sep 152014
 

UnlockedD’Arcy Norman gaat in een blogpost in op het verschil tussen open leeromgevingen en de in het algemeen als gesloten beschouwde institutionele leeromgevingen. Hij heeft het over LMS, in de titel gebruik ik ELO als afkorting. Dat komt in praktijk redelijk overeen. Het gaat namelijk meer om de vreemde tweedeling tussen “open leeromgevingen” enerzijds en die door de universiteit of hogeschool aangeboden omgevingen.

Het is het handigste om gewoon de blogpost van D’Arcy even te lezen en dan hier verder te lezen. Het heeft namelijk niet echt zinvol dat ik hier alles ga herhalen wat hij daar schrijft.

Maar de belangrijkste punten natuurlijk wel:

De harde tweedeling tussen open leeromgevingen en institutionele leeromgevingen is onzin, omdat een omgeving door de instelling beschikbaar gemaakt wordt, maakt hem nog niet slecht. En omgekeerd, dat een leeromgeving open is, maakt hem nog niet goed. Dat wat een docent er mee doet (of wat leerlingen er mee kunnen) is bepalend.

Het voordeel van een institutionele leeromgeving is dat ondersteuning geregeld is, en niet iedereen (niet alle docenten en niet alle studenten) hebben de tijd, energie of kennis/vaardigheden om het zonder die ondersteuning te doen.

Ook voor open leeromgevingen geldt dat als ze maar omvangrijk genoeg worden, ze de eigenschappen van institutionele leeromgevingen beginnen te vertonen. D’Arcy noemt dat Norman’s Law of eLearning Tool Convergence. En ook die kan ik onderschrijven, al moet ik bekennen dat me dat in eerste instantie met verbazing duidelijk werd. Het bekendste voorbeeld van die regel vind ik Moodle. Ooit was Moodle klein, hét voorbeeld van een open leeromgeving, een omgeving die een docent zelf kon installeren en onderhouden, de omgeving waar je mee aan de slag ging als je Blackboard niet wilde. Tegenwoordig zijn er ook de nodige universiteiten en hogescholen die Moodle aanbieden als institutionele leeromgeving. En daar zie je dat Moodle ook qua waardering de plek van Blackboard ingenomen heeft. Natuurlijk, je kunt stellen dat dat is omdat die verduivelde IT’ers zich er mee zijn gaan bemoeien, alles dicht getimmerd hebben en daarmee jou als docent je vrijheid ontnomen hebben. Maar ik denk dat dat te gemakkelijk geredeneerd is.

En zoals zo vaak blijkt ook hier de wereld dus niet binair in te delen te zijn. Het is niet zwart/wit, maar meerdere tinten grijs (nee, dat was geen verwijzing naar…). Het zou dus goed zijn voor een onderwijsinstelling om daar op in te spelen. Dus: aanbieden van genoeg faciliteiten voor docenten en studenten om gewoon dat online te doen wat nodig is, maar ook koppelingen met externe systemen, manieren om data eenvoudig naar buiten beschikbaar te stellen of weer te importeren. Om niet binair alleen ondersteuning te bieden voor wat intern beschikbaar gesteld wordt, maar te kijken waar ze in dat grijze gebied ook nog docenten en studenten ten dienste kunnen zijn.
En voor docenten zou moeten gelden: verspil je energie niet met het uitsluitend benadrukken van wat fout is met de leeromgeving die je onderwijsinstelling beschikbaar stelt. Kijk wát je er mee kunt doen en doe dat dan ook. Heb je voor andere zaken iets anders nodig, laat je dan vooral niet afremmen.

Deel dit bericht:

  2 reacties aan “Het verschil tussen een open leeromgevingen en ELO’s”

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.