mei 162015
 

AzureMachineLearning Als je R zegt, dan zeg je “open source”, “statistiek”, “hacken”, “vrij”. Als Microsoft dan een leverancier van zowel open source als closed source producten voor R overneemt (Revolution Analytics), dan gaan er links en rechts alarmbellen af. Natuurlijk, ze kopen niet de makers van R zelf op, maar de vraag ontstaat natuurlijk al snel: wat moeten ze hiermee?

Tijdens de Ignite conferentie eerder deze maand hebben ze een tipje van de sluiter opgelicht. En het is een tipje dat eigenlijk heel erg logisch klinkt: ze gaan de kennis en producten van het bedrijf gebruiken om R ondersteuning in SQL Server 2016 in te bouwen.
Nou zou het “oude” Microsoft het daarbij niet kunnen laten om R “beter” te maken door het net iets aan te passen qua syntax etc. Het verhaal zoals het nu gepresenteerd wordt lijkt echter te passen bij het “nieuwe” microsoft: zo probleemloos mogelijk integreren van de verschillende tools. Dus zodat je gewoon gebruik kunt blijven maken van de plugins die R kent, het uitvoeren van de verschillende modellen etc. op de R-engine, maar dan met een aantal aanpassingen en verbeteringen die inderdaad het leven van gebruikers binnen grotere bedrijven een stuk eenvoudiger zouden moeten maken.

Het probleem dat beschreven werd zal namelijk heel herkenbaar zijn: je hebt mensen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van databases en bestanden binnen een organisatie en je hebt mensen die van tijd tot tijd analyses willen uitvoeren op die data. Dat kan fraudedetectie zijn, maar neem binnen onderwijsinstellingen bijvoorbeeld de analyses in het kader van learning analytics. Of nog kleiner/specifieker: analyseren van het kijkgedrag van studenten binnen een MOOC of voor opnames van colleges of kennisclips met behulp van R. Als je bijvoorbeeld Mediasite gebruikt voor je video’s, dan maakt ook die gebruik van SQL Server voor de opslag van de logdata. Als je daar vanuit R analyses op wilt uitvoeren, dan moet je die data eerst van de server naar je lokale computer halen. Of als je R ergens op een server hebt staan, dan moet je de data eerst van de SQL Server naar die R-server overpompen. Als dat een grote hoeveelheid historische data is, dan moet je bij het uitvoeren van de analyses gaan stoeien met de geheugenbegrenzingen die R daarbij heeft (of die je machine daarbij heeft). Of het gegeven dat R (blijkbaar) maar op één processor tegelijkertijd die analyses uitvoert.

De producten van Revolution Analytics richten zich op het optimaliseren daarvan. Maar de integratie van (een deel) van de processing ín SQL Server zelf heeft nóg een voordeel: de data hoeft niet van de server af. De analyses kunnen worden uitgevoerd binnen de beveiligingcontext van de database-server. De beheerder kan processor- en geheugencapaciteit voor het proces beschikbaar stellen. En de data-analist krijgt alleen die data ter beschikking waar hij/zij rechten toe heeft. Dus als ik analyses mag uitvoeren voor alle opnames van alle vakken/docenten/studenten dan kan ik die draaien, mag ik dat slechts voor één vak of de vakken van één opleiding/faculteit, dan draai ik dezelfde scripts en dezelfde modellen, maar krijg ik een subset van de data.

Interessant, ik ben benieuwd of er leveranciers van lecture capture tools zijn die hiermee in 2016 aan de slag gaan.
Wil je de hele video zien met de uitleg en de demo, een exemplaar van de sessie-opname is opgenomen in deze blogpost.

(via Computerworld en Revolutions Analytics blog

Deel dit bericht:
mei 112015
 

RSS_pollHet was een voorbeeld van een absoluut niet representatieve steekproef met te weinig reacties om ook maar enigszins representatief te zijn voor welke populatie dan ook.

Maar ik misbruik hem toch maar even heel schaamteloos om duidelijk te maken dat Google het zichzelf extra moeilijk maakt door ook de nieuwe “Collections” functionaliteit van Google+ niet van RSS te voorzien. Net als Flipboard kiezen ze voor een systeem waarbij je als gebruiker wél content toe kunt voegen aan het online platform van (in dit geval) Google, maar jezelf en andere gebruikers geen andere manier hebben om die content te benaderen dan via de website zelf.

Dat is voor Google+ niet nieuw. Voorheen hadden de Communities nog een niet formeel ondersteunde mogelijkheid om een RSS-feed te genereren, maar ook daar is die optie weg.

En dat is zonde! (die opvoeding raak ik nooit helemaal kwijt geloof ik). Want net als alle (onzinnige) claims over het gegeven dat RSS “dood” zou zijn, dat niemand het meer gebruikt, is dat ook niet waar voor Google+. Er zijn of waren (helaas lijkt een aantal recent stil te vallen) daar ook levendige communities met interessante berichten te vinden (kijk bijvoorbeeld maar eens bij 3D Printers and printing NL, Sociale media in het onderwijs, Arduino (actief!), 3D Printing (actief!), Video Ondersteund leren (niet meer erg actief), Underwater Video.
Maar het volgen van de berichten in die communities is moeilijk zonder RSS. En het maken van Collections is onhandig als je afhankelijk bent van de vraag hoe lang Google er ondersteuning voor gaat bieden.

Het is jammer. Want Google+ lijkt het zoveelste gefaalde experiment te worden. En ik weet zeker dat RSS in ieder geval een beetje had kunnen bijdragen aan het behoud ervan.

Deel dit bericht:
mei 102015
 

Geen tijd om het vandaag zelf uit te proberen, maar als ik de beschrijving op How to get your very own RStudio Server and Shiny Server with DigitalOcean lees is het echt een peulenschilletje om je eigen RStudio Server en Shiny Server te installeren, niet alleen op een VPS van Digital Ocean natuurlijk.

Wellicht eerst maar eens op een Raspberry Pi proberen.

Deel dit bericht:
mei 072015
 

WordPress“It’s Easy As… 1,2,3″ schrijven ze op de WordPress website. Meer dan 3 stappen komen er niet kijken bij het in de lucht brengen van een WordPress website. Het eerste deel en tweede deel van deze serie zouden je voldoende basis gegeven moeten hebben voor de wat meer complexe begrippen die in deel 3 aan bod komen: HTTPS, SSL, TLS, certificaten, DNSSEC en HSTS. Die ben je ook allemaal tegen gekomen in dit bericht, ik loop er nu op basis van de eerste twee delen nog een keer kort doorheen.

Lees verder….

Deel dit bericht:
mei 062015
 

WordPress“It’s Easy As… 1,2,3″ schrijven ze op de WordPress website. Meer dan 3 stappen komen er niet kijken bij het in de lucht brengen van een WordPress website. In het eerste deel van deze berichten over de werking van een aantal onderwerpen waar sommige mensen hoofdpijn van krijgen (en terecht) heb je kunnen lezen hoe je eenvoudig een WordPress weblog aan maakt, wat een hosting provider is, wat een registrar doet, wat DNS is, en dat die drie diensten (registrar voor je domeinnaam, DNS, hosting) door één partij of meerdere partijen aangeboden kan worden.

Dat hebben we gisteren gedaan op basis van shared hosting, waarbij je met een (groot) aantal anderen een server deelt. Dat gaat best vaak goed, maar als je site meer bezoekers trekt, als je net even iets anders wilt installeren dan de standaard aanwezige PHP-versie of MySQL-versie, als je het beheer zelf wilt doen of zelf door iemand anders wilt laten doen, dan wordt je vaak doorverwezen naar een VPS of Virtual Private Server.

VPS
Bij een VPS heb je niet “echt” een eigen server als in een kast zoals je ook een PC op je of onder je bureau hebt staan. Een VPS is een “virtuele” server. Je kunt zelf eenvoudig virtuele machines aanmaken op je eigen desktopcomputer, bijvoorbeeld met behulp van het gratis VirtualBox. Daarbinnen zou je dan een Linux server kunnen draaien, beheren en ook van buiten die virtuele machine kunnen benaderen. Nou zal een VPS aanbieder geen VirtualBox op Windows gebruiken maar bijvoorbeeld een product als OpenVZ. Net als je bij je desktop zult merken, moet de hardware waar de virtuele servers op draaien voldoende krachtig zijn. Mooi daarbij is dat een aanbieder de beschikbare processorcapaciteit, intern geheugen en schijfruimte van de VPS eenvoudig kan aanpassen. Ook het verplaatsen van een VPS naar een andere machine (omdat het bijvoorbeeld te vol wordt op de ene fysieke machine) kan zonder problemen gebeuren.
Als gebruiker heb je het voordeel van een echt afgesloten omgeving. Dus hoewel je nog steeds met meerdere gebruikers op een en dezelfde fysieke server kunt zitten, kan het niet meer zo zijn dat een script dat “fout” gaat bij de ene gebruiker ook jouw serveromgeving uit de lucht haalt. En een reboot van jouw server heeft geen enkel effect op die van de andere gebruikers.
Lees verder….

Deel dit bericht:
mei 052015
 

WordPress“It’s Easy As… 1,2,3″ schrijven ze op de WordPress website. Meer dan 3 stappen komen er niet kijken bij het in de lucht brengen van een WordPress website:

  1. Zoek een webhost met WordPress ondersteuning;
  2. Download en installeer de software;
  3. Lees de documentatie, wordt een WordPress expert en maak indruk op je vrienden.

En eigenlijk kan het haast nog gemakkelijker. Want als je niet naar WordPress.org gaat maar naar WordPress.com, dan kun je daar helemaal gratis een weblog op basis van WordPress aanmaken.

In deze blogpost wil ik een aantal termen, begrippen en keuzes die je hebt als je een weblog wilt starten op basis van WordPress op een rij zetten. Daarbij ben ik gegarandeerd onvolledig. Niet alleen zijn er ontelbare andere opties, ik kan op dit moment simpelweg ook niet helemaal verzinnen hoe ver en hoe diep ik dingen moet beschrijven om het breed genoeg begrijpelijk te maken.
De kans bestaat ook dat ik hier en daar onzin vertel of dingen die toch niet helemaal juist zijn. Daarom zijn aanvullende vragen én opmerkingen, links, uitleg van harte welkom!
Ik zal ze zo veel mogelijk verwerken in vervolgposts en verdieping. Wel de vraag om vooral bij de aanvullingen in de gaten te houden wie de doelgroep is: gewone mensen (docenten, studenten, ouders, amateur bloggers) met niet heel veel (in ieder geval geen super) technische kennis.
Mensen dus waarvoor het onderhouden van een server niet hun werk is.

p.s. Even voor de duidelijk: reacties waarin webhosting X of Y aangeprezen wordt zie ik waarschijnlijk als SPAM. Het betekent niet dat je nergens naar mag verwijzen, maar als je allereerste reactie hier uit niet meer bestaat dan “Ik zit bij X en ben daar heel tevreden!”, dan liever niet. :-)

p.p.s. Ik merk dat ik veel woorden nodig heb voor de uitleg, dus wordt het een bericht in meerdere delen.

OK, laten we beginnen.
Lees verder….

Deel dit bericht:
mei 042015
 

Schermafdruk 2015-05-02 21.05.14De tweede verwijzing die ik kreeg naar aanleiding van mijn blogpost ging naar SSL Labs (de eerste ging over IPv6). Daar kun je je SSL verbinding laten testen. En eigenlijk is de naam van de site net zo achterhaald als mijn kennis van SLL / HTTPS was. Want SSL (Secure Socket Layer) is inmiddels opgevolgd door TLS (Transport Layer Security). En sinds oktober 2014 worden zowel SSL 1.0, 2.0 als 3.0 als onveilig beschouwd nadat de POODLE-kwetsbaarheid bekend werd (ik citeer even Wikipedia).

De standaard SSL opties zoals die in Virtualmin beschikbaar zijn (waarmee ik mijn server beheer) bieden ondersteuning voor SSL 2.0, 3.0 en TLS 1.0, maar alle drie worden standaard aan gezet. De test bij SSL Labs maakte duidelijk dat ik zowel de ondersteuning voor alle drie de SLL-versies uit moest zetten als voor de TLS versies 1.0 en 1.1. In plaats daarvan moest ik alleen TLS versie 1.2 aan zetten. Dat kon niet vanuit de standaardinterface, maar van Michiel Schok kreeg ik een verwijzing naar deze SURFnet blogpost.
Lees verder….

Deel dit bericht:
mei 032015
 

Schermafdruk 2015-05-02 21.05.24 Het is een van die dubieuze genoegen van het bijhouden van een weblog: soms kom je er ná het posten van een blog achter dat je eigenlijk helemaal niets wist van het onderwerp waar je een blogpost over schreef.
Zo overkwam me dat ook afgelopen week met de blogpost “Veilig verbinding maken met WordPress via SSL/HTTPS“. Redelijk snel nadat ik de verwijzing naar het bericht op Twitter gezet had kreeg ik twee vriendelijke, nette, maar wel duidelijke reacties terug die aangaven dat ik toch nog niet helemaal klaar was.

Beide reacties gaven ook informatie over wat er dan niet klopte, de ene verwees naar internet.nl, de ander naar de SSL Server Test. In beide gevallen scoorde mijn weblog niet maximaal in de test. Daar moest dus nog iets aan gebeuren.
Lees verder….

Deel dit bericht:

Volg de SURF Kennisbank via RSS

 Gepubliceerd door om 13:43  Internet, SURF, Tip, Tools
apr 282015
 

Schermafdruk 2015-04-28 13.29.27

Er zijn mensen die al jaren roepen dat RSS dood en begraven is. Maar er zijn ook mensen, zoals ik, die niet zonder zouden kunnen. Dankzij RSS kan ik veel meer sites en bronnen op één plek (Feedly in mijn geval) in de gaten houden dan anders. Daarom ben ik altijd heel blij met een RSS-feed op een site. Ik heb die van de Agenda van SURF al een tijdje in gebruik. Nieuwe bijeenkomsten komen direct voorbij en zijn dan via één klik te bekijken.

Voor de SURF Kennisbank wilde ik dat natuurlijk ook graag doen. Maar daar had de RSS-feed tot nu toe wat problemen, de link naar de bron was afwezig in de feed. Dat is nu gelukkig opgelost en je kunt dus ook nu bij de Kennisbank rechtstreeks doorklikken naar de bron. Heel handig en zeker dus een feed die je in je RSS-lezer wilt hebben!

Er zit nog één eigenaardigheidje in de RSS-feed van de Kennisbank. De feed gebruikt de “laatst gewijzigd” datum bij het opbouwen van het overzicht. Maar dat betekent dat als er iemand tekstueel iets wijzigt aan een item van een paar jaar geleden, dan komt dat item als nieuw in de RSS-feed. Pas bij doorklikken zie je dan dat een item “Eindrapportage Studiekeuzegesprekken: op zoek naar maatwerk” weliswaar op 24 april 2015 voor het laatst gewijzigd is, maar de rapportage zelf is uit 2011. Van de andere kant, zo kun je natuurlijk ook nog eens interessante bronnen van een tijdje geleden ontdekken. :-)

Deel dit bericht:
apr 132015
 

edX logoIk had een tijdje geleden het bericht voorbij zien komen dat EdX problemen had gekregen met de toegankelijkheid van hun MOOCs / MOOC-software. En dan ging het niet over het al dan niet gratis zijn, maar over de mate waarin de omgeving en de content ook geschikt is voor bijvoorbeeld blinde/slechtziende of doven. Dat is iets waar in Nederland relatief weinig aandacht voor is, maar waar je in de VS (terecht) veel meer mee te maken hebt. Het geschikt maken van een pagina/omgeving/content kan dan bijvoorbeeld bestaan uit het leveren van ondertiteling / captioning bij video, het zorgen dat er alternatieve teksten beschikbaar zijn voor afbeeldingen, het instelbaar maken van het contrast van pagina’s etc.

Bij EdX was dat blijkbaar onvoldoende op orde (ik vraag me af hoe dat bij de andere aanbieders zit), en zij hebben daar nu afspraken over gemaakt met Justitie in de VS (bron). De overeenkomst heeft betrekking op een periode van vier jaar en omvat:

  • Het, binnen 18 maanden, volledig toegankelijk maken van de EdX website,  de mobiele omgevingen, het leermanagementsysteem waarmee de cursussen  worden aangeboden;
  • Het er voor zorgen dat de contentbeheeromgeving, genaamd Studio, waarmee de online cursussen worden aangeboden, het mogelijk maakt om toegankelijke content te publiceren;
  • Het er voor zorgen dat, binnen 18 maanden volgend op de eerste 18 maanden, de contentbeheeromgeving volledig toegankelijk is en geschikt s voor het maken cursussen die toegankelijk zijn voor deelnemers met een beperking;
  • Het aanbieden van handleidingen voor makers van cursussen met best practices voor het toegankelijk maken van cursussen;
  • Het aanstellen van een coördinator voor web-toegankelijkheid;
  • Het opstellen van beleid voor web-toegankelijkheid;
  • Het verzamelen van feedback van deelnemers aan de cursussen op het gebied van toegankelijkheid;
  • Het verzorgen van training rond web-toegankelijkheid voor medewerkers die aan de website, het platform en de mobiele applicaties werken;
  • Het aanstellen van een consultant die de toegankelijkheid van de website, het platform en de mobiele applicaties in de gaten houdt.

Best een stevige lijst dus, maar eigenlijk ook een lijst die al zou moeten gelden. Blijft dus de vraag: hoe goed doen de anderen dit?
Of dichter bij huis: hoe zit dit voor je eigen leeromgeving / ELO ?

Deel dit bericht: