sep 182017
 

Tijdens de Eindhoven Maker Faire raakten mijn kinderen aan de praat met Astrid Poot. Zij kenden het klooicanon met tools die je eigenlijk voordat je 12 bent zou moeten kennen. Maar zelf zijn ze inmiddels al 14 en 16 jaar (ja, het gaat snel).

Astrid stelde de vraag of ze niet mee wilden denken over een versie van de poster voor 12+ jaar. Dat wilden ze wel. Ze zijn uiteindelijk tot een lijstje van 15 tools gekomen, nog lang geen 50 dus (er is nog ruimte voor meer input), waarbij de tools die op de < 12 jaar poster staan al automatisch afvielen, want die kende je uiteraard al.

Ik knip het overzicht in twee delen op, vandaag nummer 1 t/m 7, morgen 8 t/m 15.

#1 Een programmeertaal
OK, hier grijp ik als ouder eigenlijk een beetje in, want deze stond als #15 op het lijstje dat ik van ze kreeg. Er was namelijk wat discussie of hij op de 12+ versie hoorde. Op de < 12 jaar versie staan wel een microprocessor en ‘verschillende beeldschermen’ maar een echte programmeertaal zoals Python kwam er niet op voor. Zien mijn kinderen toch ook als noodzakelijk iets om te kennen. Ik noem hem als eerste, niet omdat hij de belangrijkste was, maar omdat we hem dan besproken hebben.

#2 Groene energie opwekken
Deze stond op #1 en ik moet bekennen dat ik er wel een beetje trots op ben. Ze noemden als voorbeelden (kleine) zonnepanelen gebruiken of een eigen windmolen. Windmolens zijn controversieel vanwege hun uiterlijk, in het klein leveren ze veel minder energie op dan zonnepanelen. Over zonnepanelen hebben ze al eens een presentatie gehoord die ging over de soorten licht en energie waar je mee te maken hebt, maar het concept van je eigen energie opwekken op een manier die duurzaam is spreekt ze erg aan. Wees gerust, de andere tools zijn niet allemaal zo ideologisch.

#3 Gasbrander / houtbrander
De toelichting: “veelzijdig, maar niet helemaal zonder gevaar”. Met een gasbrander kun je bv plastic verwarmen om het buigbaar te maken, je kunt er materialen mee verwarmen om chemische reacties tot stand brengen.
Bij een houtbrander werd ik even op het verkeerde been gezet. Het gaat hier om een apparaat dat lijkt op een soldeerbout en waarmee je tekeningen kunt maken in hout. Zou je ook als aparte categorie kunnen opnemen.

#4 Ovenkeramiek
Klei was gemakkelijk vonden ze, maar bij ovenkeramiek kwamen de temperaturen heel nauw en dat vergde nauwkeurig werken. Ideaal dus voor 12+ vonden mijn tieners. 

Als ouder zag ik even vooral beren op de weg als het ging om het thuis uitproberen hiervan, maar samen klooien mag natuurlijk ook buitenshuis.

Lees verder….

Deel dit bericht:
sep 172017
 

Het is alweer twee weken geleden dat we in Eindhoven met het hele gezin, tijdens de Eindhoven Maker Faire, zaten te luisteren naar de presentatie van Astrid Poot.  Deze blogpost heeft dus erg lang op zich laten wachten. Maar gelukkig is het verhaal van Astrid ook twee weken later zeker nog heel relevant.

Je kunt de presentatie die ze gebruikt heeft hier vinden, ik wil in deze blogpost aandacht besteden aan het lijstje van vijf hoofdpunten dat ze behandelt en die je ook hier kunt vinden:

  1. maken als brug
  2. de maker mindset is een groei mindset
  3. snappen is uitvinden
  4. doen is de motor van het denken
  5. als je het niet kent kun je er niet mee denken

De vijf punten bouwen eigenlijk heel logisch op elkaar voort. Bij maken als brug gaat het er om dat je in je ontwikkeling nou eenmaal niet té grote stappen kunt maken. Door met veel “eenvoudige” dingen te werken, krijg je meer zelfvertrouwen op dit gebied en werk je langzaam toe naar het beheersen van ook complexere vaardigheden. Bij de tweede, de maker mindset is een groei mindset, gaat het er om dat je als  regelmatig dingen maakt, gewend bent om in oplossingen te denken en gewend zijn om bij te leren en door te leren. Als apparaten meer en meer “black boxes” worden waarbij je niet weet hoe of waarom het werkt, dan wordt het ook moeilijk(er) om nieuwe dingen uit te vinden. Met andere woorden: snappen is uitvinden.
En hoewel je denken inderdaad met je hoofd doet, helpt dingen doen bij dat denken (doen is de motor van het denken). Nummer vijf heeft op de dia’s van Astrid een plaatje erbij dat eigenlijk alles al zegt:

Als je het niet kent, kun je er niet mee denken. Als je alleen met een tablet, een chromebook, of alleen met boeken in aanraking komt dan heb je ook maar een heel beperkte “toolbox” in je hoofd als het gaat om nieuwe dingen te bedenken.

Uniek aan de boodschap van Astrid ten opzichte van de andere verhalen over “maakonderwijs” is dat zij, terecht, benadrukt dat kinderen maar 20% van hun tijd op school zijn. Thuis zijn ze 55% van de tijd. Kinderen blijken het ook helemaal niet “erg” te vinden om samen met hun ouders dingen te maken, integendeel. Maar net als veel leraren heerst er bij ouders vaak een handelingsverlegenheid: ze denken/vinden/zeggen dat ze twee linkerhanden hebben.

Vanuit dat oogpunt is de term klooien die Astrid gebruikt ook zo mooi. Het maakt niet uit dat je als ouder  niet alles al perfect kunt, dat je nog niet precies weet hoe iets in elkaar gezet moet worden. Bij lekker samen klooien gaat het om het samen ontdekken, om het samen zetten van die kleine stappen, om het samen opbouwen van dat benodigde zelfvertrouwen en kennis van verschillende tools en technieken.

De boekjes, klooikoffers, in het groot en inmiddels ook in het klein, die je op de website kunt vinden, zijn manieren waarop ze, samen met Peet Sneekes probeert ouders over die eerste drempels heen te krijgen.
Een van de andere, beroemde, producten die daarbij kan helpen is de poster met het klooicanon. Ik schreef er al eerder over  (met het plaatje van de originele versie erbij!) en ook hier in huis heeft hij geleidt tot nieuwe uitprobeersels omdat bleek dat de kinderen de MakeyMakey niet kenden!

Maar mijn kinderen zijn inmiddels beide ouder dan 12 jaar en de poster heeft het over “voordat je 12 jaar bent”. Dus ontstond in Eindhoven het idee om mee te denken aan een poster voor makers van 12 jaar en ouder. Daar wilden mijn kinderen wel aan meedenken. Het resultaat tot nu toe kun je lezen in de volgende blogpost.

Deel dit bericht:
sep 092017
 

Ik ga niet zeggen dat Microsoft er erger in is dan andere bedrijven als het gaat om naamgeving van producten of het samenvoegen van producten, maar ze hebben er zeker ervaring mee.

Voor wie al even meeloopt in dit wereld gaat er nog wel een belletje rinkelen als ik het heb over Microsoft Office Communicator. Dat was indertijd de zakelijke tegenhanger van Microsoft Messenger. Communicator werd Lync. Maar toen Microsoft Skype opgekocht had werd Lync herbenoemd tot Skype voor Bedrijven.

We zijn weer een paar jaar verder en Microsoft heeft nu ook Microsoft Teams, dat als een soort van tegenhanger voor Slack eigenlijk meer een betere/eenvoudigere versie was van de Sharepoint projectomgevingen. Sharepoint is er overigens nog gewoon, als je een team aanmaakt, dan worden bestanden opgeslagen in Sharepoint projecten (om het eenvoudig te houden).  En vandaag kwam ik het bericht tegen dat Skype voor Bedrijven opgenomen wordt in Microsoft Teams.

Dat voorspeld niet veel goeds voor Yammer, een andere toepassing die Microsoft opgekocht heeft en ook aangeboden wordt in de Office365 suite. Yammer is ooit gestart als zakelijke tegenhanger voor Twitter, niet echt een doorslaand succes, maar de overlap van functionaliteit tussen Teams en Yammer is zeker zo groot als met Skype voor Bedrijven.

Het wachten is op de dag dat ze besluiten dat Teams anders moet gaan heten. En natuurlijk is er nog Office Groups die ook weer functionaliteiten deelt….al wordt daar weer van beweerd dat het de verschillende componenten juist naadloos combineert. Juist ja.

(bron)

Deel dit bericht:
sep 062017
 

Het was een heel onschuldige foto. Gemaakt omdat ik de enorme stoet fietsers die vooral aan het begin van het schooljaar ’s ochtends langs het I/O-gebouw waar ik werk voorbij trekken heel leuk vind om naar te kijken. Ik loop er namelijk op de stoep langs vanaf het station, dus heb ik er geen last van.

Vanuit onze flexplekken op de 3e verdieping van het gebouw kun je ze dan voorbij zien trekken. Groot in aantal, maar ook in diversiteit, van bakfietsen, gewone fietsen, NS-huurfietsen, de Swapfiets (had ik tot gisteren nooit van gehoord), etc.

En natuurlijk het grappige gegeven dat je in Nederland met de fiets in de file kunt staan op een toch best breed fietspad.

Dus een tweet waard….

Het aantal en de inhoud van de reacties heeft me verrast. Sowieso als een tweet internationaal opgepakt wordt (soms alleen de foto met bronvermelding dus dan telt het niet als RT), dan is het aantal mensen een stuk groter dan alleen mijn directe volgers. Maar ik wist bv ook niet dat het stuk fietspad eigenlijk voor twee richtingen is (aan de andere kant van de straat ligt ook gewoon fietspad voor de andere richting) en er waren ook op Twitter mensen die zich de ergernis over het gebruik van de hele breedte wilden delen. Anderen mopperden op het gegeven dat auto’s blijkbaar toch nog meer ruimte krijgen dan fietsers.

Interessanter, daarom ook deze blogpost, was de interesse naar de capaciteit van het fietspad: hoeveel fietsers komen er per minuut/uur langs in de spits voordat het vol loopt?

Ik weet het nog niet. Ik kan niet even een tellus in de weg leggen, maar er zijn wel bekende voorbeelden van beeldherkenning, een Raspberry Pi en het tellen van auto’s en voetgangers. Naar de foto kijkend weet ik niet of zo’n systeem ook de individuele fietsers kan onderscheiden. Ik denk in ieder geval dat het de moeite waard is om alvast even een korte videoclip te maken (morgenvroeg als ik er weer vroeg ben en de file er vast weer staat), dan heb ik iets om mee te testen. Privacy-aspecten spelen gelukkig, zover ik kan overzien, geen rol want de systemen zoals ik ze gezien heb herkennen geen mensen, slaan ook geen herkenbare data op (ze tracken vormen in de livestream).  Dan zou de grootste uitdaging alleen nog zijn het vinden van genoeg vrije tijd om zo’n systeem in elkaar te zetten.

Deel dit bericht:
sep 052017
 

“YouTube-mp3.org is de makkelijkste online dienst voor het converteren van videos naar mp3. Je hebt geen account nodig, alleen maar een YouTube URL. We starten het converteren naar het audiobestand gelijk vanuit je videobestand naar mp3 zo snel mogelijk nadat jij hem hebt ingevoerd. Daarna is het mogelijk hem direct te downloaden. Anders dan andere diensten word bij ons de hele conversie uitgevoerd door onze infrastructuur en daardoor download je alleen het audiobestand vanaf onze servers. Onze software is platform-onafhankelijk: Je kan het gebruiken met je Windows PC, Mac, Linux, of zelfs je iPhone. Al onze conversies worden uitgevoerd met een hoge kwaliteit mode met een bitrate van teminste 128 kBit/s. Geen zorgen, onze dienst is geheel gratis. We hebben gemiddeld per video 3 tot 4 minuten nodig.”

Handig? Voor veel mensen wel. Bovenstaande beschrijving staat nu nog op youtube-mp3.org. Maar ik ga de moeite niet doen om er naar te linken want via nu.nl en Torrentfreak komt het bericht dat de site de lucht uit moet. Logisch eigenlijk, want hier hadden ze uiteraard geen toestemming van YouTube voor gevraagd. En al helemaal niet van de rechthebbenden van de (muziek-)video’s die op YouTube staan. En als je een beetje iets van auteursrecht weet, dan roep je meteen “diefstal!”, “schande!”.

Maar het is een praktijk die al zo oud is als de cassetteband. Wij zaten vroeger met de recorder voor de TV of voor de radio. Ik had een radio – cassettedeck, de recorder ingebouwd in de radio, had je geen omgevingsgeluiden de opgenomen werden. Het is de bekende strijd van de muziekindustrie met hun klanten: je mag alleen naar muziek luisteren als je er tig keer voor betaald.

Voor mij is het ook al een soort vaststaand gegeven geworden: als je een handig site tegen komt, zoals bijvoorbeeld Keepvid waarmee je YouTube video’s lokaal op kunt slaan (handig voor in het vliegtuig, voor als je een kopie in de leeromgeving wilt, voor in de les als je niet afhankelijk van wifi wilt zijn). Mag niet volgens de gebruiksvoorwaarden van YouTube. Dus moet je eigenlijk hopen dat zo’n tool niet bij té veel mensen bekend wordt. Want dan vind iemand het de moeite waard om er stappen tegen te ondernemen.

Een andere manier waarop een site zichzelf de nek om kan draaien: een Pro-account zoals Keepvid nu ook heeft voor de interessante downloads (4K hoge kwaliteit én MP3 audio). Niet verstandig. Want dat zijn traceerbare inkomsten waar auteursrechthebbenden ook achteraan gaan.

En ja, als je je boterham verdiend met het produceren van muziek, produceren van filmpjes, dan zijn het inkomsten die jij zou moeten kunnen maken. Maar het zijn nooit de “kleintjes” die hier voordeel van hebben. Het zijn de grote maatschappijen zoals Sony Music en Warner Bros. Records die hier achteraan gaan en het geld innen. Ik denk dat we allemaal gewoon maar moeten stoppen met het delen van zulke handige sites. Dan blijven ze tenminste nog een tijdje bestaan.

 

Deel dit bericht:
sep 042017
 

Ik heb nog geen tijd gehad om zelf te spelen met Chatfuel, maar ik vond het voorbeeld dat My Electronics Lab gerealiseerd had met Chatfuel interessant genoeg voor een blogpost. Chatfuel is een (gratis) online dienst waarmee je zo te zien relatief eenvoudig een Facebook chatbot kunt bouwen. Die chatbot herkent de teksten die een gebruik intypt en reageert daar dan op. Dat hoeft niet alleen met tekst. In het voorbeeld hierboven verstuurd de chatbot GET-commando’s naar een (andere gratis) online MQTT-server. Een ESP8266 die een verbinding met die server heeft reageert daar dan weer op en schakelt een LED-lampje aan of weer uit. Die LED kan dan ook van alles anders zijn. Omgekeerd kun je je ook voorstellen dat je op deze manier informatie van sensoren opvraagt.

 

Deel dit bericht:

Eindhoven Maker Faire

 Gepubliceerd door om 14:08  Agenda, maker education, Onderwijs
sep 022017
 

Vandaag en morgen vindt in Eindhoven de Eindhoven Maker Faire plaats.  Dit jaar voor het eerst geen “mini” meer, maar een volwaardige Maker Faire.

Ik ga er zelf morgen (zondag) pas naar toe, dus vergelijken met afgelopen twee jaar kan ik nog niet. Toch schrijf ik er nu alvast over, wie weet breng ik je nog op een idee als het gaat om dingen om te doen (in plaats van Formule 1 kijken of zo). 😉

Als ik naar de Maker Faire ga, dan kijk ik er eigenlijk automatisch naar door de bril van maakonderwijs. Net als programmeren een topic dat steeds meer aandacht krijgt in het onderwijs (met name primair onderwijs en voortgezet onderwijs).  Ook bij het iXperium en dan met name vanuit de iXspace in Arnhem heb ik daar mee te maken. Nog niet zo lang dus in vergelijking met anderen, daarom nog veel te leren. Het grappige vind ik ook dat als je kijkt naar de discussies rond programmeren, het heel erg lijkt op maakonderwijs. In beide gevallen zie ik dat doel en middel nog wel eens door elkaar gehaald worden. Maakonderwijs én programmeren zijn beiden in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs geen doel op zich. Het is een middel om iets te bereiken. Dus als je als onderwijs, school, leraar hieraan begint zul je ook/eerst na moeten denken waarom je dit wilt gaan doen!

(sorry, was even afgeleid door een reclame van Praxis over “wij zijn er voor de makers” in aanloop naar de kwalificatie voor Monza)

Op de plekken waar mensen dat helder voor ogen hebben, daar “werkt” het. Maar ik ga er ook vanuit dat als je  bij De Ontdekfabriek in Eindhoven, HET LAB in Rotterdam, WALHALLAB in Zutphen, het Ontdeklokaal van Prodas in Someren, het maaklokaal van het Christelijk College De Populier in Den Haag en anderen daar naar gaat vragen, je antwoorden zult krijgen die op details maar wellicht ook op belangrijke punten van elkaar zullen verschillen. Dat is niet erg, dat is juist interessant.

Wij gaan de komende maanden in ieder geval aan de slag met een aantal van die vragen: wat doen jullie? waarom doe je dat? hoe zorg je er voor dat leraren en leerlingen aanhaken? En dat doen we dan niet (alleen) vanachter een bureau, maar vooral ook samen met leraren uit het veld, lerarenopleiders en natuurlijk met de experts die hier al veel langer mee aan de slag zijn. Ik heb er in ieder geval zin in!

Deel dit bericht:
sep 012017
 

Ontwikkelingen in ict en/of gadgets is normaal. Maar ik wordt wat minder enthousiast van ontwikkelingen op het gebied van smartphones die dan bijna 1.000 euro moeten kosten.

Wel wordt ik enthousiast als het gaat om de ontwikkeling van consumentencamera’s voor 360 graden foto’s en video. Want die stappen zijn groot. Logisch eigenlijk ook wel, want de kwaliteit van de eerste (en tweede?) generatie camera’s was verre van optimaal.

Maar de laatste tijd komen er steeds meer camera’s van (ruim) onder de 1.000 euro op de markt die een aantal heel interessante features bevatten. Perfect zijn ze geen van allen, ook hier zie je incrementele ontwikkelingen, maar er zijn een paar dingen die er uitspringen.

Drie recente camera’s zijn:

  • De Insta360 One – $299,90 – start uitlevering in VS op 20 september
  • De Garmin VIRB 360 – €799,99 – 1-3 dagen levertijd
  • De Ricoh Theta V – $429.95 – start uitlevering in VS op 24 september

De camera’s zijn natuurlijk eigenlijk niet te vergelijken. De VIRB 360 is meer dan 2x zo duur als de Insta360 One maar is van het drietal de enige die je nu al in Nederland kunt kopen. En omdat hij al even op de markt is, is hij al uitgebreid getest door DC Rainmaker en Ben Claremont van Life in 360 en die zijn er beiden enthousiast over.

Wat zijn een paar opvallende features:

  • 4K is de standaard voor video, met minder kun je niet meer aankomen. Ricoh heeft dat eindelijk ook voor video.
  • RAW ondersteuning voor foto’s lijkt standaard te zijn geworden.
  • Alle drie de camera’s kunnen in theorie ook met 4K livestreamen, maar het internet is daar nog niet echt snel genoeg voor.
  • Beeldstabilisatie over 6-assen (boven, onder, voor, achter, links, rechts) is nieuwe norm. De Ricoh heeft dat overigens niet. Het zal moeten blijken hoe goed de camera het doet terwijl je beweegt. De voorbeeldvideo van het ritje op de fiets van DC Rainmaker door Parijs met de Garmin VIRB op zijn helm is indrukwekkend.

Mooi is daarnaast dat Garmin zijn “sport” image ook in 360 graden waar maakt door ondersteuning voor het op de video plaatsen van gegevens als snelheid, omwentelingen per minuut, hartslag etc.
Met name snelheid is iets waar je in veel video’s van auto’s, fietsers etc. normaal nauwelijks enig besef hebt (het lijkt altijd veel sneller dan het echt is). Voor mij wel een duidelijk pluspunt.

Duiken met een 360 graden camera is nog steeds geen vanzelfsprekendheid helaas. De Ricoh verkoopt een case waarmee je ook diep kunt. De VIRB kan tot 10 meter, daar heb ik niks aan. De voorbeeldvideo van de Ricoh onder water zag er goed uit, een andere video van een “gewone” gebruiker van de VIRB 360 liet toch nog wel problemen zijn met het gelijk krijgen van de witbalans tussen beide camera’s.

Heel mooi bij de VIRB 360 is dat je de lenzen kunt vervangen voor een euro of 60. Niet goedkoop, maar een stuk goedkoper dan je hele camera afschrijven als hij valt en je lens barst (zoals Ben overkwam) of als je er een kras op krijgt.

Privé onderdruk ik de aankoop reflex dus nog steeds even. Maar als we komend voorjaar weer in Egypte gaan duiken dan heb ik er eentje bij me. In ieder geval om RAW 360 graden foto’s onderwater te kunnen maken. Want de Rode Zee is zo mooi, die verdiend het ook dat je af en toe overzichtsfoto’s hebt waarbij je achteraf rond kunt kijken.
Maar ook boven water kom ik vaak plekken tegen waar ik graag 360 graden beeld vast wil leggen. Komend weekend gaan we bv naar Eindhoven naar de Makerfaire. En komende maanden gaan we bij een aantal maakruimtes op bezoek. Allemaal plekken waar je niet een aantal platte foto’s wilt maken, maar rond wilt kunnen kijken. Ook achteraf.

Oh, en voor wat betreft de zwakke plekken: Ricoh heeft maar 19GB intern geheugen en geen ondersteuning voor een micro-SD kaartje. De Insta360 One heeft voor nu alleen een iPhone versie, geen ondersteuning voor Android. De VIRB 360 heeft voor zover bekend geen case om mee te duiken en is met zijn 800 euro veel duurder dan de andere twee. Een combinatie van de drie camera’s: 300-400 euro, case om mee te duiken (tot 50 meter gecertificeerd of zo), vervangbare lenzen, 6-as stabilisatie, 4K video, RAW foto’s heb ik nog niet gezien. Het is nog in ontwikkeling. 🙂

Deel dit bericht:

Vakantie en zo

 Gepubliceerd door om 08:56  Persoonlijk
jul 212017
 

Nee, ik heb niet al 3 weken vakantie. Maar inderdaad al 3 weken geen berichten hier. Daarom een kort teken van leven. Ik ben er nog gewoon en alles gaat prima. De laatste weken voor mijn vakantie waren gewoon nogal druk met o.a. conferentiebezoek, projectoverleg in het buitenland, klussen die nog af moesten en nieuwe activiteiten die voor na de vakantie alvast in de steigers gezet moesten worden.

Daardoor is het bloggen er een beetje bij ingeschoten. Al moet ik bekennen dat ik op dat gebied ook wel weer een beetje een heroverweging heb over het nut daarvan. Veel van de berichten die tegenwoordig in Feedly voorbij komen zijn de namelijk moeite van het bewaren en bloggen niet waard, meer van hetzelfde.  Een combinatie dus van weinig tijd en weinig nieuws.

De komende weken zal het hier stil blijven. Ik heb namelijk inmiddels wel vakantie en gezien het goede weer zijn er andere dingen, samen met de rest van het gezin, die voorrang krijgen boven het knutselen en klooien met elektronica, LoRaWAN, ESP8266 etc.

Dank je voor het langskomen, ik zou zeggen: laat de feed gerust in je RSS-lezer staan (of volg de updates via Twitter), als ik weer wat te melden heb, dan komen de berichten ook weer. Voor nu: fijne vakantie!

Deel dit bericht:
jul 022017
 

Het was voor mij hét voorbeeld van een (andere) doorgeschoten discussie binnen onderwijsland. De felle discussie die ik tussen twee docenten mee mocht maken over Kahoot! versus Socrative. De docent die voorstander van Kahoot! was baseerde dat namelijk voornamelijk op het gegeven dat bij Socrative de vraag op het mobiele device van de studenten te zien was en bij Kahoot! niet. Het voordeel daarvan was dat de leerlingen niet omlaag naar hun scherm zaten te kijken, maar naar de docent en het bord. Dat was goed om hun aandacht te richten.

Het blijkt dat het echter ook (vaker / net zo vaak? ik heb er geen cijfers over gezien) voor te komen dat leerlingen / studenten moeite hadden tussen die disconnect van wat ze op het bord zagen en wat ze op hun device aan moesten klikken. Je  merkt, ook hier zou ik niet té stellig de ene of de andere kant op willen argumenteren.

Maar het heeft er in ieder geval voor gezorgd dat Kahoot! een wijziging in hun mobiel app gaat introduceren. De antwoorden worden straks namelijk ook op de mobiele applicatie getoond! Net als bij Socrative dus.
Of het een optie wordt die je aan en uit kunt zetten weet ik niet. Ik mag hopen voor Kahoot! van wel. Tenminste als die docent die ik zo vurig hoorde argumenten niet de enige in haar soort was. 🙂

Een andere feature die docenten vast op prijs zullen stellen is de mogelijkheid om “Challenges” aan te maken waarbij leerlingen ook zonder de docent de quizzes kunnen maken.

Je kunt je aanmelden voor de bètaversie als je wilt testen en wilt reageren op de nieuwe functionaliteiten.

Deel dit bericht: