Pierre

Geek, Trendwatcher, Edublogger, Screencaster, Blogger. Ik heb verstand van ICT en Onderwijs, Elektronische Boeken, Weblectures. Ik ben gepromoveerd op het gebruik van recorded lectures door studenten en werk bij Fontys Hogescholen (maar dit blog is 100% op persoonlijke titel!!). Ik ben gek op fietsen, Bodypump en Spinning.

okt 012014
 

NL-zietOp Volkskrant.nl kun je lezen dat het niet zo goed gaat met NLziet. Het aantal klanten van deze uitzending gemist dienst van de commerciële en publieke omroepen samen, blijft achter bij de verwachtingen.

De marketing krijgt de schuld, immers aan het aanbod kan het niet liggen. En eigenlijk kan ik me wel iets bij de schuldvraag voorstellen. Het wordt niet goed aan de man/vrouw gebracht. Maar dat is dan ook niet gemakkelijk. Of ben ik nou echt de enige die het betalen voor een dienst als NLziet simpelweg niet ziet zitten? Waarom?

Nou omdat ik simpelweg al voor het aanbod betaald heb. Nee, natuurlijk, dat zullen ze me allemaal ook uitleggen: dat is niet zo.

Het kijk en luistergeld bij de publieke omroepen, maar ook de advertenties bij de commerciële omroepen waren zéker niet bedoelt om ook een online aanbod van die series te financieren. En daar komt (neem ik aan) bij dat de omroepen op hun beurt ook weer extra zullen moeten betalen aan de rechthebbenden.

Maar toch, dat mensen voor Netflix betalen, daar kan ik me nog wel wat bij voorstellen. Dat is content die je nergens anders kunt zien.
Déze programma’s krijgen de meesten van ons (allemaal?) ook door als onderdeel van ons reguliere (digitale / kabelabonnement) . Dus “hebben we al betaald”. En dat je ze on demand kunt terug zien is echt maar klein beetje meer functionaliteit dan de huidige hardeschijfrecorder.

Maar ik neem aan dat er vast een paar slimme koppen vooraf marktonderzoek gedaan hebben en toen geconstateerd hebben dat er wél draagvlak voor zo’n betaalde dienst is?

sep 292014
 

Whitepaper_LTIVorig jaar heb ik in opdracht van het SURF-programma Toetsing en Toetsgestuurd Leren een whitepaper geschreven over het gebruik van QTI in het Nederlandse hoger onderwijs. Dit jaar is daar, op verzoek van hetzelfde programma, een whitepaper over de Learning Tools Interoperability aan toegevoegd.

Het whitepaper gaat in op de volgende vragen:

  1. Wat is de praktische betekenis van de LTI-afspraak voor het Nederlandse hoger onderwijs?
  2. In hoeverre wordt LTI internationaal daadwerkelijk gebruikt?
  3. Welke versie van LTI is relevant om te hanteren?
  4. Wat is de praktische betekenis als een leverancier aangeeft dat zijn product LTI-ondersteuning biedt?
  5. Wat zijn beperkingen van het gebruik van LTI?
  6. Hoe verhoudt LTI zich tot actuele leertechnologie-afspraken als QTI en Common Cartridge?

Beide whitepapers sluiten op elkaar aan, maar kunt je ze ook los van elkaar lezen. Zo wordt in beide whitepapers kort stil gestaan bij het proces van ontwikkelen van ‘standaarden’ (en waarom dat woord hier tussen aanhalingstekens staat), legt het QTI whitepaper ook kort uit wat LTI is en omgekeerd. Ze richten zich beiden ook nadrukkelijk op de niet-techneut, d.w.z. managers, ICTO-medewerkers, docenten die zich met toetsing bezig houden. Heel technische zaken als “hoe bouw ik ondersteuning in in mijn leeromgeving?” of “waarom werkt koppeling X niet met systeem Y”  komen niet aan bod. Ik hoor ook graag in hoeverre dat gelukt is, of dat er toch nog prangende vragen open blijven. Laat het me weten hieronder in de reacties of mail me even.

Volgende week, op 7 oktober verzorg ik een gratis online webinar over dit onderwerp. Vragen die ik voor die tijd binnen krijg, kan ik ook dan aan bod laten komen.

 

sep 282014
 

Make_a_copyDe Learning to Teach Online MOOC is inmiddels afgelopen, maar dat betekent in dit geval gelukkig niet dat de bronnen uit de MOOC niet meer beschikbaar zijn. De video’s staan dan weliswaar (nog?) niet op YouTube (dus downloaden als je ze wil bewaren!), maar de MOOC bevat ook een “suggested resources” lijst die samengesteld is op basis van input van de mensen die de MOOC opgezet hebben en de cursisten zelf.

Die lijst is samengesteld op basis van input die verzameld is via een Google formulier en is dan ook opgeslagen in een Google spreadsheet en daarmee ook buiten de MOOC beschikbaar.

Het is een uitgebreide lijst verwijzingen, soms heel specifiek naar individuele bronnen, op andere momenten naar complete websites.

Om er nou zeker van te zijn dat de lijst niet alsnog zou verdwijnen omdat het bijbehorende Google account (bv) zou verdwijnen, heb ik een kopie voor mezelf gemaakt. Wel zo handig. Dat kun je doen via File > Make a copy. Dan krijg je een kopie van het bestand in je eigen Google Drive.

sep 262014
 

Het was lang een beetje onduidelijk wanneer nu eindelijk voor de eerste keer het afsluitende project, het Capstone Project, van de Coursera Data Science Specialisation zou starten.

Kijk je bij je course records, dan staat daar dat er nog geen sessie gepland staat, maar bij pagina met informatie over de specialisatie staat bij het project al een tijdje dat hij 27 oktober a.s. van start zou gaan, 7 weken zou duren en 5-6 uur werk per week zou kosten.

Dat het over een project in samenwerking met Swiftkey zou gaan, was ook bekend gemaakt.

Eigenlijk bevat de mail die ik vandaag van Coursera kreeg (zie hiernaast) dus geen nieuwe informatie. Maar ik was wel blij dat hij binnen kwam. Want bij gebrek aan mogelijkheid om mezelf aan te melden voor het project (tenminste op dit moment), is het wel fijn om te horen/merken dat ik bij Coursera in het systeem in ieder geval in het lijstje cursisten sta die al aan de ingangseisen (= de voorgaande 9 MOOCs afronden) voldoen.

Nog even afwachten dus. :-)

sep 242014
 

Online presentatie bij CODe Digi-seminar in LappeenrantaAfgelopen maart heb ik een webinar verzorgd over mijn promotieonderzoek. Naar aanleiding daarvan kreeg ik ook de vraag of ik dat verhaal ook in Finland kon vertellen. Dat lukte helaas praktisch gezien niet in de tijd, maar het kon wel via een Adobe Connect verbinding.

Omdat bij het seminar ook veel vertegenwoordigers uit Rusland zouden zijn, had de organisatie mijn presentatie ook vooraf vertaald in het Russisch. Op de foto hiernaast zie je de situatie in de collegezaal waar rechts het Adobe Connect scherm geprojecteerd werd met de Engelstalige versie en mijn video. Links werd de Russische versie geprojecteerd die door iemand in de zaal bediend werd. Op de foto staan niet exact dezelfde dia’s voor, maar het idee is duidelijk. Ik wil ze nog vragen of ze me de hele presentatie in het Russisch willen mailen, want al kan ik hem niet lezen (ik heb een collega die dat wel kan en die ik hem natuurlijk ook even laat lezen), ik wil hem graag op Slideshare zetten. Cool toch?! :-)

Zie hieronder voor de volledige versie:
Lees verder »

Met je e-reader in bad

 Gepubliceerd door om 23:20  eBooks, iTouch
sep 192014
 

Bij de presentaties over elektronische boeken die ik geef, vergelijk ik vaak de verschillende opties. Bij een boek op papier staat “lekker lezen in bad”, immers een iPad of e-Reader kunnen (normaal gesproken) slecht tegen water. Niet alleen als je ze zou laten vallen ín het water (daar kan een boek op papier ook niet zo heel goed tegen), maar ook als het gaat om de waterdamp (er vanuit gaande dat je in een lekker warm bad zit!).

Kobo heeft nu de Kobo Aura H2O, zover ik kan zien nog niet in Nederland te koop, maar in de VS voor $179 te koop, dus in praktijk ongeveer €179 als hij wél deze kant op komt. Met die Kobo Aura H2O kun je zonder angst in bad gaan zitten lezen. Hij is namelijk waterdicht. Niet alleen spatwaterdicht, hij kan echt onder water. Niet dat je er mee kunt gaan duiken, hij is IP67 gecertificeerd. Volgens Kobo is hij tot 30 minuten waterbestendig in 1 meter water, met de poort aan de onderkant goed gesloten.

Is er een markt voor? Ik heb geen idee. Ik hoop het voor Kobo. Zelf heb ik boeken in bad maar even gelaten voor wat het was. De iPad met een film er op naast het bad, dat ligt veel relaxter.

 

sep 182014
 

webinarOp 7 oktober 2014 verzorg ik van 13:00 – 14:00 uur voor SURFacademy een webinar over de interoperabiliteit van toetssystemen. Dit op basis van het whitepaper over de Question and Test Interoperability (QTI) specificatie dat ik vorig jaar geschreven heb en het whitepaper over de Learning Tool Interoperability (LTI) specificatie dat nou bij de vormgever/opmaak ligt.

Doelgroep van het webinar zijn “projectleiders van toetsprojecten, beleidsmedewerkers, ICTO-adviseurs en ICT- adviseurs in het hoger onderwijs” (ik citeer de website even).

En als je nou denkt “QTI? LTI? Wat is dat nou weer? En wat moet ik als toetsmaker/toetsbeheerder/ICTO consultant daar nou weer mee?”, nou dan lijkt me dat een hele goede reden om te komen luisteren/kijken en om mee te praten.

Voorbeelden van casussen op dit gebied die nú spelen in het hoger onderwijs in Nederland, zijn hier te vinden. En dat zijn dan alleen de casussen die binnen de regeling meedingen naar subsidie.

Enne, heb je al dringende vragen vooraf, stel ze dan hieronder, dan verwerk ik ze (de vraag en het antwoord) in mijn presentatie!

Aanmelden voor het webinar kan via deze pagina.

sep 152014
 

UnlockedD’Arcy Norman gaat in een blogpost in op het verschil tussen open leeromgevingen en de in het algemeen als gesloten beschouwde institutionele leeromgevingen. Hij heeft het over LMS, in de titel gebruik ik ELO als afkorting. Dat komt in praktijk redelijk overeen. Het gaat namelijk meer om de vreemde tweedeling tussen “open leeromgevingen” enerzijds en die door de universiteit of hogeschool aangeboden omgevingen.

Het is het handigste om gewoon de blogpost van D’Arcy even te lezen en dan hier verder te lezen. Het heeft namelijk niet echt zinvol dat ik hier alles ga herhalen wat hij daar schrijft.

Maar de belangrijkste punten natuurlijk wel:

De harde tweedeling tussen open leeromgevingen en institutionele leeromgevingen is onzin, omdat een omgeving door de instelling beschikbaar gemaakt wordt, maakt hem nog niet slecht. En omgekeerd, dat een leeromgeving open is, maakt hem nog niet goed. Dat wat een docent er mee doet (of wat leerlingen er mee kunnen) is bepalend.

Het voordeel van een institutionele leeromgeving is dat ondersteuning geregeld is, en niet iedereen (niet alle docenten en niet alle studenten) hebben de tijd, energie of kennis/vaardigheden om het zonder die ondersteuning te doen.

Ook voor open leeromgevingen geldt dat als ze maar omvangrijk genoeg worden, ze de eigenschappen van institutionele leeromgevingen beginnen te vertonen. D’Arcy noemt dat Norman’s Law of eLearning Tool Convergence. En ook die kan ik onderschrijven, al moet ik bekennen dat me dat in eerste instantie met verbazing duidelijk werd. Het bekendste voorbeeld van die regel vind ik Moodle. Ooit was Moodle klein, hét voorbeeld van een open leeromgeving, een omgeving die een docent zelf kon installeren en onderhouden, de omgeving waar je mee aan de slag ging als je Blackboard niet wilde. Tegenwoordig zijn er ook de nodige universiteiten en hogescholen die Moodle aanbieden als institutionele leeromgeving. En daar zie je dat Moodle ook qua waardering de plek van Blackboard ingenomen heeft. Natuurlijk, je kunt stellen dat dat is omdat die verduivelde IT’ers zich er mee zijn gaan bemoeien, alles dicht getimmerd hebben en daarmee jou als docent je vrijheid ontnomen hebben. Maar ik denk dat dat te gemakkelijk geredeneerd is.

En zoals zo vaak blijkt ook hier de wereld dus niet binair in te delen te zijn. Het is niet zwart/wit, maar meerdere tinten grijs (nee, dat was geen verwijzing naar…). Het zou dus goed zijn voor een onderwijsinstelling om daar op in te spelen. Dus: aanbieden van genoeg faciliteiten voor docenten en studenten om gewoon dat online te doen wat nodig is, maar ook koppelingen met externe systemen, manieren om data eenvoudig naar buiten beschikbaar te stellen of weer te importeren. Om niet binair alleen ondersteuning te bieden voor wat intern beschikbaar gesteld wordt, maar te kijken waar ze in dat grijze gebied ook nog docenten en studenten ten dienste kunnen zijn.
En voor docenten zou moeten gelden: verspil je energie niet met het uitsluitend benadrukken van wat fout is met de leeromgeving die je onderwijsinstelling beschikbaar stelt. Kijk wát je er mee kunt doen en doe dat dan ook. Heb je voor andere zaken iets anders nodig, laat je dan vooral niet afremmen.

Pebble Watch versus Apple Watch

 Gepubliceerd door om 07:02  Hardware, iTouch
sep 152014
 

PebbleWatch_versus_AppleWatchIk draag al jaren geen horloge meer. Niet nodig. Klokken genoeg om me heen. Op mijn telefoon, mijn laptop, mijn iPad. Ik hoefde daarom ook geen Pebble Watch. Waarom ook? Op mijn iPhone heb ik het aantal notificaties tot een minimum terug gebracht. Mail wordt opgehaald als ik de mail applicatie open, geluid staat meestal op trillen zodat het allemaal een beetje beschaafd blijft gedurende de dag, met uitzondering van notificaties die ik belangrijk vind.

Dus ook als ik niet helemaal moe was van de belachelijke hype-machine rond Apple, dan nog was het nieuws over de Apple Watch iets waar ik niet warm van zou lopen. Maar gelukkig houden anderen het nieuws erover wel in de gaten en soms is de samenvatting ook voldoende. Op Gottabemobile staat een mooie vergelijking tussen de Apple Watch, die pas in 2015 geleverd zal worden (hoezo vaporware?) en de Pebble Watch die al geruime tijd (de Kickstarter campagne liep in 2012) beschikbaar is. De samenvatting (zie ook de screenshot):

  • Pebble Watch is nu al te koop, de Apple Watch pas in 2015
  • Pebble Watch werkt met Android en alle iOS apparaten met minimaal iOS 6, de Apple Watch met iPhone 5 en nieuwer
  • De duurste Pebble Watch is $100 goedkoper dan de goedkoopste Apple Watch
  • Apple Watch krijgt fitness features die de Pebble Watch (nu nog) niet heeft

Waarom vind ik dit rijtje leuk? Nou, omdat objectief gezien de Apple Watch geen schijn van kans zou moeten hebben tegen de Pebble Watch. En omdat het met tóch niet zal verbazen als de Apple Watch straks als een trein verkoopt en ze Pebble van de markt vagen. We zullen het zien.

sep 122014
 

uitleg_peer_assessment

Hoewel ik op het moment geen tijd heb om actief te participeren, hou ik de Learning to Teach Online MOOC die bij Coursera loopt wel op een afstand in de gaten. En omdat ik ingeschreven ben, krijg ik ook de mails met updates. Zo ook ter voorbereiding van de peer-assessments voor de laatste projectopdracht. De instructeurs hebben een filmpje (1x als totaalfilmpje, daarnaast ook opgeknipt per onderdeel) gemaakt met uitleg van hoe je de verschillende rubrics zou moeten interpreteren als je het werk van iemand anders aan het beoordelen bent.

Lijkt me heel handig en zinvol om te doen zodat je een klein beetje meer gelijke beoordeling krijgt. Dat ze er de nodige klachten over gekregen hebben, blijkt ook wel uit de rest van de mail:

A word about peer review
A few of you have mentioned that you have experienced a disparity in your peer review of previous assignments. MOOCs are all about open access to education. With that open access comes a wonderful range of diversity of participants with different experiences, perspectives and even languages. This is one of the real strengths of a MOOC – to be able to interact with so many people and different perspectives you otherwise would not be able to encounter. Because of this broad nature of the MOOC, it also means you are working in a group with very different experiences, skills and languages. I’m sure so many of you have found this to be an amazingly rich experience.
We are working in an online platform that facilitates peer review of assignments as a means to offer participants an extra level of feedback – something more than you might receive if you were using open education resources (OER) to broaden your knowledge base. The limitations of the MOOC system at the moment (the consequence of being so open and inclusive) mean that to be able to offer a level of feedback, we have to draw on the experience of the community. We hope that you’ll keep the diversity of participants and the current parameters of MOOCs in mind during this process. We have learnt so much from great feedback, and will be working on our own system for the next iteration of the course to make it an even better experience for all. :)

Ik ben benieuwd hóe ze dat met een eigen systeem gaan aanpakken. Maar dát het een uitdaging is, dat is me ook bij de andere MOOCs met projectopdrachten en peer-review wel duidelijk geworden.