jan 232018
 

Op 6 februari a.s. start de eerste editie van de Avans Plus Postbachelor opleiding e-Learning. Een eerste editie van een heel bekende post-hbo opleiding. Want hiervoor bestond hij bijna 16 jaar bij Fontys als de post-hbo e-learning.  Fontys besloot er, vanwege de wetgeving rond inhuur van gastdocenten mee te stoppen. De opleiding heeft bij Avans een nieuw thuis gevonden. Zie voor het hele verhaal ook dit bericht van Marcel de Leeuwe.

De nieuwste editie gaat  over precies 2 weken van start. Wil je nog meedoen, dan kan dat, inschrijven kan via de website.

Disclosure: ik ben niet bij de opleiding betrokken, in het verleden ben ik echter wel een aantal keer als gastdocent voor verschillende onderwerpen voor de opleiding actief geweest.

Deel dit bericht:
 Reacties uitgeschakeld voor 6 februari 2018 – Start van Avans Plus Postbachelor opleiding e-Learning  Tags: , , ,
okt 152017
 

Op 25 oktober 2017 start bij EdX een gratis MOOC over het gebruik van Blockchain voor bedrijven. Het is een introductie-MOOC met een looptijd van 8 weken. Hij maakt gebruik van Hyperledger Sawtooth en Hyperledger Fabric als platform. Ik heb geen ervaring met het platform, maar aan de opbouw van de MOOC te zien zou het laagdrempelig genoeg moeten zijn om zelf mee aan de slag te kunnen.

Bovenstaand filmpje maakt in ieder geval goed duidelijk wat ze voor ogen hebben (op een niet technisch niveau). Deelname aan de MOOC is gratis, wil je een certificaat dan kost hij $99,-

Deel dit bericht:
okt 012017
 

Pedro De Bruyckere deelt bovenstaand filmpje van Google Expeditions AR. Hij geeft daarbij aan dat de video hem een beetje op zijn honger laat zitten. Nou kende ik die uitdrukking niet, ik moest hem even opzoeken: “niet voldaan zijn”.  En ja, ik kan me bij dat gevoel wel wat voorstellen. Enerzijds is het meer “open” dan de VR versie van de Expeditions. De kinderen kunnen elkaar zien, met elkaar interacteren. Maar ik blijf het maf vinden, die kinderen met zo’n selfiestick die door de klas heen rennen om dingen te bekijken die er niet zijn. Ik kan alleen mijn vinger er niet helemaal achter krijgen waarom ik er sceptisch over ben. Ja, ze worden er enthousiast van, zoveel is duidelijk. Gaan ze er beter door leren is een vraag waarbij je eerst moet vaststellen wat dan “beter leren” is (nee, het is wat mij betreft “meer feitjes onthouden voor het proefwerk”. Dat ze het, zeker in het begin, “leuk” vinden geloof ik eveneens wel. Nee, ik heb nog geen direct antwoord op de vraag of dit een gimmick is of een waardevolle aanvulling op het onderwijs.

Deel dit bericht:
sep 212017
 

EVALUATION FRAMEWORK FOR LABij learning analytics gaat het om het meten, verzamelen, analyseren en rapporteren van en over data van leerlingen en hun context, met als doel het begrijpen en optimaliseren van het leren en de omgeving waarin dit plaatsvindt. De terugkoppeling van deze analyses kan leiden tot effectiever handelen door de leraar, leerling of bijvoorbeeld de ontwikkelaar van lesmateriaal (Woning, 2012).

Het is nog een vakgebied dat sterk in ontwikkeling is. De discussie over wat je moet meten, hoe je moet meten, welke conclusies je wel of niet mag trekken op basis van data (“een student is geen getal”), je kunt er eindeloze discussies over voeren.

De vraag naar een evaluatieraamwerk voor learning analytics tools was er niet meteen eentje die ik daarbij als veelgestelde vraag voorbij heb zien komen. Toch is Maren Scheffel er al een tijdje mee bezig want morgen promoveert ze bij de Open Universiteit op dit onderwerp.

Het raamwerk, gericht op studenten en docenten staat online bij LACE. De resulterende “vragenlijst/scorekaart” ziet er eenvoudig en bruikbaar uit. Het is een compacte lijst vragen en geeft je alleen een score op deelgebieden. Het verteld je (uiteraard) nog niet hoe je dan een tool zou moeten aanpassen om een betere score te krijgen.

Ik heb het proefschrift zelf ook nog niet gelezen, ik kan dus ook nog geen inschatting maken over hoe betrouwbaar de score is die de scorekaart oplevert, hoe direct de relatie tussen ingevulde scores en daadwerkelijk gedrag is etc. Wordt nog vervolgd.

Deel dit bericht:
jul 022017
 

Het was voor mij hét voorbeeld van een (andere) doorgeschoten discussie binnen onderwijsland. De felle discussie die ik tussen twee docenten mee mocht maken over Kahoot! versus Socrative. De docent die voorstander van Kahoot! was baseerde dat namelijk voornamelijk op het gegeven dat bij Socrative de vraag op het mobiele device van de studenten te zien was en bij Kahoot! niet. Het voordeel daarvan was dat de leerlingen niet omlaag naar hun scherm zaten te kijken, maar naar de docent en het bord. Dat was goed om hun aandacht te richten.

Het blijkt dat het echter ook (vaker / net zo vaak? ik heb er geen cijfers over gezien) voor te komen dat leerlingen / studenten moeite hadden tussen die disconnect van wat ze op het bord zagen en wat ze op hun device aan moesten klikken. Je  merkt, ook hier zou ik niet té stellig de ene of de andere kant op willen argumenteren.

Maar het heeft er in ieder geval voor gezorgd dat Kahoot! een wijziging in hun mobiel app gaat introduceren. De antwoorden worden straks namelijk ook op de mobiele applicatie getoond! Net als bij Socrative dus.
Of het een optie wordt die je aan en uit kunt zetten weet ik niet. Ik mag hopen voor Kahoot! van wel. Tenminste als die docent die ik zo vurig hoorde argumenten niet de enige in haar soort was. 🙂

Een andere feature die docenten vast op prijs zullen stellen is de mogelijkheid om “Challenges” aan te maken waarbij leerlingen ook zonder de docent de quizzes kunnen maken.

Je kunt je aanmelden voor de bètaversie als je wilt testen en wilt reageren op de nieuwe functionaliteiten.

Deel dit bericht:
jul 012017
 

Als ik op Google zoek op “van gelijk hebben naar gelijk krijgen” kom ik ook berichten tegen met titels als “Wil je gelukkig zijn of gelijk krijgen?” die niet helemaal hetzelfde bedoelen als wat ik wilde zeggen. De aanleiding is dit bericht getiteld “Why mythbusting fails: A guide to influencing education with science“. Het bericht trekt een analogie tussen de discussie over klimaatverandering en de discussie over leerstijlen. Je weet wel, dat ding waar “alle” docenten van volhouden dat ze wel bestaan en “alle” onderzoekers roepen dat ze niet bestaan. En het lukt onderzoekers maar niet om die koppige docenten te overtuigen. Er zijn boeken over geschreven en open brieven ondertekend door heel veel knappe koppen over in de krant gezet.

Begrijp me niet verkeerd: ik heb de onderzoeken gelezen, ken de boeken die precies het tegendeel beweren (dat je wél rekening moet houden met “leerstijlen”) en net als bij de discussie over klimaatverandering zit ik aan de kant van de wetenschap. En ondanks dat, en ondanks het feit dat ik geen docent (meer) ben, heb ik moeite met de manier waarop de boodschap over leerstijlen vaak gebracht wordt.  Het artikel op Deans for Impact betoogt dat de huidige manier van “uitleggen” van de boodschap door onderzoekers juist meer leidt tot polarisering en hakken in het zand gedrag dan dat het helpt.

Er worden in het artikel een aantal zaken gesteld:
1) wat is het nou precies waar leraren in geloven en waarom?
Als een leraar gelooft dat er verschillen zitten in de manier waarop kinderen leren is de kans aanwezig dat ze dat een leerstijl noemen. Of ze dan automatisch bedoelen dat een leerling 1 leerstijl heeft die altijd constant is én dat ze daar altijd op in moeten spelen, is dan een heel andere vraag. Zinvol om helder te krijgen.

2) welke wetenschappelijke uitgangspunten moet een leraar dan wél begrijpen?
Dit gaat uit van het principe: roep niet alleen hard wat niet juist is, laat ze ervaren wat wél werkt. Want je laat het ene idee niet los als je er geen beter idee/aanpak voor in de plaats hebt.

3) Zorg voor mogelijkheden om te oefenen!
Denk na over manieren waarop leraren de mogelijkheid en ruimte krijgen om zelf oefenen met manieren waarop ze in de klas / op school effectief om kunnen gaan met de verschillen tussen leerlingen.

Drie verstandige uitgangspunten wat mij betreft.

(getipt door Willem van Valkenburg)

Deel dit bericht:
jun 182017
 

Toen ik de vraag kreeg wat ik van de Sanbot en haar bruikbaarheid voor het onderwijs vond was mijn eerste reactie dat ik daar nog helemaal niets van vond. Want ik kende de robot helemaal nog niet.

Nu, na het wat verder duiken in de schaarse beschikbare informatie, weet ik het eigenlijk nog steeds niet zo.

Wat ik weet:

  • Het is een robot van het bedrijf Qihan Technology Co. Ltd uit China;
  • Ze is redelijk betaalbaar, zo’n $6.000,- al weet ik niet wat de cloud-connectivity die mogelijk is zou moeten kosten;
  • Er bestaat een integratiemogelijkheid met Watson van IBM, dat zou interessante gebruikscenario’s moeten kunnen opleveren waarbij je niet afhankelijk  bent van de verwerkingskracht van het apparaat zelf;
  • De Sanbot sprak eerste Chinees en heeft daarna Engels geleerd, dat lijkt soms nog wat moeite te kosten, ook op andere plekken, want bij de ontwikkelaarspagina’s lijken de pagina’s nog niet helemaal vertaald;
  • Het kan aan mij liggen, maar het uiterlijk van de robot doet me een beetje aan Mrs. Doubtfire denken.

Lees verder….

Deel dit bericht:
jun 102017
 

Via de site van het NRO kwam ik bij het peilingsonderzoek Natuur en Techniek. Ik citeer even wat het NRO er zelf over schrijft:

De Inspectie van het Onderwijs publiceerde op 31 mei 2017 als onderdeel van Peil.Onderwijs het peilingsonderzoek Natuur en Techniek. Peil.Natuur en Techniek geeft inzicht in het aanbod van basisscholen, de prestaties van leerlingen in groep 8 en de trends ten opzichte van de vorige peilingen in 2008 en 2010. Het biedt tal van aanknopingspunten voor een brede dialoog over de inhoud, kwaliteit en het niveau van het onderwijs in Natuur en techniek.

Het gaat dus over Natuur en Techniek in het basisonderwijs, niet in het voortgezet onderwijs.

Ik heb nog niet alles doorgelezen, je kunt wellicht het beste beginnen met het filmpje:

Dan is er de samenvatting met een aantal toch wel opvallende conclusies, die wellicht ook voor onderwerpen als ict-geletterdheid, programmeren of computational thinking gelden.
Zoals bijvoorbeeld:

  • De kennis van leerlingen op het gebied van biologie en natuurkunde en techniek is ten opzichte van 2010 gelijk gebleven.
  • Er zijn grote verschillen in kennis, onderzoeks- en ontwerpvaardigheden tussen hoogvaardige en laagvaardig leerlingen. De verschillen in prestaties lijken vooral samen te hangen met (algemene) leerlingkenmerken en niet of nauwelijks van de aanpak van de school zoals in dit onderzoek gemeten.
  • Niet heel verrassend: Over het algemeen is de attitude van jongens ten aanzien van Natuur en Techniek positiever dan die van meisjes. Jongens hebben hier meer plezier in, willen er in de toekomst vaker iets mee gaan doen en vinden Natuur en Techniek gemakkelijker dan meisjes. Het algemeen belang van Natuur en Techniek vinden jongens en meisjes even groot.
  • Jongens presteren significant beter dan meisjes op de kennistoets; meer in het bijzonder op de opgaven voor Natuurkunde en techniek en (Natuurkundige) Aardrijkskunde.
  • Leerlingen op voorhoedescholen scoren vrijwel hetzelfde op de kennistoets als leerlingen op representatieve scholen en iets lager op de praktische opdrachten. Ook hun houding tegenover Natuur en Techniek is nagenoeg gelijk.

Je kunt ook de samenvatting van het gesprek met de focusgroep online lezen. Ook daar wel wat kritische noten die breder relevant zijn, zoals:

  • ‘De kerndoelen zijn te ingewikkeld geformuleerd en zijn lastig te operationaliseren. De vragen in de toets zijn heel specifiek. Zo staat de term ‘luchtdruk’ niet in de kerndoelen maar daar wordt wel naar gevraagd. Ook is de formulering van sommige vragen niet zo duidelijk. Mede daardoor kan het zijn dat er geen effecten van het aanbod worden gevonden op de resultaten.’

Herkenbaar als het bv gaat om het ontwikkelen van meetinstrumenten voor computational thinking!
Datzelfde geldt voor:

  • Ook voor scholen is het een uitdaging om invulling te geven aan de kerndoelen, wordt in de focusgroep gesteld. ‘Het is vaak niet duidelijk met welk doel de scholen ‘iets’ doen aan Natuur en Techniek. En dan moet je de vraag stellen:  ‘Kun je wel resultaten bij leerlingen verwachten als je met het domein bezig bent maar niet heel doelgericht?’

En een verstandig advies:

  • ‘Neem als vervolg op het peilingsonderzoek een aantal goed presterende scholen onder de loep. Observeer daar het onderwijsleerproces en interview de schoolleiding en leerkrachten. Breng in beeld wat de leerkracht daadwerkelijk doet in de klas, zodat van daaruit handvatten kunnen worden geformuleerd voor andere scholen.’

Ik ben nog aan het lezen in de rapportage en het technisch rapport, die zijn voor mij sowieso de moeite van het lezen waard omdat ook hier geldt dat de wijze van vergelijken, groeperen (bijvoorbeeld in hoogvaardige en laagvaardige leeringen) relevant is voor het onderzoek dat we zelf doen.

Interessant materiaal dus, ook als je niet direct in het basisonderwijs bij N&T betrokken bent!

Deel dit bericht:
apr 102017
 

Als het in het onderwijs in Nederland over “programmeren” gaat worden eenvoudige vragen al heel snel ingewikkeld. Dus een vraag als “Welke programmeertalen zouden onze leerlingen/studenten moeten kennen?” (bron) is niet helemaal zonder risico. Immers, je moet dan gaan nadenken over het doel dat je daarmee hebt. Wil je ze leren programmeren? Of juist coderen? Of software ontwikkelen? Ik ga niet eens proberen naar bronnen te linken die ze op één hoop of op juist heel verschillende hopen (en dan per bron ook verschillend) gooien.

Dus laat ik het maar even veilig houden in deze blogpost. Zo’n 9 jaar geleden vroeg ik me af welke programmeertalen ik allemaal zou moeten leren. Zoals ik toen beschreef:   Basic was mijn eerste kennismaking met programmeren, maar daar kon je (toen) zo weinig mee dat ik er niet veel interesse voor had. Op de universiteit leerde ik Turbo Pascal om daar vervolgens nooit meer wat mee te doen. Daarna kwam ik in de Windows omgeving en Visual Basic (binnen Office!) en Active Server Pages (ASP) terecht. Mijn eerste kennismaking met JavaScript was in de browser, ASP werd vervangen door PHP toen ik weblogtools ging gebruiken op basis van die taal. En daarna werd het een opeenvolging van “wat heb ik nodig”. Zo kwam er een beetje Python bij, een heel klein beetje .NET en eveneens een klein beetje Java. Dat was toen. Sindsdien zijn er dingen gewijzigd en gelijk gebleven.

Lees verder….

Deel dit bericht:
mrt 292017
 

De MOOC is inmiddels al bij week 4, maar ik wil je er toch (nog een keer) op wijzen. Het gaat over de Intro to Immersive Journalism: Virtual Reality & 360 video.

Waarom doe ik dat pas bij week 4? Omdat ik eerder zelf ook nog geen tijd gehad heb om deel te nemen aan de MOOC (waar ik me wel voor ingeschreven had). Tja, komt voor. Dus ik heb nog niet alle discussievragen, forumberichten en opdrachten bekeken. Ga ik waarschijnlijk ook niet doen.

Wat ik wél gedaan heb en ook als week 5 beschikbaar komt nog ga doen, is het bekijken van de bronnen die aangeboden worden.

Soms zijn het zelf gemaakte video’s en materialen, zoals de video bij Module 3 over apparatuur om 360 graden video te maken. Helder, voor mij niet persé nieuws, maar een duidelijk overzicht van waar je nu aan moet/kunt denken als je, als journalist, met 360-graden video aan de slag wilt. En als je in het onderwijs actief bent, dan gelden die afwegingen net zo.

Nou staat die video als verborgen/gelinkte video op YouTube, maar ik link er nu toch maar even niet rechtstreeks naar. Het is veel leuker als je je even zelf registreert voor de MOOC, dan kun je hem daarna hier vinden. Absoluut de moeite waard als je je met Virtual Reality, Augmented Reality of 360 graden video bezig houdt (in het onderwijs, in de journalistiek, in ….).

Een grappig en leerzaam kort filmpje dat ik nog niet kende en wel gewoon online beschikbaar is, is deze van YouTube. How NOT to shoot in 360 (degrees video).

 

Deel dit bericht: