jul 242015
 

projecten_ronde_1

Projecten uit eerste tranche (klik voor overzicht)


Afgelopen mei gingen de projecten uit de eerste tranche van start, het flankerend onderzoek wordt ingericht en nu is het daarom al weer tijd om te praten over de tweede tranche. Was het vorig jaar nog zo dat er tamelijk weinig tijd zat tussen het bekend worden van de voorwaarden en de voorlichtingsbijeenkomst in december (waardoor je effectief een paar weken had om een voorstel te formuleren), nu is het meeste gelijk gebleven aan vorige keer en kan de info ook eerder verspreid worden.

In september 2015 komt de call for proposal beschikbaar en op 16 oktober 2015 is er weer een voorlichtingsbijeenkomst. Dit keer zal de bijeenkomst ook via livestream te volgen zijn.

Is het de moeite waard om er aan mee te doen? Dat hangt er natuurlijk vanaf. De maximale subsidie is 100k€, daar moet je dan wel zelf ook een gelijk bedrag tegenover zetten. Betekent dus hoe dan ook dat je als instelling bereid moet zijn hier in te investeren.
Vorig jaar was het aantal aanvragen hoog (uit mijn hoofd: 45) waarbij er 8 toegekend konden worden (op basis van totale beschikbare subsidie). De kans dat je voorstel er niet doorheen komt is dus best groot. Maar zoals bij alle subsidietrajecten geldt ook hier dat het eigenlijk een voorstel moet zijn dat je hoe dan ook zou willen uitvoeren. Dan is de investering in tijd om het vooraf uit te werken dus niet iets wat je alleen voor de mogelijke subsidie doet.

Deel dit bericht:
jul 212015
 

perspectieven Christien Bok (SURF) en Marc van Leeuwen (Twynstra Gudde) spraken met 9 universiteiten en hogescholen over hun innovatiestrategie. Ze publiceerden daarover in Thema, tijdschrift voor hoger onderwijs van mei 2015. Het artikel is in zijn geheel te downloaden van de SURF website.

Op de website staat een uitgebreide samenvatting van de adviezen uit het artikel. En dit wil ik even (bijna integraal) hier opnemen omdat ik ze stuk voor stuk zinvol vind:
Lees verder….

Deel dit bericht:
jul 132015
 

Menukaart_online_onderwijs SURF heeft vandaag de Menukaart Online Onderwijs gepubliceerd. Het is een PDF met een stappenplan van stappen die je moet zetten als je online onderwijs wil gaan ontwikkelen. Hij is ontwikkeld voor docenten die aan de slag willen met het ontwikkelen van een online cursus. Aldus de toelichting.

Ik vind het op zich logische stappen, maar ik vraag me ook af of een individuele docent hier echt iets mee kan. Ik neem aan dat in een aantal gevallen hij/zij na het lezen vooral zal weten met welke vragen naar de interne ondersteuningsdienst te gaan. Niet dat “wij” dat dan weer erg vinden natuurlijk. En het heet ook een menukaart, niet recept, er lijkt de veronderstelling in te zitten dat de docent niet zelf kookt.

De bewering over de achterkant: Wilt u liever direct aan de slag, dan kunt u op de achterzijde van de poster een eigen online cursus samenstellen met de daar gepresenteerde ‘ingrediënten': leermaterialen, apps, tools, diensten en werkvormen. vind ik echter ronduit misleidend. Die achterkant is zó compact en alleen bestaande uit steekwoorden dat geen docent daar voldoende aan heeft om direct aan de slag te kunnen. Het is alsof je een aantal namen van exotische ingrediënten opnoemt en dan zegt dat je dan meteen aan de slag kunt met het koken van een heerlijke maaltijd.

Blijf ik dus toch een beetje met de vraag zitten of de doelgroep iets kan met de kaart.

Deel dit bericht:
jun 192015
 

docentprofessionaliseringSURF heeft door de Universiteit Utrecht een inventarisatie laten uitvoeren naar de ICT-docentprofessionalisering. Het rapport is te downloaden via de kennisbank van SURF.
Naast de beschrijving van de resultaten van de inventarisatie worden er good practices uit het hbo en wo gepresenteerd. Aan bod komen: Fontys Hogescholen, Hogeschool Utrecht, Hogeschool van Amsterdam, NHTV, Open Universiteit, Saxion, SUMMA Master Geneeskunde (Universiteit Utrecht), TU Delft, Wageningen Universiteit and Research centre.

De auteurs beschrijven ook de volgens hun belangrijkste en meest inspirerende lessen die in de good practices naar voren komen. Ik heb ze hieronder integraal overgenomen. De accentueringen heb ik toegevoeg:

  • De ICT-infrastructuur binnen de instelling is op orde, zodat een goede integratie van ICT in het onderwijs mogelijk is.
  • Er is een fijnmazige en gevarieerde ondersteuningsstructuur beschikbaar waarin ICT-ondersteuners, technische en onderwijskundige ondersteuners nauw met elkaar samenwerken. In ieder geval op decentraal niveau en meestal ook op centraal niveau. Het ontwikkelen van ICT geïntegreerd onderwijs vindt eigenlijk altijd in multidisciplinaire teams plaats waarin docenten, samen met ICT- en onderwijskundige ondersteuners onderwijs ontwikkelen (TPACK-model).
  • De instellingen hebben een visie op ICT in het onderwijs. Het instellingsbeleid op het gebied van onderwijs en ICT wordt actief ondersteund vanuit het college van bestuur en gevoed vanuit decentraal niveau, bijvoorbeeld met een programmaregiegroep, klankbordgroepen, kennistafels of ICT-tafels. Ervaringen en resultaten van ICT- ontwikkelprojecten worden over facultaire grenzen heen gedeeld. Voor het draagvlak en ter inspiratie is het organiseren van project- en productpresentaties en onderlinge uitwisseling op instellingsniveau belangrijk.
  • Studenten worden ingezet in de professionalisering en ondersteuning van docenten die ICT in hun onderwijs willen integreren en bij het maken van kennisclips.
  • Een aantal good practices hanteert een professionaliseringconcept waarin het vooral docenten zijn die elkaar helpen bij de ontwikkeling van ICT-geïntegreerd onderwijs, daarbij ondersteund door het tandem ICT/onderwijskundige ondersteuners. Het professionaliseringsconcept bestaat dus uit samen ontwikkelen of co- in plaats van ‘scholing’. Hierin kan een ontwikkeling naar professionele leergemeenschappen gezien worden. Voordelen van deze aanpak zijn onder andere de nabijheid, laagdrempeligheid, olievlekwerking en erkenning van door docenten zelf ontwikkelde deskundigheid (voorlopers, affiniteit). De overdraagbaarheid van deskundigheid van de ICT- en onderwijskundige professionals en de expertiseontwikkeling van de seniordocenten zelf blijkt echter in de praktijk toch minder snel te gaan dan verwacht. Dit weerspiegelt ook hoe complex de ontwikkeling van ICT-geïntegreerd onderwijs in de praktijk is.
  • De TPACK-benadering voldoet goed bij het ontwerpen van ICT geïntegreerd onderwijs/blended learning. Het zorgt ervoor dat de visie op leren leidend blijft in
    duurzame onderwijsontwikkeling en de ICT-tools niet de overhand krijgen: ICT als middel en niet als doel.
  • In de BDB/BKO-scholing is ICT geïntegreerd in de onderdelen onderwijsuitvoering en onderwijsontwikkeling. Vanwege de BDB/BKO-criteria moet de docent voorbeelden opnemen in het portfolio ter afronding van de BDB/BKO van eigen onderwijs waarin ICT is toegepast. De ontwikkeling van ICT-geïntegreerd onderwijs krijgt zo een stimulans door de invulling en toetsing van de BDB/BKO.
  • De ruimte om te experimenteren met ICT en nieuwe dingen in het onderwijs te ontwikkelen wordt geboden in de professionaliseringstrajecten terwijl er ook behoefte is om in de reguliere onderwijspraktijk met ICT te kunnen experimenteren. De tijd (ontwikkeluren en ruimte in het rooster) is daarvoor meestal afwezig.
  • Vooral in het hbo, maar ook bij de TU Delft, is de ontwikkeling van ICT- bekwaamheden van docenten zowel deel van het strategisch onderwijs beleid, als van het personeelsbeleid. HR is actief betrokken als aanbieder van aanvullende scholingstrajecten als bij het monitoren van de voortgang in docentontwikkeling in de reguliere cyclus van beoordelings- en ontwikkelingsgesprekken.
  • Met het gebruik van ICT- geïntegreerd onderwijs is aandacht nodig voor mediawijsheid, ethiek en de waarborging van een veilige leeromgeving, bijvoorbeeld als
    sociale media ingezet worden in het onderwijs.
Deel dit bericht:
jun 022015
 

cybercrimeIk moet toegeven dat ik even dacht “Responsible wat?” toen ik de berichten in de RSS-feed van de SURF Kennisbank voorbij zag komen. Daar staan sinds gisteren:

De bijbehorende PDF-documenten lijken overigens uit 2014 te komen. Maar de vraag die beantwoordt wordt in de stukken is nog heel actueel. Want wat is Resposible Disclosure? Het wordt in het document omschreven als:

“het op een verantwoorde wijze en in gezamenlijkheid tussen melder en organisatie openbaar maken van ICT-kwetsbaarheden op basis van een door organisaties hiervoor vastgesteld beleid voor responsible disclosure”

Of voor gewone mensen, de omschrijving zoals hij bij Rijksoverheid.nl staat (in gegeneraliseerde vorm):

“Hoe kan ik een zwakke plek in een ICT-systeem van jullie organisatie melden?”

Het melden van een zwakke plek in een ICT-systeem (website of anderzijds) aan een bedrijf is namelijk niet helemaal zonder risico’s. Het strafrecht in Nederland maakt namelijk geen verschil tussen kwaadaardig hacken en ethisch hacken. Dus ook als je een systeem “alleen maar op mogelijke kwetsbaarheden wilde controleren omdat je het heel belangrijk vindt dat het veilig is, maar er geen enkele slechte bedoelingen mee had”, kan het je overkomen dat het openbaar ministerie je strafrechtelijk vervolgt.

Dat zou tot gevolg kunnen hebben dat je er voor kiest om de kwetsbaarheid dan maar níet te melden. En dat is ook niet zo handig (gezien vanuit het algemeen belang). En daarom is het handig/verstandig om beleid te hebben voor Responsible Disclosure. Daarmee zeg je als organisatie “als jij je aan deze afspraken houdt, dan gaan wij niet achter jou aan”, in de hoop daarmee de meldingskans te vergroten en de kans dat de melding gebeurt op een manier die voor jou als organisatie ook handig is.

Toch eens navragen of mijn werkgever die ook al heeft.

Deel dit bericht:

Volg de SURF Kennisbank via RSS

 Gepubliceerd door om 13:43  Internet, SURF, Tip, Tools
apr 282015
 

Schermafdruk 2015-04-28 13.29.27

Er zijn mensen die al jaren roepen dat RSS dood en begraven is. Maar er zijn ook mensen, zoals ik, die niet zonder zouden kunnen. Dankzij RSS kan ik veel meer sites en bronnen op één plek (Feedly in mijn geval) in de gaten houden dan anders. Daarom ben ik altijd heel blij met een RSS-feed op een site. Ik heb die van de Agenda van SURF al een tijdje in gebruik. Nieuwe bijeenkomsten komen direct voorbij en zijn dan via één klik te bekijken.

Voor de SURF Kennisbank wilde ik dat natuurlijk ook graag doen. Maar daar had de RSS-feed tot nu toe wat problemen, de link naar de bron was afwezig in de feed. Dat is nu gelukkig opgelost en je kunt dus ook nu bij de Kennisbank rechtstreeks doorklikken naar de bron. Heel handig en zeker dus een feed die je in je RSS-lezer wilt hebben!

Er zit nog één eigenaardigheidje in de RSS-feed van de Kennisbank. De feed gebruikt de “laatst gewijzigd” datum bij het opbouwen van het overzicht. Maar dat betekent dat als er iemand tekstueel iets wijzigt aan een item van een paar jaar geleden, dan komt dat item als nieuw in de RSS-feed. Pas bij doorklikken zie je dan dat een item “Eindrapportage Studiekeuzegesprekken: op zoek naar maatwerk” weliswaar op 24 april 2015 voor het laatst gewijzigd is, maar de rapportage zelf is uit 2011. Van de andere kant, zo kun je natuurlijk ook nog eens interessante bronnen van een tijdje geleden ontdekken. :-)

Deel dit bericht:
mrt 172015
 

Even een korte post met verwijzingen naar een paar (mogelijk) interessante online en offline bijeenkomsten de komde tijd:

Ik kan ze helaas zelf niet allemaal bijwonen. Ik ben in ieder geval op 26 maart in Utrecht en ga proberen de webinars live of achteraf te bekijken.

Deel dit bericht:
mrt 112015
 


Vanmiddag heb ik samen met Robert Schuwer een lunchlezing verzorgt in het kader van de Open Education Week.
De sessie werd gestreamed en is hierboven nog te bekijken.
De dia’s van het deel dat door Robert verzorgd werd zijn hier te vinden, het deel van mij is hier te vinden.
Ook de rest van de week zijn er tussen 12:00 – 13:00 uur lunchlezingen, je kunt ze hier vinden.

[inlogprobleem is nu verholpen!]

Deel dit bericht:
feb 202015
 

Van 9-13 maart 2015 vindt de 4e editie van de Open Education Week plaats. Tijdens deze internationale thema-week organiseert SURFnet samen met partnerinstellingen een reeks lunchlezingen over open onderwijs. Je kunt de lunchlezingen via een live videostream volgen en tegelijkertijd meepraten bij de Tweet Up!
Je kunt via Twitter hashtag #SURFoeweek vragen stellen aan de sprekers en mee discussiëren over open onderwijs.

De lunchlezingen zijn gericht op medewerkers van hogeronderwijsinstellingen die geïnteresseerd zijn in open en online onderwijs.  Het volledige programma staat hier online.

Op woensdag 11 maart verzorg ik samen met Rober Schuwer van 12:00 -13:00 uur de sessie “Open en Online Onderwijs bij Fontys: Twee initiatieven”.
Die sessie kun je ook live mee volgen. We zitten dan in Eindhoven in gebouw TF. Wil je weten waar precies, stuur me dan even een mail. Die mail zorgt er ook voor dat we een beetje een idee hebben of we offline publiek kunnen verwachten, dan zorgen wij voor lunch! :-)

Deel dit bericht:
nov 182014
 

Thema_uitgave_open_online_onderwijs_2Het is hier in Washington DC nog maandag, in Nederland al dinsdag, maar ik mág dus nog zeggen: “Vandaag is dan eindelijk de stimuleringsregeling Open Online Onderwijs van start gegaan” 😉
We hebben er even op moeten wachten, maar nu staat de info online. Het geheel bestaat uit twee delen, en ik citeer even uit het persbericht:

Stimuleringsregeling
Instellingen kunnen tot 3 februari 2015 in een projectvoorstel uitwerken hoe zij open en online onderwijs in hun eigen context willen inzetten. De subsidie bedraagt maximaal 100.000 euro per project en moet door de instellingen worden gematcht met ten minste vijftig procent eigen middelen.

Flankerend onderzoek NRO
Naast de projecten van individuele instellingen komt er ook een overkoepelend onderzoek naar open en online onderwijs. Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) opent hiervoor een call for proposals. Dit onderzoek – met een budget van 1.350.000 euro – gaat de projecten uit de stimuleringsregeling in samenhang bekijken en combineren met enkele fundamentele onderzoeksthema’s rondom open en online onderwijs. Het doel is meer inzicht te krijgen in hoeverre open en online onderwijs kan bijdragen aan verbetering en vernieuwing van het hoger onderwijs. Dit flankerend onderzoek heeft een maximale looptijd van vijf jaar en hanteert 27 januari 2015 als deadline voor aanvragen. Op 6 januari 2015 dienen instellingen hun intentie voor het indienen van een aanvraag kenbaar te hebben gemaakt aan de hand van een intentieverklaring.

Meer informatie over de stimuleringsregeling kun je hier vinden, informatie over het NRO-onderzoek staat hier en inschrijven voor de voorlichtingsbijeenkomst van 3 december kan hier.

En als je dan toch informatie over Open en Online Onderwijs aan het verzamelen bent, kijk dan ook eens naar editie 2 van de thema uitgaves over Open en Online Onderwijs, dit keer over kansen voor campus onderwijs.

Deel dit bericht: