Pierre

Geek, Trendwatcher, Edublogger, Screencaster, Blogger. Ik heb verstand van ICT en Onderwijs, Elektronische Boeken, Weblectures. Ik ben gepromoveerd op het gebruik van recorded lectures door studenten en werk bij Fontys Hogescholen (maar dit blog is 100% op persoonlijke titel!!). Ik ben gek op fietsen, Bodypump en Spinning.

mei 292015
 

Keynotes en productaankondigingen van 2,5 uur zijn leuk, maar als je maar 10 minuten hebt, dan is bovenstaande video een aanrader. Naast kleine aanpassingen aan Android (tja, als we nou ook zeker wisten dan je zo’n nieuwe versie ook echt kon installeren), ondersteuning voor de Internet of Things, ook aankondigingen op het gebied van foto’s en video.
Zo gaat GoPro een ‘rig’ bouwen voor het maken van 360-graden video’s die je dan weer met Google Cardboard (of gewoon met YouTube) kunt bekijken. Nu ook met ‘doos’ voor in de klas.
En Google heeft het voorzien op onze foto’s. Met een gratis, onbeperkte foto clouddienst. Ik ben benieuwd hoeveel pijn dat Flickr/Yahoo gaat doen. We gaan het meemaken.

Deel dit bericht:
mei 282015
 

curriculaire_spinnenwebMet dank aan de RSS-feed van de Scoop.it verzameling van Robert Schuwer kwam ik twee berichten tegen die heel verschillend waren, maar ook weer niet en die gezien het bericht van gisteren over de scholen om van te leren extra interessant werden.

Het eerste bericht is getiteld “The means are the ends”*: The alignment between OER and FOSS en is kort samen te vatten als “denk toch ook aan ons”. Het is de verzuchting vanuit een voorvechter van open source software (FOSS) over het gebrek aan besef bij voorvechters van open educational resources (OER) als het gaat om het onlosmakelijk verbonden zijn van FOSS en OER. Het deed me een beetje denken aan de verzuchtingen bij OER voorvechters als het gaat om MOOC en open onderwijs (“een MOOC is niet echt open als er geen OER gebruikt wordt” of “waarom zoveel aandacht voor MOOC als er juist veel aandacht voor OER zou moeten zijn?!”).
Maar als ik eerlijk ben, doet me ook wel denken aan mijn eigen verzuchtingen als het ging om leertechnologieafspraken zoals QTI die wat mij betreft voor toetsontwikkelaars essentieel zouden moeten zijn (immers, hoe wissel je anders die gezamenlijk ontwikkelde toetsmaterialen uit?), maar dat niet waren.

Het tweede artikel met de hele lange titel “Designing for Educational Technology to Enhance the Experience of Learners in Distance Education: How Open Educational Resources, Learning Design and Moocs Are Influencing Learning” komt van de Britse Open Universiteit. Daarin wordt eerst uitgelegd wat Technology Enhanced Learning is, dat de OU in het Verenigd Koninkrijk al 40 jaar ervaring hier mee heeft en dat Learning Design, Learning Analytics en Open Educational Resources wat hen betreft de drie grote factoren zijn die de meeste kansen bieden.

Dat alles staat in schril contrast met het curriculaire spinnenweb van Van den Akker zoals dat in “Scholen om van te leren” opgenomen is (zie ook de afbeelding hierboven). Natuurlijk, in de onderdelen “leeromgeving” en “bronnen en materialen” komen learning design, open educational resources en wellicht ook open source mogelijk/waarschijnlijk wel aan bod. Maar het zijn onderdelen van een veel groter geheel. Dat zullen we ons als onderwijstechnologen moeten blijven beseffen.

En je ziet hier ook een mismatch. Enerzijds omdat er wordt gesteld “...het is een zoektocht. Vooral waar de leraren hopen te kunnen rekenen op digitale leermiddelen, is het nog lang niet perfect“. Maar erger nog is deze “De geïnterviewden weten dat ze zich in een smalle voorhoede bevinden. Een groep die nog niet zo groot is dat de markt erg enthousiast op hun vraag reageert“. Het rapport gaat daarna verder met een beschrijving van waar een mismatch zit. En dat zijn dan knelpunten die onderwijstechnologen ook niet voor ze kunnen oplossen. Die moeten door de aanbieders en ontwerpers van de materialen opgelost worden.

Conclusie
Het is voor “ons onderwijstechnologen” en andere voorvechters van open onderwijs, learning analytics, open educational resources, leertechnologieafspraken, learning design en open source soms onbegrijpelijk, maar de onderwerpen die wij heel belangrijk vinden zijn dat lang niet altijd voor docenten, leerkrachten en vaak ook teamleiders of opleidingsleiders.

Zaak blijft om die docenten die én met innovatie binnen het onderwijs bezig zijn én bereid zijn te experimenteren met ICT op te blijven zoeken en samen met hen te werken aan het verbeteren van de directe bruikbaarheid van de verschillende componenten. Dat kan namelijk niet zonder hen, we hebben hen nodig voor de experimenten en het onderzoek dat nodig is om helder te krijgen hoe de verschillende producten, werkwijzen, ondersteuning etc. vorm moeten krijgen. De verwachting is dat zij open zullen staan voor aangeboden hulp en als wij die hulp beter kunnen bieden dan “de markt”, dan ligt daar ook de winst voor wat betreft aandacht.

Deel dit bericht:

Leestip: “Scholen om van te leren”

 Gepubliceerd door om 22:48  Algemeen
mei 272015
 

Omslag-scholen-om-van-te-leren_01Kennisnet heeft vandaag het boek ‘Scholen om van te leren‘ gepubliceerd. Hierin vind je beschrijvingen van acht vernieuwende scholen uit het basisonderwijs en voortgezet onderwijs.

Het zijn beschrijvingen van de manier waarop die scholen hun onderwijs ingericht hebben, wat hun uitgangspunten waren, wat goed gaat en ook wel wat niet lekker liep. scholen_om_van_te_leren_1 Het lijkt me een boek dat je in ieder zult moeten leren als je je afvraagt wat je als onderwijsinstelling binnen de grenzen van de huidige wetgeving allemaal kunt doen.
ICT speelt vaak wel een rol bij die vernieuwingen, maar de mate waarin dat gebeurt varieert (gelukkig). Het citaat dat ik hierboven overgenomen heb uit een van de acht verhalen geldt wat mij betreft ook niet alleen voor deze scholen of voor het po en vo.
Lees verder….

Deel dit bericht:
mei 202015
 

Belastingdienst

De Belastingdienst ondergaat de komende jaren een forse reorganisatie. Dit betekent dat circa 5000 functies zullen verdwijnen. Daarentegen wil de dienst 1500 nieuwe data-analisten aannemen die computersystemen aan elkaar moeten knopen.
Woordvoerder Robin Middel laat aan Tweakers weten dat de banen verdwijnen door de opkomst van ict binnen de Belastingdienst. Volgens hem ontwikkelden data-analisten bij wijze van proef een algoritme dat sneller betalingsachterstand signaleerde. “Dit zorgde voor hogere opbrengsten in kortere tijd.”
Het experiment bleek zo succesvol dat de Belastingdienst heeft besloten om de hele dienst verder te automatiseren. “Dit betekent dat er 5000 functies overbodig zijn er voor de betreffende medewerkers elders werk binnen de overheid moet worden gevonden. We hopen dit binnen vijf jaar te voltooien en de eerste slag binnenkort te slaan”, aldus Middel. (bron)

Oei. Dat tikt toch wel aan. Het zijn dan wel geen “robots” zoals veel mensen zich dat voorstellen, maar wel een heel zichtbare rekensom: 5.000 mensen overbodig door verdergaande automatisering terwijl er maar 1.500 (andere) mensen nodig zijn om het automatiseringsdeel te regelen. Wordt nog een hele klus dan om die mensen aan een nieuwe baan te helpen.

Na deze aankondiging, is dit bericht:

De Rekenkamer heeft grote veroudering en achterstallig onderhoud van de it-systemen van de Belastingdienst geconstateerd. Bovendien zijn de systemen onderling sterk afhankelijk. De Rekenkamer vreest ‘ernstige verstoring van de massale processen’.

toch ook wel wat zorgelijk.

Deel dit bericht:
mei 192015
 

NRO

Onderzoekers onder leiding van prof. dr. Marco Kalz, hoogleraar Open Education aan de Open Universiteit, zullen vijf jaar lang onderzoek doen naar open en online hoger onderwijs. Het project moet leiden tot wetenschappelijk onderbouwde, praktische adviezen voor de onderwijspraktijk over het aanbieden van dit type onderwijs en over de strategische impact voor de organisatie. Het NRO en het ministerie van OCW stelden hiervoor in totaal € 1.350.000 beschikbaar.

Nadat eerder al bekend werd welke 8 projecten tijdens de eerste tranche van de stimuleringsregeling rond Open en Online Onderwijs van start mogen gaan, is nu ook bekend welk consortium de komende vijf jaar flankerend onderzoek gaat doen. De Open Universiteit en de Universiteit Utrecht zullen dit onder de titel SOONER (‘De Structuratie van Open Online Onderwijs in Nederland’) gaan uitvoeren.
Voor de hele aankondiging van de NRO, zie dit bericht.

Betekent dat we de OU en de Universiteit Utrecht de komende jaren nog vaker als spreker kunnen verwachten op conferenties zoals volgende week in Wageningen!

Deel dit bericht:
mei 182015
 


Bij European Schoolnet loopt op dit moment een MOOC over Creative use of Tablets in Schools. OK, eerlijk is eerlijk, zelf noemen ze het helemaal geen MOOC, maar gewoon een “online course” en het is ook zeker niet het enig eindproduct van dit Europese project. Ze hebben ook ‘gewoon’ een eindconferentie gehad, leveren rapportages op, verzorgen een webinar-serie, etc.

Maar goed, neem het even als idee: een MOOC na afronding van een project waarin de resultaten van het project, de lessons learned ‘gepresenteerd’ worden. Natuurlijk, was ik een connectivist, dan zou ik roepen “nee, niet pas aan het einde, meteen al aan het begin, maar het een gezamenlijk leertraject”. En inderdaad, alleen ‘presenteren’ is dan wel wat mager. Immers, je bent al tijdens het project met het materiaal bezig geweest, je zou daar als projectleden natuurlijk over in discussie moeten kunnen gaan. De juiste vragen kunnen formuleren voor anderen om dat wat je gevonden hebt te toetsen aan hun ideeën, uit te breiden met hun voorbeelden.

Als je het als een MOOC (of online course) doet, dan bereik je waarschijnlijk een groter, diverser, ander publiek dan wanneer je het in de vorm van een enkele conferentie op één locatie doet. Immers, lang niet iedereen die je er bij zou willen hebben heeft ook tijd en budget om er dan te zijn.
Ik denk dat je er dan wel al tijdens het project rekening mee moet houden. Een MOOC ontwikkelen is immers toch niet iets meer dan het bij elkaar gooien van wat content. Net als bij ‘gewoon’ onderwijs heb je bepaalde doelen voor de deelnemers, kies je daar geschikte werkvormen bij etc.

Toch zou het wel mooi zijn als we in de volgende tranche projecten voor Open en Online Onderwijs van SURF/OCW er ook eentje bij hebben zitten die zoiets doet: een MOOC ontwikkelen over het ontwikkelen van Open en Online Onderwijs…zoiets als die summerschool van EMMA, maar dan als MOOC.

Deel dit bericht:

EZTV stopt er mee!

 Gepubliceerd door om 21:31  Internet, Media
mei 182015
 

eztvAls je geen idee hebt wie of wat EZTV is of was, dan is dit bericht niet voor jou. Weet je dat wel, lees dan zeker even dit bericht!

Geen idee wie de opvolger wordt.

Zucht. Zou het nou zo raar zijn als ik voor het bedrag dat ik maandelijks aan Ziggo moet betalen voor TV, ik gewoon naar een site zoals EZTV was kon gaan om daar die shows te downloaden die ik wil zien? En dan echt gewoon zoals ze daar worden aangeboden: alle seizoenen van alles wat er geproduceerd wordt? Ik snap wel dat er ingewikkelde verdienmodellen achter al die TV-netwerken zitten, maar dan kregen ze tenminste geld van al die mensen die echt niet zitten te wachten op NCIS afleveringen van 10 jaar geleden. Gewoon, omdat ze die 10 jaar geleden al gezien hebben (en er toen ook al voor betaald hebben via abonnement + kijk/luistergeld).

Deel dit bericht:
mei 162015
 

AzureMachineLearning Als je R zegt, dan zeg je “open source”, “statistiek”, “hacken”, “vrij”. Als Microsoft dan een leverancier van zowel open source als closed source producten voor R overneemt (Revolution Analytics), dan gaan er links en rechts alarmbellen af. Natuurlijk, ze kopen niet de makers van R zelf op, maar de vraag ontstaat natuurlijk al snel: wat moeten ze hiermee?

Tijdens de Ignite conferentie eerder deze maand hebben ze een tipje van de sluiter opgelicht. En het is een tipje dat eigenlijk heel erg logisch klinkt: ze gaan de kennis en producten van het bedrijf gebruiken om R ondersteuning in SQL Server 2016 in te bouwen.
Nou zou het “oude” Microsoft het daarbij niet kunnen laten om R “beter” te maken door het net iets aan te passen qua syntax etc. Het verhaal zoals het nu gepresenteerd wordt lijkt echter te passen bij het “nieuwe” microsoft: zo probleemloos mogelijk integreren van de verschillende tools. Dus zodat je gewoon gebruik kunt blijven maken van de plugins die R kent, het uitvoeren van de verschillende modellen etc. op de R-engine, maar dan met een aantal aanpassingen en verbeteringen die inderdaad het leven van gebruikers binnen grotere bedrijven een stuk eenvoudiger zouden moeten maken.

Het probleem dat beschreven werd zal namelijk heel herkenbaar zijn: je hebt mensen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van databases en bestanden binnen een organisatie en je hebt mensen die van tijd tot tijd analyses willen uitvoeren op die data. Dat kan fraudedetectie zijn, maar neem binnen onderwijsinstellingen bijvoorbeeld de analyses in het kader van learning analytics. Of nog kleiner/specifieker: analyseren van het kijkgedrag van studenten binnen een MOOC of voor opnames van colleges of kennisclips met behulp van R. Als je bijvoorbeeld Mediasite gebruikt voor je video’s, dan maakt ook die gebruik van SQL Server voor de opslag van de logdata. Als je daar vanuit R analyses op wilt uitvoeren, dan moet je die data eerst van de server naar je lokale computer halen. Of als je R ergens op een server hebt staan, dan moet je de data eerst van de SQL Server naar die R-server overpompen. Als dat een grote hoeveelheid historische data is, dan moet je bij het uitvoeren van de analyses gaan stoeien met de geheugenbegrenzingen die R daarbij heeft (of die je machine daarbij heeft). Of het gegeven dat R (blijkbaar) maar op één processor tegelijkertijd die analyses uitvoert.

De producten van Revolution Analytics richten zich op het optimaliseren daarvan. Maar de integratie van (een deel) van de processing ín SQL Server zelf heeft nóg een voordeel: de data hoeft niet van de server af. De analyses kunnen worden uitgevoerd binnen de beveiligingcontext van de database-server. De beheerder kan processor- en geheugencapaciteit voor het proces beschikbaar stellen. En de data-analist krijgt alleen die data ter beschikking waar hij/zij rechten toe heeft. Dus als ik analyses mag uitvoeren voor alle opnames van alle vakken/docenten/studenten dan kan ik die draaien, mag ik dat slechts voor één vak of de vakken van één opleiding/faculteit, dan draai ik dezelfde scripts en dezelfde modellen, maar krijg ik een subset van de data.

Interessant, ik ben benieuwd of er leveranciers van lecture capture tools zijn die hiermee in 2016 aan de slag gaan.
Wil je de hele video zien met de uitleg en de demo, een exemplaar van de sessie-opname is opgenomen in deze blogpost.

(via Computerworld en Revolutions Analytics blog

Deel dit bericht:

Hoe ziet Facebook jouw website?

 Gepubliceerd door om 20:48  Internet
mei 122015
 

Open_Graph_DebuggerHet was er echt zo eentje in de categorie “huh?” (ok, ik gebruikte andere termen maar dit is netter voor hier). Ik had afgelopen weekend de AddThis plugin vervangen door de AddToAny (ik vond de opties in de nieuwste versie van AddThis niet zo handig, AddToAny was werkbaar alternatief).

Dat had ik zowel hier op ictoblog.nl gedaan als op activegeek.nl. Alleen, op activegeek werkte het delen naar Facebook niet. Ik kreeg steeds een 404 Not Found fout te zien in de popup. Natuurlijk dacht ik meteen aan een fout in AddToAny, maar de setup op beide plekken in WordPress was identiek.

Het werd nóg vreemder: als ik de URL rechtstreeks in een statusupdate van Facebook plakte, dan kreeg ik eveneens een 404 Not Found fout. Terwijl als ik diezelfde URL in de browser plakte, dan werkte alles zonder problemen.

Het heeft even geduurd voordat ik via een forum de Facebook Open Graph Object Debugger tegen kwam. Het is een pagina waar je een URL in kunt plakken en precies kunt zien wat Facebook aan informatie krijgt (“ziet”) als je een URL invult in een status-update. Dat kan rechtstreeks zijn of via een plugin.

En wat bleek: Facebook gebruikte IPv6 om de pagina’s van mijn weblog op te halen. En dat was minder vanzelfsprekend dat het lijkt want ik had wel voor ictoblog.nl in de DNS aangegeven wat het IPv6 adres was, maar nog niet voor activegeek.nl
En ook de Apache webserver wist niet dat hij voor het IPv6 adres van mijn server in combinatie met de header activegeek.nl de juiste pagina’s moest versturen. In plaats daarvan probeerde hij de pagina’s bij de default site te versturen.
Apart is echter dat ik alleen de instelling voor de webserver hoefde aan te passen, niet die in het DNS (heb ik inmiddels wel gedaan om het consistent te maken). Het zou kunnen zijn dat Facebook intern in hun eigen DNS systeem inmiddels een koppeling heeft gelegd tussen het IPv4-adres van mijn server en het bijbehorende IPv6-adres, maar je zou toch denken dat ze daar ook van tijd tot tijd mijn DNS voor bevragen.

Hoe dan ook, de pagina is een handig middel als je moet debuggen. Of als je wilt weten of de metadata in je pagina geschikt is voor Facebook als ze zaken als titel, omschrijving etc. proberen af te leiden uit de pagina.

 

Deel dit bericht: