jan 082015
 

Google CalendarIk kreeg deze week een aantal vragen binnen waar ik deels wel antwoord op kan geven, maar waarbij ik ook heel graag gebruik wil maken van jullie input. De vragen waren eigenlijk heel simpel. Een aantal collega’s wil in het kader van hun professionalisering ook een aantal nationale/internationale conferenties bezoeken.
Onderwerpen: e-learning / open onderwijs.
Voorkennis: redelijke kennis van beide gebieden.

En dan zijn er uiteraard ook conferenties waar ik nog niet geweest ben, maar van gehoord heb:

En op deze site zijn er nog een aantal meer te vinden: http://www.openeducationeuropa.eu/nl/share/events

Kortom, meer dan genoeg keuze op basis hiervan al.
Maar de vraag is toch nog: zijn er conferenties die volgens jou niet zouden mogen ontbreken? En van de conferenties die er op staan: wat zijn jouw ervaringen?

jan 022015
 

SAMSUNG_UE40HU6900Het was een paar jaar geleden een hele hype bij SURFnet en bij een aantal onderwijsinstellingen: 4K video.

Je kon er toen als ‘gewone’ gebruiker helemaal niets mee. De benodigde camera’s en schermen waren schrikbarend duur. De bestandsomvang van 4K video (of Ultra HD zo je wilt) was hoog en de benodigde bandbreedte bij streaming niet haalbaar. Zeker niet thuis.

Maar inmiddels is het 2015. Voor minder dan 600 euro koop je een 4K TV. Een Gopro Hero 4 Black waarmee je 4K video met 30 frames per seconde kunt maken kost op dit moment 475 euro. Een geheugenkaartje voor die Gopro met 32GB kost minder dan 20GB per kaartje. Netflix is begonnen met het streamen van 4K, YouTube eveneens. En met een stevige UPC netwerkverbinding gaat dat prima.

Datzelfde UPC overigens dat al een dertigtal zenders in HD levert (en dan tel ik HBO en Fox niet eens mee), terwijl die een paar jaar geleden nog veel hoon ontvingen omdat hun eerste HD tests flopten omdat ze het niet aan konden.

Toen overigens dezelfde discussies over hoe groot een TV wel niet moet zijn voordat het verschil in extra pixels wel niet zichtbaar zou zijn. Bleek bij HD niet relevant, ik voorspel je dat het bij UHD niet zo min relevant zal blijken te zijn. En als je eenmaal die stap maakt, dan is er geen weg terug meer. Ook niet op een kleiner scherm dan 55 inch.

Maar goed, het onderwijs ging al met 4K aan de slag toen een ‘goedkope’ UHD TV nog 8.000 euro moest kosten. Dan zou je eigenlijk verwachten dat nu, in 2015, het aanbod van downloadbare of streambare UHD video enorm zou moeten zijn. Maar ik kon niets vinden. Kon zelfs de informatie van SURFnet, het indertijd geproduceerde cookbook etc. niet meer online vinden. Wat is er gebeurt?
Hebben “we” indertijd besloten dat het nog te vroeg was voor 4K? Of dat het geen onderwijskundige meerwaarde had? Dat een student een instructiefilmpje niet op ultra hoge kwaliteit hoeft te kunnen bekijken? Omdat de inhoud toch bagger/slaapverwekkend is? Dat laatste zal dan toch niet voor álle video’s gelden.

Blijft dus de vraag: waar is al die video?
En als hij er nog niet is: waar blijft als die UHD educatieve video?

dec 052014
 

Mooi filmpje van Derek Muller van Veritasium over hoe “we” elke keer weer denken (dachten) dat een bepaalde technologie het onderwijs ingrijpend zou gaan veranderen. Gebeurt dus echt niet op basis van een technologie (alleen). Alleen…de constatering dat leren vooral gebaseerd is op sociale interactie is op zichzelf natuurlijk wel leuk. Maar daarmee verander je de uitdagingen in ons onderwijs ook niet. Daarmee zorg je  namelijk nog niet voor een betere match van die interactie tussen docent en student op basis van wat een individuele student nodig heeft. Dus, mee eens dat het niet door de technologie zelf zal veranderen, maar zeggen of denken dat het dan maar genoeg is dat er een “goede” docent aanwezig is, is me ook wat gemakkelijk.

Getipt door Bram Lankreijer

nov 012014
 

Zelf noemt Philip Verbeek, student bij de Mechatronica opleiding van Fontys in Venlo het een Pin Ball Contraption of PBC, voor de rest van de wereld mag het gewoon een Flipperkast heten die hij gebouwd heeft van LEGO (en o.a. een Arduino). Veel meer filmpjes kun je hier vinden. Praktisch is het natuurlijk niet echt, maar het is een mooi voorbeeld van wat fantasie, handigheid en “wat speelgoed” voor elkaar kan krijgen. Mooi!

(via Omroep Zeeland)

okt 312014
 

ED_31-10-2014Onderwijs. Naast voetbal is onderwijs ook zo’n onderwerp waar “we” in Nederland allemaal verstand van hebben. Waarschijnlijk ook wel omdat we er bijna allemaal wel mee te maken hebben. Als je kinderen hebt of als je er zelf werkt. Nou ja, en natuurlijk omdat het onderwijs de magische machine is die onze toekomstige beroepsbeoefenaars moet opleiden.

En dus moet het goed. Nee, het moet beter. Want het is nu niet goed. Dat kan “iedereen” zien. Het is ouderwets, niet digitaal genoeg, te versnippert, niet actueel, niet afgestemd op de praktijk, er is sprake van hokjes denken, niet competente docenten, fraude, …..

Dus gooien we er nog maar een keer een adviesrapport tegenaan en weer een van boven opgelegde wijziging met regels, doelstellingen, mijlpalen en meetpunten. Zucht.

Begrijp me niet verkeerd. Ook ík weet niets van onderwijsvernieuwing in het voortgezet onderwijs. Ook ik zie mijn kinderen met een veel te zware rugzak naar school vertrekken terwijl ik zelf mijn bijscholing digitaal regel. Ook ik hoor hoe ze soms dom Engelse woordjes van buiten leren terwijl ze in al zelf in een restaurant in het Engels hun bestelling plaatsen, met vriendjes online in het Engels praten en het zo ook geleerd hebben (vanuit de praktijk). Dus, ja, als ouder heb ik ook nog wel wat wensen.

Maar moeten we nou echt weer, nadat ze net de vorige herstructurering door gemaakt hebben, vanuit Den Haag gaan roepen dat ze het in het voortgezet onderwijs nóg steeds niet goed doen en ze nu in Den Haag wél bedacht hebben hoe ze het dan nu wél goed kunnen (nee, *moeten*) doen?
Daar kan toch geen enkele verandermanager van roepen: “goed plan!”. En dan dus helemaal onafhankelijk van de inhoud van dat plan. Zo jaag je toch ook de docenten die wél iedere keer de schouders eronder zetten en proberen een voorstel zo goed mogelijk te implementeren de bomen in?

Maar goed. Ik heb er geen verstand van. Ik vraag me alleen af of de mensen die dit soort dingen verzinnen de illusie hebben dat zij dat wél hebben…

okt 152014
 

Het onderwijs is de meest progressieve sector als het gaat om de overgang van digitale transformatie in digitale volwassenheid. Leidinggevenden in het onderwijs kennen meer dan in andere sectoren de hoogste prioriteit toe aan het bereiken van digitale volwassenheid (80 procent). 34 procent stelt daarbij binnen twee jaar digitaal volwassen te kunnen zijn, 71 procent verwacht in 2019 zover te zijn. Dat blijkt uit Europees onderzoek van Coleman Parkes, uitgevoerd in opdracht van Ricoh. Volgens de onderzoekers is een organisatie digitaal volwassen wanneer technologie en digitale processen ingebed zijn en wanneer deze ingezet worden om prestaties te verbeteren.

via Computable.

Volgens onderzoek van Ricoh loopt het Onderwijs voor op ICT gebied, de reageerder zijn het daar niet helemaal mee eens. We blijken in het onderwijs, volgens Ricoh, echter wel een gebrek aan visie op dit gebied te hebben. Tja. Ik zou natuurlijk nog wat cherry-picking kunnen doen voor wat betreft voor mij interessante quotes:

 ‘De komende vijf jaar zal samenwerken en leren op afstand dan ook de norm worden. De digitale invloed is niet alleen in het leslokaal en online van belang, maar moet ook worden gezien als een middel om processen te optimaliseren en de efficiëntie te verhogen’

En:

‘Digitale volwassenheid moet er ook voor zorgen dat een juiste balans wordt gevonden tussen online en offline leren, in de klas en op afstand en digitaal en analoog.’​

Zo is het maar net.

sep 152014
 

UnlockedD’Arcy Norman gaat in een blogpost in op het verschil tussen open leeromgevingen en de in het algemeen als gesloten beschouwde institutionele leeromgevingen. Hij heeft het over LMS, in de titel gebruik ik ELO als afkorting. Dat komt in praktijk redelijk overeen. Het gaat namelijk meer om de vreemde tweedeling tussen “open leeromgevingen” enerzijds en die door de universiteit of hogeschool aangeboden omgevingen.

Het is het handigste om gewoon de blogpost van D’Arcy even te lezen en dan hier verder te lezen. Het heeft namelijk niet echt zinvol dat ik hier alles ga herhalen wat hij daar schrijft.

Maar de belangrijkste punten natuurlijk wel:

De harde tweedeling tussen open leeromgevingen en institutionele leeromgevingen is onzin, omdat een omgeving door de instelling beschikbaar gemaakt wordt, maakt hem nog niet slecht. En omgekeerd, dat een leeromgeving open is, maakt hem nog niet goed. Dat wat een docent er mee doet (of wat leerlingen er mee kunnen) is bepalend.

Het voordeel van een institutionele leeromgeving is dat ondersteuning geregeld is, en niet iedereen (niet alle docenten en niet alle studenten) hebben de tijd, energie of kennis/vaardigheden om het zonder die ondersteuning te doen.

Ook voor open leeromgevingen geldt dat als ze maar omvangrijk genoeg worden, ze de eigenschappen van institutionele leeromgevingen beginnen te vertonen. D’Arcy noemt dat Norman’s Law of eLearning Tool Convergence. En ook die kan ik onderschrijven, al moet ik bekennen dat me dat in eerste instantie met verbazing duidelijk werd. Het bekendste voorbeeld van die regel vind ik Moodle. Ooit was Moodle klein, hét voorbeeld van een open leeromgeving, een omgeving die een docent zelf kon installeren en onderhouden, de omgeving waar je mee aan de slag ging als je Blackboard niet wilde. Tegenwoordig zijn er ook de nodige universiteiten en hogescholen die Moodle aanbieden als institutionele leeromgeving. En daar zie je dat Moodle ook qua waardering de plek van Blackboard ingenomen heeft. Natuurlijk, je kunt stellen dat dat is omdat die verduivelde IT’ers zich er mee zijn gaan bemoeien, alles dicht getimmerd hebben en daarmee jou als docent je vrijheid ontnomen hebben. Maar ik denk dat dat te gemakkelijk geredeneerd is.

En zoals zo vaak blijkt ook hier de wereld dus niet binair in te delen te zijn. Het is niet zwart/wit, maar meerdere tinten grijs (nee, dat was geen verwijzing naar…). Het zou dus goed zijn voor een onderwijsinstelling om daar op in te spelen. Dus: aanbieden van genoeg faciliteiten voor docenten en studenten om gewoon dat online te doen wat nodig is, maar ook koppelingen met externe systemen, manieren om data eenvoudig naar buiten beschikbaar te stellen of weer te importeren. Om niet binair alleen ondersteuning te bieden voor wat intern beschikbaar gesteld wordt, maar te kijken waar ze in dat grijze gebied ook nog docenten en studenten ten dienste kunnen zijn.
En voor docenten zou moeten gelden: verspil je energie niet met het uitsluitend benadrukken van wat fout is met de leeromgeving die je onderwijsinstelling beschikbaar stelt. Kijk wát je er mee kunt doen en doe dat dan ook. Heb je voor andere zaken iets anders nodig, laat je dan vooral niet afremmen.

sep 122014
 

uitleg_peer_assessment

Hoewel ik op het moment geen tijd heb om actief te participeren, hou ik de Learning to Teach Online MOOC die bij Coursera loopt wel op een afstand in de gaten. En omdat ik ingeschreven ben, krijg ik ook de mails met updates. Zo ook ter voorbereiding van de peer-assessments voor de laatste projectopdracht. De instructeurs hebben een filmpje (1x als totaalfilmpje, daarnaast ook opgeknipt per onderdeel) gemaakt met uitleg van hoe je de verschillende rubrics zou moeten interpreteren als je het werk van iemand anders aan het beoordelen bent.

Lijkt me heel handig en zinvol om te doen zodat je een klein beetje meer gelijke beoordeling krijgt. Dat ze er de nodige klachten over gekregen hebben, blijkt ook wel uit de rest van de mail:

A word about peer review
A few of you have mentioned that you have experienced a disparity in your peer review of previous assignments. MOOCs are all about open access to education. With that open access comes a wonderful range of diversity of participants with different experiences, perspectives and even languages. This is one of the real strengths of a MOOC – to be able to interact with so many people and different perspectives you otherwise would not be able to encounter. Because of this broad nature of the MOOC, it also means you are working in a group with very different experiences, skills and languages. I’m sure so many of you have found this to be an amazingly rich experience.
We are working in an online platform that facilitates peer review of assignments as a means to offer participants an extra level of feedback – something more than you might receive if you were using open education resources (OER) to broaden your knowledge base. The limitations of the MOOC system at the moment (the consequence of being so open and inclusive) mean that to be able to offer a level of feedback, we have to draw on the experience of the community. We hope that you’ll keep the diversity of participants and the current parameters of MOOCs in mind during this process. We have learnt so much from great feedback, and will be working on our own system for the next iteration of the course to make it an even better experience for all. :)

Ik ben benieuwd hóe ze dat met een eigen systeem gaan aanpakken. Maar dát het een uitdaging is, dat is me ook bij de andere MOOCs met projectopdrachten en peer-review wel duidelijk geworden.

aug 312014
 

Er zijn een aantal MOOCs die ik de laatste tijd intensief gevolgd (en afgerond) heb, andere volg ik op een afstandje. Een daarvan is Learning tto Teach Online. Vandaag zat ik door een paar van de video’s te bladeren en kwam bij het onderdeel over “Open and Institutionally Supported Technologies” (aanmelden kan overigens nog gewoon tijdens de looptijd, dus je kunt het onderdeel ook zelf helemaal bekijken) met een paar filmpjes over de technologie die je als docent kunt gebruiken in je onderwijs.

Daarbij komt ook het onderscheid “Learning management system or the open web?” uitgebreid aan bod. En het gaf me enerzijds een wat ongemakkelijk gevoel, anderzijds moest ik er ook wel weer om glimlachen. Het liet namelijk weer maar eens zien hoe gekleurd we in het onderwijs allemaal (ik vast ook) zijn als het gaat om ondersteunende systemen bij het verzorgen van lessen.
En voor de duidelijkheid: ik denk niet dat er écht onjuistheden in hun verhaal en in de video’s zitten. Uiteraard niet. Kijk maar naar bovenstaande video. Die is mooi samengesteld uit citaten van mensen uit de praktijk. Wel in individuele zinnen opgeknipt en in de gewenste volgorde gezet, maar het zijn citaten.
Bij bovenstaande video hoort ook een PDF die je hier kunt downloaden/lezen.

Waarom de nekharen?
Nou, bijvoorbeeld omdat Moodle en Blackboard op één hoop gegooid worden, die van de institutionele (gesloten!) leeromgevingen. Ik denk dat heel wat Moodle ontwikkelaars het daar heel erg mee oneens zullen zijn. Het komt waarschijnlijk omdat ze bij de University of New South Wales in Australië gebruik maken van Moodle als institutionele leeromgeving.
Of om de bewerking dat auteursrechtregels in een institutionele leeromgeving ‘meestal’ flexibeler zijn (met betrekking tot uitzonderingen voor het onderwijs) dan in een ‘open web’ omgeving. Of ‘nadelen’ van institutionele omgevingen in de vorm van “Choice: Some staff prefer the autonomy of delivering the course content in a manner or environment they feel is appropriate rather than using a prescribed one“. Ik denk dat dit nog wel de sterkste “haren in de nek die omhoog gaan staan” gevoelens geeft: “prescribed” (voorgeschreven) versus “appropriate” (geschikt), en ook de impliciete veronderstelling dat wat de docent geschikt acht toch wel beter moet zijn dan wat de onderwijsinstelling “voorschrijft”.

Betekent overigens niet dat ik negatief ben over de MOOC. Zo gaat het onderdeel over “Planning Online Learning” heel goed over de afweging tussen didactiek en technologie. En ook op hun website vind je heel wat bronnen en informatie. Die site is hoe dan ook de moeite van het doorbladeren waard.

aug 282014
 

MOOC completion rate De titel van dit bericht is wat lang, maar het maakt meteen duidelijk waarom ik deze dia hier links uit de presentatie van Brian Caffo gelicht heb.
De presentatie zelf is ook zonder audio en verdere toelichting interessant om even door te bladeren. Maar de cijfers geven wel maar weer eens aan hoe scheef de verhoudingen liggen: 17.000 aanmeldingen, 10.000 deelnemers, 196 die uiteindelijk een Statement of Achievement verkrijgen. Daar zijn er dan weer 129 van bereid om $49,- per persoon te betalen, in totaal dus $3.741,- waarbij ik dan weer even niet weet hoeveel Coursera daarvan krijgt en hoeveel de Universiteit.
Voor het geld hoeven ze het dus ook bij deze MOOC nog niet te doen.