Jan 282016
 

LoRaNormaal gesproken willen we voor draadloze netwerken vooral dat ze sneller worden. Meer bandbreedte betekent probleemloos video kijken, bestanden versturen. Eerst thuis, via WiFi, nu ook onderweg via 3G en bij voorkeur 4G.

Maar niet in alle gevallen heb je MB’s aan bandbreedte nodig. Als je sensoren hebt die de gesteldheid van de grond van een maisveld in de gaten houdt, die elke minuut meet of de zuurgraad goed is, als je de positie van een vrachtwagen door wilt geven, wilt weten of een lantaarnpaal nog goed functioneert, hoeveel fietsers er op een bepaalde plek voorbij komen, of een afvalbak in het park vol is. Het zijn allemaal toepassingen die steeds maar 1-2 kB aan data versturen. Maar die ook vaak op plekken voorkomen waar WiFi niet handig is (een WiFi verbinding opzetten kost even tijd en kost vaak relatief veel energie voor een apparaat dat normaal gesproken “slaapt” en bv 1x per minuut wakker wordt om een meting te doen) en waarbij een mobiel datanetwerk eigenlijk te duur is (want als je 1000 of 10.000 sensoren actief hebt wil je die niet elk hun eigen data abonnement geven).

Bij een Low Power Wide Area Network (LPWAN) gaat het om netwerken met een kleine bandbreedte waarbij over een groot gebied data uitgewisseld wordt. Ideaal dus voor bovengenoemde apparaten. Omdat je, net als bij WiFi, afspraken moet maken over de manier waarop apparaten dat doen (het protocol) werken bedrijven samen om zulke afspraken op te stellen.

LoRa en LoRaWAN zijn nu onderwerp van dit bericht, maar zijn merknamen van de LoRa alliance, het is niet uitgesloten dat er andere protocollen en communicatiewijzen komen die hetzelfde doen als LoRa. Maar op dit moment staan beiden in de belangstelling van zowel kleine “jongens” en de wat grotere.

Zo heeft The Things Network afgelopen jaar een Kickstarter succesvol afgesloten waarbij backers een router konden bestellen waarmee ze zelf onderdeel van het netwerk kunnen worden. Met die router kun je je huis veranderen in een toegangspunt waarbij devices dat via het juiste protocol proberen te communiceren via jouw toegangspunt en je internetverbinding met hun thuisbasis data kunnen uitwisselen. Daar merk je zelf niet van omdat het maar om kleine hoeveelheden data gaat. Door het grote bereik van zo’n router, heb je er, in tegenstelling tot bij WiFi maar een paar nodig om een relatief groot gebied te dekken. In mijn geval had ik met een router heel Deurne (Brabant, NL, niet bij Antwerpen) van dekking kunnen voorzien.

Lees verder….

Deel dit bericht:

Adblock for YouTube

 Gepubliceerd door om 10:10  Internet, Video
Jan 172016
 

Adblock_YouTubeOK, ik snap het: Voor niets gaat alleen de zon op en ook bij Google moet de schoorsteen branden. En ja, er zijn steeds meer kleine, onafhankelijke aanbieders van videocontent op YouTube en foei, ik stoot hen het brood uit hun mond.

Pech gehad, eigen schuld, dikke bult. Want het aantal videoreclames van 30 seconden, 1 minuut (je weet wel die mooie van Eneco) of langer die ik de afgelopen 24 uur elke keer opnieuw moest laten afspelen voordat ik een video te zien kon krijgen hebben er voor gezorgd dat ik Adblock for YouTube geïnstalleerd heb. Ik zie na een snelle test dat ook die ze er niet 100% uit weet te filteren, maar het is tenminste weer een beetje werkbaar. Ik was namelijk door een aantal video’s aan het zappen op zoek naar instructies met betrekking tot de ESP8266 en dan wil je dus niet een minuut wachten om te ontdekken dat het tóch niet de video was die je zocht.

Raymond Snijders suggereerde via Twitter al dat het onderdeel is van de aanloop naar de betaalde, reclamevrije versie van YouTube:

Dat zou ik nog een logische verklaring vinden ook. We zullen het zien. Balen dat er wéér een plugin nodig is om het gebruik van het web praktisch te laten blijven, maar het is helaas niet anders.

Deel dit bericht:
Dec 212015
 

Lynda_comIk kende Lynda.com natuurlijk wel al. Maar eigenlijk kende ik ze vooral van de meer technische / applicatie-gerichte trainingen. Maar vandaag kwam ik ook hun meer onderwijs gericht trainingen tegen, o.a. via deze “playlist” getiteld ePedagogy.

Ik begrijp dat er onderwijsinstellingen zijn die campusbrede licenties afnemen voor de trainingen. Wat ik nog niet kan inschatten is hoe de Lynda.com trainingen zich in dat geval verhouden tot de andere gratis beschikbare MOOCs op dit gebied.

Wat ik van de Lynda.com trainingen gezien heb zijn ze zeker niet slecht. Maar als je ze op deze manier aanbiedt lijkt me dat je tegen dezelfde problemen aanloopt als bij het aanbieden van MOOCs.

Is er iemand die dit leest waarbij de onderwijsinstelling de Lynda.com trainingen intern aanbiedt? Zo ja, zouden we dan een keer kunnen mailen/praten/skypen over hoe dat werkt? Of de trainingen ook gebruikt worden en hoe?

Deel dit bericht:
Dec 162015
 

Kennisnet_Podcast

Er gaan een paar mensen spontaan van hun stoel af vallen als ik beken dat ik nog niet eerder toegekomen ben aan het luisteren naar een van de afleveringen van de Kennisnet Podcast. Immers, zeker nu ik weer bijna dagelijks wat langer dan voorheen met het OV reis, zou ik toch ook tijd moeten hebben om te luisteren naar wat  Frans Schouwenburg en Michael van Wetering te bespreken hebben.

Goed, hij is inmiddels toegevoegd aan Feedly (want de ‘gewone’ RSS-feed is via libsyn ook te vinden: http://kennisnet.libsyn.com/rss) en ook maar even op mijn iPad bij de Podcasts, dus het zal vast niet alleen bij die ene aflevering over Chromebooks blijven waar ik net naar heb zitten luisteren (niet in de trein overigens). Dit keer gingen Frans en Michael in gesprek met Arco de Bonte, leraar in groep 8 en ict-coördinator en -innovator op de Koningin Juliana School in Schravenpolder. Het verhaal van Arco wijkt niet echt af van wat ik van Koen hoorde toen ik bij hem in Cuijk op bezoek ging, maar het is sowieso natuurlijk altijd goed om  meerdere bronnen en invalshoeken te hebben.

Ook interessant is de link naar de Google+ community over Google waar Nederlandse leraren en docenten elkaar treffen: de Nederlandse Google Educator Group (GEG). Je moet toestemming vragen om lid te worden, maar dat gaat redelijk snel heb ik vanavond gemerkt. De groep gaat niet alleen over Chromebook, al kun je daar o.a. ook de ervaringen van Arco met de Chromebit vinden.

Je kunt de podcast hieronder beluisteren:

De andere Kennisnet podcasts zijn hier te vinden: http://kennisnet.libsyn.com/podcast 

(met dank aan Ad voor de tip via WhatsApp)

Deel dit bericht:
Dec 082015
 

Kickstarter Als het goed is, dan weet iedereen die al eens iets via Kickstarter “gekocht” heeft het: het zijn producten in ontwikkeling en er zit altijd een risico aan dat een product niet geleverd wordt, vertraging oploopt of niet helemaal de beloften waar kan maken.
Wil je een volledig getest, gegarandeerd binnen een paar dagen geleverd product, dan moet je niet bij Kickstarter zijn.

Waarom doe je mee aan Kickstarter? Omdat je zo toegang kunt krijgen tot technologie / producten die uniek en nieuw zijn en/of omdat je zo een ontwikkelaar/bedrijf ondersteund dat van crowdfunding afhankelijk is om dat product daadwerkelijk op de markt te krijgen.

Prima, maar wat is dan de kans dat je niet dat krijgt waar je voor betaalt? Ethan Mollick deed er onderzoek naar (PDF is hier te downloaden), hij stuurde bijna 500.000 Kickstarter supporters een vragenlijst (ik kan me eigenlijk niet herinneren er eentje gehad te hebben, maar ik ben ook notoir slecht als invuller van vragenlijsten) en kreeg van ongeveer 10% (47.188 om precies te zijn) een reactie terug.

Om alvast het antwoord te verklappen: minder dan 10% van de projecten slaagt niet.

En niet slagen betekent hier dat het product niet geleverd wordt of dat het product niet aan de verwachtingen voldoet. Het onderzoek heeft drie definities van “niet slagen” vergeleken. De strengste is dat een project als niet geslaagd beschouwd wordt als er minimaal één reactie terug kwam die dat aangaf. Alleen dan kom je op 9,95% van de projecten. Als je ervan uitgaat dat minimaal de helft van de mensen die een project gesteund hebben dat aangeeft zakt het percentage naar 8,6% van alle projecten. En als je van mening bent dat iedereen die reageerde het zou moeten aangeven zakt het percentage nog verder, naar 5,6%.

Wat dat betreft zit ik dus precies op het gemiddelde. Van de 10 Kickstarter campagnes die ik tot nu toe ondersteund heb is er één volledig mislukt. Helaas voor mij was dat een relatief dure mislukking omdat de initiatiefnemers er met het geld vandoor zijn gegaan en ik dat dus ook niet terug gekregen heb. Maar goed, de kans daarop is dus minder dan 10%. Op zich te overzien als je bedenkt dat het innovatieprojecten zijn.

(getipt door bright.nl)

Deel dit bericht:
Dec 052015
 

auteursrecht

Stel je voor: je werkt wekenlang aan een liedje, stopt er je ziel en zaligheid in en dan is hij eindelijk af. Je springt een gat in de lucht. Maar tot je teleurstelling zie je dat mensen jouw liedje illegaal downloaden en gebruik maken van jouw werk en creativiteit. Werk dat jou bloed, zweet, tranen en geld heeft gekost om te produceren. Ze plaatsen het op social media en monteren het onder hun eigen vlog en dat levert jou niets op. Daarom is het auteursrecht in het leven geroepen.

KlasseTV maakte in samenwerking met de Federatie Auteursrechtbelangen een les over “auteursrecht en respect voor de makers”. Dit deden ze in het kader van de Week van de Mediawijsheid. Het thema was toen respect en media. Op hun site is een lesbrief voor het primair onderwijs en eentje voor het voortgezet onderwijs te vinden, een begeleidend filmpje, een werkboek en een brief voor de ouders. Het citaat hierboven staat op de voorpagina en voorspelde al niet veel goeds.

Het auteursrecht als bescherming
De les probeert het heel simpel te houden: je bent maker, steekt bloed, zweet, tranen en geld in het maken van iets (een liedje), dan wil je toch niet dat anderen het zomaar gebruiken zonder dat het jou iets oplevert?
Verdien je als maker niet “respect en erkenning” (letterlijke woorden uit de lesbrief) en de mogelijkheid om winst te maken?

Het wordt daarmee niet alleen een heel kapitalistisch ingestoken les, maakt geeft het auteursrecht ook een absolute en fundamentele status. En dat laatste vind ik wat problematisch omdat de auteurswet in Nederland helemaal geen ding is dat vast en onveranderbaar is. Daar hebben de belanghebbenden door de jaren heen flink aan gesleuteld. En niet met als doel om die individuele maker zo goed mogelijk te beschermen.
En winst voor de maker is één kant van het verhaal, is dan weer een andere kant, die in de les helemaal niet aan bod komt. Makers die betaald worden van belastinggeld, makers die geïnspireerd werden door het werk van andere makers, makers die al lang breed dood zijn, makers die best al heel wat winst gemaakt hebben, makers die hun materiaal meerdere keren verkopen omdat het technische medium waar dat materiaal op staat anders is. Kortom, de boodschap “downloaden is slecht” komt mij hier toch een beetje te kort door die bekende bocht langs.

En in een lesbrief in het kader van de Week van de Mediawijsheid, vind ik dit simpelweg propaganda verpakt in een gratis lesbrief. En als ouder zou ik dat bezwaar ook kenbaar maken als de school van mijn kinderen deze les zou willen uitvoeren.

Met dank aan
Ik kwam het lespakket tegen op ictnieuws.nl. De auteurs daar werken ook hard aan het bijhouden van hun site. Het auteursrecht zou er helemaal niets van vinden als ik op basis van die info dit bericht gemaakt had zónder naar hun website te verwijzen. Ik citeer niet, ik knip en plak niet uit hun bericht, ik leerde van het bestaan van de les en schreef daar zelf wat over.

Wat mag ik met het lespakket?
Doordat ik het bericht bij ictnieuws.nl gelezen heb, ga ik er vanuit dat ik de les zomaar, gratis, zonder aanvullende toestemming mag gebruiken in een les. Maar de site geeft dat nergens aan. Niet in de lesbrief, niet in een instructie aan de leerkracht, nergens bij die gratis les.
Eigenlijk nodigt de site daarmee de doelgroep juist uit om precies dát te doen wat ze willen voorkomen.

En natuurlijk zou het teveel gevraagd zijn om te verwachten dat de Federatie Auteursrechtbelangen een creative commons licentie aan deze les gehangen zou hebben. Je weet wel, dat ding waarmee je als maker aan anderen expliciet toestemming kunt geven om dingen te doen met de materialen die jou bloed, zweet, tranen en geld hebben gekost om te produceren.

Beetje naïef
Dat de makers van de lesbrief het zelf ook allemaal niet echt begrijpen, blijkt ook wel uit het laatste stukje van de lesbrief:

Het plaatsen van hun eindproduct op internet is niet noodzakelijk, maar kan erg leuk zijn voor de leerlingen. Hierbij kan ook gedacht worden aan de schoolwebsite of eventueel het Facebook account van de school.

Ja, laat ze die propagandaboekjes maar online zetten. Eens kijken hoeveel in de groep dan meteen vragen of zij nou ook geld krijgen als iemand anders hun uitwerkingen download zonder hun toestemming.

Conclusie
Een nuttige lesbrief in het kader van Mediawijsheid. Maar niet als je doel is om leerlingen echt meer zicht te geven op de uitdagingen rond auteursrecht.

Deel dit bericht:
Dec 032015
 

20151203_141253 Ongeveer een maand geleden stelde ik mezelf de vraag of we nog iets moesten met Chromebooks in het onderwijs. In de reacties bood mijn collega Koen Steeman aan dat ik een keer bij ‘zijn’ basisschool zou komen kijken. Naast zijn werk als Specialist Leren met ict bij het iXperium Nijmegen is Koen namelijk ook docent van groep 8 bij ’t Startblok in Cuijk. Vanmiddag zouden twee andere ict-coördinatoren van basisscholen komen kijken en dus was het ook een uitgelezen moment voor mij om langs te gaan.

20151203_133555000_iOSDe klas van Koen maakt niet elke dag en niet elk moment van de dag gebruik van de Chromebooks. De school heeft een aantal laptopkarren met per kar 25 Chromebooks. De groepen 7 en 8 delen een kar, groep 5 en 6 ook. Voor de jongste leerlingen hebben ze iPads. Elke klas heeft minimaal één vast tijdblok per week waarop ze met de Chromebooks werken, de andere momenten worden door de leerkrachten op basis van behoefte ingepland. Vanmiddag was zo’n moment waarop de klas met de Chromebooks aan de slag gingen.
Op zo’n moment blijkt wel al een duidelijk voordeel van een Chromebook ten opzichte van een iPad: elke leerling logt in met zijn/haar eigen account en heeft dan meteen zijn eigen omgeving (favorieten etc) ter beschikking. Ten opzichte van een reguliere laptop (de school had eerst SkoolBooks) wint de Chromebook het aan het begin van de les duidelijk qua opstartsnelheid. Twee minuten wachten voordat een apparaat opgestart is, zorgt voor veel onrust in een klas.

De groep van Koen ging vanmiddag in verschillende groepjes aan de slag. Sommige leerlingen werkten met Duolingo aan hun Engels. Een ander groepjes was via een gedeeld document in Google Drive met Google Docs bezig met de planning / hun werkstuk voor de kerstactiviteit, weer een ander groepje was bezig met Code Combat etc.
De klas werkt daarnaast met Taal in Beeld,  De wereld in getallen, kortom een groot aantal verschillende (online) toepassingen, die eigenlijk allemaal ook wel als eigenschap hebben dat een toetsenbord voordelen heeft. Zeker omdat je dan het hele beeldscherm beschikbaar houdt tijdens het typen.

Lees verder….

Deel dit bericht:

Scoop.it highlights 29-11-2015

 Gepubliceerd door om 19:22  Internet
Nov 292015
 

Meer lezen, mijn scoop.it topics zijn hier te vinden.

Deel dit bericht:
Nov 212015
 

20151119_170109000_iOS Het kan zijn dat ik zo meteen een reactie krijg dat “dit er al jaren in zit” (dat betwijfel ik overigens), maar het was een feature die ik nog niet kende. Natuurlijk wist ik van de optie om op iOS PDF aan te maken. Dat was voor mij ook niet nieuw. Maar wat ik nu tegen kwam was een extra optie zodra ik in Safari (ik zie het niet in Chrome) overschakel naar de “reader” weergave. Dat is de weergave waarbij Safari alle extra zooi op een pagina verwijdert.

Bij de “delen” optie zit dan, naast de optie om een link te tweeten of op facebook te delen, nu ook de optie om een PDF-versie van de pagina op te slaan in iBooks. En dat is een handige functie, want die maakt dan namelijk gebruik van de “reader”-weergave van de pagina. De tools die ik tot nu toe tegen kwam op iOS voor het maken van PDF’s van webpagina’s gaan namelijk uit van de volledige weergave van pagina’s, dus inclusief alle reclame en andere zooi.

Nou is iBooks wellicht niet dé plek voor het lezen van PDF-bestanden, maar vanuit iBooks kun je de PDF via mail naar jezelf of iemand anders versturen.
Al met al een handige optie, jammer dat hij niet ook in Google Chrome aanwezig is, want die browser gebruik ik vaker.

Deel dit bericht:
Nov 192015
 

Um El-FaroudIk vond het wel een grappig bericht in de categorie “zijn we nu zó zeer aan het vergeten wat echt is?”. Reuters heeft namelijk het volgende verzoek de deur uit gedaan:

“I’d like to pass on a note of request to our freelance contributors due to a worldwide policy change.. In future, please don’t send photos to Reuters that were processed from RAW or CR2 files. If you want to shoot raw images that’s fine, just take JPEGs at the same time. Only send us the photos that were originally JPEGs, with minimal processing (cropping, correcting levels, etc).”

Samengevat: het vriendelijk (doch dringend) verzoek aan freelance fotografen om voortaan geen RAW of CR2 bestanden te gebruiken (als basis voor PNG of JPG foto’s) maar “originele” JPEGs (bron).

Ehm, hoezo?

Nou, er blijken twee redenen te zijn. De eerste is op zich nog een beetje te begrijpen: een JPEG wordt meteen door het toestel opgeslagen. In theorie kun je die seconden later bij het nieuwsbureau hebben zónder extra handelingen (via WiFi automatisch doorgestuurd naar laptop/tablet die via dataverbinding de foto doorstuurt).
RAW-foto’s moeten “ontwikkeld” worden en vergen eigenlijk altijd wel een handmatige handeling. Natuurlijk zou je technisch het ontwikkelen (= converteren naar JPEG) kunnen automatiseren maar dan raak je de voordelen van de extra data en de controle die je hebt over het conversieproces kwijt.
De tweede reden is wat grappiger: Omdat je bij het ontwikkelen de foto aan kunt passen, ziet Reuters de geconverteerde foto als potentieel minder waarheidsgetrouw.

En dat vind ik dan wel weer een heel grappige redenatie. In theorie kan dat waar zijn (maar ook een JPEG is te bewerken) maar ik gebruik zelf juist RAW bij het foto’s maken onder water vanwege de mogelijkheid om waarheidsgetrouwe kleuren te reproduceren bij het ontwikkelen. Want onder water is het steeds vaststellen van de juiste witbalans niet altijd even eenvoudig.
Natuurlijk, ik heb ook de optie RAW+JPEG aan staan, dus mijn toestel maakt steeds zowel een RAW bestand als een JPEG bestand. Maar als ik er met de witbalans naast zit, dan heb ik niet veel aan het JPEG-bestand, dan heb ik de RAW versie nodig.

Dus mijn barracuda’s bij het wrak van Um El-Faroud zouden zoals je ze hier ziet (klik er even op als je de originele versie wilt zien) zouden niet voldoen voor Reuters. Toch ben ik wel benieuwd hoe ze dat gaan achterhalen. Als ik naar de EXIF info van de foto kijk, dan zie ik niet direct iets waar ik uit kan afleiden dat de bron een RAW bestand was. En sowieso kan ik er in Lightroom voor kiezen om die extra metadata niet toe te voegen.

Tja, blijft toch raar, dat een geautomatiseerd mechanisme, dat lang niet altijd perfect is nu de voorkeur krijgt boven het menselijk oog.

Deel dit bericht: