mrt 082017
 

Ik realiseerde me bij het typen van dit bericht dat ik geen aparte tags of categorieën heb voor de verschillende sectoren van het onderwijs, terwijl ik voorheen vooral over zaken die in het hoger onderwijs speelden schreef en nu ik bij het iXperium werk ook over mbo, voortgezet onderwijs en primair onderwijs. Toch ga ik die tags niet introduceren omdat ik nog steeds blijf vinden dat de sectoren veel meer van elkaar kunnen leren dan ze nu doen.

Praxisbulletin 7  met de titel “Maak het nou!” is een uitgave van Malmberg en gericht op het basisonderwijs. Redactie/samenstelling was in handen van Tessa van Zadelhoff. Het bulletin is gratis als PDF te downloaden of op papier via de uitgever te bestellen. Mijn betrokkenheid erbij was nul, ik heb het ongevraagd zojuist gelezen en wil jullie er via deze blogpost naar verwijzen.

Het bulletin is een combinatie van een aantal bijdragen die wat meer uitleg/achtergrond geven bij het hoe en waarom van wetenschap en techniek,  programmeren, computational thinking, maakonderwijs en een aantal lesvoorbeelden. Dat maakt het tamelijk laagdrempelig, maar ook wel handig als je als leerkracht zelf enthousiast bent over het onderwerp en niet meteen weet hoe je dat enthousiasme over moet brengen op directie en/of collega’s. Zo gaat het stukje “Wat hebben we nodig?” in op de vraag waarom we nou op de basisschool aandacht moeten besteden aan dit soort vaardigheden.  De stukjes “Programmeren kun je leren” en “Denken als een computer” proberen dat te doen voor programmeren en computational thinking. Het gaat ook niet altijd helemaal goed, “Makerspace op school” is nog best wel een bestellijst van spullen, maar “Ondernemerschap is kinderspel” is dan wel weer verrassend omdat ondernemerschap binnen mbo’s wel al een hot topic is (en binnen hbo / wo al heel lang), maar binnen het basisonderwijs nog lang niet altijd.
Nu ik de bijdragen voor deze blogpost op een rijtje probeer te zetten merk ik dat ik sowieso de lijn af en toe kwijt raak, waarom staat de bijdrage over computational thinking bij “make” ? En het stukje “Anders (leren) denken” had meer naar voren gemogen bij de lesvoorbeelden in het eerste deel over wetenschap en techniek.

Ik kan me daarnaast voorstellen dat leerkrachten ook wel met vragen blijven zitten. Zoals “waarom wil ik kinderen een hologramprojector laten bouwen?” en ook wel “wat leren ze dan?”. Het bulletin zegt daarover: ” Ze leggen een praktische link tussen de werking van het prisma en de nieuwe mediafunctionaliteiten van de mobiele telefoon“. Ik heb zelf zo’n projector gemaakt van plexiglas, ik denk dat je wel meer leert, bijvoorbeeld ook de praktische vaardigheid van het werken met de noodzakelijke materialen en gereedschappen. Als je bijvoorbeeld de onderzoekscyclus combineert met deze opdracht, dan laat je ze ook nadenken over alternatieve manieren om hetzelfde te bereiken. En waarom deze vorm nou zo werkt, dus hoe een prisma werkt, wat het effect is van het net niet helemaal goed plaatsen van een zijkantje, of het ook met een bolvorm zou kunnen werken in plaats van een prisma, zijn ook vragen die je zou kunnen laten stellen. Idem bij bv de “Papieren circuits”, het maken van zo’n kaart (= “leuk!”) is stap 1,  al spelenderwijs leren werken met elektronica is stap 2, koppelen aan de Makey Makey stap 3 etc. Nou staat er voor papieren circuits een uitgebreidere versie op de website met een PDF die meer voorbeelden geeft dan in dit bulletin pasten, maar het wordt nog een beetje aan de leerkrachten over gelaten om de verbindingen te leggen.

Maar goed, nou ben ik ook wel heel erg ver in de bek van dat spreekwoordelijk gegeven paard aan het kijken. Ik kan het ook omdraaien en zeggen: het bulletin biedt leerkrachten heel wat ruimte om zelf uitbreidingen te ontwikkelen en legt hen niet vast in de manier waarop ze het in hun onderwijs willen integreren. Dat maakt het extra flexibel in gebruik. 🙂
Serieus: ik zou het natuurlijk heel mooi vinden als leerkrachten dat daadwerkelijk doen. En dan natuurlijk ook die uitwerkingen, aanpassingen, implementaties weer online delen. Dan kunnen ze ook weer door anderen gebruikt worden!
Stap 1 is dan om het bulletin te downloaden of te bestellen (als je liever vanaf papier leest).

Deel dit bericht:
feb 202017
 

Ik heb al eens aangegeven dat ik niet elke MOOC die ik tegen kom zou vermelden, maar wel de MOOCs die ik extra relevant vind. De MOOC “Intro to Immersive Journalism: Virtual Reality & 360 video” die in april 2017 van start gaat valt wat mij betreft in die categorie.  De doelstelling van de MOOC:

This course aims to provide journalists, media practitioners and the general public with knowledge about virtual reality as it applies to non-fiction storytelling and journalism, ranging from content creation to content consumption. The course will explore the quickly changing landscape of this emerging technology, reviewing current VR Journalism experiences available; looking at the diverse hardware/software to produce experiences; and the new ethical questions this new medium raises.

Als ik naar het programma voor de vijf weken die de MOOC duurt kijkt (zie hieronder), dan is het eigenlijk best wel basic. Het is een beginnerscursus, dus wordt er een week uitgetrokken voor de hardware en software, een week voor de uitdagingen rond productie van VR, er is een week voor de introductie, een week die in gaat op de ethische vragen en een week met ervaringen.

Het introductiefilmpje hierboven in 360-graden video is dapper, maar overtuigd mij nog niet echt als het gaat om het gebruik van 360-graden video voor dit soort verhaaltjes. Maar dat zorgt er anderzijds ook wel weer voor dat ik nieuwsgierig ben of ze in staat zijn dat in de MOOC zelf wél over te brengen. Want de vraag voor journalisme is niet zo heel moeilijk te vertalen naar onderwijs. Ik heb me dus even aangemeld.

Lees verder….

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe MOOC: Intro to Immersive Journalism: Virtual Reality & 360 video  Tags: ,
jan 252017
 

Ik zal eerlijk bekennen dat ik hem nog niet helemaal uitgelezen heb, editie 1 van Hello World. Maar dat is niet zo heel erg gek, want dat eerste nummer is maar liefst 100 pagina’s dik. Het blad richt zich op onderwijzers en het onderwerp “computing and digital making”. Dat betekent de nodige aandacht voor maakonderwijs, robots, programmeren met scratch, python, tips, vragen, achtergrond (bijvoorbeeld over Seymour Papert), lesideeën, iets voor iedereen dus lijkt me. Voor leerkrachten in het Verenigd Koninkrijk is zelfs de versie op papier gratis, voor ons hier in Nederland kost die versie bij een jaarabonnement 5 Britse ponden per stuk, maar de PDF is helemaal gratis te downloaden. Ik zou zeggen: doen!

Er verschijnen 3 edities per jaar, dus ongeveer elke 4 maanden.

Deel dit bericht:
jan 212017
 

Als iemand schrijft “If there’s one thing we learned from our extensive work in formulating this curriculum, it’s that no two educators or experts can agree on the best approach to progression and learning in the field of digital making” dan weet je dat ze heel wat gesprekken gevoerd hebben met mensen uit “het veld”. En zelfs nu zie je dat er in de reacties onder de blogpost over het “digital making curriculum” eentje staat met “goed gedaan maar ik zie wel een paar belangrijke fouten”.

Eerst dan even wat het is, daarna die opmerking over die fouten. Het digital making curriculum beschrijft vijf thema’s (“design”, “programming”, “physical computing”, “manufacture”, “community and sharing”) binnen (digitaal) maakonderwijs. Ik heb digitaal tussen haakjes gezet, maar eigenlijk is het wel een belangrijke om wél te laten staan omdat “maken” en “maakonderwijs” eigenlijk zeker niet altijd digitaal hoeft te zijn. Kijk maar eens naar de producten die ze bij Walhallab maken of het klooicanon. Dus dit is wat dat betreft al een subset van maakonderwijs. En ook anderzijds, als het gaat om het stukje “digitaal” dan is het curriculum als het goed is ook breder dan alleen digitaal maakonderwijs. Je ziet het al, alleen het toelichten van het curriculum kost veel regels.

Naast de thema’s zijn er vier niveaus uitwerkt (“creator”, “builder”, “developer”, “maker”). Dit zijn oplopende niveaus van vaardig zijn met “maker” als hoogste niveau.

Per cel van het curriculum is er steeds een korte uitspraak over wat de cel inhoudt, een uitspraak over het leerdoel, voorbeelden van resultaten en voorbeelden van projecten/leeractiviteiten. Dit is een voorbeeld van creator + design.

De opmerking in de reacties had bezwaar tegen het niveau “maker” en vond dat dat “expert” moest zijn. Ben ik wel een beetje mee eens. Daarnaast zou “builder” een niveau onder “creator” moeten zijn en zou er een niveau “amateur” moeten worden toegevoegd. Wat dat laatste betreft vraag ik me af wat daar dan aan leerdoel in zou moeten komen, ook denk ik niet dat het persé een 4×4 of 5×5 matrix moet zijn. De reactie onderstreept wel een beetje het eerste punt uit dit bericht: iedereen heeft er een mening over.

Blijft wat mij betreft gewoon overeind dat het een mooie startpunt / voorbeeld is voor als je als school met (digitaal) maakonderwijs aan de slag wilt en wilt beschrijven wat leerlingen zouden moeten kunnen. Je kunt het dan aanpassen en uitbreiden naar je eigen situatie.

Het curriculum is online en als pdf beschikbaar.

Deel dit bericht:

Zijn deze beroepen er nog in 2027?

 Gepubliceerd door om 08:00  Onderwijs
jan 212017
 

Voorspellingen doen voor over 10 jaar is heel gemakkelijk. Tegen die tijd kijkt niemand meer terug en als je er 8 noemt, zoals in dit bericht, dan is de kans groot dat er altijd wel een paar bij zitten die je goed had. Daar op zichzelf niet echt reden om er aandacht aan te besteden. Maar ik vond het toch wel een lijstje dat ik ook hier even wilde bewaren. Mijn weblog bestaat al bijna 15 jaar, dus de kans dat ik dit bericht over nog eens 10 jaar nog terug kan vinden is groot genoeg. Het lijstje van Marloes de Hooge met mijn commentaar erbij:

  1. Taxichauffeur: ok, ik geloof in zelfrijdende auto’s, 10 jaar is een optimistische inschatting, maar het kan. Het is een beetje flauw om af te sluiten met “En dus zijn er dan minder taxichauffeurs nodig”, het ging namelijk over beroepen die uitsterven.
  2. Helpdeskmedewerker: jammer, een sneer naar “huisvrouwen en studenten die wat willen bijverdienen” als helpdeskmedewerkers. Ja, als je die er nu hebt zitten, dan kun je die ook wel vervangen door een computer. Zie ook mijn opmerking hieronder bij de reisagenten.
  3. Kassière: zou wat mij betreft inderdaad kunnen over 10 jaar. Ik hoop van niet overigens, in “mijn” supermarkt hebben ze altijd nog wel tijd voor een praatje.
  4. Reisagenten: Ja, ik boek mijn reizen/vakanties nu ook al online, maar zodra het maatwerk wordt, of als er iets niet goed loopt, krijg ik een mens aan de telefoon met kennis van zaken. Die idd zelf ook een computer ter beschikking heeft om e.e.a. uit te zoeken en te regelen. Dus, nee, voor een individueel reisje niet, maar dat is nu al niet meer zo.
  5. Postbode: mee eens als het gaat om “postbodes, met elastieken om hun stuur” maar de vergelijking hier is ook niet “eerlijk” want 10-20 jaar geleden hadden we ook maar 1 bezorger van post/pakjes etc. en dat hebben we waarschijnlijk over 10 jaar weer. Dat noemen we dan een post- en pakketbezorger.  Wat mij betreft dus een gewijzigd beroep, niet een verdwenen beroep.
  6. Vertalers: tja, ook hier denk ik dat het wat generiek gesteld wordt. Het zou heel mooi zijn als Google Translate over 10 jaar foutloos werkt, maar ik moet nog zien of ik een gemiddelde wetenschappelijke publicatie er dan foutloos doorheen gejaagd krijg.
  7. Accountant: accountancy is, hoop ik toch echt, wel iets meer dan “het betere rekenwerk”. Ook hier: een beroep dat flink zal wijzigen, de accountant zal meer en meer het werk van de computers overzien en aansturen. Het is dus nodig dat ook de studies die studenten gaan volgen daarin meegroeien.
  8. Verschillende beroepen in de bouw: is een heel grote groep die in 1 adem genoemd wordt. Ja, bakstenenleggers hebben we over 10 jaar, hoop ik, veel minder nodig. Die worden dan 3D-printer operators. Heb je er minder van nodig.

Je ziet het, ik ben het er zeker niet een-op-een mee eens, integendeel. Ik denk eigenlijk ook dat we wel betere lijstjes kunnen maken. Gewoon zodat we over 10 jaar terug kunnen kijken én natuurlijk om serieus over na te denken vooraf. Welke beroepen denk jij dat er over 10 jaar niet meer zijn?

Deel dit bericht:
jan 132017
 

Als je de afbeelding hiernaast meteen herkende als behorende bij de Humans TV-serie dan begrijp je waarschijnlijk al direct waarom het *voorstel* voor Europese afspraken met betrekking tot de rechten en plichten van slimme robots ooit hoog noodzakelijk gaat worden. Want wat nu nog science fiction is, wordt in rap tempo werkelijkheid.
Om te beginnen, wat zijn “slimme robots”? Het voorstel (PDF) omschrijft ze als apparaten met de volgende mogelijkheden:

  • acquires autonomy through sensors and/or by exchanging data with its environment (inter-connectivity) and trades and analyses data
  • is self-learning (optional criterion)
  • has a physical support
  • adapts its behaviours and actions to its environment;

Ze hoeven dus niet uit te zien als mensen!

In een artikel bij de Guardian wordt al gesteld dat het voorstel tamelijk controversieel is. Het valt dus nog maar te bezien of het (ongewijzigd) aangenomen gaat worden. En dat controversiële is wat mij betreft eigenlijk juist wel goed. Want er worden heel wat zaken besproken, waarbij ik het zeker niet zomaar met alles eens ben.

Lees verder….

Deel dit bericht:
dec 192016
 

Dat ik zaterdag min of meer de conclusie trok dat de huidige < 1.000 euro camera’s voor 360 graden nog niet perfect zijn, betekende natuurlijk niet dat ik  niet meer op zoek ben naar of nadenk over toepassingen van 360 graden video’s in het onderwijs. Daarbij kwam ik bovenstaande video tegen. Geplaatst door YouTube gebruiker “V. Paul V” die in zijn profiel heeft staan “I work as the service coordinator for the Academic Health Center Classroom Services at the University of Minnesota. We schedule access and provide academic technology services for 47 classrooms in the campus’ Health Sciences District. This is my work channel.

Gezien de tekst “Not for reference” bij bovenstaande video is het in dit geval nog vooral een technische test en demo van de verschillende camera’s (Samsung Gear 360 en Nikon KeyMission 360 terwijl hij ook een 360fly aan het plafond heeft hangen). Interessant vind ik zijn keuze voor meerdere camera’s en het daarna ook wisselen tussen camerashots. Ik weet niet of ik daar altijd zo’n fan van ben, maar daar kom je natuurlijk pas achter als je het uitprobeert. Los van de ruwe kantjes vind ik het een supervoorbeeld van een tamelijk laagdrempelige productie met duidelijke meerwaarde. Laagdrempelig omdat de Samsung Gear 360 die hij op heeft hangen ruim onder die 1.000 euro grens zit en met duidelijke meerwaarde omdat zelf ik als leek en absoluut niet medisch opgeleid persoon gefascineerd was door de uitleg en een overzicht over de ruimte had die ik waarschijnlijk niet eens zou kunnen hebben als ik er zelf bij aanwezig was.

Lees verder….

Deel dit bericht:
dec 182016
 

Afgelopen week heeft SURFnet het whitepaper “Open Badges” gepubliceerd. Het is geen heel dik document geworden. Dat hoeft natuurlijk niet, zie het als een eerste introductie. Al kan het natuurlijk zijn dat je er al over gelezen had, bijvoorbeeld bij Wilfred Rubens (blogpost uit 2011 over de potentie van het Open Badges programma voor onderwijs en leren) of bij Marcel de Leeuwe (blogpost uit 2013 n.a.v. de eerste open badges uitgedeeld bij de Fontys post-hbo opleiding e-learning).

Als iets nog maar eens bevestigd werd tijdens de EAPRIL in Porto afgelopen maand, dan is het wel dat de techniek achter badges niet het grote probleem is. Maar de vraag “hoe bepaal ik wat een badge waard is?” zeker als je “soft skills” wilt belonen met badges, blijkt dan nog een heel complexe. Net als wanneer je ouderwets cijfers wilt geven overigens. En wellicht maakt dat ook wel dat we vier-vijf jaar na het oprichten van het open badges programma in Nederland er nog niet zo heel erg veel ervaring mee hebben.

SURFnet wil daar verandering in brengen en roept onderwijsinstellingen op zich bij hen te melden (contactinfo onder aan de pagina) als ze daar aan mee willen werken. Lijkt me een prima plan. Maar laten we dan ook meteen Kennisnet aanhaken en experimenten door de onderwijssectoren heen bevorderen. Immers, als ik op een VO-school een badge haal, dan wil ik ook dat mijn aanstaande Universiteit daar ook iets mee kan. Badges zouden die muurtjes moeten helpen verlagen.

Op vrijdag 3 februari 2017 vindt een verdiepende SURFacademy-bijeenkomst plaats over kansen en uitdagingen voor open badges en microcredentialing in het hoger onderwijs.

 

Deel dit bericht:
nov 202016
 

kettingzaagDit is een blogpost die ontstaan is uit een gesprek op Twitter dat ik hier ook even wilde vastleggen omdat het dan beter te volgen is. Toen ik schreef over de poster van het klooicanon, was de kettingzaag een van de gereedschappen waarbij ik wat meer mijn bedenkingen had als het gaat over de vraag of iemand van 12-jarige daar al mee gewerkt moet hebben.

Nou bleek Astrid Poot die vraag ook wel een beetje te hebben, dus stelde ze hem via Twitter en hoewel Twitter heel veel nare kanten kan hebben, bleek het ook nu weer ideaal voor zo’n vraag. Via Marco Mout (dé Marco uit het filmpje) en Casper Hulshof kwam namelijk deze aflevering van Zapp Echt Gebeurd boven water. Helaas niet te embedden, dat wil onze publieke omroep tegenwoordig niet meer, maar hij staat wel nog gewoon online. Hij staat sinds 2011 online, maMerlear als ik de aftiteling goed begrijp dan is hij al uit 2009. Hij speelt bij mij in Google Chrome niet af, op mijn iPad en in Internet Explorer wel, dus kijk even wat werkt.

Merle, de hoofdpersoon uit de aflevering was toen 12 en zal nu dus inmiddels “al” 19 jaar oud zijn. Ik zou zeggen, bekijk deze aflevering eerst even (link hierboven of via de afbeelding hiernaast)!

Het filmpje is mooi omdat ook hier getoond wordt hoe volwassenen een rol spelen bij het laten leren door kinderen, ook als het gaat om het gebruik van een kettingzaag. Nee, Merle doet niet alles zelf, van tijd tot tijd heeft ze gewoon de hulp nodig van een volwassene. Maar je ziet in het filmpje al dat dat verschillende vormen aan kan nemen: soms moet iemand iets voor haar doen, het omzagen van de boom, het vervoer, etc.
Op andere momenten doen ze dingen samen, het zagen van grote stukken, als de kans bestaat dat de zaag vast slaat. Op weer andere momenten is zij zelf aan het werk (en hard, kijk maar eens naar die wangen op het einde!). Met goed gereedschap, met kennis van zaken over veiligheid (dat heeft ze niet allemaal zelf verzonnen, daar heeft ze hulp bij gehad). Maar ze doet niet een trucje na, ze geeft een idee vorm dat in haar hoofd zit. En zulke leerervaringen wens je toch elk kind toe?

Lees verder….

Deel dit bericht:
nov 162016
 

hour_of_code_2016Ten behoeve van de Hour of Code 2016 hebben Microsoft en Code.org een uitbreiding uitgebracht op de op Minecraft gebaseerde opdrachten van vorig jaar. Ik schreef daar toen al uitgebreid over, in dit bericht wil ik me even richten op de verschillen van de uitbreiding.

Heel simpel: het is een hoger level van coderen. Er wordt nu gebruik gemaakt van events die aan objecten gekoppeld zijn, het eerste uur van vorig jaar gaat uit van een lineaire programmalijn op basis van de “als gestart” actie (ok, dat zou je ook een event kunnen noemen). Nu gebruik je combinaties zoals “chicken” (object) met “when spawned” (event). Ik heb de opdrachten gemaakt. Ze zijn leuk en uitdagend, maar ik heb ook wel wat vragen erbij. Allereerst is het geheel een beetje vreemde mening van Nederlands en Engels.

hour_of_code_2016_1

Nederlands en Engels door elkaar heen.

Dat zou voor de wat oudere kinderen geen probleem moeten zijn, maar het maakt het geheel een beetje half af. Ik weet het, het is een gratis resource, dus niet te streng zijn.

Waar ik ook wat moeite mee heb is de vermenging van redelijk basale acties zoals “attack” (al zou je kunnen stellen dat ook dat een

hour_of_code_2016_2

Samengestelde opdrachten als één blokje.

samengestelde actie is) en veel complexere acties zoals “move a step toward ‘zombie'”. Die laatste bevat hoe dan ook veel meer dan één actie. Zo moet de “Iron Golem” in dit geval een keuze maken tussen een aantal zombies. Kiest hij er willekeurig eentje? De zombie die het dichtste bij is? En als dat zo is, hoe bepaal je dat?

Hier (die ene opdracht) ligt een heel individueel probleem achter. En als je het over computational thinkingvaardigheden als “probleem decompositie” hebt, dan is ook dat besef relevant.

En ten slotte vraag ik me af waar de grens ligt voor wat betreft dit soort omgevingen. Het is immers niet echt Minecraft, je bent in een gesimuleerde omgeving aan het programmeren. Voor de beginner-oefeningen vond ik deze omgeving heel logisch, maar is het voor kinderen die dit niveau aankunnen niet veel leuker om in het “echte” mindcraft te programmeren? Of met fysieke robots of “gewoon” met een micro:bit, arduino, Raspberry Pi aan de slag te gaan? Die zijn weliswaar niet gratis, maar toch.

Je ziet het, voldoende om over na te denken, zelfs als je geen doelgroep van de toepassing bent. 🙂

 

Deel dit bericht: