jan 192015
 

convert_6

Even een snelle notitie over het exporteren van literatuurverwijzingen van Endnote naar Zotero, maar het werkt net zo goed van Endnote naar Mendeley.

Uitdaging daarbij is dat vaak/standaard, de bijlagen die je in Endnote aan de verwijzingen hebt toegevoegd niet meegenomen worden. En handmatig opnieuw toevoegen is erg veel werk.

Het blijkt allemaal samen te hangen met de manier waarop Endnote naar de bijlagen verwijst. Als je een PDF op je laptop hebt staan en die koppelt aan een bron, dan wordt er een verwijzing opgenomen naar die PDF op die locatie. Maar op een aantal moment kan dat wijzigen. Bijvoorbeeld als je een gecomprimeerd archief maakt van je library. Dan worden alle bijlagen bij elkaar in mappen gezet zodat Endnote die in een ZIP kan inpakken en je het geheel dus met bijlagen eenvoudig kun versturen.

Een andere manier waarop dat kan is door Endnote te vertellen dat je ‘relatieve’ verwijzingen wilt gebruiken.

convert_1

Ook dan worden de PDF’s netjes bij elkaar gezet.
Lees verder….

Deel dit bericht:
mrt 232014
 

Op de een of andere manier hebben onderwerpen en technologieën waarmee ik eerst semi-privé in aanraking kom de neiging om na een tijdje ook een relatie met mijn regulier werk voor Fontys te krijgen. Het verbaasde me dan ook niet dat ik die vraag ook van tijd tot tijd krijg als het gaat over 3D printen. Nee, zei ik dan altijd, dat zie ik vanuit mijn rol bij de dienst Onderwijs en Onderzoek niet zo snel gebeuren.

makerfaire_flyerBUiteraard is dat ook nu waarschijnlijk niet helemaal zo. Binnen het Fontys Centre of Expertise High Tech Manufacturing and Materials Objexlab wordt onderzoek gedaan naar wat 3D-printen voor bedrijven en onderwijs kunnen betekenen.

Meer over het expertisecentrum kun je vinden op hun Facebook-pagina en op Twitter. Komende week kun je ze ook vinden op de Eindhovense Mini Maker Faire in het Klokgebouw. Eens kijken of ik daar bij kan zijn omdat ik ook Fablab Maastricht op de deelnemerslijst zie staan. En dat zijn tenslotte toch de mensen die me met het daadwerkelijk zelf in 3D printen in aanraking hebben laten komen.

Ook interessant: ik zie bij de foto’s op Facebook iets staan dat ofwel een tweetal Makerbot 2X 3D printers ofwel een tweetal Wanhao’s is. In het ene geval kosten ze zo’n 2.800 USD per stuk, in het andere geval zo’n 1.280 euro. Maakt toch wel beetje verschil. 😉

Goed dat “we” ook op dit gebied actief zijn. Ik zal ze zeker blijven volgen, niet alleen als gewone consument, maar ook als ouder van twee kinderen waarvan deze technologie straks zo gewoon gaat worden als voor ons de computer nu is!

Deel dit bericht:
feb 242014
 

VOR_logo De divisie ICT van de Vereniging voor Onderwijs Research organiseert op 19 maart 2014 de bijeenkomst “Mediawijsheid in het Hoger Onderwijs – stand van zaken”.

Dit is een internationale bijeenkomst waarbij sprekers van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen, Fontys Hogescholen en de Thomas More hogeschool (België) in zullen gaan op de mediawijsheid van docenten (en docentopleiders) in het hoger onderwijs.
Daarnaast is er in het programma voldoende ruimte opgenomen om met de andere deelnemers en de sprekers te praten/discussiëren over de vraag “hoe pak je mediawijsheid aan binnen jouw onderwijsinstelling?”

De bijeenkomst zal plaats vinden in het iXPERIUM van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen. Als onderdeel van het programma is ook een korte rondleiding door het iXPERIUM opgenomen.
De bijeenkomst start om 12:00 met ontvangst met broodjes/koffie/thee. Deelname aan de bijeenkomst is gratis, maar met name ook voor het regelen van de catering is het noodzakelijk om je vooraf aan te melden (en je ook weer af te melden bij verhindering!).

Aanmelden kan nog steeds via dit formulier:
Mocht je verhinderd zijn, stuur dan een mail naar de secretaris van de VOR ICT: P.Gorissen@fontys.nl
Graag tot 19 maart a.s. in Arnhem!

Voor het complete programma zie deze pagina.

Deel dit bericht:
nov 162013
 

NOS_online Goed plan van staatssecretaris Dekker. Hij wil dat alle wetenschappelijke publicaties over tien jaar (dus in 2024) vrij toegankelijk zijn. Desnoods wil hij dat in een wet vast leggen als wetenschappers en uitgevers niet meewerken. Grappig dat beiden (wetenschappers en uitgevers) in datzelfde rijtje genoemd worden, want ik kan me niet voorstellen dat er (veel) wetenschappers zijn die er bezwaar tegen zouden hebben als hun publicaties vrij toegankelijk zijn. Immers, vrije beschikbaarheid vergroot de kans op geciteerd worden. En daar heeft een onderzoeker alleen maar baat bij.
Moeilijker wordt het als het gaat om de mogelijke randvoorwaarden. Want lang niet alle journals (meer niet dan wel) zijn Open Access. En een onderzoeker zal niet belemmerd willen worden in de keuze voor een journal. Dus niet een onbekend Open Access journal in plaats van een prestigieus internationaal journal dat niet Open Access is.
Uitgevers zullen er ook niet zo heel veel moeite mee hebben. Steeds vaker hebben ze namelijk een afkoopregeling ingericht. Dan kun je als auteur er voor kiezen om een artikel vrij beschikbaar te maken. Enige ‘probleempje’ is dan wel dat je daar voor dan wel gemiddeld $3.000,- moet neertellen. Oeps.

En daar zit hem dan meteen het knelpunt: iemand zal moeten betalen voor het gratis publiceren van onderzoek. Zeggen dat het onderzoek zelf al met gemeenschapsgeld gefinancierd is, is dan niet voldoende. Van Nederlandse onderzoekers eisen dat al hun output als Open Access beschikbaar komt zou dan een extra financiële last bij de onderzoeksinstellingen neerleggen. Het NOS bericht heeft het over 33.000 publicaties per jaar. Ga er even vanuit dat een deel daarvan (zeg 13.000) nu al via Open Access beschikbaar gesteld wordt, dan gaat het dus om 20.000 * 3.000 USD = 60 miljoen USD (ruwweg zo’n 45 miljoen Euro) op jaarbasis!

Natuurlijk, de staatssecretaris kan met Nederlandse uitgevers praten over het omlaag brengen van dat bedrag, maar een internationaal journal zal weinig boodschap hebben aan zo’n overleg of aan zo’n wet in een kikkerlandje. Betekent dus dat onderzoekers de kosten van Open Access zullen moeten opnemen in de budgetten van hun onderzoek en dat er dus minder tijd/budget/resources overblijven voor het daadwerkelijk onderzoek. Dat kan toch ook niet echt de bedoeling van de staatssecretaris zijn?

Deel dit bericht:
sep 272013
 

Tweet_verwijzing Ik moet zeggen dat ik zonder problemen vier jaar promotieonderzoek door gekomen ben zónder dat ik wist hoe ik een verwijzing naar een tweet op moest nemen in een artikel. Maar dat komt waarschijnlijk ook wel omdat ik geen artikelen over bijvoorbeeld de “Presidentsverkiezingen van 2012 in de VS” (het voorbeeld dat Mashable noemt) of andere onderwerpen die het echt noodzakelijk maakten om naar tweets te verwijzen.

In het algemeen kan ik me namelijk eigenlijk alleen voorstellen dat het zinvol/nuttig of zelfs acceptabel is om dat te doen als de tweet als medium relevant is. Zoals bijvoorbeeld wanneer je wilt verwijzen naar het feit dat een nieuwsitem voor het eerst via Twitter bekend gemaakt is of zo. Anders lijkt me namelijk dat er veel minder vluchtige en ongecontroleerde bronnen zijn dan Twitter waar je beter op kunt terugvallen.

EndnoteX5Maar goed, mocht je toch de behoefte hebben om naar een Tweet te verwijzen, dan kun je het via deze website eenvoudig doen, zonder lang na te hoeven denken over het format. Hier bij het bericht zie je een voorbeeld van zo’n tweet.
Toch lijkt me ook zo’n site niet ideaal. Liever zou ik de tweet dan opnemen in een referencemanager en van daaruit dan verwijzen in het artikel, zoals ik dat ook met de andere bronnen doe. Helaas kun je niet bij elke referencemanager de soorten items helemaal vrij instellen. Bij Mendeley kon ik dat niet zo snel vinden, maar bij EndNote kun je zelf referentie-types toevoegen en dan de layout bepalen. Toch iets handiger te beheren dan een losse site.

Deel dit bericht:
aug 292013
 

KijkMeAanHet is een bekend verschijnsel voor iedereen die regelmatig via de computer vergaderingen heeft: de webcam van jezelf en de andere deelnemers staat altijd net iets hoger, lager, meer naar links of rechts dan het videobeeld waar je naar kijkt. Omdat je gewend bent naar de ogen van de ander te kijken als je er tegen spreekt of naar luistert betekent het haast automatisch de het voor de ander lijkt alsof je niet naar zijn of haar ogen kijkt.
En strak naar de camera kijken zónder dat je dan naar het scherm kunt kijken is ook onhandig.

Onderzoekers in Zurich hebben geprobeerd dat wat aan te doen. In dit artikel beschrijven ze een methode waarbij het beeld van de camera digitaal aangepast wordt zodat het toch lijkt alsof je recht in de camera kijkt. Nadeel is nu nog dat je daarvoor een Kinect sensor nodig hebt, die heeft niet iedereen bij zijn PC staan. Ook werkt de vertaling van het beeld niet altijd. Er staan een tweetal filmpjes bij het artikel (helaas niet te embedden en zelfs afspelen in de browser lukte mij niet, ik moest ze downloaden om af te spelen) die voorbeelden laten zien. Meestal gaat het best goed, maar er zit een voorbeeld bij waarbij iemand een slok neemt uit een grote koffiemok en daarbij vervormd het beeld dan nogal.

De onderzoekers werken nu aan een plugin voor Skype. Dat zou de technologie in ieder geval al een stuk toegankelijker maken. En wie weet bouwt Microsoft straks een Surface tablet met ingebouwde Kinect én deze technologie. Hebben ze nóg een trucje dat de iPad niet heeft! 😉

Deel dit bericht:
jul 022013
 

kwaliteit_breedband_internet_europa Natuurlijk is dit helemaal de verkeerde kop voor een bericht over dit onderzoek. Ik had moeten schrijven: “Consument krijgt vaak niet de beloofde breedband-snelheden” of “Breedbandinternet is nog steeds niet altijd zo snel dan beloofd!”. Maar dat zouden koppen zijn die simpelweg geen recht doen aan dit (volgens mij) erg gedegen onderzoek naar de feitelijke bandbreedte die consumenten in Europa krijgen bij drie verschillende technologieën: xDSL (ADSL, ADSL2 etc.), Kabel (o.a. UPC, Ziggo) en FTTx (glasvezel).

Want dat het een gedegen onderzoek was blijkt wel als je het lijvige rapport leest dan vind je daar o.a. ook een uitvoerige beschrijving van de gebruikte onderzoeksmethode. Hier is niet zomaar wat data verzameld of wat vragenlijstjes uitgezet, hier is een gedegen meting uitgevoerd.
En natuurlijk zijn er wel partijen die een stuk blijer zullen zijn met de resultaten dan anderen. Zo blijkt dat de werkelijke downloadsnelheden van kabel in vergelijking met hun geadverteerde snelheid betrouwbaarder zijn dan die van xDSL en FTTx. Gemiddeld haalt kabel 91,4% van de geadverteerde snelheid versus 63,3% voor xDSL en 84,4% bij FTTx. De glasvezelaanbieders zullen kunnen claimen dat zij gemiddeld de hoogste snelheid leveren (41,01 Mbps) al blijft de kabel (33,10 Mbps) daar niet ver achter zeker in vergelijking met xDSL (7,2 Mbps!). Bij de gemiddelde uploadsnelheden wint glasvezel (19,8 Mbps) het echter dik van kabel (3,68 Mbps) en xDSL (0,69 Mbps).

Natuurlijk zegt dit niets over wat iemand individueel op een specifieke locatie in (in dit geval) Nederland voor elkaar krijgt. Iedereen kent wel iemand die topsnelheden behaalt of die juist altijd een trage internetverbinding heeft bij een van de drie technologieën. Duidelijk is ook dat een heroverweging van mijn SURFsnel ADSL-verbinding, zeker nu InterNLnet hem niet eens meer in hun aanbod heeft staan en http://surfsneladsl.nl doorverwijst naar een algemene pagina, geen gek idee is.

Deel dit bericht:
jul 012013
 

Student_use_of_recorded_lectures_Arun_Karnad Een van de aardige features van een Google Scholar profiel is dat je ook alerts kunt aanmaken op basis van je eigen artikelen. Je krijgt dan een seintje als er een nieuwe publicatie verschenen is die naar een van jouw publicaties verwijst. Niet altijd zijn die dan zomaar vrij te downloaden.

De literatuurstudie “Student Use of Recorded Lectures: A report reviewing recent research into the use of lecture capture technology in higher education, and its impact on teaching methods and attendance” (PDF!) is echter gewoon online beschikbaar, dus kan ik er ook naar verwijzen.

In de literatuurstudie wordt verwezen naar een aantal onderzoeken op dit gebied, waaronder het artikel dat hoofdstuk 3 vormt van mijn promotieonderzoek.
Lees verder….

Deel dit bericht:
feb 282013
 

Facebook growth Tijdens mijn promotieonderzoek heb ik ook gekeken naar het verschil tussen ‘selfreports’ van studenten over hun gebruik van opnames van colleges versus de data die daarover op de server beschikbaar waren [1]. En daarbij vonden we voorbeelden van een redelijk goede inschatting van het gebruik, met name als het ging om aantal keer gebruik, maar ook voorbeelden van heel slechte match tussen inschatting en gemeten gebruik, met name als het ging om omvang van gebruik (in hoeveelheid bekeken).

Reynol Junco deed onderzoek naar het gerapporteerd gebruik van Facebook door studenten in vergelijking tot het ‘gemeten’ gebruik van Facebook. En ook daar waren aanzienlijke verschillen te vinden tussen het aantal uur dat studenten aangaven Facebook te gebruiken en dat wat de software registreerde.
Het totale onderzoek is hier te vinden, of je er gratis toegang toe hebt zal een beetje afhankelijk zijn van de onderwijsinstelling waar je voor werkt of waar je studeert. Voor een uitgebreide samenvatting verwijs ik je graag naar dit bericht van Linda Duits, het lijkt me niet zinvol om dat helemaal hier te herhalen.

Ik vind het namelijk interessanter om het onderzoek te vergelijken met het onderzoek zoals ik dat gedaan heb. Er zitten een aantal aspecten aan die ik bij een vervolgonderzoek ook zou opnemen. Zo is er niet alleen gekeken naar Facebook, maar ook naar het gebruik van Twitter, e-mail en het zoeken naar informatie. Dat maakte een aantal interessante vergelijkingen mogelijk.
Lees verder….

Deel dit bericht:
dec 222012
 

4W Ik kreeg afgelopen week een mail binnen met een persbericht van Kennisnet. Nou gebeurt dat wel vaker, maar dit was wel een heel interessante. Het was de aankondiging van de eerste editie van 4W, hun eigen wetenschappelijke tijdschrift. Op de website wordt het als volgt omschreven:

4W is het wetenschappelijke tijdschrift van Kennisnet, met artikelen over opbrengsten en werking van ict in het onderwijs. Het richt zich op de algemene principes die verklaren waarom een ict-toepassing in een zekere context wel of niet werkt. Het kan gaan over ict voor leren, organiseren en professionaliseren. 4W brengt hiermee in kaart wat we weten over wat werkt met ict in het onderwijs, alsook welke praktijkvragen nog niet beantwoord zijn.

Ik wilde niet gewoon het persbericht online gooien, dus moest ik eerst even de tijd hebben om de artikelen in dit eerste nummer te lezen. Het zijn er vijf: Optimaal feiten leren met ict door Hedderik van Rijn en Menno Nijboer, Educatieve software voor jonge kinderen door Adriana G. Bus, Observationeel leren van videovoorbeelden, Vincent Hoogerheide, Sofie M. M. Loyens en Tamara van Gog, Onderzoekend leren met computersimulaties door Ton de Jong en Wat bepaalt de kwaliteit van digitaal leermateriaal? door Arno Reints en Hendrianne Wilkens.

De eerste editie is op papier te bestellen via de website of als PDF te downloaden. Nieuwe edities verschijnen vier keer per jaar.
Grote vraag is natuurlijk: is het de moeite van het downloaden waard?
Lees verder….

Deel dit bericht: