Jun 282016
 

Het eerste bericht dat ik over Project Bloks tegen kwam gisterenavond laat was op Androidplanet.nl en dat had als titel “Project Bloks van Google leert kinderen programmeren“. En dat is eigenlijk precies niet wat het project doet.
Nou is de verwarring niet zo heel vreemd, want bij dat bericht was dit filmpje opgenomen, en dat filmpje is ook van Google, heeft vergelijkbare inhoud maar richt zich met name op een van de mogelijke eindproducten die te realiseren zijn met Project Bloks.

Project Bloks is namelijk gericht op ontwerpers, ontwikkelaars en onderzoekers. En ja, uiteindelijk ook op kinderen, maar het is voornamelijk een platform waar anderen producten op kunnen ontwikkelen.

Mooi. Al ben ik altijd een beetje sceptisch bij dit soort projecten van Google. Enerzijds hebben ze het geld om grote stappen te zetten, maar anderzijds is geen enkel project of product dat geen geld opbrengt zijn leven echt zeker bij Google. Met hetzelfde gemak draaien ze zoiets dan de nek om. Voor nu dus interessant, maar niet direct iets voor een leraar of docent. Ja, er is een eerste prototype dat samen met LEGO WeDo 2.0 of de Mirobot-tekenrobot en geschikt is voor kinderen tussen de vijf en acht jaar. Maar dat heeft als doel om te onderzoeken wat het beste werkt, niet om grootschalig in te zetten.

Nerddetail: Het Brain Board is gebaseerd op de Raspberry Pi Zero

Lees verder….

Deel dit bericht:
Jun 262016
 

ifitweremyhomeAls je in een land woont, dan is dat vaak je referentiekader. Je voorstellen hoe veel groter of kleiner andere landen zijn, of waar andere verschillen zitten, is niet altijd even eenvoudig.

Richard Byrne verwijst naar drie verschillende sites die elk op hun eigen manier je in staat stellen (of je leerlingen in staat stellen) om hun eigen land te vergelijken met de rest van de wereld.

Zo krijg je bij If It Were My Home niet alleen de verschillen in afmetingen tussen twee landen te zien, maar ook een aantal andere vergelijking zoals over werkloosheid, energieverbruik, inkomen etc.

Overlapmaps is de meest eenvoudige van het drietal en laat “slechts” een kaart zien van de twee gekozen landen over elkaar.

TexasBij The True Size Of beginnen ze standaard met een lesje in “wist je wel hoe groot Afrika eigenlijk is?” door de VS, China en India er overheen te leggen. Een van mijn favorieten is de vergelijking van Nederland versus Texas. Het geeft wel een goed beeld van hoe klein ons kikkerlandje wel niet is.

Hoe dan ook, mooie sites om bij de hand te hebben.

Deel dit bericht:
Jun 242016
 

Het lijkt alsof elk zichzelf respecterend bedrijf tegenwoordig een robot voor het onderwijs op de markt brengt. Het is bijna niet meer bij te houden wat er aan aanbod is. Van de COJI van WowWee had ik in ieder geval nog niet eerder gehoord. Hierboven zie je een filmpje met een uitgebreide demo en toelichting tijdens de  Toy Fair 2016 afgelopen februari. Hij is nog niet op de markt, dus geen filmpjes nog van gebruik in de praktijk door kinderen en de versie die gedemonstreerd werd deed nog niet alles.

De robot wordt op de markt gezet voor kinderen tussen 4 en 7 jaar. Via de iPad kunnen ze met Emoji’s (vandaar COJI = “Coding with Emojis”)  de robot programmeren. In de vorm van vrij programmeren en opdrachten/uitdagingen.

De prijs is redelijk aantrekkelijk, hij zou $60,- moeten gaan kosten als hij dit najaar op de markt komt.

Tja, als ik docent was op een basisschool zou ik nog niet zomaar weten of deze het geld waard was, net zo goed als dat van veel van die andere varianten nog nauwelijks écht te zeggen is. Daar is nog heel wat over uit te zoeken, waarbij het dan sowieso even de vraag is wat het doel is van het beschikbaar stellen van zo’n robot aan kinderen van 4 jaar. Alleen omdat het leuk is, wil je dat ze er iets van leren (zo ja, wat dan? welke vaardigheden?) en leren ze dat dan ook met de opdrachten die er bij zitten of die een leraar erbij kan maken?

Het wordt hoog tijd dat we dat voor leraren op een overzichtelijke manier in kaart gaan brengen!

Deel dit bericht:
Jun 192016
 

Code_orgIn de nieuwsbrief van code.org van afgelopen weekend wijzen ze (nogmaals?) nadrukkelijk op hun “App Lab” omgeving. Ik schijf nogmaals met een vraagteken tussen haakjes omdat ik de omgeving zelf nog niet kende, ze het eigenlijk brengen als iets nieuws, maar de filmpjes en andere materialen maken duidelijk dat het er al even is.

Doet er natuurlijk eigenlijk helemaal niet toe, als je het niet kent, kijk dan zeker even op: https://code.org/educate/applab

Uit de filmpjes en uitleg, maar ook al door de leeftijdsaanduiding 13+ wordt duidelijk dat deze omgeving zeker iets anders is dan de “hour of code” (Uur code) omgevingen die je ook op code.org kunt vinden. Niet dat ze daar niet ook materialen voor hebben, er wordt onderscheid gemaakt in een code_org_opbouwaantal leeftijdscategorieën, zoals van 4-6, 6+, 8+, 10+ en nu dus 13+

Als je docent in het voortgezet onderwijs bent, of ouder met kinderen in die leeftijdscategorie dan moet je eigenlijk de site en de app gewoon een keer bekijken. Als ouder zou je je kind waarschijnlijk er gewoon eens mee aan de slag willen laten gaan, las docent wil je waarschijnlijk eerst de achterliggende materialen bestuderen. Want er is het nodige beschikbaar. Niet alleen filmpjes, maar ook lesplannen en opdrachten die je natuurlijk niet een-op-een over hoeft te nemen, maar die je wel de nodige inspiratie kunnen geven. Uitdaging lijkt me binnen het onderwijs dan weer de vraag: in hoeverre laat je leerlingen gewoon los op het geheel van hulpmiddelen en waar moet je ze helpen? Hoe bereik je de juiste balans tussen “motiverende frustratie/uitdaging” en té grote stappen/onbekendheid/onzekerheid waardoor ze het gevoel hebben dat ze het niet aankunnen?

Neem bijvoorbeeld onderstaande uitleg:

Ik snap wat ze aan het uitleggen is, maar dat was voor het filmpje ook al zo. En voor de duidelijkheid, het filmpje staat niet op zichzelf, het is onderdeel van een lessenplan én je kunt meteen oefenen met wat ze hier uitlegt. Maar er komen heel wat vaktermen vooruit. En dan is het van hieruit naar App lab toch nog best een stevige stap.  Ik ben benieuwd naar ervaringen. Een ding is in ieder geval wel zeker: er wordt flink aan de weg getimmerd en docenten krijgen (ook in Nederland) eerder te maken met keuzestress als het gaat om “wat gebruik ik allemaal?” dan dat ze als probleem hebben dat er geen (gratis) lesmateriaal beschikbaar is.

 

 

Deel dit bericht:
Jun 142016
 

Swift_Playgrounds Wel of niet leren programmeren? Voor iedereen of optioneel? De discussie binnen het onderwijs in Nederland is nog gaande, maar hoe Apple er tegenover staat zou na de uitspraken van haar directeur eigenlijk geen verrassing meer moeten zijn.

En daarom is het eigenlijk ook logisch dat Apple gisteren een leeromgeving heeft aangekondigd (nog maar eentje) die tot doel heeft jonge ontwikkelaars te leren programmeren in de eigen programmeertaal Swift. De omgeving heet Swift Playgrounds en is voor de zomer voor ontwikkelaars en als bèta beschikbaar. Vanaf september is hij er dan voor iedereen.

Is het wat? Kunnen we er wat mee op school? Dat moeten we uiteraard gaan uitzoeken. Zoals wel vaker bij Apple zijn er een aantal beperkingen. Zo kun je er niets mee als je geen iPad hebt. Of iOS 10 verplicht gaat worden voor de toepassing weet ik niet, de release valt samen en het zou niet voor het eerst zijn dat Apple dit koppelt (lees: optimaal gebruik maakt van de mogelijkheden van de nieuwe versie van iOS en daarom niet in staat is om oudere versies van het OS te ondersteunen).
Daarnaast richt het geheel zich op Swift als programmeertaal. Ik weet niet of het écht uitmaakt welke programmeertaal je als eerste leert, zou een mooi experiment zijn (is de ene taal eenvoudiger te leren en hoe inzetbaar zijn de concepten en de opgedane kennis op andere plekken dan). Ook blijkt uit de voorbeelden al dat het best op code (tekst) gericht is. Dat is ongetwijfeld noodzakelijke kennis als je met Swift iets wil, maar het is de vraag of dat bv voor de jongste leerlingen zo geschikt is.
Ik ben daarnaast ook nieuwsgierig in hoeverre Apple zich beperkt tot puur het aanleren van de vaardigheid van programmeren of dat ze ook inhoudelijk uitstapjes maken naar/links leggen met zaken als computational thinking.

Sterk punt lijkt de flexibiliteit te zijn waarbij leraren ook zelf kunnen aangeven welke delen leerlingen zouden moeten gebruiken of waarbij leerlingen zelf keuzes kunnen maken voor de te volgen content

Meer dan genoeg vragen om te onderzoeken dus.

Deel dit bericht:
Jun 122016
 

CapstoneOK, ik moet “super” spaarzaam gebruiken. Maar jeetje zeg, stel je voor dat je hier nu student was zeg, voor deze CSE Virtual and Augmented Reality Capstone. Serieuze gastsprekers én toegang tot de meest recente technologie als het gaat om virtual / augmented reality.

Er waren in totaal 9 teams waarvan je de resultaten op deze website kunt bekijken. Voor ons, als buitenstaanders, leuk, maar niet genoeg om écht te zien hoe het proces in elkaar zat, maar we kunnen naast de pitches etc op de website wel een paar van de presentaties terug kijken.

Kortom, cool. Mooi ook dat bedrijven de win-win (zij leren namelijk wat ontwerpers nodig hebben) van zulke situaties inzien!

(via Techcrunch)

Deel dit bericht:
Jun 082016
 

EdX_ScratchBij MOOCs denk je niet meteen aan basisonderwijs. Sowieso zijn veel MOOCs in het Engels of in een andere taal dan Nederlands en dan toch nét iets moeilijker toegankelijk voor de allerjongsten (al is het niveau van Engels bij sommige kinderen op de basisschool best aardig).

Er was/is al het nodige qua aanbod voor kinderen in het basisonderwijs als het gaat om programmeren, bijvoorbeeld via blockly / code.org / hour of code. En er was ook al een MOOC rond het programmeren in Scratch. Die was weliswaar in het Engels, maar voor iemand van 12 jaar (N=1) met wat stimulans en voorbereidend werk (= uitleg over hoe het maken van een account en het aanmelden het beste kon) prima te doen. Bij die MOOC bleek uit de reacties dat veel basisschoolleraren ook benieuwd waren in de MOOC omdat ze hem graag als extra materiaal wilden kunnen inzetten voor leerlingen. En daar kon ik me heel wat bij voorstellen want hij was leuk en uitdagend. Ik kon al lang programmeren en ik vond het geen probleem om hem toch nog gewoon te maken, er zat ook voor mij genoeg uitdaging in.

Ik weet niet of deze MOOC een vertaling is van de Amerikaanse versie, ik denk het niet want die was 6 weken met 6 uur gemiddelde inzet per week en deze is 4 weken met 2-6 uur inzet per week (wel een grote spreiding overigens) en claimt aan te sluiten bij “de leerlijn programmeren in het basisonderwijs”. Nou is er niet iets als dé leerlijn programmeren in het basisonderwijs, maar ik neem aan dat ze de leerlijn die onlangs gepresenteerd is bedoelen.

Ik weet ook niet helemaal hoeveel scholen op zo korte termijn en net voor de zomer het deelnemen aan zo’n MOOC nog in het onderwijs gaan inpassen. Of hoeveel ouders nu zeggen “dat moet mijn kind ook doen!”.
Wat dat laatste betreft, lijkt het me het proberen waard. En ik zou zeggen: mocht deze MOOC tegenvallen (ik heb geen reden om dat te veronderstellen, ook ik kan nog niet ín de MOOC kijken), dan is de Engelstalige nog beschikbaar als versie die je in je eigen tempo kunt doorlopen.
Je kunt de MOOC hier vinden. Deelname is gratis.

Deel dit bericht:
Jun 072016
 

Praktijkgericht_onderzoek_bij_lectoraten Het Rathenau Instituut heeft een rapport opgesteld waarin ze een overzicht geven van de wijze waarop praktijkgericht onderzoek binnen het hbo in de vorm van lectoraten ingericht is. Het is een overzicht van cijfers en kengetallen op basis van een vragenlijst die uitgezet is naar de zittende lectoren. Lang niet alle lectoren hebben de vragenlijst ingevuld, het responspercentage was 28%. Toetsen van representativiteit van de antwoorden kon alleen op basis van de bekende verdeling man/vrouw bij de lectoren en de sector. Hier zaten geen significante verschillen met de lectoren die de vragenlijst hebben ingevuld.

Het rapport schetst over het algemeen een positief beeld. Het aantal lectoren is van 350 in 2008 gegroeid naar bijna 600 in 2014, de budgetten en aantal betrokken FTE per lectoraat zijn eveneens gestegen. Lectoraten zijn in de regel netwerkorganisaties waarbij samengewerkt wordt met de omgeving.
Er zijn een aantal punten waarop het gemiddelde lectoraat verschilt ten opzichte van het Kenniscentrum Kwaliteit van Leren, waar het iXperium / Centre of Expertise Leren met ict onderdeel van uitmaakt. Een daarvan is de relatie met andere scholen. Zoals in het rapport schrijft:

“Scholen in het funderend onderwijs zijn voor het merendeel van de lectoren geen netwerkpartner. Minder dan een derde van alle lectoren maak melding van scholen in hun netwerk. Deze scholen zijn vooral voor de lectoren in het onderwijs (lerarenopleidingen) van belang en voor de overige lectoren maar mondjesmaat. Hun rol is die van projectpartner, vrijwel niet als opdrachtgever en evenmin voor leverancier van stageplaatsen of toekomstige banen voor studenten.”

Verdeling_staf_lectoraatScholen zijn bij ons zeker partner. En er zijn meer verschillen die vergelijken van onszelf met de rest moeilijker maken. Zo kent het rapport de clustering van lectoraten binnen kenniscentra niet. Ook de vraag of je als gevolg daarvan ook verschil ziet in budget, taakverdeling etc. komen niet aan bod in het rapport. Daarnaast wordt de staf van lectoraten zoals opgenomen in het rapport niet uitgesplitst naar “onderzoekers” enerzijds en “docentonderzoekers” anderzijds. Niet dat de ene per definitie beter of slechter zou zijn dan de andere, maar vooral omdat het een indicatie is van waar de hoofdtaak van een medewerker ligt.
Het is dan ook een beetje de vraag in hoeverre de respons ook voor wat betreft vorm van het lectoraat wel representatief is. Ik begrijp dat de vragenlijst namelijk gericht was op individuele lectoraten, dus een lector met een eigen kenniskring, en niet gemakkelijk in te vullen was als je niet in zo’n structuur werkt.

Deel dit bericht:
Jun 052016
 

coverVan Kennisnet / Mijn kind Online komt “125 leerzame apps & websites” met als ondertitel: voor kinderen van 4 tot 12 jaar.

Laat ik beginnen met de opmerking: als je leraar bent in het basisonderwijs, dan is het gewoon een PDF om te downloaden en eens door te lezen.

En daarna twijfel ik een beetje. Want het document riep bij mij een heleboel vragen op. En zelf vind ik dat super. Het zet mijn hoofd aan het werk, zeker als ik daar niet meteen zomaar de antwoorden bij heb. Maar als ik die vragen hier beschrijf, dan kun je dat ook lezen als het schieten van gaten in het document. En zo is dat wat mij betreft niet direct bedoelt.

Goed, daar gaat hij:
Bestuurders in gesprek met leraren?
Het eerste intrigerende kwam ik al tegen in het persbericht van Kennisnet zelf over het document. Daar staat namelijk:

Met ‘125 leerzame apps & websites’ wil Kennisnet leraren inspireren om met apps in de klas aan de slag te gaan. Maar de inspiratiebrochure is ook bedoeld om bestuurders in het primair onderwijs te helpen om met hun medewerkers te praten over de kwaliteit van digitale inhoud voor leerlingen.

Dit lijkt een toevoeging te zijn van de PR-afdeling, want nergens in het document kom ik echt handvatten tegen voor leidinggevenden. Ik zou het super vinden als leidinggevenden op basisscholen inderdaad in met hun leraren in gesprek zouden gaan over de kwaliteit van het leermateriaal dat gebruikt wordt. Maar minstens net zo handig is het als de leraren zelf met elkaar in gesprek gaan hierover. Maar ook zij zullen daar in het begin wat hulp bij nodig hebben.
Lees verder….

Deel dit bericht:
Jun 012016
 
Via Makered.nl kwam ik bij bovenstaande video van Techinsider.io over Makerspaces in het onderwijs in de VS. Op Makered.nl geeft Arjan een uitgebreide tekstuele toelichting bij de video, dus als je liever leest dan video kijkt, moet je even daar kijken. Wat ik zelf vooral ook mooi vond aan het voorbeeld van het Marymount College is dat ze daar Maker Education als een doorlopende lijn door alle leerjaren heen hebben geïntroduceerd. Daarbij zijn de verwachtingen van wat leerlingen doen en kunnen in het begin (uiteraard) anders dan wanneer ze ouder zijn.
Ook die laatste opmerking is goed om te onthouden: je moet van een Makerspace niet een opgeleukte wrapper maken voor de reguliere content. Dan raakt de omgeving zijn kracht kwijt.
Deel dit bericht: