mrt 012017
 

Voor wie niet op Twitter te vinden is:

Er is best een stevige hoeveelheid geld beschikbaar: maximaal € 500.000,- daar moet je best wat voor kunnen organiseren. En nou niet meteen roepen “wij moeten / doen al X zonder bijdrage van OCW”, zie het als een kans voor al die partijen die in Nederland al jaren aan de weg timmeren op het gebied van maakonderwijs om op zijn minst eenmalig een landelijk evenement te organiseren. Want het zou toch zonde zijn om de kans voorbij te laten gaan en dit door een paar slimme commerciële partijen te laten organiseren. Gelukkig zitten veel van die partijen ook op Twitter en hebben ze het in ieder geval al gezien. Ik ben dus benieuwd. 🙂

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Organiseer jij (mee) aan een landelijke MakerFaire gericht op het onderwijs?  Tags: ,
feb 082017
 

Toen Raoul in zijn reactie op mijn bericht van maandag de vraag stelde “Voor de mensen die nog niet zulke Makers zijn en denken: o.k., wat heb ik precies nog meer nodig dan dat bordje, en waar bestel ik ook dat dan zo goedkoop dat het nog leuk blijft: heb je die info eenvoudig bij de hand ;-)?” was mijn eerste reactie: “Neee, natuurlijk niet!” (ja, met 3x e).

En dan niet omdat ik zo’n vervelend persoon ben of zo, maar eigenlijk omdat dit typisch zo’n ding was waarvan ik me eigenlijk niet kon voorstellen dat iemand zou zeggen “dat is precies wat ik nodig heb” (een minizaklamp op LED-basis bij de Action is dan handiger) maar omdat het uitzoeken van “wat heb ik nodig?” in dit geval toch echt 80% van de fun zou moeten zijn.

En OK, de maker van het bordje maakt het niet super eenvoudig (al is eenvoudig natuurlijk relatief), maar hij geeft op zich toch wel alle informatie die je nodig hebt om te ontdekken wat je nodig hebt. Deels komt dat ook wel omdat het circuit super basic is: het is een LED op een batterij. Maar als je de LED direct op een batterij zou aansluiten dan zou hij doorbranden. Om dat te voorkomen zit er een weerstand van 330 Ohm voor. Dat er een LED op zit is gemakkelijk te herkennen aan de foto, de twee weerstanden zou je ook moeten herkennen.

Dit circuit heeft een ingebouwde automatische schakelaar in de vorm van een transistor. Die wordt bedient door de LDR die afhankelijk van de hoeveelheid licht meer of minder weerstand heeft. En op dit punt kan ik me voorstellen dat je het al moeilijker gaat vinden. Tijd voor wat meer uitleg. Met daarbij de disclaimer dat ik eigenlijk ook maar een leek ben!

Lees verder….

Deel dit bericht:
jan 252017
 

Ik zal eerlijk bekennen dat ik hem nog niet helemaal uitgelezen heb, editie 1 van Hello World. Maar dat is niet zo heel erg gek, want dat eerste nummer is maar liefst 100 pagina’s dik. Het blad richt zich op onderwijzers en het onderwerp “computing and digital making”. Dat betekent de nodige aandacht voor maakonderwijs, robots, programmeren met scratch, python, tips, vragen, achtergrond (bijvoorbeeld over Seymour Papert), lesideeën, iets voor iedereen dus lijkt me. Voor leerkrachten in het Verenigd Koninkrijk is zelfs de versie op papier gratis, voor ons hier in Nederland kost die versie bij een jaarabonnement 5 Britse ponden per stuk, maar de PDF is helemaal gratis te downloaden. Ik zou zeggen: doen!

Er verschijnen 3 edities per jaar, dus ongeveer elke 4 maanden.

Deel dit bericht:
jan 212017
 

Als iemand schrijft “If there’s one thing we learned from our extensive work in formulating this curriculum, it’s that no two educators or experts can agree on the best approach to progression and learning in the field of digital making” dan weet je dat ze heel wat gesprekken gevoerd hebben met mensen uit “het veld”. En zelfs nu zie je dat er in de reacties onder de blogpost over het “digital making curriculum” eentje staat met “goed gedaan maar ik zie wel een paar belangrijke fouten”.

Eerst dan even wat het is, daarna die opmerking over die fouten. Het digital making curriculum beschrijft vijf thema’s (“design”, “programming”, “physical computing”, “manufacture”, “community and sharing”) binnen (digitaal) maakonderwijs. Ik heb digitaal tussen haakjes gezet, maar eigenlijk is het wel een belangrijke om wél te laten staan omdat “maken” en “maakonderwijs” eigenlijk zeker niet altijd digitaal hoeft te zijn. Kijk maar eens naar de producten die ze bij Walhallab maken of het klooicanon. Dus dit is wat dat betreft al een subset van maakonderwijs. En ook anderzijds, als het gaat om het stukje “digitaal” dan is het curriculum als het goed is ook breder dan alleen digitaal maakonderwijs. Je ziet het al, alleen het toelichten van het curriculum kost veel regels.

Naast de thema’s zijn er vier niveaus uitwerkt (“creator”, “builder”, “developer”, “maker”). Dit zijn oplopende niveaus van vaardig zijn met “maker” als hoogste niveau.

Per cel van het curriculum is er steeds een korte uitspraak over wat de cel inhoudt, een uitspraak over het leerdoel, voorbeelden van resultaten en voorbeelden van projecten/leeractiviteiten. Dit is een voorbeeld van creator + design.

De opmerking in de reacties had bezwaar tegen het niveau “maker” en vond dat dat “expert” moest zijn. Ben ik wel een beetje mee eens. Daarnaast zou “builder” een niveau onder “creator” moeten zijn en zou er een niveau “amateur” moeten worden toegevoegd. Wat dat laatste betreft vraag ik me af wat daar dan aan leerdoel in zou moeten komen, ook denk ik niet dat het persé een 4×4 of 5×5 matrix moet zijn. De reactie onderstreept wel een beetje het eerste punt uit dit bericht: iedereen heeft er een mening over.

Blijft wat mij betreft gewoon overeind dat het een mooie startpunt / voorbeeld is voor als je als school met (digitaal) maakonderwijs aan de slag wilt en wilt beschrijven wat leerlingen zouden moeten kunnen. Je kunt het dan aanpassen en uitbreiden naar je eigen situatie.

Het curriculum is online en als pdf beschikbaar.

Deel dit bericht:
dec 042016
 
Makey Makey

Het Klooicanon

Hij is absoluut niet nieuw, integendeel. Maar bij het samen met de kinderen bekijken van het Klooicanon bleek dat zij er nog nooit van gehoord hadden, de Makey Makey.

Daar moest iets aan gedaan worden. De versies die je hier in Nederland kunt kopen kosten zo’n 50 – 60 euro. Via Aliexpress.com kun je ze voor zo rond de 20-30 euro vinden. Maar, dan krijg je niet de originele! makaymakayDe tekst bij de aanbieding waar ik gebruik van gemaakt heb (en die er nu niet meer is) heeft het over Makey Makey, maar zoals je hiernaast kunt zien hebben ze heel “slim” de kabels net over de plek gelegd waar de naam van het board staat. Die van mij heten namelijk “Makay Makay”. Goed, beter dus in Nederland aanschaffen, al doet mijn board gewoon wat hij moet doen en ik zie ook verder geen uiterlijke verschillen.

Wat is het dan, zo’n Makey Makey? Zoals ik in de titel al schrijf, kun je hem eigenlijk het beste vergelijken met een toetsenbord.

https://twitter.com/PeterMcAllister/status/805353702789967872

En dan een toetsenbord waarbij je zelf de toetsen ontwerpt. De Makey Makey maakt gebruik van het feit dat ook ons lichaam de (kleine hoeveelheid) stroom geleidt die door de Makey Makey door gegeven wordt. Je hebt zelf steeds de “ground” vast en als je de kabel vast pakt die bv aan de “space” aansluiting zit, dan geeft de Makey Makey een spatie door aan de laptop/computer. Daarna is het dan afhankelijk van het programma dat actief is, wat er gebeurt. Is het een tekstverwerker, dan zal er gewoon een spatie ingevoegd worden. Maar je kunt de computer natuurlijk ook een geluid laten afspelen.

En je hoeft ook niet direct de kabels vast te houden, je kunt het ene uiteinde van de kabel ook aan iets anders vast maken dat elektriciteit geleidt. Bekend zijn de bananen. In het filmpje hierboven hebben we strippen aluminiumfolie vast gemaakt op de onderkant van een lege eierendoos. De klemmen gaan naar pijltje omhoog, pijltje omlaag, pijltje naar links, naar rechts en de spatiebalk. Het programma is een van de voorbeeldprogramma’s op de website en het resultaat is direct hoorbaar.

Dat is wat mij betreft ook het leuke aan het geheel: het is eenvoudig te begrijpen zelfs zonder programmeren. Maar je kunt het daarna ook complexer maken. Bijvoorbeeld door in Scratch een programma te schrijven dat reageert op de toetsaanslagen. De eierdoos kun je vervangen door andere objecten, groter en kleiner, als ze maar elektriciteit geleiden. Je kunt de taken verdelen: de ene groep werkt aan de code, de andere aan de randapparatuur die aan de Makey Makey aangesloten wordt, kortom, legio mogelijkheden.

Lees verder….

Deel dit bericht:
nov 202016
 

kettingzaagDit is een blogpost die ontstaan is uit een gesprek op Twitter dat ik hier ook even wilde vastleggen omdat het dan beter te volgen is. Toen ik schreef over de poster van het klooicanon, was de kettingzaag een van de gereedschappen waarbij ik wat meer mijn bedenkingen had als het gaat over de vraag of iemand van 12-jarige daar al mee gewerkt moet hebben.

Nou bleek Astrid Poot die vraag ook wel een beetje te hebben, dus stelde ze hem via Twitter en hoewel Twitter heel veel nare kanten kan hebben, bleek het ook nu weer ideaal voor zo’n vraag. Via Marco Mout (dé Marco uit het filmpje) en Casper Hulshof kwam namelijk deze aflevering van Zapp Echt Gebeurd boven water. Helaas niet te embedden, dat wil onze publieke omroep tegenwoordig niet meer, maar hij staat wel nog gewoon online. Hij staat sinds 2011 online, maMerlear als ik de aftiteling goed begrijp dan is hij al uit 2009. Hij speelt bij mij in Google Chrome niet af, op mijn iPad en in Internet Explorer wel, dus kijk even wat werkt.

Merle, de hoofdpersoon uit de aflevering was toen 12 en zal nu dus inmiddels “al” 19 jaar oud zijn. Ik zou zeggen, bekijk deze aflevering eerst even (link hierboven of via de afbeelding hiernaast)!

Het filmpje is mooi omdat ook hier getoond wordt hoe volwassenen een rol spelen bij het laten leren door kinderen, ook als het gaat om het gebruik van een kettingzaag. Nee, Merle doet niet alles zelf, van tijd tot tijd heeft ze gewoon de hulp nodig van een volwassene. Maar je ziet in het filmpje al dat dat verschillende vormen aan kan nemen: soms moet iemand iets voor haar doen, het omzagen van de boom, het vervoer, etc.
Op andere momenten doen ze dingen samen, het zagen van grote stukken, als de kans bestaat dat de zaag vast slaat. Op weer andere momenten is zij zelf aan het werk (en hard, kijk maar eens naar die wangen op het einde!). Met goed gereedschap, met kennis van zaken over veiligheid (dat heeft ze niet allemaal zelf verzonnen, daar heeft ze hulp bij gehad). Maar ze doet niet een trucje na, ze geeft een idee vorm dat in haar hoofd zit. En zulke leerervaringen wens je toch elk kind toe?

Lees verder….

Deel dit bericht:
nov 072016
 

poster_2nov-1024x727Op makered.nl staat een lezenswaardige bijdrage van Per-Ivar Kloen over de conferentie #fablearn. Als dit een video was zou ik nu zeggen: “zet hem even op pauze en lees dat bericht even”. Kom daarna vooral weer terug!

Goed, bij het lezen van dat bericht en met name als hij meer ingaat op “hoe doe je dat nou?” schoot me opeens te binnen dat het een beetje klonk alsof ik Sem van Geffen hoorde praten over Gamification. En begrijp me niet verkeerd, dat bedoel ik niet negatief.

Wat de bijdragen van Per-Ivar en Sem met elkaar gemeen hebben is dat ze beiden proberen een in beginsel wollig/ontastbaar concept “makeronderwijs” respectievelijk “gamification” een stuk(je) tastbaarder te maken voor leraren/docenten (en anderen). Beiden doen hun best om zulke “ik moet er wat mee, maar ik heb geen idee wat, het is vast iets wat ik als leraar niet kan” begrippen te beschrijven in termen die zij wél begrijpen zodat leraren die dat willen en durven er mee kunnen gaan experimenteren en kunnen uitzoeken wat voor hun situatie het beste werkt.

En dat vind ik mooi, want daar hebben we veel meer aan dan simpelweg constateren dát die leraren handelingsverlegen zijn.

Waarom nou die poster van het Klooicanon bij dit bericht? Nou, ten eerste omdat ik er simpelweg even naar *moest* verwijzen. Want Astrid Poot en de mensen waar ze mee samen werkt, zijn ook zo’n voorbeeld van het continue werken aan het begrijpelijker maken van de “makerbeweging” (daarom is “lekker klooien” een veel toegankelijkere term). Astrid beperkt zich daarbij niet tot het onderwijs, maar doet ook een oproep aan ons als ouders. Want in een tijdperk waarbij we steeds meer roepen “onderwerp X of onderwerp Y moet ook door het onderwijs worden verzorgd” lijken we wel eens te vergeten dat wij daar ook een grote rol bij kunnen spelen. En als wij dus willen dat onze kinderen een beter beeld krijgen van wat techniek is, als we willen dat ze hun creativiteit ontwikkelen, dan moeten ook wij ze meer bieden dan TV, een iPad en een smartphone. De poster laat 50 tools zien die kinderen tegen de tijd dat ze 12 jaar zijn zouden moeten kennen. Lees ook haar langere uitleg over waarom dat zou moeten bij bright.nl.

Nou ben ik ook benieuwd of je, als je als ouder naar die poster kijkt, ze zelf ook alle 50 al zou kunnen afvinken. Ik gok dat dat niet zo is. En zelfs als het wel zo is, dan zullen er zeker ook tools tussen zitten waarvan je denkt “oei, daar ben ik niet zo handig mee”. En dat is dan natuurlijk ook even slikken als ouder. Nou, dan herken je meteen de uitdaging waar docenten vaak voor staan. Gewoon aan wennen en je realiseren dat als je dit samen met je kind doet, de kracht hem er niet in zit dat jij alles beter kunt of beter weet. Veel plezier! 🙂

Deel dit bericht: