Some are more equal than others

 Gepubliceerd door om 09:44  Internet
Aug 242016
 

dave_blogThe internet owes a lot to Dave Winer. After all, he is one of the people that stood at the base of RSS, something I personally learned about when he later pioneered podcasting (together with Adam Curry) by allowing for files to be referenced in the XML of an RSS feed. Through the years he has been criticized by many for his opinions, while he has always been fighting for an open internet.

That doesn’t mean he is without his flaws himself though. And this blogpost kind of hit a wrong nerve. After reading about his thoughts on Gawker and the Open Web, then about Blogs and Wikis and them being about people. I found the post he wrote about the .blog TLD owned by his “friend Matt Mullenweg and Automattic” and how good it was that they allow people to run other tools on that domain. He already has a .blog domain, the post is being hosted at dave.blog.

Cool, I thought. I want one of those of my own, pierre.blog would be cool, I though. So I tried to find where to register a .blog domain. I ended up at this page with info. It turns out I have to wait. On August 18, the period where trademark owners could apply started. Then on 2 November the landrush period will start. That is a period where anyone can grab a domain name, first come first serve, if there is no trademark on the name. Then on 21 November it would be available to all. Now, I don’t believe “dave” is a trademark, so Dave Winer could not have applied for a .blog domain through the regular channels yet. So, he has his friend to thank for that.

If I, as a regular blogger want to join the queue, it is going to cost me a bit more: €100,220 Early Application (€100,000 registration + €220 application fee) to be precise. And for all the Dutch readers: that is 100 thousand euros registration fee. But it is risk-free: They can’t guarantee I’ll get the domain, but if I don’t get it, They’ll refund my payment in full.

So to me, the .blog TLD is not really an example of how the internet is still open. It still is a place where the corporations rule, they did so back in the day when only corporations could register .nl domains, they still do so now.

Deel dit bericht:
Jul 202016
 

PokemonGoAls ik twijfel over iets dat met ict en recht te maken heeft, dan is er wat mij betreft maar één persoon / bron waar ik hoef te zoeken voor een antwoord: Arnoud Engelfriet en zijn iusmentis.com (<gratis reclame>Je kunt Arnoud ook inhuren, zie hiervoor deze website! </gratis reclame>).

Dus toen ik via Twitter de vraag kreeg of dat sideloaden (in mijn geval was dat het vanuit een andere bron dan de Google Play store installeren van een app) van Pokémon Go wel legaal was, wist ik bij wie ik die vraag als dubbel-check voor wilde leggen, dit keer via Twitter:

En hoewel Pokémon Go inmiddels ook in Nederland gewoon via iTunes en de Google Play store te installeren is, was het voor Arnoud een voldoende “nieuwe” vraag om er ook een blogpost aan te besteden. Dus voor zijn antwoord verwijs ik je graag door naar die blogpost.

Deel dit bericht:
Jul 172016
 

Het bericht dat gelinkt wordt in de onder onderste tweet is hier te vinden. Het gaat in op de vraag: waarom gaan sommige mensen helemaal uit hun dak (in negatieve zin) over Pokémon Go?

 

(getipt door Pedro De Bruyckere)

Deel dit bericht:
Jul 162016
 

pokemon_goJa ja, ik weet het: weer een blogger die de Pokémon Go rage gebruikt als click-bait en weer zo’n zot die denkt dat technologie het onderwijs kan veranderen. Tja, dat eerste kan ik niets aan doen: je hebt zelf doorgeklikt, en wat dat tweede betreft denk ik niet dat Pokémon Go het onderwijs zal veranderen, maar dat betekent niet dat het onderwijs er niets van zou kunnen (moeten!) leren. Want ik vind de reacties tamelijk “zuur”. Zelfs Wilfred Rubens eindigt met:

De relevantie van de game voor het onderwijs is op dit moment vooral als casus op het gebied van mediawijsheid. Daarbij valt me op hoe hardleers wij als mensen zijn. Keer op keer weten grote groepen gebruikers zichzelf niet te matigen, met de nodige nadelen en risico’s als gevolg. Als we nu eens vanaf het begin dergelijke games selectief zouden spelen, dan zou het plezier groter zijn.

En dan zal ik je de reacties die Wouter Siebers via Twitter kreeg op zijn (ok, ook wel heel luchtig geschreven) stuk in de Volkskrant besparen. Een volwassen man, iemand die het onderwijs kent, een onderzoeker, we zouden toch allemaal wel beter moeten weten.

[update 11:55] Wouter geeft via Twitter aan dat de reacties juist voornamelijk positief waren, ik heb maar een heel klein deel van de reacties gezien, mijn opmerking ging over deze lijn (en de reacties op de Volkskrant site zelf).

Hoe anders dan zo’n bedrijf als de Albert Heijn. Hadden zelf een mooie virtual reality actie met dino’s. Als ze zouden reageren zoals wij dat in het onderwijs doen, dan zouden ze daar zeggen: “nou nou, leuk hoor dat Pokémon Go, laten we maar lekker gewoon blijven, we hebben onze reclame-acties voor de komende tijd uitgestippeld staan, dat werkt, hebben we onderzocht en we gaan geen risico lopen met onze klanten”.

Maar dat deden ze niet, dus daarom hebben ze daar, nu, terwijl de hype nog niet eens echt een volle week oud is al een AH-brede inhaakactie op poten gezet: de Pokémappie. Je kunt er meer over lezen bij iCulture (is logischer dan dat ik alle info van daar ga herhalen), maar in samenvatting:

  • 1,3 miljoen Nederlander spelen Pokémon Go terwijl het programma pas sinds vanochtend officieel uit is in Nederland;
  • ze sluiten aan op de spaar- en verzamelgekte van de Nederlander;
  • ze hebben een interactieve kaart gemaakt waarbij je per AH-winkel kunt zien welke Pokémon daar te vinden is;
  • ze gaan in elk filiaal een medewerker aanwijzen die het spel speelt en tips kan geven aan zoekende klanten.

Niet negeren dus maar omarmen. Voor hoe lang? Voor zo lang als de hype duurt. Direct effect: je bent hip, bij de tijd, laat zien dat je weet dat er speelt en waarschijnlijk trek je er ook nog wel meer klanten mee. Zoals die pizzeria die “lures” kocht en er zo voor zorgde dat er bij zijn Pizzeria meer Pokémon verschenen (te vangen waren) dan anders. Voor een euro per uur trok hij zo meer klanten doordat Pokémon Go spelers binnen kwamen en niet alleen een Pokémon vingen maar vaak ook even een stuk pizza en/of wat te drinken kochten (logisch, want als je buiten rond loopt dan krijg je honger/dorst).

Natuurlijk is dat niet zomaar een-op-een op onderwijs over te zetten. Wij verkopen geen stukken pizza. En een foldertje voor de nieuwe opleiding bedrijfseconomie is veel minder smakelijk dan een stuk pizza. Maar waarom zouden we Pokémon Go eigenlijk niet een stuk pizza verkopen in onze school of in de bibliotheek? Of een kop koffie / wat fris? We wilden toch graag dat onze onderwijsgebouwen onderdeel worden van learning communities? En ja, dan kun je tijdens het eten van die pizza ook wel met ze praten over mediawijsheid en andere serieuze zaken.
Zelf ben ik benieuwd of de hype de herfst overleeft, dus als het weer slecht wordt. Wie weet is iedereen er dan weer net zo snel op uitgekeken als dat het nu op komt. Prima ook wat mij betreft. Beter nog dan dat we over 10 jaar nog achter kleine rare beestje aanzitten.

Het gaat mij om de grondhouding: is onze eerste reflex om uit te leggen waarom iets een hype is en daarom niet relevant voor het onderwijs of is onze eerste reflex om te kijken hoe we actuele gebeurtenissen (zoals zo’n hype) kunnen inzetten om de relevantie van “school” voor onze jeugd te verbeteren. We verwachten van onze jeugd dat zij later hypes, ontwikkelingen, kansen, nieuwe technologieën en sociale ontwikkelingen kunnen duiden en benutten. Tenminste als we roepen dat we hen opleiden voor beroepen die nu nog niet bestaan, dan doen we dat.
Dan zit er voor ons ook maar één ding op: het geven van het goede voorbeeld. En dat is wat Albert Heijn en vergelijkbare bedrijven doen, niet wat wij zelf nu doen als we beginnen met “vanaf de tijd dat de tv werd uitgevonden zijn er al mensen geweest die….” en dan over gaan tot de orde van de dag omdat ook deze hype wel weer over gaat. Dat gaat hij ook, relevant is wat wij er in de tussentijd mee doen!

Deel dit bericht:
Jul 122016
 

Mail_oeps

Best wel een oeps-momentje qua mailing:

  • tekst in de mail zonder naam eronder;
  • in de CC maar liefst 132 mailadressen opgenomen (incl. die van mij);
  • bijlage in pages-formaat, vast alleen bedoelt voor creatievelingen met een Apple. Al is er via een omweg wel aan de inhoud te komen…

Ik heb maar geen reply-all gedaan om aan te geven dat ik dit een beetje knullig vind.

Deel dit bericht:
Jun 262016
 

ifitweremyhomeAls je in een land woont, dan is dat vaak je referentiekader. Je voorstellen hoe veel groter of kleiner andere landen zijn, of waar andere verschillen zitten, is niet altijd even eenvoudig.

Richard Byrne verwijst naar drie verschillende sites die elk op hun eigen manier je in staat stellen (of je leerlingen in staat stellen) om hun eigen land te vergelijken met de rest van de wereld.

Zo krijg je bij If It Were My Home niet alleen de verschillen in afmetingen tussen twee landen te zien, maar ook een aantal andere vergelijking zoals over werkloosheid, energieverbruik, inkomen etc.

Overlapmaps is de meest eenvoudige van het drietal en laat “slechts” een kaart zien van de twee gekozen landen over elkaar.

TexasBij The True Size Of beginnen ze standaard met een lesje in “wist je wel hoe groot Afrika eigenlijk is?” door de VS, China en India er overheen te leggen. Een van mijn favorieten is de vergelijking van Nederland versus Texas. Het geeft wel een goed beeld van hoe klein ons kikkerlandje wel niet is.

Hoe dan ook, mooie sites om bij de hand te hebben.

Deel dit bericht:
Jun 192016
 

Code_orgIn de nieuwsbrief van code.org van afgelopen weekend wijzen ze (nogmaals?) nadrukkelijk op hun “App Lab” omgeving. Ik schijf nogmaals met een vraagteken tussen haakjes omdat ik de omgeving zelf nog niet kende, ze het eigenlijk brengen als iets nieuws, maar de filmpjes en andere materialen maken duidelijk dat het er al even is.

Doet er natuurlijk eigenlijk helemaal niet toe, als je het niet kent, kijk dan zeker even op: https://code.org/educate/applab

Uit de filmpjes en uitleg, maar ook al door de leeftijdsaanduiding 13+ wordt duidelijk dat deze omgeving zeker iets anders is dan de “hour of code” (Uur code) omgevingen die je ook op code.org kunt vinden. Niet dat ze daar niet ook materialen voor hebben, er wordt onderscheid gemaakt in een code_org_opbouwaantal leeftijdscategorieën, zoals van 4-6, 6+, 8+, 10+ en nu dus 13+

Als je docent in het voortgezet onderwijs bent, of ouder met kinderen in die leeftijdscategorie dan moet je eigenlijk de site en de app gewoon een keer bekijken. Als ouder zou je je kind waarschijnlijk er gewoon eens mee aan de slag willen laten gaan, las docent wil je waarschijnlijk eerst de achterliggende materialen bestuderen. Want er is het nodige beschikbaar. Niet alleen filmpjes, maar ook lesplannen en opdrachten die je natuurlijk niet een-op-een over hoeft te nemen, maar die je wel de nodige inspiratie kunnen geven. Uitdaging lijkt me binnen het onderwijs dan weer de vraag: in hoeverre laat je leerlingen gewoon los op het geheel van hulpmiddelen en waar moet je ze helpen? Hoe bereik je de juiste balans tussen “motiverende frustratie/uitdaging” en té grote stappen/onbekendheid/onzekerheid waardoor ze het gevoel hebben dat ze het niet aankunnen?

Neem bijvoorbeeld onderstaande uitleg:

Ik snap wat ze aan het uitleggen is, maar dat was voor het filmpje ook al zo. En voor de duidelijkheid, het filmpje staat niet op zichzelf, het is onderdeel van een lessenplan én je kunt meteen oefenen met wat ze hier uitlegt. Maar er komen heel wat vaktermen vooruit. En dan is het van hieruit naar App lab toch nog best een stevige stap.  Ik ben benieuwd naar ervaringen. Een ding is in ieder geval wel zeker: er wordt flink aan de weg getimmerd en docenten krijgen (ook in Nederland) eerder te maken met keuzestress als het gaat om “wat gebruik ik allemaal?” dan dat ze als probleem hebben dat er geen (gratis) lesmateriaal beschikbaar is.

 

 

Deel dit bericht:

Wordt het NB-IoT versus LoRa bij IoT?

 Gepubliceerd door om 21:56  Internet
Jun 102016
 

nbiot Ik moet bekennen dat ik eigen nog heel weinig over het Internet of Things weet. Dat bleek afgelopen week ook maar weer eens toen ik voor het eerst las over NB-IoT in een bericht op Tweakers. Daar stond dat T-Mobile voor deze standaard gekozen had. Mijn eerst reactie was “waarom nou een andere standaard dan LoRa?”.
Het zou toch immers zo veel gemakkelijker zijn als we allemaal dezelfde standaard gebruiken?

Inmiddels weet ik een beetje meer over NB-IoT. Onder andere dat het een standaard is van 3GPP, de organisatie achter o.a. GPRS, EDGE en LTE. Juist, de telecomstandaarden die de grote bedrijven allemaal gebruiken. En voor telecombedrijven als T-Mobile en Vodafone betekent dat blijkbaar dat ze niet eens hoeven te investeren in nieuwe hardware maar dat een software-update al voldoende is om de bestaande infrastructuur geschikt te maken voor NB-IoT. Daarbij wordt dan gebruik gemaakt van de “lege ruimte” die er binnen de bestaande communicatie nog over is, dus het kost de providers niks, terwijl je er natuurlijk op kunt rekenen dat “wij” er wel voor gaan betalen (beetje zoals SMS-en dus).

Ook KPN heeft aangegeven nog niet definitief voor LoRa gekozen te hebben, ook zij kijken (logisch begrijp ik nu) naar NB-IoT. We zullen het zien. Ik zou het in ieder geval wel mooi vinden als we in ieder geval ook een gratis, open landelijk dekkend IoT-netwerk houden/krijgen. Dat maakt het experimenteren met interessante toepassingen tenminste mogelijk.

p.s. #1 Mooi voorbeeld van T-Mobile voor IoT bij parkeeroplossingen.
p.s. #2 Op 22 juni 2016 kun je Mark van der Net horen vertellen over het IoT-netwerk dat hij met anderen in Eindhoven heeft opgezet. Meer info kun je hier vinden.

Deel dit bericht:
Jun 092016
 


Soms slaan individuen en bedrijven de plank helemaal mis op sociale media (ik zal daar nu geen voorbeelden van gaan noemen), soms laten ze zien dat ze die media optimaal kunnen inzetten voor hun eigen doel. Een zo’n voorbeeld is de bibliotheek in Troy, Michigan in de Verenigde Staten. Het filmpje hierboven geeft de toelichting, in plaats van dat ik dat verhaal hier nog eens helemaal in woorden beschrijf zou ik zeggen: kijk er even naar.

Overigens denk ik dat er ook wel een niveau van “mazzel” bij zit. Er is geen garantie dat zo’n actie viraal gaat en sowieso is het iets wat maar eenmalig werkt. Maar slim en gedurfd was het wél.

(getipt door Arjan van der Meij)

Deel dit bericht:
Jun 052016
 

coverVan Kennisnet / Mijn kind Online komt “125 leerzame apps & websites” met als ondertitel: voor kinderen van 4 tot 12 jaar.

Laat ik beginnen met de opmerking: als je leraar bent in het basisonderwijs, dan is het gewoon een PDF om te downloaden en eens door te lezen.

En daarna twijfel ik een beetje. Want het document riep bij mij een heleboel vragen op. En zelf vind ik dat super. Het zet mijn hoofd aan het werk, zeker als ik daar niet meteen zomaar de antwoorden bij heb. Maar als ik die vragen hier beschrijf, dan kun je dat ook lezen als het schieten van gaten in het document. En zo is dat wat mij betreft niet direct bedoelt.

Goed, daar gaat hij:
Bestuurders in gesprek met leraren?
Het eerste intrigerende kwam ik al tegen in het persbericht van Kennisnet zelf over het document. Daar staat namelijk:

Met ‘125 leerzame apps & websites’ wil Kennisnet leraren inspireren om met apps in de klas aan de slag te gaan. Maar de inspiratiebrochure is ook bedoeld om bestuurders in het primair onderwijs te helpen om met hun medewerkers te praten over de kwaliteit van digitale inhoud voor leerlingen.

Dit lijkt een toevoeging te zijn van de PR-afdeling, want nergens in het document kom ik echt handvatten tegen voor leidinggevenden. Ik zou het super vinden als leidinggevenden op basisscholen inderdaad in met hun leraren in gesprek zouden gaan over de kwaliteit van het leermateriaal dat gebruikt wordt. Maar minstens net zo handig is het als de leraren zelf met elkaar in gesprek gaan hierover. Maar ook zij zullen daar in het begin wat hulp bij nodig hebben.
Lees verder….

Deel dit bericht: