jan 272019
 

Note to my regular readers: I am not switching over to English for all posts, just  for some of the more technical / aimed at specific audience ones.

Last week I noticed a project on hackster.io that used an ATtiny. But it wasn’t an ATtiny85 like I had used, but an ATtiny10. Still, it had the same amount of pins, the project describes how you build an ATtiny10 Binary Thermometer, so similar to what you would expect with an ATtiny85. While the difference in the numberpart of the name 10 versus 85 would suggest big differences.

My curiosity had been triggered and I started searching around.

Why ATtiny?
For those that also wonder about the ATtiny part of the name: it is part of the AVR family, an 8 bit-RISC-microcontroller (µC) originally developed by a company called Atmel (AT) in 1996. Atmel got acquired by Microchip Technology in 2016 but the name of the chip stayed of course. One branch of the AVR family are the megaAVR or ATmega microcontrollers. The Arduino UNO uses an ATmega328 as its engine and many other members of the family are used on the other Arduino boards.

The ATtiny is part of the tinyAVR branch of the family, they have less on-chip memory, less pins, a less extensive peripheral set than their Mega siblings, but are really cheap, and easy to use in small project.

Note: actually, you can buy an ATmega328 at AliExpress at the moment of writing even slightly cheaper than an ATtiny85 (€1,06 for the ATmega328 versus €1,53 for the ATtiny 85 incl. shipping). Both microcontrollers need more than the bare controller to program them, but both can work on their own, without needing any additional parts. Both are happy with both a coin cell battery or 5V. The socket for the ATmega328 might be a bit more expensive (but you’re talking cents differences) and of course you might simply don’t want to waste the space on your board if you don’t need 28 I/O pins.

What about the numbers?
The first digit of the number that comes after the designation ATtiny makes sense, it is the amount of flash memory in kibibyte (KiB), so an ATtiny85 has 8KiB of flash memory. The second digit is the mdoel type. There you would expect newer models or more powerful models to have higher numbers. But so far I have not found a page that can explain the logic behind the numbering. If you look at the timeline of release (see below, source) you can see that they are not chronological.

And the other stuff?
Often, the designation of the chip stops there. A project would describe that it used an ATtiny85 or (like metnioned) an ATtiny10. But if you want to buy them online the package type also is important. For example, the ATtiny85 is available as:

  • DIP-8N, => this is the one you need if you want to use a breadboard or a socket!!
  • SO208-8, => good for surface mounting, could be used for permanent papercircuits
  • TSSOP-8, => also used for surface mounting, “thin body size”
  • QFN-20 => this one has no “legs” on the outside

If you search for the ATtiny85 on AliExpress for example you will find both ones that have pins and ones that are meant for surface mounting.
In the image on the left, the top was has ATTINY85-20PU DIP-8 in the description. The 20 means it can run on 20Mhz, the DIP-8 indicates the DIP package. There also exist (more expensive) 10PU chips, often indicated as ATtiny85V-10PU that run on lower frequency and are even more power efficient. Lowest price I could find on AliExpress was about 4 euro a piece.
The second one mentions TINY85 SOP8 and, combined with the image, tells you that it is the package meant for surface mounting.

In general there are two things to do if you want the figure out what a specific ATtiny can do. The Wikipedia page for the ATtiny is really helpful. It was filled by someone who had a similar question as I had, but more time. (Thank you!). And the Microchip site has all the datasheets for their microcontrollers. Reading the documentation can be very useful (as always 🙂 )

A lot of people complain that the info is not consistent, and I agree. Take for example the image at the top of this post for the  AT tiny 402 – SSFR. It was taken from this official PDF for the ATtiny202/402 .
It says that the first digit is the amount of flash (consistant), the second the feature set (?) and the third the number of pins (6=20 pins, 4=14 pins, 2=8 pins), but why then not add that digit for all chips?
Carrier Type, Temperature Range, Package Type are also not always provided in that way.
If you download the PDF for the ATtiny85 (and 25, 45), you won’t find that info (there are more files here, I haven’t gone through them all).

I have to admit, I’m not really satisfied with this post yet. I’ve got the idea that there still are more variations of ATtiny chips than I have been able to explain here. And also, I still am not convinced myself that ATtiny85 is the most optimal choice for the projects that I’ve been building. But at least I hope I’ve given you some idea of what to look out for if you want to buy them yourself.

Additions? Corrections? Please leave them in the comments below!

 

Deel dit bericht:

Deurne krijgt glasvezel!

 Gepubliceerd door om 07:27  glasvezel, Internet
jan 092019
 

Ik moet bekennen dat ik de kans niet heel hoog ingeschat had dat ze/we het zouden halen. In 2010 was het animo bij lange na niet hoog genoeg maar nu blijkt het toch gelukt te zijn. Het benodigde aantal vooraanmeldingen is behaald en Deurne krijgt in de loop van 2019 glasvezel voor al haar 15.000 woningen.

Ik hoorde voor het eerst afgelopen zomer van de plannen en heb me in oktober 2018 aangemeld voor het internetpakket via Tweak. Na de bevestiging van mijn aanmelding werd het heel erg stil. Ook nu kan ik bij mijn account bij Tweak niets zien over het behalen van het doel etc.
Dat komt waarschijnlijk omdat ik de Facebook-pagina niet geliked heb. Maar goed, dat zal allemaal nog wel komen. En er zal ongetwijfeld nog heel wat mis gaan. Worst case zit ik er voor een jaar aan vast. De Ziggo internetverbinding is, sinds de werkzaamheden aan de verdeelkastjes afgelopen jaar weer acceptabel stabiel. Ik vind het echter belangrijk dat er voldoende concurrentie beschikbaar blijft. En met glasvezel is er een extra drager bij met een aantal mogelijke aanbieders.

Ik heb gekozen voor een pakket met alleen internet. Daarvoor betaal ik straks €32,92 per maand, maar dat bedrag wordt dan in één keer afgeschreven (dus geen maandelijkse termijnen). Op zich was de optie “alles-in-een” mét Ziggo Sport (dat verkoopt Ziggo ook via anderen) ook nog een mogelijkheid geweest. Die kost €72,90 bij Tweak, terwijl ik op dit moment €71,90 betaal voor een 200 Mbit/s download en 20 Mbit/s upload pakket bij Ziggo. Bij de huidige optie hou ik beide aanbieders naast elkaar. We gaan zien wat het uiteindelijk voor de langere termijn wordt.

Tot slot nog even het grappige promotiefilmpje dat gemaakt is in het kader van “Iedereen Glasvezel Deurne” dat ik tot vandaag niet eens gezien had.

En natuurlijk een verwijzing naar het bericht op Tweakers over de aangekondigde aanleg. Toch heerlijk om weer te zien hoeveel mensen daar iets te melden hebben op zo’n bericht. Wordt vervolgd!

 

Deel dit bericht:
nov 042018
 

Met ingang van versie 70 van Google Chrome op Windows 10 heeft de browser ook de beschikking over ondersteuning voor Web Bluetooth. Dat is cool want dat betekent dat je vanuit een webpagina op bv een Windows 10 laptop met Bluetooth ondersteuning verbinding kunt maken met andere apparaten die Bluetooth ondersteunen. Zoals bijvoorbeeld de BBC micro:bit.

Gelukkig ging dat eigenlijk best probleemloos, met dank aan het uitzoekwerk van Ferry Djaja voor micro:bit Singapore. Hij deelde twee voorbeelden die nu ook in Chrome op Windows 10 werken. Het enige dat je hoeft te doen is de HEX te downloaden naar je micro:bit. Die HEX kun je hier vinden als raw bestand. Kies voor opslaan als… en dan als node-bbc-microbit-v0.1.0.hex (let op niet als TXT-bestand) en zet hem op je Micro:bit. Daarna kun je ‘gewoon’ naar de betreffende URL gaan in Google Chrome (versie 70 of beter) en je selecteert “Connect”. Als je je Micro:bit aan hebt staan (via batterij kan, hij hoeft niet via een kabel aan je laptop te hangen) dan moet je een device zien in het popupscherm dat dan verschijnt.

Ferry heeft twee voorbeelden online staan: eentje waarbij je een afbeelding van de micro:bit ziet die meedraait met de werkelijke beweging. En eentje waarbij je een grafiek ziet voor de x,y,z waarden van de versnellingsmeter van de micro:bit.

De grafiek ziet er interessant uit, maar de waarden zijn een beetje vreemd. Zelfs als de micro:bit stil ligt zijn er waarden die soms wijzigen. Nou staan er in de code voor de webpagina ook wel wat opmerkingen die doen vermoeden dat met name die code niet zomaar een-op-een in een productiesituatie gebruikt zou moeten worden:

Toch nog maar even wat andere bronnen opzoeken (zoals deze, deze, of dit filmpje)

 

 

Deel dit bericht:

Geheimen delen met een robot

 Gepubliceerd door om 09:20  iXperium, Media, robots
okt 242018
 

Gisterenavond werd bij Brandpunt+ aandacht besteed aan sociale robots in de zorg.
Dit gebeurde aan de hand van een project bij zorginstelling Philadelphia. Ze testen daar nu het gebruik van een Pepper robot (Phi), er komt een Sanbot voorbij in de reportage en heel even de iPalrobot die ook in het iXperium op bezoek komen. De aflevering is online terug te kijken:

Centrale vraag in de uitzending is of we wel willen dat met name kwetsbare mensen alles delen met robots. De makers van de reportage gaan langs in Roermond bij het bedrijf Robot Ctrl waar ze o.a. werken aan het platform dat er voor moet zorgen dat de robots niet eenvoudig te hacken zijn en maken daarbij keuzes over wat wel en niet geregistreerd wordt, welke informatie met de begeleiders gedeeld wordt etc.
Naast Lydia, bewoonster van zorginstelling Philadelphia komen ook haar ouders en de inspectie voor de Gezondheidszorg aan het woord.

De reportage komt hier en daar wat geforceerd over. Het gesprek tussen de inspectie en de raad van bestuur van Philadelphia bijvoorbeeld en zeker als die met Phi in gesprek gaat zijn alleen voor de reportage. Op de andere momenten lijkt Phi al een volledig autonome robot, een indruk die vaak ten onrechte gewekt wordt in zulke reportages. Als Phi op het einde Lydia bedankt voor de gastvrijheid dan is dat een script dat draait met tekst die al zo ingevoerd is en afgespeeld wordt op basis van vaak nog tamelijk simpele selectiebomen in de software. Daar zit nog niets autonooms aan.

Los daarvan laat ook deze reportage zien dat sociale robots zelfs in hun huidige beperkte staat al veel kunnen betekenen voor mensen. De enige manier waarop we daadwerkelijk een situatie zullen kunnen bereiken waarbij robots ook daadwerkelijk zover ontwikkeld zijn dat ze autonoom ingezet kunnen worden is door projecten uit te voeren waarbij bedrijven en betrokkenen met elkaar samenwerken aan die ontwikkeling. Het inrichten van zo’n ethische commissie zoals Philadelphia wil gaan doen is dan zeker niet overbodig.

De projectleidster Xenia Kuiper is ook op Twitter te vinden.

Deel dit bericht:

Stoeien met een Silhouette Cameo 3

 Gepubliceerd door om 18:18  Snijplotter
okt 132018
 

Nee, ik heb er nog steeds niet zelf eentje aangeschaft, maar ik mocht omdat het herfstvakantie is komende week (en hij dus niet nodig is in Nijmegen) de gloednieuwe Silhouette Cameo 3 van de iXspace in Nijmegen een weekje lenen. Het was vandaag wellicht niet de meest geschikte dag (gezien de hoge temperaturen en het heerlijke zonnetje buiten), maar ik heb er toch wat tijd mee doorgebracht.

Het was een beetje worstelen. Ik had wat vinylvellen in huis, maar wilde rustig aan beginnen met papier. Alleen bleek het papier (120 gram) dat ik had veel te dun voor de settings die ik ingesteld had. Vouwlijnen werden (ook) snijlijnen en het snijden liet groeven achter in de snijmat (oeps).

Daar kwam bij dat de gratis versie van de software van Silhouette geen SVG of PDF kan importeren en met de DXF bestanden die ik van templatemaker.nl kon de software ook niet echt overweg. Ze werden wel ingeladen, maar snijlijnen en vouwlijnen waren aan elkaar verbonden, niet eenvoudig los te halen en dus niet in verschillende kleuren om te zetten. Dus heb ik de $29,99 (aanbieding) betaald voor de Designer licentie van Silhouette Studio. Scheelde meteen een stuk want de SVG bestanden hadden nu de juiste kleuren al na importeren.

Bleef alleen het stoeien met de papierdikte over. Uiteindelijk heb ik niet gekozen voor ‘score’ zoals bij dikker papier mogelijk is, maar voor ‘stipple’. In het filmpje hierboven kun je zien dat hij dan een soort perforatielijntje maakt. Niet iedereen zal dat mooi vinden, maar voor mijn eenvoudige doosje was dat goed genoeg.

Toen dat lukte wilde ik ook de ‘print & cut’ optie testen. Daarvoor maak je een printontwerp in de Designer software. In Designer geef je aan dat je een aantal extra markers op het papier wilt laten printen. Die markers gebruikt de Cameo 3 daarna om precies te ontdekken waar de print op het papier staat nadat je hem op de snijmat geplakt hebt. Mijn inkjetprinter maakt niet de mooiste prints op gekleurd dik papier, maar voor een test was het voldoende. In Nijmegen kunnen we in full colour printen op laserprinters, dat zou een veel mooier resultaat moeten geven.

Het resultaat van een middagje stoeien bestond dus uit 2 gesneden, gevouwen en gelijmde doosjes. Eentje zonder print, de andere met. En natuurlijk alweer heel veel bijgeleerd over deze snijplotter. Wordt vervolgd.

 

 

Deel dit bericht:
okt 132018
 

Je kent het wel: je bent op een beurs en bij een of meerdere stands hebben ze een wedstrijd. Vaak hoef je niet veel te doen, alleen je gegevens achter te laten. Als je pech hebt is de prijsuitreiking ergens om 17:00 uur aan het einde van de laatste dag van de beurs, als jij er dus meestal toch al niet meer bent. Of je hoeft er niet voor aanwezig te zijn en ook dan hoor je meestal nooit meer iets omdat er zó veel mensen aan meedoen dat de kans op winnen heel klein is.

Je kunt je dus voorstellen wat mijn verwachtingen waren toen ik bij de MagPi stand aankwam tijdens de Maker Faire Eindhoven. Ze deelden een gratis exemplaar van het Nederlandstalige MagPi Magazine en vroegen of ik mee wilde dingen naar het Raspberry Pi pakket ter waarde van €250,-
Dan hoefde ik alleen maar mijn naam en mailadres in te vullen.

Toen ik vorige keer bij de Praxis winactie veel meer gegevens invulde, “won” ik 20% korting op mijn volgende aankoop, dus dit lag relatief al heel wat anders. Ik heb mijn gegevens ingevuld in de veronderstelling er nooit meer iets van te horen.
Dus de verrassing was groot toen ik eerder deze week een mailtje kreeg van Elektor met de mededeling dat ik gewonnen had en of ik het adres wilde doorgeven waar het pakket naar toe gestuurd kon worden! 😎

Vanochtend werd het pakket afgeleverd. De inhoud bestaat uit:

Een Raspberry Pi 3B+ startpakket (Raspberry Pi 3B+, behuizing, adapter, HDMI-kabel, Netwerkkabel, micro-SD met NOOBS voorgeïnstalleerd)

Een StromPi 2 uitbreidingsbordje waarmee je een batterij aan kunt sluiten op de Raspberry Pi zodat je hem bv als UPS kunt gebruiken. Valt de stroom uit dan zorgt het bordje ervoor dat de Raspberry Pi netjes afgesloten wordt en je kunt hem automatisch laten opstarten als de stroom weer terug is. Maar je kunt het bordje ook gebruiken om de Raspberry Pi vast op een batterij te laten werken.

Een Pirate Radio – Pi Zero W project kit, een set compleet met Pi Zero W waarmee je je eigen internet radio kunt maken. Hieronder kun je in een filmpje zien hoe dat in zijn werk gaat.

Naast al die elektronica zaten er twee boeken in het pakket: Raspberry Pi ontdekken in 45 elektronica projecten (2e herziene versie), Raspberry Pi Advanced Programming (Engelstalig) en twee exemplaren van de MagPi (Nummer 2 en 3). Ik zal niet elk onderdeel linken naar de Elektor site, dan lijkt het ook zo’n reclamebericht, maar je kunt uiteraard alle bovenstaande onderdelen van het pakket ook daar kopen.

Wauw. Mooi pakket!
Ik kreeg afgelopen week al meteen een tweetal vragen van mensen die hoorden dat ik het pakket gewonnen had, die ik hier even wil beantwoorden:

Nee, Elektor wist niet meer van mij dan naam en mailadres. Ik ga er dus vanuit dat het een gewone loting geweest is zoals altijd. Ze hebben mij niet gevraagd om een bericht te schrijven op mijn weblog, ik ga er vanuit dat ze niet eens weten dat ik een weblog heb (wellicht na vandaag wel, maar dat is wat anders).

Ja, er zijn ongetwijfeld een heleboel mensen die dit pakket beter hadden kunnen winnen dan ik. Hier in huis is al meer dan één Raspberry Pi (nog geen 3B+ !) operationeel. Dat betekent zeker niet dat er niets met de set gaat gebeuren. Mijn jongste zoon heeft de boeken al doorgekeken terwijl ik dit bericht zit te typen en dit pakket bevat mooi materiaal voor een paar (gezamenlijke) winterprojecten.

Wordt vervolgd!

Deel dit bericht:
okt 062018
 

Sinds de Micro:bit beschikbaar kwam is er een groot aantal accessoires op de markt gekomen die het kleine, oorspronkelijk op het onderwijs gerichte, apparaatje eenvoudiger koppelen met andere hardware. Zie bijvoorbeeld deze pagina bij Kitronik. Soms kan ik me er heel wat bij voorstellen. Neem bijvoorbeeld dit boardje om als batterij een knoopcel te kunnen gebruiken (en een buzzer toe te voegen). Dan voeg je 5 GBP toe aan de kosten, maar heb je wel een heel compacte setup.

De GAME ZIP 64 is dan weer zo’n accessoire waar ik wat meer vraagtekens bij heb. Die kost bijna 40 GBP en dan krijg je “the ultimate retro handheld gaming platform for the micro:bit”. Niet alleen is die prijs enorm (ruim 2x meer dan je voor de Micro:bit betaald) maar het wordt natuurlijk nooit een echt ultiem retro handheld gaming platform.

Datzelfde heb ik bij de Kickstarter van PiSupply. Daar kun je onder andere een boardje ‘kopen’ (afhankelijk van of ze hun doelbedrag halen) waarmee je van je Micro:bit een node in het LoRaWAN netwerk van The Things Netwerk kunt maken. De Early Bird kosten van dat geheel, inclusief verzendkosten naar Nederland bedragen omgerekend 36 euro. Ook dat is een stevig bedrag, maar ook hier heb ik de vraag of LoRaWAN op een Micro:bit zinvol is. De reden dat je LoRaWAN gebruikt is als je weinig data hoeft te versturen, mogelijk niet binnen bereik van WiFi bent, 4G een (te) dure optie is én als je weinig vermogen wilt gebruiken. Dus als je apparaten wilt maken die zo lang mogelijk op een batterij meekunnen. En als ik iets geleerd heb van de talrijke video’s die Andreas Spiess gemaakt heeft over het onderwerp (zeer de moeite waard overigens) dan is het dat ook gewone ontwikkelborden, dus borden waar de LoRa chip en processor al geïntegreerd meestal niet zo geoptimaliseerd zijn als kan. Logisch, je ruilt eenvoud van gebruik in voor meer stroomverbruik.

Dan zie ik liever de constructies zoals Pauline Maas ze in Eindhoven bij de Maker Faire gebouwd had. Soms wat gelikter met onderdelen uit de 3D printer, andere keren gewoon met karton of met een 5 cent muntje als koppeling tussen meerdere kabels met krokodilbek. Niet iets wat je gebruikt voor een constructie die meerdere maanden/jaren zonder problemen moet werken. Maar voldoende voor een tijdelijk project of een prototype.

Laat ik positief afronden. Ik heb de Kickstarter gebackt voor 1 node. Nog even wachten tot maart 2019, áls ze hun deadline halen natuurlijk. Ik bestel hem, zal hem testen en laten horen hoe goed hij werkt. Als test, niet als ding dat ik permanent ergens ga installeren.

 

 

Deel dit bericht:
sep 292018
 

Dit is een “twee voor de prijs van één” artikel. Ik kwam afgelopen week een tweetal berichten tegen over 360-graden camera’s die ik heel lui in één bericht samenvat.

De eerste camera stond op het Arduino blog en wordt beschreven als de eerste Dropcam die ook voor consumenten betaalbaar zou moeten zijn. Hij is ontwikkeld door WorkshopScience terwijl hij stage liep bij Blue Robotics. Het is een mooi concept, waarbij de camera tot heel diep kan gaan, met een inventief belichtingssysteem en mechanisme om de camera weer naar boven te laten komen. Nou moet er natuurlijk wel ook wat te filmen zijn, de demovideo van het resultaat was vooral saai om naar te kijken. Persoonlijk zou ik ook in productiesituaties wel een vislijn aan de camera willen houden, want op plekken waar er stroming staat kan ik me voorstellen dat je de camera een stuk verderop zult moeten gaan zoeken (als hij al boven komt en niet ergens onderweg blijft haken).

 

Lees verder….

Deel dit bericht:

Grappig: de eerste 8K TV’s komen eraan

 Gepubliceerd door om 07:47  Video
sep 012018
 

Afbeelding (c) Mashable

Dit jaar tijdens de IFA beurs in Berlijn zijn de eerste “8K tv’s” aangekondigd. Voor wie dat niet meteen iets zegt: dat zijn tv’s met een totale beeldresolutie van 7680×4320 pixels (individuele beeldpunten), daarom ook wel 4320p genoemd. Dat is dus 4 (!), niet 2 keer zo veel als 4K (4096×2160) heeft. En natuurlijk helemaal een stuk meer dan de magere 1920×1080 van “gewone” HD.

Super, zou je kunnen denken, scherper beeld, altijd goed!

Nou, nee. Je hebt een scherm dat 7680×4320 individuele beeldpunten kan aansturen, maar als je daar bijvoorbeeld gewone HD video naar toe stuurt, dan moet de tv gaan proberen te bedenken hoe de tussenliggende, ontbrekende beeldpunten in te vullen. In het slechtste geval krijg je hetzelfde resultaat als wanneer je een foto maakt van een stukje geprinte tekst en die dan heel erg groot gaat vergroten. Het wordt heel korrelig of juist heel vaag, maar zeker niet mooi scherp. Dat kan alleen als er ook video naar toe gestuurd wordt die in 8K formaat beschikbaar is.
Daarom is de conclusie van Mashable dat de tv’s (voor nu) volledig nutteloos zijn, helemaal terecht.
De reden dat ik “grappig” in de titel heb gezet is dat het me meteen deed terugdenken aan acht jaar geleden. In 2010 organiseerden SURF en De Waag een wedstrijd voor onderwijsinstellingen. De vraag was toen heel simpel: stel je krijgt (tijdelijk) de beschikking over een camera en een tv die 4K aankunnen, wat zou je dan willen filmen (ten behoeve van het onderwijs)?
Want 8 jaar geleden waren camera’s voor het maken van 4K video heel erg duur (nu kan een GoPro van een paar honderd euro dat al) en beeldschermen om 4K video op weer te geven waren heftig zwaar en eveneens duur. Met andere woorden, de 8K van nu was de 4K van toen. De geschiedenis herhaalt zich dus. En daarom twijfel ik er ook niet aan dat op termijn (over een jaar of 5-6) ook 8K heel gewoon zal worden.

Toch ben ik het met een paar kanttekeningen van Mashable erg eens. Met de onderwijskundige 4K video’s is het niet zo heel hard gegaan. En de kabelaanbieders zoals Ziggo hier in Nederland hebben er lang genoeg over gedaan om HD breed uit te rollen en voor een groot genoeg aantal zenders, die zijn nog niet bezig met 4K video, laat staan dat ze aan 8K denken.
Dus het aanbod van 8K video zal nóg een slag langzamer groeien dan dat het voor 4K doet. En als dan het zichtbare verschil zo klein is, dan kun je inderdaad stellen dat dit een duidelijke ‘technology push’ is.

Deel dit bericht:
aug 202018
 

Ook voor mij komt er vandaag een einde aan een lekker lange vakantie. Als je wil weten wat we de afgelopen drie weken uitgespookt hebben, dan verwijs ik je graag naar dit bericht op mijn andere weblog. Voor hier wil ik me richten op een specifiek aspect van die vakantie: hoe verwerk je al tijdens die vakantie op zijn minst een deel van de foto’s en video’s die je maakt?

Dat hoeft natuurlijk niet moeilijk te zijn: neem een laptop mee die krachtig genoeg is en je bent klaar. Maar een laptop is een van de dingen die ik niet mee op vakantie neem. Een heleboel andere apparaten wel. Zo hebben we:

  • 2 camera’s om onderwater foto’s en video’s te maken, een Canon G16 en een Canon S120
  • 1 GoPro Hero 4 Black voor het maken van filmpjes
  • 2 iPads mini’s (een versie 1 met 16GB en een versie 3 met 128GB intern geheugen)
  • 4 Android telefoons (allemaal eentje. Met name de Samsung Galaxy S7 maakt heel aardige foto’s)

Wat willen we allemaal kunnen doen:

  • De foto’s en video’s die we op de Canon G16 en de Canon S120 maken willen we zo snel mogelijk na de duik kunnen bekijken. Deels omdat we er een aantal via Facebook delen met familie en vrienden, maar veel belangrijker nog omdat we de foto’s gebruiken tijdens het samen invullen van de logboeken over de duiken die we die dag gemaakt hebben.
  • Eigenlijk geldt dat ook voor de filmpjes op de GoPro Hero 4 al is die niet vaak “hoofdcamera” geweest. Wel bij de duiken in de cenotes en bij de walvishaaisafari.
  • De iPad mini versie 1 wordt vooral gebruikt voor (offline) spelletjes en het bekijken van video’s. Hij is te traag en heeft een te beperkte opslagcapaciteit om een rol te spelen bij het bewerken van foto’s en video’s.
  • De Android telefoons worden bovenwater gebruikt om foto’s te maken van het hotel, tijdens een dagje Maya tempelpiramides bekijken, op de boot etc.

Voor mij was de iPad mini 3 daarom het centrale bewerkingsstation tijdens deze vakantie. Maar het was maar goed dat we ook Android apparaten in de buurt hadden, want ondanks de sterk verbeterde bestandsbeheermogelijkheden van iOS zou het niet zo goed gelukt zijn als nu.

Om het lijstje hardware compleet te maken, ik had ook bij me:

Hieronder zal ik een paar scenario’s beschrijven die met deze combinatie mogelijk zijn.

Lees verder….

Deel dit bericht: