jul 042006
 

Als onderdeel van de zomereditie van de e-learning Themasite schreef Elmine Wijnia een recensie naar aanleiding van het rapport Inleiding Social Software in het Onderwijs dat ik schreef voor stichting Kennisnet Ict op School en SURFnet bv.
Ik wil in deze post even ingaan op de inhoudelijke kritiekpunten die ze in de recensie noemt.

Social Software versus de rest van de toolbox.
Laat ik beginnen met voorop te stellen dat het mij er juist niet om gaat Social Software te promoten als het enige middel of de enige soort tools die we in het onderwijs zouden moeten gebruiken.
En dat is ook de achterliggende reden achter de afbeelding, het schema waar Elmine inconsistenties in ziet. Ik wilde de verschillende toepassingen kunnen afzetten tegen ‘oude tools’, dingen die we al gebruiken in het onderwijs, maar ook tegen andere ‘nieuwe tools’, zaken als VoIP en SMS die vaak ten onrechte onder dezelfde noemer geschaard worden.

Bij presentaties, inclusief de masterclass waar Elmine was, maar toegegeven niet in het rapport zelf, geef ik steeds aan dat discussies over de exacte locaties van tools in de afbeelding heel welkom zijn. Dus of een cirkel iets verder naar links, boven of onder moet vind ik niet zo relevant, zelfs niet als iemand een cirkel op een heel andere plek in de afbeelding wil hebben. Daar zal ik het dan (neem ik aan) niet zonder meer mee eens zijn, maar de discussie die dat oplevert zorgt er voor dat de keuze expliciet genoeg gemaakt wordt. Dus niet onszelf afzetten tegen het gebruik van een ELO omdat er nu eenmaal Social Software is, maar een afgewogen keuze.
Dat betekent natuurlijk niet dat ik niet achter de huidige indeling sta.

Voip en SMS
Voice over IP is een voorbeeld van een technologie die vaak genoemd wordt al het gaat over “nieuwe technologieën”. Zoals het toenemend aantal Nederlanders dat op dit moment gebruikt is niet meer of minder dan de gewone telefoon, maar dan via een andere drager.
Ook SMS is een voorbeeld van een zeer zichtbare nieuwe technologie waarbij het daar ook nog eens zo is dat het iets is dat jongeren vaak gebruiken. SMS wordt in het rapport niet onder de categorie Social Software geschaard omdat het om een geïntegreerd geheel van hardware, netwerk en software gaat. Gezien het belang voor het onderhouden van netwerken tussen studenten/leerling zou een discussie over het tóch meenemen binnen de categorie Social Software overigens wel op zijn plaats zijn.

Instant Messaging
Elmine is het niet eens met de argumentatie dat Instant Messaging gericht is op groepen. De analogie met de telefoon die ze noemt, voer ik zelf ook aan in het rapport, maar de vergelijking met een weblog deel ik niet. Mijn weblog ben ik gestart zonder groep, in het begin was die helemaal niet op een groep gericht, heel veel weblogs hebben een kleiner aantal lezers dan er contacten voor komen op de gemiddelde buddylist van een student.
De positionering op de X-as in het schema leidt niet automatisch tot raakvlakken met andere toepassingen, maar de link tussen Instant Messaging en Wikis is niet de sterkste die in het rapport voor komt. Reden dus om die twee verder uit elkaar te plaatsen.

World Wide Web
Het gebruik van het World Wide Web is volgens Elmine niet zo relevant voor de vergelijking en keuze. Hangt er een beetje vanaf. Het modeverschijnsel dat alles wat “webbased” als modern gezien werd is nog niet helemaal weg. Bij twee toepassingen waarbij zij het meeste moeite heeft met dat onderscheid vind ik juist dat het nut van dat onderscheid wordt aangetoond. Ja, podcasts en videoblogs kunnen prima online, via het Web beluisterd en bekeken worden. Maar net als traditionele media breken zij los van die grenzen van het uitsluitend toegankelijk zijn via dat World Wide Web. Er zijn uiteraard de MP3-spelers waarmee podcasts beluisterd worden, videoblogs die ook via de TV (in combinatie met een multimediacentre of Tivo) bekeken worden, of podcasts die ook als radio-uitzending gebruikt worden.
Hadden ze dichter bij de cirkel met het World Wide Web moeten staan? Mogelijk, maar visueel moest het onderscheid met de andere toepassingen opvallen, en dat lukte in ieder geval blijkens de reactie van Elmine.

Dat je ook kunt SMS-en via het web weet ik, maar zoals ik in het rapport aangeef heb ik de toepassingen in hun kale verschijningen besproken, ander krijg je ELO’s met forums en een ingebouwde wiki die een heel interessante combinatie vormen, maar niet of nauwelijks zinvol te beschrijving in de beperkte context (ruimte) van dit rapport.

Conclusie
Ben ik het dan met geen van de kritiekpunten van Elmine eens? Jawel, want ten eerste trek ik me dat soort dingen meteen aan omdat ik van mening ben dat ik het, zelfs als ik het er mee oneens ben, dan maar beter uit had moeten leggen. Maar een ander punt waar ik het helemaal met haar over eens ben staat niet in de recensie, maar in een mail die ik van haar gekregen heb. En dat ging over mijn omerking dat ik een wiki niet geschikt vind als notitieblok voor promovendi. Ik citeer in het rapport een uitspraak van mezelf in het eerste artikel dat ik ooit schreef over wiki’s (voor de e-learning themasite in 2004). Daarin zeg ik “Een wiki als notitieblok voor een promotie-onderzoek. Als open wiki absoluut ongeschikt. Achter een wachtwoord kan het, maar dan zijn andere tools, zoals bijvoorbeeld een weblog net zo bruikbaar.”
Elmine geeft terecht aan dat een wiki als voordeel heeft dat het een wolk van pagina’s is die je makkelijk weer aan elkaar kunt knopen door het gebruik van wikiwoorden. Met wikiwoorden kun je als promovendus veel makkelijker een begrippenlijst voor jezelf maken. Weblogs hebben volgens Elmine één heel groot nadeel: het is lineair.
En daar heeft ze gelijk is.

Deel dit bericht:

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.