Jun 262016
 

ifitweremyhomeAls je in een land woont, dan is dat vaak je referentiekader. Je voorstellen hoe veel groter of kleiner andere landen zijn, of waar andere verschillen zitten, is niet altijd even eenvoudig.

Richard Byrne verwijst naar drie verschillende sites die elk op hun eigen manier je in staat stellen (of je leerlingen in staat stellen) om hun eigen land te vergelijken met de rest van de wereld.

Zo krijg je bij If It Were My Home niet alleen de verschillen in afmetingen tussen twee landen te zien, maar ook een aantal andere vergelijking zoals over werkloosheid, energieverbruik, inkomen etc.

Overlapmaps is de meest eenvoudige van het drietal en laat “slechts” een kaart zien van de twee gekozen landen over elkaar.

TexasBij The True Size Of beginnen ze standaard met een lesje in “wist je wel hoe groot Afrika eigenlijk is?” door de VS, China en India er overheen te leggen. Een van mijn favorieten is de vergelijking van Nederland versus Texas. Het geeft wel een goed beeld van hoe klein ons kikkerlandje wel niet is.

Hoe dan ook, mooie sites om bij de hand te hebben.

Deel dit bericht:

Gedaan: Nerdcafé 6 in Deurne

 Gepubliceerd door om 23:06  Hardware, Internet
Jun 222016
 

20160622_183732000_iOSVanavond was de zesde editie van Nerdcafé Deurne georganiseerd door Jeroen van de Nieuwenhof. Sprekers vanavond waren Eugene Tjoa en Mark van der Net. Beiden hadden ze het over data, maar dan met een iets verschillende insteek. Voor beide sprekers geldt als snelle tip: kijk zeker even via de link achter hun naam op hun websites!

Eugene lichtte een aantal mooie toepassingen van open (geo) data toe, o.a. aan de hand van de PDOK-website en de smartcityapp. Zoals gezegd, ook op de eigen site staan mooie voorbeelden, zoals deze visualisatie die mogelijk is dankzij de data uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).

Na de pauze was het de beurt aan Mark die niet alleen over LoRaWAN kwam vertellen, maar aan de hand van de voorbeelden op zijn site een aantal andere voorbeelden van het gebruik van big data, in dit geval verzameld vanuit sociale media, liet zien. Zie bijvoorbeeld deze pagina met informatie over de Babel interactieve installatie.

Daarna ging Mark van der Net in op LoRaWAN als netwerk van apparaten dat ook gebruikt kan worden om data te verzamelen en uit te wisselen. Hij had vanavond zowel een Kerlink IoT Gateway (kost zo’n €1.500) bij zich als een kleine sensor node met o.a. een temperatuursensor en klein zonnepaneeltje (niet zichtbaar op de foto).

20160622_215220_HDR-1

LoRaWAN Sensor node

20160622_215225_HDR-1

Kerlink IoT Gateway

Duidelijk is dat het netwerk zich nog moet bewijzen. De use-cases voor particulieren zijn meestal nogal vergezocht (ik heb geen bootje waarvan ik bang ben dat hij gaat lekken) terwijl bedrijven en gemeenten niet altijd heel snel schakelen met zulke technologieën.
Ik ben benieuwd hoe het zich verder gaat ontwikkelen. Ik vond de investering in een gateway van het The Things Network vorig jaar via Kickstarter een wat te grote gok omdat er zo weinig bekend was over de achterliggende organisatie en het netwerk. Maar als het een beetje meezit krijg ik in augustus (of niet al te lang erna) wel twee LoPy modules (met antennes) via een andere Kickstarter. Dan kan ik er in ieder geval eens mee experimenteren en een gevoel krijgen voor de complexiteit van de technologie.

Al met al was het weer een interessante avond. Voldoende nerds ook weer in de zaal. De volgende editie is na de zomer, in september, dus hou de site van Nerdcafé in de gaten!

Deel dit bericht:
Jun 192016
 

Code_orgIn de nieuwsbrief van code.org van afgelopen weekend wijzen ze (nogmaals?) nadrukkelijk op hun “App Lab” omgeving. Ik schijf nogmaals met een vraagteken tussen haakjes omdat ik de omgeving zelf nog niet kende, ze het eigenlijk brengen als iets nieuws, maar de filmpjes en andere materialen maken duidelijk dat het er al even is.

Doet er natuurlijk eigenlijk helemaal niet toe, als je het niet kent, kijk dan zeker even op: https://code.org/educate/applab

Uit de filmpjes en uitleg, maar ook al door de leeftijdsaanduiding 13+ wordt duidelijk dat deze omgeving zeker iets anders is dan de “hour of code” (Uur code) omgevingen die je ook op code.org kunt vinden. Niet dat ze daar niet ook materialen voor hebben, er wordt onderscheid gemaakt in een code_org_opbouwaantal leeftijdscategorieën, zoals van 4-6, 6+, 8+, 10+ en nu dus 13+

Als je docent in het voortgezet onderwijs bent, of ouder met kinderen in die leeftijdscategorie dan moet je eigenlijk de site en de app gewoon een keer bekijken. Als ouder zou je je kind waarschijnlijk er gewoon eens mee aan de slag willen laten gaan, las docent wil je waarschijnlijk eerst de achterliggende materialen bestuderen. Want er is het nodige beschikbaar. Niet alleen filmpjes, maar ook lesplannen en opdrachten die je natuurlijk niet een-op-een over hoeft te nemen, maar die je wel de nodige inspiratie kunnen geven. Uitdaging lijkt me binnen het onderwijs dan weer de vraag: in hoeverre laat je leerlingen gewoon los op het geheel van hulpmiddelen en waar moet je ze helpen? Hoe bereik je de juiste balans tussen “motiverende frustratie/uitdaging” en té grote stappen/onbekendheid/onzekerheid waardoor ze het gevoel hebben dat ze het niet aankunnen?

Neem bijvoorbeeld onderstaande uitleg:

Ik snap wat ze aan het uitleggen is, maar dat was voor het filmpje ook al zo. En voor de duidelijkheid, het filmpje staat niet op zichzelf, het is onderdeel van een lessenplan én je kunt meteen oefenen met wat ze hier uitlegt. Maar er komen heel wat vaktermen vooruit. En dan is het van hieruit naar App lab toch nog best een stevige stap.  Ik ben benieuwd naar ervaringen. Een ding is in ieder geval wel zeker: er wordt flink aan de weg getimmerd en docenten krijgen (ook in Nederland) eerder te maken met keuzestress als het gaat om “wat gebruik ik allemaal?” dan dat ze als probleem hebben dat er geen (gratis) lesmateriaal beschikbaar is.

 

 

Deel dit bericht:

Wordt het NB-IoT versus LoRa bij IoT?

 Gepubliceerd door om 21:56  Internet
Jun 102016
 

nbiot Ik moet bekennen dat ik eigen nog heel weinig over het Internet of Things weet. Dat bleek afgelopen week ook maar weer eens toen ik voor het eerst las over NB-IoT in een bericht op Tweakers. Daar stond dat T-Mobile voor deze standaard gekozen had. Mijn eerst reactie was “waarom nou een andere standaard dan LoRa?”.
Het zou toch immers zo veel gemakkelijker zijn als we allemaal dezelfde standaard gebruiken?

Inmiddels weet ik een beetje meer over NB-IoT. Onder andere dat het een standaard is van 3GPP, de organisatie achter o.a. GPRS, EDGE en LTE. Juist, de telecomstandaarden die de grote bedrijven allemaal gebruiken. En voor telecombedrijven als T-Mobile en Vodafone betekent dat blijkbaar dat ze niet eens hoeven te investeren in nieuwe hardware maar dat een software-update al voldoende is om de bestaande infrastructuur geschikt te maken voor NB-IoT. Daarbij wordt dan gebruik gemaakt van de “lege ruimte” die er binnen de bestaande communicatie nog over is, dus het kost de providers niks, terwijl je er natuurlijk op kunt rekenen dat “wij” er wel voor gaan betalen (beetje zoals SMS-en dus).

Ook KPN heeft aangegeven nog niet definitief voor LoRa gekozen te hebben, ook zij kijken (logisch begrijp ik nu) naar NB-IoT. We zullen het zien. Ik zou het in ieder geval wel mooi vinden als we in ieder geval ook een gratis, open landelijk dekkend IoT-netwerk houden/krijgen. Dat maakt het experimenteren met interessante toepassingen tenminste mogelijk.

p.s. #1 Mooi voorbeeld van T-Mobile voor IoT bij parkeeroplossingen.
p.s. #2 Op 22 juni 2016 kun je Mark van der Net horen vertellen over het IoT-netwerk dat hij met anderen in Eindhoven heeft opgezet. Meer info kun je hier vinden.

Deel dit bericht:
Jun 092016
 


Soms slaan individuen en bedrijven de plank helemaal mis op sociale media (ik zal daar nu geen voorbeelden van gaan noemen), soms laten ze zien dat ze die media optimaal kunnen inzetten voor hun eigen doel. Een zo’n voorbeeld is de bibliotheek in Troy, Michigan in de Verenigde Staten. Het filmpje hierboven geeft de toelichting, in plaats van dat ik dat verhaal hier nog eens helemaal in woorden beschrijf zou ik zeggen: kijk er even naar.

Overigens denk ik dat er ook wel een niveau van “mazzel” bij zit. Er is geen garantie dat zo’n actie viraal gaat en sowieso is het iets wat maar eenmalig werkt. Maar slim en gedurfd was het wél.

(getipt door Arjan van der Meij)

Deel dit bericht:
Jun 052016
 

coverVan Kennisnet / Mijn kind Online komt “125 leerzame apps & websites” met als ondertitel: voor kinderen van 4 tot 12 jaar.

Laat ik beginnen met de opmerking: als je leraar bent in het basisonderwijs, dan is het gewoon een PDF om te downloaden en eens door te lezen.

En daarna twijfel ik een beetje. Want het document riep bij mij een heleboel vragen op. En zelf vind ik dat super. Het zet mijn hoofd aan het werk, zeker als ik daar niet meteen zomaar de antwoorden bij heb. Maar als ik die vragen hier beschrijf, dan kun je dat ook lezen als het schieten van gaten in het document. En zo is dat wat mij betreft niet direct bedoelt.

Goed, daar gaat hij:
Bestuurders in gesprek met leraren?
Het eerste intrigerende kwam ik al tegen in het persbericht van Kennisnet zelf over het document. Daar staat namelijk:

Met ‘125 leerzame apps & websites’ wil Kennisnet leraren inspireren om met apps in de klas aan de slag te gaan. Maar de inspiratiebrochure is ook bedoeld om bestuurders in het primair onderwijs te helpen om met hun medewerkers te praten over de kwaliteit van digitale inhoud voor leerlingen.

Dit lijkt een toevoeging te zijn van de PR-afdeling, want nergens in het document kom ik echt handvatten tegen voor leidinggevenden. Ik zou het super vinden als leidinggevenden op basisscholen inderdaad in met hun leraren in gesprek zouden gaan over de kwaliteit van het leermateriaal dat gebruikt wordt. Maar minstens net zo handig is het als de leraren zelf met elkaar in gesprek gaan hierover. Maar ook zij zullen daar in het begin wat hulp bij nodig hebben.
Lees verder….

Deel dit bericht:
Mei 242016
 

gogle-maps-ads-100662711-mediumBijna 11 jaar geleden ging ik voor het eerst aan de slag met GPS. Ik weet het, dat klinkt niet eens als lang geleden, maar dat was nog in de tijd dat je daar speciaal een GPS-ontvanger voor moest gebruiken.

Het op een kaart tonen van zo’n GPS-track was al helemaal niet vanzelfsprekend. En juist Google was in die tijd de pionier als het gaat om het op kaarten weergeven van GPX-bestanden of foto’s. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar dit bericht uit 2006 met daarbij een verwijzing naar deze geanimeerde track van een rit van werk naar huis. Zoiets als wat Relive nu doet voor Strava, maar dan 10 jaar geleden. 😉

Maar Google Maps is al lang niet meer de plek waar ik naar toe ga als ik iets met kaarten wil. Sowieso is het al een tijdje niet meer mogelijk om (eenvoudig) een GPX-track weer te geven op een Google Map, daar gebruik ik nu OpenStreetmap voor (zoals hier). Maar ook op de laptop, in de browser is Google Maps al heel lang traag. Zelfs (zeker?) in hun eigen Chrome browser. Ja ja, ik weet het: het is gratis, niemand dwingt me om er gebruik van de maken.

Maar is het niet gek dat iemand die al 10 jaar gebruiker van een product is, zich nu hardop afvraagt waar het tipping point ligt voor wat betreft Google Maps? Wanneer wordt het product zó onbruikbaar dat zelfs de kaarten van Apple of van Microsoft of van wie dan ook een beter alternatief zijn?

Zou dat nu zijn, nu ze (nog meer) reclame gaan tonen op hun kaarten? Of hebben ze echt al zó veel marktaandeel en marktkracht dat het onmogelijk is voor anderen om hen naar de kroon te stoten?
We hebben in het verleden wel vaker bedrijven gehad die in bepaalde segmenten een monopolie hadden dat onbreekbaar leek (bv Microsoft), wordt dit ook gewoon een kwestie van afwachten?
Wel jammer, ook Microsoft was niet altijd “evil” en het nieuw Microsoft is een stuk aardiger. Het was zo prettig geweest als Google ook gewoon dat vriendelijke bedrijf van een paar jaar geleden was gebleven.

Deel dit bericht:
Mei 212016
 

Ik kende Free Dad Videos nog niet voor vandaag. Het is een YouTube-kanaal van Matt Silverman (en natuurlijk een Facebook pagina, Instagram en Twitter-account). Matt speelt niet alleen in zijn video’s zijn 2-jarige (inmiddels 3-jarige) dochter Amelia speelt er ook een grote rol in. Kijk maar een hierboven naar een van hun oudere video’s met 10 social media tips.

Super leuk toch? Op hun YouTube-kanaal kun je er veel meer vinden.
Maar toch moet ik een beetje zeuren. Want is dit nou wel zo verstandig? Nee, ik ga niet eens de kant op van de “foto’s die misbruikt zouden kunnen worden door online viezeriken”. Het gaat mij meer om het “It’s one part time capsule — a way to capture her young personality for our family to enjoy for years to come. It’s also an entertainment channel that you can share with anyone who loves funny videos and cute kids.”

Is het eerlijk dat een vader voor zijn dochter beslist dat die hele tijdcapsule online voor iedereen zichtbaar bijgehouden wordt? Ja, ze vindt het nu duidelijk leuk, en ja, het is gemakkelijk om die zure vraag te stellen, ik wil er eigenlijk ook nadrukkelijk ook geen negatief oordeel over vellen. Maar ik zou het wel een mooi onderwerp en voorbeeld vinden om tijdens een les mediawijsheid met een klas te bespreken.

Deel dit bericht:
Mei 202016
 

Google heeft tijdens Google I/O 2016 de Cloud Vision API beschikbaar gesteld. Met behulp van deze online API kun je eenvoudig beeldherkenning toevoegen aan je eigen applicaties / devices zónder dat je zelf de benodigde rekencapaciteit beschikbaar hoeft te hebben.

Cloud_Vision_BotBovenstaand filmpje laat zien hoe je de API gebruikt vanuit een Raspberry Pi (vermomd in een GoPiGo robot). De API is niet gratis, maar voor kleinschalig gebruik (tot 1.000 units per maand) kun je er zonder te betalen gebruik van maken. Functionaliteiten die beschikbaar zijn:

  • Label Detection
    Detect broad sets of categories within an image, ranging from modes of transportation to animals.
  • Explicit Content Detection
    Detect explicit content like adult content or violent content within an image.
  • Logo Detection
    Detect popular product logos within an image.
  • Landmark Detection
    Detect popular natural and man-made structures within an image.
  • Optical Character Recognition
    Detect and extract text within an image, with support for a broad range of languages, along with support for automatic language identification.
  • Face Detection
    Detect multiple faces within an image, along with the associated key facial attributes like emotional state or wearing headwear.  Facial Recognition is not supported.
  • Image Attributes
    Detect general attributes of the image, such as dominant color.
  • Integrated REST API
    Access via REST API to request one or more annotation types per image. Images can be uploaded in the request or integrated with Google Cloud Storage.

Lees verder….

Deel dit bericht:

Is jouw product reclame?

 Gepubliceerd door om 23:50  Geen categorie, Internet
Apr 012016
 

   
Ik gebruik mijn iPad mini heel veel. Compact, mobiel, 4G of WiFi, landscape, internet. Op mijn laptop en desktop gebruik ik Google Chrome met een Adblocker. “Schande!” roepen contentleverancies. “Diefstal!” of “broodroof!” roepen ze.

Maar kijk nu eens hoe bv buienradar er uit ziet op mijn iPad mini. De helft van de pagina bestaat uit advertenties. Want Chrome op iOS heeft nog geen Adblocker. Dus zie ik hier wél de advertenties. En dan vraag ik me op mijn beurt af: waarom?  Waarom geven die contentleverancies zó veel dure aandachtruimte weg? Om geld te verdienen, snap ik. Maar waar gaat je site over? Over het weergeven van radarbeelden en aanverwante zaken? Of over advertenties met wat content die er voor zorgt dat bezoekers vaak terug komen om de advertenties te bekijken?

Deel dit bericht: