jul 162016
 

pokemon_goJa ja, ik weet het: weer een blogger die de Pokémon Go rage gebruikt als click-bait en weer zo’n zot die denkt dat technologie het onderwijs kan veranderen. Tja, dat eerste kan ik niets aan doen: je hebt zelf doorgeklikt, en wat dat tweede betreft denk ik niet dat Pokémon Go het onderwijs zal veranderen, maar dat betekent niet dat het onderwijs er niets van zou kunnen (moeten!) leren. Want ik vind de reacties tamelijk “zuur”. Zelfs Wilfred Rubens eindigt met:

De relevantie van de game voor het onderwijs is op dit moment vooral als casus op het gebied van mediawijsheid. Daarbij valt me op hoe hardleers wij als mensen zijn. Keer op keer weten grote groepen gebruikers zichzelf niet te matigen, met de nodige nadelen en risico’s als gevolg. Als we nu eens vanaf het begin dergelijke games selectief zouden spelen, dan zou het plezier groter zijn.

En dan zal ik je de reacties die Wouter Siebers via Twitter kreeg op zijn (ok, ook wel heel luchtig geschreven) stuk in de Volkskrant besparen. Een volwassen man, iemand die het onderwijs kent, een onderzoeker, we zouden toch allemaal wel beter moeten weten.

[update 11:55] Wouter geeft via Twitter aan dat de reacties juist voornamelijk positief waren, ik heb maar een heel klein deel van de reacties gezien, mijn opmerking ging over deze lijn (en de reacties op de Volkskrant site zelf).

Hoe anders dan zo’n bedrijf als de Albert Heijn. Hadden zelf een mooie virtual reality actie met dino’s. Als ze zouden reageren zoals wij dat in het onderwijs doen, dan zouden ze daar zeggen: “nou nou, leuk hoor dat Pokémon Go, laten we maar lekker gewoon blijven, we hebben onze reclame-acties voor de komende tijd uitgestippeld staan, dat werkt, hebben we onderzocht en we gaan geen risico lopen met onze klanten”.

Maar dat deden ze niet, dus daarom hebben ze daar, nu, terwijl de hype nog niet eens echt een volle week oud is al een AH-brede inhaakactie op poten gezet: de Pokémappie. Je kunt er meer over lezen bij iCulture (is logischer dan dat ik alle info van daar ga herhalen), maar in samenvatting:

  • 1,3 miljoen Nederlander spelen Pokémon Go terwijl het programma pas sinds vanochtend officieel uit is in Nederland;
  • ze sluiten aan op de spaar- en verzamelgekte van de Nederlander;
  • ze hebben een interactieve kaart gemaakt waarbij je per AH-winkel kunt zien welke Pokémon daar te vinden is;
  • ze gaan in elk filiaal een medewerker aanwijzen die het spel speelt en tips kan geven aan zoekende klanten.

Niet negeren dus maar omarmen. Voor hoe lang? Voor zo lang als de hype duurt. Direct effect: je bent hip, bij de tijd, laat zien dat je weet dat er speelt en waarschijnlijk trek je er ook nog wel meer klanten mee. Zoals die pizzeria die “lures” kocht en er zo voor zorgde dat er bij zijn Pizzeria meer Pokémon verschenen (te vangen waren) dan anders. Voor een euro per uur trok hij zo meer klanten doordat Pokémon Go spelers binnen kwamen en niet alleen een Pokémon vingen maar vaak ook even een stuk pizza en/of wat te drinken kochten (logisch, want als je buiten rond loopt dan krijg je honger/dorst).

Natuurlijk is dat niet zomaar een-op-een op onderwijs over te zetten. Wij verkopen geen stukken pizza. En een foldertje voor de nieuwe opleiding bedrijfseconomie is veel minder smakelijk dan een stuk pizza. Maar waarom zouden we Pokémon Go eigenlijk niet een stuk pizza verkopen in onze school of in de bibliotheek? Of een kop koffie / wat fris? We wilden toch graag dat onze onderwijsgebouwen onderdeel worden van learning communities? En ja, dan kun je tijdens het eten van die pizza ook wel met ze praten over mediawijsheid en andere serieuze zaken.
Zelf ben ik benieuwd of de hype de herfst overleeft, dus als het weer slecht wordt. Wie weet is iedereen er dan weer net zo snel op uitgekeken als dat het nu op komt. Prima ook wat mij betreft. Beter nog dan dat we over 10 jaar nog achter kleine rare beestje aanzitten.

Het gaat mij om de grondhouding: is onze eerste reflex om uit te leggen waarom iets een hype is en daarom niet relevant voor het onderwijs of is onze eerste reflex om te kijken hoe we actuele gebeurtenissen (zoals zo’n hype) kunnen inzetten om de relevantie van “school” voor onze jeugd te verbeteren. We verwachten van onze jeugd dat zij later hypes, ontwikkelingen, kansen, nieuwe technologieën en sociale ontwikkelingen kunnen duiden en benutten. Tenminste als we roepen dat we hen opleiden voor beroepen die nu nog niet bestaan, dan doen we dat.
Dan zit er voor ons ook maar één ding op: het geven van het goede voorbeeld. En dat is wat Albert Heijn en vergelijkbare bedrijven doen, niet wat wij zelf nu doen als we beginnen met “vanaf de tijd dat de tv werd uitgevonden zijn er al mensen geweest die….” en dan over gaan tot de orde van de dag omdat ook deze hype wel weer over gaat. Dat gaat hij ook, relevant is wat wij er in de tussentijd mee doen!

Deel dit bericht:

Buzz: “Drone Gamification”

 Gepubliceerd door om 23:18  drones, Gaming, Hardware
feb 162016
 

air-hogs-connectHet kon natuurlijk niet uitblijven: gamification is hot, drones zijn hot. Dus moet de combinatie van die twee dat haast automatisch ook wel worden: “drone gamification”.

Eigenlijk grappig dat er een apart woord voor uitgevonden is. Want tenzij je professioneel met een drone aan de slag gaat is er mee spelen eigenlijk het enige wat je er mee zult doen (ja, je kunt ook als amateur serieuze filmpjes maken, maar het gros van de mensen zal er gewoon mee spelen omdat het  leuk is).

Het verhaal is ook niet dat drones nieuw zijn, maar dat het aanbod van drones specifiek gericht op het spelen ermee dit jaar (flink) zal toenemen.

Er worden een aantal voorbeelden genoemd:

We gaan het zien.

via Mashable en Dronewatch

Deel dit bericht:
jan 242013
 

FOTA-hype-cycle Eerder deze week stelde ik de vraag waar we ons bevonden op de MOOC Hype Cycle, hierbij uiteraard verwijzen naar de Hype Cycle van Gartner.

Dat het een model is dat veel los maakt blijkt ook wel uit de posts van David Kernohan en D’Arcy Norman over de “FOTA EduBeardStroke Parabola 2013”. FOTA staat in dit geval voor “The Followers of The Apocalypse”, de naam van het blog van David Kernohan, die het model ontwikkeld heeft. David heeft een aantal bezwaren tegen de Gartner Hype Cycle:

  1. Het presenteert de grafiek als een extern, “natuurlijk” proces, los van menselijk ingrijpen. Het wordt verkocht als een hulpmiddel bij het doen van insterteringen. Het is een kaart van een toekomst die niet te wijzigen valt (zo lijkt het).
  2. Het versterkt de mythe dat het allemaal wel goed zal komen. Technologie, hoe dom ook, komt uiteindelijk aan bij het plateau van productiviteit. Als er problemen zijn, dan kunnen we die afdoen als een tijdelijke “Vallei van Desillusie” waar we doorheen moeten. Het is daarna slechts een kwestie van tijd voordat we daar uit komen.
  3. Het is geen cyclus! Er is geen sprake van herhaling, geen verbetering van bestaande technologie. Alles is een trigger, geen aanpassing op basis van ervaringen uit de werkelijke wereld.

Het is, aldus David, niet meer dan een model van een geïdealiseerd gesloten systeem.

D’Arcy voegt daar nog aan toe:

  1. Het is een te eenvoudige weergave van de werkelijkheid.
  2. Het impliceert een gemeenschappelijke context waarbij één stuk technologie voor iedereen dezelfde betekenis heeft.
  3. Het is een eenvoudig antwoord. We hoeven alleen maar even te betalen voor toegang tot het rapport.

Ik ben het deels met de heren eens. Het is wel een eenvoudig antwoord en Gartner verdiend er ongetwijfeld voldoende aan. Maar een model is nu eenmaal een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid, daar kun je niet elk detail en elke nuance in kwijt. Ik heb ook een aantal uitspraken van David, zelf nooit zo opgevat. Voor mij was zo’n Hype Cycle een statusopname: hoe staat het er nu, gemiddeld genomen, voor. En het model heeft voor mij nooit geïmpliceerd dat alle technologieën die er op stonden, automatisch en zonder interventie, de cyclus zouden doorlopen. Integendeel. Nou heeft David een alternatief model opgesteld, maar hij geeft daarbij zelf aan dat het een onzinmodel is:

Methodology: This diagram was prepared by taking one person who thinks too much about learning technology, leaving them on a train for a stupid amount of time and then marinating in beer and nachos.

Dat is natuurlijk wel een beetje jammer. Want ik denk dat zulke modellen echt wel helpen in discussies, overleggen etc. Niet als dé ultieme weergave van de werkelijkheid, maar wel als praatstuk.

Deel dit bericht: