dec 182016
 

Afgelopen week heeft SURFnet het whitepaper “Open Badges” gepubliceerd. Het is geen heel dik document geworden. Dat hoeft natuurlijk niet, zie het als een eerste introductie. Al kan het natuurlijk zijn dat je er al over gelezen had, bijvoorbeeld bij Wilfred Rubens (blogpost uit 2011 over de potentie van het Open Badges programma voor onderwijs en leren) of bij Marcel de Leeuwe (blogpost uit 2013 n.a.v. de eerste open badges uitgedeeld bij de Fontys post-hbo opleiding e-learning).

Als iets nog maar eens bevestigd werd tijdens de EAPRIL in Porto afgelopen maand, dan is het wel dat de techniek achter badges niet het grote probleem is. Maar de vraag “hoe bepaal ik wat een badge waard is?” zeker als je “soft skills” wilt belonen met badges, blijkt dan nog een heel complexe. Net als wanneer je ouderwets cijfers wilt geven overigens. En wellicht maakt dat ook wel dat we vier-vijf jaar na het oprichten van het open badges programma in Nederland er nog niet zo heel erg veel ervaring mee hebben.

SURFnet wil daar verandering in brengen en roept onderwijsinstellingen op zich bij hen te melden (contactinfo onder aan de pagina) als ze daar aan mee willen werken. Lijkt me een prima plan. Maar laten we dan ook meteen Kennisnet aanhaken en experimenten door de onderwijssectoren heen bevorderen. Immers, als ik op een VO-school een badge haal, dan wil ik ook dat mijn aanstaande Universiteit daar ook iets mee kan. Badges zouden die muurtjes moeten helpen verlagen.

Op vrijdag 3 februari 2017 vindt een verdiepende SURFacademy-bijeenkomst plaats over kansen en uitdagingen voor open badges en microcredentialing in het hoger onderwijs.

 

Deel dit bericht:
nov 202016
 

kettingzaagDit is een blogpost die ontstaan is uit een gesprek op Twitter dat ik hier ook even wilde vastleggen omdat het dan beter te volgen is. Toen ik schreef over de poster van het klooicanon, was de kettingzaag een van de gereedschappen waarbij ik wat meer mijn bedenkingen had als het gaat over de vraag of iemand van 12-jarige daar al mee gewerkt moet hebben.

Nou bleek Astrid Poot die vraag ook wel een beetje te hebben, dus stelde ze hem via Twitter en hoewel Twitter heel veel nare kanten kan hebben, bleek het ook nu weer ideaal voor zo’n vraag. Via Marco Mout (dé Marco uit het filmpje) en Casper Hulshof kwam namelijk deze aflevering van Zapp Echt Gebeurd boven water. Helaas niet te embedden, dat wil onze publieke omroep tegenwoordig niet meer, maar hij staat wel nog gewoon online. Hij staat sinds 2011 online, maMerlear als ik de aftiteling goed begrijp dan is hij al uit 2009. Hij speelt bij mij in Google Chrome niet af, op mijn iPad en in Internet Explorer wel, dus kijk even wat werkt.

Merle, de hoofdpersoon uit de aflevering was toen 12 en zal nu dus inmiddels “al” 19 jaar oud zijn. Ik zou zeggen, bekijk deze aflevering eerst even (link hierboven of via de afbeelding hiernaast)!

Het filmpje is mooi omdat ook hier getoond wordt hoe volwassenen een rol spelen bij het laten leren door kinderen, ook als het gaat om het gebruik van een kettingzaag. Nee, Merle doet niet alles zelf, van tijd tot tijd heeft ze gewoon de hulp nodig van een volwassene. Maar je ziet in het filmpje al dat dat verschillende vormen aan kan nemen: soms moet iemand iets voor haar doen, het omzagen van de boom, het vervoer, etc.
Op andere momenten doen ze dingen samen, het zagen van grote stukken, als de kans bestaat dat de zaag vast slaat. Op weer andere momenten is zij zelf aan het werk (en hard, kijk maar eens naar die wangen op het einde!). Met goed gereedschap, met kennis van zaken over veiligheid (dat heeft ze niet allemaal zelf verzonnen, daar heeft ze hulp bij gehad). Maar ze doet niet een trucje na, ze geeft een idee vorm dat in haar hoofd zit. En zulke leerervaringen wens je toch elk kind toe?

Lees verder….

Deel dit bericht:
nov 162016
 

hour_of_code_2016Ten behoeve van de Hour of Code 2016 hebben Microsoft en Code.org een uitbreiding uitgebracht op de op Minecraft gebaseerde opdrachten van vorig jaar. Ik schreef daar toen al uitgebreid over, in dit bericht wil ik me even richten op de verschillen van de uitbreiding.

Heel simpel: het is een hoger level van coderen. Er wordt nu gebruik gemaakt van events die aan objecten gekoppeld zijn, het eerste uur van vorig jaar gaat uit van een lineaire programmalijn op basis van de “als gestart” actie (ok, dat zou je ook een event kunnen noemen). Nu gebruik je combinaties zoals “chicken” (object) met “when spawned” (event). Ik heb de opdrachten gemaakt. Ze zijn leuk en uitdagend, maar ik heb ook wel wat vragen erbij. Allereerst is het geheel een beetje vreemde mening van Nederlands en Engels.

hour_of_code_2016_1

Nederlands en Engels door elkaar heen.

Dat zou voor de wat oudere kinderen geen probleem moeten zijn, maar het maakt het geheel een beetje half af. Ik weet het, het is een gratis resource, dus niet te streng zijn.

Waar ik ook wat moeite mee heb is de vermenging van redelijk basale acties zoals “attack” (al zou je kunnen stellen dat ook dat een

hour_of_code_2016_2

Samengestelde opdrachten als één blokje.

samengestelde actie is) en veel complexere acties zoals “move a step toward ‘zombie'”. Die laatste bevat hoe dan ook veel meer dan één actie. Zo moet de “Iron Golem” in dit geval een keuze maken tussen een aantal zombies. Kiest hij er willekeurig eentje? De zombie die het dichtste bij is? En als dat zo is, hoe bepaal je dat?

Hier (die ene opdracht) ligt een heel individueel probleem achter. En als je het over computational thinkingvaardigheden als “probleem decompositie” hebt, dan is ook dat besef relevant.

En ten slotte vraag ik me af waar de grens ligt voor wat betreft dit soort omgevingen. Het is immers niet echt Minecraft, je bent in een gesimuleerde omgeving aan het programmeren. Voor de beginner-oefeningen vond ik deze omgeving heel logisch, maar is het voor kinderen die dit niveau aankunnen niet veel leuker om in het “echte” mindcraft te programmeren? Of met fysieke robots of “gewoon” met een micro:bit, arduino, Raspberry Pi aan de slag te gaan? Die zijn weliswaar niet gratis, maar toch.

Je ziet het, voldoende om over na te denken, zelfs als je geen doelgroep van de toepassing bent. 🙂

 

Deel dit bericht:
nov 152016
 

micro_bit_nlHet was al even aangekondigd: de micro:bit, de kleine programmeerbare microprocessor die door de BBC in samenwerking met een groot aantal partners ontwikkeld is, is ook in Nederland te koop. Maar nu is ook de officiële micro:bit website (voor een deel) in het Nederlands beschikbaar via http://microbit.org/nl

Voor een deel, want je klikt nog regelmatig door naar nog niet vertaalde onderdelen en de vertalingen zijn ook niet altijd volledig, de auteursomgevingen zijn nog allemaal in het Engels. Maar het is een start. En er zal ongetwijfeld hard gewerkt worden aan het verder beschikbaar krijgen van Nederlandstalig materiaal.

Deel dit bericht:
nov 072016
 

poster_2nov-1024x727Op makered.nl staat een lezenswaardige bijdrage van Per-Ivar Kloen over de conferentie #fablearn. Als dit een video was zou ik nu zeggen: “zet hem even op pauze en lees dat bericht even”. Kom daarna vooral weer terug!

Goed, bij het lezen van dat bericht en met name als hij meer ingaat op “hoe doe je dat nou?” schoot me opeens te binnen dat het een beetje klonk alsof ik Sem van Geffen hoorde praten over Gamification. En begrijp me niet verkeerd, dat bedoel ik niet negatief.

Wat de bijdragen van Per-Ivar en Sem met elkaar gemeen hebben is dat ze beiden proberen een in beginsel wollig/ontastbaar concept “makeronderwijs” respectievelijk “gamification” een stuk(je) tastbaarder te maken voor leraren/docenten (en anderen). Beiden doen hun best om zulke “ik moet er wat mee, maar ik heb geen idee wat, het is vast iets wat ik als leraar niet kan” begrippen te beschrijven in termen die zij wél begrijpen zodat leraren die dat willen en durven er mee kunnen gaan experimenteren en kunnen uitzoeken wat voor hun situatie het beste werkt.

En dat vind ik mooi, want daar hebben we veel meer aan dan simpelweg constateren dát die leraren handelingsverlegen zijn.

Waarom nou die poster van het Klooicanon bij dit bericht? Nou, ten eerste omdat ik er simpelweg even naar *moest* verwijzen. Want Astrid Poot en de mensen waar ze mee samen werkt, zijn ook zo’n voorbeeld van het continue werken aan het begrijpelijker maken van de “makerbeweging” (daarom is “lekker klooien” een veel toegankelijkere term). Astrid beperkt zich daarbij niet tot het onderwijs, maar doet ook een oproep aan ons als ouders. Want in een tijdperk waarbij we steeds meer roepen “onderwerp X of onderwerp Y moet ook door het onderwijs worden verzorgd” lijken we wel eens te vergeten dat wij daar ook een grote rol bij kunnen spelen. En als wij dus willen dat onze kinderen een beter beeld krijgen van wat techniek is, als we willen dat ze hun creativiteit ontwikkelen, dan moeten ook wij ze meer bieden dan TV, een iPad en een smartphone. De poster laat 50 tools zien die kinderen tegen de tijd dat ze 12 jaar zijn zouden moeten kennen. Lees ook haar langere uitleg over waarom dat zou moeten bij bright.nl.

Nou ben ik ook benieuwd of je, als je als ouder naar die poster kijkt, ze zelf ook alle 50 al zou kunnen afvinken. Ik gok dat dat niet zo is. En zelfs als het wel zo is, dan zullen er zeker ook tools tussen zitten waarvan je denkt “oei, daar ben ik niet zo handig mee”. En dat is dan natuurlijk ook even slikken als ouder. Nou, dan herken je meteen de uitdaging waar docenten vaak voor staan. Gewoon aan wennen en je realiseren dat als je dit samen met je kind doet, de kracht hem er niet in zit dat jij alles beter kunt of beter weet. Veel plezier! 🙂

Deel dit bericht:
nov 032016
 

the-quantified-studentOK, ik zal het meteen toegeven. Als je een spreker op het programma hebt staan met als omschrijving “Quantified Self goeroe van Nederland en daarbuiten” dan scoor je bij mij geen pluspunten. Maar dat is niet de reden dat ik op 8 december a.s. niet aanwezig ben in Deventer bij de Quantified Student 2016 conferentie. Het past simpelweg niet in mijn agenda.

En ik maak hier wél melding van de conferentie omdat het programma ook laat zien welke aspecten een rol spelen bij de Quantified Student, in goed Nederlands de gekwantificeerde student of de becijferde student, een student uitgedrukt in cijfers:

Er wordt stil gestaan bij de link naar studiesucces, learning analytics, big data, de systemen die die cijfers moeten opleveren. Er is iemand die gaat vertellen dat de technologische ontwikkeling heel snel gaat en we over 10 jaar niet beter weten. Er komen experimenten en praktische toepassingen in het onderwijs aan bod en de link naar “hoe zet je de technologie optimaal in voor een beter leven” komt langs.

(N.B. dit is even mijn vertaling van het beknopte programma op de site en de bio’s van de sprekers, kan dus deels onjuist zijn, ik ben niet betrokken bij de organisatie!)

Het enige dat dan wellicht nog ontbreekt is iemand die stil staat bij de privacy-aspecten van het geheel (maar wellicht doet een van de sprekers dat ook wel). Dus daarmee lijkt het me wel een conferentie waar je in een middag bijgepraat kunt worden op dit onderwerp. Ga je er naar toe, dan hoor ik graag of dat zo was! 🙂

Deelname voor medewerkers van bij SURF aangesloten instellingen is overigens gratis, anderen betalen €69,-

Deel dit bericht:
okt 112016
 

post-hbo_e-learningAls sinds heel veel jaren verzorgt Fontys een post-HBO opleiding e-Learning. En in november 2016 (om precies te zijn op 3 november)  gaat weer een nieuwe cyclus van start. De opleiding duurt 11 maanden en bestaat uit 11 avondlessen, 7 webinars, 1 excursie en 2 hands-on praktijkdagen. Dit keer komen de volgende onderwerpen aan bod:

  1. e-Learningtrends
  2. e-Learningconcepten/content
  3. mogelijkheden webinar
  4. kracht van multimedia
  5. implementatie
  6. e-Learning tools
  7. gamebased learning
  8. e-Learninginnovatie
  9. leerstijlen en e-Learning
  10. toetsen en certificeren
  11. inzet van video
  12. TPACK
  13. mobiel leren
  14. social media en social learning
  15. werken en leren (70:20:10 en performance support)

De hoofddocent is e-Learning specialist Marcel de Leeuwe. Gastdocenten zijn Wilfred Rubens (onafhankelijke e-learning adviseur), Hans de Zwart (Bits of Freedom), Jeroen Krouwels (Noordhoff Health), Fons van den Berg (See Genius) en Cherida Louz (Bem Development).
Er zijn nog plekken beschikbaar voor de cursus, meer info kun je hier vinden.

Disclosure: ik ben jarenlang gastdocent geweest bij de post-HBO e-Learning, op dit moment heb ik geen betrokkenheid meer bij de opleiding, maar ik vind het geen enkel probleem om (ongevraagd) reclame voor ze te maken.

Deel dit bericht:
okt 102016
 

nieuwsbericht_hanBij een recente bijeenkomst van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VNSU) stond de vraag centraal “Hoe kunnen we de digitalisering van de samenleving versterken?”. Een van de uitspraken die daar gedaan werd door  VSNU-voorzitter Karl Dittrich was dat het invoeren van programmeren als verplicht vak op de basisschool volgens hem een goede manier zou zijn om leraren meer digitaal vaardig te maken. Hij zag daarbij een grote rol voor de lerarenopleidingen. Dat laatste is natuurlijk positief, maar hoe zat het met dat eerste, het verplicht maken van programmeren op de basisschool?

Ik schreef er een nieuwsbericht over voor de HAN.nl website. Je kunt het hele bericht hier online lezen. En voor de duidelijkheid: ik ben zeer zeker niet tégen het leren programmeren op de basisschool, maar in het stuk pleit ik voor een integrale aanpak om leraren digitaal vaardig te maken. Pas dan heeft met hen praten over programmeren zin. Ik wil de afsluiter ook nog even herhalen:

Als we dan toch geld aan het verdelen zijn voor het verbeteren van de innovatiekracht van Nederland, laten we het dan daarin [het digitaal vaardig maken van leraren] steken in plaats van in wetsvoorstellen die nóg meer verplichtingen opleggen aan het basisonderwijs zonder hen daarbij de middelen en de mogelijkheden te bieden om dat daadwerkelijk waar te maken.

Deel dit bericht:
okt 062016
 

foto_yvonne_rouwhorst Vandaag was ik voor de tweede dag deze week in Utrecht bij een activiteit die door SURF georganiseerd werd. Vandaag was het de Challenge day: Onderwijs op maat. Gedurende de dag waren er in totaal 15 leveranciers die toelichting gaven bij hun product aan de hand van een aantal vragen:

  • hoe hun producten bijdragen aan het realiseren van de componentenvisie voor de leeromgeving, zoals beschreven in de notitie.
  • hoe hun producten onderwijs op maat ondersteunen.
  • hoe hun producten passen binnen het applicatielandschap van onderwijsinstellingen.
  • welke standaarden hun producten gebruiken om integratie mogelijk te maken.

Ik zat er in een van de twee panels die elk van de sprekers na afloop van hun 15 minuten presentatie (kritische) vragen stelde. Het betekent ook dat ik maar de helft van de presentaties gezien heb aangezien ze parallel liepen. Hieronder staat de tekst die ik gebruikt heb voor de terugkoppeling vanuit ons panel aan het einde van de dag (ik heb hem niet letterlijk zo voorgelezen, maar de strekking gevolgd):

Vandaag was een moeilijke opgave voor de sprekers.
Onderwijs op maat is eigenlijk helemaal niet technisch, dat gaat om het inrichten van onderwijs / onderwijsprocessen / mensen.
De componentenbenadering van SURF gaat al heel snel over techniek, standaarden, stekkers en 3-letterwoorden.

De leveranciers van componenten hebben het “gemakkelijk” in deze. Zij willen graag dat leeromgevingen in componenten worden opgedeeld, want dat past prima bij hun product.

We hebben twee verhalen gehoord rond toetssystemen. De ene helemaal gevuld met standaarden, de andere een stuk minder. De voorbeelden die Nico noemde van situaties waarbij hij zelfs binnnen de onderwijsinstelling al met 4 verschillende toetssystemen te maken had, laten zien dat je hier niet alleen met LTI uit de voeten kunt. Van de andere kant is het ook zo dat als je volledig standaardenbased bent, je de koppeling met dat onderwijs niet uit het oog moet verliezen. Hou in de gaten dat je ook moet kunnen laten zien hoe je samen kunt werken met wat onderwijsinstellingen al hebben, hoe jij binnen de bestaande componenten past, hoe jij binnen onderwijs op maat past.

De “cement” in het model is helaas niet zo sexy. Ze zijn ongetwijfeld heel zinvol en nuttig, maar slechts weinigen die zich met inrichting van het onderwijs bezig houden zullen daar warm voor lopen.
We hebben ook voorbeelden gezien die wél duidelijk gelinkt waren aan het onderwijs, al werd daarbij nog erg uitgegaan van de ideale wereld, de knelpunten blijven wat onderbelicht. Hier ligt nog een taak voor SURF lijkt me.

We hebben ook LMS leveranciers gehad. Daarbij de toch wel fundamentele vraag voor leveranciers of zij zich zien als het centrum van het ELO universum of als een component. Zit het niet in de aard van het beestje voor een centrale component om te willen uitdijen om te voorkomen dat ze “slechts” een basis LMS zijn.

Al met al denk ik dat we een mooi divers verhaal van heel verschillende leveranciers gezien hebben.
Ik hoop ook dat de aanwezigen in ieder geval meenemen dat als zij systemen of diensten gaan aanschaffen, de koppeling / integratie met hun bestaande en gewenste systemen, maar zeker ook bestaande en gewenste onderwijsprocessen een belangrijk punt is waarbij ze leveranciers niet op hun blauwe ogen moeten geloven maar zullen moeten doorvragen naar voorbeelden, referenties, mogelijkheden om zelf te testen.

Lees verder….

Deel dit bericht:

MakerBot Education

 Gepubliceerd door om 08:15  maker education, Onderwijs
okt 032016
 

makerboteducationIk moet bekennen dat ik MakerBot als bedrijf toch al een tijdje geleden afgeschreven had. Vorig jaar april ontsloegen ze 20% van hun medewerkers, afgelopen oktober nog een keer 20% en ze zijn gestopt met het zelf produceren van hun printers.

Toch leven ze nog en zijn ze bezig met een herstructurering van het bedrijf. Niet langer richten ze zich op de consumentenmarkt. Nu focussen ze zich op bedrijf. En op het onderwijs.
Bedrijven snap ik, daar zit mogelijk nog geld, onderwijs vond ik verrassender. Wellicht gaan ze daar ook uit van de combi “als ze het op school gebruiken, dan ook in het bedrijf” die andere softwareleveranciers al heel lang toepassen.

Hoe dan ook, er hebben een aantal veranderingen plaats gevonden aan Thingiverse, het online platform waar je 3D-ontwerpen kunt delen met anderen. Er is nu een “education” sectie met voorbeelden van ontwerpen die gemaakt zijn door leerkrachten in verschillende leeftijdsgroepen (vanaf K-5 omhoog tot University). Je krijgt dan niet alleen het ontwerp, maar ook het lesprogramma dat je er bij kunt gebruiken en een koppeling naar de doelstellingen van je curriculum. Dat laatste is in de VS nog een uitdaging, want die verschillen deel van staat tot staat. Nederlandse eindtermen zul je er uiteraard (nog) niet vinden.

webinar_makerbotDaarnaast zijn ze zelf ook gestart met het produceren van resources. De moeite van het bekijken waard daarbij is de opname van een webinar dat ze gedaan hebben over tools voor het in de klas maken van 3D objecten. Ik kan hem niet embedden, wel naar linken. En ik moet zeggen dat ik blij ben dat ik de opname gewoon zonder registratie kan bekijken want de dreigende tekst “A MakerBot Representative may contact you in the next week to see if you have any questions regarding MakerBot Desktop 3D Printers.” eronder komt op mij veel te opdringerig over.

Dat is ook de reden waarom ik de PDF-versie van de bijbehorende instructie niet gedownload hebt.handleiding_makerbot

Want (ook) daar is het duidelijk dat het “voor wat hoort wat” is, waarbij dat “hoort wat” jouw contactgegevens zijn.

Persoonlijk vind ik het geen slimme strategie, maar goed, wie weet weten ze op deze manier genoeg van de onderwijsmarkt aan te boren om het hoofd boven water te houden. Het zou toch ook wel een beetje sneu zijn als ze als bedrijf helemaal kopje onder gaan.

Deel dit bericht: