sep 072016
 

Als je meerdere robots hebt die je autonoom door een ruimte laat bewegen, dan zou het fijn zijn als ze niet tegen elkaar aan botsen onderweg. Dat is op zich te regelen door voortdurend te scannen of er een obstakel voor je zit of niet. Maar het nadeel van zulke routines is dat het tot gevolg kan hebben dat als er veel robots dicht bij elkaar zitten er een soort deadlock ontstaat. Geen van de robots komt meer vooruit.

Een team van onderzoekers heeft nu een algoritme ontwikkeld en gedemonstreerd waarmee robots dit probleem doorbreken. Het complete paper dat geschreven is op basis van dit onderzoek is hier te downloaden. Het is niet echt in lekentaal geschreven dus wellicht is gewoon het demo filmpje bekijken ook een idee.

(Getipt door Futurity)

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Cool: Robots die elkaar voorzichtig ontwijken (maar niet té voorzichtig)  Tags: ,
aug 262016
 

I/O gebouw in NijmegenEen hogeschool is geen universiteit. Helder. Of we dat moeten willen zijn, daar kun je heel lang over discussiëren. In andere landen is het verschil in naam verdwenen, in praktijk niet helemaal. Nederlandse hogescholen noemen zichzelf in het Engels “University of Applied Sciences”. Duidelijk ook wat mij betreft: het gaat om toegepast onderzoek.

Onderzoek aan een hogeschool is geen hobby van een bestuurder of een docent die in de boeken wil duiken. Het levert, mits goed opgezet en ingebed, wel degelijk een fundamentele bijdrage (grapje: nee, we doen geen fundamenteel onderzoek) aan de beschikbare kennis en het beschikbare onderzoek binnen de verschillende gebieden. Dat is geen belofte, dat is de afgelopen jaren gebleken.

Je bent er echter niet met het simpelweg aanstellen van een paar lectoren binnen een hogeschool. Ook niet als het ervaren mensen zijn die in het bedrijfsleven hun sporen verdiend hebben en een netwerk met zich meebrengen. Een lector zal moeten beschikken over voldoende onderzoekers waarmee onderzoek uitgevoerd kan worden. En die onderzoekers zullen in staat moeten zijn niet alleen onderzoek uit te voeren maar ook het netwerk van het lectoraat op te bouwen, te onderhouden en uit te bouwen. Daarbij zullen ook zij op hun beurt weer ondersteund moeten worden. En of dat in een Centre of Expertise, Centrum voor Innovatief Vakmanschap (mbo) of een Kenniscentrum gebeurt maakt wat mij betreft niet eens zo veel uit. Er moet een goede en duurzame basis en organisatie zijn.

Zo’n netwerk bestaat als het goed is uit partijen in de driehoek: onderzoek – beroepenveld – onderwijs.  Het beroepenveld (het bedrijfsleven of in het geval van een educatieve faculteit: het afnemend onderwijsveld) zal daarbij in veel gevallen de vragen aanleveren op basis waarvan het onderzoek ingericht wordt. Onderzoek aan een hogeschool zal daarnaast nooit los staan van het onderwijs binnen die hogeschool. Resultaten van onderzoek zullen ook inpasbaar moeten zijn in het onderzoek, studenten en docenten zullen bij het onderzoek betrokken moeten worden. En dan nog is het voor individuele lectoraten vaak moeilijk om de eindjes financieel aan elkaar te knopen. Want voor wat betreft de financiering van onderzoek zit er nog een groot verschil tussen universiteiten en hogescholen. En ja, onderzoek kost geld, zowel in uitvoering als in ondersteuning.
Daarbij vind ik het zeker geen probleem dat het beroepenveld (en het onderwijs) mee moeten betalen met onderzoek dat hogescholen uitvoeren. Integendeel. De bereidheid om mee te betalen is immers een goede manier om er voor te zorgen dat het onderzoek ook daadwerkelijk praktijkgericht blijft, met die praktijk verbonden. Maar van de andere kant kun je ook niet van partijen in het beroepenveld verwachten dat zij alle kosten dragen van onderzoek dat in de regel ook voor anderen heel bruikbaar is. En zeker als er uitgegaan wordt van de open access gedachte waarbij de resultaten van het onderzoek vrij met anderen gedeeld worden, zou je verwachten dat de initiatiefnemers van het onderzoek ook financieel gesteund worden uit gemeenschappelijke gelden.

Het is daarom dan ook niet vreemd dat de roep bestaat en blijft bestaan voor het structureel financieel ondersteunen van onderzoek binnen hogescholen. Dat is geen linkse hobby, dat is het gebruik van gezond verstand. Dat is verstandig investeren in de toekomst.

p.s. voor de duidelijkheid: zoals alles op dit weblog, is ook bovenstaand bericht geschreven op persoonlijke titel.

Directe aanleiding voor dit bericht:

Deel dit bericht:

Heel veel data in je DNA

 Gepubliceerd door om 23:21  Onderzoek
jul 082016
 

rotating_encodingHet is zo’n bericht dat je “overal” tegen kon komen, maar waar ik toch ook zelf een bericht over wilde schrijven: Microsoft is er in geslaagd om 200MB aan data in synthetische DNA op te slaan en weer uit te lezen.

De omvang van de hoeveelheid DNA die daarvoor nodig was, was minder dan het puntje van een potlood.

Het bericht op ComputerWorld heeft meer details. Het plaatje hiernaast is afkomstig uit het bericht van eerder dit jaar en laat zien hoe je van een letters/characters, via Binaire data (1-en en 0-en) met een tussenstap via Base 3 Huffman codering bij een codering in DNA nucleotides.

Die Base 3 Huffman codering kende ik nog niet, het is een verliesloze compressie die gebruik maakt van de frequentie van verschijnen van de binaire data. Simpel gezegd: als je alle letters in een brief een unieke code moet geven, dan is het handiger om de letters die het vaakst voorkomen de kortste mogelijke code te geven en de langere codes te gebruiken voor de letters die minder vaak verschijnen in de tekst.

Het tweede deel van het plaatje zorgde ook even voor wat denkwerk: hoe kom je van 12011 => GCGAG. Dat vergde even was puzzelen op de tabel die er onder staat. Nou is het voor de eerste vertaling van 1 => G niet echt eenduidig, want ik weet niet wat de vorige nucleotide was, maar vanaf daar gaat het gemakkelijker. Want het tweede cijfer is 2, als je dan in de rij met ervoor het cijfer 2 kijkt en dan de kolom opzoekt die hoort bij de vorige nucleotide (G in dit geval), dan zie je dat die 2 in dit geval als C wordt gecodeerd. De 0 die volgt wordt dan vastgelegd als G (zie de rij bij de 0 en de kolom C). De daaropvolgende 1 wordt dan een A etc.
Ik kan me dus voorstellen dat zowel het schrijven als lezen van de data niet erg snel gaat. Er komt het nodige rekenwerk bij kijken vooraf bij het encoderen via Base 3 Huffman en de afhankelijkheid van de nucleotides maakt dat fouten best ernstig kunnen zijn. Immers, ook bij het teruglezen is de “betekenis” (0,1,2) van een nucleotide (A,C,G,T) afhankelijk van de vorige nucleotide.

Het blijft echter interessante technologie, en ook harde schijven waren ooit onpraktisch van omvang. Dit is heel klein maar voor dagelijks gebruik ook nog onpraktisch. Dat kan (zal) nog veranderen.

 

Deel dit bericht:

Onderzoeksconferentie 2016

 Gepubliceerd door om 23:51  Kennisnet, Onderzoek
jun 152016
 

watwerktwelwatwerktnietVandaag was ik voor het eerst bij de Onderzoeksconferentie, georganiseerd door Kennisnet en NRO. Het was een super intensieve dag met 3 thema-keynotes, 1 afsluitende keynote, 15 pitches van 5 minuten elk, 1 opening en 1 sessie over de kennisrotonde. Daarnaast ruim tijd om te netwerken met nieuwe bekenden, oude bekenden, oud-collega’s en een binnenkort nieuwe collega.

Ik heb veel tweets verstuurd vandaag, met foto’s en zonder foto’s. Ze zijn te vinden onder de hashtag #ictwerkt samen met heel veel andere tweets.

Er is al het nodige te vinden: Wilfred Rubens was er niet bij vandaag, maar maakte op basis van de tweets én het liveblog van Dennis de Vink (aanrader!) een samenvatting. Ook Marijn van den Dool heeft een blogpost online staan, bij Rob van der Ploeg staan twee video-interviews online (hier nog eentje) en ook Don Zuiderman staat een uitvoerige samenvatting.

Zelf ga ik geen poging doen om compleet te zijn in mijn verslag, maar ik zal hieronder een aantal van mijn tweets van vandaag selecteren als een ruwe samenvatting. Er is ook een boekje gemaakt naar aanleiding van de verhalen van vandaag. Dat boekje is hier te downloaden. Het bevat niet de verhalen van alle sprekers (slechts een kleine selectie), dus ik hoop dat er meer presentaties beschikbaar komen. Soms zijn schema’s, overzichten, verwijzingen etc. toch wel handig en interessant om terug te kunnen kijken.

Vandaag is er ook een tweede publicatie gelanceerd die eveneens digitaal beschikbaar is. Dat is een inspiratieboek over mbo’s (ik moet het nog lezen, dus veel meer kan ik je er nog niet over vertellen) en is hier te downloaden.

Goed, verder met de tweets:

Lees verder….

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Onderzoeksconferentie 2016
jun 072016
 

Praktijkgericht_onderzoek_bij_lectoraten Het Rathenau Instituut heeft een rapport opgesteld waarin ze een overzicht geven van de wijze waarop praktijkgericht onderzoek binnen het hbo in de vorm van lectoraten ingericht is. Het is een overzicht van cijfers en kengetallen op basis van een vragenlijst die uitgezet is naar de zittende lectoren. Lang niet alle lectoren hebben de vragenlijst ingevuld, het responspercentage was 28%. Toetsen van representativiteit van de antwoorden kon alleen op basis van de bekende verdeling man/vrouw bij de lectoren en de sector. Hier zaten geen significante verschillen met de lectoren die de vragenlijst hebben ingevuld.

Het rapport schetst over het algemeen een positief beeld. Het aantal lectoren is van 350 in 2008 gegroeid naar bijna 600 in 2014, de budgetten en aantal betrokken FTE per lectoraat zijn eveneens gestegen. Lectoraten zijn in de regel netwerkorganisaties waarbij samengewerkt wordt met de omgeving.
Er zijn een aantal punten waarop het gemiddelde lectoraat verschilt ten opzichte van het Kenniscentrum Kwaliteit van Leren, waar het iXperium / Centre of Expertise Leren met ict onderdeel van uitmaakt. Een daarvan is de relatie met andere scholen. Zoals in het rapport schrijft:

“Scholen in het funderend onderwijs zijn voor het merendeel van de lectoren geen netwerkpartner. Minder dan een derde van alle lectoren maak melding van scholen in hun netwerk. Deze scholen zijn vooral voor de lectoren in het onderwijs (lerarenopleidingen) van belang en voor de overige lectoren maar mondjesmaat. Hun rol is die van projectpartner, vrijwel niet als opdrachtgever en evenmin voor leverancier van stageplaatsen of toekomstige banen voor studenten.”

Verdeling_staf_lectoraatScholen zijn bij ons zeker partner. En er zijn meer verschillen die vergelijken van onszelf met de rest moeilijker maken. Zo kent het rapport de clustering van lectoraten binnen kenniscentra niet. Ook de vraag of je als gevolg daarvan ook verschil ziet in budget, taakverdeling etc. komen niet aan bod in het rapport. Daarnaast wordt de staf van lectoraten zoals opgenomen in het rapport niet uitgesplitst naar “onderzoekers” enerzijds en “docentonderzoekers” anderzijds. Niet dat de ene per definitie beter of slechter zou zijn dan de andere, maar vooral omdat het een indicatie is van waar de hoofdtaak van een medewerker ligt.
Het is dan ook een beetje de vraag in hoeverre de respons ook voor wat betreft vorm van het lectoraat wel representatief is. Ik begrijp dat de vragenlijst namelijk gericht was op individuele lectoraten, dus een lector met een eigen kenniskring, en niet gemakkelijk in te vullen was als je niet in zo’n structuur werkt.

Deel dit bericht:
mei 262016
 


Ik weet het, de combinatie “hokjesman, onderzoekers en vijftig tinten grijs” kom je waarschijnlijk niet dagelijks tegen als titel van een blogpost. Dat vraagt om een toelichting.
Allereerst is het zo dat bovenstaande aflevering van De Hokjesman hoe dan ook de moeite waard is om te bekijken. Het geeft namelijk op de geheel eigen wijze van Michael Schaap een beeld van “de onderzoeker”. Waarbij het duidelijk is dat het indelen van mensen, beroepen, groepen individuen in hokjes er onherroepelijk toe lijdt dat sommige nuances verdwijnen.

Ik moest daar vandaag ook wel aan denken tijdens de keynote van Jelte Wicherts over “De zwakke plekken van de hedendaagse wetenschap (en hoe die te versterken)” waarin hij inging op fouten die bewust of onbewust door onderzoekers in onderzoeksresultaten (artikelen) worden opgenomen. Het voorbeeld van Diederik Stapel kwam uiteraard voorbij, maar Jelte maakte juist ook duidelijk dat er (inderdaad) geen zwart-wit onderscheid te maken was tussen goede onderzoekers en slechte onderzoekers, maar dat er sprake was van vijftig tinten grijs.

Het is jammer dat de presentatie van Jelte (nog) niet online staat, want ik denk dat het wijze lessen zijn voor élke onderzoeker. Over hoe je zo lang kunt zoeken naar een verklaring in je data dat je er haast automatisch eentje zult vinden. Of slecht gedocumenteerde data die niet door anderen te gebruiken is om jouw onderzoek te verifiëren. Of creatief naar beneden afronden van een p-waarde die 0.054 blijkt te zijn, extra proefpersonen erbij zoeken etc.
Jelte illustreerde zijn verhaal met behulp van anekdotes en voorbeelden en ging ook in op de “prikkels” die een onderzoeker vaak krijgt om te komen met grootse resultaten en hoe ook dat “fouten” in de hand kan werken.

Een van zijn oplossingen was het delen van de data zodat anderen gemakkelijk de resultaten kunnen verifiëren. Maar het is ook van belang onderzoek te publiceren als er géén significante verschillen gevonden worden. Ook dat is een conclusie! Kortom, voorkomen zullen we het wellicht (zelf) niet helemaal, maar we kunnen de kans op fraude wel verkleinen.

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor De hokjesman, onderzoekers en vijftig tinten grijs  Tags: , , , ,
mei 112016
 

Regelmatig trekken mensen aan de bel over filterbubbels. De term verwijst naar een vorm van isolatie dankzij algoritmes die nieuws voor je selecteren. Er blijkt echter geen empirisch bewijs voor te bestaan. Desondanks blijft het een aandachtspunt om in de gaten te houden, want uiteraard is er meer onderzoek nodig.

Lees verder: Weinig empirisch bewijs voor filterbubbels

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor “Weinig empirisch bewijs voor filterbubbels”  Tags:

Wat is onderzoek (niet)?

 Gepubliceerd door om 07:56  Grappig, Onderzoek, Video
mei 102016
 

Het is een (lange) video die je gisteren waarschijnlijk al op verschillende plekken tegen bent gekomen, maar het is er eentje die ik hier in ieder geval ook een plekje wilde geven (al was het maar om het gemakkelijker terug te kunnen vinden).

Het is John Oliver die uitlegt wat “wetenschappelijk onderzoek” is, of eigenlijk, wat het vooral níet is. Voor onderzoekers is het een bekend verhaal, maar voor mensen die nu nog op zoek zijn naar “bewijs uit onderzoek” of die graag pakkende koppen citeren waarbij “onderzoek heeft aangetoond dat….”, die moeten zeker even kijken.

Deel dit bericht:
mrt 012016
 

ALT_2015De Britse Association for Learning Technology, beter bekend als gewoon ALT heeft vandaag de resultaten van haar tweede “Anual Survey” op het gebied van leertechnologie gepubliceerd.

Mooi is dat ze niet alleen het rapport, maar ook de bijbehorende data en grafieken (in anonieme vorm) beschikbaar stellen via deze repository-pagina. Niet alleen voegt dat een laag transparantie toe aan het rapport, het maakt het ook mogelijk om waar mogelijk andere deel-analyses uit te voeren dan in het rapport voor komen.

Nou is het rapport primair natuurlijk op de doelgroep van de ALT gericht, en daarmee voor een deel specifiek voor het Verenigd Koninkrijk. maar dat betekent niet dat we er in Nederland niets aan hebben.20160301_163711000_iOS

Bijvoorbeeld als het gaat over het belang van onderwerpen waar de invullers het afgelopen jaar veel mee te maken hebben gehad. De keuze van de grafiekvorm daarbij is overigens wat apart. Antwoorden in de onbelangrijk / heel onbelangrijk categorie komen links in het rood en met negatieve percentages. De belangrijke en heel belangrijke komen rechts in het groen met positieve percentages. De neutrale categorie wordt in het grijs weergegeven met de helft links en de helft rechts van de nullijn. Het geeft op zich wel weer een grafiek die visueel duidelijk is, maar toch.

Hoe dan ook, opvallend is dat Contentbeheersystemen en leeromgevingen hoog scoren, elektronische toetssystemen eveneens. Maar One-to-one device initiatieven schoren weer heel laag. Grootste stijger is “Data and Analytics (inc. Learning Analytics) en ook Digital and Open Badges en Assistive Technologies (al hoop ik dat iedereen daar een duidelijk beeld bij heeft gehad bij het invullen van de vragenlijst) stijgen flink.

De woordencloud met andere technologieën die genoemd werden en die niet in het aangeleverde lijstje stonden:

20160301_164208000_iOS

laat zien dat het maken van zulke lijstjes een moeilijke klus blijft. Want Virtual Reality, App development, Wearable Technology, Augmented Reality, Staff skills development, zijn toch niet de minste om niet in je lijst te hebben staan.

Lees verder….

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Gelezen: Association for Learning Technology Annual Survey 2015