Mei 242016
 

gogle-maps-ads-100662711-mediumBijna 11 jaar geleden ging ik voor het eerst aan de slag met GPS. Ik weet het, dat klinkt niet eens als lang geleden, maar dat was nog in de tijd dat je daar speciaal een GPS-ontvanger voor moest gebruiken.

Het op een kaart tonen van zo’n GPS-track was al helemaal niet vanzelfsprekend. En juist Google was in die tijd de pionier als het gaat om het op kaarten weergeven van GPX-bestanden of foto’s. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar dit bericht uit 2006 met daarbij een verwijzing naar deze geanimeerde track van een rit van werk naar huis. Zoiets als wat Relive nu doet voor Strava, maar dan 10 jaar geleden. 😉

Maar Google Maps is al lang niet meer de plek waar ik naar toe ga als ik iets met kaarten wil. Sowieso is het al een tijdje niet meer mogelijk om (eenvoudig) een GPX-track weer te geven op een Google Map, daar gebruik ik nu OpenStreetmap voor (zoals hier). Maar ook op de laptop, in de browser is Google Maps al heel lang traag. Zelfs (zeker?) in hun eigen Chrome browser. Ja ja, ik weet het: het is gratis, niemand dwingt me om er gebruik van de maken.

Maar is het niet gek dat iemand die al 10 jaar gebruiker van een product is, zich nu hardop afvraagt waar het tipping point ligt voor wat betreft Google Maps? Wanneer wordt het product zó onbruikbaar dat zelfs de kaarten van Apple of van Microsoft of van wie dan ook een beter alternatief zijn?

Zou dat nu zijn, nu ze (nog meer) reclame gaan tonen op hun kaarten? Of hebben ze echt al zó veel marktaandeel en marktkracht dat het onmogelijk is voor anderen om hen naar de kroon te stoten?
We hebben in het verleden wel vaker bedrijven gehad die in bepaalde segmenten een monopolie hadden dat onbreekbaar leek (bv Microsoft), wordt dit ook gewoon een kwestie van afwachten?
Wel jammer, ook Microsoft was niet altijd “evil” en het nieuw Microsoft is een stuk aardiger. Het was zo prettig geweest als Google ook gewoon dat vriendelijke bedrijf van een paar jaar geleden was gebleven.

Deel dit bericht:

Mozilla Web Literacy Framework

 Gepubliceerd door om 11:54  Algemeen
Apr 102016
 

Mozilla_web_literacyHet Web Literacy Framework van Mozilla is niet nieuw en zeker niet het enige model dat we beschikbaar hebben om (een deel van) ict-geletterdheid te beschrijven. Ik vond de afbeelding bij Dweb-literaciesoug Belshaw (zie hiernaast rechts) een mooie toevoeging als het gaat om de vraag hoe “web literacy” zich verhoudt tot bijvoorbeeld computational thinking en computer science, terwijl het model zelf (zie de afbeelding links) weer een link legt naar de al evenzo bekende 21st Century Skills.

Mooi bij het framework van Mozilla vind ik de directe link naar voorbeelden van leeractiviteiten die in dat kader uitgevoerd kunnen worden. Daarbij staan dan wel weer de Mozilla tools veelal centraal, het is niet echt een heel brede set. Terwijl ik me voor leerkrachten juist kan voorstellen dat zo’n link tussen vaardigheden en activiteiten die zij leerlingen kunnen laten uitvoeren om aan die vaardigheden te werken heel nuttig is.

Discussie over het framework is er wat mij betreft ook nog wel. Zo staat bijvoorbeeld bij “Evaluate” als omschrijving: “Comparing and evaluating information from a number of sources online to test credibility and relevance.” maar wordt dat alleen bij “Problem-Solving” gerekend, terwijl ik me hier toch ook kan voorstellen dat je dat via samenwerking onderling doet. Maar wellicht is dat juist een uitdaging bij veel van zulke competenties.

 

Deel dit bericht:

Is jouw product reclame?

 Gepubliceerd door om 23:50  Geen categorie, Internet
Apr 012016
 

   
Ik gebruik mijn iPad mini heel veel. Compact, mobiel, 4G of WiFi, landscape, internet. Op mijn laptop en desktop gebruik ik Google Chrome met een Adblocker. “Schande!” roepen contentleverancies. “Diefstal!” of “broodroof!” roepen ze.

Maar kijk nu eens hoe bv buienradar er uit ziet op mijn iPad mini. De helft van de pagina bestaat uit advertenties. Want Chrome op iOS heeft nog geen Adblocker. Dus zie ik hier wél de advertenties. En dan vraag ik me op mijn beurt af: waarom?  Waarom geven die contentleverancies zó veel dure aandachtruimte weg? Om geld te verdienen, snap ik. Maar waar gaat je site over? Over het weergeven van radarbeelden en aanverwante zaken? Of over advertenties met wat content die er voor zorgt dat bezoekers vaak terug komen om de advertenties te bekijken?

Deel dit bericht:
Feb 142016
 

MyDynalogicJe mag zelf weten of je dit een “ict en onderwijs” onderwerp vindt, ik zal de link nog wel leggen verderop, maar ook anders had ik het bericht geplaatst.

Afgelopen week kwam het bericht dat Paradigit failliet is. Niet we webwinkel, niet Skool en ook niet ISL (en ook niet de boekwinkel Van Piere die ze in Eindhoven gekocht hebben nadat die failliet ging).  En dat voor een winkelketen die in 2006, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014 én 2015 door Elsevier Retail, in samenwerking met ING Nederland, uitgeroepen werd tot Beste Winkelketen van het jaar, categorie computerspeciaalzaken (bron). Het verhaal rond V&D kennen we, idem voor Macintosh.

Retailers klagen graag dat mensen prijzen vergelijken op internet, in de winkel komen voor advies en informatie, maar dan toch kopen bij de goedkope online aanbieders die niet de hoge kosten hebben die een winkel wél heeft. Ik vind dat deels een terechte klacht. Als ik naar een fysieke winkel ga voor advies, dan vind ik niet dat ik het kan maken om dan voor een paar euro korting niet ook bij hen te kopen.

Maar de verscDrogers_consumentenbondhillen worden wel heel groot. Een voorbeeld: onze droger heeft het begeven. Dus moesten we op zoek naar een nieuw exemplaar. Normaal gesproken zouden we dan de Consumentenbond raadplegen, maar juist voor drogers lijkt de bond de plank dit keer flink mis geslagen te hebben. De modellen die daar als beste uit de test komen worden door de reviewers, die soms juist op basis van dat advies een bepaald model gekocht hadden, negatief beoordeeld.

Dan maar verder zoeken op basis van informatie zoals zuinigheid (we willen een A+++ dus kom je automatisch bij een model met warmtepomp uit. Die zijn niet goedkoop, en de verschillen zijn best groot in prijs, van zo’n 400 euro tot meer dan 1.000 euro. De ene witgoed retailer hier in het dorp heeft geen drogers in de A+++ klasse, de andere heeft er een aantal. Online zoekend komen we bij een model waarvan de reviews goed zijn en dat bij de ene online winkel zo’n 780 euro incl. bezorgen en afvoeren van oude apparaat kost, op een andere plek 690 euro en bij de andere witgoed retailer in mijn dorpje én niet op voorraad is én maar liefst 880 euro moet kosten. Een verschil van bijna 200 euro. En bij de witgoed retailer krijg ik op de website de boodschap dat ik wel uit een van de andere alternatieven die ze op voorraad hebben kan kiezen. Ehm, nee, dat wilde ik niet.

Lees verder….

Deel dit bericht:

Sporen op internet….

 Gepubliceerd door om 20:48  Internet, Persoonlijk
Feb 102016
 

sporen_internetHet was een tweet die ik toevallig voorbij zag komen. Erno Mijland vroeg zich af wat het oudste spoor van zijn activiteiten op internet was (tweet). Hij zat op dat moment op 1996. Twintig jaar geleden alweer.
Ik wist redelijk zeker waar mijn oudste moment te vinden zou moeten zijn. Dat was ik namelijk al een keer tegen gekomen toen Google het zoeken in usenet groepen nog prominent aanbood. Het kan nog steeds via https://groups.google.com

Mijn “oudste” spoor op internet (let wel: dat is dus niet hetzelfde als op het World Wide Web) is hier te vinden en is van 26 november 1992. Ik studeerde toen nog in Tilburg aan wat toen de Katholieke Universiteit Brabant heette. Daar hadden we een moderne bibliotheek met computers die internetverbinding hadden.

Verder terug kan ik geen spoor meer vinden. Zaken als De Digitale Stad in Amsterdam waar ik met mijn modem op inbelde zijn van (veel) later. En van de BBS-en van rond die tijd is uiteraard niets meer online te vinden.

Qua website, weblog etc. zijn de sporen van veel later. Het oudste bericht dat mee-verhuisd is naar hier is van mei 2002, dat kwam oorspronkelijk van blogger.com
Via Archive.org is het oudste spoor pas van een jaar later, oktober 2003, het onestat.com account dat ik er toen al op had is van 7 september 2003.

En jij, hoe oud is jouw oudste online spoor op het internet? Hoe ver terug kun jij gaan in nu nog steeds online zichtbare sporen?

p.s. en dat zou natuurlijk gevolgd kunnen worden door een discussie rond de vraag of ik nu blij moet zijn dat het adres waar ik in 1992 woonde zomaar op internet te vinden is…

[update] Erno heeft ook een post over zijn sporenonderzoek online staan

Deel dit bericht:
Jan 282016
 

LoRaNormaal gesproken willen we voor draadloze netwerken vooral dat ze sneller worden. Meer bandbreedte betekent probleemloos video kijken, bestanden versturen. Eerst thuis, via WiFi, nu ook onderweg via 3G en bij voorkeur 4G.

Maar niet in alle gevallen heb je MB’s aan bandbreedte nodig. Als je sensoren hebt die de gesteldheid van de grond van een maisveld in de gaten houdt, die elke minuut meet of de zuurgraad goed is, als je de positie van een vrachtwagen door wilt geven, wilt weten of een lantaarnpaal nog goed functioneert, hoeveel fietsers er op een bepaalde plek voorbij komen, of een afvalbak in het park vol is. Het zijn allemaal toepassingen die steeds maar 1-2 kB aan data versturen. Maar die ook vaak op plekken voorkomen waar WiFi niet handig is (een WiFi verbinding opzetten kost even tijd en kost vaak relatief veel energie voor een apparaat dat normaal gesproken “slaapt” en bv 1x per minuut wakker wordt om een meting te doen) en waarbij een mobiel datanetwerk eigenlijk te duur is (want als je 1000 of 10.000 sensoren actief hebt wil je die niet elk hun eigen data abonnement geven).

Bij een Low Power Wide Area Network (LPWAN) gaat het om netwerken met een kleine bandbreedte waarbij over een groot gebied data uitgewisseld wordt. Ideaal dus voor bovengenoemde apparaten. Omdat je, net als bij WiFi, afspraken moet maken over de manier waarop apparaten dat doen (het protocol) werken bedrijven samen om zulke afspraken op te stellen.

LoRa en LoRaWAN zijn nu onderwerp van dit bericht, maar zijn merknamen van de LoRa alliance, het is niet uitgesloten dat er andere protocollen en communicatiewijzen komen die hetzelfde doen als LoRa. Maar op dit moment staan beiden in de belangstelling van zowel kleine “jongens” en de wat grotere.

Zo heeft The Things Network afgelopen jaar een Kickstarter succesvol afgesloten waarbij backers een router konden bestellen waarmee ze zelf onderdeel van het netwerk kunnen worden. Met die router kun je je huis veranderen in een toegangspunt waarbij devices dat via het juiste protocol proberen te communiceren via jouw toegangspunt en je internetverbinding met hun thuisbasis data kunnen uitwisselen. Daar merk je zelf niet van omdat het maar om kleine hoeveelheden data gaat. Door het grote bereik van zo’n router, heb je er, in tegenstelling tot bij WiFi maar een paar nodig om een relatief groot gebied te dekken. In mijn geval had ik met een router heel Deurne (Brabant, NL, niet bij Antwerpen) van dekking kunnen voorzien.

Lees verder….

Deel dit bericht:

Adblock for YouTube

 Gepubliceerd door om 10:10  Internet, Video
Jan 172016
 

Adblock_YouTubeOK, ik snap het: Voor niets gaat alleen de zon op en ook bij Google moet de schoorsteen branden. En ja, er zijn steeds meer kleine, onafhankelijke aanbieders van videocontent op YouTube en foei, ik stoot hen het brood uit hun mond.

Pech gehad, eigen schuld, dikke bult. Want het aantal videoreclames van 30 seconden, 1 minuut (je weet wel die mooie van Eneco) of langer die ik de afgelopen 24 uur elke keer opnieuw moest laten afspelen voordat ik een video te zien kon krijgen hebben er voor gezorgd dat ik Adblock for YouTube geïnstalleerd heb. Ik zie na een snelle test dat ook die ze er niet 100% uit weet te filteren, maar het is tenminste weer een beetje werkbaar. Ik was namelijk door een aantal video’s aan het zappen op zoek naar instructies met betrekking tot de ESP8266 en dan wil je dus niet een minuut wachten om te ontdekken dat het tóch niet de video was die je zocht.

Raymond Snijders suggereerde via Twitter al dat het onderdeel is van de aanloop naar de betaalde, reclamevrije versie van YouTube:

Dat zou ik nog een logische verklaring vinden ook. We zullen het zien. Balen dat er wéér een plugin nodig is om het gebruik van het web praktisch te laten blijven, maar het is helaas niet anders.

Deel dit bericht:
Dec 212015
 

Lynda_comIk kende Lynda.com natuurlijk wel al. Maar eigenlijk kende ik ze vooral van de meer technische / applicatie-gerichte trainingen. Maar vandaag kwam ik ook hun meer onderwijs gericht trainingen tegen, o.a. via deze “playlist” getiteld ePedagogy.

Ik begrijp dat er onderwijsinstellingen zijn die campusbrede licenties afnemen voor de trainingen. Wat ik nog niet kan inschatten is hoe de Lynda.com trainingen zich in dat geval verhouden tot de andere gratis beschikbare MOOCs op dit gebied.

Wat ik van de Lynda.com trainingen gezien heb zijn ze zeker niet slecht. Maar als je ze op deze manier aanbiedt lijkt me dat je tegen dezelfde problemen aanloopt als bij het aanbieden van MOOCs.

Is er iemand die dit leest waarbij de onderwijsinstelling de Lynda.com trainingen intern aanbiedt? Zo ja, zouden we dan een keer kunnen mailen/praten/skypen over hoe dat werkt? Of de trainingen ook gebruikt worden en hoe?

Deel dit bericht:
Dec 082015
 

Kickstarter Als het goed is, dan weet iedereen die al eens iets via Kickstarter “gekocht” heeft het: het zijn producten in ontwikkeling en er zit altijd een risico aan dat een product niet geleverd wordt, vertraging oploopt of niet helemaal de beloften waar kan maken.
Wil je een volledig getest, gegarandeerd binnen een paar dagen geleverd product, dan moet je niet bij Kickstarter zijn.

Waarom doe je mee aan Kickstarter? Omdat je zo toegang kunt krijgen tot technologie / producten die uniek en nieuw zijn en/of omdat je zo een ontwikkelaar/bedrijf ondersteund dat van crowdfunding afhankelijk is om dat product daadwerkelijk op de markt te krijgen.

Prima, maar wat is dan de kans dat je niet dat krijgt waar je voor betaalt? Ethan Mollick deed er onderzoek naar (PDF is hier te downloaden), hij stuurde bijna 500.000 Kickstarter supporters een vragenlijst (ik kan me eigenlijk niet herinneren er eentje gehad te hebben, maar ik ben ook notoir slecht als invuller van vragenlijsten) en kreeg van ongeveer 10% (47.188 om precies te zijn) een reactie terug.

Om alvast het antwoord te verklappen: minder dan 10% van de projecten slaagt niet.

En niet slagen betekent hier dat het product niet geleverd wordt of dat het product niet aan de verwachtingen voldoet. Het onderzoek heeft drie definities van “niet slagen” vergeleken. De strengste is dat een project als niet geslaagd beschouwd wordt als er minimaal één reactie terug kwam die dat aangaf. Alleen dan kom je op 9,95% van de projecten. Als je ervan uitgaat dat minimaal de helft van de mensen die een project gesteund hebben dat aangeeft zakt het percentage naar 8,6% van alle projecten. En als je van mening bent dat iedereen die reageerde het zou moeten aangeven zakt het percentage nog verder, naar 5,6%.

Wat dat betreft zit ik dus precies op het gemiddelde. Van de 10 Kickstarter campagnes die ik tot nu toe ondersteund heb is er één volledig mislukt. Helaas voor mij was dat een relatief dure mislukking omdat de initiatiefnemers er met het geld vandoor zijn gegaan en ik dat dus ook niet terug gekregen heb. Maar goed, de kans daarop is dus minder dan 10%. Op zich te overzien als je bedenkt dat het innovatieprojecten zijn.

(getipt door bright.nl)

Deel dit bericht:
 Reacties staat uit voor Hoe riskant is het “backen” van een Kickstarter campagne?  Tags: , ,