jun 082015
 

chromebookHij is (nog) niet in Nederland te koop, maar in de VS kunnen ze hem al via Amazon bestellen, de ASUS Chromebook C201PA-DS01 11.6-inch. Het is met zijn $169,99 niet de allergoedkoopste Chromebook, maar wel als het gaat om de bekendere merken.

En natuurlijk is ASUS ook een merk met een bepaalde faam als het gaat om goedkope apparaten. Immers, van hen kwamen ook de EeePCs die nog niet eens zo heel erg lang geleden (ok, jaar of 7 alweer) toch wel een duidelijke doorbraak qua prijs en afmetingen van laptops betekenden.
Natuurlijk, een Chromebook is geen Macbook. Hij draait ook geen Windows 8.1 of Windows 10 (zoals de HP Stream 11 van zo’n $30,- meer). Het is ook geen tablet. Deze heeft geen touchscreen (modellen met touchscreen van andere leveranciers zijn ruim $200 duurder). Maar dan wel weer een vast toetsenbord.

Wat krijg je voor die 170 dollar?
Een laptop van 980 gram, met een 11,6 inch monitor, die snel opstart en die een accuduur heeft van 13 uur. Ingebouwde opslag is beperkt tot 16GB, ik weet niet hoeveel daarvan vrij is maar via de USB-poorten of de micro-SD kaarthouder kun je e.e.a. uitbreiden.

In tegenstelling tot bij Windows heb je echter ook niet grote hoeveelheden opslag nodig voor bijvoorbeeld Office, want die kun je niet installeren. Je keuze is beperkt tot apps die geschikt zijn voor Chrome OS. Dat betekent dat je een aantal dingen niet kunt doen. Geen Silverlight, geen Java, dus ook geen Minecraft. Er zijn tools om video te bewerken, uiteraard is er Google Office (Online en Offline) of Microsoft Office Online, Scratch als programmeeromgeving werkt en ook voor Arduino is er inmiddels ondersteuning. Betekent dus ook dat een Chromebook een mooi platform zou kunnen zijn voor in je lab als je leerlingen met Arduino’s aan de slag wilt laten gaan. Geen voeding nodig, je zit niet vast aan desktopsystemen. Heb je materialen in een online omgeving staan, ook dan zul je met de Chromebook geen enkel probleem hebben.

Chromebook versus Tablet versus Windows laptop
Voor een onderwijssituatie zou ik vooral benieuwd zijn naar een aantal vergelijkingen tussen een Chromebook, tablets en windows laptops. Zoals:

  • Toetsenbord versus Touchscreen. Welk van de twee heeft in de onderwijspraktijk uiteindelijk de voorkeur? (of moeten we eigenlijk allebei? of een convertible?)
  • Hou verhoudt het beheer van de verschillende devices zich? Met andere woorden: is de een eenvoudiger te beheren/onderhouden dan de ander? Hoe ligt het met de totale cost of ownership?
  • Stand van zaken onderwijskundige toepassingen. En dan bedoel ik niet alleen “wie heeft de meeste apps”, maar meer “welk apparaat is binnen de verschillende onderwijskundige scenario’s het beste in te zetten?”.

Het lijkt er nu op alsof een Chromebook een ideaal mix van Windows laptop en tablet vormt. Mijn vraag is echter ook of het, net als de EeePC, niet een tijdelijk verschijnsel is dat weliswaar de totale markt voorgoed zal veranderen, maar zelf  slechts van korte duur blijkt. Met andere woorden: kunnen /zullen we over 5 jaar nog steeds een Chromebook kopen?

Zie ook:

Deel dit bericht:
jun 042015
 

innovatiewijzerIn het kader van ook bij de “buren” kijken: Kennisnet stelt een handige “Innovatieversneller” beschikbaar (voorheen “innovatiewijzer” genoemd).

De Innovatieversneller is een toolkit (set van documenten/werkbladen) met technieken die je kunnen helpen tijdens innovatietrajecten (binnen het onderwijs). Dat binnen het onderwijs heb ik even tussen haakjes gezet, want eigenlijk is de toolkit niet beperkt tot het onderwijs, en al helemaal niet beperkt tot alleen po, vo en mbo, de primaire doelgroep van Kennisnet.

De toolkit richt zich op drie deelgebieden:

  1. Behoefte bepalen
  2. Oplossingen verkennen en uitproberen
  3. Een vernieuwing uitbreiden

De toolkit pretendeert niet “compleet” te zijn. Je wordt dan ook uitgenodigd om, waar handig, eigen technieken toe te voegen. Zo was ik gisteren bij een “Open Space” sessie die door SURF georganiseerd werd rond de gewenste dienstverlening op het gebied van Open en Online Onderwijs. Dat is een techniek die niet in het schema voor komt. Een andere is “Customer Journey“, een techniek waar we intern nu ook naar kijken als het gaat om bijvoorbeeld inrichting van gebouwen.

Eigenlijk zou dat nog een wens voor versie 2.0 van de toolkit kunnen zijn: een mogelijkheid om eenvoudig aanvullende “ruitjes” toe te voegen in zo’n zelfde format als de toolkit zelf zodat je als organisatie één mooie overzichtelijke toolkit houdt.

Deel dit bericht:
jun 012015
 

2015-05-31 15.38.34Het is een spel dat al een paar jaar bestaat, maar waarschijnlijk was het dit weekend tijdelijk gratis en kwam ik het daarom toevallig tegen voor op mijn iPad mini: SimpleRockets (er zijn ook versies voor PC en Android).

Het concept is inderdaad simpel: bouw een raket en vervul de opdrachten. Die beginnen eenvoudig met het ‘gewoon’ los komen van de aarde, daarna wordt het wat ingewikkelder en moet je een stationaire baan om de aarde heen tot stand brengen, dan een keer datzelfde maar met een begrensde hoeveelheid brandstof. Je moet richting de maan en daar een baan omheen krijgen etc.

Heel aardig daarbij is dat er heel wat principes en termen (zoals apofocus en perifocus) voorbij komen die een aardig inzicht geven in bij wat er daadwerkelijk komt kijken bij het de lucht / ruimte inbrengen van een raket. Tenminste dat denk ik. Want zeker weten doe ik het niet. Ik moest meteen aan de blogpost bij het iXperium (en kijk zeker ook even naar het bijbehorend artikel van Hirsh-Pasek et. al) die ik gelezen had na het downloaden van het trendrapport waar ik gisteren over schreef. Is dit een educatieve game?

2015-05-31 13.21.11 2015-05-31 13.31.53  2015-05-31 15.18.24 2015-05-31 15.38.18
Lees verder….

Deel dit bericht:
mei 312015
 

Hoewel Scratch zeker niet ingewikkeld is, richt het zich op leerlingen/kinderen van 8 jaar en ouder. Voor de jongsten is er ook al een tijdje ScratchJr. Ik kende het nog niet, daarom even een korte verwijzing er naar.
ScratchJr werkt heel toepasselijk op de iPad en op Android, dus ook bruikbaar in onderwijssituaties waar de leerlingen hiermee werken.
Lees verder….

Deel dit bericht:
mei 302015
 

iXperium_trendrapport De Trendgroep iXperium heeft gisteren het Trendrapport 2015 gepubliceerd. Je kunt het rapport hier downloaden. Het rapport is eigenlijk als het ware een uitgebreid inhoudelijk investeringsvoorstel voor het iXperium, maar vanwege die uitgebreide onderbouwing ook voor anderen interessant.

Net als in  het rapport van 2014 (PDF) is er een driedeling in het rapport gemaakt: “hier en nu”, “zone van naaste ontwikkeling”, “stip aan de horizon”.
Een gemis bij de meeste trendrapporten vind ik wel dat er niet of nauwelijks terug gekeken wordt naar de eigen verwachtingen van het jaar ervoor. En dat gebeurt ook hier bijna niet. Daarom heb ik die vergelijking zelf maar gemaakt. Het gecombineerde overzicht van de ontwikkelingen in de edities 2014/2015 ziet er dan als volgt uit.
Lees verder….

Deel dit bericht:
mei 282015
 

curriculaire_spinnenwebMet dank aan de RSS-feed van de Scoop.it verzameling van Robert Schuwer kwam ik twee berichten tegen die heel verschillend waren, maar ook weer niet en die gezien het bericht van gisteren over de scholen om van te leren extra interessant werden.

Het eerste bericht is getiteld “The means are the ends”*: The alignment between OER and FOSS en is kort samen te vatten als “denk toch ook aan ons”. Het is de verzuchting vanuit een voorvechter van open source software (FOSS) over het gebrek aan besef bij voorvechters van open educational resources (OER) als het gaat om het onlosmakelijk verbonden zijn van FOSS en OER. Het deed me een beetje denken aan de verzuchtingen bij OER voorvechters als het gaat om MOOC en open onderwijs (“een MOOC is niet echt open als er geen OER gebruikt wordt” of “waarom zoveel aandacht voor MOOC als er juist veel aandacht voor OER zou moeten zijn?!”).
Maar als ik eerlijk ben, doet me ook wel denken aan mijn eigen verzuchtingen als het ging om leertechnologieafspraken zoals QTI die wat mij betreft voor toetsontwikkelaars essentieel zouden moeten zijn (immers, hoe wissel je anders die gezamenlijk ontwikkelde toetsmaterialen uit?), maar dat niet waren.

Het tweede artikel met de hele lange titel “Designing for Educational Technology to Enhance the Experience of Learners in Distance Education: How Open Educational Resources, Learning Design and Moocs Are Influencing Learning” komt van de Britse Open Universiteit. Daarin wordt eerst uitgelegd wat Technology Enhanced Learning is, dat de OU in het Verenigd Koninkrijk al 40 jaar ervaring hier mee heeft en dat Learning Design, Learning Analytics en Open Educational Resources wat hen betreft de drie grote factoren zijn die de meeste kansen bieden.

Dat alles staat in schril contrast met het curriculaire spinnenweb van Van den Akker zoals dat in “Scholen om van te leren” opgenomen is (zie ook de afbeelding hierboven). Natuurlijk, in de onderdelen “leeromgeving” en “bronnen en materialen” komen learning design, open educational resources en wellicht ook open source mogelijk/waarschijnlijk wel aan bod. Maar het zijn onderdelen van een veel groter geheel. Dat zullen we ons als onderwijstechnologen moeten blijven beseffen.

En je ziet hier ook een mismatch. Enerzijds omdat er wordt gesteld “...het is een zoektocht. Vooral waar de leraren hopen te kunnen rekenen op digitale leermiddelen, is het nog lang niet perfect“. Maar erger nog is deze “De geïnterviewden weten dat ze zich in een smalle voorhoede bevinden. Een groep die nog niet zo groot is dat de markt erg enthousiast op hun vraag reageert“. Het rapport gaat daarna verder met een beschrijving van waar een mismatch zit. En dat zijn dan knelpunten die onderwijstechnologen ook niet voor ze kunnen oplossen. Die moeten door de aanbieders en ontwerpers van de materialen opgelost worden.

Conclusie
Het is voor “ons onderwijstechnologen” en andere voorvechters van open onderwijs, learning analytics, open educational resources, leertechnologieafspraken, learning design en open source soms onbegrijpelijk, maar de onderwerpen die wij heel belangrijk vinden zijn dat lang niet altijd voor docenten, leerkrachten en vaak ook teamleiders of opleidingsleiders.

Zaak blijft om die docenten die én met innovatie binnen het onderwijs bezig zijn én bereid zijn te experimenteren met ICT op te blijven zoeken en samen met hen te werken aan het verbeteren van de directe bruikbaarheid van de verschillende componenten. Dat kan namelijk niet zonder hen, we hebben hen nodig voor de experimenten en het onderzoek dat nodig is om helder te krijgen hoe de verschillende producten, werkwijzen, ondersteuning etc. vorm moeten krijgen. De verwachting is dat zij open zullen staan voor aangeboden hulp en als wij die hulp beter kunnen bieden dan “de markt”, dan ligt daar ook de winst voor wat betreft aandacht.

Deel dit bericht:
mei 202015
 

Belastingdienst

De Belastingdienst ondergaat de komende jaren een forse reorganisatie. Dit betekent dat circa 5000 functies zullen verdwijnen. Daarentegen wil de dienst 1500 nieuwe data-analisten aannemen die computersystemen aan elkaar moeten knopen.
Woordvoerder Robin Middel laat aan Tweakers weten dat de banen verdwijnen door de opkomst van ict binnen de Belastingdienst. Volgens hem ontwikkelden data-analisten bij wijze van proef een algoritme dat sneller betalingsachterstand signaleerde. “Dit zorgde voor hogere opbrengsten in kortere tijd.”
Het experiment bleek zo succesvol dat de Belastingdienst heeft besloten om de hele dienst verder te automatiseren. “Dit betekent dat er 5000 functies overbodig zijn er voor de betreffende medewerkers elders werk binnen de overheid moet worden gevonden. We hopen dit binnen vijf jaar te voltooien en de eerste slag binnenkort te slaan”, aldus Middel. (bron)

Oei. Dat tikt toch wel aan. Het zijn dan wel geen “robots” zoals veel mensen zich dat voorstellen, maar wel een heel zichtbare rekensom: 5.000 mensen overbodig door verdergaande automatisering terwijl er maar 1.500 (andere) mensen nodig zijn om het automatiseringsdeel te regelen. Wordt nog een hele klus dan om die mensen aan een nieuwe baan te helpen.

Na deze aankondiging, is dit bericht:

De Rekenkamer heeft grote veroudering en achterstallig onderhoud van de it-systemen van de Belastingdienst geconstateerd. Bovendien zijn de systemen onderling sterk afhankelijk. De Rekenkamer vreest ‘ernstige verstoring van de massale processen’.

toch ook wel wat zorgelijk.

Deel dit bericht:
mei 192015
 

NRO

Onderzoekers onder leiding van prof. dr. Marco Kalz, hoogleraar Open Education aan de Open Universiteit, zullen vijf jaar lang onderzoek doen naar open en online hoger onderwijs. Het project moet leiden tot wetenschappelijk onderbouwde, praktische adviezen voor de onderwijspraktijk over het aanbieden van dit type onderwijs en over de strategische impact voor de organisatie. Het NRO en het ministerie van OCW stelden hiervoor in totaal € 1.350.000 beschikbaar.

Nadat eerder al bekend werd welke 8 projecten tijdens de eerste tranche van de stimuleringsregeling rond Open en Online Onderwijs van start mogen gaan, is nu ook bekend welk consortium de komende vijf jaar flankerend onderzoek gaat doen. De Open Universiteit en de Universiteit Utrecht zullen dit onder de titel SOONER (‘De Structuratie van Open Online Onderwijs in Nederland’) gaan uitvoeren.
Voor de hele aankondiging van de NRO, zie dit bericht.

Betekent dat we de OU en de Universiteit Utrecht de komende jaren nog vaker als spreker kunnen verwachten op conferenties zoals volgende week in Wageningen!

Deel dit bericht:
mei 182015
 


Bij European Schoolnet loopt op dit moment een MOOC over Creative use of Tablets in Schools. OK, eerlijk is eerlijk, zelf noemen ze het helemaal geen MOOC, maar gewoon een “online course” en het is ook zeker niet het enig eindproduct van dit Europese project. Ze hebben ook ‘gewoon’ een eindconferentie gehad, leveren rapportages op, verzorgen een webinar-serie, etc.

Maar goed, neem het even als idee: een MOOC na afronding van een project waarin de resultaten van het project, de lessons learned ‘gepresenteerd’ worden. Natuurlijk, was ik een connectivist, dan zou ik roepen “nee, niet pas aan het einde, meteen al aan het begin, maar het een gezamenlijk leertraject”. En inderdaad, alleen ‘presenteren’ is dan wel wat mager. Immers, je bent al tijdens het project met het materiaal bezig geweest, je zou daar als projectleden natuurlijk over in discussie moeten kunnen gaan. De juiste vragen kunnen formuleren voor anderen om dat wat je gevonden hebt te toetsen aan hun ideeën, uit te breiden met hun voorbeelden.

Als je het als een MOOC (of online course) doet, dan bereik je waarschijnlijk een groter, diverser, ander publiek dan wanneer je het in de vorm van een enkele conferentie op één locatie doet. Immers, lang niet iedereen die je er bij zou willen hebben heeft ook tijd en budget om er dan te zijn.
Ik denk dat je er dan wel al tijdens het project rekening mee moet houden. Een MOOC ontwikkelen is immers toch niet iets meer dan het bij elkaar gooien van wat content. Net als bij ‘gewoon’ onderwijs heb je bepaalde doelen voor de deelnemers, kies je daar geschikte werkvormen bij etc.

Toch zou het wel mooi zijn als we in de volgende tranche projecten voor Open en Online Onderwijs van SURF/OCW er ook eentje bij hebben zitten die zoiets doet: een MOOC ontwikkelen over het ontwikkelen van Open en Online Onderwijs…zoiets als die summerschool van EMMA, maar dan als MOOC.

Deel dit bericht: