okt 082013
 

tincan Op SURFspace vraagt John May zich af of Tin Can, de uitbreiding op SCORM die gericht is op het verzamelen van data over het leerproces van studenten (dat klinkt natuurlijk wel heel erg mooi) een enabler kan zijn voor Learning Analytics.

Zijn conclusie, heel kort door de bocht, is dat het nog wel even zal duren voordat we daar in Nederland mee aan de slag gaan, en hij voorzien nog wel een interessante trip naar een of meerdere buitenlandse conferenties om hierover op de hoogte te blijven. 😉
Het is namelijk maar de vraag of en hoe snel Tin Can in Nederland geïmplementeerd wordt. In het geval van SCORM duurde dat ook even én was het zo dat er ook partijen waren die onderwijskundige problemen hadden met de opzet van het referentiemodel (<> standaard).
De tweede uitdaging die John signaleert is de interpretatie van de data die gelogd wordt door Tin Can. Dat lijkt niet vanzelfsprekend. Kan ik me iets bij voorstellen, maar dat is het ook als je wél een heel gestructureerde datastructuur hebt. Want daar ligt namelijk de uitdaging (valkuil / drempel) bij Learning Analytics: hoe maken we chocolade uit de data die we hebben?

En wat betreft snelheid van implementeren denk ik dat we in Nederland heel verstandig beginnen met het kijken naar welke data we al hebben en welke lessen we daar al uit kunnen trekken als het gaat om het beter begrijpen van het leerproces van de student. Investeren in het vergroten van de “bak met data” is dan stap twee, maar dan wil je ook al een beetje weten welk soort data je dan extra nodig hebt. Dat Tin Can daar bij kan helpen is dan meegenomen, maar ik denk inderdaad dat we voor de implementatie daarvan volgend jaar nog naar Educause toe moeten of zo.

apr 102013
 

Kindle DX Het artikel in The New York Times getiteld “Teacher Knows if You’ve Done the E-Reading” is ongetwijfeld geschreven met als doel om in ieder geval een beetje een ongemakkelijk gevoel bij de lezer achter te laten. Maar het is dan ook een heel gevoelig punt. Bij de Texas A&M universiteit voeren ze namelijk een test uit waarbij het leesgedrag van studenten in elektronische boeken door de docenten gemonitord kan worden. Er wordt bijgehouden wanneer en hoe vaak een student het boek opent, welke pagina’s bekeken worden en of en hoeveel aantekeningen de student in het boek maakt. Die data wordt dan terug gekoppeld naar de docent en komt ook ter beschikking van de uitgever.
Achterliggend idee is dat de docent student op hun studiegedrag kan aanspreken.

Interessant onderwerp omdat het namelijk heel erg overeen komt met de discussie die je op dit gebied ook hebt rond opnames van colleges. En met dezelfde problemen. Ook hier wordt zondermeer uitgegaan van de veronderstelling dat meer lezen, eerder lezen, vaker lezen, meer aantekeningen maken, tekenen zijn van actiever, zo je wilt, dieper leren. Terwijl ik dan toch iets meer geïnteresseerd zou zijn in de vervolgactiviteiten op dat lezen. Dus als de studenten daadwerkelijk actief met de kennis/informatie in dat boek aan de slag gaan.
Vreemd vind ik ook uitspraken als:

After two months of using the system, Mr. Guardia is coming to some conclusions of his own. His students generally are scoring well on quizzes and assignments. In the old days, that might have reassured him. But their engagement indexes are low.

De studenten doen het goed bij de opdrachten en de toetsen, maar hun engagement index is laag. Ze lezen de boeken dus te weinig. De conclusie:

“Maybe the course is too easy and I need to challenge them a bit more,” Mr. Guardia said. “Or maybe the textbooks are not as good as I thought.”

Met andere woorden: het zou kunnen dat het vak te gemakkelijk is omdat de studenten het boek niet veel hoeven te gebruiken om toch goed te scoren, of het boek is toch niet zo goed als ik dacht?
Een derde optie is dat de “engagement index” wellicht toch niet zo’n goede meeteenheid is voor studiesucces als de uitgevers hopen.

En een voor de hand liggende vraag is uiteraard waarom de studenten geen toegang krijgen tot de data? Laat hen zien hoe anderen studeren en hoe zij het zelf doen ten opzichte van die anderen. Niet als middel om ze te beoordelen maar om ze te helpen hun leerproces in te richten. Dat is dus even los van de vraag of de betreffende data daar wel bruikbaar voor is. Maar zoiets als “aantekeningen die andere studenten hier maakten” (zoiets biedt Amazon voor hun boeken al) of “passages van het boek die het vaakst gelezen zijn” zou mogelijk toch behulpzaam kunnen zijn en veel minder eng dan een “engagement index”.