sep 242015
 

een flexibele en persoonlijke leeromgeving SURFnet presenteert vandaag de notitie “Een flexibele en persoonlijke leeromgeving, van losse bouwstenen naar één geheel; een verkenning“. In de samenvatting wordt het doel van de notitie omschreven als: “deze notitie beschrijf de kaders en componenten voor een flexibele en persoonlijke leeromgeving en mogelijkheden om deze componenten te integreren. Het vormt de basis voor verdere discussie, afstemming en samenwerking tussen instellingen en leveranciers”.

Zoals veel publicaties over leeromgevingen gaat het ook in deze notitie direct over componenten en hun functie in het onderwijs. Verwacht dus geen uitgebreide beschouwingen over de te verwachten veranderingen in het onderwijs de komende jaren. Uitgangspunt van de notitie is dat flexibilisering en personalisatie belangrijke trends zijn in het onderwijs en dat dat invloed heeft op de digitale leeromgeving van de student. De verschillende componenten van de leeromgeving (communiceren, samenwerken, organiseren van leren, toetsen, stage en afstuderen, inleveren en beoordelen van opdrachten, video, onderwijsprocesbegeleiding, beheren en gebruiken van studentinformatie, roostering, leermaterialen ontwikkelen beheren en delen, learning analytics) worden elk kort beschreven.
Veel ruimte in de notitie (en de bijlage) is er voor standaarden, een logische component als je de andere componenten wilt koppelen. Ook staat de notitie stil bij de drie verschillende vormen van integratie die er te onderscheiden zijn: visuele integratie, gegevensintegratie en systeemintegratie.

In onderdeel vier van de notitie worden uitdagingen genoemd voor de digitale leeromgeving van de toekomst:

  1. zijn de basissystemen op orde?
  2. wordt er vanuit een architectuurvisie gewerkt?
  3. is helder welke applicatie in welke functionaliteit voorziet?
  4. wordt er gewerkt met standaarden?
  5. is er aandacht voor beheer en bestuur van de leeromgeving?
  6. is de instelling klaar voor een digitale leeromgeving?

Bij die laatste uitdaging gaat het ook nu weer om heel technische aspecten:

instelling_klaar

De vraag of de instelling weet welke rol een leeromgeving in hun onderwijs moet spelen, de mate van personalisatie, vrijheid voor studenten, rolverdeling tussen de verschillende actoren etc. lijkt me hier echter zéker zo relevant voordat je begint aan de keuze voor, selectie van of implementatie van een flexibele en persoonlijke leeromgeving. En dat zou mijn boodschap zijn in aanvulling op het onderdeel “tot slot”: een visie op een digitale leeromgeving van de toekomst vergt een visie op het onderwijs van de toekomst dat je wilt gaan aanbieden!

Kortom, de notitie legt, zoals beoogd, een basis. Het laat (beknopt) zien welke componenten systeemontwikkelaars, icto-mensen, leveranciers en SURF/SURFnet onderscheiden binnen een digitale leeromgeving. De uitdaging is nu om dit ook te koppelen aan het vocabulaire van onderwijsontwikkelaars.

 

Deel dit bericht:
sep 242010
 

Lime Tree Avenue, Clumber Park, Nottinghamshire Soms kom ik online berichten tegen waarvan ik niet meteen weet wat ik daar mee moet, maar die toch blijven hangen. Zo ook het bericht “Van het bos en de bomen” dat Paul Laaper een paar dagen geleden schreef.

In dat bericht vraagt hij zich af hoe hij als docent nou ooit de ontwikkelingen kan bijbenen die hij dagelijks voorbij ziet komen, o.a. op de verschillende Nederlandse edublogs. Want als hij wat uitprobeert met/in zijn klas, dan moet hij dat een jaar volhouden. En daarna kan hij het evalueren, eventueel aanpassen en dan weer een jaar proberen. Maar intussen ziet hij heel veel nieuwe zaken voorbij komen waar hij nog niet mee aan de slag kan/kon.

Als edubloggers over technologie schrijven dan is dat vaak technologie die zich nog moet bewijzen in het onderwijs. Technologie dus die nog door mensen als Paul aan een test moet worden onderworpen. En dat heeft tijd nodig. Tijd die veel langer duurt dan de periode dat er heel veel over geschreven wordt online. En als er dan maar voor gezorgd wordt dat die ervaringen ook weer online beschikbaar komen, dan kunnen die edubloggers ook daar over schrijven. Ik weet uit eigen ervaring dat ik daar namelijk zeker zo graag over schrijf. Een gadget is maar een gadget totdat duidelijk is wat je er mee kunt (in het onderwijs).

Het is ook een beetje vergelijkbaar met het uitvoeren van een promotieonderzoek, zoals ik nu ook doe. Dat is ook een traject dat meerdere jaren duurt. Daar blijft de vraagstelling en het onderwerp voor die periode (als het goed is) ook gelijk. Terwijl er links en rechts ook de nodige nieuwe dingen gebeuren. Belangrijk is dat de vraag en bijbehorend antwoord nog relevant zijn op het moment dat het af is.
Dus ook voor Paul geldt: is het nog steeds relevant vanuit jouw onderwijs gezien om met weblogs als portfolio’s te experimenteren/werken? Zo ja, dan is er toch geen reden om mee te stoppen?
En in hoeverre heb je binnen je onderwijs op dit moment te maken met urgente problemen waarvoor de ICT die je op die edublogs voorbij ziet komen een oplossing is? Als daar nog een aantal gebieden zijn, dan ligt daar nog een uitdaging met betrekking tot het lospeuteren van middelen/tijd bij het management. Maar dan heb je daar ook de benodigde argumenten voor.
En zo niet, dan zou ik me er niet te druk over maken.

Dat voor een edublogger een iPad een haast ‘must have’ apparaat is, betekent ook niet dat elke docent het apparaat ook morgen in zijn onderwijs in moet zetten. Die paden mogen gerust van tijd tot tijd wat verder uit elkaar lopen. Als een docent, zoals Paul doet, die blogs volgt dan is hij/zij in ieder geval op de hoogte van mogelijkheden en onmogelijkheden. Dat zou geen onrust moeten geven, maar juist rust. Het is kennis die van pas komt op de momenten dat er lijnen voor de toekomst uitgezet worden.
Daarnaast zou Paul door zijn werkgever gestimuleerd en gefaciliteerd moeten worden om zijn ervaringen ook vast te leggen, zodat edubloggers er over kunnen schrijven en andere docenten er gebruik van kunnen maken.

Deel dit bericht: