mei 282015
 

curriculaire_spinnenwebMet dank aan de RSS-feed van de Scoop.it verzameling van Robert Schuwer kwam ik twee berichten tegen die heel verschillend waren, maar ook weer niet en die gezien het bericht van gisteren over de scholen om van te leren extra interessant werden.

Het eerste bericht is getiteld “The means are the ends”*: The alignment between OER and FOSS en is kort samen te vatten als “denk toch ook aan ons”. Het is de verzuchting vanuit een voorvechter van open source software (FOSS) over het gebrek aan besef bij voorvechters van open educational resources (OER) als het gaat om het onlosmakelijk verbonden zijn van FOSS en OER. Het deed me een beetje denken aan de verzuchtingen bij OER voorvechters als het gaat om MOOC en open onderwijs (“een MOOC is niet echt open als er geen OER gebruikt wordt” of “waarom zoveel aandacht voor MOOC als er juist veel aandacht voor OER zou moeten zijn?!”).
Maar als ik eerlijk ben, doet me ook wel denken aan mijn eigen verzuchtingen als het ging om leertechnologieafspraken zoals QTI die wat mij betreft voor toetsontwikkelaars essentieel zouden moeten zijn (immers, hoe wissel je anders die gezamenlijk ontwikkelde toetsmaterialen uit?), maar dat niet waren.

Het tweede artikel met de hele lange titel “Designing for Educational Technology to Enhance the Experience of Learners in Distance Education: How Open Educational Resources, Learning Design and Moocs Are Influencing Learning” komt van de Britse Open Universiteit. Daarin wordt eerst uitgelegd wat Technology Enhanced Learning is, dat de OU in het Verenigd Koninkrijk al 40 jaar ervaring hier mee heeft en dat Learning Design, Learning Analytics en Open Educational Resources wat hen betreft de drie grote factoren zijn die de meeste kansen bieden.

Dat alles staat in schril contrast met het curriculaire spinnenweb van Van den Akker zoals dat in “Scholen om van te leren” opgenomen is (zie ook de afbeelding hierboven). Natuurlijk, in de onderdelen “leeromgeving” en “bronnen en materialen” komen learning design, open educational resources en wellicht ook open source mogelijk/waarschijnlijk wel aan bod. Maar het zijn onderdelen van een veel groter geheel. Dat zullen we ons als onderwijstechnologen moeten blijven beseffen.

En je ziet hier ook een mismatch. Enerzijds omdat er wordt gesteld “...het is een zoektocht. Vooral waar de leraren hopen te kunnen rekenen op digitale leermiddelen, is het nog lang niet perfect“. Maar erger nog is deze “De geïnterviewden weten dat ze zich in een smalle voorhoede bevinden. Een groep die nog niet zo groot is dat de markt erg enthousiast op hun vraag reageert“. Het rapport gaat daarna verder met een beschrijving van waar een mismatch zit. En dat zijn dan knelpunten die onderwijstechnologen ook niet voor ze kunnen oplossen. Die moeten door de aanbieders en ontwerpers van de materialen opgelost worden.

Conclusie
Het is voor “ons onderwijstechnologen” en andere voorvechters van open onderwijs, learning analytics, open educational resources, leertechnologieafspraken, learning design en open source soms onbegrijpelijk, maar de onderwerpen die wij heel belangrijk vinden zijn dat lang niet altijd voor docenten, leerkrachten en vaak ook teamleiders of opleidingsleiders.

Zaak blijft om die docenten die én met innovatie binnen het onderwijs bezig zijn én bereid zijn te experimenteren met ICT op te blijven zoeken en samen met hen te werken aan het verbeteren van de directe bruikbaarheid van de verschillende componenten. Dat kan namelijk niet zonder hen, we hebben hen nodig voor de experimenten en het onderzoek dat nodig is om helder te krijgen hoe de verschillende producten, werkwijzen, ondersteuning etc. vorm moeten krijgen. De verwachting is dat zij open zullen staan voor aangeboden hulp en als wij die hulp beter kunnen bieden dan “de markt”, dan ligt daar ook de winst voor wat betreft aandacht.

Deel dit bericht:

  4 reacties aan “Technology enhanced learning en het “denk ook aan mij!” gevoel”

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.