jan 292007
 

In de EduKast-aflevering van afgelopen weekend (nummer 217) praat ik over de ophef die ontstaan is over het “nieuwe leren”. Ik ga uiteraard niet het hele verhaal hier herhalen, daarvoor moet je gewoon even naar de betreffende aflevering luisteren. Maar ik wilde wel even de ruimte van een nieuwe post gebruiken om te reageren op de drie reacties die ik daar vandaag kreeg. En dat doe ik hier omdat het ook voor niet luisteraars van de EduKast interessant lijkt.

Rekenen?
Wim ten Bosch verwijst in zijn reactie naar een filmpje van ruim 15 minuten op YouTube. En hoewel Wim dacht dat de film wellicht off-topic zou zijn, vond ik hem erg on-topic. In de film wordt namelijk gewaarschuwd voor een aantal nieuwe methoden die in het Amerikaanse onderwijs op het moment gebruikt worden om kinderen te leren hoe ze moeten vermenigvuldigen en/of delen.
Nu wil ik voorop stellen dat ik geen beeld heb van hoe het wiskunde-onderwijs in Nederland in elkaar zit. Het enige dat ik er de nodige aansluitingsproblemen zijn voor wat betreft studenten die binnen komen op een universiteit én dat ze op de lagere school nog steeds de tafeltjes laten opdreunen.

Wat ik ook weet is dat ik op de universiteit de nodige dingen geleerd heb die ik daarna nooit meer heb hoeven gebruiken, ook op wiskundig gebied. Maar het zonder rekenapparaat kunnen vermenigvuldigen en delen hoort daar niet bij. Dat gebruik ik nog zeer regelmatig.
Ja, natuurlijk, als ik een aantal berekeningen gestructureerd wil uitwerken gebruik ik daar meestal een spreadsheet voor. En, nee, ik ben niet zo old-school dat ik vind dat je alles zonder hulpmiddelen moet kunnen voordat je die hulpmiddelen mag inzetten. Maar, als ik een stuk PHP-code niet “op papier” zou kunnen verklaren en begrijpen, dan zou ik nooit een script voor elkaar krijgen dat werkt.

Oude en nieuwe werkwijzen
Jeroen van Beijnen is het niet eens met mijn opmerking “Oude werkwijze van leren en opleiden werken niet meer”.

Wat ik daar in ieder geval niet mee bedoelde was dat leerlingen en studenten geen kennis meer hoeven te hebben. Want die algoritmen voor vermenigvuldigen en delen die in het filmpje aan bod komen, die moet je gewoon oefenen zodat je ze op een gegeven moment gewoon “voor je ziet”.

Wat ik daar wél mee bedoelde was dat de manier waarop we dat “vroeger” probeerden aan te leren (ook) niet werkt. Ik weet nog dat ik met de hele klas de rijtjes met tafeltjes aan het opdreunen was. Overbodig als je het snapte en zinvol als je het niet snapte. Want het is nogal een onhandige manier van er voor zorgen dat je ze op een manier begrijpt die er voor zorgt dat je er ook echt iets mee kunt.
Die differentiatie in snelheid en benadering kunnen we, denk ik/hoop ik, wél bieden met behulp van de nu al beschikbare ICT middelen (computers / software). Die kunnen de docent/leerkracht de ruimte bieden om gericht aandacht te besteden aan die leerlingen die er niet uit komen.
Er is niets zo geduldig als een goed geschreven computerprogramma dat een leerling op het juiste niveau sommen laat oefenen, “herkent” waar hij/zij fouten maakt, daar feedback op geeft etc.

Elk kind zijn eigen computer
Ja, ik weet dat computertijd lang niet overal ruimschoots voorhanden is. Tijden de keynote die ik in november verzorgd heb voor het School & Computer – ICT Beheer en Techniek congres (presentatie) heb ik aangegeven dat ik getallen als 1 computer per 10 leerlingen of 1 computer per 7 leerlingen heel raar vind. Want met 1 computer per 10 leerlingen heb je er 9 per 10 leerlingen te weinig. Ik ben van mening dat elke leerling zijn eigen computer zou moeten hebben. Net zoals elke leerling een eigen potlood, gum, stoeltje en boek heeft.
En je mag voor mij computer best vervangen door tablet, Mac, wat voor een device je maar wilt. En, ja, de meester en juf kan er nu nog nauwelijks mee werken en ja, de software en content is niet goedkoop. Snap ik allemaal.
Maar, stel je gewoon een voor dat we zouden zeggen “Onze school heeft 1 leerboek per 10 leerlingen, we voldoen daarmee aan de landelijke norm”.

Te duur?
Patrick Zuidhof omschrijft het als “Geen content, te duur, slecht beheer. Misschien dat het eens tijd wordt om serieus te kijken naar open standaarden.”
Weet je wat het kost om een boek te maken? Toch weten we die betaalbaar genoeg te maken per stuk om er voor elke leerling/student meerdere voor te schrijven.
Ik spendeer al een paar jaar een deel van mijn tijd aan het promoten van het gebruik van leertechnologie-afspraken. En geloof me, de keuze voor een besturingssysteem is voor een school écht geen issue. Want of je nu Edubuntu of Windows XP op je systemen hebt staan. Als je voor je content afhankelijk bent van het inkopen van (grote) uitgevers en software-leveranciers, dan ben je daar veel meer geld aan kwijt dan aan die vaak standaard meegeleverde en voor het onderwijs in het algemeen toch al goedkope licentie voor Windows.

Ernstiger vind ik dat we als onderwijsinstellingen met veel pijn en moeite die content dan zelf maken en er op blijven zitten. Als we iets van open source software kunnen leren is dat er andere business modellen mogelijk zijn dan we gewend waren/zijn.

Tot slot
Ik neem aan dat het eigenlijk niet eens nodig is om aan te geven dat ik heel blij ben met deze reacties.

Deel dit bericht:

  Een reactie aan “Kunnen onze kinderen straks nog wel rekenen?”

Reacties (1)
  1. Ik ben het er mee eens dat er beste kritisch gekeken mag worden naar de verschillende dingen die we (misschien uit gewoonte) binnen het onderwijs doen.
    Zelf vind ik ook niet alle dingen die ik tijdens mijn tijd op de basisschool en het voortgezet onderwijs gedaan heb even nuttig. Het lezen van “Karel ende Elegast”, de “History van Mejuffrouw Sarah Burgerhart” en andere oude boeken vind ik nog steeds vrij nutteloos (hoewel ik de geschiedenis achter de boeken wel weer interessant vond).

    Ik zou alleen niet zomaar durven zeggen dat alles wat ik zinloos vond ook daadwerkelijk zinloos was. Het oefenen van de tafels is b.v. niet zozeer om leerlingen te leren hoe de tafels werken, maar dit heeft te maken met automatiseren van de tafels. Bij rekenen moeten leerlingen op de basisschool sommen en tafels vaak oefenen om makkelijker en sneller te kunnen hoofdrekenen (waarschijnlijk zullen leerkrachten basisonderwijs het begrip automatiseren beter kunnen uitleggen). Dit is later weer makkelijk bij het aanleren en uitvoeren van moeilijkere sommen (en wiskunde).

    Ik ga er van uit dat er bij meerdere vakken opdrachten en werkvormen zijn die niet altijd even nuttig lijken, maar wel voor een bepaalde reden worden gebruikt. Dit betekent overigens niet dat men niet kritisch naar deze werkvormen mag/moet kijken en indien nodig deze werkvormen aan passen.

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.