apr 252013
 

jong_geleerd_minecraft Via Tessa van Zadelhoff kwam ik vanochtend via een bericht van Kennisnet bij de gratis publicatie Jong Geleerd 2.0 : Minecraft (PDF!).

Ik heb hier op het blog wel al vaker over Minecraft geschreven, maar het is een leuke publicatie waarbij vooral ook de (Nederlandse) Minecraft gebruikers zelf aan het woord komen. Tien kinderen, de jongste 7 jaar en de oudste 14 jaar vertellen over wat zij in Minecraft doen. Daarnaast komen er basisbegrippen en kort een aantal lesideeën aan bod. Het is een leuke vorm van uitleggen, want in de verhalen van de kinderen komen heel wat ‘complexere’ Minecraft zaken aan bod, zoals het gebruik van eigen servers (en het indien nodig ‘bannen’ van andere spelers), of het gebruik van redstone, maar ook het verschil tussen de java applicatie en de app voor de iPad, het maken van filmpjes en het maken van nieuwe games binnen Minecraft. Het komt nu heel luchtig allemaal even langs.

Als je als ouder dus geen idee hebt waar je kinderen mee bezig zijn als ze Minecraft spelen (zou je je eigenlijk als ze nog die leeftijd hebben toch echt wel een beetje in moeten verdiepen) of als je als meester/juf/docent voor een groep staat en het niet weet, dan zou ik deze publicatie zeker downloaden en lezen. Na afloop weet je zeker niet alles, maar mogelijk heb je wel al het basis vocabulaire onder de knie om er dan met je kinderen of leerlingen verder over te praten. Ze leggen het je graag verder uit hoor!

apr 242013
 

Aurasma Ik had er vanochtend al een tweet over verstuurd naar aanleiding van de demo die Paul Dirckx van Fontys PTH me erover gaf, maar ik wilde er natuurlijk ook zelf mee aan de slag om te zien of het erg ingewikkeld was. Het gaat over het programma Aurasma, dat zowel voor de iPhone, iPod Touch, iPad als voor Android gratis beschikbaar is.

Het idee is heel eenvoudig: je voegt een afbeelding toe aan de dienst, dat kan een afbeelding van een plaatje uit een boek zijn of een stukje tekst, een grafiek etc.
Daar koppel je dan een actie aan. Die actie kan zijn het weergeven van een andere afbeelding (wie weet staat hij in het boek in het zwart/wit en koppel jij de kleurenversie er aan) of een video (met uitleg/toelichting etc.) of zelfs interactieve objecten waarbij de lezer kan kiezen tussen opties (alleen voor partners beschikbaar als ze dat aanvragen). Je kunt er ook een actie aan hangen waarmee de gebruiker doorverbonden wordt naar een website.
Je hebt geen QR-codes of speciale markers nodig, alles kan een marker zijn.

AurasmaAardig is dat je dit allemaal gewoon op je iPad of iPhone kunt doen, dus ook het maken van de Auras. Wel is het zo dat je via de Aurasma Studio (op je laptop) veel handiger het overzicht houdt als je een kanaal aan het beheren bent met veel Auras.
Lees verder »

apr 172013
 

KennisnetlogoKennisnet organiseert op woensdag 24 april de jaarlijkse conferentie over onderzoek naar wat werkt met ICT. Tijdens de conferentie staat de wisselwerking tussen kennis uit onderzoek en de praktijk centraal. De conferentie richt zich op beleidsmakers, bestuurders, managers, onderzoekers, leraren, opleidingsdocenten en studenten van lerarenopleidingen.

Keynote speaker is de Finse  Learning and Educational Technology (LET) aan de universiteit van Oulu, Sanna Järvelä. Daarnaast presenteren onderwijsprofessionals en onderzoekers, aan de hand van korte pitches, de meest actuele inzichten over wat wel en wat niet werkt met ICT in het onderwijs, zo zal o.a.:

  • hogeschool docent Theo Pullens de resultaten presenteren van zijn onderzoek naar het gebruik van een digitaal schrijfprogramma in het primair onderwijs;
  • JaapJan Vroom, senior adviseur ICT&Leren aan het Deltion College in Zwolle, vertellen over zijn ervaring in het MBO met videolessen en of dit voor een verhoging van het rendement zorgt;
  • UVA promovenda Inge Molenaar de virtuele agent presenteren (een cartoonachtig figuurtje op het beeldscherm dat de leerlingen vragen stelt of op andere manieren op weg helpt) om metacognitieve kennis van kinderen in het basisonderwijs te vergroten

Het volledige programma voor de dag is hier te vinden (PDF) en meer info over de dag is beschikbaar op deze pagina van Kennisnet.
Locatie: Theater Diligentia, Lange Voorhout 5 in Den Haag

apr 102013
 

Kindle DX Het artikel in The New York Times getiteld “Teacher Knows if You’ve Done the E-Reading” is ongetwijfeld geschreven met als doel om in ieder geval een beetje een ongemakkelijk gevoel bij de lezer achter te laten. Maar het is dan ook een heel gevoelig punt. Bij de Texas A&M universiteit voeren ze namelijk een test uit waarbij het leesgedrag van studenten in elektronische boeken door de docenten gemonitord kan worden. Er wordt bijgehouden wanneer en hoe vaak een student het boek opent, welke pagina’s bekeken worden en of en hoeveel aantekeningen de student in het boek maakt. Die data wordt dan terug gekoppeld naar de docent en komt ook ter beschikking van de uitgever.
Achterliggend idee is dat de docent student op hun studiegedrag kan aanspreken.

Interessant onderwerp omdat het namelijk heel erg overeen komt met de discussie die je op dit gebied ook hebt rond opnames van colleges. En met dezelfde problemen. Ook hier wordt zondermeer uitgegaan van de veronderstelling dat meer lezen, eerder lezen, vaker lezen, meer aantekeningen maken, tekenen zijn van actiever, zo je wilt, dieper leren. Terwijl ik dan toch iets meer geïnteresseerd zou zijn in de vervolgactiviteiten op dat lezen. Dus als de studenten daadwerkelijk actief met de kennis/informatie in dat boek aan de slag gaan.
Vreemd vind ik ook uitspraken als:

After two months of using the system, Mr. Guardia is coming to some conclusions of his own. His students generally are scoring well on quizzes and assignments. In the old days, that might have reassured him. But their engagement indexes are low.

De studenten doen het goed bij de opdrachten en de toetsen, maar hun engagement index is laag. Ze lezen de boeken dus te weinig. De conclusie:

“Maybe the course is too easy and I need to challenge them a bit more,” Mr. Guardia said. “Or maybe the textbooks are not as good as I thought.”

Met andere woorden: het zou kunnen dat het vak te gemakkelijk is omdat de studenten het boek niet veel hoeven te gebruiken om toch goed te scoren, of het boek is toch niet zo goed als ik dacht?
Een derde optie is dat de “engagement index” wellicht toch niet zo’n goede meeteenheid is voor studiesucces als de uitgevers hopen.

En een voor de hand liggende vraag is uiteraard waarom de studenten geen toegang krijgen tot de data? Laat hen zien hoe anderen studeren en hoe zij het zelf doen ten opzichte van die anderen. Niet als middel om ze te beoordelen maar om ze te helpen hun leerproces in te richten. Dat is dus even los van de vraag of de betreffende data daar wel bruikbaar voor is. Maar zoiets als “aantekeningen die andere studenten hier maakten” (zoiets biedt Amazon voor hun boeken al) of “passages van het boek die het vaakst gelezen zijn” zou mogelijk toch behulpzaam kunnen zijn en veel minder eng dan een “engagement index”.

mrt 182013
 

QTI_in_het_nederlandse_hoger_onderwijs In opdracht van het SURF-programma Toetsing en Toetsgestuurd Leren heb ik een whitepaper geschreven over het gebruik van QTI in het Nederlandse hoger onderwijs. Het whitepaper geeft onder meer antwoord op de volgende vragen:

        • Wat is de praktische betekenis van de QTI-afspraak voor het Nederlandse hoger onderwijs?
        • Welke versie van QTI is relevant om te hanteren?
        • Wat is de praktische betekenis als een leverancier aangeeft dat zijn product ‘QTI-compliant’ is?
        • Welke beperkingen brengt het gebruik van de QTI-afspraak met zich mee?
        • In hoeverre wordt de QTI-afspraak internationaal daadwerkelijk gebruikt binnen het hoger onderwijs en welke versie is het meest gangbaar?
        • Op welke manier kan getest worden of een product daadwerkelijk QTI-compliant is?

Geen onderwerpen waar iedereen dagelijks van wakker zal liggen, maar als dat wél zo is, dan zou ik zeker  het whitepaper (PDF, 919kB) lezen! :-)

p.s. de IMS QTI specificatie (versie 2.1) is hier te downloaden.

mrt 092013
 

hero_tablets Het is een dilemma waar we in Nederland nog even alleen maar over hoeven te filosoferen, de AmplifyTablet zal (voorlopig) nog niet in Nederland op de markt gebracht worden. Maar goed, als gedachtenexperiment: zou je het aandurven als onderwijsinstelling om een tablet af te nemen bij een divisie van News Corporation, het bedrijf van Rupert Murdoch?

De tablet is er eentje van Asus, vergelijkbaar met de 10 inch ASUS Transformer Pad TF300TL. Het apparaat draait op Android Jelly Bean en heeft een accu die 8,5 uur meegaat, genoeg dus voor een hele dag op school. Er is er eentje met alleen Wifi en eentje met Wifi en 4G.
Als een school minimaal 1.000 studenten/medewerkers inschrijft en zich voor minimaal 2 jaar vastlegt, dan kost de versie met Wifi eenmalig $299 en $99 per jaar en het model met 4G kost $349 eenmalig en $179 per jaar. Er staat op de pagina niet bij of dat inclusief een 4G data-abonnement is, maar in het artikel in The New York Times staat van wel.

Maar het gaat zeker niet alleen om de hardware, onderstaand filmpje laat zien dat het een totaaloplossing is:

En daar wordt het natuurlijk een stukje enger.
Lees verder »

mrt 082013
 

Soms kan een enkel bericht, zoals hier op Gizmodo de aanleiding vormen voor het eindelijk eens wat dieper uitzoeken van een vraag. In dit geval: hoe wordt Minecraft ingezet in het onderwijs?

Laat ik beginnen met de video: het zou me niet verbazen als je het niet 100% eens bent met de boodschap (zo ja, dan hoor ik dat graag / ze nee, dan ook!).
De beschrijving van de video bevat een link naar deze wiki-pagina met meer onderwijs gerelateerde Minecraft bronnen. Die wiki-pagina is onderdeel van minecraftedu.com, een (niet gratis) omgeving/mod gericht op het onderwijs. Tja, en daar zou ik voor vandaag eigenlijk al kunnen stoppen. Want ik heb nog lang niet alle links gevolgd. Zeggen dat ik nou weet hoe Minecraft ingezet wordt is dan ook niet mogelijk.

Wat ik gezien heb, lijkt heel erg op wat we in het hoger onderwijs de afgelopen jaren in Second Life / OpenSim geprobeerd hebben. Maar dan anders. Ik heb al eens eerder de vergelijking tussen OpenSim en Minecraft gemaakt en ondanks dat ook Minecraft wel een leercurve heeft, is het eigenlijk gewoon veel leuker al vanaf het begin. Start de survival mode en je komt niet op een leeg/plat eiland terecht, nee je komt in een omgeving terecht met bomen, grotten, dieren, water, spinnen, skeletten, zombies en creepers. Je doel is duidelijk (overleef de eerste nacht en de nachten erna) maar ook weer niet (je kunt daarna doen wat je wilt).
Lees verder »

mrt 012013
 

Gras Ik vind het grappig dat de keuze voor een afbeelding bij het bericht op Scienceguide een jongedame is die ogenschijnlijk een weblecture ligt te bekijken op een mooi groen grasveld.
Aanleiding voor het bericht was een open brief van twee studenten, die namens de studentenpartij asap lid zijn van de Universitaire Studentenraad van de Radbout Universiteit Nijmegen, aan het College van Bestuur van die universiteit. De titel van het bericht: “Studenten Nijmegen willen MOOCs“. Achterliggende boodschap: als we toch al opnames maken van colleges, waarom plaatsen we die dan niet ook meteen online? Dat maakt het voor de eigen studenten tenminste mogelijk om vakken te volgen bij andere faculteiten aan de RU. En, andere universiteiten zijn immers ook al bezig met het ontwikkelen van MOOCs en als de RU dat niet ook gaat doen, dan loopt ze binnenkort hopeloos achter.

Tja, wat zeg je als studenten aangeven dat ze behoefte hebben aan bepaalde voorziening? Als je voorstander van het gebruik van een bepaalde technologie of werkwijze bent, dan roep je “hoera, nou moeten we wel!” en als je dat niet zo ziet zitten dan zul je proberen er een net antwoord op te vinden en vooral niet te veel te doen. Dat laatste verwacht ik dat bij de RU gaat gebeuren. Een deel van de reden van de open brief was namelijk dat het CvB er nog niet voor lijkt te voelen. Ik vrees dat die open brief dat niet veel aan veranderen zal.

Wat niet helpt is dat de studenten niet met echte argumenten komen. Iets doen omdat anderen het ook doen is geen reden. Het gras bij de buren is namelijk altijd groener. Verwijs dan naar voorbeelden die aantonen dat het bij die anderen iets toevoegt en leg uit waarom dat voor de RU ook relevant is. Een opname van een college online zetten is heel wat anders dan een MOOC ontwikkelen. Zo’n argument gebruiken maakt het heel erg een “klok en klepel” bericht. Als je aangeeft dat “open online courses” een hulpmiddel zijn voor studenten die in het buitenland zitten en zo toch hun opleiding kunnen blijven volgen, om hoeveel studenten en vakken gaat het dan? En moet dat dan met een MOOC of kan dat ook op andere manieren?

Dat studenten er op andere plekken enthousiast over zijn is geen argument. Het mag van studenten verwacht worden dat ze de maximale ondersteuning proberen te krijgen voor hun studie. En zeggen dat je iets gaat gebruiken kost geen moeite. Daarbij geldt ook dat een universiteit elke euro maar één keer uit kan geven. Dus als je wilt dat er structureel x euro meer op de ene plek wordt uitgegeven, dan moeten er ook structureel x euro op een andere plek bezuinigd worden. De oplossing? Ik denk dat het CvB er verstandig aan doet om wél op korte termijn een standpunt in te nemen. En dan niet op basis van een simpel “we zien het nog niet zo”, maar op basis van een onderbouwd advies/oordeel opgesteld door bijvoorbeeld de interne onderwijskundige adviesdienst (ik ga er even vanuit dat ook de RU die heeft) die de verschillende argumenten, ontwikkelingen, mythen, voordelen en nadelen, risico’s en kansen, kosten en opbrengsten op een rijtje gezet heeft. Vanuit het oogpunt van de instelling, maar zeker ook vanuit het oogpunt van de student.

feb 282013
 

Facebook growth Tijdens mijn promotieonderzoek heb ik ook gekeken naar het verschil tussen ‘selfreports’ van studenten over hun gebruik van opnames van colleges versus de data die daarover op de server beschikbaar waren [1]. En daarbij vonden we voorbeelden van een redelijk goede inschatting van het gebruik, met name als het ging om aantal keer gebruik, maar ook voorbeelden van heel slechte match tussen inschatting en gemeten gebruik, met name als het ging om omvang van gebruik (in hoeveelheid bekeken).

Reynol Junco deed onderzoek naar het gerapporteerd gebruik van Facebook door studenten in vergelijking tot het ‘gemeten’ gebruik van Facebook. En ook daar waren aanzienlijke verschillen te vinden tussen het aantal uur dat studenten aangaven Facebook te gebruiken en dat wat de software registreerde.
Het totale onderzoek is hier te vinden, of je er gratis toegang toe hebt zal een beetje afhankelijk zijn van de onderwijsinstelling waar je voor werkt of waar je studeert. Voor een uitgebreide samenvatting verwijs ik je graag naar dit bericht van Linda Duits, het lijkt me niet zinvol om dat helemaal hier te herhalen.

Ik vind het namelijk interessanter om het onderzoek te vergelijken met het onderzoek zoals ik dat gedaan heb. Er zitten een aantal aspecten aan die ik bij een vervolgonderzoek ook zou opnemen. Zo is er niet alleen gekeken naar Facebook, maar ook naar het gebruik van Twitter, e-mail en het zoeken naar informatie. Dat maakte een aantal interessante vergelijkingen mogelijk.
Lees verder »

feb 212013
 

UvA_MOOC Bij de Universiteit van Amsterdam ging gisteren hun eerste MOOC van start: “Introduction to Communication Science”. De TU Delft kondigt aan lid te worden van het EdX Consortium en in september op die manier twee MOOCs aan te bieden: “Introduction to water treatment” en “Solar Energy”. Het ziet er dus naar uit dat ook de Nederlandse universiteiten van start zijn met het aanbieden van MOOCs. De (voor mij) meest logische vraag is dan: wanneer volgt de eerste hogeschool? Het aanbieden van MOOCs zal toch niet iets zijn dat beperkt blijft tot universiteiten? Ook hogescholen hebben in het verleden al internationaal onderwijs aangeboden, dus waarom niet online, massaal, open?

Er zijn natuurlijk wel een paar redenen te verzinnen. Je moet er als onderwijsinstelling in ieder geval klaar voor zijn, een MOOC kan fout lopen als je niet de juiste technologie kiest. Maar ‘fout’ hoeft dan niet alleen te maken hebben met technologie die niet geschikt is voor 41.000 cursisten, je kunt ook veel fouten maken in het onderwijsontwerp.
En natuurlijk kun je ook van mening zijn dat het gewoon een hype is, niet bij je onderwijsinstelling past, je uitsluitend gewoon geld moet verdienen met je primaire proces (studenten in klaslokalen opleiden tot studenten met een diploma), ook dan kun je hier beter niet mee beginnen.
Van de andere kant kunnen juist die vragen en onduidelijkheden gezien worden als uitdagingen en redenen om er wél mee aan de slag te gaan. Ik zal niet ontkennen dat ik er ook sceptisch tegenover sta, maar dat zou voor mij juist een reden zijn om bij zo’n experiment betrokken te willen zijn!