Stellingen bij je proefschrift

 Gepubliceerd door om 20:16  Promotie
Jan 182013
 

Promotiereglement_tue Bij de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), de universiteit waar ik over een tijdje hoop mijn proefschrift te mogen verdedigen, staat in artikel 17 lid 1 van het promotiereglement (PDF!) het volgende:

Aan het proefschrift of -ontwerp kunnen stellingen worden toegevoegd. Als stellingen worden toegevoegd dienen, naast de stellingen over het proefschrift, ten minste zes van de stellingen géén betrekking te hebben op het onderwerp van het proefschrift of -ontwerp. Vier van deze stellingen dienen wetenschappelijk-technisch van aard te zijn en twee van algemeen maatschappelijke aard. Een stelling dient de mening van de promovendus te verwoorden en mag derhalve niet uitsluitend uit een citaat bestaan.

OK…dacht ik. Ik wist dat stellingen bij de TU/e optioneel waren, ik hoef er dus geen aan mijn proefschrift toe te voegen, maar als ik besluit iets niet te doen, dan wil ik wel weten waarom niet. Dus ging ik op zoek naar meer informatie over het fenomeen van stellingen bij een proefschrift.

Zoals zo vaak, was Wikipedia een aardige plek om te beginnen. Daar is o.a. te lezen dat:

Stellingen bij een proefschrift zijn een aantal beweringen, door de promovendus gedaan, die meestal op een los vel bij het proefschrift worden geleverd en die de promovendus tijdens de promotieplechtigheid wil verdedigen tegen de opponenten. Een aantal ervan heeft betrekking op het wetenschappelijke werk waarvan het proefschrift een verslag is, maar daarnaast moeten er ook een aantal stellingen worden verdedigd die hiermee nadrukkelijk geen verband houden. Het is traditie naast de (meestal 10) serieuze stellingen ook een of meer zogenaamde schertsstellingen op te nemen, die men echter dan wel bereid moet zijn te verdedigen als er een vraag over komt. Het is lang niet bij alle universiteiten (meer) gebruikelijk of verplicht om stellingen op te nemen in het proefschrift.[1]

Daar staat ook te lezen dat het oorspronkelijk zo was dat mensen promoveerden op basis van die stellingen en dat pas later de vastlegging van het onderzoek in belang toe nam. Tegenwoordig zijn de stellingen op veel plaatsen, en dus ook bij de TU/e, optioneel.

Maar daarmee was mijn vraag over wel of niet doen, natuurlijk nog niet beantwoord.

Het reglement bevat namelijk een paar aanvullende eisen met betrekking tot de stellingen. Er zitten (uiteraard) stellingen bij over het proefschrift, maar daarnaast ook:

  • Ten minste zes van de stellingen géén betrekking te hebben op het onderwerp van het proefschrift of -ontwerp.
    • Vier van deze stellingen dienen wetenschappelijk-technisch van aard te zijn en
    • Twee van algemeen maatschappelijke aard.
  • Een stelling dient de mening van de promovendus te verwoorden en mag derhalve niet uitsluitend uit een citaat bestaan.

Dat tweede was me duidelijk, niet alleen de woorden van iemand anders gebruiken, maar een eigen mening. Maar die eerste verbaasde me wel een beetje. Het idee is echter dat de promovendus er op deze manier blijk van geeft dat zijn wetenschappelijke kennis een zekere breedte heeft en niet is beperkt tot het onderwerp van het proefschrift (van Dam, 1999). Helder.

Voorbeelden van stellingen zijn er ook voldoende te vinden op hora-est.nl al lijkt een groot deel van die stellingen in de door van Dam (1999) bekritiseerde ludieke categorie te vallen. Toch lijkt een aantal van zulke stellingen al heel lang gebruikelijk te zijn. Zo is tenminste ook te lezen in de PDF met uitgebreide beschrijving door professor Korsten (2010) van zijn eigen promotietraject en dan met name het opstellen en afstemmen van de stellingen daarbij. Dat document was heel verhelderend als het gaat om hoe een stelling er uit zou moeten zien en aan welke eisen die moet voldoen.

Op basis van wat ik er nu van weet ga ik er ook vanuit dat “wetenschappelijk-technisch” in mijn geval ook meer onderwijskundig gericht mag zijn, aangezien ik immers vanuit de Eindhoven School of Education promoveer.

Conclusie?

Wel of geen stellingen? De jury is er nog niet helemaal over uit. Ik wil in ieder geval een poging wagen. Deze discussie bij de WUR (Kleis, 2010) doet vermoeden dat het een hele klus is, iets wat je wel of niet kunt. Dat maakt het natuurlijk wel een uitdaging. Maar….omdat het facultatief is, zal het ook hier zo zijn dat indien nodig ik keuzes maak. Het proefschrift afronden heeft eerste prioriteit.

Wie van de meelezende PhD’s heeft stellingen geformuleerd bij zijn/haar proefschrift? Hoe vond je dat? Zou je het gedaan hebben als het facultatief was? Ik hoor het graag!

Deel dit bericht:

  8 reacties aan “Stellingen bij je proefschrift”

Reacties (3) Trackbacks (5)
  1. Een stelling zonder onderwerp is ook een stelling (Kremers 2013)

    • Is dat zo? Kun je een voorbeeld van zo’n stelling geven? Deze stelling is daar volgens mij namelijk geen voorbeeld van, die heeft namelijk wél een onderwerp. Idem voor de andere stelling die je gaf.

  2. Een dilemma zonder stelling is ook een dilemma (Kremers 2013)

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.