Mei 232016
 


VR_and_Cinema De presentatie van Jessica Brillhart, in het dagelijks leven Google’s Principal Filmmaker for VR, verliep verre van (technisch) vlekkeloos. Een groot aantal van de voorbeelden die ze wilden laten zien speelden niet af. Desondanks kan ik je de presentatie aanraden (vandaar ook deze blogpost).

Jessica gaat namelijk in op de vier punten die je in de afbeelding hiernaast ziet en die voor “filmmakers” relevant worden op het moment dat ze met Virtual Reality aan de slag gaan. Het gaat dan om vragen als “he, wat doe ik als ik geen absolute controle meer heb over het frame dat een kijker te zien krijgt?” of “hoe edit ik zo’n video?”. Maar zeker zo vreemd voor een filmmaker: “de camera bij VR is eigenlijk een persoon!” -> dus het camerastandpunt moet opeens logisch zijn, vanuit het oogpunt van de kijker, overgangen tussen camerastandpunten kunnen niet meer opeens enorm zij, etc.
En als je niet zeker weet waar de kijker kijkt, hoe bouw je dan een logische verhaal op in je film?

Zoals ik naar de video gekeken heb, is het niet alleen een verhaal van de problemen die een filmmaker te overwinnen heeft, maar zeker ook als belangrijke les die wij in ons achterhoofd moeten houden als we bijvoorbeeld Virtual Reality in het onderwijs willen gaan gebruiken. Want ook dan komen die vragen naar voren en als we er níet in slagen ze goed te verwerken in het materiaal dan wordt het qua materiaal niks.

Deel dit bericht:
Mei 162016
 

Ook ik ben met LEGO opgegroeid. En mijn kinderen natuurlijk ook. Er is daarom nog steeds het nodige aan LEGO hier in huis, en sinds ik bij het iXperium werk heb ik ook daar met LEGO te maken. Ik kan dus eigenlijk stellen dat het bekijken van “A LEGO Brickumentary” valt onder het bijhouden van mijn vakliteratuur.

De film geeft een mooi overzicht van het ontstaan van het bedrijf achter LEGO, de manier waarop het bijna ten onder ging en hoe het nu er voor zorgt dat ze contact met hun klanten houden.
In de film komt ook de inzet van LEGO bij therapie voor kinderen met autisme kort naar voren. Daarover is inmiddels ook het nodige aan onderzoek gepubliceerd Ik heb nog geen tijd gehad om die individuele onderzoeken allemaal te bekijken op hun waarde, en al helemaal niet in relatie tot berichten dat ook Minecraft zo’n functie kan vervullen.

Als ik kijk naar een aantal van de aanwijzingen op dit gebied, dan lijken me die ook gewoon bruikbaar bij kinderen die geen autisme hebben:

  1. stel de basisregels vooraf vast
  2. verdeel rollen (ontwerper, bouwer, leverancier, regisseur) en wissel die rollen per “beurt”
  3. hanteer de principes van “play therapy”
    1. vaste tijd en ruimte voor de activiteit
    2. gebruik zo veel mogelijk non verbale communicatie
    3. gebruik beschrijvende taal in plaats van vragen en opdrachten
    4. breng leerlingen bij elkaar en daag ze uit bij elke stap van de activiteit
  4. volwassen coaches moeten zorg dragen voor positieve interacties, compromissen voorstellen en er voor zorgen dat de groep “on task” blijft.

 

 

Deel dit bericht:

Mozilla Web Literacy Framework

 Gepubliceerd door om 11:54  Algemeen
Apr 102016
 

Mozilla_web_literacyHet Web Literacy Framework van Mozilla is niet nieuw en zeker niet het enige model dat we beschikbaar hebben om (een deel van) ict-geletterdheid te beschrijven. Ik vond de afbeelding bij Dweb-literaciesoug Belshaw (zie hiernaast rechts) een mooie toevoeging als het gaat om de vraag hoe “web literacy” zich verhoudt tot bijvoorbeeld computational thinking en computer science, terwijl het model zelf (zie de afbeelding links) weer een link legt naar de al evenzo bekende 21st Century Skills.

Mooi bij het framework van Mozilla vind ik de directe link naar voorbeelden van leeractiviteiten die in dat kader uitgevoerd kunnen worden. Daarbij staan dan wel weer de Mozilla tools veelal centraal, het is niet echt een heel brede set. Terwijl ik me voor leerkrachten juist kan voorstellen dat zo’n link tussen vaardigheden en activiteiten die zij leerlingen kunnen laten uitvoeren om aan die vaardigheden te werken heel nuttig is.

Discussie over het framework is er wat mij betreft ook nog wel. Zo staat bijvoorbeeld bij “Evaluate” als omschrijving: “Comparing and evaluating information from a number of sources online to test credibility and relevance.” maar wordt dat alleen bij “Problem-Solving” gerekend, terwijl ik me hier toch ook kan voorstellen dat je dat via samenwerking onderling doet. Maar wellicht is dat juist een uitdaging bij veel van zulke competenties.

 

Deel dit bericht:
Apr 092016
 

Ik vond de tweet van Arjan van der Meij eigenlijk wel een handige bronvermelding voor het bericht op exploratorium.edu over het gebruik van LEGO (Mindstorm) om “kunstmachines” te maken (= machines die op hun beurt kunstwerken produceren).

Lees ook even het hele bericht tussen de foto’s en filmpjes door voor de toelichting bij de verschillende gebruikte strategieën.

 

Deel dit bericht:
Apr 072016
 

surfnetWe zijn in Nederland heel goed in het problematiseren van zaken. En daar ga ik deze blogpost ook niet aan verspillen. In plaats daarvan wil ik je wijzen op een super initiatief georganiseerd door SURFnet en Pauline Maas. Zij organiseerden op vrijdag 1 april (geen grap) een CodeCircus voor de kinderen van  Heumensoord. Daarbij hebben ze een programma samengesteld waarbij ze een dag lang kinderen in alle klassen van de school (5-16 jaar) les hebben gegeven in coderen en techniek. Super!

Op het weblog van SURFnet doet Erik Huizer, CTO van SURFnet, verslag van de dag. Ook hij ontkomt er niet aan om kort even kritisch stil te staan bij de manier waarop we in Nederland met kinderen van vluchtelingen omgaan. En hij heeft natuurlijk gelijk! Als onderwijs staan we aan de basis van integratie, van een semi-normaal en gelukkig leven voor die kinderen die nul komma nul invloed hebben op de reden waarom ze daar zijn, waar ze naar toe moeten. Kinderen, die wel de volwassenen van morgen zijn die dan met ofwel een goede opleiding een kans hebben iets goeds van hun leven te maken ofwel op zoek moeten naar ander houvast. Dan zou je willen dat dit veel vaker en op veel meer plekken kan.

Neemt niet weg dat dit gewoon een super initiatief was!

Deel dit bericht:
Mrt 292016
 

3D_printing_serviceKijk, zo laat je zien dat je 3D printen serieus neemt als onderwijsinstelling. Penn State universiteit heeft een 3D printservice ingericht voor studenten en medewerkers. Nadat ze online een account aangemaakt hebben, kunnen ze via die weg ook bestanden uploaden om te printen. Dat printen gebeurt dan op een van de maar liefst 32 MakerBot desktop 3D printers. Zodra de print klaar is krijgen ze een mailtje en kunnen ze hem komen ophalen.

Ik heb nergens op de site iets kunnen vinden over kosten, waarschijnlijk zijn de prints dus helemaal gratis, dat zou ook kunnen gezien de opmerkingen bij het printformulier:

Due to high demand and limitations of the MakerBot Innovation Center interface, we are not able to honor quantity requests. Each submission will be printed one time.

Additionally due to high demand, users may only have one submission printing at a time in the interest of providing equal access for all Penn State students and faculty. Please prioritize your print submissions.

Daaronder staat dat het op dit moment naar verwachting 8 dagen duurt voordat je print klaar is. Dat is dus iets vervelender. Zeker omdat ze zich ook nadrukkelijk richten op docenten met voorbeeldopdrachten die ze aan studenten zouden kunnen geven. Dan moet je voldoende tijd inplannen voor het daadwerkelijk laten printen van het “huiswerk” van studenten. Laten we het kinderziektes noemen.

Ik ben benieuwd waar Penn State e.e.a. uit betaald. Als die printers continue staan te printen, dan zal ook het in de lucht houden ervan de nodige personele inspanning vergen. Wat dat betreft is het haast verrassend dat ze niet een slag professioneler zijn gegaan.

(getipt door Campustechnology.com)

Deel dit bericht:
Mrt 242016
 

MOOTTijdens de avond over elektronische boeken als onderdeel van de post-HBO e-learning van Fontys die ik eerder deze maand verzorgd heb, liet ik de deelnemers nadenken over de vraag wat volgens hen een ebook is.

Doel van die oefening was dat ze zich realiseerden dat het bepalen van die definitie en bijbehorende grenzen verre van eenvoudig of eenduidig was.

Maar voor het product dat ik vandaag tegen kwam: een “Massive Online Open Textbook”  of MOOT  vind ik de term “Textbook” toch wel erg ver gezocht. Feitelijk is het een webpagina met daarin de video’s en PDF van de dia’s die horen bij een MOOC over Big Data in het onderwijs. Ik snap daarom het MOO deel, de C valt er vanaf omdat het geen Course is. Maar een MOOW (Massive Online Open Webpage) zou dan beter zijn.

Ik vind een voorwaarde voor een ebook (en in dit kader ook wel een “textbook”) dat ik het boek ook daadwerkelijk kan downloaden en offline kan bewaren. Natuurlijk, dan zou hij in het geval van deze MOOC best groot kunnen worden, maar dan zou ik zeggen: maak 2 versies waarbij 1 alle bronnen bevat en 1 alleen verwijzingen naar de online versies van de bronnen. Dan is het ook meer dan wéér een nieuwe loot aan de boom van MOOC gerelateerde afkortingen en buzzwords.

Deel dit bericht:
Mrt 172016
 

Nee, die titel is niet van mij afkomstig, dat is een uitspraak van “Dramwief” op een item op RTV Oost over het gebruik van iPads bij middelbare scholen in Overijssel. Je kunt de hele reactie ook hieronder lezen:

Dramwief

Ik wiet niet of Dramwief de moeite genomen heeft om ook het filmpje van iets meer dan vijf minuten dat bij het bericht te vinden is te bekijken. En natuurlijk ook niet naar welke school haar dochter gaat, maar ik neem niet aan dat dat de Waerdenborch in Holten is waar het item over gaat.

Het filmpje zelf geeft eigenlijk juist een heel mooi voorbeeld van de integratie van tablets in zo op het oog toch nog heel traditioneel georganiseerd onderwijs. Inderdaad, heel anders dan O4NT-scholen (die ook nu weer “iPad-scholen” genoemd worden omdat de reporters er blijkbaar vanuit gaan dat het gebruik van boeken/schriften in aanvulling op de iPads het belangrijkste verschil is) maar ook anders dan bijvoorbeeld Agora in Roermond. Het zijn een beetje appels en peren die vergeleken worden.

In plaats van te roepen “dat werkt toch niet” zou ik als ouder en als onderzoeker eerder juist meer willen weten om de achterliggende visie en aanpak. Dat ze voor werkboeken papier gebruiken uit praktisch oogpunt, dat is helder. Maar het filmpje van vijf minuten gaat niet in op bv de keuze van de lesmaterialen (wat koop je in, gebruik je gratis, ontwikkel je zelf), mate waarin het gebruik van de iPad echt al in alle vakken in jaar 1 en 2 geïntegreerd is, hoe de scholing van die docenten die het aan-knopje in het begin nog niet zouden weten te vinden verder gaat naar bijvoorbeeld het leren na te denken over didactisch gebruik van ict, of het ook daadwerkelijk aanpassen van hun lesstructuur/werkvormen etc.
Andere opmerkingen in het filmpje klinken daarnaast wat vreemd, bv over dat als de wifi uitvalt dat geen probleem zou zijn omdat ze de boeken op papier nog hebben. Als het goed is, dan is dat ook maar beperkt waar, omdat die twee in gebruik nauw met elkaar verweven zouden zijn (zegt de rest van het filmpje).

En waar ze in het filmpje heel stoer zeggen dat het niet persé een iPad hoeft te zijn, geeft de website wel nog aan dat de ouders alleen een iPad kunnen/moeten aanschaffen. Ik kon daarbij niet zo snel zien welke programma’s of apps ze dan gebruiken die alleen voor iOS beschikbaar zijn. En als ouder zou ik over zo’n disclaimer als “De ontwikkelingen gaan snel. Door verbeteringen in de software, die vaak ook een negatief effect hebben op een ouder type iPad, adviseren wij u goed na te denken over het aan te schaffen type. Zeker met het oog op de duur van de schoolloopbaan van uw zoon of dochter.” die voor mij leest als “koop je een te licht model, dan heb je pech en moet je er straks een nieuwe aanschaffen” ook niet zo heel blij worden.

Kortom, hoe langer ik over het filmpje en het voorbeeld nadenk, hoe meer vragen ik heb. Voor kort door de bocht conclusies is het echt nog te vroeg. Dát zou ik pas hopeloos en dom vinden.

Deel dit bericht:
Mrt 142016
 

Een van de berichten die ik op “Over onderwijs en ict” tegen kwam gaat over “Knikkercoding“, een project van Stef Verberk. Het idee hierbij is dat kinderen eenvoudiger zouden leren programmeren met behulp van zijn modulaire knikkerbaan.

Terwijl ik het zo beschrijf realiseer ik me dat de term “knikkerbaan” zijn werk mogelijk tekort doet, en dat bedoel ik dan zeker niet zo. Integendeel. Ik vind het een heel intrigerend concept. Zeker na het lezen van het stukje waarin hij het achterliggend onderzoek beschrijft (zie ook hier onder het kopje “onderzoek”). Het wekt de indruk van een heel gestructureerde aanpak, maar daarvoor zou ik natuurlijk ook het achterliggende onderzoeksrapport moeten lezen. Dan weet ik pas of ik er ook als onderzoeker blij van wordt. Want over de redenatie achter de stappen van “algoritmes van programmeren” naar “een soort Rube Goldbergmachine” wil ik wel wat meer lezen.
En ook hier ben ik niet tevreden met alleen een constatering dat de leerlingen het “leuk” vonden om te doen. Stef heeft het over de aansluiting tussen Knikkercoding en programmeren in Scratch. Dan zou ik ook onderzocht willen zien of leerlingen na het werken met de knikkerbaan sneller de concepten van Scratch begrijpen dan de kinderen die een andere introductie in programmeren krijgen. Bijvoorbeeld via CodeWise of Scratch Jr?

Volgende stap is wat mij betreft in ieder geval het sturen van een mail naar Stef om te kijken of er meer te lezen is over zijn onderzoek én of hij er sinds vorig jaar nog mee doorgegaan is. Wordt (hoop ik) vervolgd.

 

Deel dit bericht: