jun 132017
 

We hebben het druk! En daarom zijn we voor het iXperium/Centre of Expertise Leren met ict per direct op zoek naar een:

Praktijkgerichte (senior) onderzoeker  –  (0,8-1,0 fte)

Praktijkgerichte junior onderzoeker – (0,8-1,0 fte)

Klik op de links voor de officiële beschrijvingen en kom dan even hier terug. Goed, dan heb je de officiële beschrijvingen gelezen, waarom vind ik het nog steeds een super plek om te werken?

Waarom?
Het helpt natuurlijk als je, zoals ik, op zijn minst een bepaalde interesse in leren met ict hebt. En betekent zeker niet dat je elk weekend met Arduino’s aan de slag moet zijn. Integendeel, dat is ook voor mij hobby en achtergrondmateriaal. Maar het helpt wel als je je wat kunt voorstellen bij het gebruik van ict door een docent om leerprocessen te ondersteunen. En wellicht ook wel welke ict-vaardigheden een docent of een student/leerling moet hebben om goed te kunnen functioneren op school of later in de praktijk. En natuurlijk hoe onderwijs werkt (of juist niet) en hoe je het gebruik van leren met ict kunt/moet organiseren.
Moet je dan alle antwoorden al hebben op de vragen die op dit gebied leven? Nee, natuurlijk niet. Daar doen we onderzoek voor. En dan niet (alleen) vanachter een bureau, maar samen met scholen en lerarenopleiders. En die scholen komen dan zowel vanuit het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs. En natuurlijk werken we ook voor onze eigen hbo-instelling. Voor mij was dat een van de andere redenen om hier aan de slag te gaan: om me na mijn promotie door te kunnen ontwikkelen als onderzoeker.

Het werken voor de verschillende sectoren, op verschillende deelgebieden van leren met ict levert een mooi, maar ook soms complex geheel op van activiteiten, samenwerkingsverbanden, opdrachten, onderzoek en werkzaamheden. We zijn een echte netwerkorganisatie met partners in zowel de regio Arnhem – Nijmegen, maar ook in Oss, Roosendaal, Apeldoorn, Doetichem en een tiental andere plekken in Nederland. Waarbij je soms met docenten en studenten samenwerkt in multidisciplinaire teams als ze onderwijs herontwerpen en op andere momenten onderzoek doet waarbij basisschoolleerlingen aan de slag gaan met programmeren of robots. Een senior onderzoeker zal het overzicht over de verschillende niveaus hebben, tussen die niveaus kunnen schakelen, met de verschillende partijen kunnen praten, lijnen mee uitzetten etc.

Lees verder….

Deel dit bericht:
feb 252017
 

Collega Pieter van Rooij was gisteren bij de bijeenkomst “Augmented reality in higher education” in Delft en schreef er het volgende verslag over.  Ik vind het gebruik van een “AR & VR Learning Experience Canvas” wel een mooie om te onthouden als het gaat om het inventariseren van ideeën.

Deel dit bericht:
dec 162016
 


Het openbaar vervoer is echt super deze week als het gaat om het vinden van voorbeelden en discussiepunten rond ICT-geletterdheid. Vandaag opnieuw. Wat wil het geval: in Maastricht is de nieuwe A2-tunnel vandaag geopend. Feest! Een heleboel hotemetoten, cameraploegen, iedereen wil er bij zijn die eerste keer.
De minister is er en rijdt in een bus (van de firma Munckhof) als een van de eersten, in laag tempo, door de tunnel heen. Leuk fotomomentje, camera’s erbij, je kent het wel.
Maar hé wat zien we nu? Op een van de foto’s van de minister, waar ze haar duim vrolijk opsteekt terwijl ze in de bus door de tunnel rijdt, is te zien dat de buschauffeur met zijn eigen smartphone ook een filmpje van de rit aan het maken is.

O nee! Schande! Foei! Onacceptabel! Betreurenswaardig!
Daar móet je als bedrijf natuurlijk meteen publiekelijk afstand van nemen! Toch? Niet?

[in een lessituatie zou ik de leerlingen nu laten stemmen…]

Nou, wellicht moet je ook even op de tweet van het bedrijf Munckhof (zie hierboven) klikken en een  paar van de reacties lezen.

[wat zou er gebeuren als ik de leerlingen nu weer liet stemmen op die eerste vraag?]

Wat zouden leerlingen in het voortgezet onderwijs hier eigenlijk van vinden? Zelfs zónder de reacties van de Twitter reageerders gelezen te hebben. Ik zou het een interessant gesprek vinden.

Lees verder….

Deel dit bericht:
dec 152016
 

Let op! Dit is geen bericht waarmee ik wil klagen over Arriva, de NS of welke vervoerder dan ook. Dit is een bericht waarmee ik mijn verbazing onder woorden probeer te brengen als het gaat over de rol die ict geletterdheid in het dagelijkse leven (b)lijkt te spelen op basis van ervaringen van de afgelopen dagen.

Vanochtend zat ik voor de 4e keer deze week in een gloednieuwe VDL bus van Arriva op weg van mijn woonplaats naar het station in Venray/Oostrum. Gisteren had ik al geconstateerd dat het met name voor de buschauffeurs op in ieder geval mijn lijn 80, een zware week was tot nu toe. Wat context: ik rij op en neer naar het station in buslijn 80. Die rijdt tegenwoordig van Deurne, via het station in Venray/Oostrum, door naar Horst en dan Venlo. En weer terug. Voorheen was het lijn 27, die tussen Deurne en Venray/Oostrum reed. Daarbij ging die dan ook nog door Heide en Ysselsteyn, dat is nu niet meer. Voor Horst had je dan lijn 28 nodig. In Venray zelf is de route van de bus gewijzigd zodat daar de lijn 80 op andere plekken stopt dan voorheen lijn 27. Ik heb nog even geen idee van welke andere lijnen er in Venray nog meer gewijzigd zijn, maar het zijn er blijkbaar nogal veel.
Want waar mijn busreis zo ’s ochtends vroeg (ik stapte normaal om 7:25 in Deurne in, nu om 7:15 uur) eigenlijk heel soepel en rustig verliep, de bus kwam bij een halte, stopte, mensen stapten in en uit, de bus ging weer verder, is dat deze week heel anders. Het aantal mensen dat instapt om te vragen of deze bus naar “die en die” plek ging, mensen die een halte gemist hadden, op de verkeerde (lees: de tot deze week gebruikelijke) plek stonden te wachten is enorm.
Waar ik vorige week al online uitgezocht had hoe mijn reis dan zou moeten verlopen, hoe laat hij zou vertrekken, geconstateerd had dat de online routeplanners “mijn” halte op de heenweg nog niet kenden (nog steeds niet, ondanks een melding bij Arriva afgelopen zondag), blijken veel mensen op pad te gaan zónder zo’n voorbereiding.
Eigenlijk niet heel gek, want dat bleek blijkbaar anders ook gewoon te werken. Maar is de informatievoorziening online al niet helemaal foutloos, offline is hij nog minder compleet. De foto bij dit bericht is van “mijn” bushalte vanochtend. Afgelopen maandag zat er nog geen dienstregeling van lijn 80 in het display, die is er pas maandag in de loop van de dag (na het ingaan van de dienstregeling) ingevoegd. Het is echter de verkeerde dienstregeling, het is die de andere kant op (“Deurne station”). Het bovenste bordje geeft lijn 80 nog niet aan, maar noemt nog lijn 27. De buschauffeurs hebben geen eenvoudige mogelijkheid in de bus om voor reizigers met vragen snel op te zoeken hoe ze moeten reizen, welke bus ze moeten hebben, waar en wanneer die vertrekt. Ze zijn nu weer, net als vroeger, in hun hoofd informatie aan het opbouwen over hoe de verschillende routes lopen en dat duurt nog wel even. Mijn bus vanochtend stopte overigens bij het verkeerde perron (de “oude” plek) waardoor de groep reizigers die met hem mee wilden (en wel goed stonden) hem bijna mis liepen.

De nieuwe bussen blijken enorm geavanceerd, maar de lampjes en meldingen op het dashboard zorgen nog voor grote verwarring. Temeer omdat de bussen nog wat kinderziektes blijken te hebben, vooral met deuren die niet goed sluiten (weet ik dan inmiddels alweer). Hoe dat op te lossen is zo te zien nog vaak een raadsel voor de chauffeurs. De handleiding komt er af en toe letterlijk aan te pas.

Zoals gezegd, deze blogpost is geen “mopperen op”, het was voor mij een eye-opener (voor zover dat nodig was) dat ict-geletterdheid geen “leuk als je met ict om kunt gaan” meer is. Informatievaardigheden, het kunnen bedienen van complexe (geautomatiseerde) systemen, het is nodig als je buschauffeur ben of als je simpelweg met de bus wilt. 

Kunnen we natuurlijk nog een mooie discussie voeren of dat wel wenselijk is. Gegeven is echter dat het werkelijkheid is. Ik ben het er ook helemaal mee eens als iemand stelt dat het ook betekent dat we systemen te complex ontwikkelen. En ook dat is dan mede het gevolg van het gegeven dat waarschijnlijk ook de besluitvormers, opdrachtgevers en bestuurders op dit gebied ook niet weten wat we zouden mogen/moeten eisen van systemen op dit gebied. Nog een reden erbij om in het onderwijs op zijn minst bij de vragen en uitdagingen op dit gebied stil te staan, ook als we de antwoorden er op nog niet paraat hebben.

Deel dit bericht:
dec 112016
 

Vandaag was er in het programma LifestyleXperience+ van RTL een (kort) item te zien met aandacht voor het CLC Arnhem en het iXperium Arnhem. In het item komt collega Annelies Wiggers aan het woord over de samenwerking tussen onderzoek, de Pabo en de scholen als het gaat om het leren werken met ICT en het recht doen aan verschillen.

Je kunt de aflevering hier online terugkijken. Het stukje over het iXperium is te zien vanaf 18 minuten en 53 seconden.

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Aandacht voor het iXperium in LifestyleXperience+  Tags: ,
nov 142016
 

ethiek_van_de_digitale_mediaToen ik gisteren op zoek was naar een afbeelding van de voorkant van het boek “Ethiek van de digitale media” van Marcel Becker kwam ik niet alleen de afbeelding hiernaast tegen, maar ook een recensie tegen door Lode Goukens die afsluit met:

Een aanrader voor wie niet bang is om na het lezen met meer vragen te zitten dan voor het lezen.

En dat lijkt me in ieder geval een mooie “waarschuwing” voor dit boek.

Het is ook een boek dat, voor mij in ieder geval, een mooie invulling geeft van wat “Bildung” nou zou moeten inhouden in relatie tot ict-geletterdheid.

Wat komt er in het boek zoal aan bod? In de inleiding beging Marcel Becker met de vraag hoe de mens zich verhoudt ten opzichte van de techniek. Hij vergelijkt daarbij het (technologisch) instrumentalisme met het (technologisch) determinisme en levert kritiek bij beide benaderingen. Via de Franse filosoof Stiegler en de Engelstalige Clark en Chalmers zet hij daar dan de exteriorisering tegenover, waarbij mens en technologie elkaars verlengstuk zijn. Hij sluit de inleiding af met een bespreking van de fenomenologie en de hermeneutiek.

Het zal duidelijk zijn dat je dus de nodige termen en theorieën om de oren krijgt in die inleiding. Maar het is met een reden. Want de auteur gebruikt ze om de basis te leggen voor de werkwijze waarop hij daarna een aantal andere onderwerpen bespreekt:

  • Digitale vriendschap
  • Privacy (Orwell versus Kafka)
  • Intellectueel eigendom (John Locke versus Kant en Hegel)
  • Internet als spreekstoel in het publieke domein

Daarbij zet hij vooral ook de vraagstukken die op basis van de verschillende filosofische uitgangspunten bij die onderwerpen ontstaan op een rij. Met lang niet altijd één eenduidig antwoord of één eenduidige keuze, maar meer een scala van zienswijzen en bijbehorende keuzes.

Het boek sluit af met in de bijlage een kort overzicht van een aantal ethische theorieën (de deugdethiek van Aristoteles; de plichtethiek / de deontologie van Kant; het utilisme volgens Betham en Mill) en hun verhoudingen. De eindnoten verwijzen naar bronnen in de lange literatuurlijst die op zijn beurt weer heel wat extra dagen/weken aan leesvoer oplevert.

Lees verder….

Deel dit bericht:
nov 072016
 

poster_2nov-1024x727Op makered.nl staat een lezenswaardige bijdrage van Per-Ivar Kloen over de conferentie #fablearn. Als dit een video was zou ik nu zeggen: “zet hem even op pauze en lees dat bericht even”. Kom daarna vooral weer terug!

Goed, bij het lezen van dat bericht en met name als hij meer ingaat op “hoe doe je dat nou?” schoot me opeens te binnen dat het een beetje klonk alsof ik Sem van Geffen hoorde praten over Gamification. En begrijp me niet verkeerd, dat bedoel ik niet negatief.

Wat de bijdragen van Per-Ivar en Sem met elkaar gemeen hebben is dat ze beiden proberen een in beginsel wollig/ontastbaar concept “makeronderwijs” respectievelijk “gamification” een stuk(je) tastbaarder te maken voor leraren/docenten (en anderen). Beiden doen hun best om zulke “ik moet er wat mee, maar ik heb geen idee wat, het is vast iets wat ik als leraar niet kan” begrippen te beschrijven in termen die zij wél begrijpen zodat leraren die dat willen en durven er mee kunnen gaan experimenteren en kunnen uitzoeken wat voor hun situatie het beste werkt.

En dat vind ik mooi, want daar hebben we veel meer aan dan simpelweg constateren dát die leraren handelingsverlegen zijn.

Waarom nou die poster van het Klooicanon bij dit bericht? Nou, ten eerste omdat ik er simpelweg even naar *moest* verwijzen. Want Astrid Poot en de mensen waar ze mee samen werkt, zijn ook zo’n voorbeeld van het continue werken aan het begrijpelijker maken van de “makerbeweging” (daarom is “lekker klooien” een veel toegankelijkere term). Astrid beperkt zich daarbij niet tot het onderwijs, maar doet ook een oproep aan ons als ouders. Want in een tijdperk waarbij we steeds meer roepen “onderwerp X of onderwerp Y moet ook door het onderwijs worden verzorgd” lijken we wel eens te vergeten dat wij daar ook een grote rol bij kunnen spelen. En als wij dus willen dat onze kinderen een beter beeld krijgen van wat techniek is, als we willen dat ze hun creativiteit ontwikkelen, dan moeten ook wij ze meer bieden dan TV, een iPad en een smartphone. De poster laat 50 tools zien die kinderen tegen de tijd dat ze 12 jaar zijn zouden moeten kennen. Lees ook haar langere uitleg over waarom dat zou moeten bij bright.nl.

Nou ben ik ook benieuwd of je, als je als ouder naar die poster kijkt, ze zelf ook alle 50 al zou kunnen afvinken. Ik gok dat dat niet zo is. En zelfs als het wel zo is, dan zullen er zeker ook tools tussen zitten waarvan je denkt “oei, daar ben ik niet zo handig mee”. En dat is dan natuurlijk ook even slikken als ouder. Nou, dan herken je meteen de uitdaging waar docenten vaak voor staan. Gewoon aan wennen en je realiseren dat als je dit samen met je kind doet, de kracht hem er niet in zit dat jij alles beter kunt of beter weet. Veel plezier! 🙂

Deel dit bericht:
okt 042016
 

Vandaag was ik een dag in Utrecht bij twee bijeenkomsten die door SURF/SURFnet/SURFAcademy georganiseerd werden. De eerste was de Netwerkbijeenkomst Innovatielabs. Daar was de helft van de bijeenkomst gereserveerd voor meer toelichting bij de Innovation Challenge 2016/2017. Net als vele anderen zijn wij van plan daar een idee voor in te dienen en het gaf de mogelijkheid voor wat laatste vragen. Daarna was het woord aan Ivo Reints van SURFnet die toelichting gaf bij de Microsoft Hololens. Hele korte samenvatting van mijn eerste indruk na 10 minuten head-on met de Hololens: het is wennen qua interface, zelfs Ivo die al heel wat tijd met de Hololens gespeeld (getest) heeft, moest nog regelmatig hetzelfde gebaar meerdere keren maken om te klikken, iets te openen etc.
Maar, het is voor nu de enige in zijn soort. Ik denk niet dat Augmented Reality (AR) persé Virtual Reality (VR) gaat verdringen. Er zullen use-cases zijn waarbij het immersive deel, het hele maal ondergedompeld zijn in een virtuele wereld, zoals dat bij VR kan, beter werkt dan bij AR. Welke dat zijn, wanneer dat zo is, dat moeten we uitproberen en uitzoeken. En daar is de Microsoft Hololens prima geschikt voor. Sowieso is het indrukwekkend dat er een hele Windows 10 computer met aardige specs in die bril zit. Dus vat mijn “kritische” opmerkingen niet verkeerd op, maar het is dus nog geen consumentenproduct voor thuis, het is een developer product. Dat SURFnet er 2 heeft is heel cool, bij deze ook alvast voor mijn collega’s: als jullie een keer in Nijmegen langs willen komen ermee, dan zijn jullie van harte welkom! 🙂
Niet veel tweets van deze sessie, zie hieronder.
Lees verder….

Deel dit bericht:

Gedaan: Opening Ontdeklab

 Gepubliceerd door om 23:08  iXperium, Onderwijs
sep 162016
 

20160916_152106_hdrVanmiddag was ik bij de opening van het Ontdeklab van de stichting PRODAS in Deurne. Het is het tweede Ontdeklab van deze stichting met basisscholen in Deurne, Asten, Someren (-Eind, -Heide), Lierop, Heusden, Helenaveen, Liessel, Vlierden en Neerkant. Het eerste Ontdeklab staat in Someren.

Het was interessant om er bij te zijn, zeker ook om te zien waar het Ontdeklab vergelijkbaar is een iXperium of waar juist niet, ook al ga ik mijn vingers hier niet branden aan een punt voor punt vergelijking tussen die twee. Want uiteindelijk is het ook weer niet zo heel belangrijk, want juist in de verschillen liggen, lijkt mij, weer mogelijkheden tot zinvolle samenwerking.

Ik vind het in ieder geval sterk van een stichting dat ze investeren in dit soort voorzieningen en ondersteuning. Ik denk overigens dat ze bij PRODAS blij mogen zijn met Tessa van Zadelhoff, want zij is toch wel de motor achter het geheel en de verbindende factor in het netwerk dat bestaat om het Ontdeklab. Dan heb ik het bijvoorbeeld over de relaties met anderen (bedrijven, organisaties, personen) die zich bezig houden met maker onderwijs, ict in het onderwijs, onderzoekend en ontwerpend leren, noem maar op.

Dash and Dot

Dash & Dot via ictLeskisten.nl

Voor de opening waren er een aantal bedrijven/partijen aanwezig die ofwel materiaal leveren aan het Ontdeklab, of op een andere manier samenwerken of willen gaan samenwerken. En dat netwerk is heel erg belangrijk om te voorkomen dat zo’n lokaal een ruimte met apparaten wordt. Interessant vond ik dat de insteek op Ontwerpend en Onderzoekend leren een breed scala van activiteiten oplevert. Van knikkerbaan, het gebruik van TomTect 1000 tot toch “gewoon” virtual reality, augmented reality, robots (Solly, Dash & Dot) of een 3D printer. Omdat het specifieke thema voor dit Ontdeklab zich richt op Duurzaamheid, is er juist ook ruimte voor zaken als Green Junkies, de reis van het plastic afval en samenwerking met het Natuur- en Milieucentrum Ossenbeemd. Leuk!

MakersBuzz

De MakersBuzz was er ook

Stickers snijden/plotten

Stickers snijden/plotten

Helaas ook hier de 3D printers vooral voor de show.

Helaas ook hier de 3D printers vooral voor de show.

Ik had Tessa overigens nog niet eerder een presentatie horen geven over het Ontdeklab, maar wat spat daar letterlijk de drive en motivatie vanaf zeg zodra ze begint uit te leggen waarom ze doen wat ze doen.

Als onderzoeker heb ik, net als bij de activiteiten in het iXperium, bij het Ontdeklab nog duizend en een vragen. Bijvoorbeeld met betrekking tot de effectiviteit van dit alles als het gaat om het bereiken van leerkrachten. Of in de vorm van het meten van resultaten/effecten van het Ontdeklab. En dan niet persé in de vorm van hogere cijfers of zo, maar via de vraag wat de meetbare bijdrage is aan de 21e eeuwse vaardigheden van leerlingen. Dat kan moeilijk te meten zijn, maar je zult het waarschijnlijk wel willen weten zodat je ook keuzes kunt maken in wat je inzet/organiseert.

20160916_151255_hdr 20160916_151033_hdr 20160916_150323_hdr

Zoals gezegd: het was leuk en de moeite waard om er bij te zijn, er komt zeker een vervolgafspraak met Tessa, rustig praten op zo’n dag is er immers niet echt bij.

p.s. net als bij het iXperium is de fysieke ruimte waar het Ontdeklab zit, niet zo heel spannend. Dat hoeft ook niet, al kun je er voor kiezen om je lab een stoer uiterlijk te geven, maar zo’n Ontdeklab en ook een iXperium wordt gevormd door de leraren (docenten) en ondersteuners (mediamentoren) die er samen gebruik van maken.

Deel dit bericht:
aug 262016
 

I/O gebouw in NijmegenEen hogeschool is geen universiteit. Helder. Of we dat moeten willen zijn, daar kun je heel lang over discussiëren. In andere landen is het verschil in naam verdwenen, in praktijk niet helemaal. Nederlandse hogescholen noemen zichzelf in het Engels “University of Applied Sciences”. Duidelijk ook wat mij betreft: het gaat om toegepast onderzoek.

Onderzoek aan een hogeschool is geen hobby van een bestuurder of een docent die in de boeken wil duiken. Het levert, mits goed opgezet en ingebed, wel degelijk een fundamentele bijdrage (grapje: nee, we doen geen fundamenteel onderzoek) aan de beschikbare kennis en het beschikbare onderzoek binnen de verschillende gebieden. Dat is geen belofte, dat is de afgelopen jaren gebleken.

Je bent er echter niet met het simpelweg aanstellen van een paar lectoren binnen een hogeschool. Ook niet als het ervaren mensen zijn die in het bedrijfsleven hun sporen verdiend hebben en een netwerk met zich meebrengen. Een lector zal moeten beschikken over voldoende onderzoekers waarmee onderzoek uitgevoerd kan worden. En die onderzoekers zullen in staat moeten zijn niet alleen onderzoek uit te voeren maar ook het netwerk van het lectoraat op te bouwen, te onderhouden en uit te bouwen. Daarbij zullen ook zij op hun beurt weer ondersteund moeten worden. En of dat in een Centre of Expertise, Centrum voor Innovatief Vakmanschap (mbo) of een Kenniscentrum gebeurt maakt wat mij betreft niet eens zo veel uit. Er moet een goede en duurzame basis en organisatie zijn.

Zo’n netwerk bestaat als het goed is uit partijen in de driehoek: onderzoek – beroepenveld – onderwijs.  Het beroepenveld (het bedrijfsleven of in het geval van een educatieve faculteit: het afnemend onderwijsveld) zal daarbij in veel gevallen de vragen aanleveren op basis waarvan het onderzoek ingericht wordt. Onderzoek aan een hogeschool zal daarnaast nooit los staan van het onderwijs binnen die hogeschool. Resultaten van onderzoek zullen ook inpasbaar moeten zijn in het onderzoek, studenten en docenten zullen bij het onderzoek betrokken moeten worden. En dan nog is het voor individuele lectoraten vaak moeilijk om de eindjes financieel aan elkaar te knopen. Want voor wat betreft de financiering van onderzoek zit er nog een groot verschil tussen universiteiten en hogescholen. En ja, onderzoek kost geld, zowel in uitvoering als in ondersteuning.
Daarbij vind ik het zeker geen probleem dat het beroepenveld (en het onderwijs) mee moeten betalen met onderzoek dat hogescholen uitvoeren. Integendeel. De bereidheid om mee te betalen is immers een goede manier om er voor te zorgen dat het onderzoek ook daadwerkelijk praktijkgericht blijft, met die praktijk verbonden. Maar van de andere kant kun je ook niet van partijen in het beroepenveld verwachten dat zij alle kosten dragen van onderzoek dat in de regel ook voor anderen heel bruikbaar is. En zeker als er uitgegaan wordt van de open access gedachte waarbij de resultaten van het onderzoek vrij met anderen gedeeld worden, zou je verwachten dat de initiatiefnemers van het onderzoek ook financieel gesteund worden uit gemeenschappelijke gelden.

Het is daarom dan ook niet vreemd dat de roep bestaat en blijft bestaan voor het structureel financieel ondersteunen van onderzoek binnen hogescholen. Dat is geen linkse hobby, dat is het gebruik van gezond verstand. Dat is verstandig investeren in de toekomst.

p.s. voor de duidelijkheid: zoals alles op dit weblog, is ook bovenstaand bericht geschreven op persoonlijke titel.

Directe aanleiding voor dit bericht:

Deel dit bericht: