jun 112015
 

Via Emerge kwam ik een drietal berichten/verslagen tegen over Effectief digitaal feedback geven. Aan bod komen o.a. de ervaringen met met Peermark, Grademark, Turnitin, Winvision, o.a. op basis van de ervaringen opgedaan in het SCALA project (SCaffolding Assessment for LeArning). Klik op de afbeelding hieronder om naar het bericht te springen:

effectief_digitaal_feedback_geven_1

effectief_digitaal_feedback_geven_2

effectief_digitaal_feedback_geven_3

p.s. helemaal iets anders: zou het voor SURF en andere subsidie verstrekkende instanties, maar ook voor bijvoorbeeld congresorganisaties niet een idee zijn om bij het laten beoordelen van voorstellen ook zoiets als Turnitin te gebruiken? Scheelt tijd en het maakt het voor reviewers veel gemakkelijker om feedback per onderdeel te geven.

Deel dit bericht:

Agenda-opties voor 24 juni 2015

 Gepubliceerd door om 12:29  Agenda
jun 112015
 

Google Calendar Ik zag zojuist op de website van het lectoraat eLearning van Inholland dat de miniconferentie die gepland stond voor 24 juni a.s. verzet is naar 24 september 2015.
Dat is jammer, want die stond met potlood in mijn agenda om bij te wonen. Mocht dat voor jou ook het geval zijn en heb je nu een gat in je agenda, dan zijn er meer dan genoeg opties die ook relevant kunnen zijn:

Kortom, genoeg om uit te kiezen. Let op! In alle gevallen betreft het conferenties / symposia waar ik nog nooit zelf geweest ben (ok, met uitzondering van #hbodiscours, maar dat was voor een ander onderwerp) en in veel gevallen zijn het betaalde conferenties. Check dus zelf even of het je het geld waard lijkt!

Deel dit bericht:
jun 102015
 

ZoteroEigenlijk maakt het niet uit, of je nou docent, student, consultant of onderzoeker bent. Als je documenten samenstelt, dan maak je haast altijd gebruik van materialen van anderen. En dan hoor je gewoon aan bronvermelding te doen.

Nou is dat op een weblog vaak eenvoudig: je voegt een linkje in en klaar. Maar in rapporten of artikelen is dat niet zo heel handig. Daar is het gebruikelijk dat je op de plek in de tekst waar de verwijzing relevant is, een tekstuele verwijzing opneemt in de vorm van auteur + jaartal en dan onder aan het rapport/hoofdstuk/artikel via een uitgebreidere beschrijving van de bron de doorverwijzing opneemt. Dat kan volgens een aantal afspraken, een heel bekende daarbij is de APA.

De reden waarom dat lang niet altijd gebeurt is eigenlijk heel simpel. Het bij elkaar zoeken van de benodigde informatie daar voor en het correct opnemen van de beschrijving van de bron is best veel werk. Sinds mijn promotieonderzoek heb ik me één ding heel erg aangeleerd: als ik interessante bronnen tegen kom, dan stop ik die meteen in een referencemanager. Tijdens mijn promotietraject deed ik dat in Endnote, prima als je niet veel bronnen hoeft te delen. Daarna heb ik een tijdje Mendeley gebruikt, mooie online omgeving beetje prijzig als je met groepen werkt. Sinds een tijdje werk ik (weer) met Zotero, niet zo schitterende webinterface, maar gratis en krachtig. En met een goed werkende WordPress plugin.

Waarom een referencemanager? Nou, omdat je dan bij het vinden van de bronnen de informatie over die bronnen één keer goed vastlegt en daarna elke keer als je die bronnen nodig hebt daar weer gebruik van kunt maken. Dan kun je tijdens het typen in Word gewoon even zoeken naar de bron en die als verwijzing in laten voegen in het document. Met aan het einde van het document een nette lijst met de bronnen. Maar ja, dan moet je dat dus wel de eerste keer goed doen. En vaak is ook dat nog heel wat werk.
Lees verder….

Deel dit bericht:
jun 092015
 

Op The Chronicle of Higher Education worden een aantal voorbeelden genoemd van onderwijsinstellingen die online badges gebruiken bij professionaliseringsactiviteiten van docenten.

De vraag die ze zichzelf en ons stellen is of zulke online badges de docenten zouden motiveren om zichzelf te blijven professionaliseren.
Afgaande op de reacties zou het antwoord zijn: Nee.
Zelf zou ik het eigenlijk wel een experiment waard vinden om te zien of Nederlandse docenten er gevoelig voor zijn. En als wij/zij dat niet zijn, waarom denken we dat studenten dat wel zijn?

Deel dit bericht:
jun 082015
 

chromebookHij is (nog) niet in Nederland te koop, maar in de VS kunnen ze hem al via Amazon bestellen, de ASUS Chromebook C201PA-DS01 11.6-inch. Het is met zijn $169,99 niet de allergoedkoopste Chromebook, maar wel als het gaat om de bekendere merken.

En natuurlijk is ASUS ook een merk met een bepaalde faam als het gaat om goedkope apparaten. Immers, van hen kwamen ook de EeePCs die nog niet eens zo heel erg lang geleden (ok, jaar of 7 alweer) toch wel een duidelijke doorbraak qua prijs en afmetingen van laptops betekenden.
Natuurlijk, een Chromebook is geen Macbook. Hij draait ook geen Windows 8.1 of Windows 10 (zoals de HP Stream 11 van zo’n $30,- meer). Het is ook geen tablet. Deze heeft geen touchscreen (modellen met touchscreen van andere leveranciers zijn ruim $200 duurder). Maar dan wel weer een vast toetsenbord.

Wat krijg je voor die 170 dollar?
Een laptop van 980 gram, met een 11,6 inch monitor, die snel opstart en die een accuduur heeft van 13 uur. Ingebouwde opslag is beperkt tot 16GB, ik weet niet hoeveel daarvan vrij is maar via de USB-poorten of de micro-SD kaarthouder kun je e.e.a. uitbreiden.

In tegenstelling tot bij Windows heb je echter ook niet grote hoeveelheden opslag nodig voor bijvoorbeeld Office, want die kun je niet installeren. Je keuze is beperkt tot apps die geschikt zijn voor Chrome OS. Dat betekent dat je een aantal dingen niet kunt doen. Geen Silverlight, geen Java, dus ook geen Minecraft. Er zijn tools om video te bewerken, uiteraard is er Google Office (Online en Offline) of Microsoft Office Online, Scratch als programmeeromgeving werkt en ook voor Arduino is er inmiddels ondersteuning. Betekent dus ook dat een Chromebook een mooi platform zou kunnen zijn voor in je lab als je leerlingen met Arduino’s aan de slag wilt laten gaan. Geen voeding nodig, je zit niet vast aan desktopsystemen. Heb je materialen in een online omgeving staan, ook dan zul je met de Chromebook geen enkel probleem hebben.

Chromebook versus Tablet versus Windows laptop
Voor een onderwijssituatie zou ik vooral benieuwd zijn naar een aantal vergelijkingen tussen een Chromebook, tablets en windows laptops. Zoals:

  • Toetsenbord versus Touchscreen. Welk van de twee heeft in de onderwijspraktijk uiteindelijk de voorkeur? (of moeten we eigenlijk allebei? of een convertible?)
  • Hou verhoudt het beheer van de verschillende devices zich? Met andere woorden: is de een eenvoudiger te beheren/onderhouden dan de ander? Hoe ligt het met de totale cost of ownership?
  • Stand van zaken onderwijskundige toepassingen. En dan bedoel ik niet alleen “wie heeft de meeste apps”, maar meer “welk apparaat is binnen de verschillende onderwijskundige scenario’s het beste in te zetten?”.

Het lijkt er nu op alsof een Chromebook een ideaal mix van Windows laptop en tablet vormt. Mijn vraag is echter ook of het, net als de EeePC, niet een tijdelijk verschijnsel is dat weliswaar de totale markt voorgoed zal veranderen, maar zelf  slechts van korte duur blijkt. Met andere woorden: kunnen /zullen we over 5 jaar nog steeds een Chromebook kopen?

Zie ook:

Deel dit bericht:

Twitterarchief 03 t/m 06-06-2015

 Gepubliceerd door om 23:08  Twitterarchief
jun 072015
 
Deel dit bericht:
jun 062015
 

logo-nerdcafe-400pxAanstaande woensdag, 10 juni 2015 om 20:00 uur is het tijd voor de derde editie van het Nerdcafé. Nerdcafé is een initiatief van Jeroen van de Nieuwenhof, is helemaal gratis, maar je moet je wel even aanmelden omdat het aantal plaatsen beperkt is. Nerdcafé wordt ook nu weer gehouden in De Wieger in Deurne (in Brabant, niet die bij Antwerpen).
Dit keer is er een presentatie door Detlef La Grand over de virtual reality-brillen van VR Master en een presentatie van  Ard Jacobs over Pillo, een kussen om mee te gamen. Twee interessante devices ook voor het onderwijs!

Hieronder kun je een interview zien met Ard Jacobs over Pillo Games. Interessante insteek is dat hij de Pillo (ook) ziet als een alternatieve controller voor bijvoorbeeld kinderen met autisme of ADHD:

 

Deel dit bericht:
jun 052015
 

Lectorale_Rede_Robert SchuwerHet was natuurlijk al een tijd bekend, maar ik zag net het officiële persbericht voorbij komen, dus hier ook maar even een verwijzing naar de lectorale rede volgende week vrijdag 12 juni, van Robert Schuwer, lector Open Educational Resources bij de Fontys Hogeschool ICT.

Voorafgaand aan de lectorale rede is er een symposium over open onderwijs. Voor het volledige programma zie deze pagina.

Meer over het lectoraat van Robert kun je hier vinden.

Deel dit bericht:
jun 042015
 

innovatiewijzerIn het kader van ook bij de “buren” kijken: Kennisnet stelt een handige “Innovatieversneller” beschikbaar (voorheen “innovatiewijzer” genoemd).

De Innovatieversneller is een toolkit (set van documenten/werkbladen) met technieken die je kunnen helpen tijdens innovatietrajecten (binnen het onderwijs). Dat binnen het onderwijs heb ik even tussen haakjes gezet, want eigenlijk is de toolkit niet beperkt tot het onderwijs, en al helemaal niet beperkt tot alleen po, vo en mbo, de primaire doelgroep van Kennisnet.

De toolkit richt zich op drie deelgebieden:

  1. Behoefte bepalen
  2. Oplossingen verkennen en uitproberen
  3. Een vernieuwing uitbreiden

De toolkit pretendeert niet “compleet” te zijn. Je wordt dan ook uitgenodigd om, waar handig, eigen technieken toe te voegen. Zo was ik gisteren bij een “Open Space” sessie die door SURF georganiseerd werd rond de gewenste dienstverlening op het gebied van Open en Online Onderwijs. Dat is een techniek die niet in het schema voor komt. Een andere is “Customer Journey“, een techniek waar we intern nu ook naar kijken als het gaat om bijvoorbeeld inrichting van gebouwen.

Eigenlijk zou dat nog een wens voor versie 2.0 van de toolkit kunnen zijn: een mogelijkheid om eenvoudig aanvullende “ruitjes” toe te voegen in zo’n zelfde format als de toolkit zelf zodat je als organisatie één mooie overzichtelijke toolkit houdt.

Deel dit bericht: