mrt 162014
 

Pi_robotEerst had ik alleen “Cool” in de titel staan. Maar het is natuurlijk ook heel “Leerzaam”, deze robot bestaande uit een Arduino en een Rasperry Pi. Immers, het is voor kinderen/leerlingen/studenten een betaalbare manier om een op afstand bestuurbare robot te maken. Besturen gaat via een tablet en de browser (kan dus ook je laptop zijn). Je kunt het beeld van de camera streamen naar je tablet en zo zien wat de robot ziet.
Het lijkt daarmee allemaal nogal op de Romo, maar dan natuurlijk met een paar verschillen:

  • Volledige beschikking over de hardware. De Arduino en Raspberry Pi zijn als losse onderdelen te koop en ook te vervangen. Idem voor de camera en andere onderdelen van de robot;
  • Je hoeft geen smartphone op de robot te plaatsen zoals bij de Romo, wel zo handig als je de kinderen (of leerlingen) er mee aan de slag wilt laten gaan;
  • De gebruikte software is volledig open source;
  • De Arduino en Raspberry Pi zijn desgewenst later ook voor andere projecten te gebruiken als je uitgekeken bent op het spelen met de robot;
  • De complete kit is wat duurder dan de Romo. Betaalde ik voor de Romo $90 incl. verzendkosten, deze zou GBP 126 moeten gaan kosten zónder verzendkosten.

De assemblage-instructies zien er in ieder geval niet ingewikkelder uit dan bij de Romo. Ik heb de verleiding om er eentje te bestellen nog kunnen weerstaan, maar of dat zo blijft….

Deel dit bericht:
mrt 152014
 

MEGA. Een ander woord is er niet voor te verzinnen. Nou ja, ENORM of GIGANTISCH zouden ook kunnen natuurlijk. En dan heb ik het over de Bitcoin Miner in het filmpje hierboven. En helemaal apart: die farm draait op, niet één, niet een paar, maar een heleboel Raspberry Pi’s.

Bitcoin?
OK, stapje terug. Wat is Bitcoin?
Zoals in het filmpje ook uitgelegd wordt is Bitcoin een virtuele betaaleenheid. Op een aantal plaatsen kun je er mee betalen en je kunt Bitcoin omzetten in harde dollars/euro’s. De hoeveelheid Bitcoin is niet vast. Een Miner werkt aan het oplossen van ingewikkelde wiskundige problemen. De complexiteit daarvan wordt automatisch aangepast zodat het aantal oplossingen per uur ongeveer gelijk blijft. Die oplossingen worden in blokken opgeslagen en die blokken produceren bitcoin. Op dit moment ongeveer 25 per blok, maar het aantal bitcoin per blok neemt elke 4 jaar met ongeveer 50% af. Het totaal aantal bitcoin is begrenst tot 21 miljoen.
Ehm, ja, niet echt simpel, maar het betekent dus dat je door het mee-berekenen van de wiskundige problemen Bitcoin kunt ‘verzamelen’ (minen).

Bitcoin Miner
Dat berekenen kan o.a. door het aanschaffen van een stukje hardware in de vorm van een USB-stick (ASICMiner). De prijs daarvan is overigens al een flink stuk gestegen. Ik begreep dat ze eerst voor een dollar of 5 te koop waren, nu betaal je er soms al 30 dollar voor (zoals bij Amazon). Een alternatief is om het softwarematig aan te pakken. Maar dan moet je een voldoende snel apparaat hebben.
Lees verder….

Deel dit bericht:

Leren in Eindhoven 2030

 Gepubliceerd door om 07:52  Onderwijs
mrt 142014
 

VisieRoadmapLerenEindhoven2030 Je wordt niet zomaar de slimste regio ter wereld. Maar als je het wil blijven, dan zul je daar natuurlijk ook aan moeten blijven werken. En in dat kader is het niet vreemd dat deze week de Visie Roadmap Leren in Eindhoven 2030 gepresenteerd werd. De bijbehorende documenten zijn nu ook hier te downloaden.

Het belangrijkste dat je daarbij, als je niet in Eindhoven woont/werkt, als directe kritiek zou kunnen hebben is dat het zich tot die regio lijkt te beperken. Maar ik denk dat de documenten ook voor anderen heel bruikbaar zijn. Ik ga niet proberen alle verschillende lijnen hier samen te vatten, maar wil wel wat details laten zien van één van de lijnen: technologische mogelijkheden.
VisieRoadmapLerenEindhoven2030_detail_1 VisieRoadmapLerenEindhoven2030_detail_2

Want zoals je uit bovenstaande afbeeldingen kunt zien (afkomstig uit de PDF) staan daar namelijk een aantal relevante uitgangspunten/aandachtspunten in met betrekking tot het onderwijs:

  • Online interactief lesmateriaal (niet tijd- en plaatsgebonden leren, met competitie- en serious gaming elementen)
  • Aangepaste opdrachten voor leerstijlen (complexiteit van opdracht, verschil in ‘denkers’ en ‘doeners’ op basis van technisch volgen HOE iemand leert)
  • Learning analytics & big data als basis voor persoonlijke advisering (grote hoeveelheden data die het gevolg zijn van monitoren van online leren maken het mogelijk om individueel te sturen)
  • Gepersonaliseerde leermiddelen (samengesteld op basis van persoonlijk profiel van kennis, vaardigheden en interesses)
  • Coaching op wereldburger niveau (learning analytics drijft het leren op competenties in de brede zin van goed burgerschap)
  • Interactieve toetsvormen (combinatie summatieve en formatieve toetsing ter ondersteuning van leermiddelen en leerstijlen)
  • Directe feedback geïntegreerd in leerproces (automatisch vaststellen van profiel van de lerende gen gebruiken voor advies)
  • Toetsen met behulp van communities (gebruik van groep om onderling kennis te valideren)
  • Accreditatie met behulp van communities & big data (gebruik van big data en communities om aanbieders van leermogelijkheden te accrediteren en voor markt informatie)
  • Investeren in toegangspunten in de klas & mediawijsheid (naar > 1 computer per 2 lerenden, met goed systeembeheer en les in mediawijsheid)
  • Verzamelen van data voor recommender systems en learning analytics (open data gebruiken voor ontwikkeling van elektronische coach, leermiddelen en intelligente toetssystemenen)
  • Inrichten virtuele en fysieke ontmoetingsplekken voor community learning (mogelijk maken dat mensen van allerlei achtergronden en met diverse leerdoelen elkaar kunnen vinden)
  • Planning & scheduling van leerervaringen op individueel niveau (dynamische roosters om leerervaringen van lerenden op het juiste moment in te plannen)

Als je dat leest (en de buzzwords even negeert) , dan heb je toch als onderwijsinstelling je ICT & Onderwijs beleidsplan voor de komende jaren in grote lijnen al haast klaar. En niet alleen als je in de regio Eindhoven zit lijkt me.

Op de Facebook pagina naar aanleiding van de roadmap kun je foto’s en reacties vinden op de avond. En er is ook een filmpje gemaakt om e.e.a. toe te lichten:

Mooi natuurlijk, maar ik denk dat je aan de documenten uiteindelijk natuurlijk meer hebt als je er echt mee aan de slag wilt.

Deel dit bericht:
mrt 132014
 

Flexibel_hoger_onderwijs_voor_volwassenenGisteren verscheen het adviesrapport “Flexibel hoger onderwijs voor volwassenen“. Het is een rapport van een commissie onder leiding van Alexander Rinnooy Kan aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de te nemen maatregelen die zouden moeten leiden tot een grotere deelname van de volwassen beroepsbevolking, zoals dat dan zo mooi heet, aan het hoger onderwijs.

Het gaat namelijk niet goed met de deeltijdopleidingen binnen het hoger onderwijs. Het aantal ingeschreven deeltijders neemt al een paar jaar af. En deelname blijft al helemaal achter als je het vergelijkt met internationale getallen over deelname aan deeltijd hoger onderwijs.
Ik was bij voorbaat heel benieuwd naar de rol die online onderwijs in het rapport gekregen had, want als ik vanuit het HBO onderwijs kijk dan lijkt me dát nou juist een plek waar we winst zouden moeten kunnen halen.

Het advies bevat een korte beschrijving van de stand van zaken en ontwikkelingen en daarna een tiental aanbevelingen, die ik hierna kort zal bespreken.
Lees verder….

Deel dit bericht:
mrt 122014
 


Gisteren heb ik tijdens het Symposium Open en Online Education een sessie verzorgd “Stappen op weg naar open inline onderwijs, eerste ervaringen met het integreren van online en offline onderwijs”. Er is een opname gemaakt van de sessie en er komt een uitgewerkte good practice beschrijving van (zodra ik die links heb, plaats ik ze uiteraard ook), maar hierboven kun je alvast de presentatie vinden die ik gebruikt heb.

p.s. op het einde staat een link naar een Padlet. Die hebben we uiteindelijk niet gebruikt omdat zowel qua tijd als qua opstelling van de zaal het in groepen laten werken van de deelnemers niet praktisch was.

Deel dit bericht:

De ophef over de ING en Big Data

 Gepubliceerd door om 06:52  Media
mrt 112014
 

Bank met bonuskaartOef, daar zullen een paar mensen bij de ING een slechte dag en korte nacht achter de rug hebben. Iets wat blijkbaar als een klein onderdeel van een artikel in het Financieel Dagblad waarschijnlijk een onschuldig item rond “kijk, ook als bank denken we vernieuwend” bedoelt was groeide gisteren uit tot een enorme storm in een glas water.

Kijk maar eens naar dit bericht over de ophef op Twitter, dit RTL Nieuws item, BNR Nieuwsradio had het er over, politici vielen over elkaar heen om hun ongenoegen uit te spreken, De Consumentenbond vond het schandalig, net als het College voor Bescherming van Persoonsgegevens, en je zult vanochtend geen krant open kunnen slaan die er niet ook een bericht over heeft.
Opvallend gegeven: het aantal mensen dat een genuanceerde reactie geeft is duidelijk in de minderheid. Het Eindhovens Dagblad laat in de allerlaatste zin nog Jan Hein Strop van website Follow the Money aan het woord die zegt:

De opwinding verdwijnt snel genoeg als klanten financieel voordeel hebben van het prijsgeven van data

En de bank zelf? Die is nog een beetje aan het bijkomen van de opheft. Ze zeggen zelf:

Ja, als ik luister naar de reacties in de markt dan was het slimmer geweest om meer tijd te nemen voor meer tekst en uitleg en ook een kader te schetsen waarbinnen je te werk gaat. Die conclusie kun je in alle eerlijkheid trekken. Nu kwam dit voor alle partijen buiten ING als een verrassing

en ook op de eigen ING website blijven ze zo heerlijk correct:

In verschillende media is aandacht geschonken aan een proef die ING dit jaar wil starten met een selecte groep klanten. Hiertoe onderzoekt ING of er belangstelling is onder klanten om ze, passend bij hun bestedingspatroon, relevante aanbiedingen te doen van andere partijen. Daarbij zal ING nauwgezet aan alle privacyvoorwaarden voldoen en kunnen klanten alleen meedoen als ze expliciet toestemming geven voor het analyseren van hun betaalgegevens. Daarnaast hecht ING er groot belang aan te benadrukken dat er absoluut geen sprake zal zijn van verkoop van klantdata aan derden. Alle klantdata blijven altijd bij ING.

En wat mij betreft laten ze met die taal vooral zien dat ze het helemaal nog niet begrepen hebben. Ik hoop dat ze snel in de leer gaan bij bedrijven als Facebook en WhatsApp. Want daar geven mensen dagelijks “al” hun privé informatie weg zonder dat daar écht veel ophef over is. Of anders is er ophef bij iedereen behalve de klanten. Want die vinden het vaak best wel prima.

Maar goed, is dit nou zo’n slecht idee van de ING?
Lees verder….

Deel dit bericht:
mrt 102014
 

Trendrapport_Open_Education_2014Hij wordt morgen pas officieel aangeboden tijdens het Symposium Open en Online Onderwijs, maar vanaf vandaag kun je hem al downloaden en lezen: het Trendrapport Open Education 2014. Het is de derde uitgave van het trendrapport dat door de Special Interest Group (SIG) Open Education gepubliceerd wordt. Of eigenlijk de eerste, want de SIG is onlangs van naam verandert, van SIG Open Educational Resources naar SIG Open Education en ook het trendrapport heette vorig jaar nog Trendrapport Open Educational Resources. Het geeft niet alleen de verschuiving van nadruk binnen de SIG weer, maar zeker ook in het trendrapport.

Want dit jaar zijn dit de hoofdonderwerpen:

  • Postinitieel open en online hoger onderwijs: het perspectief van deelnemer, werkgever, opleider en onderwijsprofessional
  • Open for Business?
  • Erkenning van MOOC’s in het onderwijs
  • Toetsen en beoordelen binnen MOOC’s
  • Integratie en hergebruik van open education in het formele onderwijs
  • Open education, big data en learning analytics
  • MOOC’s: de kansen en gevaren volgens studenten
  • Open education en juridische vraagstukken: trends en ontwikkelingen

Zo vaak als OER vorig jaar voor kwam in het rapport, zo vaak kom je nu MOOC tegen. En dat is op zich begrijpelijk, gezien het tijdsbeeld, maar het betekent ook dat je beide rapporten als aanvulling op elkaar moet zien en niet de 2014 editie als vervanger van de 2013 editie. Wil je een compleet overzicht, dan heb je dus nog wat te lezen.

Het is goed dat de trends op het gebied van Open Education bijgehouden worden en gepubliceerd. Het is wat mij betreft typisch een van die dingen die goed in SURF-verband kunnen. Wat mij betreft zou het voor Open Onderwijs nog uitgebreid mogen worden met aanvullend materiaal dat onderwijsinstellingen op gang helpt met Open Onderwijs. Want ook daar is veel behoefte aan.

Je kunt het Trendrapport Open Education 2014 hier downloaden

Deel dit bericht:
mrt 092014
 

The Pedagogy of the MOOC - the UK viewDe Universiteit van Edinburgh heeft een rapport opgesteld getiteld “The pedagogy of the Massive Open Online Course (MOOC): the UK view“.

Het rapport geeft een overzicht van het MOOC-landschap in het Verenigd Koninkrijk. Er werden daar in de periode oktober 2013 – februari 2014 in totaal 58 verschillende MOOCs aangeboden door universiteiten. De oudste MOOC die het rapport geïdentificeerd heeft in het Verenigd Koninkrijk was uit mei 2012. De sociale wetenschappen waren het beste vertegenwoordigd met 18 MOOCs. FuterLearn was de aanbieder met de meeste MOOCs, 29 in totaal. De MOOCs duurden gemiddeld 6 weken, varierend van 2 tot 12 weken per MOOC. In twee gevallen kon je studiepunten verdienen met een MOOC. Opvallend, een van die twee is “Vampire Fictions” van de Edge Hill University.

Het rapport kijkt ook naar de verschillende literatuur die gepubliceerd is rond didactiek en MOOCs.
Daarbij komen een vijftal hoofdthema’s aan bod:

  • de tweedeling tussen cMOOC en xMOOC (= te globaal)
  • de rol van de docent binnen een MOOC (= onderbelicht)
  • de spanningen rond participatie van lerenden in een MOOC (= de discussie rond uitval)
  • de betekenis en gevolgen van het aspect “Massaal”
  • de grenzen tussen “Open” en controle. (= relevant als je studiepunten wil toekennen)

Ook worden in het rapport een vijftal MOOCs uit het Verenigd Koninkrijk in meer detail beschreven.

Het rapport trekt een drietal hoofdconclusies:

  1. Er is een grote diversiteit voor wat betreft MOOCs, het is dus niet echt mogelijk om ze als één verschijnsel te beschrijven, en ook de tweedeling cMOOC/xMOOC is te globaal.
  2. De didactiek van een MOOC zit niet opgesloten in het gebruikte platform. Het ontstaat uit een samenspel van factoren zoals de voorkeuren van de docent, het onderwerp, betrokkenheid en verwachtingen van de deelnemers, de onderwijsinstelling die de MOOC aanbiedt, de behoefte om analyses uit te kunnen voeren op de MOOC. Kortom, eigenlijk net als bij “gewoon” onderwijs.
  3. De docent speelt ook bij MOOCs nog steeds een belangrijke rol. Ondanks dat er bij MOOCs ten opzichte van traditioneel onderwijs een belangrijkere mate van automatisering van het proces plaats vindt, blijft de docent bij een MOOC van groot belang.

Nuttig rapport. Al hoop ik niet dat we echt ons best gaan doen om zo veel mogelijk gespecialiseerde termen te gaan verzinnen voor MOOCs. Dat de didactiek niet zozeer afhankelijk is van de gebruikte omgeving is eigenlijk ook niet heel erg verrassend. Ook bij de ‘traditionele’ leeromgeving is dat namelijk eigenlijk niet zo, al willen voorstanders van de verschillende leeromgevingen ons graag anders doen geloven. De vijf cases geven een mooie beschrijving/voorbeelden en uiteraard vind je een lange lijst gebruikte literatuur aan het einde van het rapport. Dat de docent belangrijk blijft zou inmiddels eigenlijk ook geen verrassing meer mogen zijn, maar goed om nog maar een keer herbevestigd te hebben.

Deel dit bericht:
mrt 092014
 

Statistiek_101 Het is fijn als “de praktijk” zo nu en dan laat zien dat sommige vakken die studenten/leerlingen saai of ingewikkeld vinden toch best wel handig en nuttig zijn. Statistiek (eigenlijk is het zelfs basis wiskunde) is er daar eentje van. Zo ook naar aanleiding van dit bericht op nieuws.nl (nog even niet doorklikken, het juiste antwoord staat namelijk ook in de reacties!)

Het begint natuurlijk al bij de titel “De PVV van Geert Wilders is het meest populair bij vrouwen die vreemdgaan”. Ik zal niet zeuren over het vreselijke “meest populair” (tamelijk letterlijk vertaald van “most popular” in het Engels) in plaats van “populairst, want dat levert me ongetwijfeld een reactie op die een spelfout in dit bericht gevonden heeft. Maar het is hoe dan ook pure “linkbait”, bedoelt dus om aandacht te trekken. Zoals de zin nu geformuleerd is lijkt het echter te impliceren dat van iedereen die de PVV een warm hart toedragen, dat het meeste voor komt bij vrouwen die vreemd gaan. Een kop “Bij vrouwen die vreemd gaan is de PVV van Geert Wilders het meest populair.” zou in dit geval correcter zijn. Of eigenlijk: “Bij de bezoekers van datingsite AshleyMadison.com is de PVV van Geert Wilders het meest populair” en dan weet je dat je het bericht eigenlijk best kunt negeren, want wat zegt dat dan?

Maar in het bericht gaat het ook fout. En omdat de fout exact op dezelfde manier op deze site voor komt neem ik aan dat hij in het persbericht stond.
Er staat namelijk dat de PVV in totaal 47,5% van de stemmen krijgt. Dat is dan, aldus het bericht, de optelsom van 30,2% van de stemmen van de vrouwen en 17,3% van de stemmen van de mannen die mee deden met de peiling. Maar er deden 872 mannen en 529 vrouwen mee met de peiling.

Het juiste totaalpercentage is dan dus….

Deel dit bericht:
mrt 082014
 

Schermopname (135) Mijn collega Daniëlle Quadakkers volgde de afgelopen weken de online “Educause Short Course / Designing and Delivering a Quality MOOC“. Ze deed uitgebreid verslag van de drie online sessies. Je kunt ze hier vinden:

Ik ga hier niet nog een keer een samenvatting van de drie berichten plaatsen, want die zijn op hun beurt al weer samenvattingen van de online sessies. De eerste sessie was zo te lezen in ieder geval vooral inleiding, daar heb ik niet veel aan gemist. Maar voor de tweede en derde sessie én de Google Site met ondersteunend materiaal ga ik zeker nog even bij Daniëlle langs.

Stel je overigens eens voor….pak hem beet een jaar of 5 geleden…als dan iemand in de VS een training had willen aanbieden over een actueel onderwerp….en je had vanuit Nederland (al dan niet tijdens je Carnaval-vakantie) willen deelnemen….
Mooi toch dat het nu zó kan! 🙂

Deel dit bericht: