nov 182018
 

Toen ik vorige week schreef over mijn (niet zo succesvolle) experimenten met de combinatie Moodle + Xerte + Learning Locker, reageerde Inge Donkervoort met de tip om SCORM Cloud te gebruiken als Learning Record Store (LRS). Ik had die wel voorbij zien komen, maar de prijstabel niet goed gelezen, ze blijken toch een gratis account te hebben dat testen mogelijk maakt. Prima, want dan kon ik kijken of het aan mij of aan de setup van Learning Locker lag. Het bleek aan dat laatste te liggen want binnen no-time zag ik data binnen komen in SCORM Cloud. OK, niet helemaal no-time, maar binnen het uur.

En zoals wel vaker, bleek ook dat toen de eerste technische hobbels overwonnen waren, de echte uitdagingen pas begonnen. Ik had een hele kleine module gemaakt in Xerte Online Toolkits die ik via LTI ontsloot in een lokale Moodle installatie. Het idee was dat, via xAPI, gebruiksdata in de LRS terecht zou komen (in dit geval in SCORM Cloud). Zoals gezegd, dat was ook zo, maar niet altijd op een manier die ik kon volgen. Ik miste nogal wat data.

In plaats van zelf verder materiaal te ontwikkelen, besloot ik gebruik te maken van materiaal dat door Deltion gratis en vrij voor hergebruik door iedereen beschikbaar gesteld wordt. De eerste is Afstandsonderwijs en de andere is Blended Coaches. Er zijn uiteraard meer onderwijsinstellingen die modulen online aanbieden, maar lang niet altijd kun je dan ook de Xerte bronprojecten downloaden. In deze twee gevallen wél, (hier voor die over Afstandsonderwijs en hier voor die voor de Blended Coaches). Het resultaat is een (of meerdere) ZIP-bestanden die je dan weer in Xerte kunt importeren. Ik moest er in XAMPP de uploadgrenzen wat voor uitbreiden maar toen kon ik in Xerte met de projecten aan de slag.

N.B. ik zal in dit bericht een paar “problemen” beschrijven waar ik tegenaan liep bij het gebruik van de module. Dat is zeker niet bedoeld als kritiek, hoogstens als feedback. Ik ben al lang blij dat ze de modulen delen en hoop zo bij te dragen aan een nog betere versie ervan.

Tussenstapje:  Moodle Logstore xAPI plugin

Voordat ik verder ga met het gebruik van de module, even een uitstapje specifiek voor Moodle. Want voor Moodle is er namelijk een plugin genaamd de Moodle Logstore xAPI plugin die heel handig is en zeker aan te raden als je gebruik maakt van Moodle en met xAPI aan de slag wilt. De plugin zorgt er namelijk voor de logberichten die door Moodle vastgelegd worden ook via xAPI naar een LRS gestuurd kunnen worden. En dat is handig want het betekent dat je ook informatie binnen kunt krijgen als “Student Test logged into ‘Allyoucanlearn’” waarbij ‘Allyoucanlearn’ in dat geval een Course binnen Moodle is die al dan niet uit verschillende resources en activiteiten bestaat die voor zichzelf op hun beurt weer data doorgeven aan de LRS. Zonder deze plugin zou je die data (het navigeren door de Course) niet binnen krijgen.
De plugin zet nog niet alle events door naar xAPI, maar je kunt deze zelf uitbreiden waar gewenst.


Terug naar de Xerte module.

Lees verder….

Deel dit bericht:
nov 062018
 

Vandaag mocht ik een kleine bijdrage leveren aan de sessie van Bas Cordewener en Tom Dousma waarbij werd teruggekeken op 20 jaar SURF Onderwijs en ICT.

Ik keek terug op het werk van de SURF SiX Expertisegroep op het gebied van leertechnologiestandaarden.

Naast mijn bijdrage waren er ook bijdragen van Gerard Baars (Erasmus Universiteit), Peter Bloemendaal (LUMC), Marja Verstelle (Universiteit Leiden) en Stan van de Sanden (oud-LSVB).

Het was leuk om samen even terug te kijken al was het ook wel confronterend dat veel van de onderwerpen van toen, lang geleden, ook nu nog onderwerp van gesprek zijn. Laten we hopen dat dat over nog eens 20 jaar anders is.
Een complete versie van de presentatie is hier te vinden.

Zie zeker ook de samenvatting van Wilfred naar aanleiding van de sessie!

 

 

Deel dit bericht:
okt 062016
 

foto_yvonne_rouwhorst Vandaag was ik voor de tweede dag deze week in Utrecht bij een activiteit die door SURF georganiseerd werd. Vandaag was het de Challenge day: Onderwijs op maat. Gedurende de dag waren er in totaal 15 leveranciers die toelichting gaven bij hun product aan de hand van een aantal vragen:

  • hoe hun producten bijdragen aan het realiseren van de componentenvisie voor de leeromgeving, zoals beschreven in de notitie.
  • hoe hun producten onderwijs op maat ondersteunen.
  • hoe hun producten passen binnen het applicatielandschap van onderwijsinstellingen.
  • welke standaarden hun producten gebruiken om integratie mogelijk te maken.

Ik zat er in een van de twee panels die elk van de sprekers na afloop van hun 15 minuten presentatie (kritische) vragen stelde. Het betekent ook dat ik maar de helft van de presentaties gezien heb aangezien ze parallel liepen. Hieronder staat de tekst die ik gebruikt heb voor de terugkoppeling vanuit ons panel aan het einde van de dag (ik heb hem niet letterlijk zo voorgelezen, maar de strekking gevolgd):

Vandaag was een moeilijke opgave voor de sprekers.
Onderwijs op maat is eigenlijk helemaal niet technisch, dat gaat om het inrichten van onderwijs / onderwijsprocessen / mensen.
De componentenbenadering van SURF gaat al heel snel over techniek, standaarden, stekkers en 3-letterwoorden.

De leveranciers van componenten hebben het “gemakkelijk” in deze. Zij willen graag dat leeromgevingen in componenten worden opgedeeld, want dat past prima bij hun product.

We hebben twee verhalen gehoord rond toetssystemen. De ene helemaal gevuld met standaarden, de andere een stuk minder. De voorbeelden die Nico noemde van situaties waarbij hij zelfs binnnen de onderwijsinstelling al met 4 verschillende toetssystemen te maken had, laten zien dat je hier niet alleen met LTI uit de voeten kunt. Van de andere kant is het ook zo dat als je volledig standaardenbased bent, je de koppeling met dat onderwijs niet uit het oog moet verliezen. Hou in de gaten dat je ook moet kunnen laten zien hoe je samen kunt werken met wat onderwijsinstellingen al hebben, hoe jij binnen de bestaande componenten past, hoe jij binnen onderwijs op maat past.

De “cement” in het model is helaas niet zo sexy. Ze zijn ongetwijfeld heel zinvol en nuttig, maar slechts weinigen die zich met inrichting van het onderwijs bezig houden zullen daar warm voor lopen.
We hebben ook voorbeelden gezien die wél duidelijk gelinkt waren aan het onderwijs, al werd daarbij nog erg uitgegaan van de ideale wereld, de knelpunten blijven wat onderbelicht. Hier ligt nog een taak voor SURF lijkt me.

We hebben ook LMS leveranciers gehad. Daarbij de toch wel fundamentele vraag voor leveranciers of zij zich zien als het centrum van het ELO universum of als een component. Zit het niet in de aard van het beestje voor een centrale component om te willen uitdijen om te voorkomen dat ze “slechts” een basis LMS zijn.

Al met al denk ik dat we een mooi divers verhaal van heel verschillende leveranciers gezien hebben.
Ik hoop ook dat de aanwezigen in ieder geval meenemen dat als zij systemen of diensten gaan aanschaffen, de koppeling / integratie met hun bestaande en gewenste systemen, maar zeker ook bestaande en gewenste onderwijsprocessen een belangrijk punt is waarbij ze leveranciers niet op hun blauwe ogen moeten geloven maar zullen moeten doorvragen naar voorbeelden, referenties, mogelijkheden om zelf te testen.

Lees verder….

Deel dit bericht:
okt 092014
 

Afgelopen dinsdag verzorgde ik voor SURFAcademy het webinar “Interoperabiliteit van toetssystemen”. Hierboven zie je de presentatie die ik daarbij gebruikt heb.
Schermafdruk 2014-10-09 20.25.06
Het webinar is opgenomen en in zijn geheel hier terug te kijken.

Deel dit bericht:
sep 292014
 

Whitepaper_LTIVorig jaar heb ik in opdracht van het SURF-programma Toetsing en Toetsgestuurd Leren een whitepaper geschreven over het gebruik van QTI in het Nederlandse hoger onderwijs. Dit jaar is daar, op verzoek van hetzelfde programma, een whitepaper over de Learning Tools Interoperability aan toegevoegd.

Het whitepaper gaat in op de volgende vragen:

  1. Wat is de praktische betekenis van de LTI-afspraak voor het Nederlandse hoger onderwijs?
  2. In hoeverre wordt LTI internationaal daadwerkelijk gebruikt?
  3. Welke versie van LTI is relevant om te hanteren?
  4. Wat is de praktische betekenis als een leverancier aangeeft dat zijn product LTI-ondersteuning biedt?
  5. Wat zijn beperkingen van het gebruik van LTI?
  6. Hoe verhoudt LTI zich tot actuele leertechnologie-afspraken als QTI en Common Cartridge?

Beide whitepapers sluiten op elkaar aan, maar kunt je ze ook los van elkaar lezen. Zo wordt in beide whitepapers kort stil gestaan bij het proces van ontwikkelen van ‘standaarden’ (en waarom dat woord hier tussen aanhalingstekens staat), legt het QTI whitepaper ook kort uit wat LTI is en omgekeerd. Ze richten zich beiden ook nadrukkelijk op de niet-techneut, d.w.z. managers, ICTO-medewerkers, docenten die zich met toetsing bezig houden. Heel technische zaken als “hoe bouw ik ondersteuning in in mijn leeromgeving?” of “waarom werkt koppeling X niet met systeem Y”  komen niet aan bod. Ik hoor ook graag in hoeverre dat gelukt is, of dat er toch nog prangende vragen open blijven. Laat het me weten hieronder in de reacties of mail me even.

Volgende week, op 7 oktober verzorg ik een gratis online webinar over dit onderwerp. Vragen die ik voor die tijd binnen krijg, kan ik ook dan aan bod laten komen.

 

Deel dit bericht:
sep 182014
 

webinarOp 7 oktober 2014 verzorg ik van 13:00 – 14:00 uur voor SURFacademy een webinar over de interoperabiliteit van toetssystemen. Dit op basis van het whitepaper over de Question and Test Interoperability (QTI) specificatie dat ik vorig jaar geschreven heb en het whitepaper over de Learning Tool Interoperability (LTI) specificatie dat nou bij de vormgever/opmaak ligt.

Doelgroep van het webinar zijn “projectleiders van toetsprojecten, beleidsmedewerkers, ICTO-adviseurs en ICT- adviseurs in het hoger onderwijs” (ik citeer de website even).

En als je nou denkt “QTI? LTI? Wat is dat nou weer? En wat moet ik als toetsmaker/toetsbeheerder/ICTO consultant daar nou weer mee?”, nou dan lijkt me dat een hele goede reden om te komen luisteren/kijken en om mee te praten.

Voorbeelden van casussen op dit gebied die nú spelen in het hoger onderwijs in Nederland, zijn hier te vinden. En dat zijn dan alleen de casussen die binnen de regeling meedingen naar subsidie.

Enne, heb je al dringende vragen vooraf, stel ze dan hieronder, dan verwerk ik ze (de vraag en het antwoord) in mijn presentatie!

Aanmelden voor het webinar kan via deze pagina.

Deel dit bericht:
jan 082014
 


Naar aanleiding van mijn bericht over het Kennisnet Trendrapport 2014-2015 Technologiekompas voor het onderwijs reageerde Michael van Wetering van Kennisnet met het volgende:

Wat we namelijk bedoelen met ‘standaarden niet beschikbaar’ is dat wij bij de bouwers van adaptieve leersystemen (b.v. Pulse-On, Oefenweb en Dedact) beluisteren dat er geen inzetbare open standaarden zijn die hen in staat stellen materiaal zodanig te beschrijven dat ze er binnen hun systeem mee uit de voeten kunnen. De markt moet natuurlijk altijd gestimuleerd worden standaarden ook toe te passen, maar vooralsnog zegt men dus dat die standaarden er simpelweg niet zijn.
Wellicht is dat slechts een kwestie van het ontwikkelen van het juiste toepassingsprofiel, dat kan ik met mijn beperkte kennis van deze standaarden niet beoordelen. Wat is jouw inschatting?
Heb je voorbeelden van adaptieve leersystemen die de door jou genoemde standaarden al wel succesvol toepassen? Die voorbeelden zou ik heel graag opnemen in het rapport!

De reactie laat precies zien waarom het vaak zo heel lang duurt om leertechnologiestandaarden te ontwikkelen en te implementeren. Laat ik beginnen met te stellen dat ik de omgevingen Pulse-On, Oefenweb en Dedact niet ken. Ik kan dus niet inschatten in hoeverre zij adaptiviteit toepassen die niet met bijvoorbeeld IMS Learning Design te beschrijven zou zijn. Het probleem is daarbij dan ook dat die bedrijven niet betrokken waren bij het ontwikkelen van die specificatie nu zo’n 10 jaar geleden (zie ook de tijdlijn in de afbeelding hierboven). De kans dat zij dingen willen die niet kunnen worden beschreven in IMS LD is dan natuurlijk tamelijk groot.

Productierijpe, commercieel te verkrijgen of open source, systemen die IMS LD (en in het verlengde daarvan IMS QTI, want dat wordt gebruikt voor de toetscomponent in IMS LD) ondersteunen, die ken ik niet (hier staat een al wat ouder lijstje met tools en een inschatting van hun volwassenheid).  Maar, het zou te gemakkelijk zijn om te volstaan met een constatering dat “er geen standaarden zouden zijn die doen wat de leveranciers willen” en de standaarden/specificaties die dat zouden moeten kunnen dan maar gewoon niet eens te benoemen in het rapport. Ik weet dat er heel slimme mensen bij het opstellen van IMS LD betrokken zijn geweest en ik zou het toch wel heel interessant (en verrassend) vinden als zij een standaard/specificatie voor het beschrijven van adaptief onderwijs ontwikkeld hebben, op basis notabene van een specificatie die al bestond en bij de OU al intern gebruik werd (EML = de Educational Modelling Language) en dat zij dan daarbij de plank zo volledig mis geslagen zouden hebben dat die niet meer bruikbaar zou zijn om de adaptiviteit die systemen in 2014 willen kunnen ondersteunen, te beschrijven.

Als dat inderdaad zo is, en als er drie leveranciers zijn die wel de wens hebben om de adaptiviteit van hun systemen op een leveranciersneutrale manier te kunnen beschrijven, dan lijkt me daar een mooie opdracht vanuit Kennisnet/SURF richting IMS te liggen. Draagvlak al verzekerd.

(p.s. en voor wie het niet begrepen had: ik ben heel blij met de reactie van Michael, dit soort online discussies/dialogen zijn nou precies wat internet zo mooi en waardevol maakt wat mij betreft!)

Deel dit bericht:

Standaarden zijn wel zo gemakkelijk

 Gepubliceerd door om 08:11  Standaarden
jul 182010
 

Autoradio inbouwen Het blijkt keer op keer maar weer dat met standaarden onderlinge verbindingen tussen producten van verschillende leveranciers ontzettend veel eenvoudiger maken.
Zo ook toen ik een nieuwe autoradio wilde inbouwen in onze auto. Ik moet bekennen dat ik dat al heel lang niet meer heb hoeven doen. De laatste keer was nog in een Citroen Dyane , dat was eenvoudig. Maar daarna werd dat steeds door de garage gedaan (bij aflevering van de auto).

Ik wilde de radio vervangen omdat hij geen mogelijkheid had voor het aansluiten van bijvoorbeeld een iPod of iets anders waarmee ik de verzameling muziek die ik normaal gesproken beluister af te kunnen spelen. CD’s zijn niet zo heel handig als je die normaal gesproken niet meer gebruikt (anders dan als backup voor de muziek zelf). Daarvoor is de verzameling te groot geworden.

Nieuwe autoradio uitgezocht en gekocht. Welk type doet er niet zo heel erg toe. Maar ik had bij de Halfords staan twijfelen: gebruik maken van de inbouwservice voor 50 euro of zelf doen. Toch maar zelf gedaan, omdat bij de radio stond dat hij beschikte over een ISO-stekker en ik er vanuit ging dat mijn ‘oude’ radio dat ook zou hebben.
Lees verder….

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Standaarden zijn wel zo gemakkelijk  Tags:
apr 252010
 

status.net Sommig toepassingen vereisen eigenlijk dat je er geruime tijd mee speelt voor het mogelijk is er een onderbouwde blogpost over te schrijven. En hoewel ik al eens eerder met Status.net gespeeld had, kan ik ook nu nog niet beweren alle ins en outs van dit Twitter-alternatief (ik vind kloon overigens geen terechte benaming) te kennen. Maar het kreeg al een dusdanige omvang dat ik het verstandig vond om het in een post vast te leggen.

Wat is Status.net?
Status.net is open source software waarmee je je eigen microblogging server kunt opzetten. Je eigen Twitter-dienst als het ware. Het is een verzameling PHP-scripts die relatief eenvoudig op een server te installeren zijn. Dreamhost, de hosting provider waar ik al mijn bulkmaterialen plaats, heeft de applicatie als “one-click install” in hun aanbod opgenomen, dus het was voor mij helemaal eenvoudig om de installatie op te zetten. Dat ging niet helemaal foutloos, er werd geen configuratiebestand aangemaakt, maar toch redelijk eenvoudig.

Maar waarom Status.net als we Twitter al hebben?
Hoewel Status.net een heleboel dingen doet op dezelfde manier als Twitter dat doet, zijn er twee zaken die heel verschillend zijn:
1) De code van Status.net is open source.
Je kunt hem overal installeren waar je maar wilt, dus ook op een interne server, achter een firewall, thuis op een servertje, waar je maar wilt. Daarnaast heb jij toegang tot de gehele code. En die mag je als je dat wilt aanpassen of uitbreiden. Dat kan door in de code zelf te duiken, maar verstandiger is om een plugin te schrijven.
2) Status.net gaat uit van een gedistribueerd systeem.
De kracht van Twitter is dat je daar je vrienden/kennissen/contacten kunt vinden. Met jezelf kletsen is maar heel even (of heel af en toe) interessant. Het mooie van Status.net is dat het niet uit maakt dat iemand gebruikt maakt van een andere Status.net server dan waar jij op zit, je kunt ze toch volgen, en zij kunnen jou volgen. Hieronder zie je een afbeelding van de abonnementen die ik nu heb aangemaakt op mijn eigen server:

Lees verder….

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Je eigen Twitter alternatief met Status.net  Tags: ,

Het avondje van Sint Nicolaas

 Gepubliceerd door om 06:22  Standaarden
dec 052007
 
Sinterklaas Fontys 2007

Het leidde ook dit jaar weer tot discussie: wanneer is Sinterklaas nou jarig? Op 5 december of op 6 december? De officiële Sinterklaas norm van het Nederlands Normalisatie instituut (NEN) is dan natuurlijk dé normatieve bron van informatie.
En ik verwijs er nog maar een keer naar, want het blijkt dat ook voor mij dat informatie is die zo weer weg zakt. Want hoewel ik er in 2003 voor het eerst over schreef, reageerde ik toch tamelijk verbaasd op de opmerking van Paul de Maat twee jaar later in 2005 toen hij zei dat het helemaal niet de verjaardag was, maar de sterfdag van Sinterklaas.
En dat terwijl de norm daar heel heldere info over verschaft. Op pagina 9 van de norm staat namelijk:
Wij vieren het feest van Sint-Nicolaas op de sterfdag van Nicolaas van Myra. Hij overleed waarschijnlijk op 6 december 342. Bij heiligen wordt altijd de sterfdag gevierd omdat dit de dag is van hun wedergeboorte. De feestdag begon vroeger de avond voor de sterfdag.

Dus: zijn ‘verjaardag’ (als in de dag van zijn wedergeboorte beter bekend ook als zijn sterfdag) is op 6 december, maar het feest begint op de avond van tevoren.

Toch maar goed dat er standaarden zijn, kan ik tenminste de rest van mijn tijd beter besteden aan innovatie. ;-)

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Het avondje van Sint Nicolaas  Tags: