat zien die je moet overnemen als een 5-cijferige code. Ik denk trouwens dat het er vijf waren, ik moest snel mee typen en heb niet exact geteld.

Nadat ik even gecheckt had dat hij e.e.a. aan de praat had, heb ik hem verder aan het werk gelaten. Tussendoor kreeg ik stap voor stap demo’s van wat hij gemaakt had: eerst een puntje dat met de A en B knop naar links en rechts bewogen kon worden. Maar dat was onhandig want hij had maar 2 knoppen op de micro:bit en hij wilde hem ook naar boven en onder kunnen laten bewegen. Dus besloot hij om de 3-assige accelerometer te gebruiken. Door de micro:bit naar rechts, links, boven, onder te kantelen kon je het puntje bewegen. Het puntje werd daarna een kanon dat andere puntjes kon afschieten naar boven zodra je op de knop drukte. Er kwam een lijn bij je je stuk moest schieten voordat hij (langzaam) naar beneden gekomen was. Tegen de tijd dat het etenstijd was (3 uur later) had hij zijn eerste spel bijna klaar. Alleen de “hoera, je hebt gewonnen” optie moest nog.

Lees verder….

Deel dit bericht:
Jul 212016
 

Afgelopen november schreef ik over een project van Matt Reed waarbij hij indoor location tracking (binnen je positie bepalen zonder gebruik van GPS) toepaste op basis van 3 Raspberry Pi’s en een Estimote Beacon. Helaas heeft Matt (ondanks vele verzoeken tussentijds) zijn code (nog) niet online gezet.

Ik kwam echter vandaag een ander, ouder, project tegen dat om verschillende redenenen  minstens zo cool is en dus ook een eigen bericht verdient. Het is een project uit 2014, uitgevoerd door studenten van de University of Maryland, College Park, uitgevoerd als onderdeel van de cursus met de aansprekende naam/code: cmsc838f-f12

Maar ondanks die naam kan ik je zeker aanraden om de bijbehorende wiki met achtergrondinformatie te bekijken als je ook maar iets met Maker Education te maken hebt. Je kunt er o.a. een visual tour van hun hackerspace vinden.

Terug naar het project: gebruikte Matt zijn hond als onderzoeksobject, hier ging het om twee katten. En in plaats van een Estimote Beacon gebruikten de studenten 2 Samsung Galaxy Gear wearables. In combinatie met 3 Android telefoons en een techniek die RSSI heet (“Received Signal Strength Indicator”) . Door eerst op vaste punten (zij gebruikten 15 punten in een appartement) de RSSI sterkte te laten meten, konden ze daarna op basis daarvan ook de andere postities binnen het appartement bepalen.

greyest_heatmap

En omdat het onderwijs is, moesten de studenten rapporteren. Niet alleen met het filmpje hierboven, maar ook via een wiki-pagina met uitleg, de code staat uiteraard op github en daarnaast moesten ze een Instructable maken.

Helaas is het geen real-time tracking, dus voor de hond van Matt zou het minder geschikt zijn, maar het is een extra voorbeeld van een mooi project waarbij met relatief beperkte middelen interessante resultaten behaald kunnen worden.

Deel dit bericht: