okt 152014
 

Het onderwijs is de meest progressieve sector als het gaat om de overgang van digitale transformatie in digitale volwassenheid. Leidinggevenden in het onderwijs kennen meer dan in andere sectoren de hoogste prioriteit toe aan het bereiken van digitale volwassenheid (80 procent). 34 procent stelt daarbij binnen twee jaar digitaal volwassen te kunnen zijn, 71 procent verwacht in 2019 zover te zijn. Dat blijkt uit Europees onderzoek van Coleman Parkes, uitgevoerd in opdracht van Ricoh. Volgens de onderzoekers is een organisatie digitaal volwassen wanneer technologie en digitale processen ingebed zijn en wanneer deze ingezet worden om prestaties te verbeteren.

via Computable.

Volgens onderzoek van Ricoh loopt het Onderwijs voor op ICT gebied, de reageerder zijn het daar niet helemaal mee eens. We blijken in het onderwijs, volgens Ricoh, echter wel een gebrek aan visie op dit gebied te hebben. Tja. Ik zou natuurlijk nog wat cherry-picking kunnen doen voor wat betreft voor mij interessante quotes:

 ‘De komende vijf jaar zal samenwerken en leren op afstand dan ook de norm worden. De digitale invloed is niet alleen in het leslokaal en online van belang, maar moet ook worden gezien als een middel om processen te optimaliseren en de efficiëntie te verhogen’

En:

‘Digitale volwassenheid moet er ook voor zorgen dat een juiste balans wordt gevonden tussen online en offline leren, in de klas en op afstand en digitaal en analoog.’​

Zo is het maar net.

sep 152014
 

UnlockedD’Arcy Norman gaat in een blogpost in op het verschil tussen open leeromgevingen en de in het algemeen als gesloten beschouwde institutionele leeromgevingen. Hij heeft het over LMS, in de titel gebruik ik ELO als afkorting. Dat komt in praktijk redelijk overeen. Het gaat namelijk meer om de vreemde tweedeling tussen “open leeromgevingen” enerzijds en die door de universiteit of hogeschool aangeboden omgevingen.

Het is het handigste om gewoon de blogpost van D’Arcy even te lezen en dan hier verder te lezen. Het heeft namelijk niet echt zinvol dat ik hier alles ga herhalen wat hij daar schrijft.

Maar de belangrijkste punten natuurlijk wel:

De harde tweedeling tussen open leeromgevingen en institutionele leeromgevingen is onzin, omdat een omgeving door de instelling beschikbaar gemaakt wordt, maakt hem nog niet slecht. En omgekeerd, dat een leeromgeving open is, maakt hem nog niet goed. Dat wat een docent er mee doet (of wat leerlingen er mee kunnen) is bepalend.

Het voordeel van een institutionele leeromgeving is dat ondersteuning geregeld is, en niet iedereen (niet alle docenten en niet alle studenten) hebben de tijd, energie of kennis/vaardigheden om het zonder die ondersteuning te doen.

Ook voor open leeromgevingen geldt dat als ze maar omvangrijk genoeg worden, ze de eigenschappen van institutionele leeromgevingen beginnen te vertonen. D’Arcy noemt dat Norman’s Law of eLearning Tool Convergence. En ook die kan ik onderschrijven, al moet ik bekennen dat me dat in eerste instantie met verbazing duidelijk werd. Het bekendste voorbeeld van die regel vind ik Moodle. Ooit was Moodle klein, hét voorbeeld van een open leeromgeving, een omgeving die een docent zelf kon installeren en onderhouden, de omgeving waar je mee aan de slag ging als je Blackboard niet wilde. Tegenwoordig zijn er ook de nodige universiteiten en hogescholen die Moodle aanbieden als institutionele leeromgeving. En daar zie je dat Moodle ook qua waardering de plek van Blackboard ingenomen heeft. Natuurlijk, je kunt stellen dat dat is omdat die verduivelde IT’ers zich er mee zijn gaan bemoeien, alles dicht getimmerd hebben en daarmee jou als docent je vrijheid ontnomen hebben. Maar ik denk dat dat te gemakkelijk geredeneerd is.

En zoals zo vaak blijkt ook hier de wereld dus niet binair in te delen te zijn. Het is niet zwart/wit, maar meerdere tinten grijs (nee, dat was geen verwijzing naar…). Het zou dus goed zijn voor een onderwijsinstelling om daar op in te spelen. Dus: aanbieden van genoeg faciliteiten voor docenten en studenten om gewoon dat online te doen wat nodig is, maar ook koppelingen met externe systemen, manieren om data eenvoudig naar buiten beschikbaar te stellen of weer te importeren. Om niet binair alleen ondersteuning te bieden voor wat intern beschikbaar gesteld wordt, maar te kijken waar ze in dat grijze gebied ook nog docenten en studenten ten dienste kunnen zijn.
En voor docenten zou moeten gelden: verspil je energie niet met het uitsluitend benadrukken van wat fout is met de leeromgeving die je onderwijsinstelling beschikbaar stelt. Kijk wát je er mee kunt doen en doe dat dan ook. Heb je voor andere zaken iets anders nodig, laat je dan vooral niet afremmen.

sep 122014
 

uitleg_peer_assessment

Hoewel ik op het moment geen tijd heb om actief te participeren, hou ik de Learning to Teach Online MOOC die bij Coursera loopt wel op een afstand in de gaten. En omdat ik ingeschreven ben, krijg ik ook de mails met updates. Zo ook ter voorbereiding van de peer-assessments voor de laatste projectopdracht. De instructeurs hebben een filmpje (1x als totaalfilmpje, daarnaast ook opgeknipt per onderdeel) gemaakt met uitleg van hoe je de verschillende rubrics zou moeten interpreteren als je het werk van iemand anders aan het beoordelen bent.

Lijkt me heel handig en zinvol om te doen zodat je een klein beetje meer gelijke beoordeling krijgt. Dat ze er de nodige klachten over gekregen hebben, blijkt ook wel uit de rest van de mail:

A word about peer review
A few of you have mentioned that you have experienced a disparity in your peer review of previous assignments. MOOCs are all about open access to education. With that open access comes a wonderful range of diversity of participants with different experiences, perspectives and even languages. This is one of the real strengths of a MOOC – to be able to interact with so many people and different perspectives you otherwise would not be able to encounter. Because of this broad nature of the MOOC, it also means you are working in a group with very different experiences, skills and languages. I’m sure so many of you have found this to be an amazingly rich experience.
We are working in an online platform that facilitates peer review of assignments as a means to offer participants an extra level of feedback – something more than you might receive if you were using open education resources (OER) to broaden your knowledge base. The limitations of the MOOC system at the moment (the consequence of being so open and inclusive) mean that to be able to offer a level of feedback, we have to draw on the experience of the community. We hope that you’ll keep the diversity of participants and the current parameters of MOOCs in mind during this process. We have learnt so much from great feedback, and will be working on our own system for the next iteration of the course to make it an even better experience for all. :)

Ik ben benieuwd hóe ze dat met een eigen systeem gaan aanpakken. Maar dát het een uitdaging is, dat is me ook bij de andere MOOCs met projectopdrachten en peer-review wel duidelijk geworden.

aug 312014
 

Er zijn een aantal MOOCs die ik de laatste tijd intensief gevolgd (en afgerond) heb, andere volg ik op een afstandje. Een daarvan is Learning tto Teach Online. Vandaag zat ik door een paar van de video’s te bladeren en kwam bij het onderdeel over “Open and Institutionally Supported Technologies” (aanmelden kan overigens nog gewoon tijdens de looptijd, dus je kunt het onderdeel ook zelf helemaal bekijken) met een paar filmpjes over de technologie die je als docent kunt gebruiken in je onderwijs.

Daarbij komt ook het onderscheid “Learning management system or the open web?” uitgebreid aan bod. En het gaf me enerzijds een wat ongemakkelijk gevoel, anderzijds moest ik er ook wel weer om glimlachen. Het liet namelijk weer maar eens zien hoe gekleurd we in het onderwijs allemaal (ik vast ook) zijn als het gaat om ondersteunende systemen bij het verzorgen van lessen.
En voor de duidelijkheid: ik denk niet dat er écht onjuistheden in hun verhaal en in de video’s zitten. Uiteraard niet. Kijk maar naar bovenstaande video. Die is mooi samengesteld uit citaten van mensen uit de praktijk. Wel in individuele zinnen opgeknipt en in de gewenste volgorde gezet, maar het zijn citaten.
Bij bovenstaande video hoort ook een PDF die je hier kunt downloaden/lezen.

Waarom de nekharen?
Nou, bijvoorbeeld omdat Moodle en Blackboard op één hoop gegooid worden, die van de institutionele (gesloten!) leeromgevingen. Ik denk dat heel wat Moodle ontwikkelaars het daar heel erg mee oneens zullen zijn. Het komt waarschijnlijk omdat ze bij de University of New South Wales in Australië gebruik maken van Moodle als institutionele leeromgeving.
Of om de bewerking dat auteursrechtregels in een institutionele leeromgeving ‘meestal’ flexibeler zijn (met betrekking tot uitzonderingen voor het onderwijs) dan in een ‘open web’ omgeving. Of ‘nadelen’ van institutionele omgevingen in de vorm van “Choice: Some staff prefer the autonomy of delivering the course content in a manner or environment they feel is appropriate rather than using a prescribed one“. Ik denk dat dit nog wel de sterkste “haren in de nek die omhoog gaan staan” gevoelens geeft: “prescribed” (voorgeschreven) versus “appropriate” (geschikt), en ook de impliciete veronderstelling dat wat de docent geschikt acht toch wel beter moet zijn dan wat de onderwijsinstelling “voorschrijft”.

Betekent overigens niet dat ik negatief ben over de MOOC. Zo gaat het onderdeel over “Planning Online Learning” heel goed over de afweging tussen didactiek en technologie. En ook op hun website vind je heel wat bronnen en informatie. Die site is hoe dan ook de moeite van het doorbladeren waard.

aug 282014
 

MOOC completion rate De titel van dit bericht is wat lang, maar het maakt meteen duidelijk waarom ik deze dia hier links uit de presentatie van Brian Caffo gelicht heb.
De presentatie zelf is ook zonder audio en verdere toelichting interessant om even door te bladeren. Maar de cijfers geven wel maar weer eens aan hoe scheef de verhoudingen liggen: 17.000 aanmeldingen, 10.000 deelnemers, 196 die uiteindelijk een Statement of Achievement verkrijgen. Daar zijn er dan weer 129 van bereid om $49,- per persoon te betalen, in totaal dus $3.741,- waarbij ik dan weer even niet weet hoeveel Coursera daarvan krijgt en hoeveel de Universiteit.
Voor het geld hoeven ze het dus ook bij deze MOOC nog niet te doen.

Spelen met LEGO 2.0

 Gepubliceerd door om 11:32  Leertechnologie, Onderwijs
jul 162014
 

LEGO 42005+ Het is vakantie, je bent 11 jaar oud, hebt weer wat geld gespaard en wat doe je dan? Nou, als je in het dorp een LEGO-winkel hebt liggen (jazeker, een winkel die alleen maar LEGO verkoopt!) dan is één optie om daar naar toe te gaan en te kijken of er nog wat te koop is. Zo deed mijn jongste zoon dat ook. Hij kwam thuis met een LEGO 42005 set. Ik keek op de doos en zag staan “van 9-16 jaar” en vroeg hem of die set niet wat te gemakkelijk voor hem was. “Nee hoor, want ik ga hem uitbreiden!” was zijn antwoord.

En inderdaad. Dat deed hij. Van een andere (overigens veel duurdere set) had hij namelijk een aantal motoren en afstandsbediening, van nog een andere set had hij koplampen. En na aan dagje knutselen was de standaard auto omgebouwd in een auto met aan/uit te schakelen koplampen, achterwielaandrijving en voorwiel sturing. Het stuurmechanisme zit in de cabine verwerkt, de batterij-pack zit achterop. Dat was/is eigenlijk de belangrijkste uitdaging (naast het sowieso natuurlijk vervangen van de standaard verende as door de twee elektromotoren). Het zwaartepunt zit namelijk wat ver naar achteren. Door het naar boven verplaatsten van de schakel-logica (de punten bovenop) schuift het iets naar voren, maar eigenlijk hadden we (ehm, ik bedoel natuurlijk ‘had hij’) nog wat dood gewicht nodig voor onder de motorkap.

Cool!

Waarom? Nou, omdat hij met deze auto waar hij zelf aan moest/wilde sleutelen al zonder er mee te ridjen veel meer plezier had dan dat hij ooit met zijn kant en klaar radiografisch bestuurbare auto gehad heeft (die heeft het overigens niet lang uitgehouden, de batterijen ervan waren vooral snel leeg en meer dan er wat meer rijden kon hij niet). En omdat hij de uitdaging ziet in het zelf aanpassen van iets wat kant en klaar verkocht wordt.
LEGO 42005+ LEGO 42005+
En wat doe je dan als trotse ouder? Dan maak je natuurlijk een filmpje van de testrit(ten)!
Lees verder

jul 142014
 

Quiz2_question1 Hoewel ik vorige week al een blogpost geschreven heb voor zeven van de tien MOOCs van de Data Science specialisatie geschreven had, wilde ik er vandaag nog eentje toevoegen voor nummer 8: Statistical Inference.

Het is namelijk, samen met Regression Models een van de twee struikel-MOOCs binnen de specialisatie. De redenen ervoor zoals te lezen op de fora verschillen. Ik weet dat ik hem de eerste keer dat hij uitgevoerd werd (gelukkig!) over geslagen heb. Toen bestonden de quizzes veelal uit open vragen en bleken er heel wat problemen met de software die de juiste antwoorden automatisch moest vaststellen. Er waren blijkbaar regelmatig correcte antwoorden die ten onrechte fout gerekend werden. Fataal natuurlijk als je maar 3 kansen hebt per quiz. Nou werden (zo kon ik meelezen) er wel extra kansen toegevoegd, maar dat wil je écht niet.

Daar komt bij dat deze MOOC gegeven wordt door Brian Caffo en in tegenstelling tot Jeff Leek en Roger Peng zeker geen natural als het gaat om via video’s laagdrempelig uitleg geven over statistiek. En dan gaat het om de hele combo: hij praat veel minder levendig en energiek dan de andere twee, de opbouw van zijn uitleg is warrig, vaak voegt hij niet veel toe aan wat er op de dia staat, worden grote stappen gemaakt, kortom, het zijn moeilijk te volgen video’s.
Lees verder

jul 092014
 

Coursera_Data_Science En dat waren nummer 6 en 7….
Nee, niet blogpost nummer 6 en 7 over de Coursera Data Science Specialization, maar MOOC nummer 6 en 7, of eigenlijk 8 en 9, als je kijkt naar de planning. Ik heb nummer 6 en 7 in de chronologische lijst namelijk even over geslagen. Bleek prima te kunnen.

Voordat ik iedereen al na de eerste alinea kwijt raak: afgelopen januari kondigde Coursera een nieuwe feature aan: Specializations (een specialisatie) bestaande uit meerdere bij elkaar horende MOOCs. Je kunt delen van zo’n specialisatie individueel doen, maar als je ze allemaal hebt gedaan (volgorde waarin is advies, geen dwang) dan krijg je een Specialization certificaat. Voorwaarde is dan wel dat je de MOOCs als onderdeel van de Certificate Track uitgevoerd hebt. Deelnemen aan zo’n track betekent dat je je eenmalig moet identificeren met rijbewijs, foto via webcam en stukje getypte tekst (er wordt dan gekeken naar hoe je typt) en na elke quiz moet je een foto maken met je webcam en ook dan een stukje typen. En je moet $49,- (€35,-) betalen per MOOC waar je op die manier aan deel neemt.

Omdat ik in februari dat voor het eerst gedaan had voor Computing for Data Analysis en dat certificaat mee te nemen was als vrijstelling voor de R Programming MOOC van de specialisatie, én omdat me de specialisatie goed bevallen was (het onderwerp is voor mij relevant, de manier waarop de stof aangeboden werd beviel me, de opdrachten waren uitdagend maar te doen) ben ik aan de specialisatie begonnen.

Inmiddels heb ik nog MOOCs binnen de specialisatie afgerond (allemaal met “distinction”), hoog tijd om wat evaluatiepunten op een rij te zetten.
Lees verder

jul 022014
 


Sommige dingen klinken vast heel goed tijdens een zonnige zomerdag/avond met een lekker glas (of twee) koude rosé achter de kiezen. Ideeën als: “Zou het niet mooi zijn als we onze kinderen konden belonen voor de dingen die we wél willen dat zo doen?” en waar belonen we ze dan mee? “Oh, ik weet het al, dan geven we ze als beloning tijd op internet! Zoiets van: als je de afwas doet mag je een uur op Netflix of zo. En na een kwartiertje buiten spelen mogen ze 10 minuten op YouTube.

Gelukkig blijven dat soort ideeën in het algemeen beperkt tot die zomeravond. Maar soms blijven ze hangen. En dan ontstaan producten als “Kudoso”, “A cooperative way for families to manage technology at home”. Voor $89,- zonder hardware of $119,- mét hardware kunnen Amerikanen (het is gelukkig alleen in de VS te koop) een router (of alleen firmware voor een router) kopen waarmee ze een systeem in de lucht kunnen brengen waarbij hun kinderen punten kunnen verdienen waarmee ze dan weer toegang tot internet kunnen krijgen.

Zouden ze het nou in de markt zetten als een oplossing voor kinderen én volwassenen. Tja, dan zou ik het positieve er nog wel van in kunnen en willen zien. Dan zou je het als oplossing voor het wereldwijde probleem van te dikke mensen die te weinig bewegen kunnen zien. Maar nu denk ik: big fail.
Zal me ook benieuwen of ze hun doel halen. Dat op zich vind ik dan wél weer interessant, zijn er 500 Amerikanen (even uitgaande van afgerond $100,- per backer en $50.000,- doelbedrag) die dit idee wél zien zitten?

Flippen van een MOOC

 Gepubliceerd door om 18:25  e-Learning, Onderwijs
jun 292014
 

flipped_classroom Het klinkt als de ultieme buzzword-combo: “Flipping the MOOC” of in goed Nederlands: het Flippen van een MOOC (ehm, ja).

Het is één van de negen trends op MOOC gebied die genoemd worden op Your Training Edge. Bij een MOOC gaat het dan niet om het uit de klas naar buiten de klas brengen van het leren. Want dat leren vindt in de meeste gevallen al buiten de klas plaats. Het gaat in dat geval om het verleggen van de aandacht van de docent naar de student.

Klinkt eigenlijk logisch. Veel MOOCs (zeker die bij Coursera) bestaan uit filmpjes door de docent aangevuld met quizzes en opdrachten. Hoe een student hier verder mee om gaat, dat moet hij/zij meestal zelf maar uitzoeken. Verder dan de tip “zoek anderen op in de forums” komen die MOOCs vaak niet.

Vanuit het artikel worden een aantal bronnen aangehaald die er verder op in gaan:

Belangrijkste “probleem” dat ik hier zie, is dat in deze gevallen de docenten zelf tijdens het uitvoeren van de MOOCs heel nadrukkelijk betrokken zijn bij de uitvoering. Bijvoorbeeld via het begeleiden van groepen. Ook heb ook wel MOOCs meegemaakt waarbij de docent bijvoorbeeld wekelijks een Google Hangout verzorgde om zelf op vragen van studenten in te gaan. Dat lijkt ook wel een voorwaarde als je wil gaan flippen. Maar dat lukt natuurlijk niet als je er meerder naast elkaar hebt. Zoals bijvoorbeeld bij de Coursera Specialisation Data Science, waar komende maand maar liefst 9 MOOCs binnen de specialisatie parallel aan elkaar lopen. Daar kun je als docent niet allemaal lijfelijk bij betrokken zijn, dan zou je de studentassistenten nóg meer het werk moeten laten doen. Maar of dat geaccepteerd zou worden?

Ander punt is dat het vinden van de juiste balans bij zo’n MOOC heel nauwkeurig komt. Geef je de deelnemers teveel vrijheid, d.w.z. stuur je ze met een te vage opdracht het bos in, dan gaat het effect volledig verloren. Erger nog: je raakt ze kwijt zónder dat je ziet dat je ze kwijt geraakt bent.

Kortom, ik weet het nog niet wat dit betreft.