sep 172017
 

Het is alweer twee weken geleden dat we in Eindhoven met het hele gezin, tijdens de Eindhoven Maker Faire, zaten te luisteren naar de presentatie van Astrid Poot.  Deze blogpost heeft dus erg lang op zich laten wachten. Maar gelukkig is het verhaal van Astrid ook twee weken later zeker nog heel relevant.

Je kunt de presentatie die ze gebruikt heeft hier vinden, ik wil in deze blogpost aandacht besteden aan het lijstje van vijf hoofdpunten dat ze behandelt en die je ook hier kunt vinden:

  1. maken als brug
  2. de maker mindset is een groei mindset
  3. snappen is uitvinden
  4. doen is de motor van het denken
  5. als je het niet kent kun je er niet mee denken

De vijf punten bouwen eigenlijk heel logisch op elkaar voort. Bij maken als brug gaat het er om dat je in je ontwikkeling nou eenmaal niet té grote stappen kunt maken. Door met veel “eenvoudige” dingen te werken, krijg je meer zelfvertrouwen op dit gebied en werk je langzaam toe naar het beheersen van ook complexere vaardigheden. Bij de tweede, de maker mindset is een groei mindset, gaat het er om dat je als  regelmatig dingen maakt, gewend bent om in oplossingen te denken en gewend zijn om bij te leren en door te leren. Als apparaten meer en meer “black boxes” worden waarbij je niet weet hoe of waarom het werkt, dan wordt het ook moeilijk(er) om nieuwe dingen uit te vinden. Met andere woorden: snappen is uitvinden.
En hoewel je denken inderdaad met je hoofd doet, helpt dingen doen bij dat denken (doen is de motor van het denken). Nummer vijf heeft op de dia’s van Astrid een plaatje erbij dat eigenlijk alles al zegt:

Als je het niet kent, kun je er niet mee denken. Als je alleen met een tablet, een chromebook, of alleen met boeken in aanraking komt dan heb je ook maar een heel beperkte “toolbox” in je hoofd als het gaat om nieuwe dingen te bedenken.

Uniek aan de boodschap van Astrid ten opzichte van de andere verhalen over “maakonderwijs” is dat zij, terecht, benadrukt dat kinderen maar 20% van hun tijd op school zijn. Thuis zijn ze 55% van de tijd. Kinderen blijken het ook helemaal niet “erg” te vinden om samen met hun ouders dingen te maken, integendeel. Maar net als veel leraren heerst er bij ouders vaak een handelingsverlegenheid: ze denken/vinden/zeggen dat ze twee linkerhanden hebben.

Vanuit dat oogpunt is de term klooien die Astrid gebruikt ook zo mooi. Het maakt niet uit dat je als ouder  niet alles al perfect kunt, dat je nog niet precies weet hoe iets in elkaar gezet moet worden. Bij lekker samen klooien gaat het om het samen ontdekken, om het samen zetten van die kleine stappen, om het samen opbouwen van dat benodigde zelfvertrouwen en kennis van verschillende tools en technieken.

De boekjes, klooikoffers, in het groot en inmiddels ook in het klein, die je op de website kunt vinden, zijn manieren waarop ze, samen met Peet Sneekes probeert ouders over die eerste drempels heen te krijgen.
Een van de andere, beroemde, producten die daarbij kan helpen is de poster met het klooicanon. Ik schreef er al eerder over  (met het plaatje van de originele versie erbij!) en ook hier in huis heeft hij geleidt tot nieuwe uitprobeersels omdat bleek dat de kinderen de MakeyMakey niet kenden!

Maar mijn kinderen zijn inmiddels beide ouder dan 12 jaar en de poster heeft het over “voordat je 12 jaar bent”. Dus ontstond in Eindhoven het idee om mee te denken aan een poster voor makers van 12 jaar en ouder. Daar wilden mijn kinderen wel aan meedenken. Het resultaat tot nu toe kun je lezen in de volgende blogpost.

Deel dit bericht:

  Een reactie aan “Lekker Samen Klooien”

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.