jan 052019
 

Eerder deze vakantie schreef ik al over de experimenten met de snijplotter en heat transfer vinyl (HTV). Dat was met 1 kleur en met ons stoomstrijkijzer. Inmiddels had ik bij de Blokker voor niet al teveel geld (€17,99 excl verzendkosten) een droogstrijkijzer besteld en geleverd gekregen.

Ook waren er wat ideeën geopperd over het maken van een paar babytruitjes op basis van deze instructie die ik online gevonden had. Dat hebben we gedaan, maar de truitjes zijn nog niet bij de respectievelijke moeders, dus daar kon ik nog geen foto’s van plaatsen (komt nog, ze zijn best heel mooi geworden).

Een tweede (eigenlijk dus derde) shirt dat ik op deze manier maakte had een logo dat redelijk wettelijk beschermd is, dus dat kon geen basis zijn voor een blogpost. Dus nóg een t-shirt gemaakt op basis van een afbeelding die ik al eerder gebruikt had en op mijn laptop heb zitten én een lettertype dat voor privégebruik bruikbaar is (en voor de kenners wellicht herkenbaar is?).

Wat maakt het gebruik van 2 of meer kleuren bij vinyl anders dan 1 kleur? Nou voornamelijk omdat je het liefste niet laag op laag wilt leggen. Het idee is daarom dat je de verschillende lagen “uit elkaar snijdt”. Daarvoor zijn twee benaderingen: de eerste zorgt voor een gegarandeerde overlap tussen de tweede en de eerste kleur (zie deze uitleg) terwijl de tweede zorgt voor negatieve ruimte om de tweede kleur zodat deze duidelijker zichtbaar wordt (zie deze video). Bij het shirt dat je in deze blogpost ziet heb ik die tweede methode gebruikt.

Bij de babyshirts hebben we de eerste methode gebruikt. Centraal bij de aanpak is dat je eerst de twee kleuren over elkaar heen legt op de exacte plek waar je ze op het shirt (romper etc) wilt hebben. Door ze dan beide te selecteren en voor “substract all” te kiezen wordt de ene kleur uit de andere gesneden.

Wil je dat de beide kleuren heel goed aansluiten, dan voeg je nadat je dit doet een offset toe van zo’n 3,5 mm en gebruik je het resultaat (met offset!) om uit te snijden uit HTV. Wil je extra ruimte om de letters dan voeg je voordat je dit doet een offset toe van zo’n 2-3 mm maar gebruik je het originele (zonder offset!) om uit te snijden uit HTV. De exacte hoeveelheid van de offset is een beetje afhankelijk van het lettertype en wat er mooi uitziet.

Net als met 1 kleur HTV is het belangrijk dat je de afbeelding horizontaal spiegelt voordat je hem laat uitsnijden. Helaas blijkt ook Silhouette Studio 4.1 niet altijd te vragen of je een afbeelding gespiegeld wilt snijden, zelfs niet als je HTV als materiaal gekozen hebt. Dus het is beter om het zelf vooraf te doen.

Lees verder….

Deel dit bericht:
jan 032019
 

De Kerstvakantie nadert alweer zijn einde, maandag gaat de snijplotter weer terug naar Nijmegen. Hoogste tijd dus om een aankoop te testen die we vorige week bij de Action tegen gekomen waren: 2 x A4 magnetisch fotopapier voor € 0,99 per pakje.

Het idee is simpel: je print foto’s op het papier met een inkjetprinter en knipt ze dan uit. Aan de achterkant van het papier zit een dunne magneetlaag geplakt. Die zorgt ervoor dat ze op een koelkast, oven of whiteboard blijven plakken.

Ik had de reviews voor het magnetisch papier van Silhouette zelf gezien. Die waren niet erg positief. Maar voor 99 eurocent durfde ik een test wel aan.

De Silhouette software heeft de mogelijkheid om plaatjes die je geprint hebt uit te snijden. Maar je moet even weten hoe. Je kunt namelijk niet zomaar een geprint vel snijden. Je moet dat vel geprint hebben vanuit de Silhouette software zelf. Daarbij zorgt de software er voor dat er een drietal markers geprint worden die de software daarna weer gebruikt om te “weten” waar de verschillende afbeeldingen op het papier staan.

In mijn geval heb ik (met wat hulp van Niek die een magneetbord op zijn kamer heeft hangen) afbeeldingen gezocht op internet. Die in de Silhouette Studio software op een A4 vel geplaatst. Van een afbeelding maak je dan eerst een “trace” zodat je een ongeveer contourlijn van de afbeelding hebt. Met behulp van de “offset” tool kun je dan (als je dat wilt) een wit randje om de afbeelding heen maken. Daarna verwijder je de binnenste lijnen en onderdelen en zet je de afbeelding weer netjes op zijn plek. Dit werkt dus anders dan bij Vinyl stickers. Daar is het mooi als de achtergrond er doorheen schijnt én die plak je eenmalig om niet meer los te halen. Deze magneten moet je gemakkelijk los kunnen halen, dus moeten ze ook stevig zijn. je ziet dat goed bij het Avengers logo, daar is de binnenkant van het logo “wit”, d.w.z. de achtergrond van het printbare magneetvel.

Lees verder….

Deel dit bericht:
jan 022019
 

Vlak voor de kerst kwam er een pakje aan uit China met 2 “slimme” lampen. Ze hebben ingebouwde WiFi, geen aparte hardware nodig en zijn o.a. te koppelen aan Home Assistent, maar ook voorzien van een eigen app voor Android en iOS waarmee je ze naar wens kunt instellen. Je kunt de kleur aanpassen, de felheid en zelfs de lamp automatisch op basis van de muziek die je telefoon hoort het licht laten aanpassen.

Dit is de link van de leverancier waar ik ze gekocht heb. Ik krijg geen geld of zo als jij ze daar koopt, ik heb er pas 1x wat gekocht (en heb er nu weer 2 besteld), ik vond iets meer dan 15 euro voor 2 lampen van 6,5W een leuk bedrag en ik wilde er mee experimenteren.

Tijdens de lunch vandaag kreeg ik de vraag: “Als deze lamp minder fel staat, verbruikt hij dan ook minder energie of gaat het allemaal verloren aan warmte?”. Oei, goeie vraag waar ik alleen van kun aangeven dat ik er vanuit ging dat hij minder energie zou verbruiken en dat het niet allemaal aan warmte op zou gaan, maar dat niet zeker wist.

Als het vakantie is, is dat antwoord natuurlijk niet afdoende. Dus werd na de lunch de tafel leeg geruimd en ging ik op zoek naar de benodigdheden voor een niet wetenschappelijk, absoluut verbeterbaar maar voor ons doel genoeg experiment.

Uit de doos met reserve-onderdelen kwam een fitting met schakelaar en stekker waarmee we een lamp zouden kunnen aansluiten op een stekkerdoos en aan/uit konden schakelen. Uit diezelfde doos kwam mijn oude Voltcraft Energy Check 3000. Ooit gekocht bij de Conrad, toen was hij nog wit. Inmiddels beige uitgeslagen, absoluut niet de meest betrouwbare en volledige verbruiksmeter, maar goed genoeg voor ons doel. Wel met de aantekening dat hij waarden onder de 1,5W niet gegarandeerd meet, en dat blijkt toch nog wel een issue te zijn.

Ook gingen we op zoek naar vergelijkingsmateriaal. Je ziet ze hierboven op de foto. Allereerst (links) de “oobest” (dat is het merk dat de winkel op AliExpress noemt) Bubble Ball Bulb met een opgegeven verbruik van maximaal 6,4W en een lumen bereik van 500 – 999 Lumen. Je kunt zien dat het een enorme peer is, ernaast ligt namelijk een 75W klassieke gloeilamp, die moest zeker meedoen. De andere drie deelnemers zijn allemaal niet nieuw gekocht, dus ik kan geen link opnemen naar waar je ze kunt kopen. Ik neem ook aan dat als nu spaarlampen van dat betreffende merk koopt, ze een stuk beter van kwaliteit zijn, maar het was wat we in huis hadden. Nummer 3 in het rijtje (vanaf links geteld) is een Hema 11W Mini spaarlamp, nummer 4 een Calex 7W 2700K 60mA lamp en helemaal rechts ligt een MEGAMAN 7W 61mA lamp.

Eerst keken we alleen naar het verbruik, maar het was al snel duidelijk dat de lichtopbrengst bij de lampen heel verschillend was. Dus wilden we ook een inschatting hebben van de lichtopbrengst. We hebben de app  Lux Light Meter Free geïnstalleerd op een Samsung Galaxy S7 en deze op een vaste afstand van de lamp die we wilden testen gezet (zie afbeelding).

Er zullen nu nóg een paar mensen opgesprongen zijn bij het zien van de foto. Inderdaad. de afstand van de Galaxy S7 tot de lichtbron is veel minder dan 1 meter. En dat maakt in absolute zin al onze metingen in Lux onbruikbaar. Maar bij een afstand van 1 meter hadden we nog meer te maken gehad met het effect van omgevingslicht. Ook nu al kond ik zien dat het verschil uitmaakte of ik wél of niet op de stoel tussen de Galaxy S7 en het raam zat. We hebben daarom alle metingen gedaan met iedereen steeds op dezelfde plek/stoel.

Goed, alle voorbehouden, beperkingen, kanttekeningen gehad. Laten we eens kijken naar de resultaten!

Lees verder….

Deel dit bericht:
jan 012019
 

Het nieuwe jaar is weer van start. Ik hoop dat 2019 ook voor jou een goed jaar mag worden!

Het inluiden van dat nieuwe jaar ging ook in Deurne gepaard met het afsteken van vuurwerk. Lang niet zo extreem als op sommige andere plekken als ik de berichten mag geloven. Gisteren, oudjaarsdag was eigenlijk de eerste dag (en meteen ook de laatste) dat er al overdag (voor 18:00 uur) al redelijk wat geknald werd op straat. Dat was na 18:00 uur zeker ook al zo. Maar vanaf middernacht was het voornamelijk een mooi schouwspel van siervuurwerk dat in de buurt afgestoken werd. Niet direct bij ons voor de deur. De meeste buren zijn/waren niet thuis en zelf steken we ook geen vuurwerk af (ik kijk er liever naar). Al met al betekende dit dat de fijnstofmeter die ik net voor de jaarwisseling buiten gehangen had zeker niet de maximale laag “rook” over zich heen gekregen heeft die mogelijk was. Maar meer dan genoeg om een duidelijk verschil in metingen te laten zien. Waar het vorig jaar nog klein piekje was, hoog maar heel kortstondig, bleven de waarden voor de meting van deeltjes met een afmeting van respectievelijk 10 en 2,5 µm nu geruime tijd veel hoger dan de twee dagen eerder. En de screenshot hierboven van vanochtend laat zien dat ze daarna ook (gelukkig) weer gedaald zijn naar gezondere waarden.

De waarden liggen nu weer ruim onder de 50 µg/m³ maar tijdens de jaarwisseling werden waarden van boven de 600 µg/m³ voor de PM10 en bijna 500 µg/m³ voor de PM2,5 gemeten. Ook de officiële sensoren op luchtmeetnet.nl gaven een flinke uitslag rond middernacht al waren er ook gebieden waar het toen nog wel meeviel.

Als ik de waarden vergelijk met de rapportage van het RIVM van vorig jaar waarbij een aantal metingen kortstondig de 1.000 µg/m³ aantikten, dan komt het visuele beeld (links en rechts in de straat hing veel meer rook dan bij ons voor de deur) overeen met de meting van de fijnstofmeter.

Vorig jaar heeft de meter nog een maand of twee enigszins gewerkt (waarden doorgegeven), maar omdat daar toen weinig interessante data uit kwam is hij daarna vergeten. Dit jaar heb ik in ieder geval een monitor actief die in de gaten houdt of hij online is (en mij een seintje op mijn telefoon geeft als dat niet meer zo is).

Ik denk dat ik er ook wat triggers aan hang om hogere waarden dan wenselijk in de gaten te houden. De officiële normen zijn (gelukkig?) tamelijk streng, daar bleven de waarden ook maandag (30 december) niet onder al waren ze uiteraard lang niet zo extreem als afgelopen nacht. We gaan het zien.

Deel dit bericht:
dec 302018
 

Vorig jaar deden we op het laatste moment mee met de test van het RIVM om de luchtkwaliteit rond de jaarwisseling te meten. Onze meter, met een Shinyei PPD 42NJ in plaats van de toen ook al door het RIVM geadviseerde Nova SDS011 fijnstofmeter, De resultaten van onze meter waren op de kaart van het RIVM niet te zien en ik moet bekennen dat de meter daarna weliswaar buiten is blijven hangen, maar in maart 2018 blijkbaar offline is geraakt en daarna vergeten.

Dit jaar voert het RIVM weer een experiment uit, maar onze meter zal daar (waarschijnlijk) niet in meegenomen worden. Ik heb namelijk wél de upgrade naar de SDS011 uitgevoerd, maar de BME280 vervangen door een eenvoudigere DHT22 en in plaats van de RIVM software op de ESP8266, gebruik gemaakt van de firmware van luftdaten.info.

Even terug naar het begin. De fijnstofmeter had het hele jaar buiten gehangen. En was dus al even offline. De fijnstofmeter zag er een beetje verweerd uit, idem voor wat betreft de sticker. Tijd dus voor een poetsbeurt, een nieuw sticker, vers uit de snijplotter en het samenvoegen van de nieuwe onderdelen.

De instructies voor het samenvoegen van de sensor en het installeren van de firmware staan hier op de site. Ik had in eerste instantie de SDS011 verkeerd aangesloten. Mijn ESP8266 had niet, zoals in de instructies de GND en VU pinnen op de plek zitten van de tekening. Nadat ik die goed aangesloten had kon ik ook het rode LEDje op de SDS011 zien knipperen.

Lees verder….

Deel dit bericht:
dec 262018
 

Tweede Kerstdag, dus een bericht over het  maken van kerstkaarten kan nog net, al kun je op deze manier natuurlijk een heleboel andere pop-up kaarten maken als je een snijplotter hebt.

De software die bij de Silhouette Cameo 3 geleverd wordt heeft sinds versie 4.1 de beschikking over een optie om pop-up kaarten te maken. Heel eenvoudig, zo lijkt het ook als je dit filmpje bekijkt. Een stuk ingewikkelder dan het lijkt was mijn conclusie na een ochtendje samen met de kinderen produceren van kerstkaarten.

Het idee is simpel: je ontwerpt een tafereel of een afbeelding die je wilt laten “uitspringen”. Dan maar je daar een silhouette van door alle binnenste delen van een kopie van de afbeelding te verwijderen en met de speciale pop-up functie van de software om te laten zetten in een popup. Snij de onderdelen uit, plakken en klaar. In theorie dan.

Voor de kerstkaart wilde ik een huisje en een paar kerstbomen maken die omhoog zouden vouwen. De basis van het plaatje werd weer voorbereid in PowerPoint (sorry) op basis van een aantal afbeeldingen die ik online gezocht en gevonden had.

Ik had eerst het tafereel al in PowerPoint willen samenstellen, maar realiseerde me dat ik de onderdelen in verschillende kleuren/materialen wilde uitsnijden, en dan is het handiger om ze als losse onderdelen over te zetten.

Dit keer heb ik gewoon gebruik gemaakt van het Windows klembord om de afbeeldingen naar Silhouette Studio over te zetten. Dus gewoon selecteren in PowerPoint, CTRL+C om te kopiëren, naar Silhouette Studio en daar CTRL+V om te plakken.

Lees verder….

Deel dit bericht:
dec 242018
 

Vanmiddag zijn we nog even met de  snijplotter aan de slag gegaan. Enerzijds gewoon om wat dingen te doen die we inmiddels redelijk onder de knie hebben: stickers van vinyl maken. Als eerste werd de snijplotter zelf van een iXperium logo voorzien. Nog niet zo leuk en persoonlijk als de snijplotter van Per Ivar (die heet “Marleen“), maar het is een begin.

Marit zocht zichzelf een T-Rex schedel op online die ze omzette naar stickers en daarna was het tijd voor een nieuwe uitdaging: heat transfer vinyl (HTV). Je kunt er echt een miljoen filmpjes of zo over vinden op YouTube. Het idee is simpel en de naam zegt het al: het is vinyl die je op de snijplotter (hij heet in het Engels niet voor niets meestal gewoon “vinyl cutter”) snijdt en dan met behulp van een hittepers of transferpers aanbrengt op het gewenste materiaal. Veel voorkomend is dat te doen op stof, dus bijvoorbeeld een tas, een t-shirt, een trui / hoodie. Maar zoals je hier kunt zien (is link naar een winkel waar ik verder geen relatie mee heb), zijn er ook persen speciaal voor petten of voor mokken / flessen. Kosten voor zo’n pers variëren van zo’n 200-500 euro (en veel hoger als het allemaal een slag professioneler wordt). Die heb ik niet thuis staan.

Natuurlijk kun je het ook met een strijkbout proberen, maar mijn ervaringen met ‘gewoon’ printbaar inkjetpapier dat je eveneens met een strijkbout over kunt brengen op t-shirts (jaren geleden) waren we niet zo goed bevallen. Dat leverde toen een strijkplank op met schroeiplekken en niet het gewenste resultaat.
De altijd vriendelijke Betsy (uit Texas) heeft met uiteindelijk met haar filmpje over het gebruik van een strijkbout in combinatie met HTV overgehaald om het toch nog maar een keer te proberen. Vellen HTV hadden we meer dan genoeg. In plaats van de strijkplank hebben gebruik gemaakt van de ontbijttafel met daar bovenop een stevig, gladde plank van geplastificeerde spaanplaat.

De Teflon beschermfolie hebben we niet online besteld. Daar worden prijzen gehanteerd van zo’n 10-20 euro per vel. Bij de Blokker hadden ze ze voor 4 euro per stuk. We hebben 1 vel onder de stof gelegd en 1 er bovenop. Dat ging goed.
Tweede uitdaging was de strijkbout. Die hebben we uiteraard in huis, maar dat is een stoomstrijkijzer (gevuld ook logischerwijs met water). En stoom en HTV dat is niet de bedoeling. We hebben dus eerst het strijkijzer ontdaan van water (voor zover dat kon). Maar ondanks dat zag ik dat de gaatjes die in het strijkvlak zitten steeds duidelijk zichtbaar waren in de transferlaag (niet in het eindresultaat gelukkig). De Blokker heeft ook een droogstrijkijzer op de site staan, die heeft die gaatjes niet en een vlak strijkvlak. Hij was helaas niet op voorraad in de winkel. Ik heb hem besteld, want voor de 20 euro incl. verzendkosten vond ik hem sowieso al handiger dan het steeds leeg moeten maken van ons stoomstrijkijzer. Want dit keer lukte het wel!

Lees verder….

Deel dit bericht:
dec 212018
 

Vorig jaar knutselde Marit een kerstster in elkaar waarvan ze eerste de individuele onderdelen met liniaal en potlood getekend had, uitgeknipt en gesneden en daarna gelijmd. Hoe dat moet kun je ook in dit filmpje zien (alleen gebruikt zij veel dikker papier dan Marit had waardoor het een stuk gemakkelijker is). Ik zorgde daarna voor de verlichting ín de ster.

Dit jaar wilde Marit opnieuw zo’n ster maken, maar dan met behulp van de snijplotter. Omdat ze het vorig jaar allemaal met de hand getekend had op basis van een beschrijving over de verhoudingen tussen de hoeken, hadden we geen bronbestanden of ontwerptekeningen meer bij de hand. Maar omdat het principe generiek is, wist ik dat er vast wel andere mensen waren die zo’n ontwerp gedeeld hadden. Ik vond er uiteindelijk eentje bij The Spruce Crafts. Maar dat was een afbeelding, in zwart/wit.

In zo’n geval kun je een aantal dingen proberen als het gaat om het omzetten van zo’n afbeelding naar iets waarmee een snijplotter aan de slag kan. Je moet rechte lijnen hebben, anders gaat het snijden en vouwen niet goed. En je moet de lijnen in verschillende kleuren kunnen weergeven om het verschil tussen snijlijnen en vouwlijnen helder te maken.

Ik besloot uiteindelijk om de tekening gewoon na te tekenen. En tja, voor mij is dan PowerPoint een logische tool om te gebruiken. Daarin kan ik namelijk gemakkelijk de afbeelding inladen en dan eroverheen rechte lijnstukken in verschillende kleuren tekenen. Bijkomend voordeel was dat de versie van Marit uitgesneden sterretjes op de ster had. Die wilde ik er nog aan toevoegen. In PowerPoint is dat een kwestie van het gebruiken van een van de clipart sterretjes, die kopiëren, in afmeting variëren, wat draaien en klaar is je patroon.

Lees verder….

Deel dit bericht:
dec 182018
 

Zullen de meeste lezer van dit weblog bij het bericht dat ik zaterdag plaatste niet veel moeite hebben met mijn conclusie “dit is cool”, bij dit andere bericht verwacht ik dat de meningen wat meer verdeeld zijn. Het gaat over een pilot/experiment bij een restaurant in Japan. Daar maken ze gebruik van robots in de bediening.

Op zich niet zo vreemd, knap zou ik zeggen als die robots dat kunnen, ik zou verwachten dat de werkelijkheid wat minder vloeiend en vlekkeloos verloopt dan zo’n verhaal meestal doet vermoeden.

Klein detail in het verhaal echter is dat de robots niet autonoom werken, maar op afstand bestuurt worden door een mens. En dan niet zomaar een mens, maar iemand met (ernstige) verlammingsverschijnselen als gevolg van ALS of een dwarslaesie. In het filmpje hieronder kun je zien dat het gaat om situaties waarbij de persoon die de robot bestuurt met de ogen en grote knoppen op het beeldscherm de robot bestuurt.

Dat betekent dat de robot nog steeds tamelijk autonoom moet zijn aangezien de mate van besturing begrenst is. Tijdens een deel van een filmpje doen ze voorkomen dat de robot zelfstandig naar de werkplek navigeert. Dat lijkt me redelijk onwaarschijnlijk gezien de beperkte mogelijkheden om de robot te besturen en de te verwachten vertraging tussen het geven van een commando (lang genoeg naar de knop kijken om als “klik” te tellen) en de noodzakelijke snelheid ervan.

Maar waarom dan niet automatisch cool?
Dat komt waarschijnlijk door de wijze waarop het filmpje begint. En waarschijnlijk helpt het daarbij niet dat niet alle teksten vertaald worden en zonder ondertitels moet je veel van de audio raden. Maar het idee wordt gewekt dat er een soort van “mind-transfer” plaats vindt van de persoon in het bed naar de robot. Onzin natuurlijk. maar in de Japanse context helemaal niet zo vreemd. Als je die denktrant echter volgt dan is voor mij de volgende vraag wat dan voor iemand in die situatie het ultieme levensdoel is. In het filmpje wordt gesteld dat dat is om een actieve bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving. Ook daar kan ik me nog wat bij voorstellen. Dat dat doel dan behaald wordt door als serveerster in een restaurant te werken, dat ging er bij mij niet helemaal in.

En natuurlijk, het is slechts een pilot, de technologie heeft nog heel wat stappen om te zetten voor het praktisch haalbaar is om dit grootschaliger in te zetten. Het lijkt me super cool als ook iemand die bedlegerig is, straks in staat is om, via een robot, buiten dat bed te kunnen bewegen en leven. Met welk doel dat dan gebeurt, daarover zouden we het wat mij betreft nog mogen hebben. Maar het idee dat ín zo’n machine straks een levend persoon zit. Dat zal een idee zijn dat (zeker in onze westerse wereld) veel mensen tamelijk creepy zullen vinden. Dan krijgt de vraag “mag je een robot martelen?” opeens ook een heel andere lading.

Meer filmpjes en foto’s zijn te vinden op deze site.

Deel dit bericht:
dec 142018
 

12 maanden verschil

Bij Wilfred Rubens kwam ik mezelf gisterenavond tegen als onderdeel van de introductie van een blogpost getiteld “Stemgestuurde digitale assistenten en leren“. In het bericht (dat je natuurlijk het beste ook zelf eerst even kunt lezen) reageert Wilfred op zijn beurt op twee online berichten, eentje getiteld “Hey, Google, Alexa, Siri and Higher Ed” van Ray Schroeder en de ander heet “Using Amazon Alexa for the Math Classroom” van Matthew Lynch.

Centrale vraag daarbij is eigenlijk hoe / of we als onderwijsinstellingen zouden moeten omgaan met de toegenomen belangstelling (ook in Nederland) voor spraakgestuurde assistenten zoals die Google, Siri van Apple en Alexa van Amazon.
Zoals Wilfred altijd doet, maakt hij een tamelijk zakelijke en objectieve samenvatting van de berichten. Dat is fijn, want zelf zou ik ze waarschijnlijk anders nooit gelezen hebben. Ray Schroeder bijvoorbeeld begint zijn verhaal met een vergelijking van hoe zijn 7 jaar oude kleinzoon het altijd van hem wint als er vragen beantwoord moeten worden. Waarom? Tja, je kunt het wel raden: die kleinzoon begint met “Hey Google….”. Halverwege het bericht komt hij dan uit bij:

How far away are we from a full synthesis of emerging capabilities to do original research and writing — all triggered by a voice command? Not far. And, one has to ask, how does the advent of this technology impact the way in which we teach? Do we need to re-examine our pedagogies in light of very smart assistants?

Daarna introduceert hij een nieuw fancy begrip: voice engine optimization (VEO) als tegenhanger van search engine optimization. Kortom, het bericht heeft echt alles in zich dat er voor zorgt dat sommige mensen het een super bericht zullen vinden (en een waarschuwing / signaal voor de te volgen weg) en anderen op hun achterste benen zullen staan als het gaat om weer zo’n technoloog die de toekomst van onze kinderen wil verpesten met een stuk niet onderzochte technologie.
Het artikel van Matthew Lynch steekt daar heel veilig tegenover af met een aantal voorbeelden van hoe je Alexa in de klas kunt inzetten.

OK, zoals gezegd: goed dat Wilfred het samenvat, want dat maakt het mogelijk om te kijken naar de punten die hij er uit haalt, dat maakt het voor mij een stuk gemakkelijker om inhoudelijk te reageren.

Lees verder….

Deel dit bericht: