De toekomstvisie van Microsoft

 Gepubliceerd door om 23:04  Algemeen, Hardware
mrt 022013
 

Microsoft heeft een nieuw filmpje beschikbaar gesteld met hun toekomst visie voor over 5-10 jaar als het gaat om ICT in ons leven. Het is een mooi filmpje, goed is dat je nergens in het filmpje té zeer de Microsoft invloed merkt. Jammer vind ik dan weer wel dat het eigenlijk ook wel weer een heel veilig filmpje is. Je zou je zo kunnen voorstellen dat dit nu al realiteit zou kunnen zijn. Nou ja, wie weet is dat ook wel weer mooi. Dan hoeven we er wellicht geen 10 jaar op te wachten. :-)

(getipt door Microsoft News)

mrt 012013
 

Gras Ik vind het grappig dat de keuze voor een afbeelding bij het bericht op Scienceguide een jongedame is die ogenschijnlijk een weblecture ligt te bekijken op een mooi groen grasveld.
Aanleiding voor het bericht was een open brief van twee studenten, die namens de studentenpartij asap lid zijn van de Universitaire Studentenraad van de Radbout Universiteit Nijmegen, aan het College van Bestuur van die universiteit. De titel van het bericht: “Studenten Nijmegen willen MOOCs“. Achterliggende boodschap: als we toch al opnames maken van colleges, waarom plaatsen we die dan niet ook meteen online? Dat maakt het voor de eigen studenten tenminste mogelijk om vakken te volgen bij andere faculteiten aan de RU. En, andere universiteiten zijn immers ook al bezig met het ontwikkelen van MOOCs en als de RU dat niet ook gaat doen, dan loopt ze binnenkort hopeloos achter.

Tja, wat zeg je als studenten aangeven dat ze behoefte hebben aan bepaalde voorziening? Als je voorstander van het gebruik van een bepaalde technologie of werkwijze bent, dan roep je “hoera, nou moeten we wel!” en als je dat niet zo ziet zitten dan zul je proberen er een net antwoord op te vinden en vooral niet te veel te doen. Dat laatste verwacht ik dat bij de RU gaat gebeuren. Een deel van de reden van de open brief was namelijk dat het CvB er nog niet voor lijkt te voelen. Ik vrees dat die open brief dat niet veel aan veranderen zal.

Wat niet helpt is dat de studenten niet met echte argumenten komen. Iets doen omdat anderen het ook doen is geen reden. Het gras bij de buren is namelijk altijd groener. Verwijs dan naar voorbeelden die aantonen dat het bij die anderen iets toevoegt en leg uit waarom dat voor de RU ook relevant is. Een opname van een college online zetten is heel wat anders dan een MOOC ontwikkelen. Zo’n argument gebruiken maakt het heel erg een “klok en klepel” bericht. Als je aangeeft dat “open online courses” een hulpmiddel zijn voor studenten die in het buitenland zitten en zo toch hun opleiding kunnen blijven volgen, om hoeveel studenten en vakken gaat het dan? En moet dat dan met een MOOC of kan dat ook op andere manieren?

Dat studenten er op andere plekken enthousiast over zijn is geen argument. Het mag van studenten verwacht worden dat ze de maximale ondersteuning proberen te krijgen voor hun studie. En zeggen dat je iets gaat gebruiken kost geen moeite. Daarbij geldt ook dat een universiteit elke euro maar één keer uit kan geven. Dus als je wilt dat er structureel x euro meer op de ene plek wordt uitgegeven, dan moeten er ook structureel x euro op een andere plek bezuinigd worden. De oplossing? Ik denk dat het CvB er verstandig aan doet om wél op korte termijn een standpunt in te nemen. En dan niet op basis van een simpel “we zien het nog niet zo”, maar op basis van een onderbouwd advies/oordeel opgesteld door bijvoorbeeld de interne onderwijskundige adviesdienst (ik ga er even vanuit dat ook de RU die heeft) die de verschillende argumenten, ontwikkelingen, mythen, voordelen en nadelen, risico’s en kansen, kosten en opbrengsten op een rijtje gezet heeft. Vanuit het oogpunt van de instelling, maar zeker ook vanuit het oogpunt van de student.

feb 282013
 

Facebook growth Tijdens mijn promotieonderzoek heb ik ook gekeken naar het verschil tussen ‘selfreports’ van studenten over hun gebruik van opnames van colleges versus de data die daarover op de server beschikbaar waren [1]. En daarbij vonden we voorbeelden van een redelijk goede inschatting van het gebruik, met name als het ging om aantal keer gebruik, maar ook voorbeelden van heel slechte match tussen inschatting en gemeten gebruik, met name als het ging om omvang van gebruik (in hoeveelheid bekeken).

Reynol Junco deed onderzoek naar het gerapporteerd gebruik van Facebook door studenten in vergelijking tot het ‘gemeten’ gebruik van Facebook. En ook daar waren aanzienlijke verschillen te vinden tussen het aantal uur dat studenten aangaven Facebook te gebruiken en dat wat de software registreerde.
Het totale onderzoek is hier te vinden, of je er gratis toegang toe hebt zal een beetje afhankelijk zijn van de onderwijsinstelling waar je voor werkt of waar je studeert. Voor een uitgebreide samenvatting verwijs ik je graag naar dit bericht van Linda Duits, het lijkt me niet zinvol om dat helemaal hier te herhalen.

Ik vind het namelijk interessanter om het onderzoek te vergelijken met het onderzoek zoals ik dat gedaan heb. Er zitten een aantal aspecten aan die ik bij een vervolgonderzoek ook zou opnemen. Zo is er niet alleen gekeken naar Facebook, maar ook naar het gebruik van Twitter, e-mail en het zoeken naar informatie. Dat maakte een aantal interessante vergelijkingen mogelijk.
Lees verder »

Een computer en plotter van karton

 Gepubliceerd door om 19:05  Algemeen
feb 262013
 

Nou hoor ik een bericht met zo’n titel te beginnen met “nee, natuurlijk niet echt een computer van karton”. En eigenlijk is dat ook wel een beetje zo. Maar het zijn wel componenten van een computer die ze van karton gemaakt hebben. Het is het resultaat van een workshop van een week die Niklas Roy verzorgde over digitale media bij een Hochschule für Gestaltung in Offenbach am Main, Duitsland.

De vragen die hij aan de studenten stelden liepen uiteen van: Hoe werkt een computer op zijn meest fundamentele niveau? Is het mogelijk om communicatienetwerken te bouwen met elastiek, touw en karton? Hoe ziet een analoge representatie van ‘drag & drop’ er uit?

Niklas bouwde zelf een plotter van karton. En die werkt wél echt. Als je dit bericht op de voorpagina leest, dan moet je even doorklikken om hem in werking te zien.
Lees verder »

feb 212013
 

UvA_MOOC Bij de Universiteit van Amsterdam ging gisteren hun eerste MOOC van start: “Introduction to Communication Science”. De TU Delft kondigt aan lid te worden van het EdX Consortium en in september op die manier twee MOOCs aan te bieden: “Introduction to water treatment” en “Solar Energy”. Het ziet er dus naar uit dat ook de Nederlandse universiteiten van start zijn met het aanbieden van MOOCs. De (voor mij) meest logische vraag is dan: wanneer volgt de eerste hogeschool? Het aanbieden van MOOCs zal toch niet iets zijn dat beperkt blijft tot universiteiten? Ook hogescholen hebben in het verleden al internationaal onderwijs aangeboden, dus waarom niet online, massaal, open?

Er zijn natuurlijk wel een paar redenen te verzinnen. Je moet er als onderwijsinstelling in ieder geval klaar voor zijn, een MOOC kan fout lopen als je niet de juiste technologie kiest. Maar ‘fout’ hoeft dan niet alleen te maken hebben met technologie die niet geschikt is voor 41.000 cursisten, je kunt ook veel fouten maken in het onderwijsontwerp.
En natuurlijk kun je ook van mening zijn dat het gewoon een hype is, niet bij je onderwijsinstelling past, je uitsluitend gewoon geld moet verdienen met je primaire proces (studenten in klaslokalen opleiden tot studenten met een diploma), ook dan kun je hier beter niet mee beginnen.
Van de andere kant kunnen juist die vragen en onduidelijkheden gezien worden als uitdagingen en redenen om er wél mee aan de slag te gaan. Ik zal niet ontkennen dat ik er ook sceptisch tegenover sta, maar dat zou voor mij juist een reden zijn om bij zo’n experiment betrokken te willen zijn!

feb 012013
 

Kroupys Meestal als ik een niewe website, dienst of product zie, dan weet ik redelijk snel wat ik er van vind. Soms komen er initiatieven voorbij waar ik even over na moet denken. Kroupys.com is er zo eentje waarvan ik niet meteen wist wat ik er nou van moet vinden. Wat is het? Het is (zo lees ik in het persbericht) een initiatief van drie (inmiddels afgestudeerde) studenten van de Universiteit van Amsterdam. Ze noemen het “a social knowledge sharing platform for higher education” met als doel het verbeteren van de online kennisdeling in het hoger onderwijs.

Op de site kun je een account aanmaken en dan kun je vragen stellen of vragen van anderen beantwoorden. Voor het beantwoorden van vragen krijg je punten. Deels gewoon door het beantwoorden ervan, maar anderen kunnen jouw vraag ook scoren. Uiteraard kun je badges verdienen. Ik gaf een antwoord op een vraag en kreeg de “newbie” badge, volgde mijn eerste vraag (omdat ik er antwoord op gaf) en stelde een vraag. Drie badges verdiend in een half uur.

Hoewel de site er anders uit ziet, deed het geheel me erg denken aan Stack Overflow waar ik zelf al veel vaker geweest ben als ik op zoek was naar antwoorden op programmeervragen. Die site laat zien dat het concept zeker kan werken. Maar waar ik benieuwd naar ben is of “higher education” als afbakening voldoet. Zo kwam ik bijvoorbeeld ook een vraag tegen over hoe het kwam dat je steeds vaker mannen met een mannentas zag. Die vraag kan ik overigens helaas niet meer terug vinden via het zoeksysteem.

Lees verder »

jan 312013
 

Eind vorig jaar kreeg ik via de mail een uitnodiging voor het Seminar ‘Antwoorden op de veranderingen in het onderwijs’ dat door Noordhoff Uitgevers georganiseerd werd. Ik kon niet op die datum en daar komt bij dat ik niet ‘zomaar’ seminars bij kan wonen in de ‘baas haar tijd’. Daar kwam bij dat niet alle aangekondigde sessies voor mij direct relevant waren. Dus jammer, maar helaas. Vooral ook omdat er ook wel sessies waren die ik wél had willen kunnen bijwonen (in het bijzonder die van Pedro de Bruyckere en van Michel van Ast). Ik kreeg vandaag weer een mailtje en wel met het bericht dat de video’s van het seminar inmiddels online staan op het YouTube kanaal van Noordhoff Uitgevers.

Ik heb de video’s even in een afspeellijst gezet zodat ik ze in dit bericht kon embedden. Ik heb ze uiteraard nog niet allemaal bekeken, kan dus nog geen uitspraak doen over de algemene/gemiddelde kwaliteit, maar wilde ze toch al even delen. Ik heb bij de afspeellijst niet helemaal de volgorde van het oorspronkelijke programma gevolgd, maar eerst de drie opgenomen presentaties geplaatst en daarna de interviews.

Als je ze bekeken hebt moet je weten van wie het citaat “Hoe kun je iemand anders worden als je jezelf wilt zijn?” is en dan moet je ook opgezocht hebben wat rabiate tegenstanders zijn. ;-)

jan 282013
 

Minecraft_website Soms krijg je van die vragen waar je van denkt “jaha, daar moet ik eens even over nadenken”. En dat nadenken gaat bij mij gemakkelijker als ik dingen op een rijtje zet. In een blogpost bijvoorbeeld.

Het gaat om het volgende: een groep basisschool leerlingen van 10 jaar oud wil leren hoe ze een website moeten bouwen. Ze willen namelijk informatie over Minecraft online plaatsen zodat anderen daar weer gebruik van kunnen maken.
Vraag is nu: hoe laat je ze dat aanpakken? Wat leer je ze vooraf? Vertel je ze al wat vooraf? Laat je ze helemaal hun eigen gang gaan? Of….

Nou weet ik dat het populaire antwoord is om je er vooral niet mee te bemoeien omdat die kinderen veel en veel meer zouden weten van het bouwen van een website dan dat wij ouderen weten.
Leuk antwoord, maar onzin. In ieder geval in dit geval. De betreffende kinderen kunnen veel leren, maar weten nog niet veel over het bouwen van een website.
Daar komt bij dat het ook niet erg is dat ze al een beetje leren tijdens het proces. Niet alleen het product is hier belangrijk.
Lees verder »

jan 242013
 

FOTA-hype-cycle Eerder deze week stelde ik de vraag waar we ons bevonden op de MOOC Hype Cycle, hierbij uiteraard verwijzen naar de Hype Cycle van Gartner.

Dat het een model is dat veel los maakt blijkt ook wel uit de posts van David Kernohan en D’Arcy Norman over de “FOTA EduBeardStroke Parabola 2013″. FOTA staat in dit geval voor “The Followers of The Apocalypse”, de naam van het blog van David Kernohan, die het model ontwikkeld heeft. David heeft een aantal bezwaren tegen de Gartner Hype Cycle:

  1. Het presenteert de grafiek als een extern, “natuurlijk” proces, los van menselijk ingrijpen. Het wordt verkocht als een hulpmiddel bij het doen van insterteringen. Het is een kaart van een toekomst die niet te wijzigen valt (zo lijkt het).
  2. Het versterkt de mythe dat het allemaal wel goed zal komen. Technologie, hoe dom ook, komt uiteindelijk aan bij het plateau van productiviteit. Als er problemen zijn, dan kunnen we die afdoen als een tijdelijke “Vallei van Desillusie” waar we doorheen moeten. Het is daarna slechts een kwestie van tijd voordat we daar uit komen.
  3. Het is geen cyclus! Er is geen sprake van herhaling, geen verbetering van bestaande technologie. Alles is een trigger, geen aanpassing op basis van ervaringen uit de werkelijke wereld.

Het is, aldus David, niet meer dan een model van een geïdealiseerd gesloten systeem.

D’Arcy voegt daar nog aan toe:

  1. Het is een te eenvoudige weergave van de werkelijkheid.
  2. Het impliceert een gemeenschappelijke context waarbij één stuk technologie voor iedereen dezelfde betekenis heeft.
  3. Het is een eenvoudig antwoord. We hoeven alleen maar even te betalen voor toegang tot het rapport.

Ik ben het deels met de heren eens. Het is wel een eenvoudig antwoord en Gartner verdiend er ongetwijfeld voldoende aan. Maar een model is nu eenmaal een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid, daar kun je niet elk detail en elke nuance in kwijt. Ik heb ook een aantal uitspraken van David, zelf nooit zo opgevat. Voor mij was zo’n Hype Cycle een statusopname: hoe staat het er nu, gemiddeld genomen, voor. En het model heeft voor mij nooit geïmpliceerd dat alle technologieën die er op stonden, automatisch en zonder interventie, de cyclus zouden doorlopen. Integendeel. Nou heeft David een alternatief model opgesteld, maar hij geeft daarbij zelf aan dat het een onzinmodel is:

Methodology: This diagram was prepared by taking one person who thinks too much about learning technology, leaving them on a train for a stupid amount of time and then marinating in beer and nachos.

Dat is natuurlijk wel een beetje jammer. Want ik denk dat zulke modellen echt wel helpen in discussies, overleggen etc. Niet als dé ultieme weergave van de werkelijkheid, maar wel als praatstuk.

jan 212013
 

TED_logoIk hou van ondertiteling onder Engelstalige video’s Maar dan wel in het Engels. Want dan kan ik én meelezen (vind ik handig omdat soms dialogen niet helemaal goed te verstaan zijn als gevolg van bijvoorbeeld een actie scene) en gewoon luisteren zónder afgeleid te worden door de pogingen van een goed bedoelende vertaler om grapjes en spitsvormige dialogen van het Engels naar het Nederlands te vertalen. Dat lukt nou eenmaal niet altijd.

Maar ja, als je het Engels niet kunt verstaan en ook niet kunt lezen, dan wil je natuurlijk wél ondertiteling in je eigen taal. TED stelt niet alleen video’s van vaak heel inspirerende korte presentaties online beschikbaar, ze zorgen ook voor ondertitels in een veelvoud van talen (meer dan 90 op het moment) via het Open Translation Project met de hulp van ruim 8.000 vrijwilligers. Maar zoals ik al aangaf: dat vertalen is niet altijd even gemakkelijk. TED vroeg aan (een aantal van? Er staat niet bij hoeveel reacties ze hebben gehad) die vertalers welke video’s zij het moeilijkste vonden om te ondertitelen. Je kunt het lijstje met links naar de genoemde video’s hier vinden. Maar aangezien we het toch over vertalen hebben, heb ik hieronder de belangrijkste redenen in het Nederlands op een rijtje gezet:

  • Als een spreker te snel spreekt;
  • Als een spreker beelden gebruikt die niet direct linken met wat hij zelf aan het vertellen is;
  • Als een spreker het over taal heeft;
  • Als een spreker veel vakspecifiee en gespecialiseerde begrippen gebruikt;
  • Teksten van liedjes en teksten van gedichten zijn moeilijk te vertalen;
  • Als een spreker het over concepten heeft die heel nauw verbonden zijn aan een specifieke cultuur.

Met uitzondering (wellicht) van het snelle spreken, zijn dit allemaal dingen die je niet kunt wijzigen zonder de inhoud van de presentaties geweld aan te doen. Wellicht ook een reden waarom dit vertalen nog gewoon handwerk is. Ik denk namelijk dat dit nou juist ook de presentaties zouden zijn waar een mechanisme dat automatisch ondertitels produceert (zoals o.a. bij YouTube kan) moeite mee zou hebben.