Nov 042013
 

Volgens de maatstaven zoals die gisteren werden besproken, is bovenstaande film meer dan veel te lang. En ik moet toegeven dat ik hem ook niet tot het einde bekeken heb. Want na een minuut of 50 begint het stellen van vragen en dan is de audio bij een aantal van de vragen te slecht om het goed te kunnen volgen.

Ik vond dat er een aantal interessante zaken in de presentatie naar voren komen. Zo vind ik het grappig dat de spreekster tot de conclusie lijkt te komen dat “de meeste” deelnemers aan hun MOOC’s uit de VS komen. Die groep is toch echt maar 29% van het totaal. Het is wel de grootste groep, nummer 2, India levert maar 9% van de deelnemers. Maar de conclusie lijkt me vooral: 70% van de MOOC deelnemers komt niet uit de VS en er is een hele grote spreiding in de deelnemers.
Een andere conclusie die getrokken wordt is dat MOOC’s vooral mensen lijken aan te spreken die al een opleiding gehad hebben, 70% heeft minimaal een bachelor-opleiding, 60% heeft op dit moment een volledige baan. Maar ook: 62% van alle aanmelders doet nooit iets binnen de MOOC. Bij grote aantallen aanmeldingen blijft er natuurlijk nog steeds een aardig aantal over, maar je moet die niet zomaar meenemen in je analyses. Gebeurt hier ook niet. En ook bij de mensen die wel minimaal één video bekijken, is er onderscheid te maken, bijvoorbeeld in mensen die de huiswerkopdrachten (op tijd maken), mensen die wel de video’s kijken, maar niet de huiswerkopdrachten, mensen die de video’s kijken maar op een ander moment dan wanneer ze het op tijd voor de huiswerkopdrachten zouden doen, en mensen die uitvallen.
Zo’n onderscheid is handig als je analyses van de vragenlijsten uit gaat voeren, al gooit Stephanie wat mij betreft de uitkomsten wat te gemakkelijk op een hoop als het gaat om de interpretatie ervan. Want als je op bijna alle kengetallen even goed scoort voor de mensen die wel de MOOC afronden als voor de mensen de uitvallen, dan kun je concluderen dat ze het met elkaar eens zijn, óf je kunt concluderen dat je de onderscheidende factoren nog niet ontdekt hebt. En een lage score voor de fora kan heel veel betekenen: dat ze slecht gebruikt worden (is de uitleg van Stephanie), dat ze qua software van slechte kwaliteit zijn, …. etc.
Idem voor de lage scores als het gaat om in groepen werken. Is dat erg? Zegt dat wat over de MOOC als geheel? Is dat iets waar je naar zou willen/moeten streven?

Kortom, ook na 50 minuten nog heel wat vragen. Betekent ook zeker niet dat je ze niet moet stellen, maar wees voorzichtig als je citaten uit zo’n presentatie als deze of verwijzingen naar “bewijs” zomaar voor waar aan neemt.

Deel dit bericht:

  2 reacties aan “Analyse van Michigan MOOCs”

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.